De inspecteur-generaal van het onderwijs,
Gelet op artikelen 10:3 en 10:9 van de Algemene wet bestuursrecht en het besluit van
de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 29 februari 2024, nr. MBO/44154614,
houdende de verlening van mandaat aan de Inspectie van het Onderwijs voor waarschuwingsbesluiten
educatieopleidingen;
Besluit:
Artikel 1. Verlening ondermandaat
Aan de directeur toezicht middelbaar beroepsonderwijs en hoger onderwijs wordt ondermandaat
verleend om besluiten te nemen als bedoeld in:
-
a. artikel 6a.1.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
-
b. artikel 6a.2.1, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
-
c. artikel 6.2.2, vierde en vijfde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES;
en
-
d. artikel 6.2.2a, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES.
Artikel 2. Schakelbepaling
De artikelen 12, 17 tweede lid, 18 en 19 van het Organisatie- en mandaatbesluit Inspectie
van het Onderwijs 2022 zijn op het in artikel 1 bedoelde ondermandaat van overeenkomstige
toepassing.
Artikel 3. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de
Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
De inspecteur-generaal van het onderwijs, bij afwezigheid, de directeur toezicht primair onderwijs en kinderopvang, M.C. Westendorp
TOELICHTING
Dit besluit hangt samen met het besluit van de Minister van 29 februari 2024 houdende
de verlening van mandaat aan de Inspectie van het Onderwijs voor waarschuwingsbesluiten
educatieopleidingen en de daarbij behorende toelichting.
Met bovengenoemd besluit verleent de Minister mandaat aan de inspecteur-generaal van
het onderwijs om de in de WEB en WEB BES genoemde waarschuwingsbesluiten ten aanzien
van opleidingen educatie te nemen.
Het onderhavige besluit regelt, overeenkomstig artikel 11 van het Organisatie- en
mandaatbesluit Inspectie van het Onderwijs 2022, dat de directeur toezicht middelbaar
beroepsonderwijs en hoger onderwijs het verleende mandaat, voor zover het primaire
besluiten betreft, namens de Minister en de inspecteur-generaal van het onderwijs
in ondermandaat kan uitvoeren.
De bevoegdheid om te beslissen op een tegen een besluit als bedoeld in artikel 1 ingediend
bezwaarschrift blijft overeenkomstig artikel 18, eerste lid, van het Organisatie-
en mandaatbesluit Inspectie van het Onderwijs 2022 voorbehouden aan de inspecteur-generaal
van het onderwijs.
Zodra de in artikel 1 van dit besluit genoemde bevoegdheden zijn opgenomen in de Wet
op het onderwijstoezicht en het Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 vervalt, gelet
op artikel 10 van het Organisatie- en mandaatbesluit Inspectie van het Onderwijs 2022,
de noodzaak van het onderhavige mandaatbesluit.
De inspecteur-generaal van het onderwijs, bij afwezigheid, de directeur toezicht primair onderwijs en kinderopvang, M.C. Westendorp