Besluit van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, van 25 augustus 2025, nr. 2025-0000438212, houdende verlening van mandaat, volmacht en machtiging aan de teamchef van het recherchesamenwerkingsteam in het kader van de Arbeidsvoorwaarden Lokaal Personeel in Aruba, Curaçao en Sint Maarten

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Gelet op de artikelen 10:3, 10:4, eerste lid, 10:9, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 1 van de Arbeidsvoorwaarden Lokaal Personeel in Aruba, Curaçao en Sint Maarten;

Gezien de schriftelijke instemming van de directeur Korpsstaf, bedoeld in artikel 1.1, sub g, van het Mandaatbesluit Politie 2024, kenmerk 2025-0000438345;

BESLUIT:

Artikel 1

  • 1. Aan de teamchef van het recherchesamenwerkingsteam in de zin van artikel 7, eerste lid, van het Protocol inzake gespecialiseerde recherchesamenwerking tussen de landen van het Koninkrijk Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Nederland (Stct. 26 juli 2019, nr. 38964) wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend om namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties besluiten te nemen in het kader van de Arbeidsvoorwaarden Lokaal Personeel in Aruba, Curaçao en Sint Maarten;

  • 2. Het mandaat, de volmacht en de machtiging, bedoeld in het eerste lid, hebben mede betrekking op alle benodigde werkzaamheden ter voorbereiding en ter uitvoering van de besluiten, daaronder begrepen het nemen van besluiten op bezwaarschriften, voor zover het besluit waartegen het bezwaar zich richt niet door de teamchef van het recherchesamenwerkingsteam in mandaat is genomen, en op het instellen en het voeren van beroep, hoger beroep en voorlopige voorziening procedures.

Artikel 2

Ondertekening van besluiten en stukken op grond van mandaat vindt plaats op de volgende wijze:

‘DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES’

namens deze,’

gevolgd door de functieaanduiding, naam en handtekening van de gemandateerde, gevolmachtigde of gemachtigde functionaris.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met vijf jaar voorafgaand aan de datum waarop dit besluit in werking treedt.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, E. van Marum

TOELICHTING

Het recherchesamenwerkingsteam (RST) is een door de vier landen van het Koninkrijk der Nederlanden vastgesteld samenwerkingsverband dat is ingesteld op grond van artikel 57a van de Rijkswet politie en de Wijziging van het Protocol inzake gespecialiseerde recherchesamenwerking tussen de landen van het Koninkrijk.1

Bij het RST zijn zowel Nederlandse rijksambtenaren werkzaam, als werknemers die op de lokale arbeidsmarkt worden geworven. De regeling ‘Arbeidsvoorwaarden Lokaal Personeel’ (ALP) regelt de verhoudingen tussen deze lokaal geworven werknemers en de werkgever, namelijk de Staat der Nederlanden (de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties). Het bevoegd gezag ten aanzien van de lokaal geworven medewerkers van het RST ligt op grond van de ALP bij de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Het beheer van het RST ligt bij de Minister van Justitie en Veiligheid, welke dit met het Mandaat-besluit beheer RST 2020 van 10 juni 2020 (Stct. 2020 nr. 33182) heeft gemandateerd aan de korpschef van de politie in (het Europese deel van) Nederland. Dit betekent dat de politie in en vanuit het Europese deel van Nederland met het ter beschikking stellen van personeel en middelen het RST in staat stelt de teamchef RST namens de minister dien staken op grond van de Rijkswet politie en het Protocol uit te voeren en dat het RST daarvoor, waar mogelijk, gebruik maakt van de infrastructuur van de politie.

De teamchef RST is belast met de dagelijkse leiding van het RST, waaronder de operationele aansturing en een personele verantwoordelijkheid voor medewerkers die werkzaam zijn bij het RST. Gelet hierop is het wenselijk om de teamchef RST aan te wijzen als bevoegd gezag, in de zin van artikel 1, onder c, van de ALP. Daarom voorziet onderhavig mandaatbesluit erin dat de teamchef RST namens de Minister van BZK beslissingen en maatregelen kan nemen in de zin van de ALP.

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, E. van Marum

Naar boven