Bitumineuze en Kunststof Dakbedekkingsbedrijven

Bedrijfstakeigen Regelingen 2023/2026

Verbindendverklaring gewijzigde cao-bepalingen

MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Besluit van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 4 april 2023 tot wijziging van het besluit tot algemeenverbindendverklaring van bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst Bedrijfstakeigen Regelingen voor de Bitumineuze en Kunststof Dakbedekkingsbedrijven

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Gelezen het verzoek van de Vereniging Dakbedekkingsbranche Nederland VEBIDAK mede namens de overige partijen bij bovengenoemde collectieve arbeidsovereenkomst, strekkende tot algemeenverbindendverklaring van gewijzigde bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst;

Partij ter ener zijde: Vereniging Dakbedekkingsbranche Nederland VEBIDAK;

Partijen ter andere zijde: FNV en CNV Vakmensen.nl.

Gelet op de artikelen 2, 4 en 5 van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten;

Besluit:

Dictum I

Het besluit tot algemeenverbindendverklaring van bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst Bedrijfstakeigen Regelingen voor de Bitumineuze en Kunststof Dakbedekkingsbedrijven1 wordt met inachtneming van dictum II als volgt gewijzigd:

A

De onder dictum I opgenomen bepalingen worden als volgt gewijzigd:

1. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 3 - Sociale Fondsen en bijdrageverplichtingen

Artikel 3 lid 3 komt te luiden:

  • ‘3. Werkgever en werknemer betalen hetgeen zij aan bijdragen zijn verschuldigd aan de in het eerste lid van dit artikel genoemde stichting aan APG, het uitvoeringsorgaan van bedoelde stichting. De werknemersbijdrage bedraagt 1,15% van het brutoloon SV op jaarbasis. De werkgeversbijdrage bedraagt 2,83% van het brutoloon SV op jaarbasis. De werkgeversbijdrage wordt verhoogd met 0,4%punt ten behoeve van de regeling vervroegd uittreden in verband met zwaar werk, waardoor de totale werkgeverspremie op 3,23% van het brutoloon SV op jaarbasis komt.

    De bijdrage van de werkgever, zoals bedoeld in artikel 3, lid 2, bedraagt 2,22% van deze arbeidskosten.’

3. Bijdragereglement Stichting SF BIKUDAK

Artikel 2 - Bijdrageverplichting

Artikel 2 lid 4 komt te luiden:

  • ‘4. De bijdrage als bedoeld in lid 2, categorie a. is vastgesteld op 1,15% van het brutoloon SV op jaarbasis.

    De bijdrage als bedoeld in lid 2, categorie b. is vastgesteld op 2,83% van het brutoloon SV op jaarbasis. De werkgeversbijdrage wordt verhoogd met 0,4%punt ten behoeve van de regeling voor vervroegde uittreding in verband met zwaar werk, waardoor de totale werkgeverspremie op 3,23% van het brutoloon SV op jaarbasis komt.

    De bijdrage als bedoeld lid 2, categorie c. is vastgesteld op 2,22% van de in categorie c. bedoelde arbeidskosten op jaarbasis.’

11. Reglement vervroegde uittreding in verband met zwaar werk SF BIKUDAK

Artikel 2 - Recht op uitkering

Artikel 2 lid 1 komt te luiden:

  • ‘1. Recht op een uitkering, onder de voorwaarden als uitgewerkt in dit reglement, heeft de werknemer of UTA-werknemer die:

    • a. in de periode 1 oktober 2021 tot en met 31 december 2025 op de uittredingsdatum een leeftijd heeft bereikt die maximaal drie jaar voor zijn AOW-gerechtigde leeftijd ligt,

    • b. direct voorafgaand aan de uittredingsdatum werknemer is, of direct voorafgaand aan de uittredingsdatum uta-werknemer was en een uta-functie is gaan vervullen in de tien jaar direct voorafgaand aan zijn AOW-gerechtigde leeftijd, en

    • c. in de periode van 25 jaar direct voorafgaand aan de uittredingsdatum ten minste 20 jaar werkzaam is geweest in een onderneming vallend onder de werkingssfeer van deze cao als werknemer, dan wel in een onderneming vallend onder de werkingssfeer van de cao Bouw&Infra als werknemer in de zin van de cao Bouw&Infra, dan wel dakwerkzaamheden heeft verricht in een onderneming vallend onder de werkingssfeer van de cao voor de Metaal&Techniek als werknemer in de zin van de cao voor de Metaal&Techniek. Hierbij telt de periode mee waarin hij in de laatste tien jaar direct voorafgaand aan zijn AOW-gerechtigde leeftijd werkzaam was als uta-werknemer. Per refertejaar tellen perioden van maximaal 3 maanden niet of elders werken mee als gewerkte tijd. Indien de periode van twee jaar direct voorafgaand aan de uittredingsdatum is onderbroken door perioden dat de werknemer als uitzendkracht heeft gewerkt in een functie als genoemd in bijlage I van deze cao bij een werkgever zoals bedoeld in artikel 1A sub b van deze cao, tellen deze perioden mee als gewerkte tijd.’

Dictum II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en heeft geen terugwerkende kracht.

’s-Gravenhage, 4 april 2023

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, namens deze, De directeur Uitvoeringstaken Arbeidsvoorwaardenwetgeving, M.H.M. van der Goes


X Noot
1

Stcrt. 2022 nr. 20523 (rectificatiebesluit 2022, nr. 20523-n1)

Naar boven