TOELICHTING
I. ALGEMEEN
1. Aanleiding en doel
In de Agenda IJsselmeergebied 20501 is verduurzaming van de visserij op het IJsselmeer, Markermeer en IJmeer (hierna
tezamen aangeduid als: IJsselmeer) benoemd als één van de hoofdopgaven. In de Kamerbrief
van 25 maart 20192 is de Tweede Kamer geïnformeerd dat met de bij het IJsselmeer betrokken partijen3 overeenstemming is bereikt over een Actieplan gericht op verduurzaming van de schubvisvisserij
in het IJsselmeergebied (hierna: Actieplan). Behoud van de cultuurhistorische visserij
was daarbij één van de voorwaarden. Onderhavige beleidsregel, die de steun heeft van
alle bij het Actieplan betrokken partijen, is de uitwerking van dat deel van het Actieplan.
De visserij op het IJsselmeer wordt gereguleerd met een vergunningstelsel, op grond
van artikel 8 van het Reglement voor de binnenvisserij 1985. De regulering is gericht
op bescherming van de visbestanden, de volksgezondheid en het welzijn van de vissen.
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (hierna: minister) kan vrijstelling
of ontheffing verlenen van deze vergunningsplicht (artikel 11 van het Reglement voor
de binnenvisserij 1985). Met de voorliggende beleidsregel wordt vastgelegd op welke
wijze de minister ten behoeve van cultuurhistorische visserij gebruik maakt van de
bevoegdheid om ontheffing te verlenen van de vergunningsplicht. Hiermee krijgen vissers
en andere partijen duidelijkheid over wanneer de minister ten behoeve van cultuurhistorische
visserij ontheffing van de vergunningsplicht voor het IJsselmeer verleent, en over
de ruimte die daarbij wordt gegeven aan cultuurhistorische visserij.
Met de beleidsregel is een balans gevonden tussen enerzijds voldoende ruimte geven
aan cultuurhistorische visserij en anderzijds voorkomen dat langs deze weg ongewenste
visonttrekkingen plaatsvinden, waardoor de doelen van het Actieplan in gevaar komen.
In de beleidsregel is onder meer opgenomen wanneer er sprake is van cultuurhistorische
visserij, waaraan een aanvraag voor een ontheffing cultuurhistorische visserij moet
voldoen, welke voorwaarden aan een ontheffing cultuurhistorische visserij worden verbonden,
voor welke periode de ontheffing wordt verleend en wat de maximale vangstcapaciteit
voor cultuurhistorische visserij bedraagt. Hiermee wordt de staande praktijk vastgelegd
en waar nodig verder aangescherpt om te borgen dat cultuurhistorische visserij ook
geen afbreuk doet aan de doelen uit het Actieplan.
Deze beleidsregel biedt voldoende ruimte om de twee organisaties die thans cultuurhistorische
visserij bedrijven, ontheffing te verlenen van de vergunningsplicht zodat zij hun
activiteiten kunnen continueren. Indien in de toekomst echter meer organisaties interesse
hebben in een ontheffing voor cultuurhistorische visserij, zal de beschikbare vangstcapaciteit
worden verdeeld over deze organisaties, overeenkomstig deze beleidsregel (zie artikel
6).
2. Notificatie
De onderhavige beleidsregel is genotificeerd bij de Europese Commissie conform de
richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015
betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en
regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PbEU 2015, L 241), vanwege
mogelijke technische voorschriften (dossiernummer notificatie 2021/595/NL). Er zijn
geen reacties binnengekomen.
3. Regeldruk
De onderhavige beleidsregel geeft invulling aan de bestaande bevoegdheid van de minister
ten aanzien van het verlenen van ontheffing van het verbod om zonder vergunning te
vissen op het IJsselmeer voor cultuurhistorische visserij. Hiermee krijgen bedrijven
en organisaties meer duidelijkheid over de wijze waarop de minister omgaat met deze
bevoegdheid.
De beleidsregel leidt niet tot extra regeldruk. Op dit moment moeten organisaties
en bedrijven die cultuurhistorische visserij willen uitoefenen, ook een aanvraag tot
ontheffing indienen en moeten daarbij vergelijkbare informatie verstrekken als nu
opgenomen is in deze beleidsregel.
4. Internetconsultatie
Gedurende zes weken (van 11 oktober tot 22 november 2021) heeft een internetconsultatie
plaatsgevonden over de concept Beleidsregel ontheffing vergunningsplicht IJsselmeer
voor cultuurhistorische visserij.
Er zijn in totaal drie reacties ontvangen. Een respondent is negatief over visserij
in het algemeen en vindt dat cultuurhistorische visserij thuishoort in het museum.
Twee respondenten zijn positief en suggereren nog enkele verbeteringen, voornamelijk
ten aanzien van een verdere verscherping van de definitie van cultuurhistorische visserij.
Naar aanleiding van één van de suggesties zijn de voorwaarden bij de ontheffing aangepast.
Enkele van de andere suggesties stonden al in de beleidsregel en de overige suggesties
zijn niet overgenomen.
De voorstellen om de maximaal toegestane vangstcapaciteit voor cultuurhistorische
visserij te verruimen en ontheffingen voor een periode van drie jaar te verlenen,
zijn niet overgenomen. De beleidsregel maakt continuering van de bestaande cultuurhistorische
visserij mogelijk. Uitbreiding is niet gewenst, gezien de slechte staat van de visbestanden
en de afspraken die hieromtrent zijn gemaakt in het Actieplan.
Tijdens de internetconsultatie kwam verder naar voren dat in oktober een traditioneel
evenement plaatsvindt waarbij onder meer de techniek van de aaskuil levend wordt gehouden.
Omdat het hier gaat om een cultuurhistorisch evenement dat traditioneel in oktober
plaatsvindt, is de beleidsregel aangepast om gebruik van aaskuil buiten het aalseizoen
onder strikte voorwaarden mogelijk te maken.
Verder is naar aanleiding van de internetconsultatie een definitie van het begrip
traditioneel vaartuig toegevoegd.
Een verslag van de internetconsultatie is gepubliceerd op de site www.internetconsultatie.nl.
II. ARTIKELEN
Artikel 1 (begripsbepalingen)
In dit artikel zijn de begrippen en bijbehorende begripsomschrijvingen opgenomen die
relevant zijn voor deze beleidsregel.
Artikel 2 (ontheffing cultuurhistorische visserij)
In artikel 2 is opgenomen dat de minister uitsluitend ontheffing verleent van het
verbod, opgenomen in artikel 8, eerste lid, van het Reglement voor de binnenvisserij
1985, om zonder vergunning te vissen in het IJsselmeer (waaronder mede wordt verstaan
het Markermeer en het IJmeer, zie artikel 1, derde lid, van het Reglement voor de
binnenvisserij 1985) voor cultuurhistorische visserij wanneer deze cultuurhistorische
visserij plaatsvindt met de vistuigen fuik, kub, staand net, aaskuil of aalhoekwant.
Bij cultuurhistorische visserij gaat het om zeilende visserij met traditionele vaartuigen
(zijnde vaartuigen die opgenomen zijn in het Register Varend Erfgoed Nederland dan
wel een replica van een dergelijk vaartuig, zie begripsbepaling traditionele vaartuigen, opgenomen in artikel 1) dan wel met een niet-gemotoriseerde sloep ten behoeve van
het, middels een demonstratie aan een groep of een evenement, demonstreren en levend
houden van die visserij (zie begripsbepaling cultuurhistorische visserij, opgenomen in artikel 1). De demonstraties moeten bedoeld zijn voor ten minste vijf
personen (zie begripsbepaling demonstratie aan een groep, opgenomen in artikel 1), en de evenementen voor ten minste vijftig bezoekers (zie
begripsbepaling evenement, opgenomen in artikel 1). Er wordt alleen ontheffing verleend voor cultuurhistorische
visserij met de vistuigen fuik (zie begripsbepaling fuik, opgenomen in artikel 1: het gaat hier om grote fuiken (definitie opgenomen in artikel
1, onderdeel m, van de Uitvoeringsregeling visserij) en schietfuiken binnenvisserij
(definitie opgenomen in artikel 1, onderdeel n, van de Uitvoeringsregeling visserij),
kub (zijnde een specifiek soort kleine fuik, zie begripsbepaling kub, opgenomen in artikel 1), staand net (definitie opgenomen in artikel 1, eerste lid,
onderdeel m, van het Reglement voor de binnenvisserij 1985), aaskuil (definitie opgenomen
in artikel 1, eerste lid, onderdeel l, van het Reglement voor de binnenvisserij 1985)
en aalhoekwant (definitie opgenomen in artikel 1, eerste lid, onderdeel h, van het
Reglement voor de binnenvisserij 1985). In andere gevallen verleent de minister geen
ontheffing van het verbod om zonder vergunning te vissen in het IJsselmeer.
In deze beleidsregel wordt verder uitgewerkt hoe een ontheffing cultuurhistorische
visserij aangevraagd kan worden en waar deze aanvraag aan moet voldoen (artikel 3),
onder welke voorwaarden de ontheffing verleend wordt (artikel 4) en wat de maximale
omvang van de ontheffingen cultuurhistorische visserij is (artikel 5). Tevens is een
verdelingssystematiek opgenomen, in geval het aantal aanvragen de maximale omvang
van de ontheffingen cultuurhistorische visserij overstijgt (artikel 6).
Artikel 3 (aanvraag ontheffing cultuurhistorische visserij)
In het eerste lid is opgenomen dat een aanvraag cultuurhistorische visserij uiterlijk
ingediend dient te worden op 1 januari van het jaar waarop de aanvraag betrekking
heeft (eerste lid). In het tweede lid is opgenomen wat voor informatie de aanvrager
moet opnemen in de aanvraag. Dit betreft onder meer gegevens van de aanvrager, een
omschrijving van de activiteiten (waaronder de specifieke evenementen en groepsdemonstraties
waarvoor de ontheffing wordt aangevraagd), de specifieke vistuigen waarvoor de ontheffing
wordt aangevraagd, met welke traditionele vistuigen gevist wordt en het gebied waarop
de aanvraag betrekking heeft. De aanvrager dient tevens een bewijsstuk mee te sturen
om aan te tonen dat er sprake is van een traditioneel vaartuig (derde lid).
Artikel 4 (verlening en voorwaarden ontheffing cultuurhistorische visserij)
De minister beslist binnen acht weken nadat de aanvraag is ingediend (eerste lid),
en verleent de ontheffing uitsluitend indien de aanvraag voldoet aan de voorwaarden,
bedoeld in artikel 3 (tweede lid, onderdeel a), indien naar oordeel van de minister
uit de omschrijving van de activiteiten voldoende blijkt dat er sprake is van cultuurhistorische
visserij (tweede lid, onderdeel b) en er voldoende vertrouwen bestaat dat de aanvrager
zal voldoen aan de voorwaarden, bedoeld in het vierde en vijfde lid. Er wordt maximaal
één ontheffing per aanvrager verleend. De ontheffing is één jaar geldig en niet overdraagbaar
(derde lid).
In het vierde en vijfde lid is opgenomen welke voorwaarden aan de ontheffing cultuurhistorische
visserij worden verbonden. Naast de standaardvoorwaarden opgenomen in het vierde lid,
zoals met betrekking tot een registratie van de visserijinspanning, kan de minister
ter bescherming van visbestanden besluiten aanvullende voorwaarden te verbinden aan
de ontheffing (vijfde lid). Uiteraard dient de cultuurhistorische visserij zich daarnaast
– net als de overige visserij – te houden aan de beperkingen die vanuit het Beheerplan
IJsselmeer (in het kader van de Wet natuurbescherming) worden opgelegd aan de visserij
in het IJsselmeergebied.
Artikel 5 (totale omvang ontheffingen cultuurhistorische visserij)
In artikel 5 is opgenomen wat de totale omvang kan zijn van het aantal vistuigen waarvoor
ontheffing cultuurhistorische visserij wordt verleend. Dit maximum geldt voor alle
ontheffingen tezamen en sluit aan bij de bestaande capaciteit van de cultuurhistorische
visserij. Dit betekent – als eerder aangegeven – dat de twee organisaties die thans
cultuurhistorische visserij bedrijven, hun activiteiten op dit moment kunnen continueren.
Indien de stand van de visbestanden daartoe aanleiding geeft, dan kan het maximum
zoals thans opgenomen in deze beleidsregel, herzien worden.
Verder bevat dit artikel een bepaling omtrent gebruikmaking van een aaskuil en onder
welke strikte voorwaarden deze kan worden gebruikt buiten het aalseizoen. Daarmee
is tegemoet gekomen aan opmerkingen die tijdens de internetconsultatie naar voren
zijn gekomen over een cultuurhistorisch evenement dat traditioneel in oktober plaatsvindt
en waarvan levend houden van de aaskuiltechniek een essentieel onderdeel vormt.
Artikel 6 (verdelingssystematiek)
Indien het aantal vistuigen, opgenomen in de aanvragen voor een ontheffing cultuurhistorische
visserij die voldoen aan de voorwaarden van de beleidsregel, een maximum als bedoeld
in artikel 5 overschrijdt, dan wordt het maximum voor het betreffende vistuig evenredig
verdeeld over de betreffende aanvragen (artikel 6).
Artikel 7 (inwerkingtreding)
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na datum van uitgifte van
de Staatscourant waarin hij wordt geplaatst.
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
H. Staghouwer