Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap | Staatscourant 2023, 31906 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap | Staatscourant 2023, 31906 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
De Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs,
Gelet op artikel 119, tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs en artikel 5.9, eerste lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
Besluit:
In deze regeling wordt verstaan onder:
het deel van het publiek eigen vermogen dat de signaleringswaarde bovenmatig publiek eigen vermogen van de Inspectie van het Onderwijs overschrijdt;
korting toegepast op alle samenwerkingsverbanden naar aanleiding van motie Westerveld c.s., het gaat hier om een verlaging van het budget voor samenwerkingsverbanden door het bedrag per leerling voor zware ondersteuning te verlagen.
nummer waaronder een samenwerkingsverband staat geregistreerd in de Registratie Instellingen en Opleidingen;
Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs;
een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 1 van de WPO en artikel 1.1 van de WVO 2020;
een school als bedoeld in artikel 1 van de WPO en artikel 1.1 van de WVO 2020;
Wet op het primair onderwijs;
Wet voortgezet onderwijs 2020.
1. Een samenwerkingsverband ontvangt ambtshalve deze aanvullende bekostiging indien er op 31 december 2022 geen sprake is van een bovenmatig publiek eigen vermogen.
2. Een samenwerkingsverband ontvangt ambtshalve deze aanvullende bekostiging ambtshalve indien er op 31 december 2022 sprake is van een bovenmatig publiek eigen vermogen en het publiek eigen vermogen na toepassing van de generieke korting onder de signaleringswaarde bovenmatig publiek vermogen ligt.
3. Het samenwerkingsverband ontvangt deze aanvullende bekostiging voor het kalenderjaar 2023.
1. De aanvullende bekostiging, bedoeld in artikel 2, eerste lid, bestaat uit een bedrag per leerling, bedoeld in artikel 124, eerste lid, WPO, voor leerlingen in het primair onderwijs en bedoeld in artikel 5.15, eerste lid, WVO 2020, voor leerlingen in het voortgezet onderwijs.
2. Het bedrag per leerling bedoeld in het eerste lid bedraagt € 13,50 voor samenwerkingsverbanden als bedoeld in artikel 1 van de WPO en € 12,50 voor samenwerkingsverbanden als bedoeld in artikel 1.1. van de WVO 2020.
3. De aanvullende bekostiging voor samenwerkingsverbanden bedoeld in artikel 2, derde lid, bedraagt ten hoogste het verschil tussen het publiek eigen vermogen na toepassing van de generieke korting en de signaleringswaarde bovenmatig publiek vermogen. De hoogte verschilt per samenwerkingsverband.
4. Voor het bepalen van de hoogte van de bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt uitgegaan van het aantal leerlingen op 1 februari 2022 op de vestigingen van de scholen in het primair onderwijs en op 1 oktober 2022 op de vestigingen van de scholen in het voortgezet onderwijs die op 1 januari 2023 zijn aangesloten bij een samenwerkingsverband.
5. De bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt uitbetaald in maandelijkse termijnen van gelijke omvang en start in dezelfde maand als de generieke korting wordt toegepast.
De verantwoording van de besteding van de bekostiging, bedoeld in artikel 2, geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs, M.L.J. Paul
In de Verbeteraanpak passend onderwijs en route naar inclusiever onderwijs1 staan 25 maatregelen om passend onderwijs te verbeteren. Eén van de maatregelen uit deze brief was om er voor te zorgen dat overheidsgeld terecht komt waar het voor bedoeld is, namelijk bij leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben. Uit onderzoek is gebleken dat een aantal samenwerkingsverbanden deze publieke middelen reserveerden in plaats van deze te doen toekomen aan de scholen en daarmee aan de leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben. De maatregel was er op gericht om het bovenmatige eigen vermogen bij de samenwerkingsverbanden versneld af te bouwen. Er is sprake van een bovenmatig publiek eigen vermogen als deze boven de signaleringswaarde uitkomt, die door de Inspectie van het Onderwijs is opgesteld. Indien een samenwerkingsverband een publiek eigen vermogen heeft van meer dan 3,5% van de totale baten in een jaar (met een minimum van € 250.000), dan is dat gedeelte van het eigen vermogen bovenmatig.
De samenwerkingsverbanden hebben in het kader van deze maatregel een gezamenlijk plan opgesteld om het bovenmatig publiek eigen vermogen af te bouwen2. Daarbij is duidelijk gemaakt dat bij onvoldoende voortgang op het plan er een generieke korting toegepast zou kunnen worden. Op 5 oktober 20213 en 28 maart 20224 zijn respectievelijk de eerste en tweede monitor van het gezamenlijke plan met de Tweede Kamer gedeeld. In reactie op de tweede monitor is aangegeven dat de voortgang op de afbouw niet overal zo snel gaat als verwacht. En in de brief is ook duidelijk gemaakt dat er verbetering werd verwacht van de samenwerkingsverbanden.
Op 8 december 2022 is de motie Westerveld c.s.5 door de Tweede Kamer aangenomen. Deze motie verzoekt de regering de bekostiging van samenwerkingsverbanden met te hoge reserves te verlagen, zodat ze niet nog meer reserves opbouwen en verzoekt dat het geld dat minder wordt overgemaakt uit te geven aan passend onderwijs en toekomstbestendige afspraken te maken met de samenwerkingsverbanden. In het najaar van 2022 is de derde monitor over de voortgang van dit plan gepubliceerd. Hieruit blijkt dat de voortgang in de afbouw achterblijft bij het oorspronkelijke plan. Naar aanleiding van de motie en de achterblijvende afbouw is besloten om een generieke korting toe te passen op de bekostiging van de samenwerkingsverbanden6. Er wordt een generieke korting toegepast, omdat het nog niet mogelijk is om specifieke samenwerkingsverbanden of andere onderwijsinstellingen individueel te korten vanwege het ontbreken van een wettelijke norm.
Om er voor te zorgen dat samenwerkingsverbanden die geen bovenmatig eigen vermogen hebben niet getroffen worden door de generieke korting krijgen zij het gekorte bedrag terug. Samenwerkingsverbanden die als gevolg van de korting een publiek eigen vermogen hebben dat lager is dan de signaleringswaarde worden gecompenseerd tot aan de signaleringswaarde. Voor die samenwerkingsverbanden is deze regeling opgesteld. De regeling ziet toe op aanvullende bekostiging vanwege bijzondere omstandigheden. De compensatie wordt tegelijkertijd met de generieke korting verwerkt.
De mogelijkheid kan zich voordoen dat door toepassing van de generieke korting schoolbesturen een negatieve beschikking krijgen omdat hun samenwerkingsverband minder middelen krijgt. Deze schoolbesturen zullen hier over worden geïnformeerd en verzocht worden in contact te treden met het samenwerkingsverband. Zij krijgen immers een compensatie voor de korting of worden niet gecompenseerd maar hebben nog een bovenmatig publiek eigen vermogen.
De generieke korting en het terugontvangen van deze bekostiging voor samenwerkingsverbanden die geen bovenmatig eigen vermogen hebben zorgt niet voor extra administratieve handelingen voor de samenwerkingsverbanden. In geval dat schoolbesturen een negatieve beschikking krijgen als gevolg van de korting bij het samenwerkingsverband en zij dit via het samenwerkingsverband gecompenseerd willen krijgen, kan dit extra werkzaamheden vergen.
DUO heeft een uitvoeringstoets verricht. De regeling wordt als uitvoerbaar beoordeeld.
De regeling gaat uit van bestedingsvrijheid voor de samenwerkingsverbanden. De aanvullende bekostiging kan door het samenwerkingsverband worden besteed aan activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt. Door het van overeenkomstige toepassing verklaren van artikel 115 van de WPO en artikel 5.40 van de WVO 2020 is er sprake van een subsidie als bedoeld in artikel 9.1, derde lid, onder c, van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.
De aanvullende bekostiging die samenwerkingsverbanden kunnen ontvangen is gelijk aan het bedrag dat het samenwerkingsverband niet via de reguliere systematiek ontvangt, als gevolg van de generieke korting. Het bedrag per leerling is gelijk aan het bedrag per leerling dat (generiek) gekort is en de aantallen leerlingen zijn gelijk aan het aantal leerlingen dat wordt gebruikt voor het bepalen van de hoogte van de ondersteuningsbekostiging voor zware ondersteuning.
Voor de samenwerkingsverbanden die een bovenmatig publiek eigen vermogen hebben, waarvan het eigen vermogen na toepassing van de generieke korting onder signaleringswaarde ligt bedraagt de aanvullende bekostiging het verschil tussen het publiek eigen vermogen na toepassing van de generieke korting en de signaleringswaarde. Dit verschilt per samenwerkingsverband.
Het bevoegd gezag verantwoordt de besteding van de middelen in de reguliere jaarverslaggeving van het samenwerkingsverband.
De Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs, M.L.J. Paul
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2023-31906.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.