Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Justitie en Veiligheid | Staatscourant 2023, 26392 | advies Raad van State |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Justitie en Veiligheid | Staatscourant 2023, 26392 | advies Raad van State |
6 september 2023
Nr. 4849833
Directie Wetgeving en Juridische Zaken
Ministerie van Justitie en Veiligheid
Aan de Koning
Nader rapport nota van wijziging wetsvoorstel coördinatie terrorismebestrijding en nationale veiligheid
Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 28 maart 2023, nr. 2021001439, machtigde Uwe Majesteit de Afdeling advisering van de Raad van State haar advies inzake de nota van wijziging bij het wetsvoorstel houdende regels ten behoeve van de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de coördinatie en analyse in verband met terrorismebestrijding en bescherming van de nationale veiligheid door het versterken van de weerbaarheid van de samenleving (Wet verwerking persoonsgegevens coördinatie en analyse terrorismebestrijding en nationale veiligheid) rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit advies, gedateerd 14 juni 2023, nr. W16.23.00076/II, bied ik U hierbij aan.
De tekst van het advies treft u hieronder cursief aan, voorzien van mijn reactie.
Bij Kabinetsmissive van 28 maart 2023, no.2021001439, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Justitie en Veiligheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt de nota van wijziging bij het voorstel van wet houdende regels ten behoeve van de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de coördinatie en analyse in verband met terrorismebestrijding en bescherming van de nationale veiligheid door het versterken van de weerbaarheid van de samenleving (Wet verwerking persoonsgegevens coördinatie en analyse terrorismebestrijding en nationale veiligheid), met toelichting.
De nota van wijziging voorziet in een aanpassing van het voorstel voor de wet verwerking persoonsgegevens coördinatie en analyse terrorismebestrijding en nationale veiligheid. De analysetaak van de Nationaal Coördinator Terrorisme en Veiligheid (NCTV) die in het wetsvoorstel was opgenomen, wordt met deze nota van wijziging geschrapt. Het verrichten van analyses en het daarbij verwerken van persoonsgegevens is alleen mogelijk als dat noodzakelijk is voor de uitvoering van de coördinatietaak van de NCTV. De nota van wijziging beoogt daarnaast de mogelijkheden tot verstrekking van persoonsgegevens aan andere instanties in te perken en de controle op de naleving van de regels in het wetsvoorstel te versterken.
De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert nader te concretiseren hoe de verwerking van persoonsgegevens bij de NCTV vorm zal krijgen, in het bijzonder in het licht van de beginselen van noodzakelijkheid en subsidiariteit. De voorgestelde bepaling over de verstrekking van gegevens bevat daarnaast een afbakening die niet nader is toegelicht en waarvan de Afdeling zich afvraagt of deze passend is. Tot slot adviseert de Afdeling de voorgestelde bepaling over het toezicht op de naleving van het wetsvoorstel te schrappen en in plaats daarvan in de toelichting te concretiseren hoe het toezicht in de praktijk op passende wijze kan worden vormgegeven.
In het licht van deze opmerkingen is aanpassing wenselijk van de toelichting en zo nodig van de nota van wijziging.
In november 2021 is bij de Tweede Kamer het wetsvoorstel verwerking persoonsgegevens coördinatie en analyse terrorismebestrijding en nationale veiligheid ingediend. Het wetsvoorstel beoogde twee bestaande taken van de Minister van Justitie en Veiligheid (JenV) wettelijk te verankeren: de coördinatietaak en de analysetaak. Het gaat om taken die in de praktijk door de NCTV worden uitgevoerd. De voornaamste reden om deze taken wettelijk te verankeren is dat bij de uitoefening daarvan (bijzondere) persoonsgegevens worden verwerkt, waarvoor een wettelijke grondslag nodig is. Tijdens een debat in de Tweede Kamer over de werkwijze van de NCTV werden verschillende moties aangenomen, waaronder de oproep om te bewerkstelligen dat de NCTV niet langer zelfstandig onderzoek doet naar of informatie verzamelt over personen of organisaties.1
De nota van wijziging is een reactie hierop. Het uitgangspunt van de nota van wijziging is om terug te keren naar de kerntaak van de NCTV, namelijk het coördineren van beleid en maatregelen in het kader van terrorismebestrijding en de bescherming van de nationale veiligheid. Daartoe wordt de analysetaak geschrapt. De NCTV blijft wel bevoegd om in verband met de coördinatietaak analyses uit te voeren en daarbij persoonsgegevens te verwerken.2 Verder wordt geregeld dat het de NCTV niet is toegestaan analyses te verstrekken waarin personen vanwege hun uitingen in verband worden gebracht met een trend of een fenomeen.3
Daarnaast beoogt de nota van wijziging de controle op de naleving van de regels van het wetsvoorstel te versterken. Er zal een functionaris gegevensbescherming worden benoemd die binnen de NCTV wordt belast met toezicht op de naleving van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).4 Tot slot is vastgelegd dat de minister de uitvoering van de wet zal laten toetsen, waarbij de resultaten van deze toetsing aan de Staten-Generaal worden gezonden.5
De bevoegdheid van de NCTV tot het analyseren van (persoons)gegevens is met de nota van wijziging niet langer een op zichzelf staand doel. De analyse van trends en fenomenen dient plaats te vinden in verband met de coördinatietaak. De NCTV bundelt inlichtingen, analyses en informatie van ketenpartners (zoals de AIVD, Nationale Politie, wetenschappers en overige ministeries) en vult deze aan met eigen expertise, aldus de toelichting. De eigen expertise omvat onder meer het raadplegen van open (online) bronnen waar discussies plaatsvinden, zonder dat sprake is van een onderzoek gericht op personen en organisaties.6 De verwerking van persoonsgegevens door de NCTV is noodzakelijk voor de uitvoering van de coördinatietaak. Ook dient deze waar mogelijk gepseudonimiseerd plaats te vinden.7 Deze begrenzing van de analysebevoegdheid in zijn algemeenheid, en van de verwerking van persoonsgegevens in het bijzonder, vergt een nieuwe werkwijze die in werkprocessen verankerd dient te worden, zo vermeldt de toelichting.8
Als het gaat om de aanpassing van de werkwijze verdient in het bijzonder het door de NCTV zelf signaleren en duiden van trends en fenomenen in de samenleving door middel van de monitoring van sociale media aandacht.9 De toelichting legt niet uit in welke situaties het voor de coördinatietaak noodzakelijk kan zijn dat de NCTV dit doet. Voor een beter begrip van de praktische betekenis van de begrenzing van de analysebevoegdheid is dit wel nodig.
De Afdeling wijst er in dat verband op dat de door de regering beoogde wijziging (alleen analyse in verband met de coördinatietaak) impliceert dat of en zo ja, op welke wijze de NCTV zelf informatie mag verzamelen afhangt van de situatie. Indien voor een door de NCTV op te stellen rapportage of dreigingsbeeld meer informatie nodig is dan die ketenpartners kunnen aanleveren, dan kan, zo begrijpt de Afdeling de voorgestelde wijziging, het aangewezen zijn dat de NCTV zelf open (online) bronnen onderzoekt en daarbij persoonsgegevens verwerkt. Indien deze ketenpartners al wel dit open (online) bronnenonderzoek hebben verricht naar trends en fenomenen in de samenleving en in hun analyses inzicht (kunnen) geven in hun bevindingen, dan ligt een aanvullend onderzoek door de NCTV, mede vanuit de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit echter minder in de rede.
De Afdeling adviseert gelet op het voorgaande de toelichting te verduidelijken.
De regering onderschrijft dat het schrappen van de analysetaak als zelfstandige taak ook gevolgen heeft voor de mogelijkheden om publiek toegankelijke (online) bronnen te kunnen raadplegen, waaronder social media. Daarbij richt de regering zich bij de nadere toelichting op de mogelijkheden tot het verwerken van persoonsgegevens afkomstig van social media en niet de overige bronnen zoals krantenartikelen en literatuur die ook onder deze noemer vallen.
Aan dit onderdeel van het advies is gevolg gegeven door in de toelichting op de nota van wijziging nader uiteen te zetten in welke situaties de raadpleging van en in voorkomend geval het opslaan van gegevens, waaronder persoonsgegevens, afkomstig van social media noodzakelijk kan zijn met het oog op de coördinatietaak. Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen indien er sprake is van een incident of gebeurtenis en de vraag zich voordoet of en zo ja in welke mate coördinatie noodzakelijk is, maar ook berichtgeving in de media of vragen vanuit de Kamer kunnen een aanleiding vormen. Daarnaast kan er sprake zijn van een noodzaak tot analysewerkzaamheden met het oog op het richting kunnen geven aan de coördinatie van het optreden van andere overheidsinstanties met betrekking tot een bepaalde trend of fenomeen. Uiteraard komt daarbij de vraag aan de orde of de daarvoor benodigde gegevens niet al aanwezig zijn in analyses van ketenpartners. De NCTV werkt als coördinator dan ook nauw samen met ketenpartners. Het voorgaande is dan ook nader toegelicht bij de nota van wijziging.
Verstrekking van gegevens, waaronder persoonsgegevens, door de NCTV kan plaatsvinden als dat noodzakelijk is voor de uitvoering van de coördinatietaak.10 De nota van wijziging voorziet in een limitatieve opsomming van ontvangende instanties.11 De verstrekking mag daarnaast volgens het voorstel niet zien op ‘een duiding van de uiting van een persoon waardoor die persoon in verband wordt gebracht met een trend of fenomeen’.12 De toelichting legt uit dat het geen taak is van de NCTV om antwoord te geven op de vraag of een persoon aangemerkt kan worden als passend binnen een trend of fenomeen zoals jihadisme. Bij vragen van andere overheidsinstanties over uitingen van een persoon zal de NCTV doorverwijzen naar AIVD of politie, aldus de toelichting.13
De Afdeling maakt over dit onderdeel van het voorstel de volgende opmerkingen.
Uit de toelichting blijkt niet waarom enkel wordt uitgesloten dat een duiding van de uiting van een persoon wordt verstrekt waarmee die persoon in verband wordt gebracht met een trend of fenomeen. De Afdeling kan zich voorstellen dat ook bij andere gedragingen dan uitingen een dergelijke duiding kan plaatsvinden. Niet duidelijk is in hoeverre de NCTV in die gevallen wel tot een verstrekking mag overgaan. De wettekst en de toelichting omschrijven niet wat in het voorstel precies moet worden verstaan onder een ‘uiting’. De Afdeling adviseert de toelichting op dit punt aan te vullen en zo nodig de voorgestelde bepaling aan te passen.
De toelichting is daarnaast summier waar het gaat om situaties wanneer het wel noodzakelijk kan zijn voor de NCTV om in het kader van zijn coördinatietaak persoonsgegevens te verstrekken en wanneer het niet mogelijk is persoonsgegevens te anonimiseren of te pseudonimiseren. De Afdeling adviseert dit in de toelichting nader te concretiseren en voorbeelden te geven van verstrekkingen van persoonsgegevens die de NCTV op grond van deze bepaling zal verrichten.
De Afdeling merkt op dat uit de toelichting niet blijkt waarom enkel wordt uitgesloten dat een duiding van de uiting van een persoon wordt verstrekt waarmee die persoon in verband wordt gebracht met een trend of fenomeen. Zij vraagt om de toelichting op dit punt aan te vullen en zo nodig de voorgestelde bepaling aan te passen. Dit onderdeel van het advies is overgenomen door in de toelichting te verduidelijken dat onder uitingen worden verstaan alle vormen van gedragingen en uitspraken die wijzen op een bepaald gedachtegoed. De achterliggende gedachte van de norm is uit te sluiten dat een analyse van de NCTV er de oorzaak van is dat een persoon in verband wordt gebracht met een trend of fenomeen.
De opmerkingen van de Afdeling over de noodzaak tot verstrekking van persoonsgegevens en de rol van anonimiseren en pseudonimiseren hebben ertoe geleid dat in de toelichting nader uiteen is gezet wanneer er sprake is van persoonsgegevens en wat de mogelijkheden maar ook onmogelijkheden zijn ten aanzien van anonimiseren en pseudonimiseren. Daarbij is tevens uitgelegd in welke situaties het verstrekken van persoonsgegevens noodzakelijk kan zijn en wanneer het op gepseudonimiseerde wijze verstrekken van persoonsgegevens niet mogelijk is. Het niet op gepseudonimiseerde wijze verstrekken van persoonsgegevens kan bijvoorbeeld voorkomen omdat de overheidsorganisatie aan wie de persoonsgegevens worden verstrekt een taak heeft ten aanzien van die persoon, die niet kan worden uitgevoerd als niet duidelijk is om welke persoon het gaat. Een voorbeeld betreft een terugkerende Syriëganger die overgedragen dient te worden voor vervolging.
De nota van wijziging beoogt te voorzien in aanvullende waarborgen ter versterking van de controle op de werkzaamheden van de NCTV. Naast het benoemen van een functionaris gegevensbescherming,14 dient de minister de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan zijn wettelijke taken te laten toetsen. De rapportage van de resultaten van deze toetsing wordt aan de Staten-Generaal gezonden.15 De toelichting legt uit dat de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) zal toezien op de verwerking van persoonsgegevens en de Inspectie Justitie en Veiligheid (JenV) op de naleving van de andere normen in het wetsvoorstel.16
De Afdeling merkt op dat de NCTV reeds valt onder het toezicht door de AP en de Inspectie JenV. De AP is op grond van de Uitvoeringswet Algemene Verordening Gegevensbescherming (UAVG) bevoegd om toezicht uit te oefenen op de gegevensverwerking door de NCTV.17 De Inspectie JenV is op basis van het Organisatiebesluit JenV belast met het houden van toezicht op de uitvoering en de naleving van wet- en regelgeving op het terrein van het ministerie van JenV, waaronder de NCTV.18 In de praktijk worden veel van de rapportages van beide instanties aan de Tweede Kamer toegezonden.
De toelichting legt niet uit wat daarmee de toegevoegde waarde is van de voorgestelde wettelijke bepaling. Gelet op de bestaande bevoegdheden van de toezichthouders, ligt het niet in de rede om voor het toezicht op de NCTV een aparte wettelijke regeling te creëren. Hiermee lijkt bovendien voor wat betreft de Inspectie JenV vooruit te worden gelopen op het wetsvoorstel op de rijksinspecties. Dit wetsvoorstel is momenteel in voorbereiding. Het streven is hierin te voorzien in een wettelijk verankering van de taakuitoefening en werkwijze van rijksinspecties.19
De Afdeling heeft wel begrip voor de gedachte dat voorzieningen moeten worden getroffen om het toezicht effectief te laten functioneren. In haar eerdere advies over het wetsvoorstel wees zij daarom op het belang dat het toezicht in de praktijk passend wordt vormgegeven. In dat licht bezien dient de toelichting te verduidelijken wat dit betekent voor de noodzakelijke capaciteit, expertise en de frequentie van toezicht.20 Dat geldt ook voor de gewenste afstemming tussen de AP en de Inspectie JenV.
De Afdeling adviseert voorgesteld artikel 5a te schrappen en in de toelichting tot uitdrukking te brengen hoe de minister er in de praktijk voor zal zorgen dat het toezicht en de rapportage hierover op een passende wijze kan plaatsvinden.
Net als in het advies van de Afdeling op het oorspronkelijke wetsvoorstel, bevestigt de Afdeling dat de verwerking van persoonsgegevens door de NCTV rechtstreeks onder de AVG valt en dat op grond van de UAVG de AP tot taak heeft op deze verwerking toezicht te houden. Daarnaast merkt de Afdeling op, zo leest de regering, dat de NCTV onder het toezicht van de Inspectie Justitie en Veiligheid (IJenV) valt omdat de IJenV op basis van het Organisatiebesluit Justitie en Veiligheid is belast is met het houden van toezicht op de uitvoering en de naleving van wet- en regelgeving op het terrein van het ministerie van JenV.
De Afdeling adviseert dan ook het voorgestelde artikel 5a te schrappen omdat niet duidelijk is wat de toegevoegde waarde is, en in de toelichting in te gaan op de wijze waarop in de praktijk het toezicht en de rapportage hierover door de IJenV op een passende wijze kan plaatsvinden. Daarnaast wijst de Afdeling erop dat het wenselijk is dat er afstemming tussen de AP en de IJenV plaatsvindt.
De regering begrijpt het advies zo dat zodra het wetsvoorstel tot wet wordt verheven en inwerking treedt de hierin vastgelegde taak van de NCTV op grond van het Organisatiebesluit JenV onder het toezicht van de IJenV valt, en dat daarmee het voorgestelde artikel 5a feitelijk overbodig is. De regering onderschrijft deze uitleg in juridische zin, maar ziet niettemin aanleiding om het artikel waaraan de Afdeling refereert te behouden vanwege de wens om de versteviging van het toezicht ook in de tekst van de wet zelf gereflecteerd te zien, in lijn met het debat dat werd gevoerd in de Tweede Kamer op 2 juni 2022 over de werkwijze van de NCTV. In navolging van het advies van de Afdeling is de toelichting aangevuld op welke wijze wordt bijgedragen aan het waarborgen dat in de praktijk het toezicht en de rapportage op een passende wijze kan plaatsvinden. Dit met inachtneming van het feit dat de invulling van het toezicht door de IJenV een aangelegenheid is van de IJenV zelf. Ook voor de gewenste afstemming tussen de IJenV en de AP is aandacht gevraagd in de toelichting, met dien verstande dat het aan de IJenV en de AP is om hier nadere invulling aan te geven. Voor de volledigheid wordt nog opgemerkt dat het voorgestelde artikel 5a geen betrekking heeft op het toezicht van de AP op de verwerking van persoonsgegevens door de NCTV. Het toezicht van de AP vloeit immers rechtstreeks voort uit de AVG en de UAVG.
Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om een nadere specificering aan te brengen van de in het wetsvoorstel opgenomen bewaartermijnen, waardoor de meest privacygevoelige persoonsgegevens het snelst worden verwijderd. Dit is geregeld door vast te leggen dat binnen een jaar na het opslaan van gegevens afkomstig van social media de aanwezige persoonsgegevens geschift dienen te worden door deze ofwel te vernietigen, ofwel te pseudonimiseren, ofwel te behouden. Na deze eerste schifting dienen uiterlijk binnen vijf jaar de nog resterende persoonsgegevens vernietigd te worden. Hierop zijn slechts twee uitzonderingen mogelijk. De eerste uitzondering betreft persoonsgegevens opgenomen in berichtgeving die voor het signaleren, analyseren en duiden van trends en fenomenen ook op langere termijn nog noodzakelijk zijn om te behouden, terwijl de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van betrokkene beperkt is. Het gaat feitelijk om personen die onlosmakelijk zijn verbonden met een trend of fenomeen, waarbij de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van betrokkene beperkt is door het openbare karakter van de berichtgeving. Voor deze uitzondering geldt dat de bewaartermijn na advies van de functionaris voor gegevensbescherming telkens met vijf jaar kan worden verlengd. De tweede uitzondering betreft persoonsgegevens die op het moment van aflopen van de bewaartermijn onderwerp zijn van een inzageverzoek of lopende rechtszaak. Voor het doel om deze procedures af te wikkelen, kunnen deze persoonsgegevens bewaard worden.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een aantal opmerkingen bij de nota van wijziging en adviseert daarmee rekening te houden voordat deze bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal wordt ingediend.
De vice-president van de Raad van State,
Ik verzoek U in te stemmen met toezending van de gewijzigde nota van wijziging en gewijzigde toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
De Minister van Justitie en Veiligheid, D. Yeşilgöz-Zegerius.
No. W16.23.00076/II
’s-Gravenhage, 14 juni 2023
Aan de Koning
Bij Kabinetsmissive van 28 maart 2023, no.2021001439, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Justitie en Veiligheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt de nota van wijziging bij het voorstel van wet houdende regels ten behoeve van de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de coördinatie en analyse in verband met terrorismebestrijding en bescherming van de nationale veiligheid door het versterken van de weerbaarheid van de samenleving (Wet verwerking persoonsgegevens coördinatie en analyse terrorismebestrijding en nationale veiligheid), met toelichting.
De nota van wijziging voorziet in een aanpassing van het voorstel voor de wet verwerking persoonsgegevens coördinatie en analyse terrorismebestrijding en nationale veiligheid. De analysetaak van de Nationaal Coördinator Terrorisme en Veiligheid (NCTV) die in het wetsvoorstel was opgenomen, wordt met deze nota van wijziging geschrapt. Het verrichten van analyses en het daarbij verwerken van persoonsgegevens is alleen mogelijk als dat noodzakelijk is voor de uitvoering van de coördinatietaak van de NCTV. De nota van wijziging beoogt daarnaast de mogelijkheden tot verstrekking van persoonsgegevens aan andere instanties in te perken en de controle op de naleving van de regels in het wetsvoorstel te versterken.
De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert nader te concretiseren hoe de verwerking van persoonsgegevens bij de NCTV vorm zal krijgen, in het bijzonder in het licht van de beginselen van noodzakelijkheid en subsidiariteit. De voorgestelde bepaling over de verstrekking van gegevens bevat daarnaast een afbakening die niet nader is toegelicht en waarvan de Afdeling zich afvraagt of deze passend is. Tot slot adviseert de Afdeling de voorgestelde bepaling over het toezicht op de naleving van het wetsvoorstel te schrappen en in plaats daarvan in de toelichting te concretiseren hoe het toezicht in de praktijk op passende wijze kan worden vormgegeven.
In het licht van deze opmerkingen is aanpassing wenselijk van de toelichting en zo nodig van de nota van wijziging.
In november 2021 is bij de Tweede Kamer het wetsvoorstel verwerking persoonsgegevens coördinatie en analyse terrorismebestrijding en nationale veiligheid ingediend. Het wetsvoorstel beoogde twee bestaande taken van de Minister van Justitie en Veiligheid (JenV) wettelijk te verankeren: de coördinatietaak en de analysetaak. Het gaat om taken die in de praktijk door de NCTV worden uitgevoerd. De voornaamste reden om deze taken wettelijk te verankeren is dat bij de uitoefening daarvan (bijzondere) persoonsgegevens worden verwerkt, waarvoor een wettelijke grondslag nodig is. Tijdens een debat in de Tweede Kamer over de werkwijze van de NCTV werden verschillende moties aangenomen, waaronder de oproep om te bewerkstelligen dat de NCTV niet langer zelfstandig onderzoek doet naar of informatie verzamelt over personen of organisaties.1
De nota van wijziging is een reactie hierop. Het uitgangspunt van de nota van wijziging is om terug te keren naar de kerntaak van de NCTV, namelijk het coördineren van beleid en maatregelen in het kader van terrorismebestrijding en de bescherming van de nationale veiligheid. Daartoe wordt de analysetaak geschrapt. De NCTV blijft wel bevoegd om in verband met de coördinatietaak analyses uit te voeren en daarbij persoonsgegevens te verwerken.2 Verder wordt geregeld dat het de NCTV niet is toegestaan analyses te verstrekken waarin personen vanwege hun uitingen in verband worden gebracht met een trend of een fenomeen.3
Daarnaast beoogt de nota van wijziging de controle op de naleving van de regels van het wetsvoorstel te versterken. Er zal een functionaris gegevensbescherming worden benoemd die binnen de NCTV wordt belast met toezicht op de naleving van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).4 Tot slot is vastgelegd dat de minister de uitvoering van de wet zal laten toetsen, waarbij de resultaten van deze toetsing aan de Staten-Generaal worden gezonden.5
De bevoegdheid van de NCTV tot het analyseren van (persoons)gegevens is met de nota van wijziging niet langer een op zichzelf staand doel. De analyse van trends en fenomenen dient plaats te vinden in verband met de coördinatietaak. De NCTV bundelt inlichtingen, analyses en informatie van ketenpartners (zoals de AIVD, Nationale Politie, wetenschappers en overige ministeries) en vult deze aan met eigen expertise, aldus de toelichting. De eigen expertise omvat onder meer het raadplegen van open (online) bronnen waar discussies plaatsvinden, zonder dat sprake is van een onderzoek gericht op personen en organisaties.6 De verwerking van persoonsgegevens door de NCTV is noodzakelijk voor de uitvoering van de coördinatietaak. Ook dient deze waar mogelijk gepseudonimiseerd plaats te vinden.7 Deze begrenzing van de analysebevoegdheid in zijn algemeenheid, en van de verwerking van persoonsgegevens in het bijzonder, vergt een nieuwe werkwijze die in werkprocessen verankerd dient te worden, zo vermeldt de toelichting.8
Als het gaat om de aanpassing van de werkwijze verdient in het bijzonder het door de NCTV zelf signaleren en duiden van trends en fenomenen in de samenleving door middel van de monitoring van sociale media aandacht.9 De toelichting legt niet uit in welke situaties het voor de coördinatietaak noodzakelijk kan zijn dat de NCTV dit doet. Voor een beter begrip van de praktische betekenis van de begrenzing van de analysebevoegdheid is dit wel nodig.
De Afdeling wijst er in dat verband op dat de door de regering beoogde wijziging (alleen analyse in verband met de coördinatietaak) impliceert dat of en zo ja, op welke wijze de NCTV zelf informatie mag verzamelen afhangt van de situatie. Indien voor een door de NCTV op te stellen rapportage of dreigingsbeeld meer informatie nodig is dan die ketenpartners kunnen aanleveren, dan kan, zo begrijpt de Afdeling de voorgestelde wijziging, het aangewezen zijn dat de NCTV zelf open (online) bronnen onderzoekt en daarbij persoonsgegevens verwerkt. Indien deze ketenpartners al wel dit open (online) bronnenonderzoek hebben verricht naar trends en fenomenen in de samenleving en in hun analyses inzicht (kunnen) geven in hun bevindingen, dan ligt een aanvullend onderzoek door de NCTV, mede vanuit de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit echter minder in de rede.
De Afdeling adviseert gelet op het voorgaande de toelichting te verduidelijken.
Verstrekking van gegevens, waaronder persoonsgegevens, door de NCTV kan plaatsvinden als dat noodzakelijk is voor de uitvoering van de coördinatietaak.10 De nota van wijziging voorziet in een limitatieve opsomming van ontvangende instanties.11 De verstrekking mag daarnaast volgens het voorstel niet zien op ‘een duiding van de uiting van een persoon waardoor die persoon in verband wordt gebracht met een trend of fenomeen’.12 De toelichting legt uit dat het geen taak is van de NCTV om antwoord te geven op de vraag of een persoon aangemerkt kan worden als passend binnen een trend of fenomeen zoals jihadisme. Bij vragen van andere overheidsinstanties over uitingen van een persoon zal de NCTV doorverwijzen naar AIVD of politie, aldus de toelichting.13
De Afdeling maakt over dit onderdeel van het voorstel de volgende opmerkingen.
Uit de toelichting blijkt niet waarom enkel wordt uitgesloten dat een duiding van de uiting van een persoon wordt verstrekt waarmee die persoon in verband wordt gebracht met een trend of fenomeen. De Afdeling kan zich voorstellen dat ook bij andere gedragingen dan uitingen een dergelijke duiding kan plaatsvinden. Niet duidelijk is in hoeverre de NCTV in die gevallen wel tot een verstrekking mag overgaan. De wettekst en de toelichting omschrijven niet wat in het voorstel precies moet worden verstaan onder een ‘uiting’. De Afdeling adviseert de toelichting op dit punt aan te vullen en zo nodig de voorgestelde bepaling aan te passen.
De toelichting is daarnaast summier waar het gaat om situaties wanneer het wel noodzakelijk kan zijn voor de NCTV om in het kader van zijn coördinatietaak persoonsgegevens te verstrekken en wanneer het niet mogelijk is persoonsgegevens te anonimiseren of te pseudonimiseren. De Afdeling adviseert dit in de toelichting nader te concretiseren en voorbeelden te geven van verstrekkingen van persoonsgegevens die de NCTV op grond van deze bepaling zal verrichten.
De nota van wijziging beoogt te voorzien in aanvullende waarborgen ter versterking van de controle op de werkzaamheden van de NCTV. Naast het benoemen van een functionaris gegevensbescherming,14 dient de minister de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan zijn wettelijke taken te laten toetsen. De rapportage van de resultaten van deze toetsing wordt aan de Staten-Generaal gezonden.15 De toelichting legt uit dat de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) zal toezien op de verwerking van persoonsgegevens en de Inspectie Justitie en Veiligheid (JenV) op de naleving van de andere normen in het wetsvoorstel.16
De Afdeling merkt op dat de NCTV reeds valt onder het toezicht door de AP en de Inspectie JenV. De AP is op grond van de Uitvoeringswet Algemene Verordening Gegevensbescherming (UAVG) bevoegd om toezicht uit te oefenen op de gegevensverwerking door de NCTV.17 De Inspectie JenV is op basis van het Organisatiebesluit JenV belast met het houden van toezicht op de uitvoering en de naleving van wet- en regelgeving op het terrein van het ministerie van JenV, waaronder de NCTV.18 In de praktijk worden veel van de rapportages van beide instanties aan de Tweede Kamer toegezonden.
De toelichting legt niet uit wat daarmee de toegevoegde waarde is van de voorgestelde wettelijke bepaling. Gelet op de bestaande bevoegdheden van de toezichthouders, ligt het niet in de rede om voor het toezicht op de NCTV een aparte wettelijke regeling te creëren. Hiermee lijkt bovendien voor wat betreft de Inspectie JenV vooruit te worden gelopen op het wetsvoorstel op de rijksinspecties. Dit wetsvoorstel is momenteel in voorbereiding. Het streven is hierin te voorzien in een wettelijk verankering van de taakuitoefening en werkwijze van rijksinspecties.19
De Afdeling heeft wel begrip voor de gedachte dat voorzieningen moeten worden getroffen om het toezicht effectief te laten functioneren. In haar eerdere advies over het wetsvoorstel wees zij daarom op het belang dat het toezicht in de praktijk passend wordt vormgegeven. In dat licht bezien dient de toelichting te verduidelijken wat dit betekent voor de noodzakelijke capaciteit, expertise en de frequentie van toezicht.20 Dat geldt ook voor de gewenste afstemming tussen de AP en de Inspectie JenV.
De Afdeling adviseert voorgesteld artikel 5a te schrappen en in de toelichting tot uitdrukking te brengen hoe de minister er in de praktijk voor zal zorgen dat het toezicht en de rapportage hierover op een passende wijze kan plaatsvinden.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een aantal opmerkingen bij de nota van wijziging en adviseert daarmee rekening te houden voordat deze bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal wordt ingediend.
De vice-president van de Raad van State, Th.C. de Graaf.
Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:
A
Het opschrift komt te luiden:
Regels in het kader van de coördinatie ten aanzien van terrorismebestrijding en de bescherming van de nationale veiligheid ten behoeve van het verhogen van de weerbaarheid tegen dreigingen en risico’s (Wet coördinatie terrorismebestrijding en nationale veiligheid)
B
In de considerans wordt ‘regels te stellen ten aanzien van de verwerking van gegevens, waaronder persoonsgegevens, ten behoeve van de coördinatie en analyse in het kader van het verhogen van de weerbaarheid ten aanzien van terrorismebestrijding en bescherming van de nationale veiligheid, door het versterken van de weerbaarheid van de samenleving en daarbij de nodige waarborgen op te nemen voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer’ vervangen door ‘een wettelijke grondslag te bieden voor de coördinatie ten aanzien van terrorismebestrijding en de bescherming van de nationale veiligheid ten behoeve van het verhogen van de weerbaarheid tegen dreigingen en risico’s en daarbij de nodige waarborgen op te nemen voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer’.
C
Artikel 2 komt te luiden:
1. Onverminderd de taken en bevoegdheden van betrokken overheidsorganisaties op grond van de op hen toepasselijke wetgeving, coördineert Onze Minister de samenhang en effectiviteit van het beleid en de door overheidsorganisatie te nemen maatregelen in het kader van terrorismebestrijding en de bescherming van de nationale veiligheid, met het oog op het verhogen van de weerbaarheid tegen dreigingen en risico’s, het beschermen van de nationale veiligheidsbelangen en het voorkomen van maatschappelijke ontwrichting.
2. De in het eerste lid bedoelde taak ziet op:
a. het bevorderen van de samenwerking tussen betrokken overheidsorganisaties en maatschappelijke organisaties;
b. het bevorderen van de informatiedeling tussen betrokken overheidsorganisaties voor zover dit noodzakelijk met het oog op het treffen van maatregelen naar aanleiding van een concrete gebeurtenis;
c. het bevorderen van de samenhang en effectiviteit van het in het eerste lid bedoelde beleid en het evalueren van dit beleid, met name naar aanleiding van de concrete toepassing van het beleid en genomen maatregelen in de praktijk en, indien de evaluatie daartoe aanleiding geeft, het op basis daarvan in samenwerking met betrokken overheidsorganisaties ontwikkelen van voorstellen voor verbetering.
3. In verband met de taak, bedoeld in het eerste lid, kan Onze Minister trends en fenomenen signaleren, analyseren en duiden. In dat kader wordt geen onderzoek gedaan gericht op personen of organisaties.
D
Artikel 3 komt te luiden:
1. Onze Minister kan, voor zover dit noodzakelijk is voor de uitvoering van de in artikel 2 bedoelde taak, gegevens, waaronder persoonsgegevens, verwerken:
a. afkomstig uit publiek toegankelijke bronnen;
b. ontvangen op grond van artikel 6.
2. Bij het gebruik van de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde bronnen wordt, indien dit online bronnen zijn, geen gebruik gemaakt van technische hulpmiddelen die op basis van profilering persoonsgegevens verzamelen, analyseren en combineren.
3. Onze Minister verwerkt persoonsgegevens gepseudonimiseerd, tenzij dit vanwege de doeleinden van de verwerking niet mogelijk is. Persoonsgegevens worden voor openbaarmaking geanonimiseerd, tenzij dit vanwege de doeleinden van de verwerking niet mogelijk is.
4. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot te nemen technische, personele en organisatorische maatregelen, waaronder regels over functiescheiding, autorisatie voor het gebruik van bepaalde systemen, opslag en beveiliging.
5. Persoonsgegevens worden vernietigd zodra zij niet langer noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de taak bedoeld in artikel 2, doch in ieder geval uiterlijk vijf jaar na de laatste verwerking.
6. In afwijking van het vijfde lid worden persoonsgegevens die zijn verwerkt op grond van het eerste lid, onderdeel a, in ieder geval uiterlijk vijf jaar na de eerste verwerking vernietigd. Na toestemming van Onze Minister kan deze termijn met ten hoogste vijf jaar worden verlengd, indien dit vanwege de doeleinden van de verwerking noodzakelijk is.
7. Onze Minister is de verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens op grond van deze wet.
E
Artikel 4 komt te luiden:
F
Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt ‘4, derde lid’ vervangen door ‘3, eerste lid’.
2. In het eerste en tweede lid, wordt ‘de verwerkingsverantwoordelijke’ vervangen door ‘Onze Minister’.
G
Na artikel 5 wordt een artikel ingevoegd luidende:
H
In artikel 6 wordt ‘artikel 3, eerste lid, onderdeel a, bedoelde taken’ vervangen door ‘artikel 2 bedoelde taak’.
I
Artikel 7 komt te luiden:
1. Onze Minister kan ten behoeve van de in artikel 2 bedoelde taak, gegevens, waaronder persoonsgegevens, verstrekken aan:
a. de in artikel 6, aanhef en onderdelen a tot en met e, bedoelde verwerkingsverantwoordelijken;
b. de politie in verband met haar taken op grond van artikel 3 van de Politiewet 2012;
c. de Koninklijke Marechaussee in verband met haar taken op grond van artikel 4 van de Politiewet 2012;
d. het openbaar ministerie in verband met zijn taken op grond van artikel 124 van de Wet op de rechterlijke organisatie;
e. de diensten, genoemd in artikel 1, onderdeel a, van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017, in verband met de uitvoering van de taken op grond van die wet;
f. Onze Minister die het aangaat, voor zover de verstrekking noodzakelijk is in verband met de bij of krachtens de wet aan hem opgedragen taken.
2. Onverminderd artikel 2, derde lid, ziet een verstrekking als bedoeld in het eerste lid niet op een duiding van de uitingen van een persoon waardoor die persoon in verband wordt gebracht met een trend of fenomeen.
J
In artikel 8, eerste en tweede lid, wordt ‘taken’ vervangen door ‘taak’.
K
In artikel 11 wordt ‘Wet verwerking persoonsgegevens coördinatie en analyse terrorismebestrijding en nationale veiligheid’ vervangen door ‘Wet coördinatie terrorismebestrijding en nationale veiligheid’.
Op 2 juni 2022 vond het debat plaats over de werkwijze van de NCTV (nationaal coördinator terrorismebestrijding en veiligheid). Tijdens dit debat heb ik toegezegd naar aanleiding van de zorgen die door de Kamer zijn geuit op een zorgvuldige wijze te kijken naar een wijziging van het wetsvoorstel. Daarnaast zijn gedurende het debat een aantal moties aangenomen, waaronder de motie van het lid van der Plas1 waarin de Kamer het kabinet oproept om te onderzoeken op welke wijze de functies die de NCTV binnen de nationale crisisstructuur vervult verder losgekoppeld kunnen worden van de analysefuncties waar de NCTV zich mee bezighoudt. Daarbij is toegezegd de uitvoering van deze motie te betrekken bij de behandeling van het wetsvoorstel. Inmiddels is ter uitvoering van de betreffende motie een rapportage met aanbevelingen afgerond en aangeboden aan de Tweede Kamer middels brief van 16 februari 2023.2 Daarbij is tevens aangegeven dat nu het wetsvoorstel niet ziet op de nationale crisisstructuur de opvolging van de in brief opgenomen aanbevelingen verder buiten het traject van dit wetsvoorstel ter hand wordt genomen.
De periode na het debat heb ik de verschillende mogelijkheden onderzocht waarop aanpassing van het wetsvoorstel mogelijk is en wat dit zou betekenen. In bijgaande nota van wijziging is het resultaat hiervan opgenomen. De voorgestelde wijzigingen zien op de volgende uitgangspunten:
– terug naar de kerntaak van de NCTV, namelijk coördineren;
– versterken van de controle op het naleven van de regels opgenomen in het wetsvoorstel.
Met de voorgestelde wijzigingen wordt een toekomstbestendig kader gecreëerd dat zowel recht doet aan het belang van het werk van de NCTV, als aan de controleerbaarheid van de werkzaamheden van de NCTV in de toekomst en de bescherming van persoonsgegevens in overeenstemming met de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). Daarnaast is van de gelegenheid gebruik gemaakt om enkele technische en redactionele verbeteringen aan te brengen.
De eerste doorgevoerde wijziging is een uitvloeisel van een herbezinning op de kerntaak van de NCTV. Zoals aan bod kwam in paragraaf 2.1 van de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel, is de toenmalige NCtb opgericht om te coördineren en zo versnippering en het gebrek aan regie op het terrein van terrorismebestrijding, en later ook de nationale veiligheid, tegen te gaan. Daarbij werd een gemeenschappelijk beleidskader en een centrale organisatie wezenlijk gevonden. Met de voorgestelde wijzigingen wordt vastgelegd dat coördineren de primaire taak van de NCTV is. Het analyseren van trends en fenomenen die van belang zijn voor terrorismebestrijding en nationale veiligheid kan dan ook geen op zichzelf staand doel zijn. De analysetaak keert dan ook niet terug als zelfstandige taak in het wetsvoorstel, met dien verstande dat het uiteraard wel van belang blijft om op basis van afdoende kennis te coördineren. De NCTV maakt daartoe geïntegreerde analyses vanuit breed maatschappelijk oogpunt op basis van inlichtingen, analyses en informatie van ketenpartners (zoals AIVD, Nationale Politie, wetenschap en overige ministeries), aangevuld met eigen expertise. Daar hoort echter niet bij dat er analyses worden verstrekt aan organisaties naar aanleiding van een vraag of bepaalde uitingen van een persoon passen binnen een bepaalde trend of een bepaald fenomeen en die personen door een dergelijke analyse in verband worden gebracht met een trend of fenomeen. In de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel werd dit aangeduid als de zogenoemde ‘korte analyses’. Deze mogelijkheid wordt bij deze nota van wijziging dan ook expliciet uitgesloten (artikel I, nieuw artikel 7, tweede lid). Dit ligt feitelijk ook in het verlengde van de reeds in het wetsvoorstel opgenomen bepaling dat er geen onderzoek wordt gedaan gericht op personen.
Concreet betekent dit het volgende.
Voor een goede uitvoering van de coördinatietaak en de doelstellingen die daarmee worden nagestreefd blijft het noodzakelijk om over een bepaald kennisniveau te beschikken. Het verhogen van de weerbaarheid tegen terroristische dreigingen en risico’s en andere dreigingen en risico’s voor de nationale veiligheid vereist kennis van trends en fenomenen die hierop van invloed zijn. En met de ontwikkeling van de maatschappij naar een wereld waar trends en fenomenen zich mede ontwikkelen in discussies die zich grotendeels hebben verplaatst naar het digitale domein, geldt dat het raadplegen van publieke bronnen waar deze discussies worden gevoerd noodzakelijk is. Tevens geldt ten algemene dat veel informatie online te vinden is en zodra deze informatie persoonsgegevens bevat kan er al snel sprake kan zijn van een verwerking in de zin van de AVG.3 Zonder kennis van wat er speelt is de NCTV niet goed in staat de coördinerende rol goed te vervullen en de juiste overheidsorganisaties te betrekken en bijeen te brengen.
Zo geldt dat bij publieke personen die ofwel een belangrijke rol vertolken bij een bepaalde trend of een bepaald fenomeen (denk aan een leider van ISIS) of een publiek persoon die onderwerp of veroorzaker is geweest van een incident of gebeurtenis die raakt aan een dreiging of risico voor de nationale veiligheid door het mogelijk resoneren van die gebeurtenis in (delen van) de samenleving (denk aan een Salman Rushdie, respectievelijk Anders Breivik), ook al sprake is van een verwerking van persoonsgegevens zodra deze personen bijvoorbeeld genoemd worden in een beschrijving van een trend of fenomeen. Het kunnen analyseren van dergelijke gebeurtenissen blijft nodig ook in het licht van de coördinerende rol en daarmee tevens het kunnen benoemen van deze cruciale personen. Ook ten aanzien van publieke organisaties geldt dat het niet doen van onderzoek gericht op organisaties niet wegneemt dat organisaties een rol kunnen spelen in een trend of fenomeen en dus voor kunnen komen in producten van de NCTV. Een voorbeeld betreft ‘Een perspectief op de transformatie van ISIS na de val van het ‘kalifaat’’. De kennis van trends en fenomenen en eventuele analyses die daaruit volgen zullen echter altijd in het licht dienen te staan van de coördinerende taak. Dit vergt een nieuwe werkwijze die in de werkprocessen verankerd zal worden.
Zoals hierboven reeds opgemerkt wordt expliciet uitgesloten dat er een duiding plaatsvindt van uitingen van een persoon die juist door die duiding worden geassocieerd met een bepaalde trend of een bepaald fenomeen dat een dreiging of risico vormt voor de nationale veiligheid. Het is immers geen taak van de NCTV om antwoord te geven op de vraag of een persoon aangemerkt kan worden als passend binnen een trend of fenomeen zoals jihadisme.
Daarmee is niet langer mogelijk dat overheidsorganisaties, zoals gemeenten, een beroep doen op de kennis van de NCTV bij vragen of uitingen van een persoon die zich in die gemeente begeeft passen binnen een bepaalde trend of een bepaald fenomeen indien die persoon niet al onderwerp is geweest van bijvoorbeeld betrokkenheid bij een terroristische aanslag. Mocht de NCTV een dergelijk verzoek ontvangen, dan zal al naar gelang de concrete vraag die gesteld wordt, worden verwezen naar de AIVD of de politie, die uiteraard een eigen afweging maken of de gestelde vraag past binnen de aan hen toebedeelde taken en verantwoordelijkheden.
Concluderend geldt dat de lijn van de in artikel 2, derde lid, opgenomen bepaling waarin is opgenomen dat geen onderzoek wordt gedaan gericht op personen, wordt doorgetrokken in artikel 7, tweede lid, door tevens te waarborgen dat geen analyses verstrekt kunnen worden waardoor personen in verband worden gebracht met een trend of fenomeen.
De tweede doorgevoerde wijziging betreft een versterking van ‘checks and balances’, wat concreet betekent dat, als een bepaalde taak wordt toegekend, er een tegenwicht georganiseerd dient te worden die in verhouding staat tot die taak. Met de bovengenoemde wijziging is er al sprake van een inperking, doordat de analysetaak als zelfstandige taak wegvalt en tevens de mogelijkheid tot het verstrekken van de zogenoemde ‘korte analyses’ wordt geschrapt. Niettemin wordt voorzien in aanvullende waarborgen ter versterking van de controle op de werkzaamheden van de NCTV.
Ten eerste zal het toezicht op de naleving van de AVG en de bepalingen in het wetsvoorstel die zien op de verwerking van persoonsgegevens worden versterkt door te voorzien in de benoeming van een functionaris-gegevensbescherming (f-g), specifiek voor de toepassing van dit wetsvoorstel. De taken en positie van een f-g worden rechtstreeks geregeld door de AVG. Een f-g is een interne, onafhankelijke toezichthoudende functionaris. De AVG regelt rechtstreeks zijn taken en zijn onafhankelijke positie. Een f-g wordt aangewezen op grond van zijn professionele kwaliteiten en, in het bijzonder, zijn deskundigheid op het gebied van de wetgeving en de praktijk inzake gegevensbescherming en zijn vermogen om zijn taken onder de AVG te vervullen. Daarnaast werkt een f-g samen met de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). Door te voorzien in de benoeming van een f-g specifiek ten aanzien van de verwerking van persoonsgegevens onder dit wetsvoorstel, wordt de zogenoemde ‘accountability’ van de NCTV aanzienlijk versterkt. Ten tweede zal naast toezicht door de f-g en de AP op de naleving van regels inzake de verwerking van persoonsgegevens, de Inspectie Justitie en Veiligheid (IJenV) toe gaan zien op de naleving van de normen in het wetsvoorstel die niet zien op de verwerking van persoonsgegevens (onderdeel G, voorgesteld artikel 5a). Daarbij is voorzien in rapportage van de resultaten van de bevindingen aan de Staten-Generaal. De IJenV heeft als Rijksinspectie een goede kennis van de domeinen van JenV en vervult uit dien hoofde al een belangrijke rol in de controle op de uitvoering van de taken door het Ministerie, waaronder cybersecurity en nationale veiligheid. Daarbij ligt het voor de hand dat de frequentie wordt aangepast al naar gelang de bevindingen van de IJenV.
Met deze communicerende vaten wordt voorzien in optimale controle op de werkwijze van de NCTV, ook in de toekomst.
De kosten voor de f-g binnen de NCTV zullen binnen het huidige financiële kader NCTV opgevangen worden. Dat geldt ook voor de kosten die de IJenV zal moeten maken voor de uitvoering van de toezichts- en rapportageverplichting. Dit zal in totaal ongeveer 2 fte beslaan (€ 230.000). Er zijn geen verdere administratieve en uitvoeringslasten bij partijen buiten de NCTV aan verbonden.
Het opschrift, het ‘gelet op’ in de considerans en de citeertitel worden aangepast aan de inperking van de taak opgenomen in het wetsvoorstel. Tevens wordt een vereenvoudiging doorgevoerd door deze kernachtiger te formuleren.
In het oorspronkelijke wetsvoorstel was in artikel 2 een reikwijdte bepaling opgenomen met daarin tevens de doelstellingen opgenomen van de taken opgenomen in artikel 3. Ter vereenvoudiging van het wetsvoorstel zijn de artikelen 2 en 3 samengevoegd, waarin zowel de taak als de doelstellingen die met de taak worden nagestreefd zijn opgenomen nu deze onlosmakelijk zijn verbonden. De analysetaak als zelfstandige taak is daarin geschrapt. Daarnaast zijn redactionele verbeteringen aangebracht.
In het voorgestelde eerste en tweede lid van artikel 2 is de coördinatietaak vastgelegd. In het eerste lid is het ‘beschermen van vitale belangen van de samenleving’ vervangen door het meer actueel gehanteerde begrip ‘beschermen van nationale veiligheidsbelangen’. Inhoudelijk is geen verschil beoogd. Daarnaast is verduidelijkt is dat ook maatschappelijke organisaties een rol kunnen spelen in de samenwerking met overheidsorganisaties, bijvoorbeeld in de aanpak van extremisme en terrorisme (onderdeel a). In het tweede lid is tevens verduidelijkt dat het bewaken van de samenhang van beleid van belang is (onderdeel c).
In het derde lid is tot slot uitdrukking gebracht dat met het oog op deze coördinatietaak analyses van trends en fenomenen opgesteld kunnen worden, met dien verstande dat dit – net als in het oorspronkelijke wetsvoorstel – geen bevoegdheid inhoudt tot het doen van onderzoek gericht op personen of organisaties.
Het voorstelde artikel 3 betreft een technisch en redactioneel aangepaste versie van het in het oorspronkelijke wetsvoorstel opgenomen artikel 4. Het oorspronkelijke eerste lid (waarin werd vastgelegd dat de verwerking van (persoons)gegevens alleen mogelijk was onder de voorwaarden opgenomen in het artikel) en het oorspronkelijke onderdeel c van het derde lid (verwerking van gegevens ontvangen van andere dan in artikel 6 bedoelde overheidsorganisaties) keren beide niet terug in het artikel omdat dit reeds volgt uit andere bepalingen in het wetsvoorstel. Het spreekt voor zich dat verwerking alleen mogelijk is voor zover toegestaan is door het wetsvoorstel en de AVG. Het onderdeel ‘ontvangen van andere dan de in artikel 6 bedoelde overheidsorganisaties’ volgt feitelijk al uit onderdeel f van artikel 6 en is daarmee al in inbegrepen in artikel 3, eerste lid, onderdeel b (nieuw).
In het derde lid is voor de leesbaarheid de hoofdregel dat persoonsgegevens gepseudonimiseerd worden verwerkt samengebracht met de hoofdregel dat voor openbaarmaking persoonsgegevens worden geanonimiseerd (oorspronkelijk opgenomen in artikel 7, tweede lid). Nieuw is het zevende lid waarin wordt verduidelijkt dat de Minister van Justitie en Veiligheid de verwerkingsverantwoordelijke is voor dit wetvoorstel.
Bijgaand artikel regelt de benoeming van een f-g specifiek ter versterking van de controle op de naleving van de AVG bij de taakuitvoering op grond van bijgaand wetsvoorstel.
Deze wijzigingen betreffen technische aanpassingen.
Ingevolge artikel 60 van het Organisatiebesluit Ministerie van Justitie en Veiligheid is de Inspectie Justitie en Veiligheid (IJenV) als Rijksinspectie onder meer belast met het houden van toezicht op de uitvoering en de naleving van de wet- en regelgeving op het terrein van het ministerie en van wet- en regelgeving op andere daartoe bij of krachtens de wet aangewezen beleidsterreinen. Met de inwerkingtreding van bijgaand voorstel zal de IJenV tevens bevoegd worden ten aanzien van de controle op de uitvoering en naleving van de hierin opgenomen taak. Met het voorgestelde artikel 5a wordt vastgelegd dat deze controle plaatsvindt en er een rapportage aan de Staten-Generaal plaatsvindt.
Artikel I stelt het voorgestelde artikel 7 omwille van de leesbaarheid in zijn geheel opnieuw vast. Daarbij is ten eerste de verwijzing naar de taken die oorspronkelijk in de onderdelen a en b van artikel 3, eerste lid, waren opgenomen aangepast naar de taak in het voorgestelde artikel 2 (nieuw). Een tweede wijziging ziet op de toevoeging van een artikellid waarin expliciet is vastgelegd dat het wetsvoorstel geen grondslag biedt voor het verstrekken van gegevens met daarin een duiding van de uitingen van een persoon, waardóór die persoon in verband wordt gebracht met een trend of fenomeen.
Tot slot zijn de passages opgenomen in het oorspronkelijke eerste en tweede lid ten aanzien van pseudonimisering en anonimisering geschrapt. Ten aanzien van pseudonimisering geldt dat deze regel reeds geldt op grond van het voorstelde derde lid van artikel 3. De hoofdregel dat persoonsgegevens worden geanonimiseerd bij openbaarmaking en daarmee niet langer persoonsgegevens zijn, is toegevoegd aan het derde lid van artikel 3.
De Minister van Justitie en Veiligheid,
Voorgesteld artikel 7, tweede lid. In het wetsvoorstel werd onderzoek naar personen al uitgesloten.
Brief minister van BZK inzake Planning wetsvoorstel op de rijksinspecties, 20 maart 2023, Kamerstukken II 2022/23, 36 149, nr. 5.
Advies van de Afdeling advisering over het wetsvoorstel verwerking persoonsgegevens coördinatie en analyse terrorismebestrijding en nationale veiligheid, 2 september 2021, W16.21.0218/II, Kamerstukken II 2021/22, 35 958, nr. 4, punt 6. In het nader rapport en de toelichting bij het wetsvoorstel is hier niet nader op ingegaan.
Voorgesteld artikel 7, tweede lid. In het wetsvoorstel werd onderzoek naar personen al uitgesloten.
Brief minister van BZK inzake Planning wetsvoorstel op de rijksinspecties, 20 maart 2023, Kamerstukken II 2022/23, 36 149, nr. 5.
Advies van de Afdeling advisering over het wetsvoorstel verwerking persoonsgegevens coördinatie en analyse terrorismebestrijding en nationale veiligheid, 2 september 2021, W16.21.0218/II, Kamerstukken II 2021/22, 35 958, nr. 4, punt 6. In het nader rapport en de toelichting bij het wetsvoorstel is hier niet nader op ingegaan.
Ingevolge artikel 4, onderdeel 2, van de AVG is verwerking ‘een bewerking of een geheel van bewerkingen met betrekking tot persoonsgegevens of een geheel van persoonsgegevens, al dan niet uitgevoerd via geautomatiseerde procedés, zoals het verzamelen, vastleggen, ordenen, structureren, opslaan, bijwerken of wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken, verstrekken door middel van doorzending, verspreiden of op andere wijze ter beschikking stellen, aligneren of combineren, afschermen, wissen of vernietigen van gegevens;’
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2023-26392.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.