Convenant over het van overheidswege bieden van gelijke kansen bij de uitgifte van gronden voor natuur

De partijen:

1. De Staat der Nederlanden, hierna te noemen: de Staat, in dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door:

a. de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, de heer ir. J.F. Rummenie, hierna ook afzonderlijk te noemen: LVVN, en

b. de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening voor zover het betreft het privaatrechtelijke beheer van onroerende zaken van de Staat, namens deze: de directeur-generaal van het Rijksvastgoedbedrijf, mevrouw ir. Y.L. van der Brugge-Wolring, hierna ook afzonderlijk te noemen: Rijksvastgoedbedrijf,

2. De publiekrechtelijke rechtspersoon Staatsbosbeheer, gevestigd aan het Smallepad 5 te (3811 MG) Amersfoort, ingeschreven in het Handelsregister onder nummer 30263544, in dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer ir. S. Thijsen BNT, directeur, hierna te noemen: Staatsbosbeheer,

3. De vereniging met volledige rechtsbevoegdheid Vereniging Gelijkberechtiging Grondbezitters, gevestigd aan de Apeldoornseweg 250 te (7351 TA) Hoenderloo, ingeschreven in het Handelsregister onder nummer 08194922, in dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer O.O. Gorter, voorzitter en de heer S.E. Baron van Voorst tot Voorst, secretaris, hierna te noemen: VGG,

4. De vereniging met volledige rechtsbevoegdheid Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland, gevestigd aan het Stationsplein 1, te (3818 LE) Amersfoort, ingeschreven in het Handelsregister onder nummer 40516730, in dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer W.J Baron van der Feltz, algemeen directeur, hierna te noemen: Natuurmonumenten,

5. De volgende provinciale landschappen:

a. De stichting Stichting Landschap Noord-Holland, gevestigd aan de Schuine Hondsbosschelaan 45-A, De Plataan, te (1851 HN) Heiloo, ingeschreven in het Handelsregister onder nummer 37073325, in dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer J.S. Rüter, directeur,

b. De stichting Stichting Landschap Overijssel, gevestigd aan de Poppenallee 39 te (7722 KW) Dalfsen, ingeschreven in het Handelsregister onder nummer 41022135, in dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer M. Sijboom, directeur,

c. De stichting Stichting Het Drentse Landschap, gevestigd aan de Kloosterstraat 5 te (9401 KD) Assen, ingeschreven in het Handelsregister onder nummer 41017316, in dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door mevrouw S. van der Meer, directeur,

d. De stichting Stichting Flevo-Landschap, gevestigd aan de Vlotgrasweg 11 te (8219 PP) Lelystad, ingeschreven in het Handelsregister onder nummer 41023912, in dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer J.Ph. Makkink, directeur,

e. De stichting Stichting Het Zeeuwse Landschap, gevestigd aan de Burgstraat 51 te (4475 AN) Wilhelminadorp, ingeschreven in het Handelsregister onder nummer 41113523, in dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer R.W. van Westrienen, directeur,

f. De stichting Stichting Het Groninger Landschap, gevestigd aan de Rijksstraatweg 333 te (9752 CG) Haren Gn, ingeschreven in het Handelsregister onder nummer 41009551, in dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer M.J. Glastra, directeur,

g. De stichting Stichting Het Utrechts Landschap, gevestigd aan de Bunnikseweg 39 te (3732 HV) De Bilt, ingeschreven in het Handelsregister onder nummer 41177576, in dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door mevrouw S.G. van Dockum, directeur,

h. De vereniging met volledige rechtsbevoegdheid Vereniging It Fryske Gea, gevestigd aan de Van Harinxmaweg 17 te (9246 TL) Olterterp, ingeschreven in het Handelsregister onder nummer 40001219, in dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer H.J. de Vries, directeur,

i. De stichting Stichting Het Noordbrabants Landschap, gevestigd aan de Kasteellaan 4 te (5076 RE) Haaren, ingeschreven in het Handelsregister onder nummer 41080575, in dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer J.A.C. Hogenboom, directeur,

j. De stichting Stichting Het Zuid-Hollands Landschap, gevestigd aan de Olof Palmestraat 18 te (2616 LR) Delft, ingeschreven in het Handelsregister onder nummer 41125529, in dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer J.A.W. Bisschops, directeur-bestuurder,

k. De stichting Het Geldersch Landschap, gevestigd aan de Zijpendaalseweg 44 te (6814 CL) Arnhem, ingeschreven in het Handelsregister onder nummer 41047543, in dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer M.P. van Maarseveen, bestuurder,

l. De stichting Stichting Het Limburgs Landschap, gevestigd aan de Rijksstraatweg 1 te (5943 AA) Lomm, ingeschreven in het Handelsregister onder nummer 41076367, in dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer W.F.G. Alblas, directeur-bestuurder,

hierna gezamenlijk te noemen: de Provinciale Landschappen.

Partijen onder nummer 1 tot en met 2 worden hierna gezamenlijk aangeduid als: de Overheden en in enkelvoud ook als: de (betrokken) Overheid.

Partijen allen tezamen worden hierna gezamenlijk aangeduid als: Partijen en in enkelvoud ook als: Partij.

Overwegende:

  • A. Dat voor het realiseren van de doelen op het gebied van onder meer natuur en biodiversiteit, de inzet van alle geïnteresseerden in natuurgronden waaronder particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisaties (ook wel genoemd: TBO’s), particuliere grondeigenaren en particuliere natuurbeheerders, niet zijnde grondeigenaren, van groot belang is.

  • B. Dat bij uitgifte door de Overheden van gronden die worden of zullen worden gebruikt voor natuur – met inachtneming van de wettelijke kaders en in overeenstemming met het Unierecht – sprake moet zijn van gelijke kansen voor de verwerving van die gronden tegen de achtergrond van de klacht, die de VGG in 2008 heeft ingediend bij de Europese Commissie over de subsidie en overdracht van gronden aan particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisaties zoals Natuurmonumenten en de Provinciale Landschappen inzake grondverwerving voor natuurdoeleinden (de Regeling subsidies particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisaties, Staatscourant 22 juli 1993, nr. 137, ingetrokken bij Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 18 oktober 2013, nr. DGNR-PDJNG/13169646, tot intrekking van de Regeling subsidies particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisaties, Staatscourant 2013, nr. 30036). Vanaf 1999 voor de periode 1999–2011 zijn er ook regelingen of ad hoc subsidies van provincies die grotendeels onder dezelfde voorwaarden als deze PNB-regeling subsidies verstrekten in de periode 1999–2011. Het vorenstaande hierna te noemen: de Klacht.

  • C. Dat tegen de achtergrond van de Klacht – mede gelet op de huidige ontwikkelingen in de nationale rechtspraak sinds het zogenaamde Didam-arrest van de Hoge Raad van 26 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1778) – nadere afspraken op het gebied van transparantie bij uitgifte van gronden die worden of zullen worden gebruikt voor natuur duidelijkheid kunnen bieden aan gegadigden.

  • D. Dat de Overheden publieke taken uitvoeren en overheidsbeleid realiseren. In het kader daarvan kunnen de Overheden bij de vervreemding van of het verlenen van zakelijke of persoonlijke rechten op gronden die worden of zullen worden gebruikt voor natuur, eisen stellen aan de verwerver (c.q. gebruiksgerechtigde) en/of eisen stellen aan het gebruik van deze gronden na overdracht in het belang van de natuur of enig ander algemeen belang, mits deze eisen vooraf kenbaar, objectief, toetsbaar en redelijk zijn.

  • E. Dat de Overheden niet verplicht zijn om gronden ter uitgifte aan te bieden aan particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisaties, particuliere grondeigenaren, particuliere natuurbeheerders, niet zijnde grondeigenaren, of andere geïnteresseerden in natuurgronden. De Overheden kunnen ook gronden ter uitgifte aanbieden aan elkaar of andere overheden – bijvoorbeeld in het kader van hun publieke taak of om overheidsbeleid te realiseren – en gronden worden ook overgedragen binnen eenzelfde publiekrechtelijke rechtspersoon. Het is wenselijk dat de Overheden de vrijheid behouden transacties voor uitgifte van gronden aan elkaar en andere overheden of binnen eenzelfde (publiekrechtelijke) rechtspersoon onderling te regelen en uit te voeren zonder dat zij gehouden zijn de bepalingen van dit Convenant na te leven. Het is daarom wenselijk dat publiekrechtelijke rechtspersonen in de breedste zin van het woord, zoals gemeenten, provincies, waterschappen, openbare lichamen, de Staat, Staatsbosbeheer alsmede alle lichamen waaraan krachtens de Grondwet verordenende bevoegdheid is verleend, uit te sluiten van de reikwijdte van dit Convenant waar het gaat om het onderling vervreemden van of het vestigen van zakelijke of persoonlijke rechten op gronden die worden of zullen worden gebruikt voor natuur. Dit ziet dus ook op het bepaalde inzake de afdwingbaarheid en het bepaalde inzake de wijziging van het Convenant.

  • F. Dat – om inzichtelijk te maken of bij de daadwerkelijke uitgifte van gronden die worden of zullen worden gebruikt voor natuur in een concreet geval door de Overheid die de grond uitgeeft subsidie is of kan worden verstrekt – het uit het oogpunt van een eerlijke mededinging wenselijk is dat beter inzichtelijk wordt of de betrokken Overheid budget en/of een verdeelprocedure voor die uitgifte beschikbaar heeft of beschikbaar heeft gesteld. Dit laat onverlet dat subsidies verstrekt worden conform het van toepassing zijnde bestuursrechtelijke kader. Dit Convenant heeft daar geen betrekking op.

  • G. Dat het – met inachtneming van de wettelijke kaders en zonder dat kan worden getreden in de beleidsvrijheid of het van overheidswege gehanteerde algemeen uitgiftebeleid voor gronden die worden of zullen worden gebruikt voor natuur – wenselijk is een onafhankelijke commissie, hierna te noemen: de Commissie, in te stellen die een niet-bindend advies kan geven over de criteria, die de Overheden in een concreet geval hanteren met betrekking tot de uitgifte van gronden die worden of zullen worden gebruikt voor natuur, zodat betrokken gegadigden in een procedure tot uitgifte van gronden, die worden of zullen worden gebruikt voor natuur, vrijwillig en laagdrempelig een niet-bindend advies kunnen inwinnen. Overwegende dat dit onverlet laat dat de betrokken Overheden gemotiveerd kunnen afwijken van dit niet-bindende advies en dat zowel de betrokken Overheden als de betrokken gegadigden op elk moment in de procedure tot uitgifte van gronden naar de rechter kunnen gaan voor een rechterlijk oordeel.

  • H. Dat – nu beoogd wordt het Convenant direct in werking te laten treden voor de Partij die het Convenant ondertekend heeft – de Overheden tijd nodig hebben om de verplichtingen uit dit Convenant – voor zover nodig – te verwerken in hun beleidskaders of werkprocessen en dat daarvoor een redelijke implementatietermijn nodig is. Dat de Overheden derhalve pas een redelijke termijn nadat ze ondertekend hebben de verplichtingen uit dit Convenant kunnen nakomen en dat ze voor die tijd ook niet kunnen worden aangesproken op die verplichtingen.

Handelend met respect voor de zelfstandige bestuurlijke positie, die elk van de Partijen kent,

Hebben gezamenlijk het volgende besloten:

Artikel 1: Definities

  • 1. In dit Convenant wordt verstaan onder:

    a. Convenant:

    het onderhavige convenant;

    b. uitgifte van gronden:

    het uitgeven van grond in eigendom of erfpacht, alsmede het in gebruik geven van grond in pacht, huur of bruikleen voor zover deze (verlengingsopties meegerekend) een langere looptijd hebben dan zes jaar;

    c. gronden die worden of zullen worden gebruikt voor natuur:

    gronden die op het moment van uitgifte van de grond worden of zullen worden gebruikt voor natuur op basis van:

    • i. een algemeen verbindend voorschrift bij of krachtens het publiekrecht vastgesteld; of

    • ii. beleidsdocumentatie van een overheid, waaronder beheerplannen van een provincie; of

    • iii. een in de transactiedocumentatie van de Overheid die de grond uitgeeft door de betrokken Overheid toegekende privaatrechtelijke bestemming; of

    • iv. overige schriftelijke documentatie, anders dan bedoeld onder i, ii en iii, van de Overheid die de grond uitgeeft, waaruit op een voor de betrokken Overheid bindende wijze blijkt dat die grond na uitgifte wordt of zal worden gebruikt voor natuur.

  • 2. Uitgifte van gronden die gedeeltelijk worden of zullen worden gebruikt voor natuur zijn de gronden waarbij ten minste 50% van de oppervlakte van het uit te geven perceel grond, waarbij gebouwen niet in aanmerking worden genomen, wordt of zal worden gebruikt voor natuur.

Artikel 2: Doel en reikwijdte van dit Convenant

  • 1. Het doel van dit Convenant is om alle geïnteresseerden in natuurgronden waaronder particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisaties, particuliere grondeigenaren, particuliere natuurbeheerders, niet zijnde grondeigenaren, gelijke kansen te bieden om mee te dingen naar de verwerving van gronden die worden of zullen worden gebruikt voor natuur uitgegeven in Nederland door de Overheden. De Overheden willen daarbij – rekening houdend met de publieke taken en het algemeen belang dat zij behartigen – zoveel mogelijk een gelijk speelveld creëren voor alle gegadigden bij de uitgifte van deze gronden.

  • 2. Het doel van dit Convenant is tevens om in het kader van een eerlijke mededinging beter inzicht te geven of de Overheden een publiek budget en – voor zover krachtens het toepasselijk bestuursrechtelijk of privaatrechtelijk kader nodig – een verdeelprocedure beschikbaar hebben ten behoeve van alle geïnteresseerden in natuurgronden waaronder particuliere grondeigenaren, particuliere natuurbeheerders, niet zijnde grondeigenaren, en particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisaties voor de verwerving van gronden die worden of zullen worden gebruikt voor natuur.

  • 3. Dit Convenant heeft alleen betrekking op uitgifte van gronden die (gedeeltelijk) worden of zullen worden gebruikt voor natuur.

  • 4. Dit Convenant heeft geen betrekking op transacties en uitgifte van gronden tussen publiekrechtelijke rechtspersonen onderling of binnen eenzelfde publiekrechtelijke rechtspersoon.

Artikel 3: Maximale transparantie en instelling één landelijk meldpunt

  • 1. De Overheden zullen – voor zover een dergelijke gronduitgifte binnen hun bevoegdheid valt – maximale transparantie betrachten, op de wijze als hierna geregeld in het Convenant, bij de uitgifte van gronden die worden of zullen worden gebruikt voor natuur.

  • 2. Om gelijke kansen voor alle gegadigden te creëren zullen de Overheden tijdig openbaarheid verzekeren met betrekking tot de onroerende zaak, de beschikbaarheid van de onroerende zaak, de selectie- en gunningsprocedure, het tijdschema en de toe te passen selectie- en gunningscriteria. Hiertoe worden alle door de Overheden voorgenomen verkopen van overheidsgronden die worden of zullen worden gebruikt voor natuur vooraf – naast de door de Overheden gebruikelijk gehanteerde bekendmakingen – tevens gepubliceerd op één landelijk meldpunt met een openbaar raadpleegbare website.

  • 3. Ter voldoening aan het in het tweede lid van dit artikel opgenomen vereiste van publicatie op één landelijk meldpunt met een openbaar raadpleegbare website, kunnen Staatsbosbeheer en het Rijksvastgoedbedrijf gebruik maken van Biedboek.nl.

Artikel 4: Selectie- en gunningscriteria bij openbare selectieprocedure

  • 1. De Overheden zullen – voor zover een dergelijke gronduitgifte binnen hun bevoegdheid valt – bij de uitgifte van gronden die worden of zullen worden gebruikt voor natuur zorgen dat de toe te passen selectie- en gunningscriteria objectief, toetsbaar en redelijk zijn.

  • 2. De toe te passen criteria worden alle van een motivering voorzien, waarbij in het geval van de criteria die betrekking hebben op het behoud of realisatie van de natuurfunctie, afdoende blijkt dat deze criteria objectief, toetsbaar en redelijk zijn voor het duurzaam behouden of realiseren van de natuurfunctie.

  • 3. Indien meer bieders in gelijke mate aan alle criteria voldoen wordt gegund aan de hoogste bieder.

Artikel 5: Eén serieuze gegadigde

  • 1. De Overheden zijn in de situatie dat op basis van objectieve, toetsbare en redelijke criteria bij voorbaat vaststaat of redelijkerwijs mag worden aangenomen dat slechts één serieuze gegadigde bestaat voor de uitgifte van gronden die worden of zullen worden gebruikt voor natuur niet verplicht om de in artikel 4 van dit Convenant bedoelde openbare selectieprocedure te volgen, noch om de in artikel 6 van dit Convenant bedoelde termijnen aan te houden.

  • 2. In het geval als bedoeld in het eerste lid zal de betrokken Overheid het voornemen tot uitgifte ten minste 30 kalenderdagen voorafgaand aan de uitgifte bekend maken op het landelijke meldpunt als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van dit Convenant en zal de betrokken Overheid bij die bekendmaking motiveren waarom op grond van objectieve, toetsbare en redelijke criteria bij voorbaat vaststaat of redelijkerwijs mag worden aangenomen dat er slechts één serieuze gegadigde in aanmerking komt.

  • 3. Partijen spreken af dat in het kader van dit Convenant alleen in de volgende gevallen sprake kan zijn van één serieuze gegadigde voor de uitgifte van gronden gebruikt voor natuur:

    • a. gronden waarvan de uitgifte onderdeel uitmaakt van een groter gebiedsproces, waarbij de uitgifte van gronden tussen diverse partijen onder regie van een overheid noodzakelijk is om het overkoepelend gebiedsproces te realiseren;

    • b. indien de betreffende gronden al op een andere wijze in mededinging zijn aangeboden, zoals met een prijsvraag, in een tender of in een aanbestedingsprocedure;

    • c. ter eerbiediging van wettelijke, contractuele of lopende rechten die dateren van vóór de inwerkingtreding van het Convenant voor de Staat en die de Overheden hebben te eerbiedigen;

    • d. de uitgifte plaatsvindt ten behoeve van openbare nutsvoorzieningen;

    • e. voor gebruik in het kader van landbouw door een agrarisch bedrijf;

    • f. indien sprake is van percelen kleiner dan 1,0 ha;

    • g. indien sprake is van ingesloten percelen;

    • h. in geval van ruiling van gronden;

    • i. in naar aard en strekking vergelijkbare gevallen.

  • 4. De Overheden die een beroep doen op (één of meer van) de uitzonderingen zoals opgenomen in dit artikel kunnen dit alleen doen in een situatie waar op grond van objectieve, toetsbare en redelijke criteria bij voorbaat vaststaat of redelijkerwijs mag worden aangenomen dat er slechts één serieuze gegadigde in aanmerking komt.

Artikel 6: Inschrijf- en bezwaartermijn bij selectie- en gunningsprocedures

  • 1. De Overheden zullen – voor zover een dergelijke gronduitgifte binnen hun bevoegdheid valt – gegadigden – ter voorbereiding op de selectie- en gunningsprocedure voor de uit te geven gronden die worden of zullen worden bestemd voor natuur – een redelijke inschrijftermijn bieden, afhankelijk van de omvang van het gebied met een minimum van ten minste 42 kalenderdagen.

  • 2. De Overheden zullen – voor zover een dergelijke gronduitgifte binnen hun bevoegdheid valt – na het doorlopen van de selectie- en gunningsprocedure voor de uitgifte van gronden die worden of zullen worden gebruikt voor natuur een opschortende termijn van ten minste 42 kalenderdagen in acht nemen alvorens tot gunning en contractering kan worden overgegaan.

  • 3. De gunningsbeslissing zal dragend gemotiveerd worden, in het bijzonder indien niet wordt gegund aan de hoogste bieder.

Artikel 7: Kenbaarheid over beschikbaarheid van overheidsbudget voor derden ten behoeve van de verwerving van gronden die worden of zullen worden gebruikt voor natuur

  • 1. De Overheden zijn – voor zover zij overheidsbudget ter beschikking stellen ten behoeve van de verwerving van gronden die worden of zullen worden gebruikt voor natuur – transparant over het budget en de – voor zover krachtens het toepasselijk bestuursrechtelijk of privaatrechtelijk kader vereist – mogelijke verdeelprocedure die zij bij een daadwerkelijke uitgifte van deze gronden beschikbaar hebben of beschikbaar hebben gesteld voor derden.

  • 2. Deze transparantie wordt in ieder geval – met inachtneming van de bepalingen en termijnen als bedoeld in het toepasselijke bestuursrechtelijke kader – ook verzekerd door – naast de door de Overheden gehanteerde gebruikelijke bekendmakingen – het budget en – voor zover krachtens het toepasselijk bestuursrechtelijk of privaatrechtelijk kader vereist – de mogelijke verdeelprocedure ook te vermelden in de in artikel 3, tweede lid en artikel 5, tweede lid van dit Convenant bedoelde publicaties.

Artikel 8: Onafhankelijke Commissie

  • 1. LVVN zal, met inachtneming van de wettelijke kaders en met behoud van haar publiekrechtelijke verantwoordelijkheid, bij separaat besluit een onafhankelijke Commissie instellen.

  • 2. Deze Commissie zal zodanig worden vormgegeven dat:

    • a. deze Commissie zal bestaan uit 5 leden;

    • b. de leden van de Commissie onafhankelijk en onpartijdig zullen zijn;

    • c. de leden worden benoemd op grond van hun aantoonbare kennis en ervaring op het gebied van verkoop van gronden ten behoeve van natuurontwikkeling en natuurbeheer;

    • d. ten minste 2 leden aantoonbare kennis hebben van het relevante overheidsbeleid en rechtsgebied;

    • e. de leden worden geselecteerd op basis van een door LVVN op te stellen profielschets en na raadpleging van VGG (dan wel de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid Federatie Particulier Grondbezit) en Natuurmonumenten en de Provinciale Landschappen;

    • f. LVVN een lid van de Commissie kan schorsen of ontslaan wegens ongeschiktheid of onbekwaamheid voor de functie of wegens andere zwaarwegende redenen;

    • g. de Commissie de taak krijgt om – uitsluitend op verzoek van een betrokken gegadigde – een niet-bindend advies te geven in verband met de eisen en criteria die door de betrokken Overheid gesteld zijn aan uitgifte van grond die wordt of zal worden gebruikt voor natuur en de toepassing van deze criteria in het betreffende geval;

    • h. het advies van de Commissie beperkt is tot de vraag of de door de betrokken Overheid – bij uitgifte van de gronden die worden of zullen worden gebruikt voor natuur – in het concrete geval gehanteerde selectie- en gunningscriteria objectief, toetsbaar en redelijk zijn.

  • 3. LVVN zal in het besluit tot instelling van de Commissie opnemen dat de Commissie haar eigen werkwijze schriftelijk vastlegt in een reglement.

  • 4. Het reglement beschrijft in ieder geval volgens welke procedure een geval van uitgifte van grond die wordt of zal worden gebruikt voor natuur door de Commissie wordt behandeld, in welke gevallen de Commissie een niet-bindend advies kan geven, dat het voorleggen van een geval van uitgifte van grond die wordt of zal worden gebruikt voor natuur aan de Commissie geen schorsende werking heeft voor een gang naar de rechter en de wijze waarop de Commissie met verkregen informatie omgaat. Een betrokken Overheid die afwijkt van het advies doet dit met een motivering.

Artikel 9: Implementatietermijn

  • 1. Een Overheid spant zich tot het uiterste in om – voor zover nodig – de eigen regelgeving, beleidsdocumenten en werkprocessen in ieder geval in overeenstemming te hebben gebracht met dit Convenant binnen 1 jaar nadat dit Convenant voor die Overheid in werking is getreden als bedoeld in artikel 14, eerste lid van dit Convenant. Een Overheid spant zich in om gedurende dit jaar de geest en strekking van dit Convenant zoveel als redelijkerwijs van haar verwacht kan worden na te leven.

  • 2. LVVN spant zich tot het uiterste in om de landelijke website, als bedoeld in artikel 3 van dit Convenant, uiterlijk op 1 oktober 2025 in werking te hebben.

  • 3. De Overheden spannen zich ieder voor zich tot het uiterste in om de mededelingen, als bedoeld in artikel 3, 5 en 7 van dit Convenant, op de landelijke website te publiceren binnen 1 jaar nadat de landelijke website als bedoeld in artikel 3 van dit Convenant in werking is.

Artikel 10: Evaluatie en voortgang

  • 1. LVVN voert – gedurende de duur van dit Convenant – iedere twee jaar, te starten op 1 januari 2027 na ondertekening van dit Convenant, een evaluatie uit over de uitvoering van dit Convenant.

  • 2. In de evaluatie zal in ieder geval aan de orde komen de realisatie van het doel van dit Convenant, de uitvoerbaarheid van dit Convenant en de ontwikkelingen in de relevante jurisprudentie op het gebied van het Didam-arrest.

  • 3. De opzet en conclusie van de evaluatie wordt eerst besproken met alle Partijen voordat de eindconclusie bekend wordt gemaakt. LVVN maakt van de evaluatie een verslag dat eerst wordt voorgelegd aan alle Partijen voordat het bekend wordt gemaakt.

  • 4. De evaluatie wordt gebruikt om waar nodig wijzigingen aan te brengen in dit Convenant, dit Convenant eerder te beëindigen dan overeengekomen in artikel 14 van dit Convenant of nadere maatregelen voor te stellen om het doel van dit Convenant te realiseren. Wijzigingen worden gedaan in overeenstemming met het bepaalde in artikel 11 van dit Convenant.

Artikel 11: Wijzigingen

  • 1. Elke Partij kan schriftelijk aan LVVN een wijziging van dit Convenant verzoeken.

  • 2. De wijziging behoeft de instemming van alle Partijen.

  • 3. Partijen treden in overleg binnen vier weken nadat een Partij het verzoek heeft kenbaar gemaakt aan LVVN. LVVN informeert de overige Partijen over de voorgestelde wijziging en vraagt hen om instemming.

  • 4. Nadat alle Partijen aan LVVN kenbaar hebben gemaakt in te stemmen met het verzoek tot wijziging wordt de wijziging en de verklaringen tot instemming als bijlage aan dit Convenant gehecht.

Artikel 12: Nakoming en geschillen

  • 1. Onverlet het bepaalde in artikel 9 van dit Convenant en met inachtneming van het bepaalde in het tweede lid van dit artikel, komen Partijen overeen dat de nakoming van de afspraken van dit Convenant in rechte afdwingbaar is.

  • 2. Partijen komen overeen dat in de situatie waarbij sprake is van een specifieke uitgifte van gronden die worden of zullen worden gebruikt voor natuur, inclusief de transacties die daarmee samenhangen, de nakoming van de afspraken in dit Convenant alleen in rechte kan worden afgedwongen door de rechtstreeks in haar belang getroffen betrokken gegadigde(n) en de betrokken Overheid in het geschil.

  • 3. Partijen komen overeen dat de Partijen bij dit Convenant bij niet-naleving van de afspraken van dit Convenant jegens elkaar geen schadevergoeding zullen vorderen en jegens elkaar niet gehouden zijn tot enige vergoeding van schade die in causaal verband staat met de niet-naleving van dit Convenant.

  • 4. Partijen komen overeen dat geschillen tussen Partijen omtrent dit Convenant uitsluitend kunnen worden voorgelegd aan de bevoegde rechter in Den Haag.

  • 5. Geschillen tussen Partijen over dit Convenant zullen alleen aan de bevoegde rechter in Den Haag worden voorgelegd nadat Partijen eerst zelf gedurende ten minste drie maanden onderling op een serieuze manier hebben getracht het geschil op te lossen.

Artikel 13: Citeertitel

Dit Convenant kan worden aangehaald als: ‘Convenant over het van overheidswege bieden van gelijke kansen bij de uitgifte van gronden voor natuur‘.

Artikel 14: Inwerkingtreding en duur

  • 1. Dit Convenant treedt voor een Partij in werking met ingang van de dag na diens ondertekening, mits op de dag van ondertekening aan alle totstandkomingsvereisten als genoemd in het vijfde lid van dit artikel is voldaan, en eindigt – enkel met instemming van Partijen – op 31 december 2050 of zoveel eerder of later als Partijen onderling nader bepalen.

    Indien op de dag van ondertekening door een Partij nog niet is voldaan aan alle totstandkomingsvereisten als genoemd in het vijfde lid van dit artikel, dan treedt dit Convenant voor die Partij in werking met ingang van de dag nadat wel aan alle totstandkomingsvereisten als genoemd in het vijfde lid van dit artikel is voldaan en eindigt – enkel met instemming van Partijen – op 31 december 2050 of zoveel eerder of later als Partijen onderling nader bepalen.

    Wijzigingen van dit Convenant worden gedaan in overeenstemming met het bepaalde in artikel 11 van dit Convenant.

  • 2. Indien bepalingen in dit Convenant in strijd blijken te zijn met dwingende wetgeving of een onherroepelijke uitspraak van de rechter, treden Partijen met elkaar in overleg over het wijzigen dan wel het ontbinden van het Convenant. Het overleg ziet uitsluitend op die onderdelen die door de wetgeving of de uitspraak worden geraakt.

  • 3. Dit Convenant is voor een Overheid niet van toepassing op transacties met betrekking tot uitgifte van gronden van die Overheid die dateren van vóór de datum waarop dit Convenant voor die Overheid in werking is getreden als bedoeld in het eerste lid van dit artikel.

  • 4. Dit Convenant eindigt voor elke Overheid eerder dan de in het eerste lid van dit artikel bedoelde duur indien deze met een gelijktijdig aangetekend schrijven naar de andere Partijen heeft aangegeven dat wet- of regelgeving, beleidsregels of naar buiten toe kenbare instructies zodanig is/zijn aangepast dat daarmee hetzelfde effect wordt bereikt als dit Convenant en alle andere Partijen instemmen met beëindiging van dit Convenant voor de betreffende Overheid. De andere Partijen moeten dan binnen vier weken na het aangetekend schrijven schriftelijk instemmen met de beëindiging van het Convenant voor de betreffende Overheid. Indien binnen vier weken na het aangetekend schrijven LVVN geen schriftelijk bericht heeft ontvangen waaruit blijkt dat er niet is ingestemd, wordt het Convenant geacht beëindigd te zijn voor de desbetreffende Overheid. LVVN doet van beëindiging van het Convenant voor de betreffende Overheid mededeling in de Staatscourant.

  • 5. Dit Convenant komt niet eerder tot stand dan nadat:

    • a. Natuurmonumenten, de Provinciale Landschappen en VGG gezamenlijk door middel van een gelijktijdig aangetekend schrijven de andere Partijen bij dit Convenant hebben geïnformeerd dat de tussen Natuurmonumenten, de Provinciale Landschappen en VGG gesloten vaststellingsovereenkomst inzake de beëindiging van alle lopende geschillen tussen Natuurmonumenten, de Provinciale Landschappen en VGG die betrekking hebben op en/of verband houden met de Klacht, in werking is getreden; en

    • b. VGG haar klacht zoals ingediend bij de Europese Commissie schriftelijk onvoorwaardelijk en definitief heeft ingetrokken en de Europese Commissie daarvan een schriftelijke bevestiging heeft gestuurd. VGG zal de andere Partijen bij dit Convenant bij gelijktijdig aangetekend schrijven een kopie van de intrekkingsbrief van VGG en een kopie van de bevestigingsbrief van de Europese Commissie toesturen; en

    • c. VGG haar vorderingsbrief inzake de toepassing van de Wet terugvordering staatssteun van 6 september 2024 – met kenmerk CK/AaK/1044131/32522892v1 – gericht aan de bewindspersonen van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur schriftelijk onvoorwaardelijk en definitief heeft ingetrokken. VGG zal de andere Partijen bij dit Convenant bij gelijktijdig aangetekend schrijven een kopie van de intrekkingsbrief van VGG toesturen.

  • 6. Dit Convenant kan door een betrokken Overheid of de Overheden gezamenlijk tussentijds worden opgezegd, indien zich op enig moment gedurende de duur van dit Convenant één of meer van de volgende omstandigheden voordoet:

    • a. door één of meer (oud) leden, huidige leden of toekomstige leden van VGG of aan hen gelieerde rechtspersonen of door VGG zelf één of meer procedures bij een nationale of een Europese rechter aanhangig worden gemaakt dan wel dan wel claim(s) bij een overheid worden ingediend en deze procedure(s) en/of claim(s) voor een overheid hebben geleid tot een substantiële verplichting tot terugvordering van (één of meerdere) PNB-subsidie(s) en/of rente daarover die rechtens is vastgesteld in een onherroepelijke uitspraak en/of hebben geleid tot een substantiële verplichting tot schadevergoeding voor Natuurmonumenten en/of één of meer Provinciale Landschappen dan wel een overheid of overheden die rechtens is vastgesteld in een onherroepelijke uitspraak en/of hebben geleid tot een substantiële verplichting tot ongedaanmaking van (een) op basis van deze PNB-subsidie(s) door Natuurmonumenten en/of één of meer Provinciale Landschappen verrichte grondaanko(o)p(en) en/of hebben geleid tot een substantiële verplichting tot ongedaanmaking van in het kader van deze PNB-regeling aan Natuurmonumenten en/of één of meer Provinciale Landschappen overgedragen grond(en) (om niet) die rechtens is vastgesteld in een onherroepelijke uitspraak; of

    • b. door één of meer (oud) leden, huidige leden of toekomstige leden van VGG of aan hen gelieerde rechtspersonen of VGG zelf onrechtmatigheidsrente over de in dit lid 6 onder a bedoelde vermeend onrechtmatig verleende staatssteun wordt gevorderd en deze procedure(s)/claim(s) leiden tot een substantiële verplichting tot vordering van (onrechtmatigheids)rente over (één of meerdere) door Natuurmonumenten en/of één of meer Provinciale Landschappen ontvangen PNB-subsidie(s) en/of (een) verrichte grondaanko(o)p(en) en/of grondoverdracht(en) (om niet) die rechtens is vastgesteld in een onherroepelijke uitspraak ; of

    • c. de Europese Commissie een formele onderzoeksprocedure ex artikel 108, tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie start in verband met de in dit lid 6 onder a bedoelde (vermeende) staatssteun of soortgelijke staatssteun of klacht(en), al dan niet als gevolg van actie(s) van één of meer (oud) leden, huidige leden of toekomstige leden van VGG of aan hen gelieerde rechtspersonen of door VGG zelf, en oordeelt dat de Staat en/of provincie(s) gehouden zijn tot (een) substantiële ongedaanmaking van (een) in het kader van de PNB-regeling verrichtte grondaanko(o)p(en) en/of grondoverdracht(en) (om niet) en/of tot een substantiële terugvordering van (één of meerdere) PNB-subsidie(s) van Natuurmonumenten en/of één of meer Provinciale Landschappen, al dan niet (mede) in de vorm van terugbetaling van rente daarover, en dit besluit onherroepelijk is geworden; of

    • d. anders in rechte onherroepelijk is vast komen te staan dat Natuurmonumenten en/of één of meer Provinciale Landschappen een rechtstreeks uit het Unierecht voortvloeiende verplichting hebben om substantiële (één of meerdere) PNB-subsidie(s) terug te betalen en/of rente daarover dan wel substantiële onrechtmatigheidsrente te betalen aan de Staat en/of (een) provincie(s) dan wel gehouden zijn tot een substantiële ongedaanmaking van (een) grondaanko(o)p (en) en/of grondoverdracht(en) (om niet).

    Onder substantieel wordt in dit lid 6 onder a tot en met d verstaan: een bedrag van € 37 miljoen of meer of ongedaanmaking van een grondtransactie of grondoverdracht waarmee een grondwaarde is gemoeid van € 37 miljoen of meer.

    Onder onherroepelijk wordt in dit lid 6 onder a tot en met d verstaan: een besluit of uitspraak waartegen geen beroep meer kan worden ingesteld of waarin de hoogste (nationale of Europese) rechter een uitspraak heeft gedaan.

  • 7. De in het zesde lid van dit artikel opgenomen opzegging dient plaats te vinden door middel van een gelijktijdig aangetekend schrijven naar de andere Partijen bij dit Convenant met inachtneming van een opzegtermijn van twee maanden.

Artikel 15: Toetreding

  • 1. Teneinde provincies in Nederland in zo ruim mogelijke mate te doen participeren in dit Convenant, bestaat voor hen de mogelijkheid om gedurende de looptijd van het Convenant als partij toe te treden. Een toetredende partij dient de verplichtingen die voor haar uit het Convenant voortvloeien (zonder voorbehoud) te aanvaarden.

  • 2. Een provincie maakt haar verzoek tot toetreding schriftelijk bekend aan LVVN. Dit verzoek dient ondertekend te zijn door de bevoegde organen van de provincie. LVVN zal de toetredende partij bij aangetekend schrijven (bevestigingsbrief) de status van partij bij dit Convenant bevestigen. In de bevestigingsbrief zal de toetredende partij door LVVN tevens worden geïnformeerd of al dan niet aan alle totstandkomingsvereisten als genoemd in het vijfde lid van artikel 14 van dit Convenant is voldaan. Indien aan alle voornoemde totstandkomingsvereisten is voldaan, dan treedt dit Convenant voor de toetredende partij in werking met ingang van de dag na de dag van ontvangst van de bevestigingsbrief. De toetredende partij bericht LVVN over de ontvangst van de bevestigingsbrief. Indien op de dag van ontvangst van de bevestigingsbrief nog niet is voldaan aan alle voornoemde totstandkomingsvereisten dan treedt dit Convenant voor de toetredende partij in werking met ingang van de dag nadat wel aan alle voornoemde totstandkomingsvereisten is voldaan.

  • 3. Het verzoek tot toetreding en de bevestigingsbrief worden in afschrift als bijlage aan het Convenant gehecht.

Artikel 16: Openbaarmaking

Dit Convenant, en elke wijziging conform artikel 11 van het Convenant of beëindiging conform artikel 14 van het Convenant, alsmede een toetreding conform artikel 15 van dit Convenant wordt door LVVN openbaar gemaakt, onder andere in de Staatscourant en in provinciale bladen, waardoor een ieder daarvan kennis kan nemen.

Artikel 17: Ondertekening

Dit Convenant kan door een Partij handgeschreven of elektronisch ondertekend worden. Elke Partij informeert LVVN over de gekozen vorm van ondertekening. Dit Convenant wordt ondertekend door Partijen in verschillende exemplaren, die samengevoegd hetzelfde rechtsgevolg hebben alsof dit Convenant is ondertekend door alle Partijen in één exemplaar.

Aldus overeengekomen en ondertekend, 22 november 2024

De ondertekening zal plaatsvinden via losse handtekeningenpagina’s.

Naar boven