Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Buitenlandse Zaken | Staatscourant 2022, 9005 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Buitenlandse Zaken | Staatscourant 2022, 9005 | ander besluit van algemene strekking |
De Minister van Buitenlandse Zaken, de Minister van Defensie en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid;
Gelet op artikel 2, eerste lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies;
Besluiten:
1. bewindspersonen: Minister van Buitenlandse Zaken, Minister van Defensie, en Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid gezamenlijk;
2. commissie: commissie, bedoeld in artikel 2.
1. Er is een Commissie van onderzoek naar de evacuatieoperatie vanuit Kaboel, die Nederland in de tweede helft van augustus 2021 uitvoerde nadat de Taliban de macht in Afghanistan had overgenomen.
2. De commissie heeft tot taak:
a. onafhankelijk en naar eigen inzicht onderzoek te doen naar de in lid 1 genoemde evacuatieoperatie vanaf het moment van aannemen van de motie-Belhaj c.s. over de tolkenregeling op 12 november 2019 (Kamerstuk 35 300-X, nr. 45);
b. in het onderzoek tenminste de volgende aspecten mee te nemen, conform motie-Boswijk c.s. (Kamerstuk 27 925, nr. 838):
i. het akkoord tussen de Verenigde Staten en de Taliban van februari 2020;
ii. de Nederlandse inlichtingenpositie;
iii. de voorbereidende evacuatieplannen;
iv. de uitvoering van de relevante Kamermoties;
v. de communicatie en samenwerking tussen de betrokken ministeries;
vi. het verloop van de evacuatieoperatie;
vii. de mogelijke internationale juridische consequenties; en
c. het doen van eventuele aanbevelingen naar aanleiding van de bevindingen en conclusies.
1. De commissie bestaat uit vijf leden, waaronder een voorzitter.
2. De leden hebben zitting op persoonlijke titel en oefenen hun functie onafhankelijk en onpartijdig uit.
3. De voorzitter wordt door de bewindspersonen benoemd, de andere leden worden op voordracht van de voorzitter door de bewindspersonen benoemd.
4. De benoeming geschiedt voor de duur van de commissie.
5. De leden van de commissie kunnen (op eigen verzoek of wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden) op voordracht van de voorzitter worden geschorst en ontslagen door de bewindspersonen. De commissievoorzitter kan (op eigen verzoek of wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden) worden geschorst en ontslagen door de bewindspersonen.
De commissie heeft de volgende samenstelling:
a. Drs. M.A. (Maarten) Ruys, voorzitter;
b. SBN b.d. P.J. (Pieter) Bindt;
c. Drs. R.V.M. (Renée) Jones-Bos;
d. Mr. H.G. (Henk) Lubberdink;
e. Prof. dr. P.L. (Pauline) Meurs.
1. De commissie wordt ingesteld met ingang van 1 april 2022 en wordt opgeheven vier weken nadat het eindrapport is uitgebracht.
2. De commissie brengt uiterlijk 31 mei 2023, of zoveel eerder als mogelijk, haar eindrapport uit aan de bewindspersonen.
3. Indien onvoorziene omstandigheden naar het oordeel van de commissie in de weg staan van het tijdig afronden van het onderzoek, dan stelt zij de bewindspersonen daarvan onverwijld op de hoogte.
1. De commissie wordt bij haar werkzaamheden ondersteund door een (extern) secretariaat, inclusief onderzoekers, met aan het hoofd de secretaris van de commissie.
2. De voorzitter van de commissie benoemt de secretaris en de leden van het secretariaat.
3. De secretaris en de overige leden van het secretariaat zijn voor de uitvoering van hun taak uitsluitend verantwoording schuldig aan de voorzitter van de commissie.
4. De secretaris en de medewerkers van het secretariaat, alsmede ingehuurde deskundigen, zijn geen lid van de commissie.
5. De bewindspersonen dragen, in overleg met de voorzitter, zorg voor de nodige voorzieningen ten behoeve van de werkzaamheden van de commissie.
1. De commissie stelt een (onderzoeks-, informatie- en gespreks)protocol vast over de wijze waarop zij het onderzoek uitvoert, waaronder in ieder geval over de wijze waarop zij personen hoort en daarvan verslag doet en op welke wijze de vertrouwelijkheid van informatie geborgd wordt. Het protocol bevat tevens nadere afspraken over de openbaarmaking van het eindrapport.
2. De commissie draagt zorg voor naleving van de AVG.
3. De commissie kan zich door andere personen doen bijstaan voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is.
1. De commissie is bevoegd zich voor het inwinnen van informatie rechtstreeks te wenden tot personen en instellingen en hen te verzoeken die medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van het onderzoek. Daarnaast zal de commissie belanghebbenden en betrokkenen de gelegenheid bieden zich te wenden tot de commissie.
2. De bewindspersonen verlenen de commissie de verlangde medewerking en toegang tot alle informatie die zij nodig heeft met inachtneming van het in artikel 7 bedoelde protocol.
3. Ambtenaren van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, het Ministerie van Defensie en het Ministerie van Justitie en Veiligheid zijn verplicht om de leden van de commissie de verlangde medewerking te verlenen, voor zover deze samenhangt met hun (huidige dan wel voormalige) ambtelijke taak.
4. De commissie is gerechtigd in het kader van haar onderzoek kennis te nemen van gegevens die berusten bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken, het Ministerie van Defensie en het Ministerie van Justitie en Veiligheid ongeacht de merking of rubricering. Een geheimhoudingsplicht ter zake, rustend op personen in dienst van de genoemde ministeries, vindt in dat geval ten overstaan van de commissie geen toepassing.
5. Zo nodig zal de commissie ten behoeve van het inwinnen van informatie in het kader van haar onderzoek separate overeenkomsten sluiten met andere dan de in het derde lid van dit artikel genoemde ministeries.
6. Op de leden van de commissie, de secretaris, de overige leden van het onderzoeksteam en de andere personen die de commissie bijstaan, rust een geheimhoudingsplicht met betrekking tot gemerkte en gerubriceerde gegevens als bedoeld in het vierde lid van dit artikel.
7. Zo nodig dienen de in het zesde lid van dit artikel genoemde personen een veiligheidsonderzoek te ondergaan.
De voorzitter en de andere leden voor zover niet vallend onder de uitzondering van artikel 2, derde lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies, ontvangen een vaste vergoeding per maand, gebaseerd op salarisschaal 18, trede 10, van bijlage I-B van de Arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Rijk 2018–2020. De arbeidsduurfactor voor de voorzitter is 16/36 en voor de andere leden 8/36.
1. De kosten van de commissie komen, voor zover op basis van een goedgekeurde begroting, voor (gedeelde) rekening van de bewindspersonen. Onder kosten worden in ieder geval verstaan:
a. de kosten van voorbereidende werkzaamheden;
b. de kosten voor huisvesting, de faciliteiten van vergaderingen en voor het secretariaat (inclusief de salarissen van secretaris en medewerkers);
c. de kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid en het laten verrichten van onderzoek;
d. de kosten voor oplevering van het rapport;
e. de reiskosten voor binnenlandse reizen die worden vergoed op basis van voor werknemers in de sector Rijk geldende vergoedingsregelingen; en
f. internationale reis- en verblijfkosten, indien die voor het onderzoek noodzakelijk zijn, conform de voor werknemers in de sector Rijk geldende vergoedingsregelingen.
2. De commissie biedt zo spoedig mogelijk na haar instelling een begroting aan de bewindspersonen aan. Deze bevat de kosten van de commissie.
3. De commissie voert een eigen financiële administratie en levert een financieel overzicht op.
4. Bij de beëindiging van haar werkzaamheden legt de commissie over de financiën verantwoording af.
Bij de beëindiging van haar werkzaamheden brengt de commissie een eindrapport uit aan de bewindspersonen.
1. Het beheer van het archief van de onderzoekscommissie vindt plaats met inachtneming van de vigerende archiefwet en -regelgeving en door de onderzoekscommissie in haar protocol(len) aangegeven vertrouwelijkheid, waarover de onderzoekscommissie nadere afspraken maakt met de ministeries.
2. De verplichtingen inzake archivering, opslag, verwerking en vernietiging van gerubriceerde of gemerkte informatie worden in een separaat protocol vastgelegd (Regeling archief).
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en in afschrift worden gezonden aan betrokkenen.
’s-Gravenhage, 25 maart 2022
De Minister van Buitenlandse Zaken, W.B. Hoekstra
De Minister van Defensie, K.H. Ollongren
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, E. van der Burg
Medio augustus 2021 viel Afghanistan in zeer korte tijd in handen van de Taliban. Op 15 augustus 2021 verliet President Ghani het land en kwam de hoofdstad Kaboel in handen van de Taliban. In de daaropvolgende periode, tot 26 augustus 2021, voerde Nederland een evacuatieoperatie uit om de nog in Afghanistan verblijvende Nederlanders, lokale medewerkers van de ambassade en hun gezinnen, tolken die voor Nederland hebben gewerkt in het kader van een internationale militaire missie of politiemissie en hun gezinnen, en andere mensen uit hoogrisicogroepen conform de motie Belhaj c.s. (Kamerstuk 27 925, nr. 788) in veiligheid te brengen. Deze evacuatie vond plaats vanuit Kaboel; dat betrof ook de evacuatie van personen die zich buiten de hoofdstad bevonden.
Nederland was voor de veiligheid op en rondom de luchthaven van Kaboel afhankelijk van de aanwezigheid van de Verenigde Staten en een aantal andere landen. De Verenigde Staten verlieten Kaboel op 31 augustus 2021. In de dagen daarvoor moesten de Verenigde Staten grote aantallen militairen en materieel uitvliegen. Vóór eind augustus vertrokken ook de andere landen die bijdroegen aan de beveiliging van het vliegveld. Op verzoek van de VS heeft Nederland op 26 augustus 2021 de luchthaven verlaten. Die dag vonden de laatste Nederlandse evacuatievluchten vanuit Kaboel plaats.
In hun brief aan de Tweede Kamer over de stand van zaken in Afghanistan van 14 september 2021 (Kamerstuk 27 925, nr. 808) zegden de Minister van Buitenlandse Zaken, de Minister van Defensie en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid toe de recente crisisaanpak inclusief de evacuaties vanuit Kaboel, zoals gebruikelijk, te zullen evalueren. Het kabinet gaf aan daartoe een onafhankelijke externe commissie van tijdelijke aard in te stellen en de Tweede Kamer zo spoedig mogelijk nader te informeren over de instelling van de commissie en het verwachte tijdpad van dit onderzoek.
De motie van het Lid Boswijk c.s. (Kamerstuk 27 925, nr. 838) van 16 september 2021 constateert dat Nederland in de periode van 18 tot 26 augustus 2021 een evacuatieoperatie uitvoerde vanuit Kaboel, nadat de Taliban de macht in Afghanistan had overgenomen. Voorts constateert de motie dat tientallen tolken die in dienst waren van de Nederlandse krijgsmacht met hun gezinnen in Afghanistan zijn achtergebleven, dat honderden Nederlandse onderdanen en ingezetenen, (oud-)lokaal defensiepersoneel en mensen die voor Nederlandse organisaties hebben gewerkt, niet geëvacueerd zijn, en dat het kabinet in de brief aan de Kamer (Kamerstuk 27 925, nr. 808) aangeeft een onafhankelijke externe commissie van tijdelijke aard in te stellen om de crisisaanpak inclusief de evacuaties te evalueren respectievelijk onderzoeken.
De motie Boswijk c.s. verzoekt de regering deze onafhankelijke externe commissie onderzoek te laten doen naar de gang van zaken vanaf het aannemen van motie Belhaj c.s. (Kamerstuk 35 300 X, nr. 45) over de tolkenregeling.1 De motie Belhaj c.s. over de tolkenregeling is aangenomen op 12 november 2019. Voorts verzoekt de motie Boswijk c.s. om deze commissie tenminste te laten ingaan op de deal tussen de Verenigde Staten en de Taliban van februari 2020, de Nederlandse inlichtingenpositie, de voorbereidende evacuatieplannen, de uitvoering van de Kamermoties, de communicatie en samenwerking tussen de ministeries, het verloop van de evacuatieoperatie, wat de mogelijke internationale juridische consequenties zijn en om de opdracht voor de commissie aan de Kamer voor te leggen.
In hun brief aan de Tweede Kamer van 29 oktober 2021 (Kamerstuk 27 925, nr. 871) hebben de Minister van Buitenlandse Zaken, de Minister van Defensie en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aan de Tweede Kamer toegezegd dat het kabinet de motie Boswijk c.s. zal uitvoeren en een onafhankelijke externe commissie van onderzoek zal instellen naar de evacuatieoperatie vanuit Kaboel, die Nederland in de tweede helft van augustus 2021 uitvoerde nadat de Taliban de macht in Afghanistan had overgenomen. Hierbij hanteren de bewindspersonen als uitgangspunt dat de commissie van onderzoek zo onafhankelijk mogelijk moet kunnen opereren en de onderzoeksopdracht naar eigen inzicht moet kunnen invullen, waartoe de volledige medewerking wordt toegezegd.
Het voorliggende instellingsbesluit ziet op de instelling van de externe onafhankelijke Commissie van onderzoek naar de evacuatieoperatie vanuit Kaboel, die Nederland in de tweede helft van augustus 2021 uitvoerde nadat de Taliban de macht in Afghanistan had overgenomen (Instellingsbesluit Commissie van onderzoek evacuatieoperatie Kaboel). De Commissie valt niet onder de Kaderwet adviescolleges en kan naar aanleiding van de bevindingen en conclusies van haar onderzoek aanbevelingen doen ten aanzien van de toepassing respectievelijk uitvoering van beleid.
Naast het voorliggende onderzoek zal het kabinet extern en onafhankelijk onderzoek laten doen naar het resultaat van twintig jaar Nederlandse inzet in Afghanistan, waarmee uitvoering wordt gegeven aan de moties Van Dijk (Kamerstuk 27 925 nr. 772) en Van der Lee c.s. (Kamerstuk, 27 925 nr. 775). De Nederlandse artikel 100-bijdrage aan de NAVO-missie Resolute Support (RSM) tussen 2015 en 2021 zal in lijn met de verplichting uit het Toetsingskader eigenstandig worden geëvalueerd. Deze eindevaluatie wordt uitgevoerd door de directie Internationaal Onderzoek en Beleidsevaluatie (IOB), de onafhankelijke evaluatiedienst van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Ten slotte heeft een externe deskundige op het gebied van crisismanagement, het bureau Crisisplan BV te Leiden, onderzoek gedaan naar de crisisaanpak ten tijde van de evacuatie (eerste analyse en het formuleren van verbeterpunten). Dit onderzoek, in de vorm van een Verbeterplan, is in december 2021 opgeleverd (Kamerstuk 27 925, nr. 882).
’s-Gravenhage, 25 maart 2022
De Minister van Buitenlandse Zaken, W.B. Hoekstra
De Minister van Defensie, K.H. Ollongren
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, E. van der Burg
De in motie Boswijk c.s. aangehaalde motie Belhaj c.s. (Kamerstuk 35 300 X, nr. 45) overweegt dat tolken die zich hebben ingezet voor de Nederlandse krijgsmacht een bijzondere positie hebben en daarom waardering en indien nodig bescherming verdienen. Voorts constateert de motie dat personen die zich hebben ingezet voor internationale militaire missies in Afghanistan, met name tolken en bewakers, in de update van de EASO Country Guidance over Afghanistan worden aangemerkt als systematisch vervolgde groep en doelwit van de Taliban. De motie Belhaj c.s. verzoekt de regering het beschermingsbeleid voor tolken in lijn te brengen met de EASO Country Guidance over Afghanistan en hen als systematisch vervolgde groep aan te merken. Voorts verzoekt de motie het Ministerie van Defensie bij toekomstige militaire missies de voorkeur te geven aan het werken met tolken die een contract hebben met de Nederlandse Staat en daarin vast te leggen dat zij bescherming verdienen wanneer zij in direct en persoonlijk gevaar komen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2022-9005.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.