Aanwijzing van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 7 juli 2025, kenmerk 4148261-1084926-PZO, op grond van artikel 7 van de Wet marktordening gezondheidzorg, inzake tariefmaatregel samenhangend met Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op artikel 7 van de Wet marktordening gezondheidszorg:

Na op 3 juni 2025 en op 26 juni 2025 schriftelijk mededeling te hebben gedaan aan de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal (Kamerstukken II, 2024–2025, 29 389, nr. 153 en Kamerstukken II, 2024–2025, 29 389, nr. 155) als bedoeld in artikel 8 van de Wet marktordening gezondheidszorg over de tariefmaatregel samenhangend met Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg;

Gezien de procedurevergadering van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 18 juni 2025 en 2 juli 2025;

Besluit:

Artikel 1 Definities

In deze aanwijzing wordt verstaan onder:

bandbreedtetarief:

een bedrag dat ligt tussen of gelijk is aan het bedrag dat ten minste en het bedrag dat ten hoogste (bovengrens) als tarief in rekening mag worden gebracht als bedoeld in artikel 50, eerste lid, onderdeel c, van de wet;

component voor niet-beïnvloedbare factoren:

prestaties met een component voor niet-beïnvloedbare factoren en een bandbreedtetarief die vallen onder de reikwijdte van de aanwijzing niet-beïnvloedbare factoren verpleeghuiszorg van 5 juli 2019 (Staatscourant 2019, 39108);

HLO:

Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg;

maximumtarief:

tarief als bedoeld in artikel 50, eerste lid, onderdeel c van de wet;

vpt:

prestatiebeschrijving volledig pakket thuis;

V&V:

sector Verpleging en Verzorging;

wet:

Wet marktordening gezondheidszorg;

Wlz:

Wet langdurige zorg;

zorgautoriteit:

Nederlandse Zorgautoriteit, genoemd in artikel 3 van de wet;

zzp:

prestatiebeschrijving zorgzwaartepakket.

Artikel 2 Opdracht

De zorgautoriteit stelt met ingang van 1 januari 2026 ter uitvoering van deze aanwijzing beleidsregels en waar nodig regels vast.

Artikel 3 Tariefkorting in verband met financiële afspraken HLO

  • 1. Binnen de Wlz contracteerruimte 2026 die de Minister van VWS vaststelt op grond van artikel 49e van de wet, geldt per 1 januari 2026 een tariefmaatregel van € 260 miljoen in 2026, € 300 miljoen in 2027, € 340 miljoen in 2028, € 380 miljoen in 2029, € 400 miljoen in 2030 en € 414 miljoen structureel vanaf 2031 (prijspeil 2025).

  • 2. Deze tariefmaatregel geldt limitatief voor de (bovengrens van de) integrale maximum- en bandbreedtetarieven voor alle vastgestelde prestatiebeschrijvingen zzp en vpt V&V 1 tot en met 10 binnen de Wlz. Dit is inclusief de prestatiebeschrijvingen voor deeltijdverblijf en de prestatiebeschrijvingen met een component voor niet beïnvloedbare factoren. Het voorgaande geldt voor de prestatiebeschrijvingen die uitsluitend voor de V&V (kunnen) worden toegepast.

  • 3. De zorgautoriteit voert voor elk van de in het eerste lid genoemde jaren de tariefmaatregel (prijspeil 2025) uit door middel van een (per jaar verschillende) uniforme procentuele korting op de (bovengrens van de) integrale maximum- en bandbreedtetarieven van de prestatiebeschrijvingen in het tweede lid.

  • 4. De zorgautoriteit berekent de uniforme generieke taakstellende procentuele korting voor 2026 en latere jaren over de volgende grondslag:

    alle vastgestelde prestatiebeschrijvingen voor zzp en vpt V&V 1 tot en met 10 binnen de Wlz contracteerruimte 2024 vermenigvuldigd met loon- en materiële kostencomponenten (geschoond voor de componenten voor niet beïnvloedbare factoren die onderdeel zijn van de bandbreedtetarieven) voor de betreffende prestatiebeschrijvingen in 2024.

  • 5. De zorgautoriteit verwerkt de jaarlijkse tariefmaatregel generiek, naar rato te verdelen over de loon- en materiële kostencomponenten van de (bovengrens van de) integrale maximumtarieven- en bandbreedtetarieven (geschoond voor de component voor niet beïnvloedbare factoren) behorend bij de prestatiebeschrijvingen in het tweede lid.

Artikel 4 Vaststellen nieuwe tarieven

De zorgautoriteit dient de inhoud van deze aanwijzing als beschreven in voorgaande artikelen voor zover dit is aangewezen te betrekken bij het vaststellen van nieuwe tarieven. Dit betekent dat de zorgautoriteit de tariefmaatregel in de (loon- en materiële kostencomponenten van de) tarieven moet verwerken, indien de aan die tarieven ten grondslag liggende kostengegevens betrekking hebben op een jaar voorafgaand aan 2031 (het jaar waarin de maatregel haar structurele niveau bereikt). De zorgautoriteit doet dit door het verschil te verwerken tussen de tariefmaatregel voor het jaar waarop het nieuwe tarief betrekking heeft met de tariefmaatregel die al verwerkt was in de tarieven van het jaar waarop het kostenonderzoek betrekking heeft.

Artikel 5 Inwerkingtreding

Deze aanwijzing treedt per 1 januari 2026 in werking.

Van deze aanwijzing wordt mededeling gedaan door plaatsing met de toelichting in de Staatscourant.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, N.J.F. Pouw-Verweij

TOELICHTING

Algemeen

Met deze aanwijzing aan de Nederlandse Zorgautoriteit (hierna: zorgautoriteit) geef ik de opdracht om de op grond van het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg1 (hierna: HLO) afgesproken structurele tariefmaatregel met ingang van 2026 door te voeren.

Het kabinet vindt de tariefmaatregel noodzakelijk in het licht van houdbare overheidsfinanciën. De algemene financieel-economische situatie en de hoogte van de collectieve uitgaven nopen tot een beheerste kostenontwikkeling van de zorg en een meer doelmatig gebruik van de beschikbare middelen. De verzachte tariefmaatregel als onderdeel van het HLO draagt hieraan bij.2

Op grond van deze aanwijzing dient de zorgautoriteit met ingang van 2026 en de jaren daarna in de maximum- en bandbreedtetarieven van de vastgestelde prestatiebeschrijvingen zorgzwaartepakketten (hierna: zzp) en volledig pakket thuis (hierna: vpt) V&V 1 tot en met 10 binnen de Wet langdurige zorg (hierna: Wlz) een taakstellende tariefkorting te verwerken. In 2026 gaat het om € 260 miljoen, in 2027 om € 300 miljoen, in 2028 € 340 miljoen, in 2029 om € 380 miljoen, in 2030 om € 400 miljoen en € 414 miljoen structureel vanaf 2031 (prijspeil 2025).

Artikelsgewijs

Artikel 3

Dit artikel bepaalt de omvang van de tariefkorting. Deze tariefkorting geldt limitatief voor de maximum- en bandbreedtetarieven voor alle vastgestelde prestatiebeschrijvingen zzp en vpt V&V 1 tot en met 10 binnen de Wlz. Dit is inclusief de prestatiebeschrijvingen voor deeltijdverblijf en de prestatiebeschrijvingen met een component voor niet beïnvloedbare factoren.

Alle overige prestatiebeschrijvingen vallen niet onder deze tariefmaatregel. Deze overige prestatiebeschrijvingen zijn uitgezonderd van deze tariefmaatregel nu deze doorgaans niet sectorspecifiek gedeclareerd of onderbouwd kunnen worden met sectorspecifieke kosten. Het gaat bijvoorbeeld om de prestatiebeschrijvingen dagbesteding, vervoer, toeslagen, crisiszorg et cetera en alle prestatiebeschrijvingen voor het modulair pakket thuis.

Artikel 5

Indien bijvoorbeeld kostengegevens over het jaar 2026 worden gebruikt bij het vaststellen van nieuwe tarieven voor het jaar 2029 dient voor de tariefmaatregel Wlz-ouderenzorg de oploop van de korting van € 260 miljoen naar € 380 miljoen nog te worden verwerkt. Voor eventuele tussentijdse kleine partiële aanpassingen ten behoeve van regulier onderhoud behoeft de zorgautoriteit de ombuiging niet opnieuw te berekenen.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, N.J.F. Pouw-Verweij


X Noot
1

Het gaat om het Onderhandelaarsakkoord HLO, zie Kamerstukken II, 2024–2025, 29 389, nr. 152.

X Noot
2

In het HLO is afgesproken om de tariefmaatregelen voor de Wlz-ouderenzorg zoals deze volgen uit (het basispad van) het Hoofdlijnenakkoord ‘Hoop, lef en trots’ (Bijlage bij Kamerstuk 36 471, nr. 37.) van 16 mei 2024, te verzachten.

Naar boven