Directoraat-generaal Belastingdienst/Corporate Dienst Vaktechniek
Besluit van 3 juli 2023, nr. 2023-14699
De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.
Dit besluit wijzigt het besluit Omzetbelasting. Toelichting Tabel I (besluit van 31 maart
2022, nr. 2022-6334, Stcrt. 2022, 9114). In onderdeel 2 van de toelichting bij post a 6 (geneesmiddelen) wordt met toepassing
van artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen een goedkeuring opgenomen
voor een radiofarmaceuticum waarvoor op grond van de Geneesmiddelenwet geen handelsvergunning
is vereist.
ARTIKEL I
Het besluit van 31 maart 2022, nr. 2022-6334 (Stcrt 2022, 9114) wordt als volgt gewijzigd:
A
Aan paragraaf 1 wordt een alinea toegevoegd, luidende:
Dit besluit werd gewijzigd bij besluit van 3 juli 2023, nr. 2023-14699, (Stcrt. 2023, 19179). In onderdeel 2 van post a 6 (geneesmiddelen) is met toepassing van artikel 63 van
de Algemene wet inzake rijksbelastingen een goedkeuring opgenomen voor een radiofarmaceuticum
waarvoor op grond van de Geneesmiddelenwet geen handelsvergunning is vereist.
B
Aan onderdeel 2 van post a 6 wordt een goedkeuring toegevoegd, luidende:
Radiofarmaceuticum
Met toepassing van artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hardheidsclausule)
keur ik het volgende goed:
Goedkeuring
Ik keur goed dat de levering van een radiofarmaceuticum waarvoor op grond van artikel
40, derde lid, onderdeel i, van de Geneesmiddelenwet geen handelsvergunning is vereist
als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel lll, van die wet, kan delen in de
toepassing van het verlaagde btw-tarief.
Deze goedkeuring werkt terug tot 1 januari 2019. Indien de leverancier een verzoek
doet op een teruggaaf van de btw op grond van deze goedkeuring, dient de aan de afnemer
uitgereikte factuur te worden gecorrigeerd. Voor de correctie van de factuur is het
bepaalde in onderdeel 3.5.1 van het besluit Omzetbelasting, administratieve-, facturerings-
en andere verplichtingen van overeenkomstige toepassing.
ARTIKEL II
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na datum van uitgifte van de Staatscourant
waarin het wordt geplaatst, met dien verstande dat dit besluit terugwerkt tot en met
1 januari 2019.
De Staatssecretaris van Financiën,
namens deze,
H.G. Roodbeen Hoofddirecteur Fiscale en Juridische Zaken
TOELICHTING
In artikel I, onderdeel A, wordt aan paragraaf 1 van het besluit Omzetbelasting Toelichting
Tabel I een alinea toegevoegd ter toelichting van de wijziging via dit besluit.
De in artikel I, onderdeel B opgenomen goedkeuring betreft een wijziging van het besluit
in het kader van een voorgenomen aanpassing van post a 6 in Tabel I bij de Wet op
de omzetbelasting 1968 (hierna: Wet OB). In artikel 40, derde lid, van de Geneesmiddelenwet
is aangeven voor welke geneesmiddelen geen handelsvergunning is vereist. Met ingang
van 1 januari 2019 is aan dit artikellid een onderdeel i toegevoegd, inhoudende een
radiofarmaceuticum als bedoeld in artikel 7 van Richtlijn (EU) 2001/83. De tabelpost
in de wet is destijds niet aangepast aan deze wijziging van de Geneesmiddelenwet,
waardoor het verlaagde btw-tarief niet van toepassing is op deze radiofarmaceutica.
Om dit te herstellen bestaat het voornemen om post a 6 in Tabel I bij de Wet OB per
1 januari 2025 aan te passen. Met dit wijzigingsbesluit wordt goedgekeurd dat de leveringen
van deze geneesmiddelen, met toepassing van artikel 63 van de Algemene wet inzake
rijksbelastingen (hardheidsclausule), kunnen delen in het verlaagde btw-tarief.
De goedkeuring in dit besluit werkt terug tot 1 januari 2019. Om ongerechtvaardigde
verrijking bij de leverancier te voorkomen, dient de leverancier die een verzoek doet
op een teruggaaf van de btw op grond van de goedkeuring, de teruggaaf ten goede te
laten komen aan de afnemer. In dit kader wordt derhalve onderdeel 3.5.1 van het besluit
Omzetbelasting, administratieve-, facturerings- en andere verplichtingen overeenkomstig
van toepassing geacht voor de correctie van de uitgereikte factuur ook al is geen
sprake van btw als bedoeld in artikel 37 Wet OB.
Artikel II regelt de datum van inwerkingtreding van dit besluit en de terugwerkende
kracht daarvan. Dit besluit is na inwerkingtreding terstond uitgewerkt en bevat daarom
geen vervalbepaling (zie Aanwijzing 6.25 Aanwijzingen voor de regelgeving (Stcrt. 1992, 230)).
De Staatssecretaris van Financiën,
namens deze,
H.G. Roodbeen Hoofddirecteur Fiscale en Juridische Zaken