Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Staatscourant 2025, 30983 | algemeenverbindendverklaring van cao-bepalingen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Staatscourant 2025, 30983 | algemeenverbindendverklaring van cao-bepalingen |
Regeling Arbeidsvoorziening Zeescheepvaart 2025/2027
Verbindendverklaring cao-bepalingen
MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Gelezen het verzoek van Nautilus International mede namens de overige partijen bij bovengenoemde collectieve arbeidsovereenkomst, strekkende tot algemeenverbindendverklaring van bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst;
Partijen ter ener zijde: Netherlands Maritime Employers Association, Vereniging van Werkgevers in de Handelsvaart, Maritime Employers Association Neptune, Sociaal Maritiem Werkgeversverbond, optredendend namens de leden Hal Beheer B.V, Maersk Ship Management B.V, P&O Ferries B.V, Spliethoff Beheer B.V. en Stena Line B.V;
Partij ter andere zijde: Nautilus International.
Gelet op de artikelen 2, 4 en 5 van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten;
Besluit:
Verklaart algemeen verbindend de navolgende bepalingen van bovengenoemde collectieve arbeidsovereenkomst, zulks met inachtneming van hetgeen in de dicta II, III, IV en V is bepaald:
Onder ‘scheepsgezellen’ wordt verstaan: alle zeevarenden beneden de rang van officier.
Onder ‘EU-scheepsgezel(len)’ wordt verstaan:
.1 scheepsgezellen die in Nederland woonachtig zijn;
.2 scheepsgezellen die onderdaan zijn van andere lidstaten van de EU, voor zover zij niet uitgesloten zijn van het vrije verkeer van werknemers;
.3 scheepsgezellen die voldoen aan het gestelde in artikel 4 van de Wet Arbeid Vreemdelingen van 1 januari 2024, Stbl. 2023, 247, laatstelijk gewijzigd bij wet van 12 mei 2023 (Stbl. 2023, 168).
.4 scheepsgezellen die niet behoren tot de categorieën genoemd onder de punten .1, .2, en .3 van dit lid, die voorafgaande aan een mogelijke aanstelling tenminste twee jaren vaartijd in de Nederlandse zeescheepvaart, onder toepassing van een Nederlandse CAO hebben behaald, mits het laatste dienstverband niet langer dan drie jaar geleden beëindigd is;
.5 aan scheepsgezellen als bedoeld in de punten .1, .2, .3, en .4 van dit lid wordt een desbetreffende verklaring afgegeven.
Onder ‘niet-EU-scheepsgezel(len)’ wordt verstaan scheepsgezel(len) die geen ‘EU-scheepsgezel(len)’ zijn, als bedoeld in lid 2 van dit artikel.
Onder ‘Nederlandse zeeschepen’ wordt verstaan schepen als bedoeld in het Burgerlijk Wetboek, boek 8, titel 1, artikel 2, eerste lid, voor zover op grond van Nederlandse rechtsregels de vlag van het Koninkrijk wordt gevoerd.
Onder ‘scheepsbeheerder’ wordt verstaan de beheerder als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel l, van de Wet zeevarenden.
2.1. Onder de werkingssfeer van deze Regeling vallen de arbeidsplaatsen van scheepsgezellen aan boord van Nederlandse zeeschepen.
2.2. De Regeling is niet van toepassing op
.1 reddingsvaartuigen;
.2 vissersvaartuigen;
.3 pleziervaartuigen, welke uitsluitend als zodanig worden gebezigd, voor zover zij geen passagiers tegen vergoeding vervoeren;
.4 schepen die aan het Rijk of enig openbaar lichaam toebehoren, welke tot openbare dienst zijn bestemd;
.5 zeeschepen speciaal ontworpen voor het opnemen en dumpen van zand, klei of stenen en de daarbij betrokken hulpschepen.
De Werkgevers- en Werknemersorganisaties staan met het overeenkomen van deze Regeling gezamenlijk de volgende doelstelling voor:
het reguleren van de vervulling van arbeidsplaatsen door scheepsgezellen op Nederlandse zeeschepen.
4.1. De scheepsbeheerder is bij het zoeken van ‘EU-scheepsgezellen’ voor het dienst doen aan boord van schepen in beginsel vrij al dan niet de tussenkomst van het UWV in te roepen. Ook de werkzoekende ‘EU-scheepsgezel’ die in aanmerking wenst te komen voor het dienst doen op Nederlandse zeeschepen, is vrij in de keuze om volledig naar eigen inzicht werk te zoeken, dan wel hiertoe een beroep te doen op bemiddeling door het UWV.
4.2. De scheepsbeheerder zal voor de vervulling van alle arbeidsplaatsen door scheepsgezellen op Nederlandse zeeschepen geen ‘niet-EU-scheepsgezel(len)’ aanstellen anders dan door bemiddeling van het UWV, tenzij conform lid 4.3. van dit artikel een uitzondering van toepassing is of conform lid 4.4., 4.5. of 4.6. van dit artikel een vrijstelling is verleend.
4.3. De bemiddeling van het UWV voor de vervulling van de arbeidsplaatsen door scheepsgezellen op Nederlandse zeeschepen, is niet nodig indien op deze zeeschepen een of meer scheepstechnici en/of gediplomeerde scheepsgezellen zijn tewerkgesteld en deze functie(s) wordt/worden vervuld door EU-scheepsgezel(len).
In deze gevallen kan volstaan worden met melding van de betreffende zeeschepen aan de Commissie Vrijstellingen RAZ, waarna aansluitend door de betreffende Commissie een verklaring van ontheffing van vrijstelling wordt verleend.
4.4. Een vrijstelling van de bemiddeling van het UWV voor de vervulling van arbeidsplaatsen door niet-EU-scheepsgezellen op Nederlandse zeeschepen kan op aanvraag van de scheepsbeheerder worden verleend door de Commissie Vrijstellingen, als bedoeld in artikel 5 van deze Regeling. Deze aanvraag moet op elektronische wijze via de website www.kvnr.nl worden ingediend.
4.5. De Commissie Vrijstellingen zal zich bij de beoordeling van een aanvraag voor vrijstelling als bedoeld in lid 4.4. van dit artikel, laten leiden door de overwegingen van deze overeenkomst en de doelstelling als genoemd in artikel 3 van deze Regeling. Naast de algemene leidraad voor de beoordeling van een aanvraag voor vrijstelling zal de Commissie Vrijstellingen de aanvraag op de navolgende bijkomende voorwaarden toetsen:
.1 de aanstelling van ‘niet-EU-scheepsgezellen’ op Nederlandse zeeschepen mag niet leiden tot gedwongen ontslag van werknemers, op wie de Nederlandse loon- en arbeidsvoorwaarden van toepassing zijn.
Niettegenstaande deze bepaling, behouden scheepsbeheerders zich het recht voor aan zeevarenden ontslag aan te zeggen in geval van economische noodzaak, door inkrimping van activiteiten, door vermindering van het aantal Nederlandse zeeschepen in eigendom of onder beheer, dreiging van sluiting van een bedrijf, etc.
.2 voor de tewerkstelling van niet-EU-scheepsgezellen op Nederlandse zeeschepen, waarop geen ‘EU-scheepsgezel(len)’ als scheepstechnicus, dan wel als gediplomeerd scheepsgezel tewerkgesteld zijn, dient de aanvraag met redenen te zijn omkleed;
.3 er dient overeenstemming te bestaan tussen de aanvragende scheepsbeheerder en Nautilus International over de van toepassing zijnde loon- en arbeidsvoorwaarden.
4.6. Na beëindiging van de tewerkstelling worden aan ‘niet-EU-scheepsgezellen’ die bij tewerkstelling niet voldeden aan het gestelde onder artikel 1.2. geen rechten toegekend, als bedoeld onder punt 5 van artikel 1.2.
5.1. Er is een Commissie Vrijstellingen.
5.2. Deze commissie oordeelt over aanvragen van scheepsbeheerders voor vrijstelling van de bemiddeling van het UWV voor de vervulling van arbeidsplaatsen door niet-EU- scheepsgezellen.
5.3. Deze commissie bestaat uit:
– twee leden van de werkgeversorganisaties (hierna ‘werkgeversleden’);
– twee leden van de werknemersorganisatie (hierna ‘werknemersleden’);
5.4. De commissie kiest uit zijn leden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter. De functies van voorzitter en plaatsvervangend voorzitter worden in oneven kalenderjaren vervuld door een werkgeverslid en in even kalenderjaren door een werknemerslid. Het secretariaat van de Commissie wordt gevoerd door de Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders (KVNR).
5.5. De leden kunnen een plaatsvervanger aanwijzen, die recht heeft op bijwoning van de vergaderingen van de commissie.
5.6. Vrijstellingen worden verleend bij eenstemmigheid van leden van werkgeverszijde en van werknemerszijde.
5.7. Indien de Commissie Vrijstellingen overweegt een gevraagde vrijstelling geheel of gedeeltelijk te weigeren, zal de scheepsbeheerder onder opgaaf van redenen van dat voornemen schriftelijk op de hoogte worden gebracht en in de gelegenheid worden gesteld door de Commissie Vrijstellingen te worden gehoord alvorens deze ter zake definitief zal beslissen.
Daarnaast kan de Commissie Vrijstellingen besluiten een aanvraag tijdelijk aan te houden. Hiervan zal aan de betreffende scheepsbeheerder schriftelijk onder opgaaf van redenen mededeling worden gedaan.
5.8. Een vrijstelling kan worden ingetrokken door de Commissie Vrijstellingen als blijkt dat de scheepsbeheerder niet of niet meer voldoet aan de voorwaarden voor de afgifte van de vrijstelling. Alvorens de Commissie Vrijstellingen een besluit neemt de vrijstelling in te trekken, deelt zij schriftelijk aan de scheepsbeheerder mee dat zij voornemens is de vrijstelling in te trekken. In de mededeling inzake haar voornemen tot intrekking van de vrijstelling wordt gemotiveerd vermeld op welk punt, resp. op welke punten de scheepsbeheerder niet, of niet meer, voldoet aan de vrijstellingsvoorwaarden. De scheepsbeheerder wordt in de gelegenheid gesteld op het voornemen van de Commissie Vrijstellingen schriftelijk verweer te voeren en/of in een vergadering van de Commissie Vrijstellingen te worden gehoord.
De in dictum I opgenomen bepalingen zijn algemeen verbindend verklaard voor een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van dit besluit.
Voor zover de in dictum I opgenomen bepalingen strijdig zijn met bij of krachtens de wet gestelde of te stellen regelen, prevaleren deze regelen.
Dit betekent in het licht van de gelijke behandelingswetgeving dat ten aanzien van bepalingen waarin onderscheid wordt gemaakt terwijl daarvoor een objectieve rechtvaardiging vereist is, partijen in de uitvoeringspraktijk moeten zorgen voor een legitiem doel waarbij de ingezette middelen voor het bereiken van dat doel passend en noodzakelijk zijn.
Voor zover in de in dictum I opgenomen bepalingen wordt verwezen naar informatie die gepubliceerd is op een website, geldt dat de informatie zoals opgenomen op die website geen onderdeel uit maakt van dit besluit tot algemeenverbindendverklaring. Deze informatie wordt aangemerkt als toepassingspraktijk van cao-bepalingen, zoals bedoeld in paragraaf 3.1. van het Toetsingskader AVV. De inhoud van deze informatie valt niet onder de verantwoordelijkheid van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Uitgezonderd zijn de verwijzingen die wettelijk zijn toegestaan.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2025-30983.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.