Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Buitenlandse Zaken | Staatscourant 2024, 18790 | advies Raad van State |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Buitenlandse Zaken | Staatscourant 2024, 18790 | advies Raad van State |
Afdeling Verdragen
MINBUZA-2024.298523
’s-Gravenhage, 24 mei 2024
Aan de Koning
Nader rapport inzake het protocol tot wijziging van het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Chili, ondertekend te Santiago op 10 januari 1996, herzien te ’s-Gravenhage op 15 juni 2005 en het Administratief Akkoord daarbij, ondertekend te ’s-Gravenhage op 4 december 1996; Santiago, 27 juli 2022 (Trb. 2022, 77)
Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 25 oktober 2022, no. 2022002314, machtigde Uwe Majesteit de Afdeling advisering van de Raad van State haar advies inzake het bovenvermelde verdrag rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit advies, gedateerd 14 december 2022, nr. W12.22.0204/III, bied ik U hierbij aan.
De tekst van het advies treft U hieronder aan, voorzien van mijn reactie.
Bij Kabinetsmissive van 25 oktober 2022, no. 2022002314, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het protocol tot wijziging van het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Chili, ondertekend te Santiago op 10 januari 1996, herzien te ’s Gravenhage op 15 juni 2005 en het Administratief Akkoord daarbij, ondertekend te ’s Gravenhage op 4 december 1996; Santiago, 27 juli 2022 (Trb. 2022, 77), met toelichtende nota.
Het protocol wijzigt het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Chili, evenals het daarbij horende Administratief Akkoord. Het protocol brengt het Verdrag en het Akkoord in overeenstemming met de Nederlandse wetgeving over, onder meer, de toepassing van het woonlandbeginsel en de beperking van de export van de kinderbijslag en het kindgebonden budget.
De Afdeling advisering van de Raad van State maakt opmerkingen over de bescherming van persoonsgegevens en over de bepalingen van het protocol die een ieder kunnen verbinden. Zij adviseert de toelichtende nota op beide punten aan te passen en zo nodig aanvullende afspraken met de regering van Chili te maken over de doorgifte van persoonsgegevens.
Bij de uitvoering van het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen Nederland en Chili worden door de bevoegde autoriteiten persoonsgegevens verstrekt.1 Op basis van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) is doorgifte van persoonsgegevens aan een land buiten de Europese Unie toegestaan als de Europese Commissie een adequaatheidsbesluit heeft genomen. Daarvoor is noodzakelijk dat de Europese Commissie besluit dat een derde land, of een nader bepaalde sector, een passend beschermingsniveau waarborgt voor de verwerking van persoonsgegevens.2 Een dergelijk besluit is voor Chili niet genomen.
Doorgifte van persoonsgegevens is echter ook toegestaan als er geen adequaatheidsbesluit voor het land genomen is, mits de verwerkingsverantwoordelijke passende waarborgen biedt en betrokkenen over afdwingbare rechten en doeltreffende rechtsmiddelen beschikken.3 De AVG noemt een aantal instrumenten waarmee die passende waarborgen kunnen worden geboden.4 Voor een deel van de instrumenten is toestemming van de Autoriteit Persoonsgegevens vereist.
De Afdeling merkt op dat uit de toelichtende nota niet blijkt of aanvullende afspraken tussen Nederland en Chili zijn gemaakt om de passende waarborgen te bieden die de AVG vereist en in welk instrument die zijn neergelegd. Evenmin wordt duidelijk of is voorzien in betrokkenheid van de Autoriteit Persoonsgegevens.5
In de toelichtende nota is opgenomen dat, conform de AVG, als uitgangspunt geldt dat persoonsgegevens slechts worden doorgegeven naar een land buiten de Europese Unie indien dat land een passend beschermingsniveau waarborgt.6 Verwezen wordt naar het recht op gegevensbescherming dat in de Chileense grondwet is verankerd. Uitwerking daarvan is geregeld in Wet nr. 19.628 over de bescherming van het persoonlijke leven. In die wet zijn onder andere rechten op toegang tot data, rectificatie, het wissen van gegevens en bezwaar tegen gegevensgebruik geregeld. Verder is in het Chileense parlement een wetsvoorstel in behandeling om de gegevensbescherming nog beter te waarborgen, aldus de toelichting.
Hoewel de toelichtende nota verwijst naar een aantal belangrijke beginselen rondom de bescherming van persoonsgegevens die in de Chileense wetgeving zijn opgenomen, blijft onduidelijk of voldoende passende waarborgen als bedoeld in de AVG zijn geregeld. De Afdeling wijst in dat verband op richtsnoeren van het Europees Comité voor gegevensbescherming over de internationale overeenkomsten als bedoeld in artikel 46, tweede lid, onder a en derde lid, onder b, AVG, waarin een lijst met waarborgen is opgesomd die ten minste in deze internationale overeenkomsten dienen te worden opgenomen.7
Naast bepalingen die de algemene beginselen rondom bescherming van persoonsgegevens tot uitdrukking brengen, rechten van betrokkenen en verhaalmechanismen, gaat het ook om onafhankelijke toezichtmechanismen die in een derde land beschikbaar moeten zijn om de naleving van de wetgeving op het gebied van gegevensbescherming te verzekeren. De genoemde richtsnoeren bevatten aldus meer onderwerpen dan in de toelichting wordt besproken aangaande de waarborgen die in Chileense wetgeving zijn opgenomen. Met het oog op de effectiviteit van de waarborgen is met name het toezicht van belang. De toelichting gaat hier niet op in.
Gelet op het voorgaande adviseert de Afdeling in de toelichtende nota nader in te gaan op de passende waarborgen voor de doorgifte van persoonsgegevens aan Chili, in het bijzonder voor wat betreft het toezicht. Zij adviseert daarnaast, zo nodig, aanvullende afspraken te maken met de regering van Chili.
Aan het advies van de Raad van State is gevolg gegeven door in de toelichtende nota een nadere toelichting te geven op de Chileense privacywetgeving. Aanvullende afspraken met Chili over de doorgifte van persoonsgegevens zijn op dit moment niet nodig. Het proces tussen de Europese Commissie en Chili om tot een adequaatheidsbesluit te komen in verband met de doorgifte van persoonsgegevens aan een land buiten de Europese Unie zal binnenkort worden afgerond.
De Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen bepaalt dat bij de voorlegging van een verdrag ter goedkeuring wordt aangegeven of het verdrag naar het oordeel van de regering bepalingen bevat die naar hun inhoud een ieder kunnen verbinden en, indien dit het geval is, welke bepalingen het betreft.8 Het gaat daarbij om bepalingen die onvoorwaardelijk en voldoende nauwkeurig zijn om in de nationale rechtsorde zonder meer als objectief recht te kunnen worden toegepast.9
De Afdeling merkt op dat de toelichtende nota op summiere wijze aangeeft of het verdrag naar het oordeel van de regering een ieder verbindende bepalingen bevat. De toelichtende nota vermeldt slechts dat het protocol eenieder verbindende bepalingen bevat in de zin van de artikelen 93 en 94 van de Grondwet, maar het vermeldt niet welke bepalingen het betreft.10 Uit de artikelsgewijze toelichting blijkt dat verschillende bepalingen technische aanpassingen inhouden en onder meer zien op de samenwerking tussen de bevoegde organen. Onduidelijk is of ook deze bepalingen, naar het oordeel van de regering, een ieder verbindende bepalingen bevatten.
De Afdeling adviseert om in de toelichtende nota nader te concretiseren welke bepalingen van het protocol eenieder kunnen verbinden.
In de toelichtende nota is opgenomen dat het Protocol naar het oordeel van de regering een ieder verbindende bepalingen in de zin van de artikelen 93 en 94 van de Grondwet bevat, die een rechtssubject rechtstreeks rechten toekennen of plichten opleggen. Vervolgens is opgenomen dat in de artikelen I tot en met X materiële bepalingen zijn opgenomen tot wijziging van het verdrag. Aangezien enkele van deze bepalingen slechts technische wijzigingen bevatten, is aan het advies van de Raad van State gevolg gegeven door in de toelichting duidelijker aan te geven welke van deze bepalingen naar het oordeel van de regering eenieder kunnen verbinden.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een aantal opmerkingen bij het verdrag en adviseert daarmee rekening te houden voordat het verdrag aan de beide Kamers der Staten-Generaal wordt overlegd.
De vice-president van de Raad van State,
mr. Th. C. de Graaf
Voorts is van de gelegenheid gebruik gemaakt om de tekst in de toelichtende nota ten aanzien van de export van kinderbijslag te corrigeren door te verduidelijken dat de export van kinderbijslag op grond van de Whek reeds per 1 juli 2015 is beëindigd en dat artikel VIII slechts een technische wijziging bevat. De tekst in Deel I Algemeen onder het kopje ‘Stopzetten export Nederlandse kinderbijslag naar Chili’ is verwijderd en de tekst in de toelichting bij artikel VIII is gecorrigeerd.
Ik verzoek U, mede namens de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, mij te machtigen gevolg te geven aan mijn voornemen het verdrag vergezeld van de toelichtende nota ter stilzwijgende goedkeuring over te leggen aan de Eerste en aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
De Minister van Buitenlandse Zaken, H.G.J. Bruins Slot.
No.W12.22.0204/III
’s-Gravenhage, 14 december 2022
Aan de Koning
Bij Kabinetsmissive van 25 oktober 2022, no. 2022002314, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het protocol tot wijziging van het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Chili, ondertekend te Santiago op 10 januari 1996, herzien te ’s Gravenhage op 15 juni 2005 en het Administratief Akkoord daarbij, ondertekend te ’s Gravenhage op 4 december 1996; Santiago, 27 juli 2022 (Trb. 2022, 77), met toelichtende nota.
Het protocol wijzigt het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Chili, evenals het daarbij horende Administratief Akkoord. Het protocol brengt het Verdrag en het Akkoord in overeenstemming met de Nederlandse wetgeving over, onder meer, de toepassing van het woonlandbeginsel en de beperking van de export van de kinderbijslag en het kindgebonden budget.
De Afdeling advisering van de Raad van State maakt opmerkingen over de bescherming van persoonsgegevens en over de bepalingen van het protocol die een ieder kunnen verbinden. Zij adviseert de toelichtende nota op beide punten aan te passen en zo nodig aanvullende afspraken met de regering van Chili te maken over de doorgifte van persoonsgegevens.
Bij de uitvoering van het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen Nederland en Chili worden door de bevoegde autoriteiten persoonsgegevens verstrekt.1 Op basis van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) is doorgifte van persoonsgegevens aan een land buiten de Europese Unie toegestaan als de Europese Commissie een adequaatheidsbesluit heeft genomen. Daarvoor is noodzakelijk dat de Europese Commissie besluit dat een derde land, of een nader bepaalde sector, een passend beschermingsniveau waarborgt voor de verwerking van persoonsgegevens.2 Een dergelijk besluit is voor Chili niet genomen.
Doorgifte van persoonsgegevens is echter ook toegestaan als er geen adequaatheidsbesluit voor het land genomen is, mits de verwerkingsverantwoordelijke passende waarborgen biedt en betrokkenen over afdwingbare rechten en doeltreffende rechtsmiddelen beschikken.3 De AVG noemt een aantal instrumenten waarmee die passende waarborgen kunnen worden geboden.4 Voor een deel van de instrumenten is toestemming van de Autoriteit Persoonsgegevens vereist.
De Afdeling merkt op dat uit de toelichtende nota niet blijkt of aanvullende afspraken tussen Nederland en Chili zijn gemaakt om de passende waarborgen te bieden die de AVG vereist en in welk instrument die zijn neergelegd. Evenmin wordt duidelijk of is voorzien in betrokkenheid van de Autoriteit Persoonsgegevens.5
In de toelichtende nota is opgenomen dat, conform de AVG, als uitgangspunt geldt dat persoonsgegevens slechts worden doorgegeven naar een land buiten de Europese Unie indien dat land een passend beschermingsniveau waarborgt.6 Verwezen wordt naar het recht op gegevensbescherming dat in de Chileense grondwet is verankerd. Uitwerking daarvan is geregeld in Wet nr. 19.628 over de bescherming van het persoonlijke leven. In die wet zijn onder andere rechten op toegang tot data, rectificatie, het wissen van gegevens en bezwaar tegen gegevensgebruik geregeld. Verder is in het Chileense parlement een wetsvoorstel in behandeling om de gegevensbescherming nog beter te waarborgen, aldus de toelichting.
Hoewel de toelichtende nota verwijst naar een aantal belangrijke beginselen rondom de bescherming van persoonsgegevens die in de Chileense wetgeving zijn opgenomen, blijft onduidelijk of voldoende passende waarborgen als bedoeld in de AVG zijn geregeld. De Afdeling wijst in dat verband op richtsnoeren van het Europees Comité voor gegevensbescherming over de internationale overeenkomsten als bedoeld in artikel 46, tweede lid, onder a en derde lid, onder b, AVG, waarin een lijst met waarborgen is opgesomd die ten minste in deze internationale overeenkomsten dienen te worden opgenomen.7
Naast bepalingen die de algemene beginselen rondom bescherming van persoonsgegevens tot uitdrukking brengen, rechten van betrokkenen en verhaalmechanismen, gaat het ook om onafhankelijke toezichtmechanismen die in een derde land beschikbaar moeten zijn om de naleving van de wetgeving op het gebied van gegevensbescherming te verzekeren. De genoemde richtsnoeren bevatten aldus meer onderwerpen dan in de toelichting wordt besproken aangaande de waarborgen die in Chileense wetgeving zijn opgenomen. Met het oog op de effectiviteit van de waarborgen is met name het toezicht van belang. De toelichting gaat hier niet op in.
Gelet op het voorgaande adviseert de Afdeling in de toelichtende nota nader in te gaan op de passende waarborgen voor de doorgifte van persoonsgegevens aan Chili, in het bijzonder voor wat betreft het toezicht. Zij adviseert daarnaast, zo nodig, aanvullende afspraken te maken met de regering van Chili.
De Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen bepaalt dat bij de voorlegging van een verdrag ter goedkeuring wordt aangegeven of het verdrag naar het oordeel van de regering bepalingen bevat die naar hun inhoud een ieder kunnen verbinden en, indien dit het geval is, welke bepalingen het betreft.8 Het gaat daarbij om bepalingen die onvoorwaardelijk en voldoende nauwkeurig zijn om in de nationale rechtsorde zonder meer als objectief recht te kunnen worden toegepast.9
De Afdeling merkt op dat de toelichtende nota op summiere wijze aangeeft of het verdrag naar het oordeel van de regering een ieder verbindende bepalingen bevat. De toelichtende nota vermeldt slechts dat het protocol eenieder verbindende bepalingen bevat in de zin van de artikelen 93 en 94 van de Grondwet, maar het vermeldt niet welke bepalingen het betreft.10 Uit de artikelsgewijze toelichting blijkt dat verschillende bepalingen technische aanpassingen inhouden en onder meer zien op de samenwerking tussen de bevoegde organen. Onduidelijk is of ook deze bepalingen, naar het oordeel van de regering, een ieder verbindende bepalingen bevatten.
De Afdeling adviseert om in de toelichtende nota nader te concretiseren welke bepalingen van het protocol eenieder kunnen verbinden.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een aantal opmerkingen bij het verdrag en adviseert daarmee rekening te houden voordat het verdrag aan de beide Kamers der Staten-Generaal wordt overlegd.
De vice-president van de Raad van State, Th.C. de Graaf.
Nederland en Chili hebben door onderhandelingen een akkoord bereikt over de wijziging van het op 10 januari 1996 in Santiago tot stand gekomen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Chili (Trb. 1996, 61), herzien te ’s-Gravenhage op 15 juni 2005 (Trb. 2005, 194) (hierna: het Verdrag) en het Administratief Akkoord daarbij, ondertekend te ’s-Gravenhage op 4 december 1996 (Trb. 1997, 7) (hierna: het Administratief Akkoord) middels een Protocol tot wijziging van het Verdrag en het Administratief Akkoord (hierna: het Protocol). Met het Protocol worden het Verdrag en het Administratief Akkoord in overeenstemming gebracht met de Nederlandse wetgeving. Het Protocol ziet onder andere op toepassing van het woonlandbeginsel en de beperking van de export van kinderbijslag en kindgebonden budget. De wijzigingen zijn afgestemd met de betrokken uitvoeringsorganen.
Naar het oordeel van de regering bevatten de bepalingen van het Protocol een ieder verbindende bepalingen in de zin van de artikelen 93 en 94 van de Grondwet, die een rechtssubject rechtstreeks plichten toekennen en rechten opleggen:
In de artikelen I tot en met X zijn materiële bepalingen opgenomen tot wijziging van het Verdrag. Het gaat daarbij onder andere om het mogelijk maken van de toepassing van het woonlandbeginsel, het formeel stopzetten van de export van kinderbijslag, en het verruimen van de detacheringsbepalingen.
Artikel XX dat overgangsbepalingen vastlegt ziet op het eerbiedigen van bestaande uitkeringsrechten tot op het moment dat het woonlandbeginsel van kracht wordt, twee jaar na de inwerkingtreding van het Protocol.
Op 1 juli 2012 is de Wet van 29 maart 2012, houdende wijziging van enkele socialezekerheidswetten in verband met aanpassing van de hoogte van de uitkering aan het woonland (Stb. 2012, 198) (hierna: Wet woonlandbeginsel in de sociale zekerheid) in werking getreden. Op basis hiervan wordt de hoogte van een aantal uitkeringen aangepast aan het niveau van de kosten van levensonderhoud van het woonland van de uitkeringsgerechtigde. Dit heeft tot gevolg dat de uitkering zoals die in het woonland tot uitbetaling komt, een percentage (tot maximaal 100%) bedraagt van de uitkering waarop de gerechtigde recht zou hebben indien de gerechtigde in Nederland zou hebben gewoond. Dit percentage wordt de woonlandfactor genoemd. In 2021 bedraagt de woonlandfactor voor Chili 70%. Het woonlandbeginsel zal worden toegepast op de nabestaandenuitkeringen op basis van de Algemene nabestaandenwet (ANW) en Werkhervattingsregeling Gedeeltelijk Arbeidsongeschikten op basis van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WGA-vervolguitkering). Deze maatregel heeft geen gevolgen voor personen die reeds een uitkering ontvangen in Chili op basis van het Verdrag.
Op 1 januari 2015 is de Wet tot wijziging van enkele socialezekerheidswetten in verband met een andere vormgeving van de exportbeperking in de Algemene Kinderbijslagwet en het regelen van overgangsrecht voor de situatie van opzegging of wijziging van een verdrag dan wel een daarmee gelijk te stellen situatie (Stb. 2014, 238) (hierna: Whek) in werking getreden. Op basis van de Whek is de woonplaats van het kind leidend geworden voor de toekenning van kinderbijslag. Waar voorheen de verzekerde op basis van verdragsafspraken kinderbijslag en kindgebonden budget ontvangen voor het kind woonachtig in andere landen, zorgt het onderhavige Protocol ervoor dat het Verdrag geen basis meer biedt voor uitbetaling van kinderbijslag en kindgebonden budget voor kinderen die wonen in Chili. Rechten van personen die reeds kinderbijslag en kindgebonden budget ontvangen in Chili worden gewaarborgd.
Met dit artikel wordt een terminologische wijziging doorgevoerd en wordt daarnaast de export van de Nederlandse kinderbijslag op basis van het Verdrag stopgezet. Kinderbijslag valt nog wel onder Titel II van het Verdrag, wat betekent dat gedetacheerde werknemers het recht op kinderbijslag behouden voor kinderen wonend in Nederland.
In dit artikel worden de bepalingen over detacheringen in artikel 8 van het Verdrag gewijzigd. De maximale detacheringstermijn is op verzoek van Chili verlengd van 2 naar 4 jaar, en detacheringen van zelfstandigen worden mogelijk gemaakt.
Met dit artikel wordt artikel 12 van het Verdrag aangaande uitzonderingen op de detacheringsbepalingen in lijn gebracht met de aanpassingen uit artikel II.
Dit artikel betreft een wijziging op verzoek van Chili in de afspraken inzake de verantwoordelijkheid voor het dragen van de kosten van medische onderzoeken ter vaststelling van arbeidsongeschiktheid die worden gedaan in Nederland op verzoek van het Chileense bevoegd orgaan en de wijze waarop deze kosten verrekend worden.
Artikel V bevat een aantal technische wijzigingen wat betreft de aanspraken op Chileense ouderdoms- en invaliditeitsuitkeringen en de vrijwillige premiebetalingen hiervoor wanneer een zelfstandige in Nederland woont of verblijft.
Met dit artikel wordt de toepassing van het woonlandbeginsel op de WGA-vervolguitkeringen en nabestaandenuitkeringen mogelijk gemaakt. Hierdoor is het mogelijk om bij export naar Chili de hoogte van bepaalde uitkeringen af te stemmen op het niveau van de kosten van levensonderhoud aldaar met een maximum van 100%.
In artikel VII worden een aantal technische wijzigingen doorgevoerd in artikel 19 van het Verdrag, dat ziet op de berekening van de hoogte van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen.
Artikel VIII schrapt het artikel uit het Verdrag dat ziet op de export van Nederlandse kinderbijslagen, waarmee naleving wordt gegeven aan de Whek. Met deze wijziging biedt het Verdrag geen basis meer voor de verplichting om kinderbijslagen of kindgebonden budget naar Chili te exporteren.
Deze artikelen voeren een aantal technische wijzigingen door wat betreft wederzijdse hulp en gegevensbescherming in de uitvoering van het Verdrag. Daarbij is een nieuw vierde lid in artikel 23 toegevoegd dat het mogelijk maakt dat elektronische middelen gebruikt worden voor de uitvoering van het Verdrag.
Daarnaast is er een bepaling toegevoegd op het gebied van de bescherming van persoonsgegevens. In dit verband wordt opgemerkt dat voor Nederland Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PbEU 2016, L 119) (hierna: AVG) relevant is. De AVG kent twee basisprincipes in relatie tot internationale gegevensuitwisseling: er moet een juridische grondslag zijn voor de gegevensuitwisseling en de betrokken partijen zijn verplicht om passende waarborgen te bieden ter bescherming van persoonsgegevens. Uitgangspunt is dat persoonsgegevens slechts worden doorgegeven naar een land buiten de Europese Unie indien dat land een passend beschermingsniveau waarborgt. In Chili is het recht op gegevensbescherming verankerd in de Chileense grondwet (artikel 19, vierde lid). De Chileense wetgeving over de bescherming van persoonsgegevens is uitgewerkt in de Wet nr. 19.628 over de bescherming van het persoonlijke leven (Ley 19.628 ‘Sobre protección de la vida privada’). In deze wet is toestemming de basis voor het gebruik van gegevens (met daarop geformuleerde uitzonderingen). Deze wet regelt onder meer het recht op toegang tot data, recht op rectificatie, het recht op het wissen van gegevens en het recht op bezwaar tegen gegevensgebruik. Op het moment van ondertekening van dit Verdrag is in het Chileense parlement een wetsvoorstel in behandeling om de gegevensbescherming nog beter te waarborgen.
Met dit artikel wordt er een wijziging aangebracht in de naam van het Chileense orgaan dat verantwoordelijk is voor de gegevensverstrekking ter verificatie van betalingen en aanvragen van uitkeringen in artikel 24 van het Verdrag.
Deze artikelen zien op de wijziging van de artikelen 26 en 27 inzake de terugvordering van onverschuldigde betalingen en premie-inning. Evenals in artikel XI is de naam van de Chileense entiteit die verantwoordelijk is voor de toepassing van de betreffende artikelen gewijzigd.
Het Administratief Akkoord strekt tot uitvoering van artikel 22 van het Verdrag. Met de artikelen XIV tot en met XIX wordt een aantal bepalingen uit het Administratief Akkoord gewijzigd die toezien op de uitvoering van het Verdrag. Het gaat hier onder andere om het actualiseren van terminologie voor wat betreft de uitvoerende organen en relevante wetgeving en het in lijn brengen van het Administratief Akkoord met het Verdrag.
Dit artikel voorziet in een aantal overgangsbepalingen vanaf de inwerkingtreding van het Protocol. Het eerste lid bevat een overgangsbepaling voor het woonlandbeginsel. Hierin wordt geregeld dat het woonlandbeginsel van kracht wordt twee jaar na de inwerkingtreding van het Protocol.
In het tweede lid wordt geregeld dat reeds verkregen rechten wat betreft de ANW en WGA-vervolguitkeringen zullen worden geëerbiedigd.
Dit artikel regelt de schriftelijke kennisgeving van de voltooiing van de interne goedkeuringsprocedures vereist voor de inwerkingtreding van het Protocol. Het Protocol treedt in werking op de eerste dag van de vijfde maand volgend op de datum van ontvangst van de laatste kennisgeving.
Voor wat betreft het Koninkrijk der Nederlanden zal het Protocol, evenals het Verdrag en het Administratief Akkoord daarbij, alleen voor het Europese deel van Nederland gelden.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
De Minister van Buitenlandse Zaken,
Artikel 45, eerste lid, van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG, PbEU 2016, L 119.
Artikel 46, eerste lid, AVG. Incidenteel kan doorgifte eveneens plaatsvinden om gewichtige redenen van algemeen belang (artikel 49, eerste lid, AVG), mits het door de AVG gewaarborgde beschermingsniveau niet wordt ondermijnd (artikel 44 AVG). Vgl. EDPB, Guidelines 2/2018 on derogations of Article 49 under Regulation 2016/679, 25 mei 2018, p. 11.
Artikel 46, tweede en derde lid, AVG. Zie hierover het advies van de Afdeling advisering van 25 november 2020 over het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Kosovo, zie Staatscourant 2021, nr. 43016, punt 4.
Zie hier het onderscheid tussen artikel 46, tweede lid, onder a, en artikel 46, derde lid, onder b, AVG.
EDPB, Guidelines 2/2020 on articles 46 (2) (a) and 46 (3) (b) of Regulation 2016/679 for transfers of personal data between EEA and non-EEA public authorities and bodies, 18 januari 2020.
Artikel 45, eerste lid, van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG, PbEU 2016, L 119.
Artikel 46, eerste lid, AVG. Incidenteel kan doorgifte eveneens plaatsvinden om gewichtige redenen van algemeen belang (artikel 49, eerste lid, AVG), mits het door de AVG gewaarborgde beschermingsniveau niet wordt ondermijnd (artikel 44 AVG). Vgl. EDPB, Guidelines 2/2018 on derogations of Article 49 under Regulation 2016/679, 25 mei 2018, p. 11.
Artikel 46, tweede en derde lid, AVG. Zie hierover het advies van de Afdeling advisering van 25 november 2020 over het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Kosovo, zie Staatscourant 2021, nr. 43016, punt 4.
Zie hier het onderscheid tussen artikel 46, tweede lid, onder a, en artikel 46, derde lid, onder b, AVG.
EDPB, Guidelines 2/2020 on articles 46 (2) (a) and 46 (3) (b) of Regulation 2016/679 for transfers of personal data between EEA and non-EEA public authorities and bodies, 18 januari 2020.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2024-18790.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.