Regeling van de Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen van 24 juni 2024, nr. 2024-0000164084 tot het verlenen van mandaat, volmacht en machtiging aan de voorzitter van de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank ter uitvoering van het Besluit van 6 oktober 2023, houdende de toekenning van een eenmalig bedrag aan ouderen van Surinaamse herkomst (Tijdelijk besluit eenmalig bedrag ouderen van Surinaamse herkomst, Stb. 2023, 386)

De Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen,

Gelet op artikel 10:3 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 11 van het Tijdelijk besluit eenmalig bedrag ouderen van Surinaamse herkomst;

Besluit:

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. Besluit:

Het Tijdelijk besluit eenmalig bedrag ouderen van Surinaamse herkomst, van 6 oktober 2023 (Stb. 2023, 386);

b. mandaat:

de bevoegdheid om in naam van Onze Minister besluiten te nemen;

c. machtiging:

de bevoegdheid om in naam van Onze Minister handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn

d. SVB:

de Sociale verzekeringsbank, genoemd in Hoofdstuk 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisaties werk en inkomen;

e. Onze minister:

de Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen;

f. volmacht:

volmacht, bedoeld in artikel 3:60 van het Burgerlijk Wetboek, voor het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen;

g. voorzitter:

voorzitter van de Raad van bestuur van de SVB.

Artikel 2

  • 1. De voorzitter wordt mandaat verleend tot:

    • a. het nemen van primaire besluiten tot toekennen of weigeren van een recht op het eenmalige bedrag zoals bedoeld in artikel 5 van het Besluit alsmede tot het intrekken, terug- en invorderen van een dergelijk bedrag indien dat ten onrechte is toegekend zoals bedoeld in artikel 10 van het Besluit;

    • b. het nemen van besluiten op grond van de Wet open overheid over informatie die verband houdt met de uitoefening van de taken in het kader van de uitvoering van het Besluit;

    • c. het beslissen over bezwaarschriften die zijn gericht tegen de onder a en b bedoelde primaire besluiten, voor zover het primaire besluit waartegen het bezwaar zich richt niet door hem in mandaat is genomen.

  • 2. De voorzitter wordt in het kader van de uitvoering van het Besluit volmacht verleend alsmede machtiging:

    • a. voor het vertegenwoordigen van Onze minister in rechte in administratiefrechtelijke procedures gericht tegen de in het eerste lid, onder c bedoelde beschikkingen zoals ter terechtzitting en met betrekking tot het opstellen van verweer- en hoger beroepschriften alsmede het verrichten van alle daarmee samenhangende feitelijke handelingen;

    • b. voor het verrichten van de in artikel 8 van het Besluit bedoelde betalingen en overige feitelijke handelingen.

  • 3. De voorzitter wordt toegestaan om onder mandaat te verlenen zoals bedoeld in artikel 10:9 van de Algemene wet bestuursrecht met betrekking tot de in het eerste lid genoemde in mandaat uitgevoerde bevoegdheden alsmede om de in het tweede en derde lid bedoelde bevoegdheden door te verlenen.

Artikel 3

De voorzitter is gemachtigd tot het vaststellen van beleidsregels ten aanzien van de uitvoering van het Besluit.

Artikel 4

De ondertekening van besluiten en andere stukken in verband met de uitvoering van het Besluit vindt plaats op de volgende wijze:

Hoogachtend,

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

namens deze,

de Sociale Verzekeringsbank,

Artikel 5

Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van afgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 6

Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaat- volmacht- en machtigingsregeling Uitvoering Tijdelijk besluit eenmalig bedrag ouderen van Surinaamse herkomsten zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 24 juni 2024

De Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen, C.J. Schouten

TOELICHTING

Het Tijdelijk besluit eenmalig bedrag ouderen van Surinaamse herkomst beoogt een gebaar van erkenning te maken voor Nederlandse ouderen van Surinaamse herkomst die vóór de onafhankelijkheid van Suriname op 25 november 1975 bewust naar Nederland verhuisden. Deze groep ervaart gevoelens van onrechtvaardigheid, mede doordat de jaren in Suriname niet meetelden voor de opbouw van AOW-pensioen. Hoewel er geen juridische verplichting is om deze groep tegemoet te komen, erkent het kabinet de unieke omstandigheden en de diepe gevoelens van onrecht die deze groep ervaart. Na verschillende debatten in de Tweede Kamer, gesprekken met de Surinaamse gemeenschap en een advies van de commissie-Sylvester, is gekozen voor een eenmalig bedrag van 5.000 euro als gebaar van erkenning voor het ervaren leed.

De Sociale Verzekeringsbank (SVB) is gekozen als uitvoerder van het gebaar van erkenning. De SVB is ervaren in uitbetalen van uitkeringen. Ook beschikt het over de systemen en gegevens om de betrokken ouderen op een eenvoudige manier het eenmalige bedrag te kunnen uitbetalen. Het onderhavige besluit zal in mandaat worden uitgevoerd door de SVB. Deze ministeriële regeling regelt de mandaatverlening aan de SVB.

Den Haag, 24 juni 2024

De Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen, C.J. Schouten

Naar boven