Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport | Staatscourant 2025, 40214 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport | Staatscourant 2025, 40214 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
Gelet op artikel 12a van het Warenwetbesluit Zuivel;
Besluit:
De Warenwetregeling Kaaskorstbedekkingsmiddelen wordt als volgt gewijzigd:
A
Onder vernummering van de artikelen 3 en 4 tot 11 en 12 worden de artikelen 1 tot en met 2a vervangen door tien artikelen, luidende:
1. Op de korst van kaas, bedoeld in artikel 9 van het Warenwetbesluit Zuivel, mogen kaaskorstbedekkingsmiddelen op basis van kunststofdispersies worden aangebracht.
2. Voor de vervaardiging van de in het eerste lid bedoelde kaaskorstbedekkingsmiddelen worden uitsluitend homo- of copolymeren gebruikt van de volgende monomeren:
a. etheen;
b. vinylesters van verzadigde vetzuren met een ketenlengte C2-C18; of
c. maleïnezure esters en fumaarzure esters van eenwaardige alifatische verzadigde alcoholen met een ketenlengte C4-C8.
3. Voor de vervaardiging van de in het tweede lid bedoelde polymeren mogen uitsluitend katalysatoren, polymerisatieregelaars, zuurteregelaars en oplosmiddelen worden gebruikt die voor het desbetreffende polymeer zijn toegelaten bij of krachtens het Warenwetbesluit verpakkingen en gebruiksartikelen.
4. Voor de vervaardiging van de in het eerste lid bedoelde kaaskorstbedekkingsmiddelen mogen uitsluitend de volgende hulpstoffen worden gebruikt:
a. natrium-laurylsulfaat;
b. polyetheenoxide (4-14) ether van oleylalcohol;
c. polyetheenoxide (4-14) ether van nonylfenol;
d. lactose;
e. siliciumdioxide (E 551);
f. hydroxyethylcellulose;
g. methylcellulose (E 461);
h. carboxymethylcellulose (E 466);
i. polyvinylalcohol (E 1203); of
j. polyvinylpyrrolidon (E 1201).
5. Voor de vervaardiging van de in het eerste lid bedoelde kaaskorstbedekkingsmiddelen mogen uitsluitend de volgende pH-regulerende stoffen worden gebruikt:
a. azijnzuur (E 260), alsmede de Na-, K-, Ca- en NH4-zouten ervan;
b. citroenzuur (E 330), alsmede de Na-, K-, Ca- en NH4-zouten ervan;
c. wijnsteenzuur (E 334), alsmede de Na-, K-, Ca- en NH4-zouten ervan;
d. zoutzuur;
e. ascorbinezuur of de zouten hiervan met Na of Ca (E 300, E 301 en E 302);
f. ammonia;
g. natriumhydroxide;
h. kaliumhydroxide; of
i. carbonaten en bicarbonaten van Na en K.
1. Op de korst van kaas, bedoeld in artikel 9 van het Warenwetbesluit Zuivel, mogen kaaskorstbedekkingsmiddelen op basis van minerale was worden aangebracht.
2. De in het eerste lid bedoelde kaaskorstbedekkingsmiddelen worden vervaardigd uit:
a. geraffineerde vaste paraffine;
b. petrolatum; of
c. microkristallijne was.
3. De paraffine en kristallijne was, bedoeld in het tweede lid, onder a en c, voldoen aan de bij of krachtens het Warenwetbesluit verpakkingen en gebruiksartikelen gestelde zuiverheidseisen.
4. Bij de bereiding van de in het eerste lid bedoelde kaaskorstbedekkingsmiddelen mogen, tot een gehalte van ten hoogste 50%, worden toegevoegd:
a. polyetheen;
b. polyisobuteen (M >10.000);
c. copolymeren op basis van etheen en vinylacetaat;
d. butylrubber;
e. gecycliseerde rubber;
f. paraffine-olie, voor zover die voldoet aan de bij of krachtens het Warenwetbesluit verpakkingen en gebruiksartikelen gestelde zuiverheidseisen;
g. esters van montaanzuren met ethaandiol of 1,3-butaandiol;
h. gehydrogeneerde colofonium;
i. pentaerythritolester van gehydrogeneerde colofonium; of
j. bestanddelen, genoemd in artikel 4, eerste en tweede lid;
alsmede butylhydroxyanisol (BHA), tot ten hoogste 0,02%.
1. Op de korst van kaas, bedoeld in artikel 9 van het Warenwetbesluit Zuivel, mogen kaaskorstbedekkingsmiddelen op basis van alginaten, celluloses, of mono- en diglyceriden van eetbare vetzuren, welke veresterd mogen zijn met azijnzuur, worden aangebracht.
2. Kaaskorstbedekkingsmiddelen op basis van mono- en diglyceriden van eetbare vetzuren, veresterd met azijnzuur, worden vervaardigd uit:
a. mono- en diglyceriden van eetbare vetzuren, veresterd met azijnzuur (E 472a);
b. mono- en diglyceriden van eetbare vetzuren (E 471);
c. gehydreerde natuurlijke oliën en vetten, geschikt voor consumptie door de mens; of
d. bijenwas (E 901), carnaubawas (E 903), of gehydrogeneerde ricinusolie (Europese Farmacopee, monograph 1497).
3. Bij de bereiding van de in het tweede lid bedoelde kaaskorstbedekkingsmiddelen mogen worden toegevoegd:
a. de bestanddelen, genoemd in artikel 3, tweede lid, tot ten hoogste 40%; of
b. de bestanddelen, genoemd in artikel 3, vierde lid, onder a tot en met j, tot ten hoogste 10%.
1. Op de korst van kaas, bedoeld in artikel 9 van het Warenwetbesluit Zuivel, mogen kaaskorstbedekkingsmiddelen op basis van ingrediënten van eet- en drinkwaren worden aangebracht.
2. Bij de bereiding van de in het eerste lid bedoelde kaaskorstbedekkingsmiddelen mogen additieven worden toegevoegd:
a. die zijn toegelaten in de in het eerste lid bedoelde eet- en drinkwaren; en
b. geen functie hebben in de kaas.
1. Onze Minister kan stoffen goedkeuren ten behoeve van de vervaardiging van kaaskorstbedekkingsmiddelen, bedoeld in de artikelen 2, eerste lid, 3, eerste lid, en 4, eerste lid.
2. De goedkeuring, bedoeld in het eerste lid, wordt slechts verleend als aan de hand van een erkende wetenschappelijke beoordeling getoetst is dat deze stoffen veilig zijn voor toepassing in kaaskorstbedekkingsmiddelen.
Voor de vervaardiging van kaaskorstbedekkingsmiddelen, bedoeld in de artikelen 2, eerste lid, 3, eerste lid, 4, eerste lid, en 5, eerste lid, mogen kleurstoffen worden gebruikt die ingevolge Verordening (EG) 1333/2008 zijn toegestaan voor toevoeging aan eetbare kaaskorsten dan wel aan gerijpte kaas onder de voorwaarden gesteld bij of krachtens die verordening.
Voor de vervaardiging van kaaskorstbedekkingsmiddelen, bedoeld in de artikelen 2, eerste lid, 3, eerste lid, 4, eerste lid, en 5, eerste lid, mogen additieven, genoemd in Groep I van deel C van bijlage II van Verordening (EG) 1333/2008, worden gebruikt onder de voorwaarden gesteld bij of krachtens die verordening. Deze additieven mogen geen functie hebben in de kaas.
Voor de vervaardiging van kaaskorstbedekkingsmiddelen, bedoeld in de artikelen 2, eerste lid, 3, eerste lid, 4, eerste lid, en 5, eerste lid, mogen sorbinezuur – kaliumsorbaat (E 200 – E 202), natamycine (E 235) en propionzuur – propionaten (E 280 – E283) worden gebruikt onder de voorwaarden die bij of krachtens verordening (EG) 1333/2008 zijn gesteld aan het gebruik ervan in gerijpte kaas.
B
Artikel 12 (nieuw) komt te luiden:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, J.Z.C.M. Tielen
In artikel 12a van het Warenwetbesluit Zuivel is geregeld dat bij ministeriële regeling bedekkingsmiddelen worden aangewezen die op de kaaskorst mogen worden aangebracht onder de voorwaarden gesteld in die regeling.1 De kaaskorstbedekkingsmiddelen die voorheen in artikel 12a van het Warenwetbesluit Zuivel waren opgesomd, worden nu opgenomen in onderhavige regeling.
Met deze wijziging wordt de regeling aangepast en worden bedekkingsmiddelen aangewezen die op de kaaskorst mogen worden aangebracht en onder welke voorwaarden. Daarnaast is gebleken dat de huidige voorwaarden op bepaalde punten niet meer actueel waren en onvoldoende ruimte boden voor nieuwe, innovatieve bedekkingsmiddelen, zoals composteerbare kaaskorstbedekkingsmiddelen. Om die reden zijn er wijzigingen aangebracht in de nadere eisen gesteld aan de vervaardiging van kaaskorstbedekkingsmiddelen.
Het ontwerp van deze regeling is ter consultatie voorgelegd aan de deelnemers van het Regulier Overleg Warenwet (ROW).2 Naar aanleiding van de opmerkingen zijn er enkele tekstuele aanpassingen gemaakt in de artikelen en is de toelichting aangevuld met een aantal verduidelijkingen.
Deze regeling heeft geen gevolgen voor de administratieve lasten voor de burger of het bedrijfsleven. Voor het bedrijfsleven wordt de mogelijkheid voor het vervaardigen van nieuwe, innovatieve kaaskorstbedekkingsmiddelen gecreëerd.
Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies, omdat het geen omvangrijke gevolgen voor de regeldruk heeft.
Het ontwerp van deze regeling is in verband met de eventuele gevolgen voor de handhaafbaarheid en uitvoerbaarheid voorgelegd aan de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). De NVWA acht de voorliggende regeling handhaafbaar, uitvoerbaar en fraudebestendig.
Het ontwerp van deze regeling is gemeld aan de Europese Commissie ter voldoening aan artikel 5, eerste lid, juncto artikel 6, zevende lid, van Richtlijn (EU) 2015/1535.3 De notificatie bij de Europese Commissie is noodzakelijk, aangezien artikel I mogelijk technische voorschriften bevat in de zin van die richtlijn. Naar aanleiding van deze notificatie zijn er geen opmerkingen gekomen.
Op grond van Verordening (EU) 2019/5154 is het beginsel van wederzijdse erkenning van toepassing. Goederen die in een andere Europese lidstaat of in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een tot een douane-unie strekkend verdrag dat Nederland bindt, dan wel een staat die partij is bij een tot een vrijhandelszone strekkend Verdrag, rechtmatig in de handel zijn gebracht, worden geacht in overeenstemming te zijn met nationale voorschriften. Daarbij is wel van belang dat de legitieme openbare belangen die gewaarborgd worden door de geldende nationale voorschriften voldoende worden beschermd.
Vanwege de gewijzigde indeling van de regeling worden de artikelen 3 en 4 vernummerd tot de artikelen 11 en 12 (nieuw).
In dit artikel wordt verduidelijkt wat onder een kaaskorstbedekkingsmiddel wordt verstaan. Een kaaskorstbedekkingsmiddel wordt in deze regeling per definitie beschouwd als een niet eetbaar bedekkingsmiddel dat is aangebracht op de kaaskorst.
In deze artikelen worden verschillende categorieën kaaskorstbedekkingsmiddelen aangewezen en worden per kaaskorstbedekkingsmiddel voorwaarden gesteld aan de vervaardiging ervan.
In artikel 2 worden kunststofdispersies als kaaskorstbedekkingsmiddel aangewezen. De voorwaarden gesteld aan de vervaardiging van kaaskorstbedekkingsmiddelen op basis van kunststofdispersies blijven ongewijzigd.
In artikel 3 wordt minerale was als kaaskorstbedekkingsmiddel aangewezen. De voorwaarden gesteld aan de vervaardiging van kaaskorstbedekkingsmiddelen op basis van minerale was blijven ongewijzigd. Als voorwaarde wordt toegevoegd dat bestanddelen, genoemd in artikel 4, eerste en tweede lid, bij de bereiding mogen worden gebruikt.
In artikel 4 worden middelen op basis van mono- en diglyceriden van eetbare vetzuren, welke veresterd mogen zijn met azijnzuur, als kaaskorstbedekkingsmiddel aangewezen. De voorwaarden gesteld aan de vervaardiging van kaaskorstbedekkingsmiddelen op basis van mono- en diglyceriden van eetbare vetzuren blijven ongewijzigd. Als voorwaarde wordt toegevoegd dat de bestanddelen, genoemd in artikel 3, tweede lid, mogen worden toegevoegd tot ten hoogste 40%.
In artikel 5 worden kaaskorstbedekkingsmiddelen op basis van ingrediënten van eet- en drinkwaren aangewezen. Dit was eerder opgenomen in artikel 12, eerste lid, onder a, van het Warenwetbesluit Zuivel. De voorwaarden gesteld aan de vervaardiging van deze categorie kaaskorstbedekkingsmiddelen blijven ongewijzigd. Indien allergene eet- en drinkwaren, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder c, van Verordening (EU) 1169/20115, worden gebruikt bij de vervaardiging van kaaskorstbedekkingsmiddelen, dan wordt dit vermeld.
Dit artikel voorziet in de mogelijkheid om een aanvraag in te dienen voor de toelating van stoffen die niet in de artikelen 2, 3 of 4 zijn opgenomen en die gewenst zijn voor de vervaardiging van de in deze artikelen bedoelde kaaskorstbedekkingsmiddelen. Dit biedt aan producenten de mogelijkheid om innovatieve, duurzame kaaskorstbedekkingsmiddelen te ontwikkelen. Belanghebbenden kunnen een verzoek indienen bij het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Voor een aanvraag kunnen de richtlijnen gebruikt worden voor het toevoegen van nieuwe stoffen aan deel A van de bijlage van de Warenwetregeling verpakkingen en gebruiksartikelen die te vinden zijn op de website van het RIVM. Voorwaarde voor de toelating van een stof is dat deze stof veilig kan worden gebruikt voor toepassing in kaaskorstbedekkingsmiddelen, en hiermee voldoen aan artikel 3, eerste lid, onder a, van Verordening (EG) 1935/2004.6 Dat wil zeggen dat een stof bij normaal of te verwachten gebruik geen bestanddelen afgeeft aan de kaas in hoeveelheden die schadelijk zijn voor de gezondheid bij consumptie. Deze overeenstemming moet worden beoordeeld aan de hand van internationaal erkende wetenschappelijke beginselen voor risicobeoordeling, zoals bijvoorbeeld geformuleerd in Verordening (EU) 10/2011.7 De aanvrager zal hiervoor wetenschappelijke studies moeten (laten) uitvoeren waarvan de resultaten kunnen worden opgenomen in het dossier dat wordt ingediend bij de aanvraag. Na beoordeling en goedkeuring kan een stof worden opgenomen in de regeling.
In de artikelen 7 tot en met 10 worden stoffen aangewezen die ook gebruikt mogen worden voor de vervaardiging van kaaskorstbedekkingsmiddelen. Deze stoffen mogen gebruikt worden naast de stoffen die per categorie kaaskorstbedekkingsmiddel zijn toegestaan.
In een eerdere wijziging van de regeling8 zijn kleurstoffen aangewezen die toegelaten zijn voor de vervaardiging van kaaskorstbedekkingsmiddelen. Dit is opgenomen in artikel 7.
Artikel 8 voorziet in de mogelijkheid om additieven, genoemd in Groep I van deel C van bijlage II van Verordening (EG) 1333/20089 te gebruiken bij de vervaardiging van kaaskorstbedekkingsmiddelen. Het gaat om additieven met een toelating voor grote groepen levensmiddelen. Het betreft onder meer organische en anorganische zuren en zouten, antioxidanten en verdikkingsmiddelen.
Voor de vervaardiging van kaaskorstbedekkingsmiddelen mogen sorbinezuur, kaliumsorbaat, natamycine en propionzuur en zouten daarvan worden gebruikt onder de voorwaarden die zijn gesteld bij of krachtens Verordening (EG) 1333/2008. Deze middelen zijn ook toegelaten voor de oppervlaktebehandeling van kaas. De toelating van suspensies van fungiciden (bijvoorbeeld natamycine) was geregeld in artikel 12a, eerste lid, onder e, van het Warenwetbesluit Zuivel. In artikel 9 zijn daarnaast enkele andere in de praktijk gebruikte levensmiddelenadditieven opgenomen.
Artikel 10 regelt dat ingrediënten van eet- en drinkwaren gebruikt mogen worden voor de vervaardiging van kaaskorstbedekkingsmiddelen, bedoeld in de artikelen 2, eerste lid, 3, eerste lid, en 4, eerste lid. Indien allergene eet- en drinkwaren, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder c, van Verordening (EU) 1169/2011, worden gebruikt bij de vervaardiging van kaaskorstbedekkingsmiddelen, dan wordt dit vermeld.
Dit artikel regelt de inwerkingtreding van deze regeling. De regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2026. Hierbij wordt aangesloten bij het systeem van vaste verandermomenten voor wet- en regelgeving.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, J.Z.C.M. Tielen
Wijziging van het Warenwetbesluit Vlees, gehakt en vleesproducten, het Warenwetbesluit Zuivel en het Warenwetbesluit bestuurlijke boeten in verband met wijzigingen in Europese regelgeving en enkele technische aanpassingen.
Aan het ROW nemen vertegenwoordigers deel van ondernemers (industrie en handel), van consumenten, van ministeries (met name van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur) en van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit.
Richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij.
Verordening (EU) 2019/515 van het Europees Parlement en de Raad van 19 maart 2019 betreffende de wederzijdse erkenning van goederen die in een andere lidstaat rechtmatig in de handel zijn gebracht en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 764/2008.
Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1924/2006 en (EG) nr. 1925/2006 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 87/250/EEG van de Commissie, Richtlijn 90/496/EEG van de Raad, Richtlijn 1999/10/EG van de Commissie, Richtlijn 2000/13/EG van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijnen 2002/67/EG en 2008/5/EG van de Commissie, en Verordening (EG) nr. 608/2004 van de Commissie.
Verordening (EG) nr. 1935/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 27 oktober 2004 inzake materialen en voorwerpen bestemd om met levensmiddelen in contact te komen en houdende intrekking van de Richtlijnen 80/590/EEG en 89/109/EEG.
Verordening (EU) nr. 10/2011 van de Commissie van 14 januari 2011 betreffende materialen en voorwerpen van kunststof, bestemd om met levensmiddelen in contact te komen.
Verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 inzake levensmiddelenadditieven.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2025-40214.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.