Regeling van de Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs van 12 juni 2023, nr. VO/38709112, houdende wijziging van de Subsidieregeling heterogene brugklassen in verband met het toevoegen van een extra aanvraagperiode in 2023

ARTIKEL I

De Subsidieregeling heterogene brugklassen wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 4 komt te luiden:

Artikel 4. Subsidieplafonds

Op grond van deze regeling is:

  • a. voor subsidieverstrekking in 2022 in totaal een bedrag van € 102 miljoen beschikbaar;

  • b. voor subsidieverstrekking in 2023 in totaal een bedrag van € 21,25 miljoen beschikbaar.

B

In artikel 6 wordt onder vernummering van het zesde lid tot zevende lid een lid ingevoegd, dat luidt:

  • 6. In 2023 kan een bevoegd gezag een aanvraag indienen van 21 augustus 2023 tot en met 22 september 2023. Aanvragen die na 22 september 2023 bij DUS-I worden ingediend worden afgewezen.

C

Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

1. De aanduiding ‘1.’ voor het eerste lid vervalt.

2. Na onderdeel a wordt een onderdeel toegevoegd, dat luidt:

  • a1. In afwijking van onderdeel a draagt de subsidieontvanger aan wie naar aanleiding van een aanvraag als bedoeld in artikel 6, zesde lid, subsidie is verstrekt, desgevraagd bij aan onderzoek naar de effectiviteit van de activiteiten, genoemd in artikel 3;

3. Na onderdeel d1 wordt een onderdeel ingevoegd, dat luidt:

  • d2. in afwijking van de onderdelen c, d en d1 start de subsidieontvanger aan wie naar aanleiding van een aanvraag als bedoeld in artikel 6, zesde lid, subsidie is verstrekt, uiterlijk in schooljaar 2023/2024 met de activiteiten, genoemd in artikel 3, en zorgt de subsidieontvanger ervoor dat deze activiteiten uiterlijk met ingang van schooljaar 2025/2026 zijn gerealiseerd;.

4. In onderdeel f1 wordt ‘het voorgaande lid’ vervangen door ‘het voorgaande onderdeel’ en wordt ‘dit vestiging’ vervangen door ‘deze vestiging’.

5. Na onderdeel f1 wordt een onderdeel ingevoegd, dat luidt:

  • f2. in afwijking van de onderdelen f en f1 zendt de subsidieontvanger aan wie naar aanleiding van een aanvraag als bedoeld in artikel 6, zesde lid, subsidie is verstrekt, uiterlijk op 1 november 2025 een rapportage als bedoeld in het voorgaande onderdeel aan DUS-I. De subsidieontvanger toont daarbij in elk geval aan hoe het aanbod van heterogene brugklassen op de vestiging waarvoor subsidie is ontvangen vanaf schooljaar 2025/2026 zich verhoudt tot het aanbod van heterogene brugklassen op deze vestiging in schooljaar 2023/2024;.

D

Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder vernummering van het derde tot en met vijfde lid tot vierde tot en met zesde lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt:

  • 3. In afwijking van het eerste en tweede lid geldt voor subsidieontvangers aan wie naar aanleiding van een aanvraag als bedoeld in artikel 6, zesde lid, subsidie is verstrekt, dat de activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt vóór 1 januari 2027 worden uitgevoerd. Als de activiteiten zijn uitgevoerd en aan de verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

E

Aan artikel 11, tweede lid, wordt toegevoegd ‘, met dien verstande dat zij van toepassing blijft ten aanzien van de subsidies die op grond van deze regeling zijn verstrekt’.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 augustus 2023.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs, A.D. Wiersma

TOELICHTING

Op 30 september 2021 is de Subsidieregeling heterogene brugklassen gepubliceerd (Stcrt. 2021, 42182) (hierna: de subsidieregeling). Het doel van de subsidieregeling is om scholen in het voortgezet onderwijs te stimuleren om (meer, breder samengestelde of langere) heterogene brugklassen in te richten: klassen in de eerste leerjaren van het voortgezet onderwijs waarin leerlingen van twee of meer schoolsoorten of leerwegen bij elkaar zitten. Dit geeft leerlingen in de eerste leerjaren van het voortgezet onderwijs meer tijd om op het voor hen best passende niveau te komen. De subsidieregeling is onderdeel van het Nationaal Programma Onderwijs en is mede gericht op het vergroten van kansengelijkheid van leerlingen. De subsidie (€ 100.000 per vestiging) is bedoeld als tegemoetkoming in de transitiekosten die gemaakt moeten worden voor de introductie, verlenging, verbreding, uitbreiding, verbetering of doorontwikkeling van heterogene brugklassen.

In het Coalitieakkoord Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst is afgesproken brede en verlengde brugklassen te (blijven) stimuleren, door de incidentele subsidie voor brede brugklassen uit het Nationaal Programma Onderwijs structureel te maken.Op de OCW-begroting is hiervoor vanaf 2024 structureel € 55,5 mln. gereserveerd. Voor 2023 is een bedrag van € 21,25 mln. gereserveerd op de OCW-begroting.

Een meerjarige subsidie vraagt om een andersoortige invulling dan een enkeljarige regeling, waarvan met de huidige subsidieregeling sprake is. Voor de huidige Subsidieregeling heterogene brugklassen was in 2022 eenmalig een bedrag van € 102 mln. beschikbaar. Aangezien sprake was van een incidenteel budget, kon de subsidie worden aangewend voor incidentele ‘transitiekosten’: kosten die samenhangen met het veranderen van de schoolorganisatie om het aanbod van heterogene brugklassen te introduceren, uit te breiden, te verlengen, te verbreden, of te verbeteren (doorontwikkeling).

Vanaf 2024 zijn er structureel extra middelen beschikbaar voor het stimuleren en in stand houden van heterogene brugklassen en om de bredere brugperiode te verlengen. Daarom is het voornemen om een nieuwe meerjarige subsidieregeling op te stellen op grond waarvan scholen vanaf voorjaar 2024 hiervoor subsidie kunnen aanvragen. Om tot een effectieve en doelmatige nieuwe meerjarige regeling te komen is het wenselijk om samen met de sector, en gebruik makend van de ervaringen met de huidige regeling (die vanaf het najaar van 2023 geëvalueerd zal worden), te doordenken waarop meerjarige subsidiëring het beste gericht en doelmatig kan worden.

Consequentie van het pas in het voorjaar van 2024 openstellen van een nieuwe subsidieregeling is dat het voor 2023 beschikbare budget (€ 21,25 mln.) dan niet voor deze regeling ingezet kan worden. Daarom wordt het voor 2023 gereserveerde budget beschikbaar gesteld door de huidige subsidieregeling middels deze wijzigingsregeling te verlengen met een vierde aanvraagtijdvak (in 2023). Hierdoor kunnen in 2023 nog ruim 200 vestigingen van scholen waarvoor nog niet eerder subsidie is verstrekt op grond van de ‘oude’ regeling aanspraak maken op het vaste subsidiebedrag van € 100.000 (in aanvulling op de 689 vestigingen van scholen waarvoor intussen subsidie is verstrekt). Op grond van het tweede lid van het (niet gewijzigde) artikel 6 wordt per vestiging ten hoogste eenmaal subsidie verstrekt, dus voor vestigingen waarvoor in één van de eerste drie aanvraagtijdvakken reeds subsidie is verstrekt kan in het vierde aanvraagtijdvak niet opnieuw subsidie worden aangevraagd.

De regeling wordt hiervoor gewijzigd op een beperkt aantal onderdelen, die alleen van toepassing zijn op aanvragen die worden ingediend in de nieuwe, vierde, aanvraagperiode. Voor het overige blijft de regeling ongewijzigd. Aangezien sprake is van een tweede wijzigingsregeling waarin een aanvraagperiode wordt toegevoegd (met de regeling van 16 juni 2022 (Stcrt. 2022, 16576) is al eerder de derde aanvraagperiode toegevoegd aan de twee aanvraagperiodes in de oorspronkelijke regeling), kan de wijzigingsregeling zelf en ook de geconsolideerde regeling waarin de wijzigingen in de lopende tekst van de regeling verwerkt zijn echter wel wat lastig te lezen zijn. Voor de verschillende aanvraagperiodes gelden namelijk verschillende data waarop of schooljaren waarin activiteiten moeten worden gestart en afgerond, resultaten in termen van een gewijzigd aanbod getoond moet kunnen worden en gerapporteerd moet worden aan DUS-I. In onderstaande tabellen worden deze data daarom overzichtelijker gepresenteerd. De genoemde data voor de eerste, tweede en derde (of aanvraagperiode) zijn overgenomen uit de bestaande regeling, die voor het nieuwe vierde aanvraagtijdvak worden met deze wijzigingsregeling geïntroduceerd.

Aanvraagtijdvak

Aanvraagperiode

Start activiteiten uiterlijk met ingang van schooljaar...

Activiteiten afgerond uiterlijk

1 (najaar 2021)

1/10/2021–12/11/2021

2021/2022

1 januari 2025

2 (voorjaar 2022)

7/3/2022–18/4/2022

2022/2023

1 januari 2025

3 (najaar 2022)

5/9/2022–22/9/2022

2022/2023

1 januari 2026

4 (nieuw 2023)

21/8/2023–22/9/2023

2023/2024

1 januari 2027

Aanvraagtijdvak

Meer, breder of beter aanbod heterogene brugklassen uiterlijk met ingang van schooljaar...

Verzending rapportage aan DUS-I uiterlijk...

Vergelijking aanbod in schooljaar... met aanbod in schooljaar...

1 (najaar 2021)

2023/2024

in het najaar van 2023

2023/2024 met 2021/2022

2 (voorjaar 2022)

2023/2024

in het najaar van 2023

2023/2024 met 2021/2022

3 (najaar 2022)

2024/2025

1 november 2024

2024/2025 met 2022/2023

4 (nieuw 2023)

2025/2026

1 november 2025

2025/2026 met 2023/2024

In artikel 3 van de subsidieregeling wordt aangegeven dat het doel van de subsidieregeling is dat scholen die van de subsidieregeling gebruik maken ten minste vanaf schooljaar 2023/2024 aantoonbaar een groter of beter aanbod hebben van heterogene brugklassen. Dat geldt in algemene zin. Het moment waarop het aanbod daadwerkelijk vergroot of verbeterd moet zijn, verschilt per tijdvak. Voor scholen die subsidie hebben aangevraagd in de eerste of tweede aanvraagperiode moet hier uiterlijk met ingang van schooljaar 2023/2024 sprake van zijn, voor scholen die subsidie hebben aangevraagd in het derde tijdvak met ingang van schooljaar 2024/2025 en voor scholen die subsidie gaan aanvragen in het nieuwe vierde tijdvak met ingang van schooljaar 2025/2026.

Artikelsgewijs

Artikel I, onderdeel A

In dit onderdeel wordt een nieuw subsidieplafond voor deze regeling vastgesteld specifiek voor 2023: in 2023 is hiervoor maximaal € 21,25 mln. beschikbaar. Voor de overzichtelijkheid wordt de formulering in de huidige regeling voor het subsidieplafond dat voor 2022 was vastgesteld enigszins aangepast door te expliciteren dat dit subsidiebedrag gold voor 2022. De meervoudsvorm ‘subsidieplafonds’ benadrukt dat het om verschillende plafonds gaat voor 2022 en 2023 die alleen voor desbetreffende jaren gelden: er kan dus geen budget worden ‘geschoven’ tussen beide jaren. Volledigheidshalve zij dan ook opgemerkt dat in het eerste lid van artikel 7, waarin een procedure wordt geschetst om overschrijding van ‘het subsidieplafond’ te kunnen voorkomen, voor het vierde aanvraagtijd het subsidieplafond voor 2023 bedoeld wordt.

Artikel I, onderdeel B

Dit onderdeel introduceert in een nieuw zesde lid van artikel 6 van de regeling een vierde (en in 2023 enige) aanvraagperiode waarin op grond van deze subsidieregeling subsidie aangevraagd kan worden (de eerste, tweede en derde aanvraagperiode zijn geregeld in respectievelijk het derde, vierde en vijfde lid van dit artikel). De vierde aanvraagperiode duurt van 21 augustus 2023 (vanaf het moment waarop het aanvraagformulier op www.dus-i.nl wordt gepubliceerd) tot en met 22 september 2023 (23:59.59 uur). De einddatum is op 22 september 2023 gesteld zodat subsidies nog daadwerkelijk in 2023 kunnen worden toegekend, hetgeen nodig is omdat het budget alleen in 2023 beschikbaar is. Op de begindatum (21 augustus 2023) is de zomervakantie nog niet in alle regio’s afgelopen. Vóór de inwerkingtreding van de regeling is echter aan scholen gecommuniceerd dat van 21 augustus 2023 tot en met 22 september 2023 een nieuwe mogelijkheid geboden zou worden om subsidie aan te vragen ten behoeve van heterogene brugklassen. Daarmee is sprake van een redelijke en uitvoerbare termijn. De einddatum is dezelfde als die van het derde aanvraagtijdvak in 2022 (namelijk 22 september in zowel 2023 als 2022).

Artikel I, onderdeel C

Met dit onderdeel worden aan artikel 8 twee nieuwe onderdelen toegevoegd (onderdelen d1 en f2) met het oog op realistische subsidievoorwaarden voor aanvragen die in de vierde aanvraagperiode worden ingediend. Daarbij zijn de in dit artikel genoemde (school-)jaren afgeleid van de (school-)jaren die genoemd zijn bij het derde aanvraagtijdvak, met dien verstande dat voor het nieuwe, vierde, aanvraagtijdvak in 2023 steeds sprake is van exact één (school-)jaar later dan waarvan sprake was in het derde tijdvak (in 2022), aangezien het laatste aanvraagmoment van de vierde aanvraagperiode ook precies één jaar later valt dan die van de derde aanvraagperiode (22 september 2023 tegen 22 september 2022), de aanvraagperiode is 2023 start echter twee weken eerder en duurt dus ook twee weken langer.

Ook is aan artikel 8 een nieuw onderdeel a1 toegevoegd, dat voor aanvragers in de vierde aanvraagronde voorziet in een nieuwe verplichting (in afwijking van artikel 8, onderdeel a) om desgevraagd mee te werken aan onderzoek. In het najaar van 2023 zal een onderzoek starten naar de ervaringen van scholen met deze subsidieregeling en de effectiviteit van hiermee gesubsidieerde activiteiten. Scholen die subsidie hebben ontvangen op grond van deze regeling dienen aan dit onderzoek bij te dragen. Scholen die pas in het vierde aanvraagtijdvak subsidie aanvragen en bij positieve beschikking eind 2023 subsidie ontvangen kunnen in het najaar echter waarschijnlijk nog weinig input leveren voor dit onderzoek. Daarom wordt voor deze aanvragers algemener gesteld dat zij ‘desgevraagd’ dienen bij te dragen aan genoemd onderzoek.

Ten slotte is van de gelegenheid gebruik gemaakt om een aantal misslagen in artikel 8 te herstellen. De aanduiding ‘1.’ voor de aanhef is daarom vervallen. Daarnaast is in onderdeel f1 ‘het voorgaande lid’ vervangen door ‘het voorgaande onderdeel’, en is ‘dit vestiging’ vervangen door ‘deze vestiging’.

Artikel I, onderdeel D

In lijn met de wijziging van artikel 8 van de regeling in onderdeel C, wordt de einddatum van de uitvoering van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt voor aanvragen in de vierde aanvraagperiode op 1 januari 2027 gesteld in plaats van 1 januari 2025 of 1 januari 2026, dat als einddatum geldt voor de aanvragen in de eerste en tweede aanvraagperiode, respectievelijk in de derde aanvraagperiode.

Artikel I, onderdeel E

Aan artikel 11, tweede lid, is duidelijkheidshalve toegevoegd dat de subsidieregeling, nadat zij op 1 augustus 2026 vervalt, van toepassing blijft ten aanzien van de subsidies die op grond van deze regeling zijn verstrekt.

De Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs, A.D. Wiersma

Naar boven