Beveiliging, Particuliere

Sociaal Fonds 2025/2026

Verbindendverklaring gewijzigde cao-bepalingen

MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Besluit van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 16 december 2025 tot wijziging van het besluit tot algemeenverbindendverklaring van bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst Sociaal Fonds Particuliere Beveiliging

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Gelezen het verzoek van de Stichting Sociaal Fonds Particuliere Beveiliging (SFPB) namens partijen bij bovengenoemde collectieve arbeidsovereenkomst, strekkende tot algemeenverbindendverklaring van gewijzigde bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst;

Partij ter ener zijde: de Nederlandse Veiligheidsbranche;

Partijen ter andere zijde: FNV, CNV en De Unie.

Gelet op de artikelen 2, 4 en 5 van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten;

Besluit:

Dictum I

Het besluit tot algemeenverbindendverklaring van bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst Sociaal Fonds Particuliere Beveiliging1 wordt met inachtneming van dictum II als volgt gewijzigd:

A

De onder dictum I opgenomen bepalingen worden als volgt gewijzigd:

BIJLAGE 3 FONDS-CAO

Controlereglement

Artikel 6 komt te luiden:

‘Artikel 6 KOSTEN CONTROLE

  • 1. De kosten voor de reguliere controle zijn € 2.000,– en komen in beginsel voor rekening van SFPB.

  • 2. In een aantal gevallen komen de kosten van € 2.000,– (exclusief btw) voor rekening van de onderneming, namelijk:

    • a. voor het uitvoeren van een hercontrole bij een bedrijf dat een bedrijfsoordeel ‘onvoldoende’ kreeg, ongeacht of deze hercontrole op initiatief van het bedrijf of op initiatief van het SFPB wordt ingepland.

    • b. Voor het afzeggen van een schriftelijk bevestigd controlebezoek. Als deze afzegging binnen dertig kalenderdagen tevoren plaatsvindt 50% van de kosten en bij afzegging binnen veertien kalenderdagen het volledige bedrag. Bij afzegging worden deze kosten in rekening gebracht per ingeplande controledag.

    De ter dezer zake verkregen middelen worden toegevoegd aan de geldmiddelen van SFPB (als bedoeld in artikel 4 lid 1 van de Statuten SFPB) en besteed aan de bestedingsactiviteit aangegeven in artikel 3 sub I van de Statuten SFPB.’

BIJLAGE 6 BEZWAARPROCEDURE

Artikel 4 komt te luiden:

‘Artikel 4 Aanhangig maken geschil betreffende bedrijfsoordeel

  • a. Een verzoek tot het doen van een uitspraak in een geschil, betreffende het door SFPB afgegeven definitieve bedrijfsoordeel, kan door het bedrijf, waarop het bedrijfsoordeel betrekking heeft, worden gedaan. De bezwaarcommissie is niet bevoegd in een geschil betreffende het voorgenomen besluit tot een onvoldoende bedrijfsoordeel. De termijn voor het indienen van een verzoek tot het doen van een uitspraak in een geschil betreffende het bedrijfsoordeel bedraagt 4 weken na de dagtekening van de schriftelijke bekendmaking van het bedrijfsoordeel aan het bedrijf.

  • b. Het verzoek wordt schriftelijk ingediend bij Sociaal Fonds Particuliere Beveiliging, p/a Bezwaarcommissie SFPB, Postbus 556, 2501 CN Den Haag.

  • c. Verzoeker is een bedrag van € 1.250,– (exclusief btw) aan kosten voor de behandeling van het geschil verschuldigd aan SFPB.

  • d. De behandeling van de zaak wordt opgeschort totdat verzoeker het hiervoor vermelde bedrag heeft voldaan.

  • e. Als verzoeker in het gelijk wordt gesteld dan wordt het bedrag aan hem gerestitueerd.

  • f. Daarnaast komen de aantoonbaar gemaakte juridische kosten van de in het gelijk gestelde verzoeker voor vergoeding in aanmerking voor maximaal € 1.250,– (inclusief btw).

  • g. Het verzoek bevat een beknopt overzicht van feiten en een beargumenteerde omschrijving van de beslissing die de indiener wenst.

  • h. De voorzitter zendt een ontvangstbevestiging naar de verzoeker en een kopie van het verzoek naar SFPB.

  • i. SFPB wordt in de gelegenheid gesteld binnen 2 weken nadat het geschil aan haar is voorgelegd te reageren op het verzoek, alvorens de commissie een uitspraak doet.

  • j. Indien de Bezwaarcommissie van mening is dat het geen geschil betreft dat wordt genoemd in artikel 1, dan wel verzoeker niet als belanghebbende kan worden aangemerkt op basis van lid 1 van dit artikel, wordt het verzoek niet ontvankelijk verklaard. De Bezwaarcommissie zal het bestuur van SFPB en cao-partijen informeren over de reden van de niet-ontvankelijk verklaring en de inhoud van de betreffende zaak.

  • k. Indien de Bezwaarcommissie dat nodig acht, kan zij besluiten tot het vragen van een nadere schriftelijke reactie.

  • l. De Bezwaarcommissie kan besluiten tot het houden van een hoorzitting. Ieder der partijen kan zich bij de hoorzitting laten bijstaan door getuigen, deskundigen evenals zich laten vertegenwoordigen door een gemachtigde. Indien een partij zich wil laten bijstaan of vertegenwoordigen, stelt zij de voorzitter ten minste zeven dagen voor de zitting daarvan schriftelijk op de hoogte. Kosten voortvloeiend uit de vertegenwoordiging door derden zijn voor de respectievelijke partijen.

  • m. De Bezwaarcommissie beslist over het geschil zonder nadere schriftelijke reactie of hoorzitting, binnen 6 weken na dagtekening van het ontvangst van het verzoekschrift. Als een nadere schriftelijke reactie wordt gevraagd of een hoorzitting wordt ingepland gaat de beslistermijn van 6 weken lopen na het verstrijken van de termijn voor het indienen van de nadere schriftelijke reactie, dan wel vanaf de datum van de hoorzitting. In het belang van de zaak kan de Bezwaarcommissie de beslissingstermijn met twee keer 2 weken verlengen.

  • n. De voorzitter kan indien gewenst getuigen-deskundigen oproepen om te raadplegen en te horen.

  • o. De voorzitter deelt de uitspraak, voorzien van een toelichting, binnen 2 weken, nadat de Bezwaarcommissie een beslissing heeft genomen, schriftelijk aan partijen mede.

  • p. Deze geschillenprocedure laat onverlet dat verzoeker het geschil alsnog aan de bevoegde rechter voorlegt.’

Dictum II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en heeft geen terugwerkende kracht.

’s-Gravenhage, 16 december 2025

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, namens deze, De directeur Collectieve arbeidsovereenkomsten, P. S. Nanhekhan


X Noot
1

Stcrt. 27 oktober 2021, nr. 25125; laatstelijk gewijzigd bij besluit van 31 juli 2025 (Stcrt. 5 augustus 2025, nr. 14336).

Naar boven