Herzien inrichtingsbesluit OM-Reflectiekamer

Het College van procureurs-generaal

overwegende dat het openbaar ministerie een lerende organisatie is en dat de ontwikkeling van de kwaliteit van de wijze waarop het openbaar ministerie zijn wettelijke taken uitvoert gebaat is bij de versterking en verbreding van de werkzaamheden van de OM-Reflectiekamer en daarmee een intensivering van het reflectie-instrument voor strafzaken waarin een rechter uitspraak heeft gedaan;

gelet op de beraadslagingen en de besluitvorming in de Collegevergadering van 17 december 2024;

BESLUIT:

Artikel 1 Instelling en lidmaatschap

  • 1. Er is een OM-Reflectiekamer, hierna te noemen: de Reflectiekamer.

  • 2. De Reflectiekamer bestaat uit een voorzitter, een plaatsvervangend voorzitter en andere leden.

  • 3. De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter zijn oud-rechter.

  • 4. De andere leden van de Reflectiekamer zijn afkomstig uit het openbaar ministerie, de wetenschap, de advocatuur, de politie en andere opsporingsinstanties, dan wel hebben een specifieke expertise die van belang is voor de reflectie op de werkwijze van het openbaar ministerie als bedoeld in artikel 2.

  • 5. Het College van procureurs-generaal kan naast de vaste leden tevens eenmalig leden benoemen in de Reflectiekamer in verband met de reflectie op één specifieke zaak. Artikel 4 is op deze leden niet van toepassing.

Artikel 2 Taak van de Reflectiekamer

  • 1. De Reflectiekamer heeft tot taak om terug te kijken op (de gang van zaken in) een concrete zaak waarin een rechter einduitspraak heeft gedaan en hieruit lessen te trekken voor de toekomst, naar aanleiding van:

    • a) de beslissing van de Hoge Raad tot herziening van de gerechtelijke uitspraak in deze zaak;

    • b) de door de rechter geconstateerde vormverzuimen in deze zaak, die naar hun aard of inhoud zouden kunnen nopen tot het aanpassen van de werkwijze van het openbaar ministerie;

    • c) kritiek van de rechter op het optreden van het openbaar ministerie in deze zaak, die naar hun aard of inhoud zouden kunnen nopen tot het aanpassen van de werkwijze van het openbaar ministerie;

    • d) andere ontwikkelingen en gebeurtenissen in verband met deze zaak, die naar hun aard of inhoud zouden kunnen nopen tot het aanpassen van de werkwijze van het openbaar ministerie.

  • 2. Onder ‘werkwijze’ in het vorige lid zijn in elk geval begrepen:

    • Adviseringslijnen rond de zaken

    • Al dan niet geautomatiseerde processen en hun beschrijving

    • Bejegening van benadeelde partijen en (andere) slachtoffers

    • Communicatie (OM-intern en door het OM met externen)

    • Informatie-uitwisseling (OM-intern en door het OM met externen)

    • Logging en verslaglegging

    • Motivering van door OM’ers genomen beslissingen

    • Politiek-bestuurlijke behandeling van een zaak

    • Sturing van de zaak (onder andere looptijd en omvang)

    • Taakverdeling (OM-intern en tussen OM en externen)

    • Uitoefening van het gezag over de opsporingsinstanties

    • Uitvoering leidinggevende taken

    • Vaststellen van (juridisch) beleid

    • Vaststellen van de inhoud van interne opleidingen en beïnvloeding van de inhoud van externe opleidingen

    • Veiligheidsaspecten

    • Verantwoordelijkheidsverdeling

Artikel 3 Benoeming door het College van procureurs-generaal

De voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter alsmede de overige leden van de Reflectiekamer worden benoemd door het College van procureurs-generaal.

Artikel 4 Duur, verlenging en beëindiging van het lidmaatschap

  • 1. Benoeming van een lid van de Reflectiekamer vindt plaats voor een periode van ten hoogste drie jaar.

  • 2. Na de eerste benoemingsperiode kan een lid van de Reflectiekamer worden herbenoemd voor een periode van ten hoogste drie jaar.

  • 3. Het lidmaatschap van de Reflectiekamer eindigt:

    • a) doordat de in lid 1 bedoelde periode ten einde komt zonder dat sprake is van herbenoeming;

    • b) doordat de in lid 2 bedoelde periode ten einde komt;

    • c) doordat het lid van de Reflectiekamer zijn lidmaatschap opzegt;

    • d) door intrekking van de benoeming door het College van procureurs-generaal;

    • e) door overlijden.

Artikel 5 Wijze van reflecteren

  • 1. De Reflectiekamer reflecteert in de samenstelling die wordt bepaald door de voorzitter van de Reflectiekamer. Minimaal een kwart en maximaal de helft van de leden die aan een reflectie deelneemt is afkomstig van het openbaar ministerie.

  • 2. Het College kan een advies geven over de samenstelling die reflecteert op een zaak, waaronder de gewenste expertises van de leden en onder wiens voorzitterschap de reflectie plaatsvindt.

  • 3. Aan de Reflectiekamer wordt door leden van het openbaar ministerie de informatie verstrekt die voor het verrichten van hun taak noodzakelijk is.

  • 4. De Reflectiekamer kan in het kader van hun taak interviews houden met en schriftelijke vragen stellen aan in ieder geval:

    • a) leden van de rechterlijke macht, wetenschap, advocatuur, openbaar ministerie, politie en andere opsporingsinstanties die in het bijzonder kennis en ervaring hebben die relevant is voor de reflectie;

    • b) niet-juridische deskundigen die in het bijzonder kennen en ervaring hebben die relevant is voor de reflectie;

    • c) leden van het openbaar ministerie, politie en andere opsporingsinstanties die kennis of informatie kunnen overdragen over de voorliggende concrete strafzaak

Artikel 6 Reflectie per zaak: op verzoek en uit eigener beweging

  • 1. De zaak waarover de Reflectiekamer reflecteert kan:

    • a) met een verzoek tot reflectie door het College van procureurs-generaal worden aangedragen;

    • b) door de Reflectiekamer zelf worden geagendeerd.

  • 2. De Reflectiekamer is verplicht aan een verzoek tot reflectie als bedoeld in lid 1 aanhef en onder a te voldoen.

  • 3. De in artikel 2 lid 1 aanhef en onder d genoemde taak wordt door de Reflectiekamer slechts uitgevoerd na een verzoek tot reflectie zoals in het vorige lid bedoeld.

  • 4. Wanneer de Reflectiekamer reflecteert op een zaak, wordt door de parketten van het openbaar ministerie op dezelfde zaak niet gelijktijdig gereflecteerd.

Artikel 7 Inhoud van het reflectieverslag van de Reflectiekamer

  • 1. Na afronding van de beraadslagingen over een bepaalde zaak brengt de Reflectiekamer over deze zaak een reflectieverslag uit aan het College van procureurs-generaal. Een verslag wordt uitgebracht door tussenkomst van het Wetenschappelijk Bureau van het Openbaar Ministerie.

  • 2. Het verslag van de Reflectiekamer kan concrete aanbevelingen bevatten over de gang van zaken in een concrete strafzaak en over het aanpassen van de werkwijze van het openbaar ministerie.

  • 3. Mocht de Reflectiekamer, bij een reflectie, stuiten op een redelijk vermoeden van plichtsverzuim of van schuld aan enig strafbaar feit, dan wordt dit vermoeden niet in het verslag geëxpliciteerd, doch door de (plaatsvervangend) voorzitter van de Reflectiekamer of door een OM-lid van de Reflectiekamer separaat gedeeld met de voorzitter van het College van procureurs-generaal.

Artikel 8 Secretariaat van de Reflectiekamer

  • 1. Het secretariaat van de Reflectiekamer berust bij een secretaris.

  • 2. Het Wetenschappelijk Bureau van het Openbaar Ministerie, waaronder de reflectiekamer ressorteert, wijst een of meer medewerkers van het openbaar ministerie aan voor het verrichten van de taak van secretaris.

  • 3. De taak van de secretaris bestaat in elk geval uit het voorbereiden van de vergaderingen, het concipiëren van de verslagen en het bewaken van de in de artikel 4 bedoelde termijnen.

  • 4. De secretaris kan bij het voorbereiden en uitvoeren van de interviews en schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 6 lid 3 worden ondersteund.

  • 5. Het secretariaat van de Reflectiekamer is niet belast met de uitvoering van de besluiten die naar aanleiding van de aanbevelingen van de Reflectiekamer worden genomen.

Artikel 9 Geheimhouding

  • 1. Voor de leden van de Reflectiekamer en voor de secretaris geldt dat zij, ook na beëindiging van de band met de Reflectiekamer, geheimhouding betrachten ten aanzien van:

    • a) de inhoud van de schriftelijke en mondelinge gegevens (materiaal uit strafdossiers daaronder uitdrukkelijk begrepen) die aan hen worden voorgelegd ten behoeve van de reflecties;

    • b) de reflecties zelf, voor zover verloop en uitkomst daarvan niet uit het reflectieverslag blijken.

  • 2. Met betrekking tot de in het vorige lid bedoelde verplichting leggen leden en secretaris van de Reflectiekamer vóór aanvang van hun eerste werkzaamheden een schriftelijke geheimhoudingsverklaring af.

Artikel 10 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking na publicatie in het Staatsblad. Vanaf de datum van inwerkingtreding wordt het Instellingsbesluit OM-Reflectiekamer Kwaliteitsontwikkeling, Stb. 2019/66481 ingetrokken.

Den Haag, 17 december 2024

Namens het College van procureurs-generaal, M. Otte, procureur-generaal

[Aldus op 17 december 2024 ondertekend door M. Otte, procureur-generaal]

TOELICHTING

Algemeen

Aanleiding voor dit besluit waarmee de inrichting van de OM-Reflectiekamer wordt herzien is de wens van het College van procureurs-generaal om vaker, en meer gerichte reflecties te laten plaatsvinden naar aanleiding van uitspraken die door de rechter zijn gedaan. Doel van deze reflecties is het trekken van lessen ten behoeve van de kwaliteitsontwikkeling binnen het openbaar ministerie. Sinds de instelling heeft de Reflectiekamer jaarlijks een aantal reflecties verricht naar aanleiding van concrete zaken en ook een aantal over meer algemene onderwerpen. Het College ziet de toegevoegde waarde van de reflecties, maar acht een versterking en verbreding van de werkzaamheden van de Reflectiekamer nodig om deze toegevoegde waarde te vergroten, en de reflecties te intensiveren. In het bijzonder wordt beoogd om met de flexibele inzet van de Reflectiekamer niet alleen te reflecteren op de juridische inhoud, maar ook op (onder meer) veiligheidsaspecten, het sturen van een zaak (hoe wordt een zaak compact en klein gehouden overeenkomstig de collegeprioriteiten) en de politiek-bestuurlijke benadering van een zaak. Om de versterking en verbreding te accentueren wordt de naam van de Reflectiekamer ingekort van OM-Reflectiekamer Kwaliteitsontwikkeling naar OM-Reflectiekamer.

In de eerste plaats wordt met de wijzigingen nadrukkelijker de focus gelegd op reflecties naar aanleiding van concrete strafzaken waarin een rechter een uitspraak heeft gedaan. Het is daarbij niet noodzakelijk dat de beslissingen van de rechter onherroepelijk zijn. Wel acht het College het wenselijk dat de aanleiding van de reflectie ligt in de gang van zaken in een concrete zaak, en dat er geen reflecties worden uitgevoerd op abstracte thema’s.

In de tweede plaats acht het College het wenselijk dat er vaker reflecties worden uitgevoerd. In dat kader gaat het College nadrukkelijker zelf zaken aandragen waarover de reflectie van de Reflectiekamer wordt gevraagd. Dit kunnen bijvoorbeeld zaken zijn waarin een voor het OM kritische rechterlijke uitspraak is gevolgd en/of zaken die in de zogenoemde gevoelige zakenlijn naar voren zijn gekomen. Streven is om de Reflectiekamer het vertrekpunt te laten zijn voor het strategisch leren door het openbaar ministerie vanaf het moment dat er een rechterlijke uitspraak ligt. De reflectie is gericht op het verleden, maar heeft als doel om te leren voor de toekomst. De reflectiekamer kan ook worden ingezet voorafgaand aan een hoger beroep/cassatie. De focus verschilt echter van het adviseren over de gang van zaken voorafgaand aan de beslissingen die het openbaar ministerie in een zaak neemt, zoals die thans worden behandeld door de Landelijke Reflectiekamer.

In de derde plaats voorziet het herziene instellingsbesluit in meer flexibiliteit voor het inzetten van het reflectie-instrument. Er kunnen leden van de Reflectiekamer worden benoemd met een niet-strafrechtelijk of niet-juridische achtergrond, als hun kennis en expertise wel van belang kan zijn voor de reflectie op de werkwijze van het openbaar ministerie. Te denken valt aan communicatiedeskundigen, veiligheidsdeskundigen, crisisdeskundigen, bestuurskundigen, maar ook aan personen die werkzaam zijn of waren in een werkveld dat waardevolle inzichten kan opleveren voor het Openbaar Ministerie, zoals ervaren (oud-) bestuurders. In aanvulling daarop kan het College eenmalig leden benoemen om te reflecteren op een specifieke zaak. De voorzitter van de Reflectiekamer beslist in welke samenstelling de Reflectiekamer reflecteert op een zaak. Het ligt daarbij voor de hand dat de reflecties plaatsvinden in kleiner verband dan met de hele Reflectiekamer. De voorzitter kan voor de bemensing putten uit de vaste pool aan leden en door het College voor een specifieke zaak benoemde leden. Het College kan een advies geven over de samenstelling die voor reflectie op een specifieke zaak wenselijk wordt geacht. Dit kan betrekking hebben op de gewenste expertise van de leden die deelnemen aan een reflectie. Hiermee kan worden verduidelijkt dat breder dient te worden gereflecteerd dan alleen op de (juridische) inhoud. Het advies over de samenstelling kan ook betrekking hebben op de voorzitter. Waar bij een juridische reflectie het voorzitterschap van een rechter voor de hand ligt, zou bijvoorbeeld in verband met de sturing van een zaak kunnen worden gevraagd om reflectie onder het gedelegeerde voorzitterschap van een officier van justitie te laten plaatsvinden.

In het navolgende worden aanvullende opmerkingen gemaakt bij de gewijzigde bepalingen. Voor zover de bepalingen bij het herzien van het inrichtingsbesluit niet zijn gewijzigd, blijven de opmerkingen bij Instellingsbesluit OM-Reflectiekamer Kwaliteitsontwikkeling, Stcrt. 2019, 66481 relevant.

ARTIKELSGEWIJS

Artikel 1

Naast leden die afkomstig zijn vanuit de rechtspraak, het openbaar ministerie, de advocatuur, de wetenschap en de politie en andere opsporingsdiensten, kunnen ook leden in de Reflectiekamer worden benoemd met andere expertises die relevant zijn voor de reflectie op de werkwijze van het openbaar ministerie. Verder kan het College eenmalig leden benoemen in verband met de reflectie op een specifieke strafzaak.

Artikel 2

Verduidelijkt wordt dat de reflecties van de Reflectiekamer dienen plaats te vinden naar aanleiding van de gang van zaken in een concrete zaak waarin een rechter einduitspraak heeft gedaan. Meer specifiek worden verschillende aanleidingen onderscheiden om tot reflectie over te gaan: de herzieningsuitspraak van de Hoge Raad, de vaststelling van een vormverzuim door een rechter of kritiek op het optreden van het openbaar ministerie door een rechter. In uitzonderingsgevallen kunnen ook andere ontwikkelingen en gebeurtenissen in verband met deze zaak, die naar hun aard of inhoud zouden kunnen nopen tot het aanpassen van de werkwijze van het openbaar ministerie onderwerp worden van reflectie, maar alleen als daartoe opdracht wordt gegeven door het College (zie artikel 6 lid 3).

Artikel 5

De gewenste samenstelling van de Reflectiekamer is afhankelijk van het onderwerp waarop wordt gereflecteerd. De voorzitter van de Reflectiekamer bepaalt wat de gewenste samenstelling van de Reflectiekamer is. Het is denkbaar dat de voorzitter kiest voor een standaardsamenstelling, waarvan indien dit nodig wordt geacht door de voorzitter van de Reflectiekamer wordt afgeweken. Aanleiding voor een afwijkende samenstelling kan zijn het onderwerp waarover wordt gereflecteerd, waarbij de aanwezigheid van leden van de Reflectiekamer met een bepaalde achtergrond niet nodig is of waarbij juist extra leden met die achtergrond zijn gewenst. Aanleiding voor een afwijkende samenstelling kan ook zijn de snelheid waarmee over een bepaalde zaak dient te worden gereflecteerd.

Het is denkbaar dat de Reflectiekamer in de toekomst zo vorm krijgt dat er kamers worden ingesteld met verschillende specialisaties. Indien dit het geval is kan een kamer met een specifieke specialisatie een eigen samenstelling krijgen. Het herzien inrichtingsbesluit laat ruimte voor een ontwikkeling in deze richting en voorziet reeds in de mogelijkheid de reflectie af te stemmen op specifieke onderwerpen binnen een bepaalde zaak. Daarmee kan naast een focus op de juridische inhoud een reflectie ook gericht zijn op bijvoorbeeld veiligheidsaspecten, de sturing van (en in) een zaak, en de politiek-bestuurlijke benadering.

Ten behoeve van de reflectie kan nader onderzoek worden gedaan. Dit onderzoek kan bestaan uit het verzamelen van aanvullende informatie die door de leden van het openbaar ministerie aan de Reflectiekamer dient te worden verstrekt. Het nadere onderzoek kan ook bestaan uit het interviewen of het stellen van schriftelijke vragen aan personen die specifieke kennis hebben die relevant is voor de reflectie. De personen aan wie de vragen worden gesteld maken geen deel uit van de Reflectiekamer.

Artikel 6

Het vierde lid wordt toegevoegd om te verduidelijken dat indien de reflectie wordt uitgevoerd door de Reflectiekamer het niet de bedoeling is dat gelijktijdig ook door de lokale parketten een formele reflectie wordt uitgevoerd. Beoogd wordt te voorkomen dat er verwarring ontstaat over de status van de reflectie, of dat dezelfde (externe) personen twee keer door het openbaar ministerie voor hetzelfde worden benaderd. De bepaling staat er nadrukkelijk niet aan in de weg dat de lokale parketten onder meer in het kader van goed werkgeverschap intern het gesprek aan gaan over en lessen trekken uit de zaken waarop door de Reflectiekamer wordt gereflecteerd.

Artikel 8

De secretaris bereidt de bijeenkomsten van de Reflectiekamer voor en stelt na afloop van de bijeenkomst de verslagen op. De rol van secretaris kan worden uitgeoefend door een of meerdere personen die worden aangewezen door het Wetenschappelijk Bureau van het Openbaar Ministerie. De secretaris kan in aanvulling daarop bij het voorbereiden van de reflecties en bij het uitvoeren van interviews en bij het stellen van schriftelijke vragen worden ondersteund door andere OM-medewerkers die niet de rol van secretaris uitoefenen. Welke personen daarvoor in aanmerking komen is afhankelijk van het onderwerp waarop wordt gereflecteerd. Voor de OM-medewerkers die ondersteuning bieden geldt een afgeleide geheimhoudingsplicht.

Het secretariaat van de Reflectiekamer is niet belast met de uitvoering van de besluiten die naar aanleiding van de aanbevelingen van de Reflectiekamer worden genomen. Deze besluiten worden uitgevoerd door de personen of afdelingen die in het besluit staan genoemd. Het secretariaat van de Reflectiekamer kan een rol spelen bij het doorgeleiden van de aanbevelingen van de Reflectiekamer en de besluiten die naar aanleiding daarvan worden genomen naar de relevante personen en afdelingen.

Naar boven