Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Rijkswaterstaat | Staatscourant 2025, 40050 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Rijkswaterstaat | Staatscourant 2025, 40050 | ander besluit van algemene strekking |
De directeur-generaal Rijkswaterstaat,
Gelet op artikel 1.21, eerste lid, onder b, van het Binnenvaartpolitiereglement en artikel 1.21, eerste lid, onder c, van het Rijnvaartpolitiereglement 1995;
Besluit:
1. Van klaarblijkelijk geen hinder of gevaar voor de scheepvaart en geen schade aan de kunstwerken als bedoeld in artikel 1.21, eerste lid, onder b, van het Binnenvaartpolitiereglement is sprake, indien voldaan wordt aan de voorwaarden opgenomen in de bijlage bij deze beleidsregel.
2. Van klaarblijkelijk geen hinder of gevaar voor de scheepvaart en geen schade aan de kunstwerken als bedoeld in artikel 1.21, eerste lid, onder c, van het Rijnvaartpolitiereglement 1995 is sprake, indien voldaan wordt aan de voorwaarden opgenomen in de bijlage bij deze beleidsregel.
Het besluit tot het vaststellen van de Beleidsregel tot nadere invulling van het begrip klaarblijkelijk geen gevaar of hinder voor de scheepvaart en geen schade aan de kunstwerken als bedoeld in de artikelen 1.21 Binnenvaartpolitiereglement en Rijnvaartpolitiereglement 1995 uit 20121wordt ingetrokken.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De directeur-generaal Rijkswaterstaat, M.H. Wijnen
Sinds de inwerkingtreding van het besluit houdende vaststelling van de Beleidsregel vereenvoudigde vergunningverlening voor een bijzonder transport over de binnenwateren in beheer bij het Rijk in 2008 is gebleken dat wanneer de verplaatsing van een drijvende inrichting of een drijvend voorwerp op vaarwegen in beheer bij het Rijk waarop het Binnenvaartpolitiereglement (BPR) en het Rijnvaartpolitiereglement 1995 (RPR) van toepassing zijn, voldoet aan de in de bijlage bij dit besluit opgenomen zeven standaardvoorwaarden van Rijkswaterstaat, deze verplaatsing probleemloos verloopt. Bij Rijkswaterstaat zijn geen incidenten bekend, noch door eigen waarneming noch door melding van de vergunninghouder of derden. Dit rechtvaardigt de veronderstelling dat de kans op hinder, gevaar of schade aan de kunstwerken door een dergelijk transport, te verwaarlozen is. Het gevolg hiervan is dat:
• een verplaatsing van drijvende voorwerpen en drijvende inrichtingen in de BPR-wateren in die gevallen niet hoeft te worden aangemerkt als bijzonder transport als bedoeld in de artikelen 1.21 van het BPR omdat deze klaarblijkelijk geen hinder of gevaar voor de scheepvaart en geen schade aan de kunstwerken kan veroorzaken en er daarom geen vergunning voor nodig is;
• een verplaatsing van drijvende voorwerpen in de RPR-wateren in die gevallen eveneens niet als bijzonder transport hoeft te worden aangemerkt en dus ook niet-vergunningplichtig is.
Voor de verplaatsing van drijvende inrichtingen op de RPR-wateren blijft echter te allen tijde een vergunningplicht gelden. Op grond van artikel 1.21 lid 1 sub b RPR is het verplaatsen op de vaarweg van een drijvende inrichting altijd een bijzonder transport.
De bij de hierboven genoemde beleidsregel uit 2008 ingestelde vereenvoudigde procedure voor het aanvragen van een vergunning bijzonder transport is met inwerkingtreding van de beleidsregel uit 2012 komen te vervallen. Handhavende instanties kunnen controleren of de verplaatsing voldoet aan de voorwaarden gesteld in de bijlage bij deze beleidsregel. In de huidige beleidsregel (versie 2025) is de formulering van de voorwaarden zoals opgenomen in de bijlage, verduidelijkt. Daarbij is de huidige beleidsregel ook van toepassing op de vaarwegen in beheer bij Rijkswaterstaat, gelegen binnen het beheergebied van het openbaar lichaam Centraal Nautisch Beheer Noordzeekanaalgebied.
Een verplaatsing als bedoeld in artikel 1 van deze beleidsregel moet vanwege operationele redenen wel worden gemeld op grond van de Regeling communicatie en afmetingen rijksbinnenwateren of artikel 12.01 van het Rijnvaartpolitiereglement 1995.
Deze beleidsregel is niet van toepassing op:
a. de Oude Maas benedenstrooms kilometerraai 998, en de Nieuwe Maas benedenstrooms kilometerraai 991.7;
b. de Marinehaven Willemsoord, de Rijkszeehaven het Nieuwe Diep, de Veerhaven van Den Helder en de rede van Den Helder, aan de oostzijde begrensd door een denkbeeldige lijn, die de volgende geografische punten verbindt:
1. 53E01’.45 NB, 04E48’.75 OL;
2. 53E00’.75 NB, 04E50’.80 OL;
3. 52E59’.75 NB, 04E52’.35 OL;
4. 52E59’.30 NB, 04E52’.65 OL;
5. 52E58’.28 NB, 04E50’.00 OL;
6. 52E57’.90 NB, 04E48’.18 OL.
Op de onder a genoemde vaarwegen wordt de vergunning voor bijzondere transporten verleend door de havenmeester van Havenbedrijf Rotterdam N.V. die daartoe als bevoegde autoriteit voor het Binnenvaartpolitiereglement is aangewezen.
Voor de onder b genoemde vaarwegen wordt de vergunning voor bijzondere transporten verleend door de Souschef Faciliteren van de Koninklijke Marine te Den Helder die daartoe eveneens als bevoegde autoriteit voor het Binnenvaartpolitiereglement is aangewezen.
Het loket bijzonder transport van Rijkswaterstaat houdt met deze instanties contact om de vergunningverlening voor bijzondere transporten op rijksvaarwegen zo soepel en zo efficiënt mogelijk te laten verlopen.
De directeur-generaal Rijkswaterstaat, M.H. Wijnen
Wil er sprake zijn van klaarblijkelijk geen hinder of gevaar voor de scheepvaart en geen schade aan de kunstwerken dan dient te zijn voldaan aan de volgende voorwaarden:
1. Het transport betreft het verplaatsen op de vaarweg van een drijvende inrichting of een drijvend voorwerp, inclusief de daarvoor gebruikte duw- en/of sleepboten, als bedoeld in het Binnenvaartpolitiereglement of het Rijnvaartpolitiereglement 1995. (In het werkingsgebied van het Rijnvaartpolitiereglement 1995 wordt een drijvende inrichting altijd gezien als een bijzonder transport, voor de verplaatsing ervan is dan ook altijd een vergunning vereist.)
2. De drijvende inrichting of het drijvend voorwerp is voorzien van voldoende duw- en/of sleepboten met voldoende motorvermogen om het transport onder alle te verwachten omstandigheden goed te kunnen manoeuvreren. De sleep- en/of duwboten moeten slepen en/of duwen overeenkomstig hun geldig toelatingsdocument, zoals het Certificaat van Onderzoek.
3. De drijvende inrichting of het drijvend voorwerp heeft een veiligheidsafstand van minimaal 75 centimeter. De veiligheidsafstand is de afstand tussen het vlak van de grootste inzinking en het daaraan evenwijdige vlak door het laagste punt waarboven het vaartuig niet meer als waterdicht wordt beschouwd.
4. Het transport is voorzien van voldoende deugdelijk en valklaar ankergerei om desgewenst het transport tijdig te kunnen stilleggen, zonder belemmering van de scheepvaart als bedoeld in artikel 7.01 van het Binnenvaart- en het Rijnvaartpolitiereglement, en zonder schade aan kunstwerken e.d.
5. De drijvende inrichting of het drijvend voorwerp heeft voldoende deugdelijke bevestigingspunten ten behoeve van het slepen, die zodanig zijn dat ze tijdens het slepen overeenkomstig hun doelstelling gebruikt kunnen blijven worden. Indien geduwd, is het drijvend voorwerp of de drijvende inrichting hecht gekoppeld aan de duwboot.
6. Het transport is uitgerust met voldoende onafhankelijke pompen met voldoende capaciteit om vervulling van de drijvende inrichting of het drijvend voorwerp te voorkomen. Hiertoe dienen alle voor vervulling risico lopende ruimtes/compartimenten met een pomp bereikbaar te zijn. De pompen moeten gebruiksklaar zijn, zodat in geval van een calamiteit er direct gebruik van kan worden gemaakt.
7. Het transport dient te blijven binnen de maximaal toegestane afmetingen zoals die aan schepen zijn gesteld in de vigerende regelgeving (artikel 9.02 lid 1 Binnenvaartpolitiereglement in samenhang met artikel 8a Regeling communicatie en afmetingen rijksbinnenwateren voor het Binnenvaartpolitiereglement; hoofdstuk 11 van het Rijnvaartpolitiereglement voor het Rijnvaartpolitiereglement).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2025-40050.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.