Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Staatscourant 2024, 6996 | algemeenverbindendverklaring van cao-bepalingen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Staatscourant 2024, 6996 | algemeenverbindendverklaring van cao-bepalingen |
Afbouw Bedrijfstak eigen regelingen 2024/2026
Verbindendverklaring gewijzigde cao-bepalingen
MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Gelezen het verzoek van het Technisch Bureau Afbouw namens partijen bij bovengenoemde collectieve arbeidsovereenkomst, strekkende tot algemeenverbindendverklaring van gewijzigde bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst;
Partij ter ener zijde: de Nederlandse Ondernemersvereniging voor Afbouwbedrijven (NOA);
Partijen ter andere zijde: FNV en CNV Vakmensen.nl.
Gelet op de artikelen 2, 4 en 5 van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten;
Besluit:
Het besluit tot algemeenverbindendverklaring van bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst voor de Afbouw inzake de bedrijfstakeigen regelingen 1 wordt met inachtneming van dictum II als volgt gewijzigd:
A
De onder dictum I opgenomen bepalingen worden als volgt gewijzigd:
‘2. CAO Afbouw: de landelijke collectieve arbeidsovereenkomst voor de Afbouw, lopende van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2025.’
Artikel 10, tweede lid, komt te luiden:
‘2. De hoogte van de premies worden jaarlijks – na overleg met de CAO-partijen – door de besturen van de betreffende fondsen bepaald. Voor de onderstaande fondsen en regelingen zijn de volgende premies vastgesteld:
|
Regeling |
Grondslag |
Aandeel werkgever |
Aandeel werknemer |
|---|---|---|---|
|
O&O Afbouw |
|||
|
premie werknemer |
bruto sv-loon |
1,73% |
0,13% |
|
Deze premie geldt niet voor het natuursteenbedrijf als bedoeld in artikel 2 lid 7. |
|||
|
O&O Afbouw |
|||
|
premie werknemer. |
bruto sv-loon |
1,795% |
0,065% |
|
Deze premie geldt uitsluitend voor het natuursteenbedrijf als bedoeld in artikel 2 lid 7. |
|||
|
Fysiotherapie |
|||
|
premie per werknemer |
sv-dag |
€ 0,12 |
|
|
Voorziening bij ongeval |
|||
|
premie per werknemer |
sv-dag |
€ 0,13 |
|
|
Het uurloon, dat wordt gebruikt voor de berekening van alle uurloon afhankelijke regelingen, komt tot stand door het garantie-uurloon te vermeerderen met (indien van toepassing) diplomatoeslag, voorliedentoeslag, prestatietoeslag en tariefloon. |
|||
|
Onder garantieloon wordt verstaan het loon waarop de werknemer krachtens hoofdstuk 6 van de cao Afbouw recht kan doen gelden.’ |
|||
Na artikel 26 wordt een nieuw artikel ingevoegd dat komt te luiden:
De werkgever stelt de leermeester in de gelegenheid de leermeestercursus en de verplichte tweejaarlijkse nascholing te volgen van een door cao-partijen aangewezen opleidingsinstituut. De werkgever betaalt de cursus- en verletkosten. Is de leermeester een afbouwwerknemer? Dan ontvangt de werkgever van het O&O fonds Afbouw een vergoeding voor de door hem betaalde cursus- en verletkosten. De vergoeding dient binnen 3 maanden door de werkgever na beëindiging van de leermeestercursus of de nascholing te worden aangevraagd op www.mijnafbouw.nl/declareren. De aanvraag dient te zijn voorzien van een kopie het behaalde leermeestercertificaat of het behaalde certificaat van de verplichte nascholing.’
Bijlage 1 komt te luiden:
In dit reglement wordt verstaan onder:
de cao afbouw, daaronder wordt mede verstaan de CAO Afbouw inzake de Bedrijfstakeigen Regelingen.
de werkgevers- en werknemersorganisaties die partij zijn bij de cao.
het onderzoeken naar de vraag of de onderneming werkzaamheden verrichten of gaan verrichten die al dan niet onder de werkingssfeer van de cao vallen.
het onderzoek naar de vraag of een werkgever de bepalingen van de cao naleeft.
de werkgever als bedoeld in de cao.
de werknemer als bedoeld in de cao.
de Commissie Naleving en Werkingssfeer Afbouw.
de stichting Technisch Bureau Afbouw, kantoorhoudende te Den Haag.
1. De Commissie Naleving en Werkingssfeer Afbouw is door partijen belast met het houden van toezicht op de werkingssfeeronderzoeken en de nalevingsonderzoeken.
2. De commissie is beslissingsbevoegd om beslissingen te nemen over de werkingssfeersonderzoeken en de nalevingsonderzoeken.
3. De commissie bestaat uit 3 vertegenwoordigers van werkgeverszijde en 3 vertegenwoordigers van werknemerszijde van partijen.
4. Van werkgeverszijde worden drie vertegenwoordigers benoemd door de Nederlandse Ondernemersvereniging voor Afbouwbedrijven (NOA).
5. Van werknemerszijde worden twee vertegenwoordiger benoemd door FNV en één vertegenwoordiger door CNV Vakmensen.
6. De commissie wijst uit haar midden een voorzitter en een vice-voorzitter aan.
7. De commissie wordt ondersteund door een of meer medewerkers van TBA en laat zich – indien van toepassing – bijstaan door een medewerker van het extern onderzoeksbureau.
8. Het secretariaat wordt gevoerd door TBA.
9. Besluitvorming vindt plaats bij gewone meerderheid. De werkgevers en werknemers kunnen elk afzonderlijk één stem uitbrengen. Binnen de delegatie beslist de meerderheid van stemmen. Medewerkers van TBA en het extern onderzoeksbureau hebben geen stemrecht.
10. Voor het nemen van besluiten moeten ten minste één lid van werkgeverszijde en ten minste één lid van werknemerszijde aanwezig zijn.
11. Indien in een commissievergadering meer werkgeversleden aanwezig zijn dan werknemersleden – of omgekeerd – dan brengen de leden van de groep met de meeste aanwezigen samen evenveel stemmen uit als de andere groep leden.
12. Indien de commissie niet tot besluitvorming komt nadat een zaak twee keer is behandeld, wordt de zaak aan partijen voorgelegd.
1. Een melding van het mogelijk niet toepassen of niet naleven van de cao kan worden gedaan door:
a. elk van de partijen;
b. iedere onderneming, voor wat betreft de eigen of een andere onderneming;
c. iedere werknemer werkzaam bij werkgever;
d. iedere derde.
2. Een melding wordt ingediend bij het Loket Eerlijke Afbouw van TBA (www.mijnafbouw.nl/naleving-cao).
3. De melding dient ten minste te bevatten:
a. naam en adres van de onderneming waarop de melding betrekking heeft;
b. bij werkingssfeeronderzoeken: een nauwkeurige beschrijving van de bedrijfsactiviteiten, vergezeld van de argumenten waaruit blijkt dat de cao in redelijkheid van toepassing kan worden geacht;
c. bij nalevingsonderzoeken: de argumenten waaruit blijkt dat de cao niet wordt nageleefd;
d. de dagtekening.
4. De melder verschaft desgevraagd (aanvullende) gegevens en bescheiden die voor de beoordeling van de melding nodig zijn en waarover hij of zij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.
5. Indien of zodra de melding volledig is, wordt de melding in behandeling genomen.
6. Onder een ‘melding’ wordt tevens verstaan signaleringen die volgen uit bestandsvergelijkingen die zijn uitgevoerd door TBA.
1. TBA stelt een werkingssfeeronderzoek of een nalevingsonderzoek in.
2. TBA oefent haar controletaak uit met inachtneming van de zorgvuldigheid die controlerende instanties in gelijksoortige situaties in acht dienen te nemen.
3. Het onderzoek bestaat in eerste instantie uit een bureauonderzoek. Indien op basis van het bureauonderzoek onvoldoende gegevens beschikbaar zijn voor een beslissing, wordt een controle ter plaatse uitgevoerd.
4. Alle betrokkenen bij het onderzoek zijn gehouden geheimhouding te bewaren ten aanzien van al datgene wat hen uit hoofde van hun betrokkenheid ter kennis komt.
5. De onderneming dient te allen tijde mee te werken aan een onderzoek.
6. Indien de onderneming weigert medewerking te verlenen of onvolledige of onjuiste informatie verstrekt bij een werkingssfeeronderzoek, is sprake van een gegrond vermoeden van toepasselijkheid van de cao.
7. Bij een nalevingsonderzoek is van een gegrond vermoeden van overtreding van de cao is in ieder geval of onder meer sprake indien:
a. TBA kennis neemt van signalen in de branche dat werkgevers de bepalingen van de cao overtreden en deze signalen concreet kunnen worden onderbouwd;
b. een aangeschreven onderneming weigert medewerking te verlenen;
c. een aangeschreven onderneming onvolledige of onjuiste informatie verstrekt;
d. TBA op basis van de aangeleverde bescheiden één of meer overtredingen constateert.
1. Een controle ter plaatse kan worden verricht door een daartoe aan te wijzen extern onderzoeksbureau.
2. Een boekencontrole kan deel uitmaken van een controle.
3. De onderneming wordt schriftelijk op de hoogte gebracht van het instellen van een controle. Minimaal twee weken voordat het onderzoek plaatsvindt, ontvangt de onderneming hiervan bericht met vermelding van datum en plaats van het onderzoek.
4. Indien de onderneming niet instemt met controle ter plaatse, kan een schriftelijk controle worden ingesteld.
5. Ingeval een schriftelijk controle wordt ingesteld ontvangt de onderneming bericht welke specifieke gegevens die redelijkerwijs nodig zijn voor de beoordeling. Deze gegevens dient de onderneming binnen drie weken te verschaffen aan het extern onderzoeksbureau.
1. TBA legt de onderzoeksresultaten – voorzien van een aanbeveling – voor aan de commissie die een gemotiveerde beslissing neemt.
2. TBA deelt de beslissing van de commissie schriftelijk mede aan de onderneming waarop de beslissing betrekking heeft, waarbij wordt gewezen op de verder te volgen procedure en op de mogelijkheid om bezwaar te maken tegen de uitspraak.
3. Wanneer bij een nalevingsonderzoek de beslissing inhoudt dat de werkgever de cao niet naleeft, wordt de werkgever in de gelegenheid gesteld om binnen zes weken de geconstateerde omissies te herstellen, bij gebreke waarvan een schadevergoedingsactie als bedoeld in artikel 9 kan worden ingesteld.
1. De commissie besluit per geval of een omissie in de naleving met terugwerkende kracht moet worden hersteld.
2. Als de commissie geen unaniem besluit kan nemen over een besluit tot herstel met terugwerkende kracht, besluiten partijen daarover.
3. Bij een besluit tot terugwerkende kracht moet de werkgever hier schriftelijk mededeling van doen aan de betrokken werknemers, inclusief een onderbouwing van de berekening.
1. De werkgever dient binnen zes weken na ontvang van het besluit als bedoeld in artikel 6 de geconstateerde omissies te herstellen.
2. De werkgever kan bij de commissie (Mauritskade 27, 2514 HD Den Haag, info@tbafbouw.nl) schriftelijk en gemotiveerd om verlenging van de termijn verzoeken als meer tijd voor herstel nodig is. Dit verzoek moet voor het verstrijken van de genoemde termijn door de commissie te zijn ontvangen. De commissie besluit binnen één werkweek schriftelijk op dit verzoek.
3. De commissie kan besluiten tot een controle ter plaatse als bedoeld in artikel 5 om vast te stellen of de werkgever heeft hersteld. De kosten van deze hercontrole komen voor rekening van de werkgever als blijkt dat niet of niet volledig is hersteld dan wel geen medewerking is verleend aan de hercontrole.
1. Partijen bij de cao besluiten tot het instellen van een schadevergoedingsactie als bedoeld in artikel 15 van de Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst en artikel 3 van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten.
2. Het mogelijk instellen van een vordering tot schadevergoeding als bedoeld in lid 1 laat het recht van de werknemer tot het instellen van (gerechtelijke) vorderingen jegens een werkgever tot nakoming van de bepalingen van deze cao of de wet onverlet.
3. Partijen bij de cao kunnen het TBA machtigen tot het incasseren van de schadevergoeding als bedoeld in lid 1.
4. De schadevergoeding wordt forfaitair vastgesteld op minimaal € 10.000 per geval. Deze forfaitaire schadevergoeding heeft het karakter van een boetebeding als bedoeld in artikel 6:91 BW.
5. Indien de werkelijke schade hoger is dat de forfaitaire schadevergoeding, dan zijn partijen bevoegd om vergoeding van deze werkelijke schade te vorderen van de werkgever en is de werkgever verplicht om deze gevorderde vergoeding te betalen.
6. De schadevergoeding kan worden opgelegd wanneer de werkgever niet meewerkt aan herstel. Daarvan is onder meer sprake wanneer de werkgever niet heeft voldaan aan artikel 8.
7. Wanneer een schadevergoeding wordt opgelegd, zullen de gronden voor en de omvang van de schadevergoeding schriftelijk aan de werkgever worden medegedeeld.
8. Betaling van de schadevergoeding laat onverlet dat de werkgever verplicht blijft alle geconstateerde omissies te herstellen.
9. De schadevergoeding dient ter dekking van de kosten van het onderzoek, gevoerde procedures en geleden imagoschade. De ter deze zake verkregen middelen worden toegevoegd aan de geldmiddelen van het O&O fonds Afbouw tot dekking van de kosten die zijn gemaakt. Partijen hoeven niet aan te tonen dat zij de schade in de omvang als door haar gevorderd ook daadwerkelijk hebben geleden.
1. De onderneming waarop de beslissing betrekking heeft, kan bij de commissie schriftelijk bezwaar maken tegen de beslissing.
2. De termijn voor het indienen van een bezwaar bedraagt zes weken. Deze termijn vangt aan met ingang van de dag na die waarop de beslissing schriftelijk bekend is gemaakt. Een na afloop van deze termijn ingediend bezwaar, is niet-ontvankelijk en wordt derhalve niet in behandeling genomen.
3. Het bezwaar heeft geen schorsende werking.
4. Het bezwaar wordt schriftelijk ingediend bij TBA (Mauritskade 27, 2514 HD Den Haag, info@tbafbouw.nl) onder vermelding van ‘Bezwaar’ en dient ten minste te vermelden:
a. naam en adres van de indiener;
b. ondertekening;
c. de gronden van het bezwaar;
d. de dagtekening.
5. Bij het bezwaarschrift dient een kopie gevoegd te worden van de beslissing waartegen het bezwaar zich richt.
6. De indiener van het bezwaarschrift ontvangt een ontvangstbevestiging van de indiening van het bezwaar.
7. De indiener van het bezwaarschrift heeft het recht om te worden gehoord. Daartoe ontvangt de indiener een uitnodiging.
8. De commissie doet schriftelijk en gemotiveerd uitspraak op bezwaar.
9. TBA deelt de uitspraak op bezwaar schriftelijk mede aan de indiener van het bezwaarschrift.
1. Aan het indienen van een melding respectievelijk een bezwaar en de behandeling ervan zijn voor de melder en de partij waarop de melding betrekking heeft, respectievelijk de indiener van het bezwaar, geen kosten verbonden.
2. De indiener van een melding en de partij waarop de melding betrekking heeft, respectievelijk de indiener van het bezwaar, dragen ieder de eigen kosten en komen niet in aanmerking voor vergoeding daarvan jegens elkander, de commissie, TBA, een eventuele derde aan wie onderzoekswerkzaamheden zijn opgedragen of partijen.
In zoverre de voor het werkingssfeeronderzoek noodzakelijk ontvangen bescheiden originelen bevatten, worden deze binnen acht weken na afronding van het onderzoek retour gezonden. Betreffen de ontvangen bescheiden kopieën, zal in diezelfde termijn worden overgegaan tot vernietiging, zulks behoudens in het geval een schriftelijk verzoek van de onderzochte onderneming wordt ontvangen om ook deze gegevens retour te ontvangen.
Bijlage 3, artikel 2, vierde en vijfde lid, komen te luiden:
4. De premie bedraagt 1,73% van het bruto sv-loon, te betalen door de werkgever en 0,13% van het bruto sv-loon, te betalen door de werknemer. Deze premie geldt niet voor het natuursteenbedrijf als bedoeld in artikel 2 lid 7 van de cao.
5. Voor natuursteenbedrijven als bedoeld in artikel 2 lid 7 van de cao bedraagt de premie 1,795% van het bruto sv-loon, te betalen door de werkgever en 0,065% van het bruto sv-loon, te betalen door de werknemer.’
Bijlage 8 komt te luiden:
Werkgevers waarop de CAO Afbouw inzake de bedrijfstakeigen regelingen van toepassing is hebben een collectieve verzekering behandelingen fysiotherapie, manuele therapie, oefentherapie Cesar en oefentherapie Mensendieck afgesloten. Iedere werknemer waarop de CAO Afbouw inzake de bedrijfstakeigen regelingen van toepassing is en waarvoor de verschuldigde premie is afgedragen heeft met inachtneming van de bepalingen van dit reglement recht op volledige vergoeding van de genoemde behandelingen.
1. De hoogte van de premie wordt jaarlijks door CAO-partijen vastgesteld.
2. De premie per 1 januari 2013 bedraagt voor de werkgever € 0,12 per werknemer per sv-dag.
1. De invordering van de in artikel 2 bedoelde premie is opgedragen aan het administratiekantoor. De werkgever wordt ten aanzien van de premieverplichting gekweten door betaling van het verschuldigde bedrag aan het administratiekantoor.
2. De werkgever is de premie als bedoeld in artikel 2 per het einde van het kalenderjaar over het hele kalenderjaar verschuldigd. De betalingen van de bijdragen dienen per periode van 4 weken of per maand bij wijze van voorschot te worden voldaan aan het administratiekantoor.
3. De werkgever dient per loonbetalingstijdvak van vier weken of een kalendermaand opgave te doen van de actuele loongegevens. Als de werkgever niet voldaan heeft aan deze verplichtingen is de werkgever vaststellingsrente verschuldigd met ingang van dag 15 na afloop van het desbetreffende loonbetalingstijdvak. De vaststellingsrente is gelijk aan de wettelijke rente.
4. Als de werkgever niet voldaan heeft aan de verplichtingen als bedoeld in lid 2 is de werkgever invorderingsrente verschuldigd met ingang van dag 15 na afloop van de dag waarop het voorschot is vastgesteld. De invorderingsrente is gelijk aan de wettelijke rente.
5. Het bestuur is bevoegd van invordering van rente geheel of gedeeltelijk af te zien.
6. Het administratiekantoor is bevoegd tot uitvoering van het bepaalde in de leden 3 en 4.
7. Indien de werkgever zijn premieverplichtingen niet nakomt, heeft de stichting een zelfstandig recht op invordering jegens de werkgever. De premie is in elk geval per 31 december van het kalenderjaar terstond en ineens opeisbaar over het gehele kalenderjaar.
8. Met administratiekantoor wordt bedoeld APG het administratiekantoor voor de Afbouw.
De volledige vergoeding voor behandelingen fysiotherapie, manuele therapie, oefentherapie Cesar of oefentherapie Mensendieck wordt toegekend indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
1. de behandelingen moeten op medische indicatie zijn voorgeschreven door een arts of medisch-specialist;
2. de behandelingen moeten worden uitgevoerd door:
a. een fysiotherapeut die als zodanig geregistreerd staat in het register zoals bedoeld in artikel 3 wet BIG; onder een fysiotherapeut wordt tevens verstaan een heilgymnast masseur die geregistreerd staat in het register zoals bedoeld in artikel 108 wet BIG; of
b. een manueeltherapeut die als zodanig geregistreerd staat in het register zoals bedoeld in artikel 3 wet BIG en die tevens als manueeltherapeut geregistreerd staat in het Register Verbijzonderde Fysiotherapeuten van het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapeuten; of
c. een oefentherapeut Cesar/Mensendieck die voldoet aan de eisen als vermeld in het zogenoemde “Besluit diëtist, ergotherapeut, logopedist, mondhygiënist, oefentherapeut, orthoptist, en podotherapeut”;
3. de aanspraak op vergoeding van kosten van fysiotherapie, manuele therapie, oefentherapie Cesar of oefentherapie Mensendieck wordt naar inhoud en omvang bepaald door de wetenschap en praktijk, dan wel – bij het ontbreken van een zodanige maatstaf – door hetgeen in het betrokken vakgebied geldt als verantwoorde en adequate zorg en diensten. De verzekerde heeft slechts recht op zorg voor zover hij daarop naar de mening van de arts of medisch-specialist naar inhoud en omvang redelijkerwijs is aangewezen;
4. de behandelingen moeten hebben plaatsgevonden gedurende zowel het dienstverband met een werkgever waarop de CAO Afbouw inzake de bedrijfstakeigen regelingen van toepassing is als de looptijd van dit reglement.
Er zal geen vergoeding worden gegeven indien:
1. behandelingen fysiotherapie, manuele therapie, oefentherapie Cesar of oefentherapie Mensendieck vallen onder de Basisverzekering volgens de Zorgverzekeringswet;
2. behandelingen fysiotherapie, manuele therapie, oefentherapie Cesar of oefentherapie Mensendieck vallen onder een door de werknemer vrijwillig gekozen eigen risico van de Basisverzekering volgens de Zorgverzekeringswet;
3. behandelingen fysiotherapie, manuele therapie, oefentherapie Cesar of oefentherapie Mensendieck (tevens) voor vergoeding in aanmerking komen op grond van enige wet of (sociale) voorziening of een andere (aanvullende of speciale) door of ten behoeve van de werknemer afgesloten verzekering, al dan niet van oudere datum, of voor vergoeding onder een andere verzekering in aanmerking zouden komen indien de door de werkgevers afgesloten collectieve verzekering voor fysiotherapie, manuele therapie, oefentherapie Cesar of oefentherapie Mensendieck niet zou hebben bestaan;
1. Aanvragen voor vergoeding dienen door de werknemer te worden ingediend bij:
Fidus de Bilt
Utrechtseweg 2
3732 HB De Bilt
E-mail: debilt@fidus.nl
2. Aanvragen dienen door de werknemer te worden ingediend met behulp van het officiële declaratieformulier fysiotherapie CAO Afbouw. Dit formulier kan worden gedownload via www.noa.nl of worden aangevraagd bij CAO-partijen. De werknemer is gehouden de volgende bewijsstukken met het door de werknemer volledig ingevulde en ondertekende declaratieformulier mee te sturen:
a. verklaring (kopie uitkeringsbericht) van de zorgverzekeraar(s) dat kosten van behandelingen fysiotherapie, manuele therapie, oefentherapie Cesar of oefentherapie Mensendieck niet voor vergoeding in aanmerking komen op de Basisverzekering volgens de Zorgverzekeringswet en/of een eventueel afgesloten andere (aanvullende of speciale) verzekering;
b. voldoende gespecificeerde originele factuur van de behandelend fysiotherapeut, manuele therapeut, oefentherapeut Cesar of oefentherapeut Mensendieck; uit deze factuur dienen in ieder geval te blijken het aantal behandelingen, de behandelingsdata, het gehanteerde tarief en de volledige NAW-gegevens van de behandelend fysiotherapeut, manuele therapeut, oefentherapeut Cesar of oefentherapeut Mensendieck.
3. Indien door Fidus de Bilt in aanvulling op de stukken zoals vermeld in lid 2 van dit artikel voor de beoordeling van de aanvraag nadere gegevens of inlichtingen worden verlangd, is de werknemer gehouden deze informatie te verstrekken voor zover de aanvraag verband houdt met het verzoek over te gaan tot vergoeding van de behandelingen.
4. Aanvragen voor vergoeding kunnen worden ingediend tot uiterlijk 6 maanden na afloop van het kalenderjaar waarin de behandeling heeft plaatsgehad.
De vergoeding wordt, nadat de aanvraag door Fidus de Bilt akkoord is bevonden, binnen drie weken door Fidus de Bilt betaalbaar gesteld op het door de werknemer aangegeven bank- of gironummer van de werknemer.
Indien uit onderzoek van Fidus de Bilt (of een door haar aangewezen externe deskundige) dan wel werkgevers- of werknemersorganisaties welke partij zijn bij de CAO Afbouw inzake de bedrijfstakeigen regelingen blijkt dat een werknemer vergoeding voor behandelingen fysiotherapie, manuele therapie, oefentherapie Cesar of oefentherapie Mensendieck heeft gevorderd, terwijl niet aan de voorwaarden is voldaan, zal, indien de vergoeding daarvoor reeds heeft plaatsgevonden, terugvordering daarvan geschieden, zulks met inbegrip van de kosten van het onderzoek en de wettelijke rente over hetgeen wordt teruggevorderd.
Werkgevers- of werknemersorganisaties welke partij zijn bij de CAO Afbouw inzake de bedrijfstakeigen regelingen dan wel Fidus de Bilt kunnen in gezamenlijk overleg nadere voorschriften geven teneinde een goed verloop van de uit dit reglement voortvloeiende rechten en plichten te waarborgen.’
Bijlage 9 komt te luiden:
In deze polis wordt verstaan onder:
a. Alle werknemers, werkzaam in: het stukadoors-afbouwbedrijf, het plafond- en wandbedrijf, het vloerenbedrijf, het terrazzobedrijf, het blokkenstelbedrijf en het natuursteenbedrijf in de zin van artikel 2 van de CAO Afbouw inzake de bedrijfstakeigen regelingen. Een en ander voor zover zij voor de toepassing van de sociale wetten verzekerd zijn bij het UWV, blijkens vermelding op de jaarlijks bij het UWV door de werkgever in te dienen verzamelloonstaat.
b. Een en ander voor zover de werknemers werkzaam zijn in een dienstverband, dat gebaseerd is op een werkweek van ten minste 10 werkuren. De leeftijdsgrens bedraagt 70 jaar.
een plotselinge, ongewilde schade toebrengende gebeurtenis binnen de verzekeringsperiode, die de dood of blijvende invaliditeit van Verzekerde ten gevolge heeft.
onherstelbaar verlies van functie of arbeidsvermogen, ongeacht het beroep van verzekerde.
Assuradeuren, Bemiddelaar, Contractant en Verzekerden.
W.A. Hienfeld B.V., Postbus 75133, 1070 AC Amsterdam
Fidus De Bilt, Utrechtseweg 2, 3732 HB De Bilt, e-mail: debilt@fidus.nl.
APG het administratiekantoor voor de Afbouw.
1. De hoogte van de premie wordt jaarlijks door CAO-partijen vastgesteld.
2. De premie per 1 januari 2017 bedraagt voor de werkgever € 0,13 per werknemer per sv-dag.
1. De invordering van de in artikel 2 bedoelde premie is opgedragen aan het administratiekantoor. De werkgever wordt ten aanzien van de premieverplichting gekweten door betaling van het verschuldigde bedrag aan het administratiekantoor.
2. De werkgever is de premie als bedoeld in artikel 2 per het einde van het kalenderjaar over het hele kalenderjaar verschuldigd. De betalingen van de bijdragen dienen per periode van 4 weken of per maand bij wijze van voorschot te worden voldaan aan het administratiekantoor.
3. De werkgever dient per loonbetalingstijdvak van vier weken of een kalendermaand opgave te doen van de actuele loongegevens. Als de werkgever niet voldaan heeft aan deze verplichtingen is de werkgever vaststellingsrente verschuldigd met ingang van dag 15 na afloop van het desbetreffende loonbetalingstijdvak. De vaststellingsrente is gelijk aan de wettelijke rente.
4. Als de werkgever niet voldaan heeft aan de verplichtingen als bedoeld in lid 2 is de werkgever invorderingsrente verschuldigd met ingang van dag 15 na afloop van de dag waarop het voorschot is vastgesteld. De invorderingsrente is gelijk aan de wettelijke rente.
5. Het bestuur is bevoegd van invordering van rente geheel of gedeeltelijk af te zien.
6. Het administratiekantoor is bevoegd tot uitvoering van het bepaalde in de leden 3 en 4.
7. Indien de werkgever zijn premieverplichtingen niet nakomt, heeft de stichting een zelfstandig recht op invordering jegens de werkgever. De premie is in elk geval per 31 december van het kalenderjaar terstond en ineens opeisbaar over het gehele kalenderjaar.
1. De risicodekking omvat tevens verdrinking, verstikking, inademing van schadelijke stoffen, elke vorm van niet-bacteriële acute vergiftiging (ook door gebruik van schadelijke spijzen of dranken), bevriezing, zonnesteek, uitputting en ontbering bij afzondering van de buitenwereld als gevolg van enige rampspoed (watersnood, schipbreuk, noodlanding, instorting en dergelijke), alsmede alle persoonlijke risico’s verbonden aan pogingen tot redding of berging van mens, dier of goed.
2. Assuradeuren doen afstand van de eventuele bevoegdheid zich in geval van schade op artikel 7:952 van het Burgerlijk Wetboek te beroepen, behoudens het in artikel 5 bepaalde.
1. De risicodekking strekt zich niet uit tot:
a. ongevallen opzettelijk veroorzaakt door bij de verzekering belanghebbenden;
b. de gevolgen van kunstmatig tot stand gebrachte kernsplitsing of enige andere vorm van toepassing van atoomenergie;
c. ongevallen rechtstreeks verband houdende met oorlog, burgeroorlog, bezetting, invasie, revolutie, militaire dienst (anders dan bij herhalingsoefeningen in vredestijd), deportatie en gevangenschap;
d. ongevallen bij deelneming aan:
1. wielerwedstrijden;
2. paardenraces en springconcoursen;
3. wedstrijden met motorrijtuigen waarbij hetzij snelheidselement overweegt – hieronder vallen in elk geval niet betrouwbaarheids-, puzzel-, oriëntatieritten, enzovoort – hetzij die niet geheel binnen Nederland worden gehouden, hetzij die langer dan 24 uur duren; alsmede de voorbereiding of training daartoe.
e. ongevallen bij jagen op groot wild buiten Europa, bij bobsleerijden en bij berg en gletschertochten die alpinistische ervaringen en dito uitrusting vereisen.
2. Aan deze verzekering kan geen aanspraak op uitkering worden ontleend ter zake van:
a. ingewands en tussenwervelschijfbreuken tenzij Verzekerde bewijst dat de breuk door een ongeval van buitenaf is veroorzaakt;
b. ongevallen aan Verzekerde overkomen gedurende de tijd dat hij kennelijk door anders dan op medisch voorschrift gebruik van verdovende of bedwelmende of opwekkende middelen buiten staat was alle maatregelen ter voorkoming van ongevallen te nemen, tenzij er geen oorzakelijk verband tussen het ‘gebruik’ en het ‘ongeval’ bestaat; alcoholische dranken worden geacht niet zulke middelen te zijn;
c. ongevallen veroorzaakt doordat Verzekerde zich in een ziekelijke toestand bevond.
1. Deze verzekering is geldig over de gehele wereld.
2. Het vliegtuigrisico is alleen gedekt indien als passagier luchtreizen worden gemaakt en dan nog slechts indien dit niet geschiedt met militaire straalvliegtuigen.
1. Blijvende algehele invaliditeit wordt o.a. aangenomen bij volledig verlies of algehele onbruikbaarheid van beide armen of handen, van beide benen of voeten, van een arm of hand tegelijk met een been of voet, bij volledige blindheid, bij ongeneeslijke stoornis der geestvermogens en bij algehele ongeneeslijke verlamming.
2. De uitkering bij blijvende gedeeltelijke invaliditeit is evenredig aan de mate der invaliditeit. Blijvende gedeeltelijke invaliditeit wordt onder andere aangenomen tot de hieronder vermelde percentages bij volledig verlies of algehele onbruikbaarheid van:
arm of hand 75%
been of voet 70%
duim 25%
wijsvinger 20%
ring of middelvinger 12%
pink 10%
grote teen 10%
enige andere teen 5%
het gezichtsvermogen op een oog 60%
het gehoor op een oor 30%
het gehoor op beide oren 65%
3. Bij gedeeltelijk verlies of gedeeltelijke onbruikbaarheid wordt een evenredig percentage uitgekeerd. Bij verlies of onbruikbaarheid van meer vingers van eenzelfde hand wordt nooit meer uitgekeerd dan voor verlies of onbruikbaarheid van de gehele hand. Bij verlies of onbruikbaarheid van meer lichaamsdelen of organen wordt nooit meer uitgekeerd dan de voor algehele invaliditeit verzekerde som.
4. In alle in de tabel niet genoemde gevallen van invaliditeit wordt deze, met inachtneming van de uit deze tabel af te leiden verhoudingen, door een vanwege Assuradeuren daartoe aangewezen deskundige vastgesteld.
5. Bij verlies of onbruikbaarheid van een lichaamsdeel of orgaan, dat reeds voor het ongeval gedeeltelijk verloren of gedeeltelijk onbruikbaar was, is de uitkering evenredig aan de door het ongeval veroorzaakte toeneming van de mate van invaliditeit.
6. Indien 6 maanden na een ongeval nog geen uitkering wegens blijvende invaliditeit heeft plaatsgehad, vergoeden Assuradeuren van dat moment af een rente van 6% per jaar over het bedrag dat uiteindelijk ter zake van blijvende invaliditeit verschuldigd zal zijn. De uitkering voor blijvende invaliditeit moet uiterlijk na 2 jaar zijn vastgesteld.
1. Men is verplicht binnen een week nadat de gevolgen van een ongeval zich openbaren aan de Bemiddelaar kennis te geven van alle bijzonderheden met betrekking tot het ongeval en zijn gevolgen, en met name een ongevalsformulier volledig en waarheidsgetrouw in te vullen en alle verdere gevraagde inlichtingen dienaangaande volledig en waarheidsgetrouw te verstrekken. De betrokken ongevalsformulieren zijn verkrijgbaar bij de secretaris van de begeleidingscommissie (telefoon) door wie tevens inlichtingen worden verstrekt. De betrokken ongevalsformulieren zijn tevens verkrijgbaar bij partijen bij deze CAO.
2. Verzekerde moet bij een ongeval zorgen voor de vereiste geneeskundige behandeling en voorts alles doen wat redelijkerwijs herstel bevorderen of verwikkelingen voorkomen kan.
3. Verzekerde moet na een ongeval Assuradeuren in de gelegenheid stellen hem een door Assuradeuren aangewezen geneeskundige te laten onderzoeken op tijd en plaats door die geneeskundige vast te stellen. De kosten verbonden aan een voor dit doel eventueel noodzakelijk blijkende verpleging in een inrichting komen ten laste van Assuradeuren.
4. Bij een dodelijk of levensgevaarlijk ongeval zijn de belanghebbenden verplicht daarvan binnen 72 uur, doch in ieder geval voor de begrafenis of crematie telegrafisch of per expresse aangifte te doen bij de Bemiddelaar en onverwijld alle bijzonderheden waarover zij de beschikking hebben of krijgen in te zenden, met overeenkomstige toepassing van lid 1.
5. Indien de in lid 1 en 4 bedoelde aangifte niet tijdig heeft plaatsgehad, vervalt elke aanspraak op uitkering tenzij ten genoegen van Assuradeuren wordt aangetoond dat redelijkerwijs van de verlate aangifte geen verwijt kan worden gemaakt of dat de belangen van Assuradeuren erdoor niet zijn geschaad.
6. Belanghebbenden zijn gehouden elke redelijkerwijs door Assuradeuren verlangde toestemming tot medewerking aan een onderzoek naar de doodsoorzaak te verlenen, zulks op straffe van verlies van elke aanspraak op uitkering.
Alle geschillen, hoe ook genaamd, die uit deze overeenkomst voortvloeien, ook die welke door een der partijen als zodanig worden beschouwd zullen met uitsluiting van de gewone rechter worden beslecht door arbitrage. De partij, die arbitrage verlangt, zal daarvan schriftelijk mededeling doen aan de wederpartij en de benoeming van drie arbiters verzoeken aan de kantonrechter te Rotterdam. De scheidslieden stellen de regelen der procedure vast. De scheidslieden zullen uitspraak doen als goede mannen naar billijkheid en daarbij tevens beslissen omtrent de arbitragekosten. Zij zijn gemachtigd om de duur van hun last te verlengen in geval hun dat noodzakelijk mocht voorkomen. Alvorens een geschil tussen verzekerde en Assuradeuren omtrent een uitkering na een ongeval aan arbitrage te onderwerpen, kan het geschil worden voorgelegd aan de Begeleidingscommissie Collectieve Ongevallenverzekering. De Begeleidingscommissie zal in het geschil bemiddelen teneinde te komen tot een redelijk vergelijk tussen verzekerde en Assuradeuren.
Alle mededelingen die partijen aan elkaar wensen te doen of verplicht zijn te doen, gelden als gedaan zodra deze aan de Bemiddelaar zijn afgezonden of op andere wijze te zijner kennis zijn gebracht.
De risicodekking voor nieuwe medewerkers vangt aan op de dag dat het dienstverband aanvangt te 00.00 uur. De risicodekking eindigt op de 28ste dag (te 24.00 uur) na de dag dat het dienstverband een einde neemt. Een en ander binnen de verzekeringstermijn.
1. Ingeval van overlijden van de werknemer geschiedt de uitkering aan de echtgenote van de werknemer indien hij op het moment van overlijden gehuwd is. Is de werknemer op dat moment ongehuwd (dan wel ingeval van gelijktijdig overlijden) dan geschiedt de uitkering aan de testamentaire of bij gebreke van dien aan de wettelijke erfgenamen.
2. In afwijking daarvan kan de werknemer een of meermalen een ander als begunstigde aanwijzen, in welk geval de aldus aangewezen geldt als begunstigde vanaf het moment dat de Assuradeuren dan wel de Bemiddelaar mededeling van die aanwijzing hebben ontvangen.
3. Ingeval van invaliditeit geschiedt de uitkering aan de Verzekerde zelf.
4. De aanwijzing van de begunstiging is voor de Contractanten onherroepelijk.’
Stcrt. 2021, nr. 45648; laatstelijk gewijzigd bij besluit van 3 mei 2023 (Stcrt. 2023, nr. 10703)
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2024-6996.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.