Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Rijkswaterstaat | Staatscourant 2025, 40049 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Rijkswaterstaat | Staatscourant 2025, 40049 | ander besluit van algemene strekking |
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,
Gelet op artikel 5.11, eerste lid, aanhef en onder f, aanhef en onderdeel 1°, van de Omgevingswet, gelezen in samenhang met de artikelen 5.1, tweede lid, aanhef en onder f, aanhef en onderdeel 1°, 5.5, eerste lid, aanhef en onder f, 5.12, 5.18, 5.28, 5.34 en 5.36 van die wet, artikel 8.16 van het Besluit activiteiten leefomgeving, artikel 8.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving en de artikelen 4:2, tweede lid, en 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht;
Besluit:
In artikel 5, tweede lid, van de Tijdelijke beleidsregel inzake de toepassing van de Omgevingswet op elektrische laadpunten op verzorgingsplaatsen, wordt ‘1 januari 2026’ vervangen door ‘1 januari 2027’.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 17 december 2025
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, Namens deze, De Directeur-Generaal Rijkswaterstaat, M. Wijnen
Met ingang van 24 december 2022 is een tijdelijke beleidsregel van kracht op besluiten over vergunningen voor elektrische laadpunten op verzorgingsplaatsen (Stcrt. 2022, 32554). Deze is in verband met de invoering van de Omgevingswet met ingang van 1 januari 2024 aangepast aan de regels van de Omgevingswet. De beleidsregel geldt tijdelijk, in afwachting van de voorbereiding van wetgeving waarin een nieuwe uitgiftesystematiek wordt geregeld voor snellaadkavels. De eerste grootschalige nieuwe uitgifte van snellaadkavels is voorzien in 2028, het moment dat op een aanzienlijk aantal verzorgingsplaatsen de looptijd afloopt van de energielaadpunten als basisvoorziening, die sinds 2012 op verzorgingsplaatsen zijn toegelaten. Naar verwachting zullen snellaadkavels vanaf dan ook op verzorgingsplaatsen waarop geen energielaadpunt als basisvoorziening is vergund volgens een nieuwe systematiek uitgegeven gaan worden. Om dit mogelijk te maken, wordt wetgeving voorbereid. Deze Tijdelijke beleidsregel is noodzakelijk om het risico weg te nemen dat de verwezenlijking van het nieuwe beleid op het hoofdwegennet aanzienlijk kan worden vertraagd, wanneer vergunningen nog steeds voor 15 jaar worden afgegeven.
Aanvankelijk werd verwacht dat het nieuwe wetsvoorstel voor 1 januari 2025 zou kunnen worden ingediend bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Als gevolg van de val van het kabinet Rutte IV op 8 september 2023 en de vertraging die de gevolgen daarvan hebben gehad voor de voorbereiding van het wetsvoorstel, is op 11 december 2024 de vervaldatum van de Tijdelijke beleidsregel met een jaar verlengd naar 1 januari 2026. Inmiddels is duidelijk geworden dat het wetsvoorstel voor deze datum niet zal zijn ingediend bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal. De verdere vertraging hield onder meer verband met gewijzigde inzichten over het voorbereiden van het wetsvoorstel na aantreden van het kabinet Schoof op 2 juli 2024. Deze inzichten hebben onder meer geleid tot aanvullend onderzoek door de Autoriteit Consument en Markt. Na de val van het kabinet Schoof op 3 juni 2025 is bovendien door de Tweede Kamer der Staten-Generaal een motie aangenomen die tot nadere uitwerkingstijd heeft geleid in de voorbereiding van het wetsvoorstel.
Inmiddels is op 28 november 2025 de ministerraad akkoord gegaan met het wetsvoorstel, wat daarna aanhangig is gemaakt bij de Raad van State voor advisering.
Hoewel het vorig jaar voorziene moment van indiening daarmee niet voor 1 januari 2026 kan plaatsvinden, is de beoogde eerste toepassing van op het wetsvoorstel gebaseerde uitgifte nog steeds gericht op 2028. Bovendien is de noodzaak om dat streven niet door de lopende vergunningverlening te laten hinderen onverminderd en zou het alsnog laten verlopen van de tijdelijke beleidsregel in deze fase alsnog leiden tot de situatie die deze juist beoogt te voorkomen. Vermeden moet worden dat het verwezenlijken van de nieuwe wettelijke uitgiftesystematiek alsnog wordt verhinderd door het per 1 januari 2026 vervallen van de Tijdelijke beleidsregel.
Bij deze verlenging is nagegaan of er mogelijkheden bestaan om de nadelige gevolgen van de Tijdelijke beleidsregel voor initiatiefnemers van laadpunten te mitigeren, zonder afbreuk te doen aan de doelstelling van de Tijdelijke beleidsregel. Dat de beleidsregel beperkend werkt voor de duur en gelegenheid om vergunningen te verkrijgen, is reeds bij de vaststelling van de Tijdelijke beleidsregel onderkend. Dat is inherent aan doel en strekking van deze beleidsregel. De mogelijkheden om daarop uitzonderingen toe te staan zijn beperkt. Het is bijvoorbeeld niet mogelijk om beperkingen van de looptijd voor een bepaalde categorie aanvragers anders te behandelen dan voor andere aanvragers. Ook is het niet goed mogelijk op grond van de kenmerken van verzorgingsplaatsen op eenduidige wijze tot uitzonderingen te komen. Verder is de mogelijkheid overwogen om uitzondering te maken op verzorgingsplaatsen waar op het moment van invoering van deze wijziging nog geen laadvergunningen zijn verleend is. Ook daar geldt echter dat een uitzondering onder de huidige wetgeving bij gebreke aan een geschikte verdeelsystematiek niet goed uitvoerbaar gemaakt kan worden, omdat het ook op die plaatsen dan aan alle partijen open staat op die locaties aanvragen te doen.
Alles overziend is daarom gekozen voor een verlenging en wordt de vervaldatum van de Tijdelijke beleidsregel opnieuw aangepast naar 1 januari 2027, in verband met de voorgenomen indiening van het wetsvoorstel, na ommekomst van het advies van de Raad van State, in de loop van 2026. Dat betekent in de praktijk dat de Tijdelijke beleidsregel vervolgens na indiening van het wetsvoorstel zal vervallen zodra dat wetsvoorstel in werking treedt of, onverhoopt, door het parlement wordt verworpen. Het doel van de beleidsregel blijft door deze technische verlenging dus ongewijzigd.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, Namens deze, De Directeur-Generaal Rijkswaterstaat, M. Wijnen
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2025-40049.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.