Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 18 november 2025, nr. WJZ/55119846, houdende wijziging van de Regeling eenmalige specifieke uitkering en subsidie toekomstbestendige lokale bibliotheekvoorzieningen in verband met een verlenging van de termijn voor de uitvoering van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkeringen zijn verstrekt

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikel 17, vijfde lid, van de Financiële-verhoudingswet en artikel 21 van de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen;

Besluit:

ARTIKEL I

De Regeling eenmalige specifieke uitkering en subsidie toekomstbestendige lokale bibliotheekvoorzieningen wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 11, onderdeel b, wordt ‘31 december 2025’ vervangen door ‘31 december 2026’.

B

In de aanhef van artikel 13, derde lid, wordt ‘wordt’ vervangen door ‘kan’.

C

In artikel 18a, derde lid, wordt ‘30 juni 2026’ vervangen door ‘31 december 2026’.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, G. Moes

TOELICHTING

1. Aanleiding en doel

Met deze wijzigingsregeling wordt de Regeling eenmalige specifieke uitkering en subsidie toekomstbestendige lokale bibliotheekvoorzieningen (hierna: de regeling) gewijzigd. In de regeling is in artikel 11, onderdeel b, voor de specifieke uitkering als verplichting opgenomen dat de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is bestemd, uiterlijk 31 december 2025 moeten zijn afgerond. Bij wijzigingsregeling van 27 juni 20241 is een aanvullende budget van € 11 miljoen aan de regeling toegevoegd, zodat aanvragen die in de tweede aanvraagronde buiten de boot vielen, bij een positieve beoordeling alsnog gehonoreerd konden worden. Daarbij is in afwijking van artikel 11, onderdeel b, bepaald dat de activiteiten van deze groep aanvragers uiterlijk 30 juni 2026 afgerond dienen te zijn.

Inmiddels hebben meerdere gemeenten verzocht om toepassing van de hardheidsclausule ten aanzien van de deadline voor de afronding van de activiteiten. De verzoeken houden verband met vertraging in de uitvoering van de activiteiten vanwege omstandigheden die buiten de macht van de gemeenten ligt, voornamelijk in situaties van nieuwbouw of verbouw. Tot nu is in elf gevallen de hardheidsclausule toegepast, omdat een onverkorte toepassing van de voornoemde verplichtingen zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. Op dit moment zijn weer elf nieuwe verzoeken ingediend. Hieruit kan geconcludeerd worden dat de in de regeling opgenomen termijnen in veel gevallen knellen.

Daarnaast wordt met deze termijnen het beleidsdoel van de regeling niet bereikt. Doel van de regeling is om gemeenten financiële ondersteuning te bieden zodat zij het niveau van de bibliotheekvoorzieningen in hun gemeente kunnen verbeteren door nieuwe bibliotheekvestigingen op te richten of bestaande beperkte bibliotheekvoorzieningen te verbeteren of verder te ontwikkelen. De overheid wil dat de bibliotheek nu en in de toekomst voor iedereen beschikbaar en bereikbaar is. Daarbij heeft de regeling ten doel om gemeenten de mogelijkheid te bieden zich voor te bereiden op de voorziene invoering van een wettelijke zorgplicht voor bibliotheken. Door onverkorte handhaving van de – naar is gebleken – te strikte termijnen worden deze doelen niet bereikt en kan zelfs een tegengesteld effect optreden. Consequentie is namelijk dat geld teruggevorderd moet worden voor in uitvoering zijnde plannen voor verbetering van de gemeentelijke bibliotheekvoorzieningen, waardoor verbeteringen mogelijk niet tot stand zullen komen, en waardoor het voor gemeenten moeilijker wordt om zich voor te bereiden op de beoogde wettelijke zorgplicht.

Op grond van deze overwegingen heb ik besloten de regeling aan te passen in die zin dat voor alle aanvragers de termijn waarop de activiteiten afgerond moeten zijn, bepaald wordt op 31 december 2026. Daarbij is van de gelegenheid gebruik gemaakt om een misslag in artikel 13, derde lid, te herstellen.

2. Regeldruk, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid

De wijziging van de datum waarop de activiteiten afgrond moeten zijn, leidt niet tot een toename van de administratieve lasten bij gemeenten. Integendeel, gemeenten hoeven geen nieuwe aanvragen voor toepassing van de hardheidsclausule meer in te dienen. DUS-I is betrokken geweest bij de voorbereiding van deze wijzigingsregeling. Suggesties van de uitvoerder zijn beoordeeld en verwerkt in de wijzigingsregeling. De wijzigingsregeling leidt niet tot extra uitvoeringslasten voor DUS-I, maar zorgt juist voor vermindering van uitvoeringslasten omdat geen verzoeken om toepassing van de hardheidsclausule meer in behandeling hoeven te worden genomen.

3. Inwerkingtreding

Deze wijzigingsregeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. Met de inwerkingtreding van deze wijzigingsregeling wordt afgeweken van de systematiek van de vaste verandermomenten, inhoudende dat ministeriële regelingen met ingang van de eerste dag van een kwartaal in werking treden en i.c. (omdat het decentrale overheden betreft) minimaal drie maanden voordien worden bekendgemaakt. Dit is gerechtvaardigd, omdat de doelgroep gebaat is bij spoedige inwerkingtreding van deze voor hen begunstigende wijziging.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, G. Moes


X Noot
1

Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 27 juni 2024, nr. WJZ/46540444(26628), houdende wijziging van de Regeling eenmalige specifieke uitkering en subsidie toekomstbestendige lokale bibliotheekvoorzieningen in verband met de toevoeging van een uitkeringsplafond ten behoeve van de in 2024 aanvankelijk wegens budgetoverschrijding afgewezen aanvragen (Stcrt. 2024, 21579).

Naar boven