Beleidsregel van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 16 maart 2022, nr. WJZ/ 22101854, tot vaststelling van de gronden waarop ontheffing verleend wordt van de verboden, opgenomen in artikel 8, eerste lid, van het Reglement voor de Binnenvisserij 1985 en artikel 29, eerste lid, onderdeel g, en tweede en derde lid, van de Uitvoeringsregeling visserij, ten behoeve van cultuurhistorische visserij (Beleidsregel ontheffing vergunningsplicht IJsselmeer voor cultuurhistorische visserij)

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 11 van het Reglement voor de binnenvisserij 1985 en artikel 33, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling visserij;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

aalhoekwantnacht:

aaneengesloten periode van maximaal 24 uur, waarin een aalhoekwant van maximaal vijfhonderd meter lang mag worden ingezet;

cultuurhistorische visserij:

zeilende visserij met traditionele vaartuigen dan wel met een niet-gemotoriseerde sloep ten behoeve van het, middels een demonstratie aan een groep of een evenement, demonstreren en levend houden van de traditionele visserij;

demonstratie aan een groep:

demonstratie bedoeld voor groepen bestaande uit ten minste vijf personen;

evenement:

evenement bedoeld voor ten minste vijftig bezoekers;

fuik:

grote fuik of schietfuik binnenvisserij;

fuik of kubnacht:

aaneengesloten periode van maximaal 24 uur, waarin een fuik of kub mag worden ingezet;

kub:

kleine fuik zonder vleugels, die wordt opengehouden door hoepels en twee horizontaal geplaatste stokken, met de inzwemopening aan één van beide uiteinden en minimaal twee inkelingen;

minister:

Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

netnacht staand net:

aaneengesloten periode van maximaal 24 uur, waarin een staand net van maximaal honderd meter lang en drie meter hoog mag worden ingezet;

ontheffing cultuurhistorische visserij:

ontheffing van het verbod IJsselmeer ten behoeve van cultuurhistorische visserij;

Register Varend Erfgoed Nederland:

onafhankelijk register van de Federatie Varend Erfgoed Nederland;

traditioneel vaartuig:

vaartuig dat is opgenomen in het Register Varend Erfgoed Nederland of een van een historisch vissersschip afgeleid zeilschip zonder kajuitopbouw en uitgevoerd in staal, hout of ijzer;

verbod IJsselmeer:

verbod als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van het Reglement voor de binnenvisserij 1985 of artikel 29, eerste lid, onderdeel g, en tweede en derde lid, van de Uitvoeringsregeling visserij.

Artikel 2. Ontheffing cultuurhistorische visserij

De minister verleent, overeenkomstig de in deze beleidsregel opgenomen voorwaarden, uitsluitend een ontheffing cultuurhistorische visserij voor cultuurhistorische visserij met de vistuigen fuik, kub, staand net, aaskuil en aalhoekwant.

Artikel 3. Aanvraag ontheffing cultuurhistorische visserij

  • 1. Een aanvraag voor een ontheffing cultuurhistorische visserij wordt uiterlijk ingediend op 1 januari van het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft.

  • 2. In een aanvraag voor een ontheffing cultuurhistorische visserij is in ieder geval opgenomen:

    • a. gegevens over de aanvrager van de ontheffing cultuurhistorische visserij, waaronder naam, adres, en indien van toepassing, het nummer waarmee de onderneming geregistreerd is bij de Kamer van Koophandel;

    • b. een omschrijving van de activiteiten waarvoor de ontheffing cultuurhistorische visserij wordt aangevraagd;

    • c. de dag of dagen waarop de aanvrager gebruik wil maken van de ontheffing cultuurhistorische visserij;

    • d. het type vistuig of de typen vistuig en aantallen waarvoor de ontheffing cultuurhistorische visserij wordt aangevraagd;

    • e. gegevens over het traditionele vaartuig of de traditionele vaartuigen waarvoor de ontheffing cultuurhistorische visserij wordt aangevraagd; en

    • f. het gebied waarop de aanvraag voor een ontheffing cultuurhistorische visserij betrekking heeft.

  • 3. Bij de aanvraag voor een ontheffing cultuurhistorische visserij stuurt de aanvrager een kopie mee van de inschrijving van het traditionele vaartuig in het Register Varend Erfgoed Nederland, onderscheidenlijk een bewijsstuk waaruit blijkt dat het een traditioneel vaartuig is.

Artikel 4. Verlening en voorwaarden ontheffing cultuurhistorische visserij

  • 1. De minister beslist binnen acht weken op de aanvraag.

  • 2. De minister verleent uitsluitend een ontheffing cultuurhistorische visserij, indien:

    • a. de aanvraag voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 3;

    • b. naar oordeel van de minister uit de omschrijving van de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, voldoende blijkt dat er sprake is van cultuurhistorische visserij; en

    • c. er voldoende vertrouwen bestaat dat de aanvrager zich zal houden aan de voorwaarden, bedoeld in het vierde en vijfde lid.

  • 3. De minister verleent ten hoogste één ontheffing cultuurhistorische visserij per aanvrager. De ontheffing cultuurhistorische visserij wordt verleend voor één jaar en is niet overdraagbaar.

  • 4. De minister verbindt aan een ontheffing cultuurhistorische visserij voorwaarden betreffende:

    • a. het traditionele vaartuig of de traditionele vaartuigen waarvoor de ontheffing cultuurhistorische visserij wordt verleend;

    • b. de omvang van de ontheffing cultuurhistorische visserij, waaronder:

      • 1°. type vistuig of de typen vistuig en aantal nachten dat daarmee gevist mag worden;

      • 2°. de dagen waarop gevist mag worden; en

      • 3°. het gebied waarin gevist mag worden;

    • c. registratie van de gegevens, bedoeld in de artikelen 7 en 10b van de Uitvoeringsregeling visserij, en het op verzoek van de minister doen van opgave daarvan;

    • d. de bevestiging van jonen aan het staand net; en

    • e. de bevestiging van merkjes aan de vistuigen.

  • 5. De minister kan ter bescherming van visbestanden aanvullende voorwaarden verbinden aan de ontheffing cultuurhistorische visserij.

Artikel 5. Totale omvang ontheffingen cultuurhistorische visserij

  • 1. Het aantal vistuigen waarvoor ontheffingen cultuurhistorische visserij worden verleend, bedraagt per type vistuig voor alle ontheffingen cultuurhistorische visserij tezamen ten hoogste het maximum, bedoeld in het tweede lid.

  • 2. Het maximum per type vistuigen bedraagt per jaar:

    • a. voor staand net: 300 netnachten staand net;

    • b. voor fuik en kub: 2000 fuik of kubnachten;

    • c. voor aalhoekwant: 45 hoekwantnachten;

  • 3. Het is de houder van een ontheffing cultuurhistorische visserij toegestaan een aaskuil in te zetten, indien:

    • a. hij deze inzet gedurende een aalhoekwantnacht; of

    • b. hij beschikt over een ontheffing om de aaskuil buiten een aalhoekwantnacht in te zetten.

  • 4. De ontheffing, bedoeld in het derde lid, onderdeel b, kan enkel worden verleend, indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden:

    • a. de inzet van de aaskuil is een onmisbaar onderdeel van een evenement dat van belangrijke cultuurhistorische waarde is en dat traditioneel buiten het aalseizoen plaatsvindt;

    • b. de aaskuil wordt zodanig gebruikt dat gevangen vis daaruit kan ontsnappen.

Artikel 6. Verdelingssystematiek

Indien het aantal vistuigen, opgenomen in de aanvragen voor een ontheffing cultuurhistorische visserij die voldoen aan de voorwaarden van deze beleidsregel voor eenzelfde jaar, een maximum als bedoeld in artikel 5, tweede lid, overschrijdt, wordt het maximum voor het betreffende type vistuig evenredig verdeeld over de betreffende aanvragen.

Artikel 7. Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na datum van uitgifte van de Staatscourant waarin hij wordt geplaatst.

Artikel 8. Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel ontheffing vergunningsplicht IJsselmeer voor cultuurhistorische visserij.

Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 16 maart 2022

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, H. Staghouwer

TOELICHTING

I. ALGEMEEN

1. Aanleiding en doel

In de Agenda IJsselmeergebied 20501 is verduurzaming van de visserij op het IJsselmeer, Markermeer en IJmeer (hierna tezamen aangeduid als: IJsselmeer) benoemd als één van de hoofdopgaven. In de Kamerbrief van 25 maart 20192 is de Tweede Kamer geïnformeerd dat met de bij het IJsselmeer betrokken partijen3 overeenstemming is bereikt over een Actieplan gericht op verduurzaming van de schubvisvisserij in het IJsselmeergebied (hierna: Actieplan). Behoud van de cultuurhistorische visserij was daarbij één van de voorwaarden. Onderhavige beleidsregel, die de steun heeft van alle bij het Actieplan betrokken partijen, is de uitwerking van dat deel van het Actieplan.

De visserij op het IJsselmeer wordt gereguleerd met een vergunningstelsel, op grond van artikel 8 van het Reglement voor de binnenvisserij 1985. De regulering is gericht op bescherming van de visbestanden, de volksgezondheid en het welzijn van de vissen. De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (hierna: minister) kan vrijstelling of ontheffing verlenen van deze vergunningsplicht (artikel 11 van het Reglement voor de binnenvisserij 1985). Met de voorliggende beleidsregel wordt vastgelegd op welke wijze de minister ten behoeve van cultuurhistorische visserij gebruik maakt van de bevoegdheid om ontheffing te verlenen van de vergunningsplicht. Hiermee krijgen vissers en andere partijen duidelijkheid over wanneer de minister ten behoeve van cultuurhistorische visserij ontheffing van de vergunningsplicht voor het IJsselmeer verleent, en over de ruimte die daarbij wordt gegeven aan cultuurhistorische visserij.

Met de beleidsregel is een balans gevonden tussen enerzijds voldoende ruimte geven aan cultuurhistorische visserij en anderzijds voorkomen dat langs deze weg ongewenste visonttrekkingen plaatsvinden, waardoor de doelen van het Actieplan in gevaar komen. In de beleidsregel is onder meer opgenomen wanneer er sprake is van cultuurhistorische visserij, waaraan een aanvraag voor een ontheffing cultuurhistorische visserij moet voldoen, welke voorwaarden aan een ontheffing cultuurhistorische visserij worden verbonden, voor welke periode de ontheffing wordt verleend en wat de maximale vangstcapaciteit voor cultuurhistorische visserij bedraagt. Hiermee wordt de staande praktijk vastgelegd en waar nodig verder aangescherpt om te borgen dat cultuurhistorische visserij ook geen afbreuk doet aan de doelen uit het Actieplan.

Deze beleidsregel biedt voldoende ruimte om de twee organisaties die thans cultuurhistorische visserij bedrijven, ontheffing te verlenen van de vergunningsplicht zodat zij hun activiteiten kunnen continueren. Indien in de toekomst echter meer organisaties interesse hebben in een ontheffing voor cultuurhistorische visserij, zal de beschikbare vangstcapaciteit worden verdeeld over deze organisaties, overeenkomstig deze beleidsregel (zie artikel 6).

2. Notificatie

De onderhavige beleidsregel is genotificeerd bij de Europese Commissie conform de richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PbEU 2015, L 241), vanwege mogelijke technische voorschriften (dossiernummer notificatie 2021/595/NL). Er zijn geen reacties binnengekomen.

3. Regeldruk

De onderhavige beleidsregel geeft invulling aan de bestaande bevoegdheid van de minister ten aanzien van het verlenen van ontheffing van het verbod om zonder vergunning te vissen op het IJsselmeer voor cultuurhistorische visserij. Hiermee krijgen bedrijven en organisaties meer duidelijkheid over de wijze waarop de minister omgaat met deze bevoegdheid.

De beleidsregel leidt niet tot extra regeldruk. Op dit moment moeten organisaties en bedrijven die cultuurhistorische visserij willen uitoefenen, ook een aanvraag tot ontheffing indienen en moeten daarbij vergelijkbare informatie verstrekken als nu opgenomen is in deze beleidsregel.

4. Internetconsultatie

Gedurende zes weken (van 11 oktober tot 22 november 2021) heeft een internetconsultatie plaatsgevonden over de concept Beleidsregel ontheffing vergunningsplicht IJsselmeer voor cultuurhistorische visserij.

Er zijn in totaal drie reacties ontvangen. Een respondent is negatief over visserij in het algemeen en vindt dat cultuurhistorische visserij thuishoort in het museum. Twee respondenten zijn positief en suggereren nog enkele verbeteringen, voornamelijk ten aanzien van een verdere verscherping van de definitie van cultuurhistorische visserij. Naar aanleiding van één van de suggesties zijn de voorwaarden bij de ontheffing aangepast. Enkele van de andere suggesties stonden al in de beleidsregel en de overige suggesties zijn niet overgenomen.

De voorstellen om de maximaal toegestane vangstcapaciteit voor cultuurhistorische visserij te verruimen en ontheffingen voor een periode van drie jaar te verlenen, zijn niet overgenomen. De beleidsregel maakt continuering van de bestaande cultuurhistorische visserij mogelijk. Uitbreiding is niet gewenst, gezien de slechte staat van de visbestanden en de afspraken die hieromtrent zijn gemaakt in het Actieplan.

Tijdens de internetconsultatie kwam verder naar voren dat in oktober een traditioneel evenement plaatsvindt waarbij onder meer de techniek van de aaskuil levend wordt gehouden. Omdat het hier gaat om een cultuurhistorisch evenement dat traditioneel in oktober plaatsvindt, is de beleidsregel aangepast om gebruik van aaskuil buiten het aalseizoen onder strikte voorwaarden mogelijk te maken.

Verder is naar aanleiding van de internetconsultatie een definitie van het begrip traditioneel vaartuig toegevoegd.

Een verslag van de internetconsultatie is gepubliceerd op de site www.internetconsultatie.nl.

II. ARTIKELEN

Artikel 1 (begripsbepalingen)

In dit artikel zijn de begrippen en bijbehorende begripsomschrijvingen opgenomen die relevant zijn voor deze beleidsregel.

Artikel 2 (ontheffing cultuurhistorische visserij)

In artikel 2 is opgenomen dat de minister uitsluitend ontheffing verleent van het verbod, opgenomen in artikel 8, eerste lid, van het Reglement voor de binnenvisserij 1985, om zonder vergunning te vissen in het IJsselmeer (waaronder mede wordt verstaan het Markermeer en het IJmeer, zie artikel 1, derde lid, van het Reglement voor de binnenvisserij 1985) voor cultuurhistorische visserij wanneer deze cultuurhistorische visserij plaatsvindt met de vistuigen fuik, kub, staand net, aaskuil of aalhoekwant.

Bij cultuurhistorische visserij gaat het om zeilende visserij met traditionele vaartuigen (zijnde vaartuigen die opgenomen zijn in het Register Varend Erfgoed Nederland dan wel een replica van een dergelijk vaartuig, zie begripsbepaling traditionele vaartuigen, opgenomen in artikel 1) dan wel met een niet-gemotoriseerde sloep ten behoeve van het, middels een demonstratie aan een groep of een evenement, demonstreren en levend houden van die visserij (zie begripsbepaling cultuurhistorische visserij, opgenomen in artikel 1). De demonstraties moeten bedoeld zijn voor ten minste vijf personen (zie begripsbepaling demonstratie aan een groep, opgenomen in artikel 1), en de evenementen voor ten minste vijftig bezoekers (zie begripsbepaling evenement, opgenomen in artikel 1). Er wordt alleen ontheffing verleend voor cultuurhistorische visserij met de vistuigen fuik (zie begripsbepaling fuik, opgenomen in artikel 1: het gaat hier om grote fuiken (definitie opgenomen in artikel 1, onderdeel m, van de Uitvoeringsregeling visserij) en schietfuiken binnenvisserij (definitie opgenomen in artikel 1, onderdeel n, van de Uitvoeringsregeling visserij), kub (zijnde een specifiek soort kleine fuik, zie begripsbepaling kub, opgenomen in artikel 1), staand net (definitie opgenomen in artikel 1, eerste lid, onderdeel m, van het Reglement voor de binnenvisserij 1985), aaskuil (definitie opgenomen in artikel 1, eerste lid, onderdeel l, van het Reglement voor de binnenvisserij 1985) en aalhoekwant (definitie opgenomen in artikel 1, eerste lid, onderdeel h, van het Reglement voor de binnenvisserij 1985). In andere gevallen verleent de minister geen ontheffing van het verbod om zonder vergunning te vissen in het IJsselmeer.

In deze beleidsregel wordt verder uitgewerkt hoe een ontheffing cultuurhistorische visserij aangevraagd kan worden en waar deze aanvraag aan moet voldoen (artikel 3), onder welke voorwaarden de ontheffing verleend wordt (artikel 4) en wat de maximale omvang van de ontheffingen cultuurhistorische visserij is (artikel 5). Tevens is een verdelingssystematiek opgenomen, in geval het aantal aanvragen de maximale omvang van de ontheffingen cultuurhistorische visserij overstijgt (artikel 6).

Artikel 3 (aanvraag ontheffing cultuurhistorische visserij)

In het eerste lid is opgenomen dat een aanvraag cultuurhistorische visserij uiterlijk ingediend dient te worden op 1 januari van het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft (eerste lid). In het tweede lid is opgenomen wat voor informatie de aanvrager moet opnemen in de aanvraag. Dit betreft onder meer gegevens van de aanvrager, een omschrijving van de activiteiten (waaronder de specifieke evenementen en groepsdemonstraties waarvoor de ontheffing wordt aangevraagd), de specifieke vistuigen waarvoor de ontheffing wordt aangevraagd, met welke traditionele vistuigen gevist wordt en het gebied waarop de aanvraag betrekking heeft. De aanvrager dient tevens een bewijsstuk mee te sturen om aan te tonen dat er sprake is van een traditioneel vaartuig (derde lid).

Artikel 4 (verlening en voorwaarden ontheffing cultuurhistorische visserij)

De minister beslist binnen acht weken nadat de aanvraag is ingediend (eerste lid), en verleent de ontheffing uitsluitend indien de aanvraag voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 (tweede lid, onderdeel a), indien naar oordeel van de minister uit de omschrijving van de activiteiten voldoende blijkt dat er sprake is van cultuurhistorische visserij (tweede lid, onderdeel b) en er voldoende vertrouwen bestaat dat de aanvrager zal voldoen aan de voorwaarden, bedoeld in het vierde en vijfde lid. Er wordt maximaal één ontheffing per aanvrager verleend. De ontheffing is één jaar geldig en niet overdraagbaar (derde lid).

In het vierde en vijfde lid is opgenomen welke voorwaarden aan de ontheffing cultuurhistorische visserij worden verbonden. Naast de standaardvoorwaarden opgenomen in het vierde lid, zoals met betrekking tot een registratie van de visserijinspanning, kan de minister ter bescherming van visbestanden besluiten aanvullende voorwaarden te verbinden aan de ontheffing (vijfde lid). Uiteraard dient de cultuurhistorische visserij zich daarnaast – net als de overige visserij – te houden aan de beperkingen die vanuit het Beheerplan IJsselmeer (in het kader van de Wet natuurbescherming) worden opgelegd aan de visserij in het IJsselmeergebied.

Artikel 5 (totale omvang ontheffingen cultuurhistorische visserij)

In artikel 5 is opgenomen wat de totale omvang kan zijn van het aantal vistuigen waarvoor ontheffing cultuurhistorische visserij wordt verleend. Dit maximum geldt voor alle ontheffingen tezamen en sluit aan bij de bestaande capaciteit van de cultuurhistorische visserij. Dit betekent – als eerder aangegeven – dat de twee organisaties die thans cultuurhistorische visserij bedrijven, hun activiteiten op dit moment kunnen continueren. Indien de stand van de visbestanden daartoe aanleiding geeft, dan kan het maximum zoals thans opgenomen in deze beleidsregel, herzien worden.

Verder bevat dit artikel een bepaling omtrent gebruikmaking van een aaskuil en onder welke strikte voorwaarden deze kan worden gebruikt buiten het aalseizoen. Daarmee is tegemoet gekomen aan opmerkingen die tijdens de internetconsultatie naar voren zijn gekomen over een cultuurhistorisch evenement dat traditioneel in oktober plaatsvindt en waarvan levend houden van de aaskuiltechniek een essentieel onderdeel vormt.

Artikel 6 (verdelingssystematiek)

Indien het aantal vistuigen, opgenomen in de aanvragen voor een ontheffing cultuurhistorische visserij die voldoen aan de voorwaarden van de beleidsregel, een maximum als bedoeld in artikel 5 overschrijdt, dan wordt het maximum voor het betreffende vistuig evenredig verdeeld over de betreffende aanvragen (artikel 6).

Artikel 7 (inwerkingtreding)

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na datum van uitgifte van de Staatscourant waarin hij wordt geplaatst.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, H. Staghouwer


X Noot
1

Kamerstukken II 2018/19, 31 710, nr. 69.

X Noot
2

Kamerstukken II 2019/19, 31 710, nr. 71.

X Noot
3

Vogelbescherming Nederland, Sportvisserij Nederland, Coalitie het Blauwe Hart Natuurlijk, Stichting Transitie IJsselmeer, PO IJsselmeer, Provincies Flevoland, Friesland en Noord-Holland, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Ministerie Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Naar boven