Besluit van de Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen tot wijziging van de verplichtstelling tot deelneming in het bedrijfstakpensioenfonds voor de Meubelindustrie en Meubileringsbedrijven

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Gezien de aanvraag van de Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Meubelindustrie en Meubileringsbedrijven namens de Koninklijke Vereniging van Nederlandse Houtondernemingen (KVVNH), de Koninklijke CBM, branchevereniging voor interieurbouw en meubelindustrie, CLC-Vecta, de Vereniging van Orgelbouwers, FNV en CNV Vakmensen, daartoe strekkende, dat de verplichtstelling tot deelneming in de Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Meubelindustrie en Meubileringsbedrijven, ingevolge de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000, wordt gewijzigd voor de in de aanvraag bedoelde groepen van personen in de bedrijfstakken voor de meubelindustrie en meubileringsbedrijven, de tentoonstellingsbouw, de orgelbouw en het houtbedrijf;

Gelet op de artikelen 10, eerste lid en 16 van de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000;

Gezien het overleg met De Nederlandsche Bank;

BESLUIT:

I.

Wijzigt het besluit van 19 januari 1955, nr. 42, Stcrt. 1955, nr. 20 (laatstelijk gewijzigd bij besluit van 6 april 2022, Stcrt. 2022, nr. 5788) waarin werd overgegaan tot het verplicht stellen van de deelneming in de Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Meubelindustrie en Meubileringsbedrijven.

De verplichtstelling tot deelneming komt na wijziging te luiden als volgt:

‘De deelneming in de Stichting Oak Pensioen is verplicht gesteld voor de werknemers in loondienst van een werkgever in:

  • de meubelindustrie en meubileringsbedrijven;

  • de tentoonstellingsbouw, met uitzondering van de werkgever die valt onder de werkingssfeer van de verplichtstellingsbeschikking van de Stichting Pensioenfonds voor de Metaal en Techniek,

  • de orgelbouw, en

  • het houtbedrijf.

De verplichting tot deelneming voor werknemers in loondienst van een werkgever in de meubelindustrie en meubileringsbedrijven, de tentoonstellingsbouw en de orgelbouw vangt aan met ingang van de datum van indiensttreding en eindigt met ingang van de eerste dag van de maand waarin de werknemer de 68-jarige leeftijd bereikt, met dien verstande dat voor werknemers die hun 18de verjaardag nog niet hebben bereikt, slechts een risicodekking voor overlijden geldt. Werknemers in loondienst van een werkgever in de orgelbouw die ingevolge enige verplichtstellingsbeschikking, zoals deze luidt op 1 januari 1973, verplicht zijn tot deelneming in een ander bedrijfstakpensioenfonds zijn uitgesloten van de verplichting tot deelneming. De verplichting tot deelneming geldt niet voor stagiaires en vakantiewerkers in dienst van een werkgever in de bedrijfstakken tentoonstellingsbouw en orgelbouw.

Onder werknemers in loondienst van een werkgever in het houtbedrijf wordt verstaan: Degene die krachtens arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht arbeid verricht voor een werkgever, met uitzondering van de directeur-grootaandeelhouder als bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet (Stb. 2006, 706, laatstelijk gewijzigd Stb. 2018, 515) en de bestuurder in de zin van het Burgerlijk Wetboek van een naamloze vennootschap of van een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, (Stb. 1976, 395, laatstelijk gewijzigd Stb. 2011, 275) die op grond van de Handelsregisterwet 2007 (Stb. 2007, 153, laatstelijk gewijzigd bij de Wet van 18 november 2020, Stb. 2020, 491) als bestuurder ingeschreven dient te staan in het handelsregister;

De verplichting tot deelneming voor de werknemer in het houtbedrijf vangt aan op de datum waarop de werknemer in dienst treedt en eindigt met ingang van de eerste dag van de maand waarin de werknemer de 68-jarige leeftijd bereikt, met dien verstande dat voor werknemers die hun 18de verjaardag nog niet hebben bereikt, slechts een risicodekking voor overlijden geldt.

Onder een werkgever in de meubelindustrie en meubileringsbedrijven wordt verstaan:

  • 1) de onderneming die uitsluitend of in hoofdzaak één of meer van de onder a. tot en met g. omschreven activiteiten uitvoert;

  • 2) de afdelingen van een onderneming die uitsluitend of in hoofdzaak één of meer van de onder a. tot en met g. genoemde werkzaamheden uitvoeren, tenzij het merendeel van het personeel van de onderneming verplicht is deel te nemen aan een ander bedrijfspensioenfonds;

  • 3) de onderneming, opgericht na 1 januari 2000 c.q. de onderneming waarvan de daadwerkelijke activiteiten binnen een reeds bestaande vennootschap zijn aangevangen na 1 januari 2000, die ten behoeve van de onder 1 en 2 genoemde onderneming of afdelingen een ondersteunende functie heeft en in juridische zin tot dezelfde groep van ondernemingen behoort. Het toonzaal- en winkelpersoneel dat werkzaam is in de hier bedoelde onderneming is van deze toepassing uitgezonderd.

Onder de a. tot en met g. genoemde werkzaamheden worden verstaan:

  • a) het vervaardigen en/of bewerken, herstellen, assembleren, stofferen of met andere materialen bekleden van meubelen of onderdelen daarvan of van aanverwante artikelen, tenzij deze uitsluitend van metaal worden vervaardigd.

    Onder (onderdelen van) meubelen en/of aanverwante artikelen worden mede verstaan (onderdelen van) school-, kantoor-, keuken-, kerk- en tuinmeubelen, bedden, waterbedden, wiegen, matrassen en stoelkussens, echter met uitzondering van kinderstoelen en kinderboxen. Onder het bewerken van meubelen of onderdelen daarvan wordt mede verstaan het buigen, draaien, beeldhouwen en dergelijke werkzaamheden voor zover deze werkzaamheden niet worden verricht als deel van het woninginrichtingsbedrijf of van de confectie-industrie;

  • b) het vervaardigen en/of herstellen, plaatsen, monteren en/of stellen van interieurs voor gebouwen of schepen, met inbegrip van interieurs voor keukens, kerken en van afzonderlijke interieurs voor caravans en dergelijke.

    Het plaatsen, monteren en/of stellen van interieurs van keukens valt onder dit sub b, tenzij deze werkzaamheden gepaard gaan met bouwkundige activiteiten. Het vervaardigen en/of herstellen, plaatsen, monteren en/of stellen van interieurs voor caravans valt onder dit artikel, tenzij deze werkzaamheden worden verricht als geïntegreerd onderdeel van het totale bouwproces van caravans en dergelijke. Onder vervaardigen worden mede verstaan het stofferen of met andere materialen bekleden en het behangen van wanden, vloeren en dergelijke voor zover dit niet geschiedt als onderdeel van het woninginrichtingsbedrijf, het parketvloerenbedrijf, de confectie-industrie of het schildersbedrijf;

  • c) het vervaardigen en/of herstellen van scheidings- en vouwwanden of onderdelen daarvan, voor zover deze door hun aard, uitvoering en/of wijze van vervaardiging moeten worden gerekend of gelijkgesteld met (produkten van) het sub a. en b. omschreven meubel- of interieurbouwbedrijf;

  • d) het vervaardigen en/of herstellen van gymnastiektoestellen of biljarts of onderdelen daarvan;

  • e) het vervaardigen en/of verwerken van lijsten voor schilderijen en dergelijke artikelen of onderdelen daarvan (waaronder niet begrepen de door de detaillist verrichte encadreerwerkzaamheden);

  • f) het vervaardigen, bewerken en/of stofferen van graf- en crematiekisten of onderdelen daarvan;

  • g) het vervaardigen, bewerken en/of herstellen van muziekinstrumenten, klokkasten, vaste omkastingen voor audiovisuele apparatuur, naaimachinekasten, verlichtingsprodukten en dergelijke van hout of onderdelen daarvan, voor zover deze door hun aard, uitvoering en/of wijze van vervaardiging moeten worden gerekend of gelijkgesteld met (produkten van) het sub a. omschreven meubelbedrijf.

Onder een werkgever in de tentoonstellingsbouw wordt verstaan:

  • 1) de onderneming die zich uitsluitend of in hoofdzaak bezighoudt met het realiseren van stand/tentoonstellingsprojecten;

    Onder realiseren van stand/tentoonstellingsprojecten wordt verstaan: alle ondersteunende activiteiten die nodig zijn om stands en/of tentoonstellingsprojecten mogelijk te kunnen maken.

    Onder meer de volgende werkzaamheden worden hiertoe gerekend:

    • a) het bedenken van stand/tentoonstellingsconcepten;

    • b) het vervaardigen van stand/tentoonstellingsontwerpen;

    • c) stand/tentoonstellingsbouw als geheel, of delen daarvoor;

    • d) stand/tentoonstellingsinrichting, onder meer met behulp van vloerbedekking, stoffen, meubilair, audiovisuele middelen;

    • e) het leveren en/of monteren van presentatiesystemen t.b.v. stand/tentoonstellingsprojecten;

    • f) het begeleiden van stand/tentoonstellingsprojecten (projectmanagement).

  • 2) de afdelingen van een onderneming die zich uitsluitend of in hoofdzaak bezighouden met het realiseren van stand/tentoonstellingsprojecten, tenzij het merendeel van het personeel van de onderneming verplicht is deel te nemen aan een ander bedrijfspensioenfonds

  • 3) de onderneming, opgericht na 1 januari 2000 c.q. de onderneming waarvan de daadwerkelijke activiteiten binnen een reeds bestaande vennootschap zijn aangevangen na 1 januari 2000, die ten behoeve van de onder 1 en 2 genoemde onderneming of afdelingen een ondersteunende functie heeft en in juridische zin tot dezelfde groep van ondernemingen behoort. Het toonzaal- en winkelpersoneel dat werkzaam is in de hier bedoelde onderneming is van deze toepassing uitgezonderd.

Onder een werkgever in de orgelbouw wordt verstaan iedere onderneming die zich bezighoudt met het uitoefenen van een orgelbouwbedrijf. Hieronder wordt verstaan:

  • a) het bouwen van pijporgels, met uitzondering van draaiorgels;

  • b) het ten behoeve van derden verrichten van herstel-, restauratie- en onderhoudswerkzaamheden aan orgels onder a) genoemd.

Een onderneming wordt geacht zich in hoofdzaak met de werkzaamheden in de meubelindustrie en meubileringsbedrijven respectievelijk de tentoonstellingsbouw bezig te houden indien het aantal daarbij betrokken werknemers groter is dan het aantal werknemers, betrokken bij eventuele andere activiteiten.

Onder een werkgever in het houtbedrijf wordt verstaan:

alle in Nederland gevestigde ondernemingen, die uitsluitend of in hoofdzaak – voor eigen rekening en risico en gericht op niet-particulieren als afnemers – de groothandel uitoefenen in (Nederlands en/of buitenlands, onbewerkt, dan wel bewerkt zonder dat daardoor een eindproduct is ontstaan) hout- en plaatmateriaal en aanverwante artikelen en/of die uitsluitend of in hoofdzaak de navolgende werkzaamheden verrichten:

  • (loon)zagen,

  • (loon)schaven,

  • (loon)drogen en/of (loon)verduurzamen van hout,

  • ten behoeve van de handel, hout oogsten in bossen en andere houtopstanden,

  • de vervaardiging van producten uit houtafval, niet zijnde eindproducten alsmede de handel in deze producten.’

II.

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2024 en heeft geen terugwerkende kracht.

’s-Gravenhage, 30 november 2023

De Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen, namens deze, de Directeur Uitvoeringstaken Arbeidsvoorwaardenwetgeving, M.H.M. van der Goes

Naar boven