Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 16 februari 2024, nr. WJZ/ 45491409, tot wijziging van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies en de Regeling openstelling EZK- en LNV-subsidies 2024 in verband met de wijziging en openstelling van de subsidiemodule Behoud graslandareaal voor 2024

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Gelet op de artikelen 4, 16, 17, eerste lid, onderdeel c, en vierde lid en 19 van het Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies;

Besluit:

ARTIKEL I

De Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 2.19.3, eerste lid, onderdeel d, komt te luiden:

  • d. die beschikte over een derogatievergunning:

    • 1°. voor het jaar voorafgaand aan het aanvragen van de subsidie overeenkomstig de derogatiebeschikking; of

    • 2°. voor de jaren 2021 en 2022 overeenkomstig de voorgaande derogatiebeschikking, indien de aanvraag betrekking heeft op het kalenderjaar 2024, een deel van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond is gelegen in gebieden, bedoeld in artikel 4, onder 3 of 4, van de derogatiebeschikking, en ten minste 80% van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond in het kalenderjaar 2023 uit grasland bestond.

B

Artikel 2.19.5 komt te luiden:

Artikel 2.19.5 Verdeling van het subsidieplafond

De minister verdeelt het subsidieplafond evenredig over de ingediende aanvragen.

ARTIKEL II

In de tabel van artikel 1 van de Regeling openstelling EZK- en LNV-subsidies 2024 wordt in de numerieke titelvolgorde een rij ingevoegd, luidende:

Titel 2.19: Behoud graslandareaal

2.19.2

Landbouwer, bedoeld in artikel 2.19.3, eerste lid of tweede lid

Behoud graslandareaal

01-06-2024 t/m 30-06-2024

€ 50.000.000

ARTIKEL III

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage, 16 februari 2024

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, P. Adema

TOELICHTING

1 Inleiding

Met deze wijzigingsregeling wordt de subsidiemodule Behoud graslandareaal gewijzigd en opengesteld voor het jaar 2024. Met de openstelling wordt € 50.000.000 subsidie beschikbaar gesteld. De subsidie kan worden aangevraagd van 1 juni 2024 tot en met 30 juni 2024. De wijziging van de subsidiemodule ziet op de reikwijdte van de regeling en de wijze van verdeling van het subsidieplafond.

In paragraaf 2 worden de inhoud en de reikwijdte van de subsidiemodule voor het jaar 2024 uiteengezet. Daarbij wordt ook ingegaan op de gevolgen van de definitieve aanwijzing van NV-gebieden en derogatievrije zones rondom Natura 2000-gebieden voor de hoogte van de subsidie. De paragrafen 3 en 4 lichten de wijziging van de verdeling van het subsidieplafond, de omvang van het subsidieplafond en de openstellingsperiode toe. Tot slot wordt in paragraaf 5 ingegaan op de administratieve lasten die gemoeid zijn met de regeling en de uitvoerings- en handhavingsaspecten.

2 Inhoud

2.1 Algemeen

De subsidiemodule Behoud graslandareaal, opgenomen in titel 2.19 van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies (hierna: RNES), richt zich op het stimuleren van het behoud van het areaal grasland. Daarbij voorziet de subsidie in een tijdelijke tegemoetkoming voor een gedeelte van de extra kosten die derogatiebedrijven moeten maken als gevolg van de versnelde afbouw van de derogatie. De regeling wordt opengesteld in de jaren 2023, 2024 en 2025, waarbij de landbouwer jaarlijks een aanvraag kan indienen. In 2023 is de subsidiemodule opengesteld van 19 juni tot en met 18 juli 2023. Deze wijzigingsregeling voorziet in de openstelling van de subsidiemodule voor het jaar 2024.

2.2 Reikwijdte subsidiemodule 2024

Een landbouwer die in het jaar 2021 of 2022 én in 2023 een derogatievergunning had en deze vergunning ook in 2024 heeft verkregen, kan van 1 juni tot en met 30 juni 2024 subsidie aanvragen op grond van artikel 2.19.3, eerste lid, van de RNES.

Dat geldt ook voor bedrijven die maar voor een gedeelte van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond derogatie kunnen aanvragen, omdat de andere percelen landbouwgrond gelegen zijn in een grondwaterbeschermingsgebied (hierna: GWB-gebied), in een Natura 2000-gebied of in een derogatievrije zone rondom een Natura 2000-gebied. Deze wijzigingsregeling regelt dat in die situatie een landbouwer voor 2024 ook subsidie kan aanvragen als hij in 2023 niet, maar in 2021 én 2022 wel beschikte over een derogatievergunning. In dat geval moet zowel in 2023 als in 2024 ten minste 80% van de tot het bedrijf behorende landbouwgrond bestaan uit grasland.

Door deze wijziging van artikel 2.19.3, eerste lid, onderdeel d, van de RNES (artikel I, onderdeel A), kunnen ook landbouwers die in 2023 per abuis geen derogatie hebben aangevraagd, omdat een groot deel van hun percelen gelegen is in een GWB-gebied of een Natura 2000-gebied, in 2024 subsidie aanvragen.

Landbouwers die in 2021 of 2022 een derogatievergunning hadden, maar vanaf 2023 of 2024 geen derogatievergunning meer kunnen verkrijgen, omdat alle percelen op het landbouwbedrijf gelegen zijn in een GWB-gebied, in een Natura 2000-gebied of in een derogatievrije zone rondom een Natura 2000-gebied, konden reeds op grond van artikel 2.19.3, tweede lid van de RNES een subsidie aanvragen.

2.3 Aanwijzing nieuwe NV-gebieden en derogatievrije zone rondom Natura 2000-gebied

In de derogatiebeschikking is opgenomen dat Nederland extra door nutriënten verontreinigde gebieden (NV-gebieden) moet aanwijzen. Per 1 januari 2023 zijn de waterschappen Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, Hoogheemraadschap Delfland en Brabantse Delta voorlopig aangewezen als NV-gebied.1 Per 1 januari 2024 zijn de NV-gebieden definitief aangewezen en is het aantal NV-gebieden verder uitgebreid.2 Voor deze aangewezen NV-gebieden geldt, net zoals voor de huidige zuidelijk en centraal gelegen zand- en lössgronden (de zogenaamde ‘230-gebieden’), de laagste derogatienorm. Bedrijven die geheel of voor een deel in een nieuw NV-gebied liggen krijgen in 2024 te maken met een hogere terugval in de gebruiksnorm dierlijke mest en kunnen voor die percelen een hogere subsidie ontvangen.

Daarnaast is het sinds 2023 niet meer mogelijk een derogatievergunning te verlenen om gebruik te maken van de hogere gebruiksnorm voor dierlijke meststoffen voor percelen in een GWB-gebied of een Natura 2000-gebied. Met ingang van 2024 is dit ook niet meer mogelijk voor percelen die voor minimaal de helft in zones rondom Natura 2000-gebieden liggen. Dit zijn zones met een breedte van 250 meter rondom de buitengrens van de in bijlage Ae van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet opgenomen Natura 2000-gebieden. Dit zijn de Natura 2000-gebieden waarin de kritische depositiewaarde van stikstof wordt overschreden. Deze derogatievrije zones worden door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland op ‘Mijn percelen’ getoond. Bedrijven waarvan alle of een gedeelte van de percelen in deze gebieden liggen, krijgen te maken met een hogere terugval in de gebruiksnorm dierlijke mest, omdat voor alle percelen in deze gebieden de norm van 170 kg N uit dierlijke mest geldt. Zij kunnen voor die percelen een hogere subsidie ontvangen.

3 Wijziging verdeling subsidieplafond

Artikel 2.19.4 van de RNES bepaalt hoe de hoogte van de subsidie wordt berekend. Als het aangevraagde subsidiebedrag van alle aanvragen samen hoger is dan het bedrag van het subsidieplafond, zal het voor het jaar 2024 beschikbare subsidiebedrag evenredig worden verdeeld over de in de openstellingsperiode ontvangen subsidieaanvragen. Dat betekent dat als er in totaal € 60.000.000 aan subsidie wordt aangevraagd en het subsidieplafond € 50.000.000 bedraagt, elke aanvrager 5/6e deel van het bedrag ontvangt dat hij zou hebben gekregen als het plafond niet zou zijn overschreden. Dit is een wijziging ten opzichte van de openstelling in het jaar 2023, waarbij het beschikbare subsidiebudget op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen werd verdeeld. Om dit te regelen, is artikel 2.19.5 van de RNES gewijzigd. Artikel I, onderdeel B, van deze wijzigingsregeling regelt dit.

Met deze wijziging wordt tegemoetgekomen aan de wens vanuit de sector en de motie van het lid Vedder3 om het beschikbare subsidiebedrag bij een overschrijding van het subsidieplafond evenredig te verdelen over de aanvragers. Hiermee wordt geborgd dat elke subsidieaanvrager die aan de voorwaarden van de regeling voldoet, ook bij overschrijding van het subsidieplafond, in aanmerking komt voor subsidie.

4 Openstelling en subsidieplafond

Het beschikbare budget is € 121.581.960 voor de totale looptijd van de subsidiemodule Behoud graslandareaal. Het subsidieplafond voor het jaar 2023 bedroeg € 30.000.000. Voor het jaar 2024 wordt het subsidieplafond vastgesteld op € 50.000.000. Dit is hoger dan in 2023, omdat het totale areaal dat in een NV-gebied ligt is toegenomen, de terugval in de gebruiksnorm dierlijke mest groter is en er daarnaast een derogatievrije zone van 250 meter rondom aangewezen Natura 2000-gebieden geldt. De verwachting is dat dit bedrag voldoende is om alle landbouwers die aan de voorwaarden van de subsidiemodule voldoen subsidie te kunnen verlenen conform artikel 2.19.4 van de RNES. De subsidiemodule wordt opengesteld van 1 tot en met 30 juni 2024.

In de tabel van artikel 1 van de Regeling openstelling EZK- en LNV-subsidies 2024 is aangegeven in welke periode de diverse subsidiemodules van de RNES zijn opengesteld en wat het subsidieplafond bedraagt. Met artikel II van deze wijzigingsregeling wordt deze tabel aangepast.

5 Effecten bedrijfsleven en overheid

5.1 Regeldruk

In de toelichting bij de invoering van de subsidiemodule Behoud graslandareaal is de regeldruk in kaart gebracht. Deze regeling beperkt zich tot het wijzigen van de reikwijdte van de subsidiemodule en de wijze van verdeling van het subsidieplafond. Tevens stelt deze regeling de openstellingsperiode en het subsidieplafond voor het jaar 2024 vast. Dit leidt niet tot een toe- of afname van de regeldruk bij de gebruikers van deze subsidiemodule.

Een ontwerp van deze wijzigingsregeling is voorgelegd aan het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR). Het ATR heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies, omdat het naar verwachting geen omvangrijke gevolgen voor de regeldruk heeft.

5.2 Uitvoerings- en handhavingslasten

RVO is betrokken geweest bij het wijzigen van deze subsidiemodule. RVO verzorgt de communicatie en uitvoering van de subsidiemodule. De gevolgen van de wijzigingen, waaronder een andere wijze van verdeling van het budget, zijn voor RVO beperkt.

6 Inwerkingtreding en vaste verandermomenten

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na plaatsing in de Staatscourant. Hierbij wordt afgeweken van het beleid van de vaste verandermomenten. Dat is in dit geval gerechtvaardigd, omdat het van belang is dat landbouwers op zo kort mogelijke termijn duidelijkheid verkrijgen over de inhoud van deze openstelling van de subsidiemodule. Zo kan de groep landbouwers die in aanmerking komt voor een derogatievergunning dit meewegen gedurende de aanvraagperiode van de derogatievergunning.

’s-Gravenhage, 16 februari 2024

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, P. Adema


X Noot
1

Kamerstukken II, 2022/2023, 33 037, nr. 484.

X Noot
3

Kamerstukken II, 2023/24, 30 252, nr. 145.

Naar boven