Bitumineuze en Kunststof Dakbedekkingsbedrijven

Bedrijfstakeigen Regelingen 2024/2026

Verbindendverklaring gewijzigde cao-bepalingen

MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Besluit van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 8 augustus 2024 tot wijziging van het besluit tot algemeenverbindendverklaring van bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst Bedrijfstakeigen Regelingen voor de Bitumineuze en Kunststof Dakbedekkingsbedrijven

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Gelezen het verzoek van de Vereniging Dakbedekkingsbranche Nederland VEBIDAK mede namens de overige partijen bij bovengenoemde collectieve arbeidsovereenkomst, strekkende tot algemeenverbindendverklaring van gewijzigde bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst;

Partij ter ener zijde: Vereniging Dakbedekkingsbranche Nederland VEBIDAK;

Partijen ter andere zijde: FNV en CNV.

Gelet op de artikelen 2, 4 en 5 van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten;

Besluit:

Dictum I

Het besluit tot algemeenverbindendverklaring van bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst Bedrijfstakeigen Regelingen voor de Bitumineuze en Kunststof Dakbedekkingsbedrijven1 wordt met inachtneming van dictum II als volgt gewijzigd:

A

De onder dictum I opgenomen bepalingen worden als volgt gewijzigd:

1. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 6 - Werkingssfeeronderzoeken

Artikel 6 leden 1 en 2 komen te luiden:

  • ‘1. Onder ‘werkingssfeeronderzoeken’ worden verstaan onderzoeken naar de vraag of ondernemingen werkzaamheden verrichten die al dan niet onder de werkingssfeer vallen van de CAO voor de Bitumineuze en Kunststof Dakbedekkingsbedrijven, CAO Bedrijfstakeigen Regelingen voor de Bitumineuze en Kunststof Dakbedekkingsbedrijven.

  • 2. SF BIKUDAK stelt namens CAO-partijen werkingssfeeronderzoeken in indien gerede twijfel over de toepasselijkheid van de CAO’s bestaat, zulks ter beoordeling aan SF BIKUDAK. Een melding wordt schriftelijk ingediend bij CAO-partijen (Postbus 1248, 3430 BE Nieuwegein).’

7. REGLEMENT AANVULLINGSREGELINGEN VAN DE STICHTING SF BIKUDAK

Artikel 3 - Aanvulling pensioenpremie

Artikel 3 lid 9 komt te luiden:

  • ‘9. Voor deze aanvulling geldt een wachtperiode. Over de eerste 180 kalenderdagen vanaf aanvang van de WW- of ZW-uitkering wordt geen aanvulling verstrekt. Het aantal van 180 kalenderdagen wordt verminderd met het aantal kalenderdagen dat voor de wachtperiode over (een) eerdere werkloosheidsperiode(n) in aanmerking is genomen, onder de voorwaarde dat de werknemer op verzoek aan APG gegevens verstrekt waaruit dat blijkt. Een werknemer heeft tijdens de wachtperiode recht op de aanvulling als bedoeld in lid 3 van dit artikel.’

8. REGLEMENT VERLOF BIJ STERVENSBEGELEIDING EN ROUW VAN DE STICHTING SF BIKUDAK

Artikel 3 - Procedure

Artikel 3 leden 2 en 3 komen te luiden:

  • ‘2. Binnen drie maanden na de datum van overlijden zendt de werkgever aan genoemde stichting toe het volledig ingevulde en door zowel de werkgever als de werknemer ondertekende declaratieformulier, inclusief de in lid 3 van dit artikel genoemde bijlagen.

  • 3. Het declaratieformulier dient vergezeld te gaan van een kopie van de overlijdensakte van de betreffende persoon.’

10. REGLEMENT WERKINGSSFEER VAN DE STICHTING SF BIKUDAK

Artikel 1 komt te luiden:

‘Artikel 1 - Begripsbepalingen

In dit reglement wordt verstaan onder:

a. de CAO’s:

de CAO voor de Bitumineuze en Kunststof Dakbedekkingsbedrijven en de CAO Bedrijfstakeigen Regelingen voor de Bitumineuze en Kunststof Dakbedekkingsbedrijven;

b. de verplichtstellingsbeschikking:

het verplichtstellingsbesluit tot deelneming in bpfBOUW van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

c. werkgever:

de werkgever als bedoeld in de CAO’s;

d. werknemer:

de werknemer als bedoeld in de CAO’s;

e. partijen:

de werkgevers- en werknemersorganisaties die partij zijn bij de CAO voor de Bitumineuze en Kunststof Dakbedekkingsbedrijven en de CAO Bedrijfstakeigen Regelingen voor de Bitumineuze en Kunststof Dakbedekkingsbedrijven;

f. werkingssfeeronderzoeken:

onderzoeken naar de vraag of ondernemingen werkzaamheden verrichten die al dan niet onder de werkingssfeer van de CAO’s vallen;

g. de stichting:

‘de Stichting Sociaal Fonds voor de Bitumineuze en Kunststof Dakbedekkingsbedrijven’. Zij wordt bij afkorting ook genoemd: SF BIKUDAK (Postbus 1248, 3430 BE Nieuwegein);

h. APG:

de ondernemingen onder leiding van de te Heerlen gevestigde naamloze vennootschap: APG Groep N.V.’

Artikel 2 komt te luiden:

‘Artikel 2 - Werkingssfeeronderzoeken

  • 1. SF BIKUDAK stelt namens partijen werkingssfeeronderzoeken in indien een redelijk vermoeden bestaat dat de werkzaamheden van een onderneming vallen onder de werkingssfeer van de CAO’s. SF BIKUDAK is bevoegd de onderzoeken te laten verrichten door een uitvoerende organisatie, zo nodig geassisteerd door een daartoe aan te wijzen extern bureau.

  • 2. SF BIKUDAK oefent haar controletaak uit met inachtneming van de zorgvuldigheid die controlerende instanties in gelijksoortige situaties in acht dienen te nemen.

  • 3. Het werkingssfeeronderzoek bestaat in eerste instantie uit een (eenzijdig) bureauonderzoek. Indien op basis van het bureauonderzoek onvoldoende gegevens beschikbaar zijn voor een uitspraak, wordt een onderzoek ter plaatse en/of een schriftelijk onderzoek ingesteld.

  • 4. Alle betrokkenen bij een werkingssfeeronderzoek zijn gehouden geheimhouding te bewaren ten aanzien van al dat geen wat hen uit hoofde van hun betrokkenheid ter kennis komt.

  • 5. De bevoegdheden van SF BIKUDAK alsmede de bepalingen in dit reglement sluiten de bevoegdheden van de rechter niet uit.’

Artikel 3 - Melding

Artikel 3 leden 1 en 3 komen te luiden:

  • ‘1. Een melding voor een werkingssfeeronderzoek kan gedaan worden door:

    • a. elk der partijen bij de CAO’s;

    • b. iedere onderneming, voor wat betreft de eigen onderneming of een andere onderneming;

    • c. iedere werknemer of UTA-werknemer van zodanige onderneming als bedoeld in lid 1 sub b.;

    • d. paritaire stichtingen binnen de Bitumineuze en Kunststof Dakbedekkingsbranche.

  • 3. Een melding wordt slechts in behandeling genomen indien deze bevat:

    • a. naam en adres van de melder;

    • b. ondertekening door de melder;

    • c. naam en adres van de onderneming waarop de melding betrekking heeft;

    • d. een nauwkeurige beschrijving van de bedrijfsactiviteiten, vergezeld van de argumenten waaruit blijkt dat in redelijkheid kan worden vastgesteld dat de werkzaamheden onder de werkingssfeer van de CAO’s vallen;

    • e. de dagtekening.’

Artikel 5 komt te luiden:

‘Artikel 5 - Gebruikelijke werkwijze

De gebruikelijke werkwijze is als volgt.

  • 1. Het werkingssfeeronderzoek bestaat in eerste instantie uit een (eenzijdig) bureauonderzoek. Indien op basis van het bureauonderzoek onvoldoende gegevens beschikbaar zijn voor een uitspraak, wordt een onderzoek ter plaatse of een schriftelijk onderzoek ingesteld.

  • 2. De te controleren onderneming wordt schriftelijk op de hoogte gebracht van het instellen van een onderzoek ter plaatse of een schriftelijk onderzoek. Indien de te controleren onderneming niet instemt met controle ter plaatse, wordt een schriftelijk onderzoek ingesteld.

  • 3. Indien een onderzoek ter plaatse wordt ingesteld, dienen de aangeschreven ondernemingen de te onderzoeken administratieve bescheiden, op het bezoekadres voor controle beschikbaar te houden.

  • 4. Indien een schriftelijk onderzoek wordt ingesteld, ontvangt de te controleren onderneming bericht welke gegevens, die redelijkerwijs nodig zijn voor de beoordeling, hij binnen drie weken dient over te leggen.

  • 5. De onderneming dient te allen tijde mee te werken aan een werkingssfeeronderzoek. Indien de aangeschreven onderneming weigert medewerking te verlenen, of onvolledige of onjuiste informatie verstrekt is er sprake van een gegrond vermoeden dat de werkzaamheden van de onderneming onder de werkingssfeer van de CAO’s en de verplichtstelling vallen.’

Artikel 11 vervalt onder vernummering van artikel 12 tot en met 15 tot artikel 11 tot en met 14

Dictum II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en heeft geen terugwerkende kracht.

’s-Gravenhage, 8 augustus 2024

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, namens deze, De directeur Uitvoeringstaken Arbeidsvoorwaardenwetgeving, P.S. Nanhekhan


X Noot
1

Stcrt. 2022 nr. 20523 (rectificatiebesluit 2022, nr. 20523-n1), laatstelijk gewijzigd bij besluit van 4 april 2023 (Stcrt. 2023, nr. 7870)

Naar boven