Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Staatscourant 2024, 29296 | algemeenverbindendverklaring van cao-bepalingen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Staatscourant 2024, 29296 | algemeenverbindendverklaring van cao-bepalingen |
Bouw & Infra
Bedrijfstakeigen Regelingen 2025
Verbindendverklaring gewijzigde cao-bepalingen
MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Gelezen het verzoek van Technisch Bureau Bouw en Infra namens alle partijen bij bovengenoemde collectieve arbeidsovereenkomst, strekkende tot algemeenverbindendverklaring van gewijzigde bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst;
Partijen ter ener zijde: Bouwend Nederland, de vereniging van bouw- en infrabedrijven, Bond van Aannemers van Tegelwerken in Nederland (Bovatin), Vereniging van Steiger-, Hoogwerk- en Betonbekistingbedrijven (VSB), Vereniging van Infrabedrijven MKB INFRA, Boorinfo Branche Vereniging, Ondernemersorganisatie MKB Bouw, Vereniging Wapeningsstaal Nederland (VWN), Vereniging voor aannemers in de sloop (VERAS), Noordelijke Vereniging Burgerlijke- en Utiliteitsbouw (NVBU), Straatwerk Nederland, Vereniging van Erkende Na-Isolatiebedrijven in Nederland (VENIN), Vereniging Gebouwgeschil Nederland, secties Metselen en Voegen, WoningBouwersNL en Vereniging van Waterbouwers;
Partijen ter andere zijde: FNV en CNV.
Gelet op de artikelen 2, 4 en 5 van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten;
Besluit:
Het besluit tot algemeenverbindendverklaring van bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst Bedrijfstakeigen Regelingen Bouw & Infra1 wordt met inachtneming van dictum II als volgt gewijzigd:
A
De onder dictum I opgenomen bepalingen worden als volgt gewijzigd:
Artikel 1 komt te luiden als volgt:
een samenwerkingsverband tussen:
– twee of meer bouw- en infraondernemingen of
– één of meer bouw- en infraondernemingen en één of meer andere ondernemingen,
met (onder meer) als doel gezamenlijk één of meer bouw- en infrawerken tot stand te brengen. Onder samenwerkingsverband wordt mede verstaan het samen als (middellijk) bestuurder, (middellijk) aandeelhouder en/of (middellijk) vennoot betrokken zijn bij of deel uit maken van dezelfde rechtspersoon en/of vennootschap.
elke plaats waar bouw- en infrawerken/-activiteiten worden uitgevoerd en/of tot stand worden gebracht.
de werknemer die werkzaam is in een functie als vermeld in de cao Bouw & Infra (Avv-besluit van 2 april 2024 (Stcrt. 2024, nr. 7047), gerectificeerd in publicatie Staatscourant 2024, nr. 7047-nl) dan wel in een gelijksoortige functie.
de overeenkomst die bij aanvang van de bbl-opleiding wordt gesloten tussen de leerlingwerknemer, het opleidingsbedrijf of individueel leerbedrijf en de betrokken onderwijsinstelling. In de bpvo zijn de rechten en plichten rondom de uitvoering van de beroepspraktijkvorming vastgelegd.
met ‘de cao’ of ‘deze cao’ wordt bedoeld de cao Bedrijfstakeigen Regelingen Bouw & Infra. De statuten en reglementen van:
– de stichting Opleidings- en Ontwikkelingsfonds Bouw & Infra, hierna ook te noemen het O&O-fonds;
– de stichting Aanvullingsfonds Bouw & Infra, hierna ook te noemen het Aanvullingsfonds,
zijn een geïntegreerd onderdeel van deze cao.
de werkgevers- en werknemersorganisaties die deze cao hebben afgesloten.
het minimum functieloon waar de bouwplaatswerknemer recht op heeft.
werk aan wegen, spoorwegen, riolerings- en kabelnetten en kunstwerken.
de bouwplaatswerknemer die deelneemt aan een bbl 2 of bbl 3 opleiding in het domein:
– Bouw en infra,
– Afbouw, hout en onderhoud of
– Techniek en procesindustrie.
het tussen de uta-werknemer en de werkgever overeengekomen vaste brutobedrag dat de uta-werknemer van de werkgever ontvangt als loon voor zijn werkzaamheden in de door hem uitgeoefende functie. Dit bedrag is exclusief vakantietoeslag, vaste en/of variabele gratificaties, eindejaarsuitkeringen, uitkeringen ineens en alle andere toeslagen.
de werkgever zoals bedoeld in artikel 7:690 BW en/of 7:692 BW, ongeacht wat de aard van de bedrijfsactiviteiten van de werkgever is.
de werknemer die werkzaam is in een uitvoerende, technische of administratieve functie als vermeld in de cao Bouw & Infra (Avv-besluit van 2 april 2024 (Stcrt. 2024, nr. 7047), gerectificeerd in publicatie Staatscourant 2024, nr. 7047-n1) dan wel in een gelijksoortige functie.
het garantieloon plus de eventueel met de bouwplaatswerknemer overeengekomen prestatietoeslag.’
Artikel 5 komt te luiden als volgt:
1. Alle bepalingen van deze cao zijn van toepassing op:
– uitzendondernemingen die voor meer dan 50% van de Nederlandse loonsom op jaarbasis arbeidskrachten ter beschikking stellen aan werkgevers zoals bedoeld in artikel 2 en die geen lid zijn van de ABU of de NBBU,
– uitzendondernemingen die onderdeel zijn van een concern dat tevens bestaat uit een of meer ondernemingen zoals bedoeld in artikel 2 en
– paritair afgesproken arbeidspools die arbeidskrachten ter beschikking stellen aan werkgevers zoals bedoeld in artikel 2.
Voor deze ondernemingen is de cao van toepassing op al hun werknemers.
2. Alleen de bepalingen over de zwaarwerkregeling in de statuten, het financieringsreglement en het reglement Zwaar werk van de Stichting Aanvullingsfonds Bouw & Infra zijn van toepassing op:
– uitzendondernemingen die voor meer dan 50% van de Nederlandse loonsom op jaarbasis arbeidskrachten ter beschikking stellen aan ondernemingen zoals bedoeld in artikel 2 en die lid zijn van de ABU of de NBBU of
– uitzendondernemingen die voor 50% of minder van de Nederlandse loonsom op jaarbasis arbeidskrachten ter beschikking stellen aan ondernemingen zoals bedoeld in artikel 2.
Deze bepalingen over de zwaarwerkregeling zijn voor deze uitzendondernemingen alleen van toepassing op hun vakkrachten bpfBOUW.
3. Met 'Nederlandse loonsom' wordt hier bedoeld: de loonsom van de arbeidskrachten van de uitzendonderneming, voor zover die in Nederland arbeid verrichten.’
II. FINANCIERINGSREGLEMENT AANVULLINGSFONDS
Artikel 1 komt te luiden als volgt:
In dit reglement worden geacht te zijn opgenomen de definities omschreven in artikel 2 van de statuten. Verder wordt verstaan onder:
het tussen de uta-werknemer en de werkgever overeengekomen vaste brutobedrag dat de uta-werknemer van de werkgever ontvangt als loon voor zijn werkzaamheden in de door hem uitgeoefende functie. Dit bedrag is exclusief vakantietoeslag, vaste en/of variabele gratificaties, eindejaarsuitkeringen, uitkeringen ineens en alle andere toeslagen.
de werknemer zoals bedoeld in artikel 7:690 BW, niet zijnde de werknemer in de zin van artikel 7:692 BW.
de werkgever zoals bedoeld in artikel 7:690 BW en/of 7:692 BW, ongeacht wat de aard van de bedrijfsactiviteiten van de werkgever is.
de uitzendkracht die
– binnen een periode van twee jaar in totaal twaalf maanden werkzaamheden in de zin van deze cao heeft verricht, als werknemer en/of uitzendkracht, direct voorafgaand aan en/of tijdens de uitzendarbeid voor een onderneming zoals bedoeld in artikel 2 van deze cao; of
– werkzaam is als uitzendkracht in een bouwplaatsfunctie en een bbl 2 of bbl 3 opleiding volgt in het domein:
• Bouw en infra,
• Afbouw, hout en onderhoud of
• Techniek en procesindustrie,
dan wel die opleiding met een diploma of praktijkcertificaat heeft afgerond; of
– werkzaam is als uitzendkracht in een uta-functie en een diploma heeft behaald voor een bouwtechnische bol-opleiding op niveau 2 of hoger.
En die deelnemer is in bpfBOUW.
het garantieloon plus de eventueel met de bouwplaatswerknemer overeengekomen prestatietoeslag.’
Artikel 2 lid 3 wordt toegevoegd en komt te luiden als volgt:
3. In afwijking van lid 1 en lid 2 zijn uitzendondernemingen zoals bedoeld in artikel 5 lid 2 van deze cao alleen premie verschuldigd voor de financiering van de zwaarwerkregeling voor vakkrachten bpfBOUW. De hoogte van deze premie wordt jaarlijks door het bestuur van de stichting vastgesteld.
• Vanaf 1 januari 2025 is de premie vastgesteld op 1,49% van de pensioengrondslag. De pensioengrondslag is het (max) pensioenloon minus het bodemloon van de vakkrachten bpfBOUW die ter beschikking worden gesteld aan ondernemingen zoals bedoeld in artikel 2 van deze cao. Het pensioenloon is het vast overeengekomen loon/het salaris plus vakantietoeslag en vaste eindejaarsuitkering.’
IV. REGLEMENT ZWAAR WERK
Artikel 1 komt te luiden als volgt:
In dit reglement worden geacht te zijn opgenomen de definities omschreven in artikel 2 van de statuten. Verder wordt in afwijking van en in aanvulling op die definities verstaan onder:
de pensioengerechtigde leeftijd zoals bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet.
de werknemer zoals bedoeld in artikel 1 lid 3 van deze cao.
degene die op grond van het reglement zwaar werk, recht heeft op een uitkering.
de dag waarop de arbeidsovereenkomst tussen de werknemer en zijn werkgever op verzoek van de werknemer feitelijk is beëindigd.
de werknemer zoals bedoeld in artikel 7:690 BW, niet zijnde de werknemer in de zin van artikel 7:692 BW.
de werknemer zoals bedoeld in artikel 1 lid 12 van deze cao.
de uitzendkracht die
– binnen een periode van twee jaar in totaal twaalf maanden werkzaamheden in de zin van deze cao heeft verricht, als werknemer en/of uitzendkracht, direct voorafgaand aan en/of tijdens de uitzendarbeid voor een onderneming zoals bedoeld in artikel 2 van deze cao; of
– werkzaam is als uitzendkracht in een bouwplaatsfunctie en een bbl 2 of bbl 3 opleiding volgt in het domein:
• Bouw en infra,
• Afbouw, hout en onderhoud of
• Techniek en procesindustrie,
dan wel die opleiding met een diploma of praktijkcertificaat heeft afgerond; of
– werkzaam is als uitzendkracht in een uta-functie en een diploma heeft behaald voor een bouwtechnische bol-opleiding op niveau 2 of hoger.
En die deelnemer is in bpfBOUW.
de werknemer zoals bedoeld in artikel 2 lid 3 van deze cao in dienst van een werkgever zoals bedoeld in artikel 2 lid 2 van deze cao.’
Artikel 2 komt te vervallen.
Artikel 2B wordt toegevoegd en komt te luiden als volgt:
1. Recht op een uitkering, onder de voorwaarden als uitgewerkt in dit reglement, heeft de bouwplaatswerknemer die:
a. in de periode 1 januari 2025 tot en met 31 december 2025 op uittredingsdatum een leeftijd heeft bereikt die maximaal drie jaar voor zijn AOW-gerechtigde leeftijd ligt,
b. direct voorafgaand aan de uittredingsdatum bouwplaatswerknemer is,
c. op 1 juli 2019 en/of 1 januari 2020 bouwplaatswerknemer en/of vakkracht bpfBOUW in een bouwplaatsfunctie was, en
d. in de periode van 25 jaar direct voorafgaand aan de uittredingsdatum ten minste 20 jaar werkzaam is geweest in een onderneming vallend onder de werkingssfeer van deze cao als werknemer en/of vakkracht bpfBOUW dan wel in een onderneming vallend onder de werkingssfeer van de:
• cao Afbouw als werknemer in de zin van de cao Afbouw,
• cao Timmerindustrie als werknemer in de zin van de cao Timmerindustrie of
• cao voor de Bitumineuze en Kunststofdakbedekkingsbedrijven als werknemer in de zin van de cao voor de Bitumineuze en Kunststofdakbedekkingsbedrijven.
Perioden van maximaal 6 maanden niet of elders werken tellen mee als gewerkte tijd.
2. Recht op een uitkering, onder de voorwaarden als uitgewerkt in dit reglement, heeft de uta-werknemer die:
a. in de periode 1 januari 2025 tot en met 31 december 2025 op uittredingsdatum een leeftijd heeft bereikt die maximaal drie jaar voor zijn AOW-gerechtigde leeftijd ligt,
b. direct voorafgaand aan de uittredingsdatum uta-werknemer is,
c. op 1 juli 2020 en/of 1 januari 2021 werknemer en/of vakkracht bpfBOUW was en
d. in de periode van 25 jaar direct voorafgaand aan de uittredingsdatum:
– ten minste 5 jaar werkzaam is geweest als bouwplaatswerknemer en/of vakkracht bpfBOUW in een bouwplaatsfunctie én
– ten minste 20 jaar werkzaam is geweest in een onderneming vallend onder de werkingssfeer van deze cao als werknemer en/of vakkracht bpfBOUW dan wel in een onderneming vallend onder de werkingssfeer van de:
• cao Afbouw als werknemer in de zin van de cao Afbouw,
• cao Timmerindustrie als werknemer in de zin van de cao Timmerindustrie of
• cao voor de Bitumineuze en Kunststofdakbedekkingsbedrijven als werknemer in de zin van de cao voor de Bitumineuze en Kunststofdakbedekkingsbedrijven.
Perioden van maximaal 6 maanden niet of elders werken tellen mee als gewerkte tijd.
De voorwaarde dat de uta-werknemer in de periode van 25 jaar direct voorafgaand aan de uittredingsdatum ten minste 5 jaar werkzaam is geweest als bouwplaatswerknemer en/of vakkracht bpfBOUW in een bouwplaatsfunctie geldt niet voor de uta-werknemer die op 1 januari 2024 én direct voorafgaand aan de uittredingsdatum werkzaam is in de functie van uitvoerder.
3. Recht op een uitkering, onder de voorwaarden als uitgewerkt in dit reglement, heeft de vakkracht bpfBOUW in een bouwplaatsfunctie die:
a. in de periode 1 januari 2025 tot en met 31 december 2025 op uittredingsdatum een leeftijd heeft bereikt die maximaal drie jaar voor zijn AOW-gerechtigde leeftijd ligt,
b. direct voorafgaand aan de uittredingsdatum vakkracht bpfBOUW in een bouwplaatsfunctie is,
c. op 1 juli 2019 en/of 1 januari 2020 bouwplaatswerknemer en/of vakkracht bpfBOUW in een bouwplaatsfunctie was, en
d. in de periode van 25 jaar direct voorafgaand aan de uittredingsdatum ten minste 20 jaar werkzaam is geweest in een onderneming vallend onder de werkingssfeer van deze cao als werknemer en/of vakkracht bpfBOUW dan wel in een onderneming vallend onder de werkingssfeer van de:
• cao Afbouw als werknemer in de zin van de cao Afbouw,
• cao Timmerindustrie als werknemer in de zin van de cao Timmerindustrie of
• cao voor de Bitumineuze en Kunststofdakbedekkingsbedrijven als werknemer in de zin van de cao voor de Bitumineuze en Kunststofdakbedekkingsbedrijven.
Perioden van maximaal 6 maanden niet of elders werken tellen mee als gewerkte tijd.
4. Recht op een uitkering, onder de voorwaarden als uitgewerkt in dit reglement, heeft de vakkracht bpfBOUW in een uta-functie die:
a. in de periode 1 januari 2025 tot en met 31 december 2025 op uittredingsdatum een leeftijd heeft bereikt die maximaal drie jaar voor zijn AOW-gerechtigde leeftijd ligt,
b. direct voorafgaand aan de uittredingsdatum vakkracht bpfBOUW in een uta-functie is,
c. op 1 juli 2020 en/of 1 januari 2021 werknemer en/of vakkracht bpfBOUW was, en
d. in de periode van 25 jaar direct voorafgaand aan de uittredingsdatum:
– ten minste 5 jaar werkzaam is geweest als bouwplaatswerknemer en/of vakkracht bpfBOUW in een bouwplaatsfunctie én
– ten minste 20 jaar werkzaam is geweest in een onderneming vallend onder de werkingssfeer van deze cao als werknemer en/of vakkracht bpfBOUW dan wel in een onderneming vallend onder de werkingssfeer van de:
• cao Afbouw als werknemer in de zin van de cao Afbouw,
• cao Timmerindustrie als werknemer in de zin van de cao Timmerindustrie of
• cao voor de Bitumineuze en Kunststofdakbedekkingsbedrijven als werknemer in de zin van de cao voor de Bitumineuze en Kunststofdakbedekkingsbedrijven.
Perioden van maximaal 6 maanden niet of elders werken tellen mee als gewerkte tijd.
De voorwaarde dat de vakkracht bpfBOUW in een uta-functie in de periode van 25 jaar direct voorafgaand aan de uittredingsdatum ten minste 5 jaar werkzaam is geweest als bouwplaatswerknemer en/of vakkracht bpfBOUW in een bouwplaatsfunctie geldt niet voor de vakkracht bpfBOUW in een uta-functie die op 1 januari 2024 én direct voorafgaand aan de uittredingsdatum werkzaam is in de functie van uitvoerder.
5. Geen recht op een uitkering heeft degene:
a. die op de uittredingsdatum een dienstbetrekking of een eigen onderneming heeft. Vrijwilligerswerk is toegestaan. Een vrijwilliger is iemand die:
– voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen niet in echte of fictieve dienstbetrekking is;
– die niet 'bij wijze van beroep' werkt voor:
• een organisatie die geen aangifte vennootschapsbelasting hoeft te doen,
• een sportorganisatie of
• een algemeen nut beogende instelling (ANBI); en
– alleen een beloning krijgt die binnen de grenzen blijft van de vrijwilligersvergoeding zoals genoemd in artikel 2 lid 6 Wet op de loonbelasting 1964;
b. die recht heeft op een IVA-uitkering, WW-uitkering of ZW-uitkering;
c. wiens registratie bij de uitvoeringsorganisatie voorafgaand aan de uittredingsdatum is gewijzigd van uta-werknemer in bouwplaatswerknemer;
d. die met pensioen is gegaan en gestopt met werken en die vervolgens weer gaat werken.’
Stcrt. 2020, nr. 58904; laatstelijk gewijzigd bij besluit van 12 februari 2024 (Stcrt. 2024, nr. 1243)
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2024-29296.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.