Besluit van de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur van 25 november 2025, nr. WJZ/101735172, tot instelling van de Commissie gelijke kansen bij gronduitgifte voor natuur (Instellingsbesluit Commissie gelijke kansen bij gronduitgifte voor natuur)

De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,

Gelet op artikel 8 van het Convenant over het van overheidswege bieden van gelijke kansen bij de uitgifte van gronden voor natuur (Stcrt. 2024, 40757);

Besluit:

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

de Commissie:

de Commissie gelijke kansen bij gronduitgifte voor natuur;

het Convenant:

het Convenant over het van overheidswege bieden van gelijke kansen bij de uitgifte van gronden voor natuur (Stcrt. 2024, nr. 40757);

gronden die worden of zullen worden gebruikt voor natuur:

gronden als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van het Convenant;

het Ministerie:

het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur;

de Overheid:

de partij die in het Convenant is aangeduid als de (betrokken) Overheid;

de Staatssecretaris:

de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur.

Artikel 2

  • 1. Er is een Commissie gelijke kansen bij gronduitgifte voor natuur.

  • 2. De Commissie heeft tot taak om, op verzoek van een bij de procedure tot uitgifte van gronden, die worden of zullen worden gebruikt voor natuur, betrokken gegadigde, een niet-bindend advies te geven in verband met de eisen en criteria die door de betrokken Overheid in een concreet geval gesteld zijn aan uitgifte van grond, die wordt of zal worden gebruikt voor natuur, en de toepassing van deze criteria in het betreffende geval.

  • 3. Het in het tweede lid bedoelde advies van de Commissie is beperkt tot de vraag of de door de bij uitgifte van de gronden, die worden of zullen worden gebruikt voor natuur, betrokken Overheid in het concrete geval gehanteerde selectie- en gunningscriteria objectief, toetsbaar en redelijk zijn.

Artikel 3

  • 1. De Commissie bestaat uit een voorzitter en vier andere leden.

  • 2. De leden hebben zitting op persoonlijke titel en oefenen hun functie uit zonder last of ruggespraak.

  • 3. De leden worden benoemd op grond van hun aantoonbare kennis en ervaring op het gebied van uitgifte van gronden voor natuurontwikkeling en natuurbeheer.

  • 4. In aanvulling op het derde lid, hebben ten minste twee leden aantoonbare kennis van het overheidsbeleid ten aanzien van natuur alsmede één van de volgende rechtsgebieden:

    • a. het eigendomsrecht;

    • b. het mededingingsrecht;

    • c. het pachtrecht.

  • 5. De voorzitter wordt door de Staatssecretaris benoemd, de andere leden worden op voordracht van de voorzitter door de Staatssecretaris benoemd.

  • 6. De voorzitter en leden worden benoemd voor een termijn van maximaal drie jaar en zijn eenmalig herbenoembaar voor een termijn van maximaal drie jaar.

  • 7. De leden kunnen op eigen verzoek of wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden worden geschorst en ontslagen door de Staatssecretaris.

  • 8. Indien blijkt dat de voorzitter of een van de andere leden van de Commissie zelf directe of indirecte betrokkenheid heeft bij een adviesaanvraag, dan zullen zij zich onverwijld laten vervangen door hun plaatsvervanger en zich onthouden van enige bemoeienis ten aanzien van de adviesaanvraag.

Artikel 4

  • 1. De Commissie wordt ingesteld op een bij in de Staatscourant te plaatsen besluit van de Staatssecretaris te bepalen datum en wordt opgeheven met ingang van 31 december 2050.

  • 2. Een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt in de Staatscourant bekendgemaakt.

Artikel 5

  • 1. De Staatssecretaris voorziet in het secretariaat van de Commissie.

  • 2. Aan het secretariaat kunnen medewerkers worden toegevoegd.

  • 3. De secretaris en de medewerkers van het secretariaat zijn geen lid van de Commissie.

Artikel 6

  • 1. De Commissie stelt haar eigen werkwijze schriftelijk vast in een reglement.

  • 2. Het reglement beschrijft in ieder geval:

    • a. volgens welke procedure een klacht betreffende een geval van uitgifte van grond, die wordt of zal worden gebruikt voor natuur, door de Commissie wordt behandeld;

    • b. in welke gevallen de Commissie een niet-bindend advies kan geven;

    • c. dat het voorleggen van klacht betreffende een geval van uitgifte van grond, die wordt of zal worden gebruikt voor natuur, aan de Commissie geen schorsende werking heeft voor een gang naar de rechter; en

    • d. de wijze waarop de Commissie met verkregen informatie omgaat.

  • 3. De Commissie zorgt voor bekendmaking van het reglement door middel van publicatie op een openbare website.

  • 4. Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de Commissie geschiedt op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie.

  • 5. De Commissie is verwerkingsverantwoordelijke als bedoeld in Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PbEU 2016, L 119).

Artikel 7

  • 1. De Commissie publiceert jaarlijks vóór 31 december een verslag van haar werkzaamheden in het voorafgaande jaar. De Commissie zendt een kopie van het jaarverslag aan de Staatssecretaris.

  • 2. De Commissie stelt ten minste elk vijfde jaar een evaluatieverslag op.

  • 3. De Commissie brengt vóór 31 december 2050 haar eindrapport uit aan de Staatssecretaris.

  • 4. Desgewenst kan de Commissie het laatste verslag, bedoeld in het eerste lid, gelijktijdig met het eindrapport indienen.

Artikel 8

  • 1. De Commissie kan zich door andere personen doen bijstaan voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is.

  • 2. De Commissie verantwoordt zich over de aan haar geboden medewerking in haar jaarlijkse verslag.

Artikel 9

  • 1. De voorzitter ontvangt een vergoeding per vergadering van € 468,82.

  • 2. De andere leden ontvangen een vergoeding per vergadering van € 360,63.

Artikel 10

  • 1. De kosten van de Commissie komen, voor zover op basis van een goedgekeurde raming, voor rekening van de Staatssecretaris. Onder kosten worden in ieder geval verstaan:

    • a. de kosten voor de faciliteiten van vergaderingen en voor secretariële ondersteuning;

    • b. de kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid en het laten verrichten van onderzoek;

    • c. de kosten voor oplevering van het jaarlijkse verslag, bedoeld in artikel 7, eerste lid, het vijfjaarlijkse evaluatieverslag, bedoeld in artikel 7, tweede lid, en het eindrapport, bedoeld in artikel 7, derde lid.

  • 2. De Commissie biedt zo spoedig mogelijk na haar instelling een kostenraming aan de Staatssecretaris aan.

  • 3. De Commissie laat een accountantscontrole uitvoeren van het financieel overzicht.

Artikel 11

Het Ministerie verschaft de Commissie daartoe budget onder de volgende voorwaarden:

  • a. de Commissie maakt jaarlijks een gespecificeerde raming van de kosten;

  • b. de Commissie voert een deugdelijke financiële administratie en levert een financieel overzicht aan;

  • c. het Ministerie geeft vooraf de eisen aan waaraan deze administratie dient te voldoen;

  • d. de Commissie meldt budgetoverschrijvingen tijdig en met reden bij het Ministerie;

  • e. het Ministerie laat als opdrachtgever door de Directie Financieel Economische Zaken een financiële controle uitvoeren; afhankelijk van de bevindingen van deze Directie kan de ADR worden ingeschakeld om onderzoek uit te voeren en een rapport van feitelijke bevindingen uit te brengen;

  • f. na afloop van het proces, bedoeld in onderdeel e, vindt een verrekening plaats.

Artikel 12

  • 1. De Commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden, of zoveel eerder indien de omstandigheden daartoe eerder aanleiding geven, de niet‑personeelsvertrouwelijke bescheiden over aan het vertrouwelijke archief van het Ministerie.

  • 2. Verslaglegging van door de Commissie gevoerde gesprekken en overleggen maakt geen deel uit van het over te dragen archief.

Artikel 13

Rapporten, notities, verslagen, adviezen en andere producten die door of namens de Commissie worden vervaardigd of vergaard worden niet door de Commissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de Staatssecretaris uitgebracht of overgedragen.

Artikel 14

  • 1. Het archief van de Commissie wordt bij opheffing van de Commissie overgebracht naar het archief van het Ministerie.

  • 2. Het beheer vindt plaats met inachtneming van de door de Commissie in haar reglement aangegeven vertrouwelijkheid, waarover de Commissie nadere afspraken met het Ministerie maakt.

Artikel 15

  • 1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de in artikel 4 genoemde, bij besluit van de Staatssecretaris te bepalen, datum.

  • 2. Dit besluit vervalt met ingang van 31 december 2050.

Artikel 16

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Commissie gelijke kansen bij gronduitgifte voor natuur.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en in afschrift worden gezonden aan betrokkenen.

's-Gravenhage, 25 november 2025

De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, J.F. Rummenie

TOELICHTING

ALGEMEEN

1 Doel en aanleiding

Op 22 november 2024 hebben de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, Staatsbosbeheer (hierna: de overheden) en de Vereniging Gelijkberechtiging Grondbezitters, de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland, Stichting Landschap Noord-Holland, Stichting Landschap Overijssel, Stichting Het Drentse Landschap, Stichting Flevo-Landschap, Stichting Het Zeeuwse Landschap, Stichting Het Groninger Landschap, Stichting Het Utrechts Landschap, de Vereniging It Fryske Gea, de Stichting Het Noordbrabants Landschap, de Stichting Het Zuid-Hollands Landschap, Stichting Het Geldersch Landschap, de Stichting Het Limburgs Landschap een Convenant getekend over het van overheidswege bieden van gelijke kansen bij de uitgifte van gronden voor natuur1.

In artikel 8 van het Convenant is afgesproken dat de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur met inachtneming van de wettelijke kaders bij separaat besluit een onafhankelijke Commissie zal instellen. Deze Commissie krijgt de taak om een niet-bindend advies te geven in verband met de beoordeling op objectiviteit, toetsbaarheid en redelijkheid van de eisen en criteria die door een overheid die het Convenant heeft ondertekend in een concreet geval gesteld zijn aan uitgifte van grond die wordt of zal worden gebruikt voor natuur en de toepassing van deze criteria in het betreffende concrete geval van de uitgifte.

Dit besluit strekt daartoe.

2 Inhoud

Met de instelling van de Commissie wordt invulling gegeven aan de in het Convenant opgenomen wens dat gegadigden die daadwerkelijk betrokken zijn bij de uitgifte van grond die wordt of zal worden gebruikt voor natuur op deze wijze laagdrempelig een niet-bindend advies kunnen inwinnen, om te voorkomen dat direct de grote stap naar de rechter moet worden genomen. De gedachte is dat de overheid die het Convenant heeft ondertekend en daadwerkelijk grond voor natuur uitgeeft in een specifiek geval met dit advies, voor zover nodig en indien van toepassing, de gestelde criteria bij de uitgifte van gronden voor natuur en de toepassing ervan in het concrete geval heroverweegt. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling dat de Commissie gaat treden in de beoordeling van (eisen en criteria die zien op) het algemeen uitgiftebeleid van gronden voor natuur of de beleidsvrijheid van de overheid die het Convenant heeft ondertekend en daadwerkelijk grond voor natuur uitgeeft. Voor de definitie wat verstaan moet worden onder uitgifte van gronden die worden of zullen worden gebruikt voor natuur, wordt verwezen naar artikel 1 van het Convenant.

Het advies van de Commissie is beperkt tot de vraag of de in het concrete geval van gronduitgifte voor natuur door de betrokken Overheid gehanteerde selectie- en gunningscriteria objectief, toetsbaar en redelijk zijn.

De Commissie heeft niet tot taak advies te geven over transacties en uitgifte van gronden tussen publiekrechtelijke rechtspersonen onderling of binnen eenzelfde publiekrechtelijke rechtspersoon, omdat het Convenant geen betrekking heeft op dergelijke transacties.

Overigens blijft, ongeacht het advies van de Commissie, het zogenoemde Didam-arrest, waarin de Hoge Raad heeft geoordeeld dat overheden die een onroerende zaak willen verkopen in beginsel gelijke kansen moeten bieden aan potentiële gegadigden om mee te dingen, volledig gelden.

De betrokken Overheid kan besluiten de gronduitgifte aan te houden gedurende de periode dat de Commissie zich buigt over het concrete geval, maar kan de gronduitgifte ook reeds in gang zetten, mits de in het Convenant opgenomen inschrijf- en bezwaartermijnen in acht zijn genomen. Een betrokken Overheid, die afwijkt van het advies van de Commissie, doet dit met een motivering. Dit laat onverlet dat zowel de betrokken Overheid als de betrokken gegadigde naar de rechter kunnen gaan voor een rechterlijk oordeel. Het voorleggen van een klacht betreffende een uitgifte aan de Commissie heeft geen schorsende werking voor een gang naar de rechter.

De voorzitter en de leden worden op persoonlijke titel benoemd voor een periode van maximaal drie jaar en zijn maximaal voor drie jaar herbenoembaar. Ze worden benoemd op basis van hun aantoonbare deskundigheid en praktijkervaring bij de uitgiften van gronden voor natuur. Ten minste twee leden dienen kennis te hebben van het overheidsbeleid voor natuur en het relevante rechtsgebied, te weten het eigendomsrecht, het mededingingsrecht of het pachtrecht. LVVN stelt een profielschets op voor de voorzitter en de leden van de Commissie.

De leden worden geselecteerd op basis van een door de Staatssecretaris op te stellen profielschets; voor de op te stellen profielschets worden de VGG (dan wel de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid Federatie Particulier Grondbezit), Natuurmonumenten en de Provinciale Landschappen geraadpleegd. De Staatssecretaris selecteert de voorzitter en de overige leden worden door de voorzitter geselecteerd en ter benoeming voorgedragen aan de Staatssecretaris.

Om de Commissie onafhankelijk te laten functioneren, ligt het in de rede dat de leden niet behoren tot één van de partijen, die het Convenant hebben ondertekend of op een later moment als partij kunnen toetreden, zoals de provincies. De Commissie legt haar werkwijze vast in een reglement. LVVN draagt de kosten van de Commissie.

In onderhavig besluit is opgenomen dat de instellingsdatum van de Commissie bij een besluit van de Staatssecretaris wordt bepaald (artikel 4). De reden daarvoor is om aan te kunnen sluiten bij het moment dat de voorzitter en de leden van de Commissie worden benoemd. In artikel 4 van dit besluit is de opheffingsdatum van de Commissie bepaald op 31 december 2050. Deze datum betreft tevens de datum waarop het Convenant eindigt (artikel 14 van het Convenant).

De instellingsdatum van de Commissie komt overeen met het moment van inwerkingtreding van het besluit. De inwerkingtredingsdatum betreft de datum waarop de Commissie van start gaat (artikel 15 van dit besluit).

Het besluit waarmee de instellingsdatum en de inwerkingtredingsdatum worden bepaald wordt gepubliceerd in de Staatscourant.

De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, J.F. Rummenie


X Noot
1

Strct. 2024, 40757

Naar boven