Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 7 oktober 2025, nr. IENW/BSK-2025/242199, houdende wijziging van de Scheepsafvalstoffenregeling Rijn- en binnenvaart ter invulling van de ontgasverplichting en ter uitvoering van artikel 45, tweede lid, van het Scheepsafvalstoffenbesluit Rijn- en binnenvaart [KetenID WGK028157]

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,

Gelet op artikel 45, tweede lid, van het Scheepsafvalstoffenbesluit Rijn- en binnenvaart;

BESLUIT:

ARTIKEL I

In de Scheepsafvalstoffenregeling Rijn- en binnenvaart wordt onder vernummering van artikel 20a tot 20b na Paragraaf 5 een paragraaf ingevoegd, luidende:

Paragraaf 5a. Ontgassingsstandaarden

Artikel 20a

Indien in een ladingtank goederen zijn vervoerd waarvan de dampen overeenkomstig de ontgassingsstandaarden en afgifte- en innamevoorschriften van aanhangsel IIIa bij de Uitvoeringsregeling niet in de atmosfeer mogen worden geventileerd, wordt de ladingtank ontgast als bedoeld in dat aanhangsel, behoudens gevallen waarvoor in het besluit is bepaald dat ontgassing niet verplicht is.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, R. Tieman

TOELICHTING

Algemeen deel

Inleiding

Met de inwerkingtreding van het Besluit van 28 mei 2020 tot wijziging van het Scheepsafvalstoffenbesluit Rijn- en binnenvaart (SAB) in verband met de invoering van een ontgassingsverbod op de binnenwateren in het Verdrag inzake de verzameling, afgifte en inname van afval in de Rijn- en binnenvaart (CDNI)1 is in Nederland per 1 juli 20242 het verbod op varend ontgassen van kracht. Door dat verbod is het behoudens uitzonderingen niet meer toegestaan om dampen van bepaalde stoffen uit de ladingtank van een schip naar de buitenlucht te laten ontsnappen.

Het verbod treedt gefaseerd in werking, waarbij per fase meer soorten stoffen onder het verbod komen te vallen. In Nederland is fase II van het verbod versneld ingevoerd3 omdat de ratificatie van de wijziging van het CDNI in andere verdragstaten substantiële vertraging had opgelopen en verder uitstel van het verbod in Nederland ongewenst was. Fase III van het verbod gaat overeenkomstig het verdrag in op 1 oktober 2027.

Hoofdlijnen

In artikel 45, tweede lid, van het SAB is bij de invoering van het verbod de mogelijkheid voor de Minister van Infrastructuur en Waterstaat opgenomen om in de Scheepsafvalstoffenregeling Rijn- en binnenvaart (Scheepsafvalstoffenregeling) vast te leggen in welke gevallen een ladingtank ontgast dient te worden bij een ontvangstinstallatie. Op grond van artikel 4 van het SAB geldt een verbod op het uitstoten van dampen aan de buitenlucht, met uitzondering van de stoffen waarvan op grond van artikel 62, derde lid, van het SAB is bepaald dat ze in de atmosfeer mogen worden gebracht. Voor alle andere stoffen zijn de opties 1) het ontgassen bij een ontvangstinstallatie of 2) het in de ladingtank houden van de dampen, waarna er gevaren kan worden met een verenigbaar- of een eenheidstransport overeenkomstig de artikelen 58 en 59 van het SAB.

Met deze wijziging van de Scheepsafvalstoffenregeling wordt de grondslag uit artikel 45, tweede lid, SAB nader ingevuld. Omdat ontgassen aan een installatie al de enige optie was voor dampen van stoffen die niet aan de buitenlucht mogen worden ontgast (en wanneer er niet met verenigbaar- of eenheidstransport wordt gevaren waarvoor ontgassen niet verplicht is), heeft deze invulling geen gevolgen voor de feitelijke situatie in de praktijk.

Advies en consultatie

Deze regeling heeft geen noemenswaardige gevolgen voor burgers, bedrijven en instellingen. Daarom is de regeling niet voorgelegd aan het Adviescollege toetsing regeldruk.

Verder kan deze wijziging strikt genomen worden gezien als implementatie van de wijziging van het CDNI4 waar het verbod uit voort komt. Een consultatie kan dus ook niet in betekenende mate leiden tot aanpassing van de wijziging. Om die reden is afgezien van internetconsultatie.5

Deze wijziging is tot stand gekomen in nauw overleg met de Inspectie Leefomgeving en Transport, die verantwoordelijk is voor het toezicht op en de handhaving van het verbod. Vanwege die nauwe afstemming en het gegeven dat deze wijziging slechts een invulling betreft zonder feitelijke gevolgen heeft er geen Handhaafbaarheids-, uitvoerbaarheids- fraudebestendigheidstoets plaatsgevonden.

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op de dag na publicatie in de Staatscourant. Daarmee wordt afgeweken van het beleid inzake vaste verandermomenten en de minimuminvoeringstermijn. Dit is in lijn met de uitzonderingen uit Aanwijzing 4.17, vijfde lid, onderdeel d, aangezien het hier gaat om implementatie van een verdrag.

Artikelsgewijs deel

Artikel I

Met dit artikel wordt op grond van artikel 45, tweede lid, SAB aangewezen in welke gevallen het verplicht is om dampen uit een ladingtank te ontgassen bij een ontvangstvoorziening. Dat gaat om de dampen van de goederen die zijn vermeld in de tabellen I tot en met III van Aanhangsel IIIa behorende bij de Uitvoeringsregeling en die niet in de atmosfeer uitgestoten mogen worden, tenzij aan de voorwaarden betreffende de AVFL-waarden6 in de tabellen voldaan is. In dat laatste geval mogen de stoffen worden geventileerd. De dampen van deze goederen die daar niet aan voldoen moeten worden ontgast bij een ontvangstinrichting, tenzij anders wordt bepaald in het SAB. Daarin is bepaald dat ontgassen niet verplicht is wanneer er wordt gevaren met verenigbaar- of eenheidstransport.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, R. Tieman


X Noot
1

Stb. 2020, 170.

X Noot
2

Stb. 2023, 200.

X Noot
3

Stb. 2024, 243.

X Noot
4

Op 22 juni 2017 aangenomen wijziging (Besluit CDNI 2017-I-4) (Trb 2018, 23), van het Verdrag inzake de verzameling, afgifte en inname van afval in de Rijn- en binnenvaart (Trb. 1996, 293)

X Noot
5

Kamerstukken II 2010/11, 29 279, nr. 114 en Kamerstukken II 2016/17, 33 009, nr. 39.

X Noot
6

AVFL-waarden: waarde van de concentratie van de dampen in de ladingtank (in vol.-%) waaronder vrij ventileren is toegestaan.

Naar boven