Besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 2 december 2022, nummer 4300968, tot wijziging van het Bekostigingsbesluit eerste opvang ontheemden Oekraïne door veiligheidsregio’s in verband met de verlenging van het bestedingstijdvak

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

Gelet op artikel 8.3, eerste lid, van het Besluit veiligheidsregio’s;

Besluit:

ARTIKEL I

Het Bekostigingsbesluit eerste opvang ontheemden Oekraïne door veiligheidsregio’s wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1, onderdeel b, komt te luiden:

b. ontheemde:

de vreemdeling die tijdelijke bescherming geniet als bedoeld in artikel 1 van de Vreemdelingenwet 2000, omdat hij onder de reikwijdte valt van het Uitvoeringsbesluit van 4 maart 2022 van de richtlijn 2001/55/EG of een verlenging daarvan;

B

Artikel 2, tweede en derde lid, komen te luiden:

  • 2. De incidentele bijdrage wordt verstrekt voor de periode van 1 maart 2022 tot en met 31 december 2022, voor de periode van 1 januari 2023 tot en met 30 juni 2023, en, indien de Voorjaarsnota, bedoeld in artikel 2.26, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2016, van het begrotingsjaar 2023 daarin voorziet, voor de periode van 1 juli 2023 tot en met 31 december 2023.

  • 3. De incidentele bijdrage wordt op aanvraag verstrekt.

C

Artikel 3, derde lid, komt te luiden:

  • 3. De aanvraag voor de periode van 1 maart 2022 tot en met 31 december 2022 wordt ingediend uiterlijk 31 augustus 2022. De aanvraag voor de periode van 1 januari 2023 tot en met 30 juni 2023 wordt ingediend uiterlijk 30 april 2023. De aanvraag voor de periode van 1 juli 2023 tot en met 31 december 2023 wordt ingediend na 1 juni 2023 en uiterlijk 31 augustus 2023.

D

Artikel 4, tweede lid, komt te luiden:

  • 2. De Staatssecretaris verleent aan de veiligheidsregio een voorschot van 100% van de door de veiligheidsregio geraamde kosten voor de periode waarop de aanvraag, bedoeld in artikel 3, derde lid, betrekking heeft en stelt dit bedrag zo spoedig mogelijk na toekenning van de aanvraag betaalbaar. De incidentele bijdrage voor de periode van 1 juli 2023 tot en met 31 december 2023 wordt door de Staatssecretaris uitsluitend verleend indien de Voorjaarsnota, bedoeld in artikel 2.26, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2016, van het begrotingsjaar 2023, in deze bekostiging voorziet.

E

In artikel 5, eerste lid, aanhef, wordt de zinsnede ‘ter bekostiging van de in de periode van 1 maart 2022 tot en met 31 december 2022 gemaakte kosten, inclusief btw’ vervangen door ‘ter bekostiging van de in een periode als bedoeld in artikel 2, tweede lid, gemaakte kosten, inclusief btw’.

F

In artikel 6, eerste lid, wordt ‘uiterlijk 15 juli 2023’ vervangen door ‘uiterlijk 15 juli van het jaar dat volgt op het jaar van besteding’.

G

Artikel 7, wordt gewijzigd als volgt:

1. Het eerste lid, komt te luiden:

  • 1. De Staatssecretaris stelt uiterlijk op 31 december van het jaar dat volgt op het jaar van besteding, de verlening van de incidentele bijdrage over dat bestedingsjaar vast.

2. Het tweede lid, onderdeel b, komt te luiden:

  • b. indien de verantwoordingsinformatie na de datum, bedoeld in artikel 6, eerste lid, is ontvangen;

ARTIKEL II INWERKINGTREDING

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 2 december 2022

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, E. van der Burg

Overeenkomstig de Algemene wet bestuursrecht kan tegen dit besluit schriftelijk bezwaar worden gemaakt door degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit betrokken is. Daartoe moet binnen zes weken na de bekendmaking van dit besluit een bezwaarschrift worden ingediend bij de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Het bezwaarschrift dient te worden ondertekend en ten minste te bevatten de naam en adres van de indiener, de dagtekening, een omschrijving van dit besluit alsmede de reden(en) waarom het besluit niet juist wordt gevonden. Verzocht wordt bij het bezwaarschrift een kopie van dit besluit en eventueel andere op de zaak betrekking hebbende stukken te voegen. Het bezwaar schort de werking van dit besluit niet op.

TOELICHTING

1. Algemeen

Met het Bekostigingsbesluit eerste opvang ontheemden Oekraïne door veiligheidsregio’s (Stcrt. 2022, 17577) (hierna: Bekostigingsbesluit) is voorzien in de vergoeding van de kosten die worden gemaakt door de veiligheidsregio’s, gemeenten en de GGD-en/GHOR en voor de coördinerende werkzaamheden en de eerste opvang in hun regio van ontheemden uit Oekraïne. Het gaat daarbij om een incidentele bijdrage aan de veiligheidsregio’s op grond van artikel 8.3, eerste lid, van het Besluit veiligheidsregio’s. Het bestedingstijdvak van het Bekostigingsbesluit was beperkt tot 31 december 2022. Dit wijzigingsbesluit verlengt dit tijdvak en voorziet in enkele daarmee samenhangende aanpassingen in het Bekostigingsbesluit.

2. Inhoud van dit besluit

Het bestedingstijdvak van de uitkering wordt verlengd tot en met 31 december 2023 omdat de werkzaamheden van de veiligheidsregio’s, gemeenten en de GGD-en/GHOR in dit verband ook in 2023 nodig zullen blijven. Daarmee wordt overigens niet uitgesloten dat het bestedingstijdvak mogelijk daarna nogmaals wordt verlengd. Omdat in het Bekostigingsbesluit aanvankelijk werd uitgegaan van besteding in 2022, waren daarin specifieke data genoemd voor het moment van indienen van de aanvraag, de verantwoording en van het vaststellen van de uitkering voor het betreffende jaar. Deze wijziging past deze data aan het verlengde bestedingstijdvak aan.

Daarnaast is een technische wijziging opgenomen van het begrip ‘ontheemde’. Deze wijziging brengt deze definitie in overeenstemming met de formulering die ook in andere regelingen is opgenomen.

3. Gevolgen

De wijziging van het Bekostigingsbesluit heeft geen inhoudelijke gevolgen voor de procedure, de voorwaarden, de hoogte van de vergoedingen of de verantwoording van de besteding en vaststelling van de vergoedingen. Voor bestedingen in het jaar 2023 gelden dus dezelfde regels als voor de bestedingen in de periode van 1 maart tot en met 31 december 2022.

Artikelsgewijs

Artikel I, onderdeel A

Dit onderdeel brengt het begrip ‘ontheemde’ in de definitiebepaling van artikel 1 van het Bekostigingsbesluit in overeenstemming met de definitie daarvan in de Regeling opvang ontheemden Oekraïne. Dat is van belang omdat in de aangepaste definitie ook rekening is gehouden met verlengingen van het Uitvoeringsbesluit van 4 maart 2022 van de richtlijn 2001/55/EG.

Artikel I, onderdelen B en E

Artikel 8.3, eerste lid, van het Besluit veiligheidsregio’s maakt het blijkens de nota van toelichting bij dat artikel mogelijk een incidentele bijdrage te verstrekken aan een langer lopend proces, zoals het geval is bij de werkzaamheden in verband met de eerste opvang van ontheemden en de coördinatie door de veiligheidsregio’s. De onderdelen B en D van artikel I van dit wijzigingsbesluit verlengen daarom het bestedingstijdvak waarin de vergoedbare kosten kunnen worden gemaakt in de artikelen 2 en 5 van het Bekostigingsbesluit. De bekostiging van het tweede halfjaar van 2023 is daarbij afhankelijk gesteld van de besluitvorming over de Voorjaarsnota 2023, in welk kader de budgettaire gevolgen zullen worden verwerkt van een nadere heroverweging van de vraag of de taken waarop het Bekostigingsbesluit betrekking heeft, bij de veiligheidsregio’s belegd zullen blijven.

Artikel I, onderdeel C

Dit onderdeel maakt de in artikel 3 van het Bekostigingsbesluit geregelde uiterste datum voor het indienen van de aanvraag toepasbaar op het verlengde bestedingstijdvak. Voor 2023 zullen twee aanvragen gedaan moeten worden: een voor de eerste helft van 2023 en een voor de tweede helft van 2023. Daarop wordt met verlening van voorschotten per half jaar beslist. De verantwoording en vaststelling vindt voor het gehele jaar plaats in 2024.

Artikel I, onderdeel D

Dit onderdeel regelt dat het voorschot voor de kosten in 2023 worden verleend per halfjaar, in aansluiting op de aanvraag voor deze tijdvakken. De bekostiging van het tweede halfjaar van 2023 is afhankelijk gesteld van de besluitvorming over de Voorjaarsnota 2023, in welk kader nog zal worden bezien of de taken waarop het Bekostigingsbesluit betrekking heeft, bij de veiligheidsregio’s belegd zullen blijven. Overeenkomstig de Comptabiliteitswet 2016 wordt de Voorjaarsnota uiterlijk 1 juni van dat jaar ingediend. Als dat het geval is, en de budgettaire consequenties in de Voorjaarsnota zijn meegenomen, vindt de verlening ongewijzigd plaats op basis van aanvragen die met ingang van 1 juni kunnen worden ingediend. Dit onderdeel voorziet zekerheidshalve ook in de mogelijkheid dat de taken elders belegd worden, in welk geval de Staatssecretaris geen bijdrage zal verlenen voor het tweede halfjaar van 2023 en eventueel toch voor die periode ontvangen aanvragen zal afwijzen.

Artikel I, onderdeel F

Dit onderdeel maakt de in artikel 6 van het Bekostigingsbesluit geregelde uiterste datum voor het indienen van de verantwoording toepasbaar op het verlengde bestedingstijdvak.

Artikel I, onderdeel G

Dit onderdeel maakt de in artikel 7 van het Bekostigingsbesluit geregelde uiterste datum voor het vaststellen van de uitkering over een bestedingsjaar toepasbaar op het verlengde bestedingstijdvak.

Artikel II

De inwerkingtreding van dit wijzigingsbesluit dient plaats te vinden voor het aflopen van het voorheen in het Bekostigingsbesluit opgenomen tijdvak en is daarom voorzien op de dag na plaatsing van dit wijzigingsbesluit in de Staatscourant.

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, E. van der Burg

Naar boven