Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap | Staatscourant 2025, 39998 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap | Staatscourant 2025, 39998 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
Gelet op artikel 7.3, derde lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
Besluit:
Artikel 3, tweede lid, van de Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 28 oktober 2024, nr. 48828559, houdende regels inzake voltijdse opleidingen met een substantiële praktijkcomponent in het wetenschappelijk onderwijs en instemming van docenten met het gebruik van eenheden van leeruitkomsten (Stcrt. 2024, nr. 36137), wordt als volgt gewijzigd:
1. De zinsnede ‘instemming van de opleidingscommissie inzake de werkwijze bij de totstandkoming van het studieplan’ wordt vervangen door ‘een positief advies van de opleidingscommissie op de substantiële praktijkcomponent’.
2. De zinsnede ‘een positief advies van de examencommissie op de invulling van de substantiële praktijkcomponent’ vervalt.
De Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 29 september 2025, nr. 1745737, houdende regels inzake voltijdse opleidingen met een substantiële praktijkcomponent in het wetenschappelijk onderwijs en instemming van docenten met het gebruik van eenheden van leeruitkomsten (Stcrt. 2025, nr. 34207), wordt ingetrokken.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, G. Moes
In de Regeling leeruitkomsten hoger onderwijs (hierna: regeling) is de aanmeldprocedure bepaald voor voltijdse opleidingen in het wetenschappelijk onderwijs die willen werken met leeruitkomsten. De regeling stelt vast hoe voltijdse wo-opleidingen een substantiële praktijkcomponent moeten aantonen en welke bescheiden hiertoe bij aanmelding dienen te worden aangeleverd, alvorens wordt bepaald welke opleidingen mogen worden verzorgd op basis van eenheden van leeruitkomsten.
Aanleiding voor wijziging van de regeling is een signaal van de Inspectie van het Onderwijs over de rol die in de regeling wordt toegekend aan de examencommissie. Hiervoor zou namelijk een wettelijke grondslag ontbreken. Dit signaal heeft geleid tot heroverweging van de rol van zowel de examencommissie als de opleidingscommissie en daarmee tot aanpassing van de regeling op twee onderdelen.
Met voorliggende wijziging wordt de regeling in lijn gebracht met de op grond van de WHW toegekende taken en bevoegdheden aan de opleidings- en examencommissie. Zij brengt geen inhoudelijke wijzigingen aan in de opzet of werking van het werken met leeruitkomsten in het hoger onderwijs.
Voor de totstandkoming van de wijzigingsregeling is contact gezocht met de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). DUO concludeert dat geen nieuwe uitvoeringstoets noodzakelijk is.
Er zijn geen inhoudelijke wijzigingen aangebracht in opzet of werking van het werken met leeruitkomsten. Bij de uitvoeringstoets verricht op de bestaande Regeling leeruitkomsten hoger onderwijs is geconstateerd dat DUO geen rol heeft in de aanmeldprocedure van een wo-opleiding met een substantiële praktijkcomponent voor opname in de bijlage van de regeling. Ook wordt voor de aanmeldprocedure geen gebruik gemaakt van de uitvoeringsprocessen van Register Onderwijsdeelnemers (ROD) of Registratie Instellingen en Opleidingen (RIO). Dit blijft met voorliggende wijzigingsregeling onveranderd.
Deze wijzigingsregeling heeft geen gevolgen voor de regeldruk.
De aanpassing in artikel 3, tweede lid, derde streepje, houdt verband met het feit dat het advies van de opleidingscommissie op de substantiële praktijkcomponent centraal staat en niet instemming van de opleidingscommissie inzake de werkwijze bij de totstandkoming van het studieplan. Dit gelet op het feit dat de bescheiden die op grond van dit artikel moeten worden aangeleverd betrekking hebben op het aantonen van een substantiële praktijkcomponent.
Artikel 3, tweede lid, vierde streepje, van de regeling vervalt nu deze niet overeenkomt met de taken en bevoegdheden van de examencommissie, zoals vastgelegd in artikel 7.12b van de WHW. Zoals is opgenomen in de toelichting van de regeling, onder 1.4 Kwaliteitsborging, blijft de examencommissie verantwoordelijk voor het borgen van de kwaliteit van de tentamens en examens, op vergelijkbare wijze als bij opleidingen die werken met onderwijseenheden zonder leeruitkomsten.
Op 28 oktober 2024 is de Regeling leeruitkomsten hoger onderwijs vastgesteld en vervolgens gepubliceerd (Stcrt. 2024, nr. 36137). Per abuis is deze regeling op 29 september 2025 nogmaals vastgesteld en vervolgens gepubliceerd (Stcrt. 2025, nr. 34207). Met artikel II wordt laatstgenoemde regeling ingetrokken.
Omdat twee gelijkluidende regelingen zijn gepubliceerd in de Staatscourant, worden deze regelingen in het opschrift en de artikelen van de onderhavige regeling voluit aangeduid.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, G. Moes
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2025-39998.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.