V-68180 – Toevoegen houder toewijzing zoekgebied aardwarmte Nootdorp-Oost 2, Ministerie van Economische Zaken

Besluit

1. Aanvraag

Bij beschikking van 12 februari 2020 is aan Aardyn B.V. (hierna: Aardyn), Haagse Aardwarmte Leyweg B.V. (hierna: HAL) en Eneco Warmte & Koude B.V. (hierna: Eneco) door de Minister van Economische Zaken en Klimaat een opsporingsvergunning aardwarmte verleend voor het gebied genaamd Nootdorp-Oost 2 met kenmerk DGKE-WO/V-21 (Stcrt. 2020, 11275). De opsporingsvergunning aardwarmte Nootdorp-Oost 2 wordt sinds de inwerkingtreding van hoofdstuk 2a van de Mijnbouwwet op 1 juli 2023, op grond van artikel 167g van de Mijnbouwwet beschouwd als toewijzing zoekgebied aardwarmte Nootdorp-Oost 2.

Per bericht ontvangen op 4 juni 2024 hebben Aardyn, HAL en Eneco een aanvraag ingediend bij de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat om Haagse Aardwarmte B.V. (hierna: Haagse Aardwarmte) als houder aan de toewijzing zoekgebied aardwarmte Nootdorp-Oost 2 toe te voegen.

Sinds 2 juli 2024 is de Minister van Klimaat en Groene Groei (hierna: de Minister) het bevoegd gezag. Op verzoek van de Minister hebben Aardyn, HAL en Eneco de aanvraag aangevuld op 30 september en 15 oktober 2024.

In de aanvraag wordt aangegeven dat HAL sinds een aantal jaar onder de holding Haagse Aardwarmte valt. HAL is een afgebakende operationele werkmaatschappij die warmte produceert en levert aan Eneco. Aardyn, HAL en Eneco geven aan in hun aanvraag dat alle ontwikkelwerkzaamheden voor nieuwe aardwarmteprojecten binnen de toewijzing zoekgebied Nootdorp-Oost 2 worden uitgevoerd onder de holding Haagse Aardwarmte.

2. Wettelijk kader

Om aardwarmte te mogen opsporen en winnen is op basis van artikel 24n van de Mijnbouwwet eerst een toewijzing zoekgebied nodig om in een gebied nader onderzoek te doen naar de ondergrond om te kunnen beoordelen of het gebied geschikt is voor de opsporing en winning van aardwarmte. Op basis daarvan kan de houder van de toewijzing zoekgebied subsidie aanvragen en de financiering en technische organisatie verder regelen. De houder van een toewijzing zoekgebied heeft het exclusieve recht om voor dat gebied vervolgens een startvergunning aanvragen waarmee hij aardwarmte kan gaan opsporen en winnen.

Op grond van artikel 167g van de Mijnbouwwet wordt een opsporingsvergunning voor aardwarmte per 1 juli 2023 beschouwd als een toewijzing zoekgebied, waarvoor de looptijd de resterende looptijd van de opsporingsvergunning is.

Op grond van artikel 24l, tweede lid, van de Mijnbouwwet kan de Minister op aanvraag van de houder van een toewijzing zoekgebied een natuurlijke persoon of rechtspersoon als houder aan een toewijzing zoekgebied toevoegen. In de Mijnbouwwet ontbreekt een specifiek toetsingskader voor dit type aanvraag. Het is van belang de financiële situatie van de potentiële nieuwe medevergunninghouder te beoordelen. In het kader van deze aanvraag wordt daarom advies ingewonnen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (hierna: RVO).

Op grond van artikel 24l, vierde lid, van de Mijnbouwwet beslist de Minister op een aanvraag voor het toevoegen van een natuurlijke persoon of rechtspersoon als houder van de toewijzing zoekgebied binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag. Hierbij wordt opgemerkt dat die beslistermijn inmiddels is overschreden. Hierover is contact geweest met Aardyn, HAL en Eneco en zij zijn op de hoogte gehouden van de voortgang van het besluit.

Gelet op:

Artikel 24l, tweede lid, van de Mijnbouwwet;

4. Besluit

De Minister van Klimaat en Groene Groei voegt Haagse Aardwarmte B.V. toe als houder van de toewijzing zoekgebied aardwarmte Nootdorp-Oost 2 (kenmerk DGKE-WO/V-21).

Deze beschikking geldt vanaf de dag na bekendmaking. Deze beschikking wordt bekendgemaakt door toezending aan de aanvrager. Van deze beschikking wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

De Minister van Klimaat en Groene Groei, namens deze: J. Visser MT-lid directie Transitie Diepe Ondergrond

Tegen dit besluit kan degene, wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken, binnen 6 weken na de dag waarop dit besluit is verzonden, een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Minister van Klimaat en Groene Groei, directie Wetgeving en Juridische Zaken, Postbus 20401, 2500 EK Den Haag. Dit besluit is verzonden op de in de aanhef vermelde datum.

Naar boven