Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rijkswaterstaat | Staatscourant 2012, 21857 | Overig |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rijkswaterstaat | Staatscourant 2012, 21857 | Overig |
De directeur-generaal Rijkswaterstaat,
Gelet op artikel 1.21, eerste lid, onder b, van het Binnenvaartpolitiereglement en artikel 1.21, eerste lid, onder c, van het Rijnvaartpolitiereglement 1995;
Besluit:
1. Van klaarblijkelijk geen gevaar of hinder voor de scheepvaart en geen schade aan de kunstwerken als bedoeld in artikel 1.21, eerste lid, onder b, van het Binnenvaartpolitiereglement is sprake, indien voldaan wordt aan de voorwaarden opgenomen in de bijlage bij deze beleidsregel.
2. Van klaarblijkelijk geen gevaar of hinder voor de scheepvaart en geen schade aan de kunstwerken als bedoeld in artikel 1.21, eerste lid, onder c, van het Rijnvaartpolitiereglement 1995 is sprake, indien voldaan wordt aan de voorwaarden opgenomen in de bijlage bij deze beleidsregel.
Deze beleidsregel is niet van toepassing op de rijksscheepvaartwegen gelegen binnen het beheergebied van het openbaar lichaam Centraal Nautisch Beheer Noordzeekanaalgebied.
Het besluit tot het vaststellen van de Beleidsregel vereenvoudigde vergunningverlening voor een bijzonder transport over de binnenwateren in beheer bij het rijk1 wordt ingetrokken.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
DE DIRECTEUR-GENERAAL RIJKSWATERSTAAT, J.H. Dronkers.
Sinds de inwerkingtreding van het besluit houdende vaststelling van de Beleidsregel vereenvoudigde vergunningverlening voor een bijzonder transport over de binnenwateren in beheer bij het Rijk in 2008 is het gebleken dat wanneer de verplaatsing van een drijvende inrichting of een drijvend voorwerp op vaarwegen in beheer van het Rijk waarop het Binnenvaartpolitiereglement en Rijnvaartpolitiereglement 1995 van toepassing zijn, voldoet aan de in de bijlage bij dit besluit opgenomen zeven standaardvoorwaarden van Rijkswaterstaat, deze verplaatsing probleemloos verloopt. Bij Rijkswaterstaat zijn geen incidenten bekend, noch door eigen waarneming noch door melding van de vergunninghouder of derden. Dit rechtvaardigt de constatering dat een dergelijk transport klaarblijkelijk geen hinder of gevaar voor de scheepvaart en geen schade aan de kunstwerken kan veroorzaken. Het gevolg hiervan is dat een dergelijke verplaatsing niet wordt aangemerkt als bijzonder transport als bedoeld in de artikelen 1.21 van het Binnenvaartpolitiereglement en het Rijnvaartpolitiereglement 1995 en er derhalve geen vergunning nodig is. In het werkingsgebied van het Rijnvaartpolitiereglement 1995 wordt een drijvende inrichting altijd gezien als een bijzonder transport en voor de verplaatsing ervan is dan ook een vergunning vereist. De bij de hierboven genoemde beleidsregel uit 2008 ingestelde vereenvoudigde procedure voor het aanvragen van een vergunning bijzonder transport komt met inwerkingtreding van deze beleidsregel te vervallen. Handhavende instanties kunnen controleren of de verplaatsing voldoet aan de voorwaarden gesteld in de bijlage bij deze beleidsregel.
Een verplaatsing als bedoeld in artikel 1 van deze beleidsregel moet vanwege operationele redenen wel worden gemeld op grond van de Regeling communicatie rijksbinnenwateren of artikel 12.01 van het Rijnvaartpolitiereglement 1995.
Deze beleidsregel is vooralsnog niet van toepassing op:
a. de rijksscheepvaartwegen gelegen binnen het beheergebied van het openbaar lichaam Centraal Nautisch Beheer Noordzeekanaalgebied;
b. de Oude Maas benedenstrooms kilometerraai 998, en de Nieuwe Maas benedenstrooms kilometerraai 991.7;
c. de Marinehaven Willemsoord, de Rijkszeehaven het Nieuwe Diep, de Veerhaven van Den Helder en de rede van Den Helder, aan de oostzijde begrensd door een denkbeeldige lijn, die de volgende geografische punten verbindt:
1. 53E01’.45 NB, 04E48’.75 OL;
2. 53E00’.75 NB, 04E50’.80 OL;
3. 52E59’.75 NB, 04E52’.35 OL;
4. 52E59’.30 NB, 04E52’.65 OL;
5. 52E58’.28 NB, 04E50’.00 OL;
6. 52E57’.90 NB, 04E48’.18 OL;
Op de onder a genoemde vaarwegen wordt de vergunning voor bijzondere transporten namens de directeur-generaal Rijkswaterstaat in mandaat verleend door de directeur en de plaatsvervangend directeur van het openbaar lichaam Centraal Nautisch Beheer Noordzeekanaalgebied.
Op de onder b genoemde vaarwegen wordt de vergunning voor bijzondere transporten verleend door de havenmeester van Havenbedrijf Rotterdam N.V. die daartoe als bevoegde autoriteit voor het Binnenvaartpolitiereglement is aangewezen.
Voor de onder c genoemde vaarwegen wordt de vergunning voor bijzondere transporten verleend door de Souschef Faciliteren van de Koninklijke Marine te Den Helder die daartoe eveneens als bevoegde autoriteit voor het Binnenvaartpolitiereglement is aangewezen.
Het loket bijzondere transporten van Rijkswaterstaat houdt met deze instanties contact om de vergunningverlening voor bijzondere transporten op rijksvaarwegen zo soepel en zo efficiënt mogelijk te laten verlopen.
DE DIRECTEUR-GENERAAL RIJKSWATERSTAAT, J.H. Dronkers.
Wil er sprake zijn van klaarblijkelijk geen hinder of gevaar voor de scheepvaart en geen schade aan de kunstwerken dan dient te zijn voldaan aan de volgende voorwaarden:
Het transport,
1. is een drijvend voorwerp of een drijvende inrichting als bedoeld in het Binnenvaartpolitiereglement of het Rijnvaartpolitiereglement 1995;
2. is voorzien van voldoende sleep- en/of duwboten met voldoende motorvermogen om het transport onder alle te verwachten omstandigheden goed te kunnen manoeuvreren en is voorzien van een geldig Certificaat van Onderzoek (CvO). De sleep- en/of duwboten moeten slepen of duwen overeenkomstig het betreffende CvO;
3. heeft een veiligheidsafstand - als bedoeld in artikel 1.01 nummer 43 van bijlage 1.1. bij de Binnenvaartregeling - van minimaal 75 centimeter;
4. is voorzien van voldoende deugdelijk en valklaar ankergerei om desgewenst het transport tijdig te kunnen stilleggen, zonder belemmering van de scheepvaart als bedoeld in artikel 7.01 van het Binnenvaart- en het Rijnvaartpolitiereglement, en zonder schade aan kunstwerken e.d. Onder transport wordt het geheel van het drijvende voorwerp of de drijvende inrichting, inclusief sleep- en/of duwboten verstaan;
5. heeft voldoende deugdelijke bevestigingspunten ten behoeve van het slepen, die zodanig zijn dat ze tijdens het slepen overeenkomstig hun doestelling gebruikt kunnen blijven worden. Indien geduwd, is het bijzonder transport hecht gekoppeld aan de duwboot;
6. is uitgerust met voldoende onafhankelijke pompen met voldoende capaciteit om vervulling van het transport te voorkomen. Hiertoe dienen alle voor vervulling risicolopende ruimtes/compartimenten met een pomp bereikbaar te zijn. De pompen moeten gebruiksklaar zijn, zodat in geval van een calamiteit er direct gebruik van kan worden gemaakt.
7. dient te blijven binnen de maximaal toegestane afmetingen zoals die aan schepen zijn gesteld in de vigerende regelgeving (zoals bijvoorbeeld bijlage 13 bij het Binnenvaartpolitiereglement en hoofdstuk 11 van het Rijnvaartpolitiereglement).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2012-21857.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.