Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, van 13 december 2022, nr. IENW/BSK-2022/275078, tot wijziging van de Aanwijzingsregeling willekeurige afschrijving en investeringsaftrek milieu-investeringen 2009 (vaststelling Milieulijst 2023)

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,

Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Financiën en na overleg met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Minister van Economische Zaken en Klimaat;

Gelet op de artikelen 3.31, tweede lid, en 3.42a, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001;

BESLUIT:

ARTIKEL I

De bijlage bij de artikelen 1a en 2 van de Aanwijzingsregeling willekeurige afschrijving en investeringsaftrek milieu-investeringen 2009 wordt vervangen door de in de bijlage bij deze regeling opgenomen bijlage.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2023. Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 2022, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, V.L.W.A. Heijnen

BIJLAGE BIJ DE ARTIKELEN 1A EN 2 VAN DE REGELING VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT, VAN 13 DECEMBER 2022, NR.  IENW/BSK-2022/275078, TOT WIJZIGING VAN DE AANWIJZINGSREGELING WILLEKEURIGE AFSCHRIJVING EN INVESTERINGSAFTREK MILIEU-INVESTERINGEN 2009 (VASTSTELLING MILIEULIJST 2023)

Bijlage bij de artikelen 1a en 2

Paragraaf 1 Algemeen

  • 1. Deze bijlage wordt aangehaald als: Milieulijst milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen 2023.

  • 2. De bepalingen onder punt 3 tot en met 8 zijn van toepassing op alle in paragrafen 2a en 2b genoemde bedrijfsmiddelen. Voor de bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift zijn in paragraaf 2b aanvullende voorwaarden opgenomen.

  • 3. Investeringen in bedrijfsmiddelen waarvan de code begint met:

    • F of G, behorende tot categorie I van de milieu-investeringsaftrek, komen voor 45% van het investeringsbedrag in aanmerking voor investeringsaftrek;

    • A of D, behorende tot categorie II van de milieu-investeringsaftrek, komen voor 36% van het investeringsbedrag in aanmerking voor investeringsaftrek;

    • B of E, behorende tot categorie III van de milieu-investeringsaftrek, komen voor 27% van het investeringsbedrag in aanmerking voor investeringsaftrek;

    • A, B, C of F komen in aanmerking voor 75% willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

  • 4. Voor investeringen in bedrijfsmiddelen geldt dat deze alleen in aanmerking komen voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen wanneer het niveau van milieubescherming ten minste hoger ligt dan voorgeschreven door het bevoegd gezag of dan verplicht is gesteld op grond van de Nederlandse wet- en regelgeving.

  • 5. In geval van aanpassing van een al eerder gerealiseerd bedrijfsmiddel komen uitsluitend de investeringskosten in aanmerking die nodig zijn om het bedrijfsmiddel aan te passen naar een bedrijfsmiddel zoals omschreven in de Milieulijst. De kosten voor een bestaand bedrijfsmiddel dat ten tijde van de aanpassing al in eigendom is van de belastingplichtige komen niet in aanmerking. Onder aanpassing van een bedrijfsmiddel wordt ook de aanbouw of uitbreiding van een al eerder gerealiseerd bedrijfsmiddel verstaan.

  • 6. Als in deze bijlage bepaalde meetvoorschriften, testmethoden, verklaringen of certificaten worden voorgeschreven, worden daarmee gelijkgesteld: gelijkwaardige meetvoorschriften, testmethoden, verklaringen of certificaten die worden gebruikt om bedrijfsmiddelen te toetsen of zijn afgegeven met betrekking tot een bedrijfsmiddel.

  • 7. Tot de in paragrafen 2a en 2b genoemde bedrijfsmiddelen worden ook gerekend:

    • voorzieningen, zoals leidingen, appendages en meet- en regelapparatuur, die technisch noodzakelijk zijn voor en uitsluitend dienstbaar zijn aan deze bedrijfsmiddelen en geen zelfstandige betekenis hebben;

    • certificaten en meetrapporten die in deze bijlage worden vereist.

  • 8. Voor investeringen in bedrijfsmiddelen met betrekking tot de primaire landbouwproductie, verwerking van landbouwproducten, afzet van landbouwproducten, bosbouw of productie, verwerking en afzet van visserij- en aquacultuurproducten geldt dat:

    • een investeringsproject is gedefinieerd als een technisch, functioneel en in de tijd samenhangend geheel van activa en werkzaamheden;

    • investeringen alleen voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen in aanmerking komen indien deze worden gedaan door een kleine of middelgrote onderneming;

    • voor investeringen in bedrijfsmiddelen die verband houden met de primaire landbouwproductie, verwerking van landbouwproducten, afzet van landbouwproducten of bosbouw geldt dat de steun die middels de milieu-investeringsaftrek, willekeurige afschrijving milieu-investeringen en eventuele andere vormen van staatssteun wordt verkregen ten hoogste 40% van de investeringskosten bedraagt;

    • investeringen in bedrijfsmiddelen die verband houden met de primaire landbouwproductie op grond van artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van de Landbouw Groepsvrijstellingsverordening in aanmerking komen voor ten hoogste € 500.000 aan steun per onderneming per investeringsproject;

    • investeringen in bedrijfsmiddelen die verband houden met de verwerking van landbouwproducten en de afzet van landbouwproducten op grond van artikel 4, eerste lid, onderdeel c, van de Landbouw Groepsvrijstellingsverordening in aanmerking komen voor ten hoogste € 7.500.000 aan steun per onderneming per investeringsproject;

    • investeringen in bedrijfsmiddelen voor de productie, verwerking en afzet van visserij- en aquacultuurproducten op grond van artikel 2, eerste lid, van de Visserij Groepsvrijstellingsverordening in aanmerking komen voor ten hoogste € 1.000.000 aan steun per onderneming per jaar, waarbij per investeringsproject ten hoogste € 2.000.000 in aanmerking komt voor de milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen;

    • bij investeringen in bedrijfsmiddelen aan boord van visserijschepen aan de artikelen 25 en 38 van Verordening (EU) nr. 508/2014 van het Europees parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 2328/2003, (EG) nr. 861/2006, (EG) nr. 1198/2006 en (EG) nr. 791/2007 van de Raad en Verordening (EU) nr. 1255/2011 van het Europees parlement en de Raad (PbEU (2014, L149) wordt voldaan;

    • bij investeringen door startende aquacultuurexploitanten aan artikel 46 van Verordening (EU) nr. 508/2014 van het Europees parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 2328/2003, (EG) nr. 861/2006, (EG) nr. 1198/2006 en (EG) nr. 791/2007 van de Raad en Verordening (EU) nr. 1255/2011 van het Europees parlement en de Raad (PbEU (2014, L149) wordt voldaan.

  • 9. Voor bedrijfsmiddelen F 2112, A 2113, A 2210, A 2211, F 2212, A 2220, A 2221, A 2230, A 2231, B 2280, B 2290 en B 2291 moet binnen een vastgestelde termijn een definitief certificaat worden behaald waaruit blijkt dat aan de gestelde eisen is voldaan. Door uitzonderlijke omstandigheden, zoals Vogelgriep of coronabeperkingen, kan het zijn dat buiten de macht van de ondernemer om inspecties op bedrijven gedurende enige tijd niet of niet volledig kunnen worden uitgevoerd. In een dergelijke situatie kan de ondernemer bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) om uitstel verzoeken voor het behalen van het definitieve certificaat. Wanneer RVO het verzoek om uitstel honoreert, zal RVO per individueel project een nieuwe termijn vaststellen waarbinnen het definitieve certificaat moet zijn behaald. In dergelijke gevallen hoeft het definitieve certificaat niet aan de eisen van de dan geldende maatlat te voldoen, mits het definitieve certificaat binnen de nieuwe vastgestelde termijn wordt overgelegd en voldoet aan de eisen van de in het jaar waarin de investering wordt gedaan vigerende maatlat.

  • 10. Voor bedrijfsmiddelen waarbij een eis gesteld wordt voor investeringen in nieuw hout, geldt dat al het aangeschafte nieuwe hout dat verwerkt wordt, gecertificeerd dient te zijn door middel van een certificatiesysteem dat door het Timber Procurement Assessment Committee is goedgekeurd, waarbij:

    • de betrokken fabrikant, aannemer en opdrachtnemer in het bezit zijn van een ‘Chain of Custody’-certificaat van een certificatiesysteem dat door het Timber Procurement Assessment Committee is goedgekeurd, en

    • het hout volgens dit ‘Chain of Custody’-certificaat wordt geleverd en verwerkt.

Een lijst van goedgekeurde houtcertificatiesystemen is beschikbaar op de website tpac.smk.nl of inkoopduurzaamhout.nl.

Paragraaf 2a Bedrijfsmiddelen met middelvoorschrift

1. Grondstoffen- en watergebruik

Kringloopsluiting, levensduurverlenging, biobased en circulaire economie, recycling, hergebruik, afval(water)inzameling en -verwerking

1.1 Biobased economy

F 1100

Productieapparatuur voor grondstoffen of producten op basis van biomassa

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 1101

Productieapparatuur voor (producten van) biobased plastics

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 1105

Installatie voor het extraheren van neo-alginaten uit korrelslib

  • a. bestemd voor: het extraheren, zuiveren en opwerken van neo-alginaten uit korrelslib van een waterzuiveringsinstallatie, waarbij de verkregen neo-alginaten worden verwerkt tot (grondstof voor) een product dat geen energietoepassing krijgt,

  • b. bestaande uit: een installatie voor het extraheren, zuiveren en opwerken van de neo-alginaten, met uitzondering van gebouwen, de korrelslibreactor en voorzieningen voor het leveren van energie.

Toelichting: Zie de bedrijfsmiddelen F 1100 en F 1101 voor het produceren van grondstoffen of producten uit neo-alginaten.

F 1106

Productiesysteem met micro-organismen

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 1115

Productieapparatuur voor lignine-asfalt

  • a. bestemd voor: het toepassen van lignine bij de productie van asfalt, waarbij het bindmiddel van het met de asfaltcentrale geproduceerde lignine-asfalt gemiddeld voor ten minste 45% op gewichtsbasis bestaat uit lignine,

  • b. bestaande uit: productieapparatuur die technisch noodzakelijk is voor het toepassen van lignine bij de productie van asfalt.

Toelichting: Alleen productieapparatuur die technisch noodzakelijk is om lignine als bindmiddel in asfalt te verwerken, zoals silo’s, leidingwerk en meet- en regeltechniek, komt in aanmerking onder bedrijfsmiddel F 1115.

Zie bedrijfsmiddel D 6215 voor de aanschaf van lignine-asfalt.

B 1122

Biologische ontvettingseenheid voor vaar- of voertuigonderdelen (aanpassen bestaande situatie)

  • a. bestemd voor: het in een garagebedrijf of werkplaats met een centrale of verplaatsbare ontvettingseenheid ontvetten van vaar- of voertuigonderdelen, waarbij:

    • uitsluitend biologisch afbreekbare vloeistof in combinatie met micro-organismen wordt gebruikt, en

    • het gebruik van chemische ontvetters of ontvetters op oliebasis wordt vervangen,

  • b. bestaande uit: een ontvettingseenheid, pompsysteem en geïntegreerd verwarmingssysteem.

F 1180

Gecertificeerde plastics op basis van biomassa in (onderdelen van) een product

  • a. bestemd voor: het gebruik van (onderdelen van) een product op basis van gecertificeerde plastics op basis van biomassa, waarbij:

    • het gebruikte plastic gecertificeerd is volgens een door de Green Deal Groencertificaten erkend certificeringsschema voor biomassa,

    • onder plastics op basis van biomassa worden verstaan thermoplasten, thermoharders en elastomeren, waarbij in geval van elastomeren geen sprake is van gangbare natuurrubbers, en

    • biologisch afbreekbare plastics die bewust een tijdelijke functie hebben van enkele jaren in bodem of water, plastics zijn die voldoen aan de eisen gesteld in EN 14995 en onder de toegepaste condities biologisch afbreekbaar zijn,

  • b. bestaande uit: (onderdelen van) een product van gecertificeerde plastics op basis van biomassa.

Een investering in gecertificeerde plastics op basis van biomassa als onderdeel van een gebouwproject dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel F 1180 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen. Dit geldt niet voor gecertificeerde plastics op basis van biomassa die worden toegepast in het interieur.

Toelichting: Als sprake is van gecertificeerde plastics op basis van biomassa in onderdelen van een product, kunnen enkel deze onderdelen gemeld worden onder bedrijfsmiddel F 1180. Dit bedrijfsmiddel betreft producten met kunststoffen op basis van biomassa. Voorbeelden hiervan zijn (onderdelen van) kantoormeubilair, pallets, kratten, boomverankering, regenwaterinfiltratie- of drainagesystemen, geotextiel en bouwmaterialen voor utiliteitsbouw zoals (riool)buizen en kozijnen. Latex is een voorbeeld van een gangbare natuurrubber.

Meer over de Green Deal Groencertificaten en een lijst van erkende certificeringsschema’s vindt u op greendeal-groencertificaten.nl.

Zie bedrijfsmiddel E 1581 voor distributiekabels met een mantel op basis van gercycled materiaal.

1.2 Producten slimmer maken en gebruiken (refuse, rethink, reduce)

F 1200

# Nieuwe en innovatieve grondstofbesparende productieapparatuur

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

A 1201

Grondstofbesparende productieapparatuur

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

B 1202

Grondstofbesparende industriële apparatuur

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 1203

Productieapparatuur voor duurzamere producten met terugnamegarantie

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

A 1204

Productieapparatuur voor duurzamere producten

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

B 1205

* Productieapparatuur voor productie met milieuvriendelijkere grondstoffen (aanpassen bestaande situatie)

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 1208

Apparatuur voor het aanbrengen van watermerken of gps trackers

  • a. bestemd voor: het produceren van verpakkingen of (onderdelen van) producten welke na de gebruiksfase gemakkelijker te traceren, te scheiden of te recyclen zijn, door:

    • 1. verpakkingen of (onderdelen van) producten tijdens de productiefase te voorzien van in de verpakking of (onderdelen van) het product geperste watermerken, welke informatie bieden over het materiaalgebruik, de samenstelling en al dan niet de herkomst van de verpakking of het product, of

    • 2. (onderdelen van) producten tijdens de productiefase te voorzien van een gps tracker, waarbij de producent het product in de afvalfase terugneemt en het product wordt gerecycled, gerefurbisht of hergebruikt,

  • b. bestaande uit:

    • 1. met betrekking tot onderdeel a., punt 1, een matrijs en al dan niet aanpassingen van bestaande productieapparatuur, of

    • 2. met betrekking tot onderdeel a., punt 2, apparatuur die technisch noodzakelijk is voor het aanbrengen en volgen van de gps trackers.

Toelichting: Zie bedrijfsmiddel F 1661 voor afvalscheidingsinstallaties voor kunststoffen op basis van watermerken of gps trackers.

F 1210

Variabele verpakkingsmachine

  • a. bestemd voor: het automatisch verpakken van artikelen met een verpakkingsmachine, waarbij:

    • deze machine de verpakkingen in de hoogte, breedte en lengte op maat produceert uit eindloos golfkarton of kraftpapier op basis van 3D-scans van de te verpakken artikelen, waardoor per verpakking de hoeveelheid verpakkings- en vulmateriaal tot een minimum wordt beperkt, en

    • de terugverdientijd van het bedrijfsmiddel vijf jaar of meer bedraagt, uitgaande van de investeringskosten en het saldo van de operationele baten en lasten, niet zijnde financieringslasten en afschrijving, ten opzichte van niet investeren in een verpakkingsmachine,

  • b. bestaande uit: een 3D-meetsysteem, een snij- en vouwinrichting, een vouwsysteem en al dan niet de volgende onderdelen: een tapesysteem, een labelprinter en een labelaanbrengsysteem.

F 1211

3D-printer voor duurzamer produceren

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 1212

# Reinigingsinstallatie op basis van laser of koolzuur- of ijskorrels

  • a. bestemd voor: het reinigen of opruwen van machineonderdelen, halffabricaten, producten of (gevel)oppervlakken, niet zijnde scheepshuiden, door middel van:

    • 1. koolzuur- of ijskorrels, of

    • 2. een laser in een afgesloten behuizing, waarbij de afgezogen lucht gefilterd wordt uitgeblazen naar de buitenlucht,

  • b. bestaande uit:

    • 1. met betrekking tot onderdeel a., punt 1, een straalunit, spuitmond, een (droog)ijsproductie-installatie en al dan niet de volgende onderdelen: een afzuiginstallatie, een buffer en waterzuiveringsapparatuur voor het ontstane afvalwater en met uitzondering van het transportsysteem voor de reinigingsinstallatie, of

    • 2. met betrekking tot onderdeel a., punt 2, een laserbron, een laserpistool, besturing, behuizing en een afzuig- en filterunit.

Toelichting: Laserreiniging kan bijvoorbeeld worden toegepast in de voedingsmiddelenindustrie en de grafische industrie voor rasterwalsen in drukpersen.

D 1215

Apparatuur voor rugpapiervrije etiketten

  • a. bestemd voor: het printen, snijden en aanbrengen van uitsluitend rugpapiervrije etiketten (linerless) op verpakkingen en onderdelen met een etiketteermachine voor industriële toepassingen,

  • b. bestaande uit: een industriële etiketteermachine voor uitsluitend rugpapiervrije etiketten (linerless).

B 1221

Chemicaliënvrije koelwaterbehandelingsinstallatie (aanpassen bestaande situatie)

  • a. bestemd voor: het bij bestaande koelinstallaties vervangen van behandeling van koelwater met chloor of andere chemische ontsmettingsmiddelen, door ontsmetting en al dan niet ontkalking van koelwater met:

    • 1. hydrodynamische cavitatie,

    • 2. ozonoxidatie,

    • 3. elektrolyse,

    • 4. uv-bestraling, of

    • 5. combinatie van de bovenstaande technieken,

    waarbij onder punt 1 tot en met 5 geldt dat:

    • het behandelde koelwater wordt gerecirculeerd in de betreffende koelinstallatie, en

    • als een antiscalant wordt toegepast, deze antiscalant een biopolymeer is,

  • b. bestaande uit: apparatuur voor hydrodynamische cavitatie, oxidatiereactor(en), apparatuur voor het genereren van ozon, een elektrolysereactor of een uv-bestralingseenheid.

F 1230

Apparatuur voor beheer van metaalbewerkingsvloeistoffen

  • a. bestemd voor: het volcontinu en automatisch meten en conditioneren van metaalbewerkingsvloeistoffen, waarbij op basis van de meetresultaten alleen die hulpstoffen worden aangevuld die nodig zijn om de samenstelling van de metaalbewerkingsvloeistof constant te houden,

  • b. bestaande uit: sensoren, doseerpompen, regelapparatuur.

B 1246

Milieuvriendelijke wasstraat voor textielreiniging

  • a. bestemd voor: het wassen van textiel met water en zeepoplossingen, waarbij het watergebruik ten hoogste 2 liter per kilogram wasgoed bedraagt,

  • b. bestaande uit: een milieuvriendelijke wasstraat.

Toelichting: Zie bedrijfsmiddel E 4572 voor gesloten textielreinigingsmachines van de 6e generatie met halogeenvrije oplosmiddelen.

F 1260

Productieapparatuur voor goed recyclebare kunststof verpakkingen (aanpassen bestaande situatie)

  • a. bestemd voor: het produceren van of verpakken met kunststof verpakkingen die volgens de beslisboom in de KIDV Recyclecheck voor vormvaste of voor flexibele kunststofverpakkingen worden geclassificeerd als ‘Goed recyclebaar’, waarbij:

    • die verpakkingen in de bestaande situatie worden geclassificeerd als ‘Niet recyclebaar’, ‘Beperkt recyclebaar’ of ‘Redelijk recyclebaar’, waardoor recycling van de verpakking toeneemt,

    • de aanpassingen aantoonbaar technisch noodzakelijk zijn voor de hogere classificatie, en

    • de terugverdientijd van het bedrijfsmiddel vijf jaar of meer bedraagt, uitgaande van de bijkomende investeringskosten en het saldo van de operationele baten en lasten, niet zijnde financieringslasten en afschrijving, ten opzichte van niet investeren in deze apparatuur,

  • b. bestaande uit: aanpassing van productieapparatuur of verpakkingslijnen die technisch noodzakelijk is voor het produceren van of verpakken met ‘goed recyclebare’ verpakkingen.

Toelichting: De KIDV Recyclecheck voor vormvaste of voor flexibele kunststofverpakkingen kunt u vinden op kidv.nl/kidv-recyclecheck-vormvaste-kunststof-verpakkingen en kidv.nl/kidv-recyclecheck-flexibele-kunststof-verpakkingen.

A 1261

Productieapparatuur voor redelijk recyclebare kunststof verpakkingen (aanpassen bestaande situatie)

  • a. bestemd voor: het produceren van of verpakken met kunststof verpakkingen die volgens de beslisboom in de KIDV Recyclecheck voor vormvaste of voor flexibele kunststofverpakkingen worden geclassificeerd als ‘Redelijk recyclebaar’, waarbij:

    • die verpakkingen in de bestaande situatie worden geclassificeerd als ‘Niet recyclebaar’ of ‘Beperkt recyclebaar’, waardoor recycling van de verpakking toeneemt, en

    • de aanpassingen aantoonbaar technisch noodzakelijk zijn voor de hogere classificatie,

  • b. bestaande uit: aanpassing van productieapparatuur of verpakkingslijnen die technisch noodzakelijk is voor het produceren van of verpakken met ‘redelijk recyclebare’ verpakkingen.

Toelichting: De KIDV Recyclecheck voor vormvaste of voor flexibele kunststofverpakkingen kunt u vinden op kidv.nl/kidv-recyclecheck-vormvaste-kunststof-verpakkingen en kidv.nl/kidv-recyclecheck-flexibele-kunststof-verpakkingen.

B 1281

Printsysteem voor ontinktbare watergedragen inkt

  • a. bestemd voor: het industrieel digitaal printen op papier of karton in de grafische industrie, waarbij:

    • uitsluitend op water gebaseerde inkt wordt gebruikt, die bij de recycling een INGEDE deinkability score ‘good’ heeft en een score van ten minste 71 punten, vastgesteld volgens de INGEDE testmethode 11, beoordeeld volgens de Assessment of printed product Recyclability Deinkability Score (EPRC 2017), of eerdere guideline vastgesteld in 2009,

    • de toegepaste primer, inkt en hulpstoffen geen (potentiële) zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) volgens de criteria en voorwaarden genoemd in artikel 1.3c van de Activiteitenregeling milieubeheer en artikel 2.3b van het Activiteitenbesluit milieubeheer bevatten, en

    • de investering ten minste € 250.000 bedraagt,

  • b. bestaande uit: een printsysteem.

Toelichting: EPRC staat voor European Paper Recycling Council. INGEDE staat voor de International Association of the Deinking Industry.

Zeer zorgwekkende stoffen zijn stoffen die gevaarlijk zijn voor mens en milieu. Deze stoffen zijn bijvoorbeeld kankerverwekkend, mutageen, giftig voor de voortplanting, persistent of bioaccumulerend. Potentiële zeer zorgwekkende stoffen zijn stoffen die mogelijk voldoen aan de ZZS-criteria, maar nog niet als ZZS zijn geïdentificeerd. Dit kan zijn omdat bepaalde gegevens ontbreken of omdat de evaluatie van de beschikbare gegevens nog moet plaatsvinden.

Het RIVM houdt lijsten bij van stoffen waarvan is vastgesteld dat dit zeer zorgwekkende stoffen en potentiële zeer zorgwekkende stoffen zijn. Deze lijsten zijn te vinden op de websites rvs.rivm.nl/stoffenlijsten/Zeer-Zorgwekkende-Stoffen en rvs.rivm.nl/stoffenlijsten/Zeer-Zorgwekkende-Stoffen/Potentiele-ZZS.

A 1282

Inkt- of oliebesparend printsysteem

  • a. bestemd voor: het industrieel digitaal printen in de grafische industrie op printmedia, niet zijnde papier of (golf)karton, waarbij:

    • de printer hoofdzakelijk gebruikt wordt voor printen op harde of plaatmaterialen, kunststoffen, folies, stickers, textiel of posters, niet zijnde volume drukwerk op papier of karton,

    • rechtstreeks op het printmedium geprint wordt, zodat geen transferfolie nodig is,

    • de inkt of toner die wordt gebruikt in het nieuwe printersysteem geen (potentiële) zeer zorgwekkende stoffen volgens de criteria en voorwaarden genoemd in artikel 1.3c van de Activiteitenregeling milieubeheer en artikel 2.3b van het Activiteitenbesluit milieubeheer bevat, en

    • gebruik wordt gemaakt van uv-drogende inkt die wordt gedroogd met led uv, olie opgeloste toner of latex inkt, waarbij:

      • 1. in het geval van uv-drogende of latex inkt, een besparing van inktverbruik wordt bereikt van ten minste 25% bij een niet noodzakelijke vervanging van een bestaand printsysteem of ten minste 15% ten opzichte van een vergelijkbaar en gangbaar printsysteem, of

      • 2. in het geval van in olie opgeloste toner, ten minste 75% van de olie wordt gerecirculeerd,

  • b. bestaande uit: een printsysteem.

Toelichting: Onder plaatmaterialen worden diverse stevige materialen verstaan, zoals aluminium, hout of honinggraatkarton.

E 1286

Verfmengmachine met retournering van pigmentspoeling

  • a. bestemd voor: het bij verkooppunten mengen van basisverf met kleurpasta’s, waarbij tijdens de reiniging van het pigmentdoseersysteem geen kleurpasta verloren gaat maar het residu terug wordt gevoerd naar het voorraadvat,

  • b. bestaande uit: verfmengmachine en een retoursysteem voor pigmentspoeling.

Het bedrijfsmiddel komt voor 25% van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

1.3 Levensduur verlengen (reuse, repair, refurbish, remanufacture, repurpose)

F 1300

Productieapparatuur voor refurbishen of hergebruik

  • a. bestemd voor: het verminderen van het gebruik van primaire grondstoffen, door:

    • 1. het vervaardigen van gerefurbishte producten die ten minste tot de oorspronkelijke nieuwstaat zijn teruggebracht en waarop een productgarantie van ten minste 1 jaar wordt verleend, of

    • 2. het vervaardigen van nieuwe producten met gebruikte onderdelen,

    waarbij onder punt 1 en 2 geldt dat:

    • de producten over de gehele levenscyclus een lagere milieubelasting hebben dan nieuwe producten met dezelfde functie gemaakt van primaire grondstoffen en nieuwe onderdelen, en

    • dit niet gangbaar is,

  • b. bestaande uit: apparatuur die technisch noodzakelijk is voor het refurbishen of hergebruiken van onderdelen in nieuwe producten, met uitzondering van gebouwen, vervoersmiddelen en interne transportmiddelen.

F 1301

Apparatuur of voorziening voor demontage ten behoeve van hergebruik of recycling

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 1305

# Apparatuur of voorziening voor het opnieuw gebruiken van verpakkingen

  • a. bestemd voor: het inzamelen, sorteren, inspecteren, reinigen of hervullen van gebruikte verpakkingen als compleet product om deze opnieuw te kunnen gebruiken, waarbij:

    • dit voor deze toepassing niet gangbaar is, en

    • de terugverdientijd van het bedrijfsmiddel drie jaar of meer bedraagt, uitgaande van de investeringskosten en het saldo van de operationele baten en lasten, niet zijnde financieringslasten en afschrijving, ten opzichte van niet investeren in apparatuur of een voorziening voor het opnieuw gebruiken van verpakkingen,

  • b. bestaande uit: apparatuur of voorzieningen die technisch noodzakelijk zijn om verpakkingen opnieuw te gebruiken en al dan niet de volgende onderdelen: verpakkingen, (openbare) inzamelbakken, geldretoursystemen, sorteersystemen, inspectielijnen, schoonmaakapparatuur, hervulapparatuur en met uitzondering van gebouwen, vervoersmiddelen en interne transportmiddelen.

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel betreft bijvoorbeeld het opnieuw gebruiken van voedselverpakking van afhaalhoreca, of verpakkingen in winkels of van bezorgservices.

F 1306

Afvulmachine voor herbruikbare verpakkingen

  • a. bestemd voor: het afvullen van herbruikbare verpakkingen van consumenten bij de horeca of detailhandel met een afvulmachine, die uitsluitend ingezet worden voor het hergebruik van verpakkingen en waarbij het hergebruik van verpakkingen en de afvulmachine niet gangbaar zijn,

  • b. bestaande uit: een afvulmachine.

F 1310

Herbruikbare uitvaartkist

  • a. bestemd voor: het tijdens rouwplechtigheden omhullen van een binnenkist, waarbij:

    • de binnenkist bestaat uit duurzame biomassa, en

    • de (onderdelen van de) omhullende uitvaartkist opnieuw gebruikt worden,

  • b. bestaande uit: een herbruikbare buitenkist of frame voor het omhullen van de binnenkist met zijpanelen, kopstukken, bovenplaat en al dan niet de volgende onderdelen: aan de uitvaartkist te koppelen kandelaars en plateau's voor bloemstukken.

Toelichting: Van duurzame biomassa is in ieder geval sprake als de biomassa binnen de voorwaarden van NTA 8080 (Better Biomass certificaat) is geproduceerd. Onder duurzame biomassa worden ook biomassarest- en afvalstromen verstaan.

F 1315

Apparatuur voor hergebruik van absorptiekorrels

  • a. bestemd voor: het scheiden van verzadigde en onverzadigde absorptiekorrels voor oliën en chemicaliën, waardoor ten minste 80% van de onverzadigde absorptiekorrels wordt teruggewonnen en hergebruikt,

  • b. bestaande uit: apparatuur voor het terugwinnen van onverzadigde absorptiekorrels.

Toelichting: Voor bedrijfsmiddelen geldt een minimum meldingsbedrag van € 2.500. Bij bijvoorbeeld een prijs van € 500 per bedrijfsmiddel worden ten minste 5 bedrijfsmiddelen tegelijk aangeschaft en gemeld.

A 1340

Waterbesparende voorziening of installatie

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

A 1341

Ultrasoon reinigingssysteem

  • a. bestemd voor: het reinigen van grote onderdelen van petrochemische installaties op basis van ultrasone activiteit in baden met een lengte van ten minste 5 meter, waarbij:

    • VOS-vrije reinigingsvloeistof wordt toegepast,

    • de reinigingsvloeistof wordt gereinigd en gecirculeerd, en

    • de afgescheiden olie nuttig wordt toegepast,

  • b. bestaande uit: ultrasoonstaven, reinigingsbaden, een olie-afscheidingssysteem en al dan niet een liftsysteem.

G 1345

Voorziening voor het benutten van afval- of proceswater van naburige ondernemingen

  • a. bestemd voor: het benutten van afval- of proceswater van een nabijgelegen onderneming voor het eigen proces, waarbij:

    • per saldo water, grondstoffen of water en grondstoffen wordt bespaard,

    • voor het transport van het water geen wegverkeer nodig is,

    • het zuiveren van het ontvangen water niet het hoofddoel is,

    • het benutten van energie (warmte) niet het hoofddoel is, en

    • de terugverdientijd van het bedrijfsmiddel vijf jaar of meer bedraagt, uitgaande van de bijkomende investeringskosten en het saldo van de operationele baten en lasten, niet zijnde financieringslasten en afschrijving, ten opzichte van niet investeren in het doorleveren of benutten van afval- of proceswater,

  • b. bestaande uit: leidingwerk, buffer(s), pomp(en) en al dan niet apparatuur om het water geschikt te maken voor benutting door het ontvangende bedrijf.

Apparatuur voor het zuiveren van het ontvangen water komt uitsluitend in aanmerking als deze aanvullend is op kosten die het leverende bedrijf had moeten maken voor het voldoen aan lozingsnormen.

1.4 Recycling (recycle)

F 1400

# Nieuwe en innovatieve recyclingapparatuur

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

A 1401

Recyclingapparatuur

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

B 1405

Terugwinningsinstallatie voor grondstoffen uit afvalwater of waterzuiveringsslib (aanpassen bestaande situatie)

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 1406

Terugwinningsinstallatie voor fosfaten of witte fosfor

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 1407

Terugwinningsapparatuur voor grondstoffen uit afgassen

  • a. bestemd voor: het het met ten minste 90% rendement terugwinnen van één van de volgende procesgassen uit de afgassen van een productieproces in de glas-, staal-, halfgeleider- of chemische industrie:

    • 1. waterstof,

    • 2. stikstof,

    • 3. methaan,

    • 4. waterstofsulfide, of

    • 5. de vaste stof tinoxide,

    waarbij onder punt 1 tot en met 5 geldt dat:

    • deze grondstoffen of procesgassen opnieuw in dit proces worden gebruikt of een andere nuttige toepassing krijgen, en

    • waarbij dit terugwinnen geen gangbare praktijk in de betreffende industrie is,

  • b. bestaande uit: apparatuur voor het terugwinnen van grondstoffen of procesgassen uit afgassen, met uitzondering van onderdelen voor de toepassing van de teruggewonnen grondstoffen of procesgassen.

F 1409

# Apparatuur voor de chemische verwerking van afvalstoffen

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 1411

Opwerkingsinstallatie voor AEC-bodemas

  • a. bestemd voor: het opwerken van AEC-bodemas tot niet-vormgegeven bouwstof als bedoeld in artikel 3.1 van de Regeling bodemkwaliteit, niet zijnde een IBC-bouwstof, waarbij:

    • de uitloging van de niet-vormgegeven bouwstof de maximale emissiewaarden genoemd in bijlage A behorende bij paragraaf 3.3 van de Regeling bodemkwaliteit niet overschrijdt,

    • de input van de opwerkingsinstallatie AEC-bodemas betreft dat is ontdaan van (ferro)metalen en te storten of verbranden residu, en

    • ten minste 85% van de input van de opwerkingsinstallatie wordt opgewerkt tot niet-vormgegeven bouwstof, gemeten als massa droge stof zoals deze als ruwe bodemas (exclusief metalen) uit de betreffende AEC komt,

  • b. bestaande uit: een opwerkingsinstallatie voor van (ferro)metalen en residu ontdaan AEC-bodemas en al dan niet een wasstraat.

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel betreft verdere opwerking van AEC-bodemas waaruit (ferro)metalen en te storten of verbranden residu al zijn afgescheiden. De AEC-bodemas moet worden opgewerkt tot een niet-vormgegeven bouwstof als bedoeld in het Besluit bodemkwaliteit, waaronder vrij toepasbare bouwstoffen worden verstaan welke zonder aanvullende maatregelen toepasbaar zijn voor bijvoorbeeld beton- of asfaltproducten. Investeringen in het afscheiden van (ferro)metalen en residu of immobilisatie komen niet in aanmerking onder dit bedrijfsmiddel.

F 1418

Recyclingapparatuur voor textiel

  • a. bestemd voor: het verwerken van textielafval door:

    • 1. chemische verwerking tot een grondstof of garen, waarbij toegevoegde chemicaliën voor ten minste 80% worden gerecycled in het proces, of

    • 2. mechanische recycling tot (een grondstof voor) garen,

  • b. bestaande uit: apparatuur voor het verwerken van textielafval.

Toelichting: Onder textielafval wordt afval verstaan dat bestaat uit textielvezels, waaronder kleding, touw en autogordels.

F 1419

Recyclingapparatuur voor spuitbussen

  • a. bestemd voor: het verwerken van spuitbussen tot metalen, vloeistoffen en gassen, waarbij:

    • ten minste 80% van de metalen worden gerecycled, en

    • de vrijkomende vloeistoffen en gassen nuttig worden toegepast,

  • b. bestaande uit: recyclingapparatuur voor spuitbussen.

B 1445

Eutectische vrieskristallisatie-installatie voor proces- of afvalwater

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 1461

Depolymerisatie-installatie voor polyesterafval

  • a. bestemd voor: het afbreken van condensatiepolymeren in polyester- of polyethyleentereftalaat (pet-)afvalstromen door glycolyse en katalyse in een continu proces, waarbij:

    • de grondstof bestaat uit rejects die vervuild zijn met kleur of niet meer mechanisch gerecycled kunnen worden tot een kwaliteit die voldoende is voor de productie van nieuwe petflessen (de zogenaamde jazz mix),

    • de procestemperatuur ten hoogste 200°C bedraagt,

    • de geproduceerde monomeren virgin kwaliteit hebben, en

    • ten minste 99% van de vrijkomende reactieproducten worden toegepast als grondstof voor nieuwe polyesters,

  • b. bestaande uit: een reactor, een centrifuge, een kristallisatie-eenheid, een filter, een destillatiekolom en al dan niet de volgende onderdelen: een afvalvoorbewerkingsinstallatie, een toe- en afvoersysteem en opslagvoorzieningen.

F 1490

Recyclinginstallatie voor luiers

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

1.5 Toepassen van recyclaat (recycle)

A 1500

Verwerkingsapparatuur voor gerecyclede grondstoffen

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 1561

Verwerkingsapparatuur voor plastic zwerfafval

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

A 1562

Droger voor kunststofrecyclaat

  • a. bestemd voor: het drogen van post-consumer kunststofrecyclaat voorafgaand aan het verwerken van dit recyclaat tot (onderdelen van) een product, waarbij:

    • het proces tussen het drogen en verwerken van het recyclaat gesloten is,

    • de geurstoffen in het recyclaat worden gereduceerd, en

    • het aandeel recyclaat in het product toeneemt tot 100%,

  • b. bestaande uit: apparatuur voor het drogen van post-consumer kunststofrecyclaat.

F 1565

Verwerkingsinstallatie voor rubbergranulaat

  • a. bestemd voor: het verwerken van rubbergranulaat dat afkomstig is van gebruikte autobanden of infill van kunstgrasvelden, waarbij:

    • het granulaat wordt verwerkt tot producten die kunnen worden ingezet als vormgegeven bouwstof zoals bedoeld in paragraaf 3.1 van de Regeling bodemkwaliteit, en

    • de uitloging van de vormgegeven bouwstof de maximale emissiewaarden genoemd in bijlage A behorende bij paragraaf 3.3 van de Regeling bodemkwaliteit niet overschrijdt,

  • b. bestaande uit: installatie voor de verwerking van rubbergranulaat.

Toelichting: Voorbeeld van deze producten zijn waterretentie panelen.

F 1570

Asfaltcentrale voor toepassen van ten minste 80% recyclaat

  • a. bestemd voor: het produceren van asfalt met een asfaltcentrale, waarbij:

    • hoofdzakelijk asfaltmengsels op basis van ten minste 80% gerecycled asfalt worden geproduceerd,

    • het te recyclen asfalt overdekt wordt opgeslagen, en

    • het te recyclen asfalt op productietemperatuur wordt gebracht door middel van indirecte verwarming,

  • b. bestaande uit: een asfaltcentrale.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 4.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

E 1581

* Distributiekabels met een mantel op basis van gerecycled materiaal

  • a. bestemd voor: het geleiden van middenspanning met distributiekabels waarvan de mantel bestaat uit tenminste 45% gerecycled polyethyleen (PE), volgens de Green Deal ‘Betrouwbaar bewijs voor toepassen kunststofrecyclaat’, waarbij:

    • de hoeveelheid en herkomst van het plastic afval door een onafhankelijke, geaccrediteerde instantie geverifieerd zijn,

    • de ketenpartijen, van recycler van plastic afval tot de producent die van plastic recyclaat eindproducten maakt, gebruik maken van een chain of custody-model dat voldoet aan de criteria van NEN-ISO 22095 en de toepassing hiervan door een onafhankelijke, geaccrediteerde instantie geverifieerd is,

    • in het geval van chemisch gerecycled plastic waarbij gebruik wordt gemaakt van het massabalans-model, als allocatiemethode gewerkt wordt met het model dat brandstof gebruik uitsluit, en

    • de business-to-business claims voldoen aan de eisen van NEN-ISO 22095 en in lijn zijn met de richtlijnen voor claims van deze Green Deal,

  • b. bestaande uit: distributiekabels met een mantel op basis van gerecycled polyethyleen (PE).

Het bedrijfsmiddel komt voor 20% van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Een investering in een distributiekabel met een mantel op basis van gerecycled materiaal als onderdeel van een gebouwproject dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel E 1581 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek. Dit geldt niet voor gecertificeerde plastics op basis van gerecycled materiaal die worden toegepast in het interieur.

Toelichting: Als in het geval van chemisch gerecycled plastic gebruik wordt gemaakt van het massabalans model, dan moet als allocatiemethode worden gewerkt met het model dat brandstof gebruik uitsluit. Dit betekent dat het deel van de ingaande recyclaatstroom dat in het proces wordt verbruikt als energie en het deel dat als grondstof in energetische (bij-)producten terecht komt, niet mag meetellen als gehalte recyclaat in het eindproduct.

Meer informatie over de Green Deal Betrouwbaar bewijs voor toepassen kunststofrecyclaat vindt u op: greendeals.nl/green-deals/green-deal-betrouwbaar-bewijs-voor-toepassen-van-kunststof-recyclaat.

Om aan de onder a gestelde eisen te voldoen, kan gebruik gemaakt worden van een certificeringssysteem voor recyclede plastics. Organisaties die certificeringssystemen voor recycled content hebben ontwikkeld zijn (niet uitputtend) ISCC, RSB, UL, RedCert, PolyCert Europe, RecyClass). Kiest u voor certificering, ga dan bij de desbetreffende certificerende organisatie na of dit certificeringsschema voldoet aan de eisen van dit bedrijfsmiddel.

1.6 Betere afvalscheiding (recycle)

A 1600

# Scheidingsapparatuur voor afval

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

D 1601

Inzamelapparatuur of -voorziening voor meer of zuiverdere monostromen

  • a. bestemd voor: het aan de bron gescheiden inzamelen van afvalstromen, waarbij:

    • de inzameling leidt tot meer of zuiverdere afvalstromen dan gangbaar is voor de betreffende afvalstroom, en

    • de recycling van het afval aantoonbaar verbetert ten opzichte van wat gangbaar is voor de betreffende afvalstroom,

  • b. bestaande uit: inzamelvoorzieningen of apparatuur die leidt tot betere recycling, met uitzondering van investeringen in statiegeldsystemen, gebouwen en vervoersmiddelen.

F 1611

Nabij infrarood (NIR) afvalscheidingsinstallatie voor zwarte afvalstoffen of biologisch afbreekbare plastics

  • a. bestemd voor: het scheiden van zwart afval of biologisch afbreekbare plastics, zoals PLA en PEF, uit een afvalstroom, door middel van detectie met nabij infrarood spectroscopie (near infrared) al dan niet in combinatie met andere detectiemethoden, waarbij:

    • als er sprake is van teruggewonnen zwarte materialen, deze worden gerecycled, en

    • als er sprake is van biologisch afbreekbare plastics, deze worden gerecycled of verwijderd,

  • b. bestaande uit: een detectiesysteem, een sorteersysteem en transportbanden naar en onder de NIR-afvalscheidingsinstallatie.

A 1613

Glasversnipperaar voor horecabedrijven

  • a. bestemd voor: het op locatie granuleren van glasafval (non-return glas) van een horecabedrijf als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Drank- en Horecawet, waardoor het glasafval compact wordt afgevoerd door of aangeboden aan een afvalverwerkend bedrijf en het versnipperde glas vervolgens wordt gerecycled tot nieuw glas,

  • b. bestaande uit: een glasversnipperaar.

F 1615

Scheidingsinstallatie voor non-ferrometalen en roestvast staal (rvs) op basis van inductie

  • a. bestemd voor: het scheiden van non-ferrometalen en rvs door achtereenvolgens detectie op basis van inductie, niet zijnde Eddy Current, en sortering, waarbij de teruggewonnen metalen worden gerecycled,

  • b. bestaande uit: een scanner, een detectiesysteem, een sorteersysteem, transportbanden naar en onder de inductiescheider en met uitzondering van Eddy Current-scheiders.

F 1621

Apparatuur voor detectie van (potentiële) ZZS

  • a. bestemd voor: het detecteren van (potentiële) zeer zorgwekkende stoffen (ZZS), volgens de criteria en voorwaarden genoemd in artikel 1.3c van de Activiteitenregeling milieubeheer en artikel 2.3b van het Activiteitenbesluit milieubeheer, om te voorkomen dat deze in recyclaat terecht komen,

  • b. bestaande uit: detectieapparatuur, met uitzondering van laboratoriumapparatuur.

Toelichting: Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) zijn stoffen die gevaarlijk zijn voor mens en milieu. Deze stoffen zijn bijvoorbeeld kankerverwekkend, mutageen, giftig voor de voortplanting, persistent of bioaccumulerend. Potentiële zeer zorgwekkende stoffen zijn stoffen die mogelijk voldoen aan de ZZS-criteria, maar nog niet als ZZS zijn geïdentificeerd. Dit kan zijn omdat bepaalde gegevens ontbreken of omdat de evaluatie van de beschikbare gegevens nog moet plaatsvinden.

Het RIVM houdt lijsten bij van stoffen waarvan is vastgesteld dat dit zeer zorgwekkende stoffen en potentiële zeer zorgwekkende stoffen zijn. Deze lijsten zijn te vinden op rvs.rivm.nl/stoffenlijsten/Zeer-Zorgwekkende-Stoffen en rvs.rivm.nl/stoffenlijsten/Zeer-Zorgwekkende-Stoffen/Potentiele-ZZS.

F 1661

Afvalscheidingsinstallatie op basis van watermerken of gps trackers

  • a. bestemd voor: het automatisch scheiden van (onderdelen van) producten of kunststof verpakkingen op basis van:

    • 1. in het kunststof geperste watermerken die informatie bieden over het materiaalgebruik, de samenstelling en al dan niet de herkomst van de verpakking of het product, waarbij de verpakkingen of (onderdelen van) producten hoogwaardiger worden gerecycled dan gangbaar voor de betreffende verpakkingen of in geval van niet-recyclebaar afval worden afgescheiden van het recyclebare afval, of

    • 2. gps trackers, waarbij de verpakkingen of (onderdelen van) producten aan het einde van de gebruiksduur gegarandeerd kosteloos worden teruggenomen door de fabrikant om te worden gerecycled, gerefurbisht of hergebruikt, wat blijkt uit de garantievoorwaarden,

  • b. bestaande uit: een camerasysteem of scanner, een detectiesysteem, een sorteersysteem en transportbanden naar en onder de scheidingsinstallatie.

Toelichting: Belangrijkste criterium voor hoogwaardiger recycling is een hogere kwaliteit van het recyclaat, bijvoorbeeld door het dichter benaderen van virgin-kwaliteit. Een hogere marktprijs kan een indicatie zijn voor hogere kwaliteit. Andere criteria zijn een groter aantal cycli waarin de grondstof in de keten kan blijven en minder milieuschade bij het recyclen (inclusief energieverbruik), dit ten opzichte van wat gangbaar is.

Zie bedrijfsmiddel F 1208 voor apparatuur voor het aanbrengen van watermerken of gps trackers.

1.7 Voorkomen van emissies uit afvalstoffen

F 1700

Productieapparatuur voor het vervangen van (potentiële) ZZS, nanodeeltjes of microplastics (aanpassen bestaande situatie)

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 1704

Installatie voor het afbreken van microverontreinigingen in water

  • a. bestemd voor: het aantoonbaar verminderen van de emissie van de volgende stoffen naar een rioolwaterzuivering of het oppervlaktewater door deze volledig af te breken tot onschadelijke componenten:

    • 1. nanodeeltjes kleiner dan 50 nanometer, niet zijnde nutriënten,

    • 2. microplastics kleiner dan 50 micrometer,

    • 3. medicijnresten,

    • 4. (potentiële) zeer zorgwekkende stoffen, volgens de criteria en voorwaarden genoemd in artikel 1.3c van de Activiteitenregeling milieubeheer en artikel 2.3b van het Activiteitenbesluit milieubeheer, niet zijnde (resten van) gewasbeschermingsmiddelen, of

    • 5. opkomende stoffen die een belemmering vormen voor een duurzame drinkwaterproductie,

    waarbij onder punt 1 tot en met 5 geldt dat:

    • de installatie specifiek gericht moet zijn op het volledig afbreken van één of meer van bovengenoemde stoffen en daarmee aanvullend is op een waterzuiveringsinstallatie voor het verlagen van de zuiveringslast van het afvalwater, en

    • met de investering ten minste wordt voldaan aan de saneringsinspanning ten aanzien van het verwijderen van deze stoffen zoals vastgesteld door het bevoegd gezag,

  • b. bestaande uit: apparatuur voor het afbreken van microverontreinigingen zoals een (chemische of elektrochemische) oxidatiereactor, een uv-bestralingseenheid, een sonolysereactor, een plasmatronreactor, een geavanceerd biofilter en al dan niet apparatuur voor het meten of detecteren van microverontreinigingen en met uitzondering van voorzuiveringsapparatuur.

Toelichting: Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) zijn stoffen die gevaarlijk zijn voor mens en milieu. Deze stoffen zijn bijvoorbeeld kankerverwekkend, mutageen, giftig voor de voortplanting, persistent of bioaccumulerend. Potentiële zeer zorgwekkende stoffen zijn stoffen die mogelijk voldoen aan de ZZS-criteria, maar nog niet als ZZS zijn geïdentificeerd. Dit kan zijn omdat bepaalde gegevens ontbreken of omdat de evaluatie van de beschikbare gegevens nog moet plaatsvinden.

Het RIVM houdt lijsten bij van stoffen waarvan is vastgesteld dat dit zeer zorgwekkende stoffen en potentiële zeer zorgwekkende stoffen zijn. Deze lijsten zijn te vinden op de websites rvs.rivm.nl/stoffenlijsten/Zeer-Zorgwekkende-Stoffen en rvs.rivm.nl/stoffenlijsten/Zeer-Zorgwekkende-Stoffen/Potentiele-ZZS.

A 1705

Verwijderingsinstallatie voor microverontreinigingen in water

  • a. bestemd voor: het aantoonbaar verminderen van de emissie van de volgende stoffen naar een rioolwaterzuivering of het oppervlaktewater door deze te verwijderen uit afvalwater:

    • 1. nanodeeltjes kleiner dan 50 nanometer, niet zijnde nutriënten,

    • 2. microplastics kleiner dan 50 micrometer,

    • 3. medicijnresten,

    • 4. (potentiële) zeer zorgwekkende stoffen, volgens de criteria en voorwaarden genoemd in artikel 1.3c van de Activiteitenregeling milieubeheer en artikel 2.3b van het Activiteitenbesluit milieubeheer, niet zijnde (resten van) gewasbeschermingsmiddelen, of

    • 5. opkomende stoffen die een belemmering vormen voor een duurzame drinkwaterproductie,

    waarbij onder punt 1 tot en met 5 geldt dat:

    • de verwijderingsinstallatie specifiek gericht moet zijn op het verwijderen één of meer van de bovengenoemde stoffen en daarmee aanvullend is op een waterzuiveringsinstallatie voor het verlagen van de zuiveringslast van het afvalwater, en

    • met de investering ten minste wordt voldaan aan de saneringsinspanning ten aanzien van het verwijderen van deze stoffen zoals vastgesteld door het bevoegd gezag,

  • b. bestaande uit: apparatuur voor het verwijderen van microverontreinigingen zoals ionenwisseling, foam fractionation, electro-coagulatie, poederkooldosering of een membraaninstallatie en al dan niet apparatuur voor het meten of detecteren van microverontreinigingen en met uitzondering van voorzuiveringsapparatuur.

Toelichting: Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) zijn stoffen die gevaarlijk zijn voor mens en milieu. Deze stoffen zijn bijvoorbeeld kankerverwekkend, mutageen, giftig voor de voortplanting, persistent of bioaccumulerend. Potentiële zeer zorgwekkende stoffen zijn stoffen die mogelijk voldoen aan de ZZS-criteria, maar nog niet als ZZS zijn geïdentificeerd. Dit kan zijn omdat bepaalde gegevens ontbreken of omdat de evaluatie van de beschikbare gegevens nog moet plaatsvinden.

Het RIVM houdt lijsten bij van stoffen waarvan is vastgesteld dat dit zeer zorgwekkende stoffen en potentiële zeer zorgwekkende stoffen zijn. Deze lijsten zijn te vinden op de websites rvs.rivm.nl/stoffenlijsten/Zeer-Zorgwekkende-Stoffen en rvs.rivm.nl/stoffenlijsten/Zeer-Zorgwekkende-Stoffen/Potentiele-ZZS.

F 1706

Centrifugaal filter voor slijpsel kunststoflenzen

  • a. bestemd voor: het door middel van centrifuge verwijderen van microplastics uit het koelwater dat nodig is voor het slijpen van kunststoflenzen, waarbij:

    • ten minste 85% van de in het afvalwater aanwezige microplastics worden verwijderd, en

    • het gezuiverde afvalwater opnieuw wordt gebruikt binnen de onderneming,

  • b. bestaande uit: een pompinstallatie, een filter en een centrifuge.

A 1725

Stofemissievrije denatureringsinstallatie voor asbesthoudend afval of asbesthoudende grond

  • a. bestemd voor: het stofemissievrij denatureren van asbesthoudend afval of asbesthoudende grond door de asbestresten bij een temperatuur van minder dan 250°C met behulp van natronloog of zuur af te breken, waarbij:

    • de asbestvezels volledig worden vernietigd, en

    • de silicaathoudende filterkoek wordt gebruikt als bouwstof of als toeslagstof in de bouw en de uitloging van de bouwstof of toeslagstof de maximale emissiewaarden genoemd in bijlage A behorende bij paragraaf 3.3 van de Regeling bodemkwaliteit niet overschrijdt,

  • b. bestaande uit: een stofemissievrije afvalverkleiningsinstallatie, een verwarmings- en koelsysteem, een natronloog- of zuurdoseerinstallatie, een filterinstallatie, een behandelingsinstallatie voor filterkoek en al dan niet een scheidingsinstallatie.

A 1726

Thermische denatureringsinstallatie voor asbestcementproducten

  • a. bestemd voor: het thermisch denatureren van asbestcementproducten waarbij de asbestvezels via verhitting volledig worden vernietigd en het daarbij gevormde eindproduct wordt gebruikt als bouwstof of als toeslagstof in de bouw en de uitloging van de bouwstof of toeslagstof de maximale emissiewaarden genoemd in bijlage A behorende bij paragraaf 3.3 van de Regeling bodemkwaliteit niet overschrijdt,

  • b. bestaande uit: een tunneloven of een verrijdbare stolpoven, een brandersysteem, naverbranders en al dan niet de volgende onderdelen: keramische filters, een onderdrukruimte voor controle en reparatie van verpakkingen, een transportinstallatie en een breekinstallatie voor nabehandeling van het product.

F 1760

Apparatuur of voorzieningen voor het voorkomen van plastics in het milieu

  • a. bestemd voor: het voorkomen van de verspreiding van plasticgranulaat, -flakes, -poeders of -zwerfafval bij laden en lossen, industriële productieprocessen of bouwactiviteiten, door:

    • 1. een gesloten laad- en losvoorziening tussen opslag en transportmiddel,

    • 2. apparatuur voor het schoonzuigen of afblazen van transportmiddelen na laden of lossen op een daarvoor geschikte locatie,

    • 3. apparatuur of voorzieningen voor het afvangen, verzamelen of terugnemen van resterend granulaat na laden, lossen, monstername, bij verwaaiing of tijdens niet-reguliere bedrijfsvoering,

    • 4. filters in waterafvoer- of rioleringsputten,

    • 5. beschermhoezen voor heftruckvorken ter voorkoming van schade aan verpakkingen gevuld met granulaat,

    • 6. schuttingen langs de bouwplaats die uitsluitend bestemd zijn voor het voorkomen van verwaaiing van bouwafval, of

    • 7. dichte afvalcontainers voor lichte materialen op bouwplaatsen,

  • b. bestaande uit: apparatuur of voorzieningen voor het voorkomen van verspreiding van plastics in het milieu, met uitzondering van veegmachines.

Toelichting: Met niet-reguliere bedrijfsvoering wordt bedoeld: storingen, onderhoud aan de (reinigings-)technieken en opstarten en stoppen van installaties of processen.

Voor bedrijfsmiddelen geldt een minimum meldingsbedrag van € 2.500. Bij bijvoorbeeld een prijs van € 500 per voorziening worden ten minste 5 voorzieningen tegelijk aangeschaft en gemeld.

E 1790

Slimme afvalbak met persmechanisme

  • a. bestemd voor: het inzamelen van afval in de gratis toegankelijke buitenruimte met een afvalbak die is voorzien van een persmechanisme, waarbij de afvalbak:

    • voor de energievoorziening van het persmechanisme is voorzien van geïntegreerde zonnepanelen en een accu,

    • niet is aangesloten op het elektriciteitsnet, en

    • is voorzien van gps en sensoren voor het monitoren van de vulgraad van de afvalbak, waardoor deze alleen wordt geledigd wanneer deze vol raakt,

  • b. bestaande uit: een slimme afvalbak met persmechanisme.

2. Voedselvoorziening en landbouwproductie

Een ondernemer die actief is in de primaire landbouwproductie, verwerking van landbouwproducten en afzet van landbouwproducten, bosbouw of de productie, verwerking en afzet van visserij- en aquacultuurproducten komt alleen voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen in aanmerking indien het een kmo is.

Kassen, stallen, landbouwwerktuigen, aquacultuur, visserij, verwerkingsapparatuur

2.1 Glastuinbouw

B 2111

Kas voor biologische teelt

  • a. bestemd voor: het op biologische wijze bedrijfsmatig telen van gewassen in een kas, waarbij het bedrijfsmatig telen van gewassen op biologische wijze blijkt uit een door Stichting Skal afgegeven biocertificaat,

  • b. bestaande uit: een kas (kasdek en gevels), teelttechnische of klimaattechnische voorzieningen en met uitzondering van de volgende onderdelen: assimilatiebelichting, cyclische belichting, bedrijfsruimte(n), scherminstallaties, voorzieningen voor het opslaan van CO2, warmte of elektriciteit of combinaties hiervan en voorzieningen voor het produceren van CO2, warmte of elektriciteit of combinaties hiervan.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 4.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Investeringen in een kas voor biologische teelt kunnen uitsluitend in zijn geheel voor bedrijfsmiddel B 2111 worden gemeld.

Toelichting: Informatie over het biocertificaat is beschikbaar op skal.nl.

Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 500.000 staatssteun verleend mag worden. Zie punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage en op de website rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.

F 2112

# Groen Label Kas voor biologische teelt

  • a. bestemd voor: het op biologische wijze bedrijfsmatig telen van gewassen in een kas, waarbij is vastgesteld dat deze voldoet aan de eisen bedoeld onder a. van bedrijfsmiddel A 2113 en het bedrijfsmatig telen van gewassen op biologische wijze blijkt uit een door Stichting Skal afgegeven biocertificaat,

  • b. bestaande uit: een kas (kasdek en gevels) en teelttechnische en klimaattechnische voorzieningen.

De investering in de Groen Label Kas voor biologische teelt komt ten hoogste voor het volgende bedrag per vierkante meter gecertificeerd teeltoppervlak in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen met een maximum van € 3.500.000:

Gewasgroep

Nieuwe kas €/m2

Bestaande kas €/ m2

Groenten

120

60

Sierteelt

190

95

Uitgangsmateriaal

230

115

Investeringen in een Groen Label Kas kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen F 2112 en A 2113 worden gemeld.

Toelichting: Informatie over het biocertificaat is beschikbaar op skal.nl.

Als een definitief certificaat niet afgegeven kan worden binnen de daartoe gestelde termijn vanwege uitzonderlijke omstandigheden die buiten de macht van de ondernemer liggen, kan uitstel aangevraagd worden bij RVO, zoals opgenomen onder punt 9 van paragraaf 1 van deze bijlage.

Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 500.000 staatssteun verleend mag worden. Zie punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage en op de website rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.

A 2113

# Groen Label Kas

  • a. bestemd voor: het bedrijfsmatig telen van gewassen in een Groen Label Kas waarbij wordt voldaan aan de volgende eisen:

    • de kas voldoet aan de eisen van het Certificatieschema Groen Label Kas 15 (GLK15), wat blijkt uit een kas-ontwerpcertificaat Groen Label Kas 15 (GLK15) dat voor de meldingsdatum is afgegeven door een door de Raad van Accreditatie hiervoor geaccrediteerde organisatie, en

    waarbij:

    • 1. binnen drie jaar na afgifte van het kas-ontwerpcertificaat GLK15 een kas-certificaat GLK15 wordt overgelegd, of

    • 2. na het verstrijken van deze termijn van drie jaar een kas-certificaat wordt overgelegd volgens de op dat moment geldende maatlat Groen Label Kas en de bijbehorende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten,

  • b. bestaande uit: een kas (kasdek en gevels) en teelttechnische en klimaattechnische voorzieningen.

De investering in de Groen Label Kas komt ten hoogste voor het volgende bedrag per vierkante meter gecertificeerd teeltoppervlak in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen met een maximum van € 4.000.000:

Gewasgroep

Nieuwe kas €/m2

Bestaande kas €/ m2

Groenten

120

60

Sierteelt

190

95

Uitgangsmateriaal

230

115

Investeringen in een Groen Label Kas kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen F 2112 en A 2113 worden gemeld.

Toelichting: Het Certificatieschema Groen Label Kas 15 (GLK15) is beschikbaar op groenlabelkas.nl.

Als een definitief certificaat niet afgegeven kan worden binnen de daartoe gestelde termijn vanwege uitzonderlijke omstandigheden die buiten de macht van de ondernemer liggen, kan uitstel aangevraagd worden bij RVO, zoals opgenomen onder punt 9 van paragraaf 1 van deze bijlage.

Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 500.000 staatssteun verleend mag worden. Zie punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage en op de website rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.

F 2130

# Mechanische of (micro)biologische bestrijdingsapparatuur voor plagen of ziekten in een tuinbouwkas

  • a. bestemd voor: het bestrijden van plagen of ziekten in een tuinbouwkas, door:

    • 1. het inzetten van natuurlijke vijanden voor (micro)biologische bestrijding,

    • 2. het op mechanische wijze actief laten opvliegen en vangen van plaagdieren, of

    • 3. het op mechanische wijze bestrijden van plaaginsecten met behulp van micro-drones,

  • b. bestaande uit: apparatuur of voorzieningen die technisch noodzakelijk zijn voor de (micro)biologische of mechanische bestrijding, met uitzondering van het trekkende voertuig.

Een investering in mechanische of biologische bestrijdingsapparatuur voor plagen of ziekten als onderdeel van een kas die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen B 2111, F 2112 en A 2113 komt onder bedrijfsmiddel F 2130 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

D 2131

# Luisdicht insectengaas met aan- of afvoer van vocht (aanpassen bestaande situatie)

  • a. bestemd voor: het ter beperking van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen aanbrengen van vuilafstotend insectengaas bij bestaande kassen, waarbij de nadelige effecten daarvan op het klimaat in de kas worden gecompenseerd door actieve vochtregulatie, al dan niet in combinatie met warmteterugwinning en al dan niet in combinatie met insectengaas direct over de gewassen,

  • b. bestaande uit: luisdicht gaas, apparatuur voor vochtregulatie en al dan niet de volgende onderdelen: warmteterugwinning, ondersteuningsmateriaal en een toegangssluis met dubbele deur en met uitzondering van scherminstallaties en verwarmingsinstallaties.

Een investering in luisdicht insectengaas met vochtafvoer als onderdeel van een kas die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen B 2111, F 2112 en A 2113 komt onder bedrijfsmiddel D 2131 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

A 2135

Installatie voor het verhogen van de plantweerbaarheid in de glastuinbouw

  • a. bestemd voor: het in een kas op biologische wijze verhogen van de weerbaarheid van planten tegen ziekten, waarbij geen chemische stoffen of metalen worden toegepast en waardoor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen wordt verminderd,

  • b. bestaande uit: een installatie voor het verhogen van de plantweerbaarheid, met uitzondering van wateropslagvoorzieningen en watergiftesysteem.

Een investering in een installatie voor het verhogen van de plantweerbaarheid als onderdeel van een kas die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen B 2111, F 2112 en A 2113 komt onder bedrijfsmiddel A 2135 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

F 2140

Ondergrondse waterberging

  • a. bestemd voor: het individueel of collectief opslaan van water in ondergrondse bodemlagen, niet zijnde een warmte-koude opslag (WKO) of systeem voor geothermie, voor het gebruik als beregenings- of gietwater in de veehouderij, akkerbouw, bloembollen-, boom-, fruit-, vollegrond- of bedekte teelt, waarbij door het bevoegd gezag schriftelijk toestemming is verleend voor de ondergrondse wateropslag,

  • b. bestaande uit: ondergrondse wateropslagvoorziening, putten, pompen, al dan niet filtersystemen voor het zuiveren van het te bergen water en met uitzondering van voorzieningen voor het opvangen van het regenwater en het geschikt maken van het teruggewonnen water.

Een investering in een ondergrondse waterberging als onderdeel van een kas die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen B 2111, F 2112 en A 2113 komt onder bedrijfsmiddel F 2140 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Onder bedekte teelt wordt ook glastuinbouw verstaan.

F 2141

Waterberging onder de kas

  • a. bestemd voor: het onder een tuinbouwkas individueel of collectief opslaan van regen- of recirculatiewater in een afgesloten voorziening voor gebruik in de glastuinbouw,

  • b. bestaande uit: een wateropslagvoorziening onder de kas, pompen en al dan niet filtersystemen voor het zuiveren van het te bergen water en met uitzondering van de volgende onderdelen: voorzieningen voor het opvangen van het regen- of circulatiewater en voorzieningen voor het voor gebruik geschikt maken van het teruggewonnen water.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 4.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Een investering in een waterberging onder een kas als onderdeel van een kas die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen B 2111, F 2112 en A 2113 komt onder bedrijfsmiddel F 2141 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

A 2142

Apparatuur voor verminderd gebruik van grondwater als gietwater in de glastuinbouw (aanpassing bestaande situatie)

  • a. bestemd voor: het verminderen van de hoeveelheid opgepompt grondwater voor de productie van gietwater voor gebruik in de glastuinbouw met ten minste 45% ten opzichte van de bestaande situatie, waarbij:

    • eventuele wijzigingen in de teeltcapaciteit en gewasbehoefte van de kas in de berekening van de besparing worden meegenomen,

    • de vermindering wordt gerealiseerd door het terugwinnen van water en grondstoffen uit brijn of de vergroting van regenwatergebruik, waarbij de totale regenwateropslag meer per hectare teeltoppervlak bedraagt dan wettelijk verplicht, en

    • er geen brijn in de bodem wordt gebracht,

  • b. bestaande uit: apparatuur voor het terugwinnen van water en grondstoffen uit brijn, een vacuümverdamper of een (uitbreiding van de) regenwateropslagvoorziening en al dan niet opslagvoorzieningen voor recirculatie van (afval)water.

Een investering in apparatuur voor verminderd gebruik van grondwater als onderdeel van een kas die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen B 2111, F 2112 en A 2113 komt onder bedrijfsmiddel A 2142 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

F 2143

Systeem voor individuele meting van nutriënten

  • a. bestemd voor: het automatisch meten van individuele nutriëntconcentraties in voedingswater voor de glastuinbouw voor het bepalen van de optimale voedingsgift en het verminderen van de hoeveelheid te lozen drainwater, waarbij ten minste van de volgende nutriënten de individuele concentraties worden gemeten:

    • natrium,

    • kalium,

    • magnesium,

    • calcium,

    • ammonium,

    • chloor,

    • nitraat,

    • sulfaat,

    • waterstofcarbonaat en

    • fosfaat,

  • b. bestaande uit: een meetsysteem.

Een investering in een systeem voor individuele meting van nutriënten als onderdeel van een kas die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen B 2111, F 2112 of A 2113 komt onder bedrijfsmiddel F 2143 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

A 2145

Installatie voor het ontzouten van drain(age)water in de glastuinbouw (aanpassing bestaande situatie)

  • a. bestemd voor: het aantoonbaar vaker recirculeren van drain(age)water binnen het teeltproces ten opzichte van de bestaande situatie, door het verbeteren van de verwijdering van (natrium-)zouten, waardoor de lozing van drain(age)water verminderd of vermeden wordt en waarbij de investering op bedrijfsniveau niet leidt tot het lozen van meer brijn,

  • b. bestaande uit: een installatie voor het verwijderen van zouten en al dan niet de volgende onderdelen: een vacuümverdamper en meetapparatuur.

Een investering in een installatie voor het ontzouten van drain(age)water als onderdeel van een kas die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen B 2111, F 2112 en A 2113 komt onder bedrijfsmiddel A 2145 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

F 2146

Voorzieningen voor nullozing in de glastuinbouw (aanpassen bestaande situatie)

  • a. bestemd voor: het realiseren van nullozing in een bestaande tuinbouwkas, waarbij:

    • aangetoond wordt dat de investering bijdraagt aan nullozing zoals is omschreven in de Aanpak Aantonen Nullozing zoals vastgesteld door het Platform Duurzame Glastuinbouw of volgt uit een onderzoek naar de waterstromen op het bedrijf door een relevante onderzoek- of adviesorganisatie,

    • drainwater bij substraatteelt, drainagewater bij grondgebonden teelt en filterspoelwater niet meer wordt geloosd op oppervlaktewater of het riool, wat wordt aangetoond met een bezoekverslag van een handhaver of toezichthouder en een verklaring van bevoegd gezag, en

    • waarbij verklaard wordt dat de voorziening geen wettelijk verplichte investering betreft,

  • b. bestaande uit: voorzieningen ten behoeve van het realiseren van nullozing zoals filters, meetapparatuur, opvangbassins, meetapparatuur en leidingwerk.

Een investering in een voorziening voor nullozing als onderdeel van een kas die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen B 2111, F 2112 en A 2113 komt onder bedrijfsmiddel F 2146 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Informatie over nullozing is beschikbaar op glastuinbouwwaterproof.nl.

F 2150

Apparatuur voor het opwerken van plantenresten tot grondstof

  • a. bestemd voor: het verwerken van plantenresten uit de glastuinbouw, al dan niet in combinatie met reststromen uit de oesterzwammenteelt, tot een grondstof voor een product, niet zijnde een brandstof of een meststof,

  • b. bestaande uit: opwerkingsapparatuur die nodig is voor het verwerken van de plantenresten met uitzondering van opslagvoorzieningen.

2.2 Veehouderij

B 2200

Proefstal

  • a. bestemd voor: het houden van dieren in een proefstal:

    • waarvoor een omgevingsvergunning en een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming zijn afgegeven, mocht er voor de stal vanuit deze wetgeving een vergunningsplicht gelden, en

    • die is voorzien van een stalsysteem waarvoor een bijzondere emissiefactor als bedoeld in artikel 3 van de Regeling ammoniak en veehouderij is vastgesteld, waarbij de opdracht voor een meting van de ammoniakemissie bij het toegepaste stalsysteem is verstrekt voor de meldingsdatum en deze meting wordt uitgevoerd volgens het voorgeschreven Protocol voor meting van ammoniakemissie uit huisvestingssystemen in de veehouderij of een gelijkwaardige meetmethode,

  • b. bestaande uit: een proefstal, met uitzondering van luchtwassers en duurzame energie-opwekkingsinstallaties.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 4.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen. Investeringen in een proefstal kunnen uitsluitend in zijn geheel voor bedrijfsmiddel B 2200 worden gemeld.

Toelichting: Meer informatie over de proefstalregeling is beschikbaar op rvo.nl (zie https://rvo.nl/onderwerpen/agrarisch-ondernemen/mest/innovatieve-veehouderij/regeling-ammoniak-veehouderij.

Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 500.000 staatssteun verleend mag worden. Zie punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage en rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.

B 2201

Stal voor biologische melk- of pluimveehouderij met ammoniakemissiereductie

  • a. bestemd voor: het houden van melk- of pluimvee in een bedrijf dat dierlijke landbouwproducten produceert volgens de voorschriften van het Besluit dierlijke producten, wat blijkt uit een door Skal afgegeven certificaat Biologische Productie Nederland, waarbij:

    • er voor de stal een omgevingsvergunning en een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming zijn afgegeven, mocht er voor de stal vanuit deze wetgeving een vergunningsplicht gelden, en

    • al het vee in de gehele stal wordt gehouden in één of meerdere ammoniakemissiearme huisvestingssystemen:

      • 1. die zijn opgenomen in bijlage 1 bij de Regeling ammoniak en veehouderij en niet zijn aangemerkt als een ‘overig huisvestingssysteem’, of

      • 2. waarvoor een bijzondere emissiefactor is vastgesteld als bedoeld in artikel 3 van de Regeling ammoniak en veehouderij,

    waarbij de voorwaarden onder de hierboven genoemde punt 1 en 2 niet gelden voor een huisvestingssysteem voor jongvee indien in een melkveestal tevens jongvee wordt gehouden,

  • b. bestaande uit: een besloten ruimte waarin dieren worden gehuisvest, een stalinrichting, klimaattechnische en voertechnische systemen, ammoniakemissiereducerende systemen, mestafvoer en -opslag en een hygiënesluis en met uitzondering van luchtwassers, duurzame energie-opwekkingsinstallaties, ruimten en onderdelen bedoeld voor het personeel, het verzamelen, verwerken en het opslaan van de (eind)producten, waarbij onder een besloten ruimte wordt verstaan: een binnenruimte of een gedeeltelijk omsloten overdekte buitenruimte.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 4.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen. Investeringen in een stal voor biologische melk- of pluimveehouderij met vermindering van de ammoniakemissie kunnen uitsluitend in zijn geheel voor bedrijfsmiddel B 2201 worden gemeld.

Toelichting: De gehele stal moet zijn voorzien van één of meerdere ammoniakemissiearme huisvestingsystemen als bedoeld in de Regeling ammoniak en veehouderij. Een stal voorzien van meerdere huisvestingssystemen waarvan een huisvestingssysteem is aangemerkt als een ‘overig huisvestingssysteem’ komt niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen. Informatie over het Besluit dierlijke producten is beschikbaar op skal.nl. In bijlage 1 van de Regeling ammoniak en veehouderij zijn geen huisvestingsystemen opgenomen voor biologisch gehouden varkens, waardoor een biologische varkensstal niet voldoet aan de eisen gesteld in bedrijfsmiddel B 2201. Onder melkvee wordt verstaan: al het vee dat wordt gehouden voor de productie van melk.

Zie bedrijfsmiddel B 2200 voor een proefstal, bijvoorbeeld een biologische varkensstal waarvoor een bijzondere emissiefactor als bedoeld in artikel 3 van de Regeling ammoniak en veehouderij is vastgesteld.

Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 500.000 staatssteun verleend mag worden. Zie punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage en rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.

B 2202

# Klimaat- en dierenmonitoringssysteem

  • a. bestemd voor: het in een stal monitoren van dieren en meten van klimaatparameters, waardoor inzichtelijk wordt op welke manier het gebruik van antibiotica of hormonen op het bedrijf gereduceerd kan worden en vermindering van de ammoniakemissie mogelijk is, door het in de stal maken van foto's van de dieren, opnemen van geluid in de stal en meten van ten minste de volgende parameters:

    • CO2,

    • temperatuur,

    • NH3,

    • CH4,

    • luchtvochtigheid,

    • luchtdruk, en

    • fijnstof (PM2,5 en 10),

  • b. bestaande uit: een sensoreenheid met camera's, sensoren en 4G-verbinding, een voedingskabel en software voor real-time inzicht in de meetresultaten.

A 2204

Formalinevrij bad voor de desinfectie van klauwen van vee

  • a. bestemd voor: het met onderchlorigzuur (HOCl) desinfecteren van de klauwen van vee door het gebruik van een zelfvullend desinfectiebad, dat is aangesloten op een in-situ desinfectiesysteem op basis van elektrolyse van natriumchloride, waarbij de leverancier van het in-situ desinfectiesysteem geregistreerd is op de lijst 'Biocidal Products Regulation (BPR) Artikel 95' van de Europese Chemisch Agentschap (ECHA),

  • b. bestaande uit: een in-situ desinfectiesysteem op basis van elektrolyse van natriumchloride, desinfectiebad(en), pomp(en) en tyleen leiding(en).

A 2205

Omgekeerde osmose-installatie voor het verwerken van spuiwater van een biologische luchtwasser

  • a. bestemd voor: het verminderen van het waterverbruik van biologische luchtwassers met ten minste 60%, door met omgekeerde osmose het spuiwater te zuiveren, waarna het gezuiverde spuiwater opnieuw wordt gebruikt in de biologische luchtwasser en het resterende concentraat nuttig wordt toegepast,

  • b. bestaande uit: een omgekeerde osmose-eenheid en al dan niet de volgende onderdelen: een opslagvoorziening voor het concentraat, een opslagvoorziening voor het te recirculeren waswater en voorzieningen om het behandelde spuiwater geschikt te maken voor recirculatie, met uitzondering van een luchtwasser.

F 2206

Apparatuur of voorzieningen voor gescheiden opvang van mest en urine in varkens- of rundveestallen (aanpassen bestaande situatie)

  • a. bestemd voor: het aan de bron gescheiden opvangen en bewaren van dierlijke mest en urine in bestaande varkens- of rundveestallen,

  • b. bestaande uit: apparatuur of voorzieningen voor het gescheiden opvangen en bewaren van dierlijke mest en urine, al dan niet een afzuigingssysteem dat de kelderlucht continu afzuigt en met uitzondering van mestscheidingsapparatuur.

Een investering in apparatuur of voorzieningen voor gescheiden opvang van mest en urine in varkens- of rundveestallen als onderdeel van een stal die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen B 2200, B 2201, A 2210, A 2211, F 2212, A 2220 en A 2221 komt onder bedrijfsmiddel F 2206 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Mestscheidingsapparatuur zoals schroefpersen, zeefbandpersen of decanters komen onder bedrijfsmiddel F 2206 niet in aanmerking.

B 2207

Koelinstallatie voor drijfmest (aanpassen bestaande situatie)

  • a. bestemd voor: het koelen van drijfmest in een bestaande stal waardoor de temperatuur van de drijfmest ten hoogste 15˚C bedraagt en waarbij de uit de drijfmest verkregen warmte nuttig wordt ingezet,

  • b. bestaande uit: mestkoeling, een warmtepomp en met uitzondering van de mestkelder(s).

Een investering in een koelinstallatie voor drijfmest als onderdeel van een stal die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen B 2200, B 2201, A 2210, A 2211, F 2212, A 2220, A 2221, A 2230, A 2231, B 2290 en B 2291 komt onder bedrijfsmiddel B 2207 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

B 2208

Gasdichte voorziening voor een drijfmestopslag

  • a. bestemd voor: het bij een veehouderij afdekken van een drijfmestopslag met een gasdichte voorziening, niet zijnde een (na)vergister of digestaatopslag, waardoor de methaanemissie wordt verminderd en waarbij de ontstane gassen:

    • 1. in een gasdichte ruimte worden opgevangen en nuttig worden toegepast, of

    • 2. thermisch worden geoxideerd door een affakkelinstallatie die voldoet aan de veiligheidseisen NPR 7910-1+C1,

  • b. bestaande uit: gasdichte voorziening, affakkelinstallatie en met uitzondering van (onderdelen van) de mestopslag.

B 2209

Systeem voor mixen van drijfmest met luchtbellen (aanpassen bestaande situatie)

  • a. bestemd voor: het door middel van luchtbellen mixen van drijfmest in een drijfmestkelder of mestsilo van een bestaand bedrijf zonder stal(ontwerp)certificaat MDV 12, 13 of 14 dat mest produceert, verwerkt of transporteert, waardoor de vorming van methaan en waterstofsulfide in de drijfmestkelder of mestsilo aanzienlijk gereduceerd wordt,

  • b. bestaande uit: een compressor, een besturingseenheid, een regelklep, luchtslangen, pvc-uitlaten en met uitzondering van mestkelders en mestsilo's.

Een investering in een systeem voor het mixen van drijfmest met luchtbellen als onderdeel van een stal die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen B 2200 en B 2201 komt onder bedrijfsmiddel B 2209 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

A 2210

# Duurzame melkveestal

  • a. bestemd voor: het houden van melkrundvee in een stal met ten hoogste 250 dierplaatsen, waarbij:

    • de stal voldoet aan de eisen van de Maatlat Duurzame Veehouderij (MDV) 14 – melkveestallen, wat blijkt uit een stal(ontwerp)certificaat MDV 14 dat voor de meldingsdatum is afgegeven door een door de Raad voor Accreditatie hiervoor geaccrediteerde organisatie,

    • er een omgevingsvergunning en een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming zijn afgegeven voor de stal, mocht er voor de stal vanuit deze wetgeving een vergunningsplicht gelden,

    • het melkveebedrijf grondgebonden is, en

      • 1. binnen twee jaar na afgifte van het ontwerpstalcertificaat een definitief stalcertificaat MDV 14 wordt overgelegd, of

      • 2. na het verstrijken van deze termijn van twee jaar een definitief stalcertificaat wordt overgelegd volgens de op dat moment geldende Maatlat Duurzame Veehouderij en de bijbehorende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten,

  • b. bestaande uit: een besloten ruimte waarin dieren worden gehuisvest, een stalinrichting, klimaattechnische en voertechnische systemen, ammoniakemissiereducerende systemen en een mestafvoer en -opslag en met uitzondering van luchtwassers en duurzame energie-opwekkingsinstallaties, waarbij onder een besloten ruimte wordt verstaan: een binnenruimte of een gedeeltelijk omsloten overdekte buitenruimte.

De investering in een duurzame melkveestal komt ten hoogste voor € 7.810 per gecertificeerde dierplaats in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen met een maximum van € 4.000.000. Investeringen in een duurzame melkveestal kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen A 2210 of F 2212 worden gemeld.

Toelichting: Het certificatieschema Maatlat Duurzame Veehouderij is beschikbaar op maatlatduurzameveehouderij.nl. Op deze website zijn tevens de geldende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten te vinden. De investeringen in jongveeruimten kunnen worden gebruikt ter onderbouwing van het maximum bedrag tot een maximum van eenzelfde aantal jongveeplaatsen als het aantal melkveeplaatsen waarvoor is gecertificeerd. Indien een definitief certificaat niet afgegeven kan worden binnen de daartoe gestelde termijn vanwege uitzonderlijke omstandigheden die buiten de macht van de ondernemer liggen, kan uitstel aangevraagd worden bij RVO, zoals opgenomen onder punt 9 van paragraaf 1 van deze bijlage.

Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 500.000 staatssteun verleend mag worden. Zie punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage en rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.

A 2211

# Duurzame vleeskalver- of vleesveestal

  • a. bestemd voor: het houden van vleeskalveren of vleesvee in een stal met ten hoogste 1.250 dierplaatsen, waarbij:

    • de stal voldoet aan de eisen van de Maatlat Duurzame Veehouderij (MDV) 14 – vleeskalverstallen of vleesveestallen, wat blijkt uit een stal(ontwerp)certificaat MDV 14 dat voor de meldingsdatum is afgegeven door een door de Raad voor Accreditatie hiervoor geaccrediteerde organisatie,

    • er een omgevingsvergunning en een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming zijn afgegeven voor de stal, mocht er voor de stal vanuit deze wetgeving een vergunningsplicht gelden, en

      • 1. binnen twee jaar na afgifte van het ontwerpstalcertificaat een definitief stalcertificaat MDV 14 wordt overgelegd, of

      • 2. na het verstrijken van deze termijn van twee jaar een definitief stalcertificaat wordt overgelegd volgens de op dat moment geldende Maatlat Duurzame Veehouderij en de bijbehorende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten,

  • b. bestaande uit: een besloten ruimte waarin dieren worden gehuisvest, een stalinrichting, klimaattechnische en voertechnische systemen, ammoniakemissiereducerende systemen en een mestafvoer en -opslag en met uitzondering van luchtwassers en duurzame energie-opwekkingsinstallaties, waarbij onder een besloten ruimte wordt verstaan: een binnenruimte of een gedeeltelijk omsloten overdekte buitenruimte.

De investering in een duurzame vleeskalver- of vleesveestal komt voor ten hoogste € 4.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen. Investeringen in een duurzame vleeskalver- of vleesveestal kunnen uitsluitend in zijn geheel voor bedrijfsmiddel A 2211 worden gemeld.

Toelichting: Het certificatieschema Maatlat Duurzame Veehouderij is beschikbaar op maatlatduurzameveehouderij.nl. Op deze website zijn tevens de geldende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten te vinden. Indien een definitief certificaat niet afgegeven kan worden binnen de daartoe gestelde termijn vanwege uitzonderlijke omstandigheden die buiten de macht van de ondernemer liggen, kan uitstel aangevraagd worden bij RVO, zoals opgenomen onder punt 9 van paragraaf 1 van deze bijlage.

Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 500.000 staatssteun verleend mag worden. Zie punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage en rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.

F 2212

# Duurzame melkveestal met weidegang

  • a. bestemd voor: het houden van melkrundvee in een stal met ten hoogste 250 dierplaatsen, waarbij:

    • de stal voldoet aan de eisen van de Maatlat Duurzame Veehouderij (MDV) 14 – melkveestallen met weidegang, wat blijkt uit een stal(ontwerp)certificaat MDV 14 met weidegang dat voor de meldingsdatum is afgegeven door een door de Raad voor Accreditatie hiervoor geaccrediteerde organisatie,

    • er een omgevingsvergunning en een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming zijn afgegeven voor de stal, mocht er voor de stal vanuit deze wetgeving een vergunningsplicht gelden,

    • het melkveebedrijf grondgebonden is, en

      • 1. de stal binnen twee jaar na afgifte van het stalontwerpcertificaat in gebruik is genomen en er binnen drie jaar na afgifte van het stalontwerpcertificaat een stalcertificaat met weidegang wordt overgelegd, of

      • 2. na het verstrijken van deze termijn van drie jaar een definitief stalcertificaat wordt overgelegd volgens de op dat moment geldende Maatlat Duurzame Veehouderij en de bijbehorende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten,

  • b. bestaande uit: een besloten ruimte waarin dieren worden gehuisvest, een stalinrichting, klimaattechnische en voertechnische systemen, ammoniakemissiereducerende systemen en een mestafvoer en -opslag en met uitzondering van luchtwassers en duurzame energie-opwekkingsinstallaties, waarbij onder een besloten ruimte wordt verstaan: een binnenruimte of een gedeeltelijk omsloten overdekte buitenruimte.

De investering in een duurzame melkveestal met weidegang komt ten hoogste voor € 7.810 per gecertificeerde dierplaats in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen met een maximum van € 4.000.000. Investeringen in een duurzame melkveestal kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen A 2210 of F 2212 worden gemeld.

Toelichting: Het certificatieschema Maatlat Duurzame Veehouderij is beschikbaar op maatlatduurzameveehouderij.nl. Op deze website zijn tevens de geldende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten te vinden. De investeringen in jongveeruimten kunnen worden gebruikt ter onderbouwing van het maximum bedrag tot een maximum van eenzelfde aantal jongveeplaatsen als het aantal melkveeplaatsen waarvoor is gecertificeerd. Indien een definitief certificaat niet afgegeven kan worden binnen de daartoe gestelde termijn vanwege uitzonderlijke omstandigheden die buiten de macht van de ondernemer liggen, kan uitstel aangevraagd worden bij RVO, zoals opgenomen onder punt 9 van paragraaf 1 van deze bijlage.

Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 500.000 staatssteun verleend mag worden. Zie punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage en rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.

B 2213

Autonome mestverzamelrobot

  • a. bestemd voor: het opzuigen of opnemen van koemest op dichte stalvloeren ter vermindering van de ammoniakemissie, klauw- en uierproblemen en antibioticagebruik, waarbij de mestrobot met behulp van sensoren zelfstandig door de stal navigeert, en:

    • 1. voorzien is van waterzakken waardoor het apparaat aan de voor- en achterzijde van de vloer water sproeit, zodat de mest makkelijker verwijderd kan worden, of

    • 2. waarbij de stal voorzien is van een sproei- of vernevelingssysteem zodat de mest makkelijker verwijderd kan worden,

  • b. bestaande uit: een mestverzamelrobot, een oplaadstation, een mestdumppunt en al dan niet de volgende onderdelen: een waterbijvulstation en een sproei- of vernevelingssysteem.

Een investering in een autonome mestverzamelrobot als onderdeel van een stal die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen B 2200, B 2201, A 2210, A 2211 en F 2212 komt onder bedrijfsmiddel B 2213 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

B 2217

Getrokken elektrische voermengwagen voor herkauwers

  • a. bestemd voor: het verstrekken van ruwvoer aan herkauwers met een getrokken voermengwagen, die:

    • is voorzien van een uitsluitend elektrische aandrijving, waarbij de voor de aandrijving benodigde energie wordt geleverd door een accupakket dat geen lood bevat, en

    • het voer autonoom mengt en verdeelt,

  • b. bestaande uit: een getrokken elektrische voermengwagen en al dan niet een oplaadstation en een automatisch monitoringssysteem voor voerefficiency.

A 2218

Automatisch ruwvoermengsysteem of zelfrijdend autonoom ruwvoersysteem voor herkauwers

  • a. bestemd voor: het vergroten van de rantsoenefficiëntie en het verkleinen van de kans op voedingsstoornissen bij herkauwers door:

    • 1. het automatisch en gemengd voeren van ruwvoeders met een zelfrijdende autonome machine die uitsluitend elektrisch wordt aangedreven,

    • 2. het in één werkgang maaien, transporteren en verstrekken van vers gras, met een zelfrijdende autonome machine die uitsluitend elektrisch wordt aangedreven,

    • 3. het meerdere keren per dag automatisch en gemengd voeren van ruwvoeders met een elektrisch aangedreven voerband die het voer bij de juiste groep dieren lost, of

    • 4. het met luchtdruk, een vijzel, een spiraal of een ketting door een buizensysteem automatisch gemengd voeren van ruwvoeders, al dan niet in combinatie met krachtvoer, en

    waarbij onder punt 1 tot en met 4 geldt dat het meest optimale voermoment bepaald wordt door:

    • de voeropname van de herkauwers, of

    • het nog aanwezige voer bij de betreffende herkauwers automatisch te meten of te berekenen op basis van de hoeveelheid verstrekt voer, het ingegeven dagrantsoen per dier, het aantal dieren per groep en het voertijdstip,

  • b. bestaande uit:

    • 1. met betrekking tot onderdeel a, punt 1, een voerkeuken, een voergrijper, een mineraal- en brokdoseerinrichting, een besturingssysteem, een zelfrijdende autonome voerrobot, sensoren voor de routebepaling en al dan niet de volgende onderdelen: een geleiderail, een oplaadstation en een automatisch monitoringssysteem voor voerefficiency, en met uitzondering van krachtvoerautomaten en krachtvoerinstallaties,

    • 2. met betrekking tot onderdeel a, punt 2, een zelfrijdende autonome machine uitgerust met maaibalk, opraapwagen en verdeelmechanisme voor het voeren van vers gras,

    • 3. met betrekking tot onderdeel a, punt 3, voerbunkers, voerband(en), afschuifploeg voor het lossen van het voer, sensoren en een besturingssysteem, met uitzondering van krachtvoerautomaten en krachtvoerinstallaties, of

    • 4. met betrekking tot onderdeel a, punt 4, voorraadbunkers voor ruwvoer, een menger, een mineraal- en brokdoseerinrichting, buizensysteem, sensoren en besturingssysteem, met uitzondering van krachtvoerautomaten en krachtvoerinstallaties.

Een investering in een automatisch ruwvoermengsysteem of zelfrijdend ruwvoersysteem voor herkauwers als onderdeel van een stal die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen B 2200, B 2201, A 2210, A 2211, F 2212 en B 2291 komt onder bedrijfsmiddel A 2218 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Onder een autonome machine wordt een machine verstaan die werkzaamheden kan verrichten zonder bestuurder. Onder een zelfrijdende machine wordt een niet getrokken machine verstaan die beschikt over een eigen rijaandrijving.

B 2219

Permanente afdekinstallatie voor kuilvoerplaatsen

  • a. bestemd voor: het afdekken van kuilvoer met een mechanisch op- en afrolbaar permanent dekkleed voorzien van kanalen die met water gevuld worden om het kuilvoer aan te drukken,

  • b. bestaande uit: een dekkleed met waterslurven en een afdekmachine.

A 2220

# Duurzame varkensstal met bronmaatregel voor het verminderen van ammoniakemissie (aanpassen bestaande situatie)

  • a. bestemd voor: het houden van varkens in een stal met ten hoogste 7.500 dierplaatsen voor vleesvarkens of ten hoogste 1.200 dierplaatsen voor fokvarkens, waarin een of meerdere bronmaatregelen voor het verminderen van de ammoniakemissie worden toegepast, waarbij:

    • de stal voldoet aan de eisen van de Maatlat Duurzame Veehouderij (MDV) 14 – varkensstallen, wat blijkt uit een stal(ontwerp)certificaat MDV 14 dat voor de meldingsdatum is afgegeven door een door de Raad voor Accreditatie hiervoor geaccrediteerde organisatie,

    • er een omgevingsvergunning en een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming zijn afgegeven voor de stal, mocht er voor de stal vanuit deze wetgeving een vergunningsplicht gelden,

    • het aantal dierplaatsen of GE, zoals in de MDV is opgenomen, in de nieuwe situatie niet toeneemt ten opzichte van de oude situatie, en

      • 1. binnen twee jaar na afgifte van het ontwerpstalcertificaat een definitief stalcertificaat MDV 14 wordt overgelegd, of

      • 2. na het verstrijken van deze termijn van twee jaar een definitief stalcertificaat wordt overgelegd volgens de op dat moment geldende Maatlat Duurzame Veehouderij en de bijbehorende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten,

  • b. bestaande uit: een besloten ruimte waarin dieren worden gehuisvest, een stalinrichting, klimaattechnische en voertechnische systemen, ammoniakemissiereducerende systemen en een mestafvoer en -opslag en met uitzondering van luchtwassers en duurzame energie-opwekkingsinstallaties, waarbij onder een besloten ruimte wordt verstaan: een binnenruimte of een gedeeltelijk omsloten overdekte buitenruimte.

De investering in een duurzame varkensstal komt ten hoogste voor het volgende bedrag per gecertificeerde dierplaats in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen met een maximum van € 4.000.000:

Diercategorie

€ per dierplaats

Vleesvarkens

780

Gespeende biggen

470

Guste en dragende zeugen

2.185

Kraamzeugen

5.470

Dekberen

5.315

Investeringen in een duurzame varkensstal waarin een of meerdere bronmaatregelen voor het verminderen van de ammoniakemissie worden toegepast kunnen uitsluitend in zijn geheel voor bedrijfsmiddel A 2220 worden gemeld.

Toelichting: Investeringen in duurzame varkensstallen waarin geen bronmaatregel voor het verminderen van ammoniakemissie is toegepast, kunnen in zijn geheel gemeld worden voor bedrijfsmiddel A 2221. Investeringen in een nieuwbouw MDV stal op nieuwe locatie worden niet gestimuleerd, tenzij het een verplaatsing betreft.

Uit de onderbouwing moet blijken dat het aantal dieren niet toeneemt ten opzichte van de bestaande situatie. De grootte eenheid is opgenomen in de MDV maatlat en kan gebruikt worden als de ondernemer overgaat tot het houden van een andere diersoort dan de bestaande situatie.

Het certificatieschema Maatlat Duurzame Veehouderij is beschikbaar op maatlatduurzameveehouderij.nl. Op deze website zijn tevens de geldende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten te vinden. Indien een definitief certificaat niet afgegeven kan worden binnen de daartoe gestelde termijn vanwege uitzonderlijke omstandigheden die buiten de macht van de ondernemer liggen, kan uitstel aangevraagd worden bij RVO, zoals opgenomen onder punt 9 van paragraaf 1 van deze bijlage.

Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 500.000 staatssteun verleend mag worden. Zie punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage en rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.

A 2221

# Duurzame varkensstal (aanpassen bestaande situatie)

  • a. bestemd voor: het houden van varkens in een stal met ten hoogste 7.500 dierplaatsen voor vleesvarkens of ten hoogste 1.200 dierplaatsen voor fokvarkens, waarbij:

    • de stal voldoet aan de eisen van de Maatlat Duurzame Veehouderij (MDV) 14 – varkensstallen, wat blijkt uit een stal(ontwerp)certificaat MDV 14 dat voor de meldingsdatum is afgegeven door een door de Raad voor Accreditatie hiervoor geaccrediteerde organisatie,

    • er een omgevingsvergunning en een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming zijn afgegeven voor de stal, mocht er voor de stal vanuit deze wetgeving een vergunningsplicht gelden,

    • het aantal dierplaatsen of GE, zoals in de MDV is opgenomen, in de nieuwe situatie niet toeneemt ten opzichte van de oude situatie, en

      • 1. binnen twee jaar na afgifte van het ontwerpstalcertificaat een definitief stalcertificaat MDV 14 wordt overgelegd, of

      • 2. na het verstrijken van deze termijn van twee jaar een definitief stalcertificaat wordt overgelegd volgens de op dat moment geldende Maatlat Duurzame Veehouderij en de bijbehorende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten,

  • b. bestaande uit: een besloten ruimte waarin dieren worden gehuisvest, een stalinrichting, klimaattechnische en voertechnische systemen, ammoniakemissiereducerende systemen en een mestafvoer en -opslag en met uitzondering van luchtwassers en duurzame energie-opwekkingsinstallaties, waarbij onder een besloten ruimte wordt verstaan: een binnenruimte of een gedeeltelijk omsloten overdekte buitenruimte.

De investering in een duurzame varkensstal komt ten hoogste voor het volgende bedrag per gecertificeerde dierplaats in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen met een maximum van € 4.000.000:

Diercategorie

€ per dierplaats

Vleesvarkens

675

Gespeende biggen

405

Guste en dragende zeugen

1.880

Kraamzeugen

4.705

Dekberen

4.570

Investeringen in een duurzame varkensstal waarin geen bronmaatregel voor het verminderen van ammoniakemissie is toegepast kunnen uitsluitend in zijn geheel voor bedrijfsmiddel A 2221 worden gemeld.

Toelichting: Investeringen in duurzame varkensstallen waarin een of meerdere bronmaatregelen voor het verminderen van de ammoniakemissie worden toegepast, kunnen in zijn geheel gemeld worden voor bedrijfsmiddel A 2220. Investeringen in een nieuwbouw MDV stal op nieuwe locatie worden niet gestimuleerd, tenzij het een verplaatsing betreft.

Uit de onderbouwing moet blijken dat het aantal dieren niet toeneemt ten opzichte van de bestaande situatie. De grootte eenheid is opgenomen in de MDV maatlat en kan gebruikt worden als de ondernemer overgaat tot het houden van een andere diersoort dan de bestaande situatie.

Luchtwassers zijn jaar uitgesloten van fiscaal voordeel via milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen. Daarom is het bedrag per dierplaats bij bedrijfsmiddel A 2221 lager dan bij bedrijfsmiddel A 2220.

Het certificatieschema Maatlat Duurzame Veehouderij is beschikbaar op maatlatduurzameveehouderij.nl. Op deze website zijn tevens de geldende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten te vinden. Indien een definitief certificaat niet afgegeven kan worden binnen de daartoe gestelde termijn vanwege uitzonderlijke omstandigheden die buiten de macht van de ondernemer liggen, kan uitstel aangevraagd worden bij RVO, zoals opgenomen onder punt 9 van paragraaf 1 van deze bijlage.

Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 500.000 staatssteun verleend mag worden. Zie punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage en rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.

A 2230

# Duurzame pluimveestal met bronmaatregel voor het verminderen van ammoniakemissie (aanpassen bestaande situatie)

  • a. bestemd voor: het houden van pluimvee, niet zijnde eenden of kalkoenen, in een stal met ten hoogste 120.000 dierplaatsen voor leghennen of ten hoogste 220.000 dierplaatsen voor vleeskuikens, waarin een of meerdere bronmaatregelen voor het verminderen van de ammoniakemissie worden toegepast, waarbij:

    • de stal voldoet aan de eisen van de Maatlat Duurzame Veehouderij (MDV) 14 – pluimveestallen, wat blijkt uit een stal(ontwerp)certificaat MDV 14 dat voor de meldingsdatum is afgegeven door een door de Raad voor Accreditatie hiervoor geaccrediteerde organisatie,

    • er een omgevingsvergunning en een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming zijn afgegeven voor de stal, mocht er voor de stal vanuit deze wetgeving een vergunningsplicht gelden,

    • het aantal dierplaatsen of GE, zoals in de MDV is opgenomen, in de nieuwe situatie niet toeneemt ten opzichte van de oude situatie, en

      • 1. binnen twee jaar na afgifte van het ontwerpstalcertificaat een definitief stalcertificaat MDV 14 wordt overgelegd, of

      • 2. na het verstrijken van deze termijn van twee jaar een definitief stalcertificaat wordt overgelegd volgens de op dat moment geldende Maatlat Duurzame Veehouderij en de bijbehorende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten,

  • b. bestaande uit: een besloten ruimte waarin dieren worden gehuisvest, een stalinrichting, klimaattechnische en voertechnische systemen, ammoniakemissiereducerende systemen en een mestafvoer en -opslag en met uitzondering van luchtwassers en duurzame energie-opwekkingsinstallaties, waarbij onder een besloten ruimte wordt verstaan: een binnenruimte of een gedeeltelijk omsloten overdekte buitenruimte.

De investering in een duurzame pluimveestal komt ten hoogste voor het volgende bedrag per gecertificeerde dierplaats in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen met een maximum van € 4.000.000:

Diercategorie

€ per dierplaats

Opfok legouderdieren en leghennen

28,75

Productie legouderdieren en leghennen

52,50

Opfok vleeskuikenouderdieren

45,00

Productie vleeskuikenouderdieren

77,50

Vleeskuikens

27,00

Investeringen in een duurzame pluimveestal waarin een of meerdere bronmaatregelen voor het verminderen van de ammoniakemissie worden toegepast kunnen uitsluitend in zijn geheel voor bedrijfsmiddel A 2230 worden gemeld.

Toelichting: Investeringen in duurzame pluimveestallen waarin geen bronmaatregel voor het verminderen van ammoniakemissie is toegepast, kunnen in zijn geheel gemeld worden voor bedrijfsmiddel A 2231. Investeringen in een nieuwbouw MDV stal op een nieuwe locatie worden niet gestimuleerd, tenzij het een verplaatsing betreft.

Uit de onderbouwing moet blijken dat het aantal dieren niet toeneemt ten opzichte van de bestaande situatie. De grootte eenheid is opgenomen in de MDV maatlat en kan gebruikt worden als de ondernemer overgaat tot het houden van een andere diersoort dan de bestaande situatie.

Het certificatieschema Maatlat Duurzame Veehouderij is beschikbaar op maatlatduurzameveehouderij.nl. Op deze website zijn tevens de geldende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten te vinden. Indien een definitief certificaat niet afgegeven kan worden binnen de daartoe gestelde termijn vanwege uitzonderlijke omstandigheden die buiten de macht van de ondernemer liggen, kan uitstel aangevraagd worden bij RVO, zoals opgenomen onder punt 9 van paragraaf 1 van deze bijlage.

Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 500.000 staatssteun verleend mag worden. Zie punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage en rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.

A 2231

# Duurzame pluimveestal (aanpassen bestaande situatie)

  • a. bestemd voor: het houden van pluimvee, niet zijnde eenden of kalkoenen in een stal met ten hoogste 120.000 dierplaatsen voor leghennen of ten hoogste 220.000 dierplaatsen voor vleeskuikens, waarbij:

    • de stal voldoet aan de eisen van de Maatlat Duurzame Veehouderij (MDV) 14 – pluimveestallen, wat blijkt uit een stal(ontwerp)certificaat MDV 14 dat voor de meldingsdatum is afgegeven door een door de Raad voor Accreditatie hiervoor geaccrediteerde organisatie,

    • er een omgevingsvergunning en een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming zijn afgegeven voor de stal, mocht er voor de stal vanuit deze wetgeving een vergunningsplicht gelden,

    • het aantal dierplaatsen of GE, zoals opgenomen in de MDV, in de nieuwe situatie niet toeneemt ten opzichte van de oude situatie, en

      • 1. binnen twee jaar na afgifte van het ontwerpstalcertificaat een definitief stalcertificaat MDV 14 wordt overgelegd, of

      • 2. na het verstrijken van deze termijn van twee jaar een definitief stalcertificaat wordt overgelegd volgens de op dat moment geldende Maatlat Duurzame Veehouderij en de bijbehorende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten,

  • b. bestaande uit: een besloten ruimte waarin dieren worden gehuisvest, een stalinrichting, klimaattechnische en voertechnische systemen, ammoniakemissiereducerende systemen en een mestafvoer en -opslag en met uitzondering van luchtwassers en duurzame energie-opwekkingsinstallaties, waarbij onder een besloten ruimte wordt verstaan: een binnenruimte of een gedeeltelijk omsloten overdekte buitenruimte.

De investering in een duurzame pluimveestal komt ten hoogste voor het volgende bedrag per gecertificeerde dierplaats in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen met een maximum van € 4.000.000:

Diercategorie

€ per dierplaats

Opfok legouderdieren en leghennen

25,25

Productie legouderdieren en leghennen

45,75

Opfok vleeskuikenouderdieren

39,25

Productie vleeskuikenouderdieren

67,50

Vleeskuikens

23,50

Investeringen in een duurzame pluimveestal waarin geen bronmaatregel voor het verminderen van ammoniakemissie is toegepast kunnen uitsluitend in zijn geheel voor bedrijfsmiddel A 2231 worden gemeld.

Toelichting: Investeringen in duurzame pluimveestallen waarin een of meerdere bronmaatregelen voor het verminderen van de ammoniakemissie worden toegepast, kunnen in zijn geheel gemeld worden voor bedrijfsmiddel A 2230. Investeringen in een nieuwbouw MDV stal op een nieuwe locatie worden niet gestimuleerd, tenzij het een verplaatsing betreft.

Uit de onderbouwing moet blijken dat het aantal dieren niet toeneemt ten opzichte van de bestaande situatie. De grootte eenheid is opgenomen in de MDV maatlat en kan gebruikt worden als de ondernemer overgaat tot het houden van een andere diersoort dan de bestaande situatie.

Luchtwassers zijn uitgesloten van fiscaal voordeel via milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen. Daarom is het bedrag per dierplaats bij bedrijfsmiddel A 2231 lager dan bij bedrijfsmiddel A 2230.

Het certificatieschema Maatlat Duurzame Veehouderij is beschikbaar op maatlatduurzameveehouderij.nl. Op deze website zijn tevens de geldende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten te vinden. Indien een definitief certificaat niet afgegeven kan worden binnen de daartoe gestelde termijn vanwege uitzonderlijke omstandigheden die buiten de macht van de ondernemer liggen, kan uitstel aangevraagd worden bij RVO, zoals opgenomen onder punt 9 van paragraaf 1 van deze bijlage.

Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 500.000 staatssteun verleend mag worden. Zie punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage en rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.

D 2235

Stofemissiereducerende techniek voor een pluimveestal (aanpassen bestaande situatie)

  • a. bestemd voor: het verminderen van de emissie van stof van een pluimveestal zonder stal(ontwerp)certificaat MDV door toepassing van één of meerdere technieken die op het moment van melden zijn vermeld in de op grond van artikel 66, eerste lid, aanhef en onderdeel i, van de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 gepubliceerde lijst van emissiefactoren fijnstof voor veehouderij,

  • b. bestaande uit: stofemissiereducerende techniek(en).

Toelichting: De lijst van emissiefactoren staat in de publicatie 'emissiefactoren fijnstof voor veehouderij'. Deze publicatie is te vinden op rijksoverheid.nl of via internet met zoekterm 'emissiefactoren fijnstof'.

Let op: investeringen in wettelijk verplichte bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek, zoals opgenomen onder punt 4 van paragraaf 1 van deze bijlage.

B 2280

Duurzame paardenstal

  • a. bestemd voor: het houden van paarden of pony’s in een stal die voldoet aan de eisen van de Maatlat Duurzame Veehouderij (MDV) 14 – paardenstallen, wat blijkt uit een stal(ontwerp)certificaat MDV 14 dat voor de meldingsdatum is afgegeven door een door de Raad voor Accreditatie hiervoor geaccrediteerde organisatie, waarbij:

    • er een omgevingsvergunning en een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming zijn afgegeven voor de stal, mocht er voor de stal vanuit deze wetgeving een vergunningsplicht gelden, en

      • 1. binnen twee jaar na afgifte van het ontwerpstalcertificaat een definitief stalcertificaat MDV 14 wordt overgelegd, of

      • 2. na het verstrijken van deze termijn van twee jaar een definitief stalcertificaat wordt overgelegd volgens de op dat moment geldende Maatlat Duurzame Veehouderij en de bijbehorende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten,

  • b. bestaande uit: een besloten ruimte waarin dieren worden gehuisvest, een stalinrichting, klimaattechnische en voertechnische systemen, ammoniakemissiereducerende systemen en een mestafvoer en -opslag en met uitzondering van luchtwassers en duurzame energie-opwekkingsinstallaties, waarbij onder een besloten ruimte wordt verstaan: een binnenruimte of een gedeeltelijk omsloten overdekte buitenruimte.

De investering in een paardenstal komt voor ten hoogste € 4.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen. Investeringen in een duurzame paardenstal kunnen uitsluitend in zijn geheel voor bedrijfsmiddel B 2280 worden gemeld.

Toelichting: Het certificatieschema Maatlat Duurzame Veehouderij is beschikbaar op maatlatduurzameveehouderij.nl. Op deze website zijn tevens de geldende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten te vinden. Indien een definitief certificaat niet afgegeven kan worden binnen de daartoe gestelde termijn vanwege uitzonderlijke omstandigheden die buiten de macht van de ondernemer liggen, kan uitstel aangevraagd worden bij RVO, zoals opgenomen onder punt 9 van paragraaf 1 van deze bijlage.

Let op: voor investeringen door ondernemers in de agrarische sector geldt naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel dat de totale staatssteun voor de investering in de paardenstal of paardenstallen niet meer mag bedragen dan € 500.000 per investeringsproject. Zie punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage en rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.

B 2290

Duurzame konijnen-, eenden- of kalkoenenstal

  • a. bestemd voor: het houden van konijnen, eenden of kalkoenen in een stal die voldoet aan de eisen van de Maatlat Duurzame Veehouderij (MDV) 14 – konijnenstallen of pluimveestallen, onderdeel eenden- of kalkoenenstal, wat blijkt uit een stal(ontwerp)certificaat MDV 14 dat voor de meldingsdatum is afgegeven door een door de Raad voor Accreditatie hiervoor geaccrediteerde organisatie, waarbij:

    • er een omgevingsvergunning en een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming zijn afgegeven voor de stal, mocht er voor de stal vanuit deze wetgeving een vergunningsplicht gelden, en

      • 1. binnen twee jaar na afgifte van het ontwerpstalcertificaat een definitief stalcertificaat MDV 14 wordt overgelegd, of

      • 2. na het verstrijken van deze termijn van twee jaar een definitief stalcertificaat wordt overgelegd volgens de op dat moment geldende Maatlat Duurzame Veehouderij en de bijbehorende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten,

  • b. bestaande uit: een besloten ruimte waarin dieren worden gehuisvest, een stalinrichting, klimaattechnische en voertechnische systemen, ammoniakemissiereducerende systemen en een mestafvoer en -opslag en met uitzondering van luchtwassers en duurzame energie-opwekkingsinstallaties, waarbij onder een besloten ruimte wordt verstaan: een binnenruimte of een gedeeltelijk omsloten overdekte buitenruimte.

De investering in een duurzame konijnen-, eenden- of kalkoenenstal komt voor ten hoogste € 4.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen. Investeringen in een duurzame konijnen-, eenden- of kalkoenenstal kunnen uitsluitend in zijn geheel voor bedrijfsmiddel B 2290 worden gemeld.

Toelichting: Het certificatieschema Maatlat Duurzame Veehouderij is beschikbaar op maatlatduurzameveehouderij.nl. Op deze website zijn tevens de geldende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten te vinden. Indien een definitief certificaat niet afgegeven kan worden binnen de daartoe gestelde termijn vanwege uitzonderlijke omstandigheden die buiten de macht van de ondernemer liggen, kan uitstel aangevraagd worden bij RVO, zoals opgenomen onder punt 9 van paragraaf 1 van deze bijlage.

Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 500.000 staatssteun verleend mag worden. Zie punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage en rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.

B 2291

# Duurzame melkgeiten- of melkschapenstal

  • a. bestemd voor: het houden van melkgeiten of melkschapen in een stal met ten hoogste 1.500 dierplaatsen voor melkgeiten die voldoet aan de eisen van de Maatlat Duurzame Veehouderij (MDV) 14 – melkgeiten- of melkschapenstallen, wat blijkt uit een stal(ontwerp)certificaat MDV 14 dat voor de meldingsdatum is afgegeven door een door de Raad voor Accreditatie hiervoor geaccrediteerde organisatie, waarbij:

    • er een omgevingsvergunning en een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming zijn afgegeven voor de stal, mocht er voor de stal vanuit deze wetgeving een vergunningsplicht gelden, en

      • 1. binnen twee jaar na afgifte van het ontwerpstalcertificaat een definitief stalcertificaat MDV 14 wordt overgelegd, of

      • 2. na het verstrijken van deze termijn van twee jaar een definitief stalcertificaat wordt overgelegd volgens de op dat moment geldende Maatlat Duurzame Veehouderij en de bijbehorende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten,

  • b. bestaande uit: een besloten ruimte waarin dieren worden gehuisvest, een stalinrichting, klimaattechnische en voertechnische systemen, ammoniakemissiereducerende systemen en een mestafvoer en -opslag en met uitzondering van luchtwassers en duurzame energie-opwekkingsinstallaties, waarbij onder een besloten ruimte wordt verstaan: een binnenruimte of een gedeeltelijk omsloten overdekte buitenruimte.

De investering in een duurzame melkgeiten- of melkschapenstal komt voor ten hoogste € 4.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen. Investeringen in een duurzame melkgeiten- of melkschapenstal kunnen uitsluitend in zijn geheel voor bedrijfsmiddel B 2291 worden gemeld.

Toelichting: Het certificatieschema Maatlat Duurzame Veehouderij is beschikbaar op maatlatduurzameveehouderij.nl. Op deze website zijn tevens de geldende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten te vinden. Indien een definitief certificaat niet afgegeven kan worden binnen de daartoe gestelde termijn vanwege uitzonderlijke omstandigheden die buiten de macht van de ondernemer liggen, kan uitstel aangevraagd worden bij RVO, zoals opgenomen onder punt 9 van paragraaf 1 van deze bijlage.

Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 500.000 staatssteun verleend mag worden. Zie punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage en rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.

E 2292

Elektrische krachtvoerinstallatie voor melkgeiten

  • a. bestemd voor: het gericht voeren van krachtvoer aan melkgeiten met een elektrische installatie, door specifiek het rantsoen per geit vast te stellen, waardoor minder krachtvoer wordt verspild, de diergezondheid verbetert, antibioticagebruik wordt verminderd en minder uitval van geiten optreedt,

  • b. bestaande uit: elektrisch systeem voor het verstrekken van krachtvoer.

Een investering in een elektrische krachtvoerinstallatie voor melkgeiten als onderdeel van een stal die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen B 2200 en B 2291 komt onder bedrijfsmiddel E 2992 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

B 2299

Ondergrondse kadaverkoeling met natuurlijk koudemiddel

  • a. bestemd voor: het ondergronds koelen van kadavers waarbij de kadaverkoelplaats:

    • door middel van een natuurlijk koudemiddel wordt gekoeld, en

    • vloeistofdicht is uitgevoerd, wat wordt aangetoond door middel van een certificaat,

  • b. bestaande uit: een ondergrondse vloeistofdichte kadaverkoelplaats met natuurlijk koudemiddel.

2.3 Landbouwapparatuur

A 2300

Apparatuur of voorzieningen voor het combineren van akkerbouw of veeteelt met bomen en struiken

  • a. bestemd voor: het versterken van de biodiversiteit, het vastleggen van CO2, het verbeteren van de organische stofopbouw in de bodem en het verbeteren van de weerbaarheid van landbouwgewassen of leefomstandigheden van vee, door akkerbouw of veeteelt in combinatie met aanplant van fruitbomen, notenbomen, bessenstruiken of kweekgoed, waarbij:

    • een investering die naar aard, gebruik en toepassing overeenkomt met een in paragraaf 2a omschreven bedrijfsmiddel met middelvoorschrift moet voldoen aan de vereisten van het betreffende bedrijfsmiddel,

    • de investering aantoonbaar bijdraagt aan akkerbouw of veehouderij in combinatie met bomen en struiken,

    • er gebruik gemaakt wordt van dierlijke meststoffen, en

    • de teelt geen betrekking heeft op bosbouw, natuurgrond of fruitteelt als hoofdteelt,

  • b. bestaande uit: voorzieningen en apparatuur die aantoonbaar bijdragen aan akkerbouw of veeteelt in combinatie met fruitbomen, notenbomen, bessenstruiken of kweekgoed en al dan niet mobiele kippenstallen met minder dan 250 dierplaatsen ten behoeve van insecten- of onkruidbestrijding en met uitzondering van alle andere stallen en stalinrichting, gebouwen, opslagvoorzieningen en verwerkingsapparatuur.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 4.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Onder bedrijfsmiddel A 2300 vallen investeringen in voorzieningen voor mengteelten op landbouwgrond, niet zijnde bosbouw en randbeplantingen van bomen. Dit is een onderdeel van agroforestry, waarbij de aanleg van fruitbomen, notenbomen, bessenstruiken of kweekgoed worden gemengd met akkerbouw, groenteteelt of grasland (veeteelt).

Stallen zijn uitgesloten maar mobiele stallen waarin dieren gehuisvest zijn en die bijdragen aan onkruidverwijdering komen wel in aanmerking onder dit bedrijfsmiddel. Bomen voor hakhout met korte omlooptijd, kerstbomen en snelgroeiende bomen voor energieproductie (biomassa) komen niet in aanmerking onder A 2300.

Voor meer achtergrondinformatie voor deze landbouwsystemen zie edepot.wur.nl/454070.

Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 500.000 staatssteun verleend mag worden. Zie punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage en rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.

A 2310

Teeltsysteem voor vollegrondgewassen in de open lucht

  • a. bestemd voor: het in de open lucht in teeltgoten telen van gewassen:

    • waarvan het gangbaar is dat deze in de volle grond geteeld worden,

    • waarbij nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen niet uitspoelen naar het grond- en oppervlaktewater, en

    • waarbij het drainwater wordt opgevangen en gerecirculeerd,

  • b. bestaande uit: een teeltsysteem, een water- en mestgiftsysteem en met uitzondering van een foliekas, een regen- of drainwateropvang en een waterrecirculatiesysteem.

Toelichting: Onder bedrijfsmiddel A 2310 komen alleen teeltsystemen in de open lucht in aanmerking. Teeltsystemen onder glas komen niet in aanmerking.

B 2311

Productieapparatuur voor zilte teelt

  • a. bestemd voor: het telen van gewassen op een zilte bodem zonder dat gebruik gemaakt wordt van bestrijdingsmiddelen en andere chemische toevoegingen, waarbij de teelt is toegestaan volgens de op de meldingsdatum geldende milieuvergunning of omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht,

  • b. bestaande uit: productieapparatuur voor de teelt van gewassen op een zilte bodem.

A 2312

Productieapparatuur voor paludicultuur (natte teelt)

  • a. bestemd voor: het op het eigen bedrijf telen van de gewassen lisdodde, cranberry, kroosvaren of veenmos, zonder gebruik te maken van bestrijdingsmiddelen, kunstmest en andere chemische toevoegingen,

  • b. bestaande uit: productieapparatuur voor de teelt van bovenstaande gewassen, met uitzondering van tractoren.

A 2313

* Productieapparatuur voor strokenteelt

  • a. bestemd voor: het versterken van de biodiversiteit en het verbeteren van de weerbaarheid van landbouwgewassen door het op eigen bedrijf in de open lucht telen van gewassen in stroken tot 30 meter breed, zonder gebruik te maken van bestrijdingsmiddelen, kunstmest en andere chemische toevoegingen, waarbij een investering die naar aard, gebruik en toepassing overeenkomt met een in paragraaf 2a omschreven bedrijfsmiddel met middelvoorschrift moet voldoen aan de vereisten van het betreffende bedrijfsmiddel,

  • b. bestaande uit: productieapparatuur voor de teelt van landbouwgewassen in stroken.

A 2314

Klimaatcel voor gewasteelt

  • a. bestemd voor: het produceren van gewassen, niet zijnde witlof of paddenstoelen, in een volledig geïsoleerde klimaatcel, niet zijnde een kas, waarbij:

    • voor de teelt uitsluitend gebruik wordt gemaakt van ledverlichting,

    • het gebruikte water volledig wordt gerecirculeerd,

    • voor de warmtevoorziening geen gebruik wordt gemaakt van aardgas, en

    • ten minste 30% van de benodigde elektriciteit duurzaam is opgewekt in Nederland,

  • b. bestaande uit: een teeltsysteem, aanpassingen in een daglichtdichte ruimte, teelttechnische en klimaattechnische voorzieningen en celwanden voor zover geen onderdeel van een gebouw en met uitzondering van de volgende onderdelen: gebouwen, warmtepompen, ledverlichting en voorzieningen voor het produceren van elektriciteit.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 4.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Een investering in een klimaatcel als onderdeel van de Groen Label Kas die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen F 2112 of A 2113 komt onder bedrijfsmiddel A 2314 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

F 2317

Meerjarige kweektrays (aanpassen bestaande situatie)

  • a. bestemd voor: het ter vervanging van het gebruik van wegwerptrays kweken van gewassen in meerjarige kweektrays die ten minste tien jaar meegaan en aan het einde van de levensduur worden gerecycled tot nieuwe meerjarige trays,

  • b. bestaande uit: meerjarige kweektrays, (aanpassing van de) pelletiseerinstallatie, (aanpassing van de) apparatuur voor het wassen, stapelen en ontstapelen van de trays.

Een investering in meerjarige kweektrays als onderdeel van een kas die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen B 2111, F 2112 en A 2113 komt onder bedrijfsmiddel F 2317 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

D 2320

Gps-nauwkeurig meetsysteem voor lokale klimaatgegevens

  • a. bestemd voor: het doen van lokale plantenziektenkundig relevante waarnemingen van klimatologische aard met een gps-nauwkeurig meetsysteem op een land- of tuinbouwbedrijf,

  • b. bestaande uit: een gps-nauwkeurig meetsysteem, temperatuursensoren en al dan niet de volgende onderdelen: lichtsensoren, een elektronische verwerkings- en registratie-installatie, een sturingsinstallatie en plantsensoren.

B 2321

Spuitmachine voor plaatsspecifieke toediening met doponafhankelijke aansturing

  • a. bestemd voor: het neerwaarts toedienen van gewasbeschermings- of loofdodingsmiddelen aan landbouwgewassen, waarbij:

    • rekening wordt gehouden met de plaatselijke omstandigheden door meting van de in het gewas aanwezige plaagdruk, onkruiddruk of ziektedruk,

    • de verkregen gegevens via elektronische koppeling in een gps/gis-systeem worden vastgelegd,

    • vervolgens op basis van de vastgelegde gegevens (taakkaarten) de optimale hoeveelheid door een regeleenheid wordt bepaald, en

    • de spuitmachine door een regeleenheid op basis van taakkaarten per dop onafhankelijk het middel aan het gewas toedient,

  • b. bestaande uit: een spuitmachine, een gps/gis-systeem, een regeleenheid voor optimale dosering, een autopilot systeem, een doponafhankelijke aansturing met gps/gis-koppeling, een aanpassings- of stuursysteem voor de spuitmachine, al dan niet de volgende onderdelen: meetapparatuur met gps/gis-koppeling, een ISObus 11783-systeem, een systeem voor het bepalen van de spuitdruk waarbij automatisch de juiste spuitdop wordt ingesteld, een volledig gesloten vulsysteem, een plantherkenningssysteem en onkruidsensoren en met uitzondering van boomgaardspuitmachines en spuitmachines die het gewas op- en zijwaarts bespuiten.

B 2322

Plaatsspecifieke bemestingsapparatuur

  • a. bestemd voor: het zodanig toedienen van organische meststoffen, bewerkte of verwerkte dierlijke mest dat rekening wordt gehouden met de plaatselijke omstandigheden door meting van de in de grond aanwezige voorraad meststoffen, waarbij:

    • de verkregen gegevens via elektronische koppeling in een gps/gis-systeem met een afwijking van ten hoogste 10 centimeter worden vastgelegd,

    • vervolgens op basis van de vastgelegde gegevens (taakkaarten) de optimale hoeveelheid meststoffen door een regeleenheid wordt bepaald,

    • in geval van een mestinjectie-machine of zodenbemester door een regeleenheid op basis van taakkaarten per sectie of per dop onafhankelijk het middel of de mest aan het gewas wordt toegediend, en

    • in geval van vaste mest- of organische stofstrooiers door een regeleenheid op basis van taakkaarten gebaseerd op bodemscans of grondmonsters plaatsspecifiek meer of minder mest wordt toegediend aan het gewas,

  • b. bestaande uit: bemestingsapparatuur, meetapparatuur met gps/gis-koppeling, een gps/gis-systeem, een regeleenheid voor optimale dosering, een autopilot systeem en al dan niet de volgende onderdelen: sensoren, een plantherkenningssysteem, een ISObus 11783-systeem, een automatisch sectieafsluitingssysteem met gps/gis-koppeling, een sneltester voor stikstof, een NIR-sensor in de mesttank en een uitschuifbare as bij een mestinjectie-machine of een zodenbemester.

Bemestingseenheden op zaai-, poot- en plantmachines, granulaatstrooiers en kunstmeststrooiers komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Zie bedrijfsmiddel B 2321 voor spuitmachines voor plaatsspecifiek toedienen van gewasbeschermings- of loofdodingsmiddelen met doponafhankelijke aansturing.

B 2324

Spuitmachine met detectiesensoren of camera’s voor plaatsspecifieke toediening

  • a. bestemd voor: het bestrijden van ziekten, plagen en onkruiden door het plaatsspecifiek toedienen van gewasbeschermingsmiddelen aan een gewas in de open teelt:

    • waarbij sensoren of camera’s detecteren waar het gewas aangetast is of waar de plant of het onkruid staat, en

    • waarop de spuitdoppen worden aangestuurd om alleen gewasbeschermingsmiddel toe te dienen waar het gewas is aangetast of waar het onkruid of de plant staat,

  • b. bestaande uit: een spuitmachine, sensoren of camera's, spuitdoppen, een computer, een regeleenheid, een sensorbesturing van de spuitboom en al dan niet een volledig gesloten vulsysteem.

Het bedrijfsmiddel komt voor 50% van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

B 2326

Meetsensor voor gewasparameters

  • a. bestemd voor: het met een (nabij-)infrarood sensor op basis van gewasreflectie meten van gewasparameters van landbouwgewassen op basis waarvan de hoeveelheid toe te dienen meststoffen, gewasbeschermingsmiddelen of loofdodingsmiddelen direct wordt bepaald en toegediend met behulp van een regeleenheid,

  • b. bestaande uit: een gewassensor, een montageset, een bedieningspaneel, een regeleenheid, softwaremodules, aansluitkabels, een gps/gis-systeem en al dan niet een sneltester voor stikstof, met uitzondering van apparatuur voor het toedienen van meststoffen, gewasbeschermingsmiddelen of loofdodingsmiddelen.

A 2330

Stoomunit voor planten, uitgangsmateriaal of bloembollen

  • a. bestemd voor: het voorkomen en bestrijden van plagen of ziekten door planten, uitgangsmateriaal of bloembollen te verhitten met stoom, waarbij geen stoffen of metalen worden toegediend en waardoor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen wordt verminderd,

  • b. bestaande uit: een luchtdichte stoomunit en een boiler.

Toelichting: Onder bedrijfsmiddel A 2330 komen alleen stoomunits voor het verhitten van planten, uitgangsmateriaal of bloembollen in aanmerking. Stoomunits om grond of substraat te verhitten komen niet in aanmerking.

A 2336

Uv-gewasbeschermingsinstallatie

  • a. bestemd voor: het doden van plantpathogenen in grasvelden of land- en tuinbouwgewassen door behandeling met uv-licht, ter stimulering van geïntegreerde gewasbescherming en beperking van het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen,

  • b. bestaande uit: een hangende, getrokken of zelfrijdende gewasbeschermingsinstallatie, uv-lampen, voeding en meet- en regelapparatuur, met uitzondering van het trekkend voertuig of de rail.

Een investering in een uv-gewasbeschermingsinstallatie als onderdeel van een kas die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen B 2111, F 2112 en A 2113 komt onder bedrijfsmiddel A 2336 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

B 2338

Insectengaas voor de fruitteelt

  • a. bestemd voor: het verminderen van schade aan fruit door insecten en het gebruik en de verspreiding van chemische middelen in de fruitteelt in de open lucht, door toepassing van insectengaas met een maasopening van ten hoogste 0,98 vierkante millimeter,

  • b. bestaande uit: insectengaas met ondersteuningsconstructie.

E 2339

Hagelnetten voor de fruitteelt

  • a. bestemd voor: het verminderen van het gebruik en de verspreiding van chemische middelen in de fruitteelt en het voorkomen van hagelschade aan fruit door toepassing van hagelnetten,

  • b. bestaande uit: hagelnetten en een ondersteuningsconstructie voor de hagelnetten.

Het bedrijfsmiddel komt voor 50% van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

F 2340

Omgekeerde, onderwater- of peilgestuurde drainage

  • a. bestemd voor: het via drainage reguleren van het grondwaterpeil van één of meerdere landbouwpercelen, waardoor verdroging, verzilting, te natte landbouwgrond en afspoeling van meststoffen wordt voorkomen, en waarbij:

    • 1. sprake is van omgekeerde drainage of onderwaterdrainage, of

    • 2. het drainagesysteem is aangesloten op een verzamelput met verstelbare overstort of een sloot met een regelbare stuw,

  • b. bestaande uit: een drainagesysteem onder het perceel, een verzameldrain en al dan niet de volgende onderdelen: een verzamelput met verstelbare overstort of een regelbare stuw, een meetsysteem voor het meten van het grondwaterpeil, een meetsysteem voor het meten van één of meer parameters van de grondwaterkwaliteit en een pomp.

B 2341

# Voorzieningen ter voorkomen van verontreinigingen door erfafspoeling bij een veehouderij

  • a. bestemd voor: het tegengaan van verontreinigingen door erfafspoeling bij een veehouderij door het toepassen van één of meerdere van de volgende maatregelen:

    • 1. een opvangput zonder overstort voor perssappen bij kuilvoerplaatsen waarbij geen ongezuiverde lozing op het oppervlaktewater plaatsvindt,

    • 2. een overkapping van een voeropslag of vaste mestopslag,

    • 3. compartimentering van het erf, waardoor een volledige scheiding tussen afvalwater en schoon hemelwater wordt bereikt,

    • 4. een voorziening voor gescheiden wateropvang voor schoon hemelwater en afvalwater, of

    • 5. een veegmachine met opvangbak en een veegbreedte van ten minste 120 centimeter, voor het bezemschoon maken van het erf,

  • b. bestaande uit: een opvangput, een overkapping voor een voeropslag of vaste mestopslag, (her)inrichting van het erf of een veegmachine met opvangbak, met uitzondering van vloeren van mest- en voederopslagen en vervanging van erfverharding.

F 2342

Volautomatische fusten- of kistenreiniger met gesloten wassysteem

  • a. bestemd voor: het reinigen van fusten of kisten voor de opslag van landbouwproducten met een reinigingsinstallatie:

    • die op het eigen bedrijfsterrein staat opgesteld,

    • waarmee uitsluitend fusten of kisten van het eigen agrarisch bedrijf, niet zijnde een glastuinbouwbedrijf, worden gereinigd,

    • die de fusten of kisten volautomatisch reinigt zonder handmatige tussenkomst,

    • die is voorzien van een gesloten systeem waarin de wasvloeistof wordt opgevangen voor recycling of zuivering, en

    • waarbij de af te voeren wasvloeistof volgens de daarvoor geldende voorschriften uit het Activiteitenbesluit milieubeheer wordt afgevoerd,

  • b. bestaande uit: een volautomatische fusten- of kistenreiniger.

F 2343

Fosfaatabsorptie met ijzerzand in de bloembollenteelt

  • a. bestemd voor: het voorkomen van afspoeling van fosfaat via het drainwater van bloembollenpercelen door:

    • 1. met ijzerzand omhulde drains in het perceel,

    • 2. ijzerzand als absorberende laag in het perceel, of

    • 3. ijzerzand in een aan een bloembollen perceel grenzende oever of watergang,

  • b. bestaande uit: met ijzerzand omhulde drains of toepassing van ijzerzand in de watergang, een waterberging in een krattensysteem of een bassin op het perceel.

G 2344

Voorziening voor het benutten van effluent in de glastuinbouw of open teelt

  • a. bestemd voor: het benutten van het gezuiverde effluent van een rioolwaterzuiveringsinstallatie als gietwater in de glastuinbouw of bevloeiing in de open teelt, waarbij:

    • het effluent niet over de weg wordt vervoerd,

    • voor het toepassen van het effluent toestemming is verleend door het bevoegd gezag, en

    • de terugverdientijd van het bedrijfsmiddel drie jaar of meer bedraagt, uitgaande van de bijkomende investeringskosten en het saldo van de operationele baten en lasten, niet zijnde financieringslasten en afschrijving, ten opzichte van onttrekking van grond- of oppervlaktewater,

  • b. bestaande uit: leidingwerk, buffer(s), pomp(en) en al dan niet de volgende onderdelen: meetapparatuur, ontzoutingsapparatuur en apparatuur om het water geschikt te maken voor benutting en met uitzondering van apparatuur voor het toedienen van het gezuiverde effluent aan de planten.

Toelichting: Apparatuur voor het zuiveren van het ontvangen water komt uitsluitend in aanmerking als deze aanvullend is op kosten die het ontvangende bedrijf had moeten maken voor het benutten van grondwater of oppervlaktewater.

F 2345

Biologisch verwijderingssysteem voor gewasbeschermingsmiddelen

  • a. bestemd voor: het op biologische wijze behandelen van met gewasbeschermingsmiddelen verontreinigd spoel- of afvalwater uit de land- of tuinbouw, niet zijnde de glastuinbouw, in een biologisch systeem, waarbij het water verdampt of geconcentreerd wordt en reststromen, zoals het substraat en het geconcentreerde afvalwater, worden afgevoerd naar een erkend afvalverwerkingsbedrijf of, in geval van substraat, ten minste één jaar wordt gecomposteerd,

  • b. bestaande uit: biologisch waterbehandelingssysteem met bijbehorende overkapping en een afvalwaterbuffer, met uitzondering van de volgende onderdelen: wasplaats, olie/water-afscheider en slibvangput.

Toelichting: Zie bedrijfsmiddel A 2690 voor ozonoxidatie-installaties voor ontsmetting van (opslag)ruimten, lucht of producten in de land- en tuinbouw.

A 2346

Chloorbleekloogvrije ontsmettingsinstallatie voor bloembollen (aanpassen bestaande situatie)

  • a. bestemd voor: het door middel van elektrolyse uit water en natriumchloride produceren van chloorhoudend ontsmettingsmiddel, ter vervanging van ontsmetting van bloembollen met chloorbleekloog, waarbij:

    • het geproduceerde chloor tijdens het productieproces door onderdruk oplost in water, en

    • geen correctie van de zuurgraad met zwavelzuur plaatsvindt,

  • b. bestaande uit: een elektrochemische membraancel, systeem voor het creëren van onderdruk en voorziening voor het neutraliseren of oxideren van reststoffen van het productieproces.

B 2347

Kuubkisten voor bloembollen die geen vocht en chemische middelen opnemen

  • a. bestemd voor: het bewaren van bloembollen tijdens opslag, transport of ontsmetten, waarbij gebruik wordt gemaakt van kuubkisten vervaardigd van materialen die aantoonbaar geen vocht opnemen, wat direct een besparing aan chemische middelen oplevert,

  • b. bestaande uit: kuubkisten voor bloembollen gemaakt van materiaal dat geen vocht opneemt.

Toelichting: Voor bedrijfsmiddelen geldt een minimum meldingsbedrag van € 2.500. Bij bijvoorbeeld een prijs van € 350 per kuubkist worden ten minste 8 kuubkisten tegelijk aangeschaft en gemeld.

A 2349

Systeem voor het mengen van gewasbeschermingsmiddelen in de spuitleiding

  • a. bestemd voor: het voorkomen van het ontstaan van restvloeistof in de spuittank bij het toedienen van gewasbeschermingsmiddelen aan gewassen in de landbouw, bloembollen-, boom- of fruitteelt, niet zijnde glastuinbouw, door een systeem waarbij de gewasbeschermingsmiddelen op het laatste moment voor het spuiten op het gewas in de spuitleiding vermengd worden,

  • b. bestaande uit: een selectieve doseringseenheid of een spuitmiddelinjectiesysteem.

A 2350

Mechanische onkruidbestrijdingsmachine

  • a. bestemd voor: het mechanisch bestrijden van onkruid tussen de rijen van een gewas waarbij nauwkeurig langs de gewasrijen gestuurd wordt met behulp van:

    • 1. een gps/gis-systeem met een afwijking van ten hoogste 10 centimeter, of

    • 2. een automatisch camerastuursysteem met een afwijking van ten hoogste 10 centimeter dat het onkruidbestrijdingssysteem aanstuurt,

  • b. bestaande uit: een mechanische onkruidbestrijdingsmachine, een gps/gis-systeem of een automatisch camerastuursysteem, een terminal en al dan niet de volgende onderdelen: onkruidsensoren, een plantherkenningssysteem en een autopilotsysteem.

A 2351

Intrarijwieder

  • a. bestemd voor: het mechanisch of pneumatisch bestrijden van onkruid zowel tussen als in de rijen van het gewas,

  • b. bestaande uit: een intrarijwieder met een mechanisch of pneumatisch onkruidbestrijdingssysteem en al dan niet de volgende onderdelen: onkruidsensoren en een plantherkenningssysteem.

B 2352

Mechanische onkruidtrekker, -knipper of -snijder

  • a. bestemd voor: het uittrekken of doorsnijden van de dikkere stengels van onkruid met een machine voorzien van een trek-, kam-, knip- of snijtechniek, waarbij het geteelde gewas niet wordt beschadigd en de onkruiddruk in akkerbouwgewassen of grasland wordt verminderd,

  • b. bestaande uit: een onkruidbestrijdingsmachine met trek-, kam-, knip- of snijtechniek en al dan niet een bezem.

A 2353

Precisiezaaimachine met voorzieningen voor sojateelt

  • a. bestemd voor: het zaaien van sojazaden en al dan niet andere zaden met een precisiezaaimachine zodat er een optimale verdeling van de zaden per vierkante meter plaatsvindt en waarbij het gps/gis-systeem een afwijking heeft van ten hoogste 10 centimeter,

  • b. bestaande uit: een precisiezaaimachine, een gps/gis-systeem en een bedieningsterminal.

Het bedrijfsmiddel komt voor 50% van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Om in aanmerking te komen voor bedrijfsmiddel A 2353 moet worden aangetoond dat de precisiezaaimachine ook gebruikt wordt voor het zaaien van soja.

A 2354

Flexibel maaibord voor het oogsten van sojabonen

  • a. bestemd voor: het laag bij de grond oogsten van sojabonen met een flexibel maaibord,

  • b. bestaande uit: een flexibel maaibord.

A 2355

Onkruidbestrijdingsmachine op basis van stroom (hoogspanning)

  • a. bestemd voor: het bestrijden van onkruid in de landbouw door het toedienen van stroom door een machine die stroom genereert en waarbij applicatoren de hoogspanning naar het onkruid overbrengen waardoor het onkruid geëlektrocuteerd wordt,

  • b. bestaande uit: een onkruidbestrijdingsmachine die stroom genereert en het onkruid elektrocuteert.

A 2359

Elektrisch aangedreven wiedbed

  • a. bestemd voor: het wieden van onkruid met een wiedbed, niet zijnde een getrokken wiedbed, dat:

    • is voorzien van zit- of ligplaatsen voor mensen die onkruid wieden, en

    • uitsluitend elektrisch wordt aangedreven, waarbij de elektrische energie voor de aandrijving wordt geleverd door een accupakket dat geen lood bevat en al dan niet een netspanningskabel, brandstofcel of zonnepanelen,

  • b. bestaande uit: een elektrisch aangedreven wiedbed en al dan niet een vast aan het werktuig verbonden zonnepaneel.

A 2360

Doseereenheid voor vloeibare meststoffen met gps-gestuurde afschakeling per rij

  • a. bestemd voor: het gelijktijdig met het zaaien, poten, planten, frezen, schoffelen of aanaarden per rij gedoseerd toedienen van vloeibare kunstmest of de vloeibare fractie die rest na de verwerking van dierlijke meststoffen, in de grond vlak bij het zaad, de knol of het plantje, waarbij er plaatsspecifiek meer of minder mest wordt gegeven met behulp van een gps/gis-systeem met een afwijking van ten hoogste 10 centimeter,

  • b. bestaande uit: een geheel van een tank voor vloeibare meststoffen, een regeleenheid om vloeistof te sturen en doseren, een schoonwatertank, een verdeelset, doseerslangen, een aangepaste injectiekouter of -tand, een gps/gis-systeem, gps/gis-gestuurde afsluitkleppen, opbouw op een plant-, poot- of zaaimachine en een slangenpompset of een membraan-, een centrifugaal- of een tandwielpomp, en met uitzondering van de volgende onderdelen: de plant-, poot- of zaaimachine, granulaatstrooiers, sleepslangdoseersystemen, sleepslang- en zodenbemesters.

F 2361

Druppelbevloeiingssysteem voor open teelten

  • a. bestemd voor: het met een druppelsysteem gereguleerd doseren van water en al dan niet meststoffen aan gewassen in de vollegrondteelt, niet zijnde glastuinbouw, ter voorkoming van uitspoeling en ter besparing van (grond)water,

  • b. bestaande uit: vochtmeetapparatuur, een regeleenheid, een druppelbevloeiingssysteem en al dan niet de volgende onderdelen: een regenwateropslag, waterzuiveringsapparatuur, een lichtmeter, apparatuur voor het bepalen van het mineralengehalte, een meetsysteem voor het meten van het grondwaterpeil en een meetsysteem voor het meten van één of meer parameters van de grondwaterkwaliteit.

Toelichting: Er mogen geen gewasbeschermingsmiddelen via het druppelbevloeiingssysteem aan de gewassen toegediend worden.

A 2365

Regen- of spoelwateropslag voor het verdunnen van mest

  • a. bestemd voor: het opslaan van regenwater of spoelwater voor het verdunnen van drijfmest in de veehouderij, akkerbouw, bloembollen-, boom-, fruit- of vollegrondteelt,

  • b. bestaande uit: regen- of spoelwateropslag.

Toelichting: Er moet aangetoond worden dat er geïnvesteerd in een regen- of spoelwateropslag waarbij het water gebruikt wordt voor het verdunnen van mest.

B 2370

Bodemdrukverlagend bandensysteem in de open teelt

  • a. bestemd voor: het verlagen van de bodemdruk in de open teelt, ter behoud van de bodemstructuur, door:

    • 1. rupsbanden voor een tractor, of

    • 2. brede luchtbanden voor een mobiel werktuig, niet zijnde een getrokken werktuig, in combinatie met een luchtdrukwisselsysteem,

  • b. bestaande uit: rupsbanden voor een tractor of brede luchtbanden en een luchtdrukwisselsysteem voor een niet getrokken mobiel werktuig.

A 2375

Mulch-apparatuur

  • a. bestemd voor: het ter bescherming, verbetering en voorkoming van erosie van de bodem aanbrengen van een mulchlaag bestaande uit organisch restmateriaal, niet zijnde bokashi, compost, stro of mest, voor teelt in de open lucht, waarbij de bodem, in het geval van bodembewerking, niet dieper dan 5 centimeter wordt bewerkt,

  • b. bestaande uit: apparatuur noodzakelijk voor het aanbrengen van een mulchlaag of het verkleinen of kapot maken van vanggewassen of groenbemesters, met uitzondering van cultivators, frezen, grasmaaiers, meststrooiers, versnipperaars en weilandbloters.

B 2391

Versnipperaar voor kunststofafval van een landbouwbedrijf

  • a. bestemd voor: het op locatie van een eigen landbouwbedrijf versnipperen van kunststof bussen, fusten en ander kunststofafval, niet zijnde landbouwfolie of landbouwplastic, waarbij het kunststofafval:

    • afkomstig is van het eigen landbouwbedrijf,

    • gescheiden wordt aangeboden aan een afvalverwerkend bedrijf waar dat in de huidige situatie nog niet het geval is, en

    • wordt gerecycled tot nieuwe kunststofproducten,

  • b. bestaande uit: een speciaal daarvoor aangepaste versnipperaar die past op de inzamelcontainer voor kunststofafval.

2.4 Aquacultuur

F 2400

Polycultuurkwekerij voor aquatische producten

  • a. bestemd voor: het kweken van twee of meer aquatische productgroepen (planten, vissen, weekdieren, schaaldieren, schelpdieren, insecten, ringwormen en overige lagere diersoorten) waarbij:

    • ten minste één van de gekweekte productgroepen als voedsel dient voor een andere productgroep,

    • dierlijke producten worden verkregen van gekweekte ouderdieren,

    • er geen sprake is van kweken in open water,

    • het effluent ten minste even schoon is als het ingenomen water,

    • de kwaliteit van het effluent real-time wordt gemonitord, en

    • het verstrekte voer (deels) gekweekt wordt of bestaat uit al dan niet bewerkte afvalstromen,

  • b. bestaande uit: een kweeksysteem, een real-time monitoringsysteem voor waterkwaliteit en al dan niet de volgende onderdelen: waterzuiveringsapparatuur en een voerkweeksysteem en met uitzondering van ruimten en onderdelen bedoeld voor het personeel.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 2.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

F 2410

Duurzame viskwekerij

  • a. bestemd voor: het kweken van vis in een viskwekerij, waarbij:

    • de juveniele vissen verkregen wordt van gekweekte ouderdieren,

    • er geen sprake is van opkweken in open water,

    • het effluent ten minste even schoon is als het ingenomen water,

    • de kwaliteit van het effluent real-time wordt gemonitord,

    • het verstrekte voer (deels) gekweekt wordt of bestaat uit al dan niet bewerkte afvalstromen, en

    • de verwerking en transport van de vis voldoet aan de eisen van bedrijfsmiddel F 2612,

  • b. bestaande uit: een viskwekerij, een real-time monitoringsysteem voor het effluent, waterzuiveringsapparatuur, al dan niet een voerkweeksysteem en met uitzondering van ruimten en onderdelen bedoeld voor het personeel.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 2.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

F 2411

Duurzame pootviskwekerij

  • a. bestemd voor: het opkweken van pootvis in een viskwekerij, waarbij:

    • de pootvis verkregen wordt van gekweekte ouderdieren,

    • er geen sprake is van opkweken in open water,

    • het effluent ten minste even schoon is als het ingenomen water,

    • de kwaliteit van het effluent real-time wordt gemonitord, en

    • het verstrekte voer (deels) gekweekt wordt of bestaat uit al dan niet bewerkte afvalstromen,

  • b. bestaande uit: een pootviskwekerij, een real-time monitoringssysteem voor het effluent, waterzuiveringsapparatuur, al dan niet een voerkweeksysteem en met uitzondering van ruimten en onderdelen bedoeld voor het personeel.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 2.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

F 2420

Schaal- en schelpdierbroedinstallatie

  • a. bestemd voor: het broeden en opkweken van schaal- en schelpdieren uit ouderdieren, waarbij:

    • er geen sprake is van broeden en opkweken in open water,

    • het effluent ten minste even schoon is als het ingenomen water,

    • de kwaliteit van het effluent real-time wordt gemonitord, en

    • het verstrekte voer (deels) gekweekt wordt of bestaat uit al dan niet bewerkte afvalstromen,

  • b. bestaande uit: een broedinstallatie, een kweeksysteem, een real-time monitoringssysteem voor het effluent, al dan niet de volgende onderdelen: waterzuiveringsapparatuur en een voerkweeksysteem en met uitzondering van ruimten en onderdelen bedoeld voor het personeel.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 2.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

F 2421

Schaal- of schelpdierkwekerij

  • a. bestemd voor: het kweken van schelp- of schaaldieren, waarbij:

    • de juveniele schelp- of schaaldieren worden verkregen van gekweekte ouderdieren,

    • er geen sprake is van broeden en opkweken in open water,

    • het effluent ten minste even schoon is als het ingenomen water,

    • de kwaliteit van het effluent real-time wordt gemonitord, en

    • het verstrekte voer (deels) gekweekt wordt of bestaat uit al dan niet bewerkte afvalstromen,

  • b. bestaande uit: een kweeksysteem, een real-time monitoringssysteem voor het effluent, al dan niet de volgende onderdelen: waterzuiveringsapparatuur en een voerkweeksysteem en met uitzondering van ruimten en onderdelen bedoeld voor het personeel.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 2.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

F 2430

# Productiesysteem voor algen, kroos of (zee)wieren

  • a. bestemd voor: het produceren van algen, kroos of (zee)wieren:

    • voor toepassing als grondstof in producten, niet zijnde brandstoffen, geneesmiddelen, voedingssupplementen en cosmeticaproducten, en

    • waarbij de terugverdientijd van het bedrijfsmiddel vijf jaar of meer bedraagt, uitgaande van de bijkomende investeringskosten en het saldo van de operationele baten en lasten, niet zijnde financieringslasten en afschrijving, ten opzichte van niet investeren in een productiesysteem voor algen, kroos of (zee)wieren,

  • b. bestaande uit: een productiesysteem en al dan niet de volgende onderdelen: apparatuur voor recirculatie van de voedingsoplossing en apparatuur voor het invoeden van CO2 uit afgassen en met uitzondering van gebouwen.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 2.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Voorbeelden van toepassingen zijn humane voedingsproducten en diervoeders zoals veevoer, petfood en visvoer, biostimulanten en materialen. Biostimulanten helpen de plant om voedingstoffen efficiënt te gebruiken of beter bestand te zijn tegen abiotische stress en zijn gereguleerd in de Verordening (EU) 2019/1009 van het Europees parlement en de Raad van 5 juni 2019 tot vaststelling van voorschriften inzake het op de markt aanbieden van EU-bemestingsproducten en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 1069/2009 en (EG) nr. 1107/2009 en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2003/2003 (PbEU 2019, L 170/1).

Zie bedrijfsmiddel F 2613 voor verwerkingsapparatuur voor algen, kroos of (zee)wieren in geval van verwerking tot grondstof voor humane voedingsproducten, diervoeders of biostimulanten. Zie bedrijfsmiddel F 1100 voor productieapparatuur voor grondstoffen of producten op basis van biomassa.

2.5 Visserij

F 2510

Akoestische afschrikkingsapparatuur aan visnetten

  • a. bestemd voor: het ter vermijding van bijvangst verdrijven van walvisachtigen door aan visnetten bevestigde apparatuur die ultrasoon geluid produceert met een variabele pulssnelheid, voor zover die visnetten niet genoemd zijn in bijlage I van Verordening (EG) nr. 812/2004 van de Raad van 26 april 2004 tot vaststelling van maatregelen betreffende de bijvangsten van walvisachtigen bij de visserij en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 88/98 (PbEU 2004, L 150),

  • b. bestaande uit: akoestische afschrikkingsapparatuur.

F 2511

Boomkor vervangende visinstallatie op een bestaand visserijschip

  • a. bestemd voor: het op een bestaand visserijschip verminderen van bijvangst en schade aan de onderwaterbodem door het volledig vervangen van boomkorvistuig en -installaties door een alternatieve visinstallatie, waarbij uit de op de meldingsdatum geldende vismachtiging die de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselvoorziening voor het schip heeft afgegeven, blijkt dat niet meer met boomkor wordt gevist,

  • b. bestaande uit: (aanpassing van de) visinstallatie, het verwijderen van de boomkorinstallatie en met uitzondering van pulskorvisinstallaties en hydrorig-vleugelinstallaties.

Toelichting: Zie bedrijfsmiddel 340000 van de energie-investeringsaftrek voor een hydrowingsysteem voor de garnalenvisserij en energiezuinige visinstallaties.

F 2590

Balenpers voor plastic afval op een zeeschip

  • a. bestemd voor: het minimaliseren van plastic afvalopslag op een zeegaand (visserij)schip varend onder Nederlandse vlag, met een vast aan boord opgestelde balenpers, waarbij het plastic afval ter verwerking afgegeven wordt aan een havenontvangstinstallatie,

  • b. bestaande uit: een balenpers en al dan niet geïntegreerde zonnecellen voor de energievoorziening.

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel is onderdeel van de Green Deal ‘Visserij voor een Schone Zee’ en de Green Deal ‘Scheepsafvalketen’.

2.6 Verwerkingsapparatuur voor agrarische producten

F 2600

Apparatuur voor lokale verwerking van landbouwgewassen (voorwaartse integratie)

  • a. bestemd voor: het op of in de nabijheid van het land waar de landbouwgewassen voor het proces zijn geteeld uitvoeren van kleinschalige, decentrale processtappen in de verwerking van het gewas, waarbij het gangbaar is dat deze processtappen centraal en fabrieksmatig plaatsvinden, met als doel het verkleinen van kringlopen, het op het land houden van nutriënten en het voorkomen van afval bij de fabriek,

  • b. bestaande uit: verwerkingsapparatuur en -voorzieningen voor lokale verwerking, en met uitzondering van de volgende onderdelen: apparatuur en voorzieningen voor het transporteren, sorteren, verpakken, schoonmaken en opslaan van primaire landbouwproducten, gebouwen en mobiele machines.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 1.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel betreft bijvoorbeeld kleinschalige en lokale fermentatie-apparatuur, als het gangbaar is om dat fabrieksmatig en centraal te doen.

F 2601

Verwerkingsapparatuur voor het beperken van voedselverspilling in de voedingsmiddelenindustrie

  • a. bestemd voor: het tot humane voedingsmiddelen verwerken van hoogwaardige voedingsmiddelen in de voedingsmiddelenindustrie, die worden gezien als overschotten, minder vers zijn of zijn afgekeurd, waarbij:

    • de geproduceerde voedingsmiddelen voldoen aan geldende wetgeving op gebied van traceerbaarheid en voedselveiligheid,

    • de verwerkte voedingsmiddelen in de gangbare praktijk een laagwaardigere toepassing zoals vergisting, compostering of verwerking tot diervoeder zouden krijgen,

    • wordt aangetoond dat de verwerking een milieubelasting heeft die ten hoogste gelijk is aan de gangbare verwerking van de betreffende stroom, en

    • het restproduct al dan niet een energietoepassing krijgt,

  • b. bestaande uit: apparatuur voor de verwerking van hoogwaardige (afgekeurde) voedseloverschotten, met uitzondering van de volgende onderdelen: apparatuur en voorzieningen voor het transporteren, sorteren, verpakken, schoonmaken en opslaan van hoogwaardige voedingsmiddelen.

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel kan bijvoorbeeld apparatuur zijn voor het verwerken van oud brood of optisch afgekeurde groenten en fruit of een 3D-printer voor foodprinting.

F 2605

Apparatuur voor het opwaarderen van plantaardige (rest)stromen tot voedingsmiddelen

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 2612

Verwerkingsapparatuur voor diervriendelijke verwerking van gekweekte vis

  • a. bestemd voor: het slachten en verwerken van gekweekte vis, waarbij:

    • de verwerking plaatsvindt binnen 25 kilometer van de kwekerij,

    • de vis voorafgaand aan het slachten binnen één seconde wordt bedwelmd, verdoofd of hersendood gemaakt en gedood zonder dat de vis bijkomt, en

    • op de transportwagen voor aan- en afvoer van levende vis, apparatuur aanwezig is die tijdens transport het zuurstofniveau meet en aanpast waardoor het zuurstofgehalte ten hoogste 110% bedraagt en meetapparatuur voor de waterkwaliteit aanwezig is die ten minste de watertemperatuur meet en de mogelijkheid biedt dit tijdens transport automatisch bij te sturen,

  • b. bestaande uit: diervriendelijke dodingsapparatuur, slachtapparatuur, verwerkingsapparatuur en -voorzieningen en meetapparatuur en voorzieningen ter beheersing van de waterkwaliteit tijdens transport en met uitzondering van de volgende onderdelen: apparatuur en voorzieningen voor sorteren, verpakken en opslag, gebouwen en mobiele werktuigen.

F 2613

# Verwerkingsapparatuur voor algen, kroos of (zee)wieren

  • a. bestemd voor: het verwerken van algen, kroos of (zee)wieren tot grondstof voor humane voedingsproducten, diervoeders of biostimulanten, waarbij de terugverdientijd van het bedrijfsmiddel vijf jaar of meer bedraagt, uitgaande van de bijkomende investeringskosten en het saldo van de operationele baten en lasten, niet zijnde financieringslasten en afschrijving, ten opzichte van niet investeren in verwerkingsapparatuur voor algen, kroos of (zee)wieren,

  • b. bestaande uit: een oogstsysteem en verwerkings- of voorbewerkingsapparatuur en met uitzondering van gebouwen.

Toelichting: Voorbeelden van humane voedingsproducten en diervoeders zijn vleesvervangers, veevoer, petfood en visvoer. Biostimulanten helpen de plant om voedingstoffen efficiënt te gebruiken of beter bestand te zijn tegen abiotische stress en zijn gereguleerd in de Europese Meststoffenverordening. Verwerkings- of voorbewerkingsapparatuur voor algen, kroos of (zee)wieren kan betrekking hebben op het malen en drogen en scheiden in verschillende fracties, zoals vetten en eiwitten.

Zie bedrijfsmiddel F 2430 voor een productiesysteem voor algen, kroos of (zee)wieren. Zie bedrijfsmiddel F 1100 voor productieapparatuur voor grondstoffen of producten op basis van biomassa.

B 2615

Volautomatische optische sorteerinstallatie voor aardappelen, uien of wortelen

  • a. bestemd voor: het met een camerasysteem automatisch sorteren van aardappelen, uien of wortelen zodat er qua vorm, maat en kwaliteit uniforme partijen worden verkregen waardoor uitval nagenoeg voorkomen wordt en waarbij:

    • 1. sortering van aardappelen op ten minste diameter, vierkantsmaat, knolvorm, beschadigingen, groeiafwijkingen en ziekten plaatsvindt,

    • 2. sortering van uien op ten minste gewicht, diameter, kleur, externe en interne kwaliteit plaatsvindt, of

    • 3. sortering van wortelen op ten minste gewicht, diameter, lengte, kleur en externe kwaliteit plaatsvindt,

  • b. bestaande uit:

    • 1. met betrekking tot onderdeel a., punt 1, in-, door- en uitvoerbanden, een verenkelings- en rotatiesysteem met trillende axiaalrollen, een kleuren- en infraroodcamera, een led-belichtingssysteem, een besturingscomputer met classificatie- en sorteersoftware en een persluchtsysteem waarmee aardappelen bij de juiste sorteeruitgang worden geblazen en sorteeruitgangen,

    • 2. met betrekking tot onderdeel a., punt 2, in-, door- en uitvoerbanden of rollensets, een verenkelaar, een cupsorteerder met alle controle-units met NIR-technologie, cameraboxen en lasers, een weegunit, persluchtvoorzieningen, kistenvullers en een volautomatische wasstation voor het reinigen van de machine, of

    • 3. met betrekking tot onderdeel a., punt 3, in-, door- en uitvoerbanden, een verenkelaar, een kleuren- en NIR-camera, een besturingscomputer met classificatie- en sorteersoftware, een persluchtsysteem waarmee wortelen bij de juiste sorteeruitgang worden geblazen en sorteeruitgangen.

B 2620

Hogedruk pasteurisatie-installatie voor conservering van verse levensmiddelen

  • a. bestemd voor: het onder een druk van 400 tot 600 MPa pasteuriseren van verse levensmiddelen waardoor de houdbaarheid verlengd wordt en waarbij de verse levensmiddelen niet worden verhit,

  • b. bestaande uit: een hogedrukvat, een juk, een systeem om het vat op druk te brengen, een systeem voor het laden en lossen en een regeleenheid.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 2.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Deze conserveringstechniek wordt ook High Pressure Processing (HPP) genoemd. Installaties die levensmiddelen pasteuriseren door middel van verhitting voldoen niet aan bedrijfsmiddel B 2620.

A 2630

Bevochtigingsapparatuur voor verse voedingsmiddelen in de horeca

  • a. bestemd voor: het met ultrasone techniek uit gezuiverd water gecreëerde aerosolen kleiner dan 5 micron bedekken van verse voedingsmiddelen in de horeca, zodat in de directe omgeving van de voedingsmiddelen de luchtvochtigheid toeneemt en de temperatuur daalt, waardoor de voedingsmiddelen langer houdbaar blijven en voedselverspilling wordt voorkomen,

  • b. bestaande uit: waterbehandelingsapparatuur met voorfilters en een omgekeerd osmosemembraan, een waterkwaliteitscontrolesysteem, een waterbesparingspomp, een ultrasone bevochtiger voor voedingsmiddelen, een automatische leegloopfunctie, een ozongenerator, een afvoerpomp, een frame, een deelstelsel en al dan niet koelapparatuur.

A 2631

Automatische voedselafvalmonitor

  • a. bestemd voor: het automatisch wegen, fotograferen en analyseren van voedselafval en -overschotten in de horeca om voedselverspilling te voorkomen,

  • b. bestaande uit: een weegschaal, camera-unit en een sofwarepakket.

Toelichting: Let op: alleen een investering in de aanschaf van een automatische voedselafvalmonitor kan in aanmerking komen voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen. De kosten voor het leasen van een voedselafvalmonitor komen niet in aanmerking.

A 2635

Laserapparaat voor natural branding van groente, fruit en aardappelen

  • a. bestemd voor: het ter vervanging van plastic verpakkingsmateriaal of stickers met een laser weghalen van pigment in de buitenste schil van groente, fruit of aardappelen, waardoor een logo of tekst ontstaat en waarbij geen gebruik van hulpstoffen wordt gemaakt,

  • b. bestaande uit: een laserapparaat.

A 2650

# Terugwinningsinstallatie voor fosfaat of stikstof uit dierlijke mest

  • a. bestemd voor: het behandelen van dierlijke mest, waarbij:

    • 1. het stikstofhoudend concentraat wordt behandeld door:

      • vloeibare stikstof om te zetten in ammoniak door verhoging van de pH of verwarming en het ontstane ammoniak te wassen met zuur, waardoor een mineralenconcentraat ontstaat dat nuttig wordt toegepast, of

      • indamping door middel van vacuüm, mechanische damprecompressie en destillatie, waardoor er kaliconcentraat en ammoniakwater ontstaat dat nuttig toegepast wordt, of

    • 2. het fosfaathoudend concentraat wordt behandeld door:

      • pyrolyse,

      • toepassing van ongebluste kalk, of

      • het doen neerslaan van struvietkristallen,

    waarbij onder punt 1 en 2 geldt dat:

    • de fosfaat- of stikstofstroom van de mest worden afgescheiden en tot een nuttig product worden omgezet door een installatie die is toegestaan door het bevoegd gezag,

    • een bij punt 1 of 2 ontstane waterige fractie wordt gerecirculeerd of loosbaar is op het oppervlaktewater of riool,

    • de installatie, in geval van mestbehandeling op een locatie met een agrarische bestemming, jaarlijks niet meer dan 25.000 m³ mest behandelt, tenzij er ook mest behandeld wordt van andere agrarische bedrijven binnen een straal van 10 kilometer rond het agrarisch bedrijf waar de terugwinningsinstallatie is geplaatst,

  • b. bestaande uit: een terugwinningsinstallatie, met uitzondering van de volgende onderdelen: mestvergistingsinstallatie, hygiëniseerinstallatie, droogband, validatie-installatie, composteerinstallatie, verbrandingsinstallatie en gebouwen.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 4.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Mogelijkheden voor behandelen van stikstofhoudend concentraat zijn bijvoorbeeld stikstof strippen, kraken en verdampen in een gesloten installatie.

A 2651

* Plasma-installatie voor behandelen van dierlijke mest

  • a. bestemd voor: het scheiden en behandelen van dierlijke mest door middel van plasmatechnologie waardoor de mest omgezet wordt in een meer efficiënte meststof, de pH van de mest daalt en de emissies van ammoniak en methaan en het gebruik van kunstmest vermindert, waarbij:

    • ten minste 50% van de benodigde elektriciteit duurzaam is opgewekt in Nederland, en

    • ten minste 50% van de ontstane warmte wordt hergebruikt,

  • b. bestaande uit: een mestscheider, een container, een luchtcompressor, een voedingseenheid, een plasmamodule, een absorptie-systeem, een controle-module, software, pompen, sensoren, een buffervat en met uitzondering van duurzame energie-opwekkingsinstallaties.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 4.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

A 2690

Ozonoxidatie-installatie voor ontsmetting van (opslag)ruimten, lucht of producten in de land- en tuinbouw

  • a. bestemd voor: het in een land- of tuinbouwbedrijf desinfecteren van lucht, een gesloten (opslag)ruimte of een product door oxidatie met ozon, waardoor het gebruik van chemicaliën aantoonbaar wordt verminderd of vermeden,

  • b. bestaande uit: een oxidatie-installatie, een ozongenerator en al dan niet de volgende onderdelen: doseer- of injectieapparatuur, een restozonabsorber of -vernietiger, een besturingssysteem en meet- en regelapparatuur.

2.7 Eiwittransitie

F 2700

# Productieapparatuur voor vlees-, vis- en zuivelvervangers

  • a. bestemd voor: het vervaardigen van plantaardige alternatieven voor vlees-, vis- en zuivelproducten, waarbij:

    • de gangbare producten op basis van dierlijke eiwitten worden vervaardigd,

    • het plantaardige alternatief milieuvriendelijker is dan het gangbare product van dierlijke oorsprong dat het vervangt,

    • de plantaardige alternatieven worden vervaardigd op basis van in Europa geteelde plantaardige grondstoffen of (grondstoffen uit) schimmels,

    • alternatieven voor vlees en vis ten minste 5,0 gram eiwit per 100 gram product bevatten,

    • alternatieven voor eetzuivel ten minste 2,5 gram eiwit per 100 gram product bevatten,

    • alternatieven voor drinkzuivel ten minste 1,0 gram eiwit per 100 milliliter product bevatten, en

    • de terugverdientijd van het bedrijfsmiddel vijf jaar of meer bedraagt, uitgaande van de bijkomende investeringskosten en het saldo van de operationele baten en lasten, niet zijnde financieringslasten en afschrijving, ten opzichte van niet investeren in productieapparatuur voor vlees-, vis of zuivelvervangers,

  • b. bestaande uit: productieapparatuur voor vlees-, vis- of zuivelvervangers.

F 2714

Apparatuur voor de winning van blad-eiwit

  • a. bestemd voor: de winning van wateroplosbaar blad-eiwit uit geteelde gewassen of agrarische reststromen voor de toepassing in humane voedingsproducten of diervoeders,

  • b. bestaande uit: apparatuur voor de winning van blad-eiwit.

Toelichting: Voorbeelden van humane voedingsproducten en diervoeders zijn vleesvervangers, veevoer, petfood en visvoer.

F 2715

# Apparatuur voor de winning van eiwit

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

A 2720

Insectenkweeksysteem

  • a. bestemd voor: het kweken van insecten ter vervanging van andere eiwitbronnen voor humane voeding of diervoer, of voor toepassing in farmaceutica, waarbij de kweek van de insecten en het voedsel voor de insecten, dat niet bestaat uit (bestanddelen van) vis, wettelijk zijn toegestaan,

  • b. bestaande uit: een kweeksysteem voor insecten, met uitzondering van gebouwen.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 4.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Zowel de kweek van de insectensoort als het voedsel waarop de insecten worden gekweekt moeten wettelijk zijn toegestaan. Kweek van insecten op voedsel dat (deels) bestaat uit vis komt niet in aanmerking vanwege het niet-duurzame karakter van dit voedsel.

Dit bedrijfsmiddel kan bijvoorbeeld een insectenkwekerij voor humane voedingsproducten, diervoer of farmaceutica betreffen. Onder het kweken van insecten wordt ook de opfok van insecten verstaan. Zowel 'breeding' als 'rearing' van insecten komt in aanmerking.

Zie bedrijfsmiddel F 2721 voor apparatuur voor de verwerking van insecten tot producten. Zie bedrijfsmiddel F 2722 voor verwerkingsapparatuur van laagwaardige plantaardige reststromen tot voedsel voor insectenkweek.

F 2721

Verwerkingsapparatuur voor insecten

  • a. bestemd voor: het verwerken van insecten tot een product dat wettelijk is toegestaan,

  • b. bestaande uit: verwerkings- of voorbewerkingsapparatuur voor insecten, met uitzondering van gebouwen.

Toelichting: Verwerkingsapparatuur voor insecten kan betrekking hebben op het scheiden van insecten in verschillende fracties, zoals vetten en eiwitten. Ook apparatuur voor het verwerken van insecten tot voer- of voedingsproducten kan in aanmerking komen.

Zie bedrijfsmiddel A 2720 voor een insectenkweeksysteem.

F 2722

Verwerkingsapparatuur van laagwaardige plantaardige reststromen tot voedsel voor insectenkweek

  • a. bestemd voor: de verwerking van een laagwaardige plantaardige en aantoonbaar onvermijdbare reststroom, waarbij:

    • de reststroom wordt ingezet als voedsel voor insecten,

    • de reststroom in de gangbare praktijk laagwaardiger wordt ingezet zoals voor vergisting of compostering,

    • het voedsel voor de insecten wettelijk is toegestaan,

    • de insecten worden gekweekt voor de productie van voedingsmiddelen of ingrediënten voor humane consumptie of vis- of veevoer, en

    • wordt aangetoond dat de verwerking milieuvriendelijker is dan de gangbare verwerking van de betreffende stroom,

  • b. bestaande uit: apparatuur voor de verwerking van laagwaardige plantaardige reststromen tot voedsel voor insectenkweek.

Toelichting: Zie bedrijfsmiddel A 2720 voor een insectenkweeksysteem.

3. Mobiliteit

Stille, schone en zuinige transportmiddelen, mobiele werktuigen, distributie van alternatieve brandstoffen, transportpreventie

3.1 Wegvervoer

G 3101

Elektrisch aangedreven bestelauto

  • a. bestemd voor: het vervoer van goederen met een elektrisch aangedreven bestelauto die:

    • behoort tot de Europese voertuigcategorie N1 of N2, en

    • is voorzien van een uitsluitend elektrische aandrijving, waarbij de voor de aandrijving benodigde energie wordt geleverd door een accupakket dat geen lood bevat,

  • b. bestaande uit: een elektrisch aangedreven bestelauto en al dan niet een oplaadstation.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste het investeringsbedrag minus € 11.000 in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Toelichting: Over de eerste € 11.000 ontvangt u geen milieu-investeringsaftrek. Stel, u investeert in een elektrisch aangedreven bestelauto ter waarde van € 50.000, dan komt de investering voor ten hoogste € 50.000 – € 11.000 = € 39.000 in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Op rvo.nl/subsidie-en-financieringswijzer/miavamil/ onder ‘Positieve lijsten’ staat een lijst met merken en typen waarvan is gebleken dat deze kunnen voldoenaan de onder a. gestelde eisen voor dit bedrijfsmiddel.

G 3104

Waterstof aangedreven bestelauto

  • a. bestemd voor: het vervoer van goederen met een bestelauto die:

    • behoort tot de Europese voertuigcategorie N1 of N2, en

    • is voorzien van een uitsluitend elektrische aandrijving, waarbij de voor de aandrijving benodigde energie wordt geleverd door een brandstofcel en al dan niet een accupakket,

  • b. bestaande uit: een waterstof aangedreven bestelauto en al dan niet een oplaadstation.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 125.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

E 3105

Elektrisch aangedreven taxi

  • a. bestemd voor: het vervoer van personen met een voertuig, niet zijnde een taxi voor rolstoelvervoer of met 9 zitplaatsen:

    • waarvoor in het kentekenregister de vermelding ‘taxi’ is opgenomen, en

    • dat is voorzien van een uitsluitend elektrische aandrijving, waarbij de voor de aandrijving benodigde energie wordt geleverd door een accupakket dat geen lood bevat,

  • b. bestaande uit: een elektrisch aangedreven taxi en al dan niet een oplaadstation.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 40.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Toelichting: Zie bedrijfsmiddel D 3106 voor een elektrisch aangedreven taxi met 9 zitplaatsen of voor rolstoelvervoer.

D 3106

Elektrisch aangedreven taxi met 9 zitplaatsen of voor rolstoelvervoer

  • a. bestemd voor: het vervoer van personen met een voertuig:

    • waarvoor in het kentekenregister de vermelding ‘taxi’ is opgenomen,

    • dat is voorzien van 9 zitplaatsen of een inrichting voor het vervoer van rolstoelgebruikers in hun rolstoel die voldoet aan de Code Veilig Vervoer Rolstoelgebruikers (VVR), en

    • dat is voorzien van een uitsluitend elektrische aandrijving, waarbij de voor de aandrijving benodigde energie wordt geleverd door een accupakket dat geen lood bevat,

  • b. bestaande uit: een elektrisch aangedreven taxi en al dan niet een oplaadstation.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 75.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Toelichting: Op rvo.nl/subsidie-en-financieringswijzer/miavamil/ onder ‘Positieve lijsten’ staat een lijst met merken en typen waarvan is gebleken dat deze kunnen voldoen aan de onder a. gestelde eisen voor dit bedrijfsmiddel.

F 3108

# Elektrisch aangedreven bus

  • a. bestemd voor: het vervoer van personen met een elektrisch aangedreven bus, die:

    • behoort tot de Europese voertuigcategorie M2 of M3, en

    • is voorzien van een uitsluitend elektrische aandrijving, waarbij de voor de aandrijving benodigde energie wordt geleverd door een accupakket dat geen lood bevat,

  • b. bestaande uit: een elektrisch aangedreven bus en al dan niet een oplaadstation.

F 3109

Waterstof aangedreven personenauto

  • a. bestemd voor: het vervoer van personen met een uitsluitend elektrisch aangedreven personenauto, niet zijnde een taxi voor rolstoelvervoer of met 9 zitplaatsen, waarbij de voor de aandrijving benodigde energie wordt geleverd door een brandstofcel en al dan niet een accupakket,

  • b. bestaande uit: een waterstof aangedreven personenauto en al dan niet een oplaadstation.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 75.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Op rvo.nl/miavamil onder ‘Positieve lijsten’ staat een lijst met merken en typen waarvan is gebleken dat deze voldoen aan de onder a. gestelde eisen voor dit bedrijfsmiddel.

D 3111

Elektrisch aangedreven voertuig met zonnepanelen

  • a. bestemd voor: het vervoer van personen met een uitsluitend elektrisch aangedreven personenauto die is voorzien van in het voertuig geïntegreerde zonnepanelen, waarbij:

    • de voor de aandrijving benodigde energie wordt opgeslagen in een accupakket dat geen lood bevat, en

    • de waarde van het vermogen van de zonnepanelen in Wattpiek (Wp) gedeeld door het volgens de WLTP gemeten verbruik in wattuur (Wh) per kilometer ten minste 7 is,

  • b. bestaande uit: een elektrisch aangedreven personenauto met geïntegreerde zonnepanelen en al dan niet een oplaadstation.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 100.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Toelichting: Op rvo.nl/miavamil onder ‘Positieve lijsten’ staat een lijst met merken en typen waarvan is gebleken dat deze voldoen aan de onder a. gestelde eisen voor dit bedrijfsmiddel.

F 3112

Waterstof aangedreven taxi met 9 zitplaatsen of voor rolstoelvervoer

  • a. bestemd voor: het vervoer van personen met een voertuig:

    • waarvoor in het kentekenregister de vermelding ‘taxi’ is opgenomen,

    • dat is voorzien van 9 zitplaatsen of een inrichting voor het vervoer van rolstoelgebruikers in hun rolstoel die voldoet aan de Code Veilig Vervoer Rolstoelgebruikers (VVR), en

    • dat is voorzien van een uitsluitend elektrische aandrijving, waarbij de voor de aandrijving benodigde energie wordt geleverd door een brandstofcel en al dan niet een accupakket,

  • b. bestaande uit: een waterstof aangedreven taxi en al dan niet een oplaadstation.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 125.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

A 3113

Plug-in-hybridebakwagenchassis, trekker of bus

  • a. bestemd voor: het vervoer van goederen of personen met een plug-in-hybride bus, bakwagenchassis of trekker, die:

    • behoort tot de Europese voertuigcategorie N2, N3, M2 of M3, niet zijnde een bus voor een lijndienst, en

    • is voorzien van een combinatie van één of meerdere elektromotoren, een elektrische aandrijving en een verbrandingsmotor voor de aandrijving, waarbij de voor de aandrijving benodigde elektrische energie wordt opgeslagen in een accupakket dat geen lood bevat,

  • b. bestaande uit: een bus, bestelauto, bakwagenchassis of trekker.

E 3114

# Elektrisch aangedreven L7e-voertuig, motorfiets of niet gekentekend voertuig

  • a. bestemd voor: het vervoer van personen of goederen op land in de open lucht met een voertuig, niet zijnde een personenauto, fiets, bromfiets, snorfiets, gehandicaptenvoertuig, quad, bestelauto, vrachtwagen, bus, tram, metro of mobiel werktuig, dat:

    • is voorzien van een uitsluitend elektrische aandrijving, waarbij de voor de aandrijving benodigde energie wordt geleverd door accupakket dat geen lood bevat, en

    • een actieradius heeft van ten minste 50 kilometer op een vol accupakket als het een niet gekentekend voertuig betreft,

  • b. bestaande uit: een elektrisch aangedreven voertuig en al dan niet een oplaadstation.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 40.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Toelichting: Op rvo.nl/miavamil onder ‘Positieve lijsten’ staat een lijst met merken en typen waarvan is gebleken dat deze voldoen aan de onder a. gestelde eisen voor dit bedrijfsmiddel.

F 3115

Waterstof aangedreven bus

  • a. bestemd voor: het vervoer van personen met een bus, die:

    • behoort tot de Europese voertuigcategorie M2 of M3, en

    • is voorzien van een uitsluitend elektrische aandrijving, waarbij de voor de aandrijving benodigde energie wordt geleverd door een brandstofcel en al dan niet een accupakket,

  • b. bestaande uit: een waterstof aangedreven bus en al dan niet een oplaadstation.

G 3116

Elektrisch of waterstof aangedreven vrachtwagen

  • a. bestemd voor: het vervoer van goederen met een bakwagenchassis, trekker of terminaltrekker, die:

    • als het een bakwagen of trekker betreft, behoort tot de Europese voertuigcategorie N2 of N3, en

    • is voorzien van een uitsluitend elektrische aandrijving, waarbij de voor de aandrijving benodigde energie wordt geleverd door:

      • 1. een accupakket dat geen lood bevat, of

      • 2. een brandstofcel en al dan niet een accupakket,

  • b. bestaande uit: een elektrisch aangedreven of waterstof aangedreven bakwagenchassis, -trekker of terminaltrekker en al dan niet een oplaadstation of voor de elektrische aandrijving noodzakelijke aanpassingen aan de opbouw.

G 3117

* Elektrisch of waterstof aangedreven truckmixer

  • a. bestemd voor: het vervoeren van mortel met een truckmixer, die is voorzien van een uitsluitend elektrische aandrijving, waarbij de voor de aandrijving benodigde energie wordt geleverd door:

    • 1. een accupakket dat geen lood bevat, of

    • 2. een brandstofcel en al dan niet een accupakket,

  • b. bestaande uit: een elektrisch aangedreven of waterstof aangedreven truckmixer.

Toelichting: Elektrisch aangedreven betonmolens komen onder deze code niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

B 3118

Speed-pedelec

  • a. bestemd voor: het vervoer in de open lucht met een gekentekende fiets die is voorzien van elektrische trapondersteuning met een maximale snelheid tussen de 25 km per uur en de 45 km per uur,

  • b. bestaande uit: een fiets met trapondersteuning.

F 3119

# Elektrisch aangedreven bakfiets

  • a. bestemd voor: het bedrijfsmatig vervoer van goederen of personen met een elektrisch aangedreven bakfiets, waarbij:

    • dit vervoer geen woon-werkverkeer betreft, en

    • de aanschaf per bakfiets ten minste € 4.000 bedraagt,

  • b. bestaande uit: een elektrisch aangedreven bakfiets en al dan niet de volgende onderdelen: een aanhangwagen, wisselaccu(’s) en een oplaadstation.

B 3121

Dual-fuel waterstof aangedreven vrachtwagen

  • a. bestemd voor: het vervoer van goederen met een bakwagenchassis of trekker, die:

    • behoort tot de Europese voertuigcategorie N2 of N3,

    • is voorzien van een verbrandingsmotor en een toevoersysteem dat zowel diesel als waterstof in de motor kan injecteren, en

    • is voorzien één of meerdere waterstoftanks die een gezamenlijke inhoud hebben van ten minste 300 liter en waarbij de waterstoftanks zijn ontworpen voor een druk van ten minste 700 bar,

  • b. bestaande uit: een dual-fuel waterstof aangedreven vrachtwagen.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 120.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

D 3130

Elektrisch aangedreven AGV

  • a. bestemd voor: het over bedrijfsterreinen vervoeren van containers of trailers met een volledig elektrisch aangedreven automatisch geleid voertuig (AGV) zonder chauffeur,

  • b. bestaande uit: een automatisch geleid elektrisch aangedreven voertuig en al dan niet een brandstofcel of een oplaadstation.

A 3160

NOx-reductiesysteem voor een voertuig (aanpassen bestaande situatie)

  • a. bestemd voor: het reduceren van de NOx-emissie en al dan niet de emissie van andere schadelijke componenten van een Euro 4, 5, IV of V bestelauto, vrachtauto of bus met een retrofit selectieve katalystische reductie (SCR)-systeem, waarbij:

    • het voertuig voor de aandrijving is voorzien van een dieselmotor en behoort tot de voertuigcategorie N1, N2, N3, M1, M2 of M3, en

    • de NOx-emissie de grenswaarden van Euro 6 of VI niet overschrijdt, wat wordt aangetoond met een emissiemeting,

  • b. bestaande uit: een retrofit SCR-systeem en al dan niet een NOx-monitoringsysteem.

E 3170

Bakwagenchassis of trekker met gereduceerd aandrijfgeluid (Quiet Truck)

  • a. bestemd voor: het vervoer van goederen met een bakwagenchassis of trekker:

    • die niet is voorzien van een aardgasmotor of elektromotor,

    • die behoort tot de Europese voertuigcategorie N2 of N3,

    • met een aandrijfgeluid van ten hoogste 70 dB(A), en

    • waarvoor een QuietTRUCK-certificaat van Piek-Keur is afgegeven,

  • b. bestaande uit: een bakwagenchassis of trekker.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 7.500 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Toelichting: Met bovengenoemde geluidseis komt niet iedere Quiet Truck in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek. Het advies is om voorafgaand aan de melding te controleren of het aandrijfgeluid voldoende laag is.

Zie bedrijfsmiddel G 3116 voor elektrisch of waterstof aangedreven vrachtwagens.

A 3191

Voertuig met halogeenvrije transportkoeling

  • a. bestemd voor: het gekoeld vervoeren van goederen met een aanhanger, bakwagenopbouw, bestelauto of oplegger, waarbij de goederen worden gekoeld door een gesloten koelsysteem dat:

    • uitsluitend werkt op basis van een natuurlijk (halogeenvrij) koudemiddel,

    • niet wordt aangedreven door een uitsluitend daarvoor bestemde dieselmotor, en

    • van energie wordt voorzien door middel van een lithiumaccu,

  • b. bestaande uit: een gekoelde aanhanger, bakwagenopbouw, bestelauto of oplegger.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 20.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

E 3194

Transporttrailer met halogeenvrije koelinstallatie

  • a. bestemd voor: het gekoeld vervoeren van goederen in een transporttrailer, waarbij de goederen worden gekoeld door een gesloten koelsysteem dat uitsluitend werkt op basis van een natuurlijk (halogeenvrij) koudemiddel,

  • b. bestaande uit: een op basis van een natuurlijk (halogeenvrij) koudemiddel gekoelde transporttrailer.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 20.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

3.2 Installaties voor vervoermiddelen en werktuigen

A 3210

Toegangssysteem voor een waterstof of elektrisch aangedreven deelauto

  • a. bestemd voor: het van een toegangssysteem voorzien van een waterstof of elektrisch aangedreven deelauto die wordt ingezet door een deelautobedrijf, waarbij het toegangssysteem:

    • het mogelijk maakt de auto met een pas of app te openen, waardoor fysieke sleuteloverdracht overbodig wordt, en

    • locatie- en rijgegevens continu bijhoudt en verzendt naar het deelautobedrijf,

  • b. bestaande uit: een toegangssysteem met software.

G 3260

Gesloten roetfilter voor een koelmotor, dieselmotor of mobiel werktuig (aanpassen bestaande situatie)

  • a. bestemd voor: het reduceren van de fijnstofemissie van een bestaande stationaire dieselmotor of een bestaande dieselmotor voor een transportkoeling of een mobiel werktuig door deze te voorzien van een roetfilter, waarbij:

    • het roetfilter niet is voorzien van een bypass-voorziening, en

    • de fijnstofemissie de grenswaarden van 0,015 g/kWh (Pm) en 1 x 10¹² deeltjes per kWh (Pn) aantoonbaar niet overschrijdt,

  • b. bestaande uit: een gesloten roetfilter.

Toelichting: Het gaat hier om een nageschakelde techniek. De aanschaf van een motor komt niet in aanmerking.

F 3261

NOx-reductiesysteem voor een mobiel werktuig (aanpassen bestaande situatie)

  • a. bestemd voor: het reduceren van de NOx-emissie en al dan niet de emissie van andere schadelijke componenten van een bestaand mobiel werktuig, waarbij:

    • 1. bij een fase I, II, IIIA of IIIB-dieselmotor de NOx-emissie de grenswaarden van fase IV of V niet overschrijdt,

    • 2. bij een fase IV of V-dieselmotor met een vermogen tot 56 kW, de NOx-emissie ten hoogste 0,8 g/kWh is, of

    • 3. bij een fase IV of V-dieselmotor met een vermogen vanaf 56 kW, de NOx-emissie ten hoogste 0,4 g/kWh is,

    waarbij onder punt 1 tot en met 3 geldt dat de emissiewaarden worden aangetoond met een emissiemeting,

  • b. bestaande uit: een NOx-reductiesysteem en al dan niet de kosten voor de uitgevoerde emissiemeting.

Toelichting: Het gaat hier om een nageschakelde techniek. De aanschaf van een motor komt niet in aanmerking.

3.3 Scheepvaart

A 3310

Loodvrij accupakket voor vaartuigen

  • a. bestemd voor: het voorzien in de energiebehoefte van een vaartuig met een modulair of in het vaartuig ingebouwd accupakket dat geen lood bevat,

  • b. bestaande uit: een accupakket.

A 3311

Waterstof brandstofvoorziening voor schepen

  • a. bestemd voor: het voorzien in de energiebehoefte van een vaartuig met een modulaire of in het vaartuig ingebouwde eenheid voor de opslag en conversie van in vloeistof of zout opgeslagen waterstof,

  • b. bestaande uit: een opslagtank voor waterstof in vloeistof of zout en al dan niet een brandstofcel en katalysator.

B 3320

# Duurzame aandrijving voor een vaartuig

  • a. bestemd voor: de voortstuwing van een vaartuig dat vaart op binnenwateren of het Nederlandse deel van de Noordzee, voor het verrichten van werkzaamheden, het bestrijden van calamiteiten of voor het vervoer van personen of goederen, met een installatie waarin uitsluitend één of meerdere van de volgende motoren of systemen worden toegepast:

    • 1. een motor die voldoet aan Euro VI, waarbij de emissiegrenswaarde waaraan wordt voldaan is opgenomen in Verordening (EG) nr. 595/2009 van het Europees parlement en de Raad van 18 juni 2009 betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen en motoren met betrekking tot emissies van zware bedrijfsvoertuigen (Euro VI) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 715/2007 en richtlijn 2007/46/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 80/1269/EEG, 2005/55/EG en 2005/78/EG (PbEU 2009, 188), of

    • 2. een hybride systeem voor voortstuwing en de overige vermogensbehoefte met een aardgasmotor, waarbij één of meer verbrandingsmotoren en één of meer elektromotoren samen worden ingezet,

  • b. bestaande uit: één of meerdere motoren of een hybride aandrijving.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 1.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel kan bijdragen aan het behalen van een Green Award-certificaat. Zie greenaward.org voor de vereisten.

Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 500.000 staatssteun verleend mag worden. Daarnaast moet bij investeringen aan boord van een visserijschip aan de artikelen 25 en 38 van verordening (EU) nr. 508/2014 worden voldaan. Zie punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage en op de website rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.

F 3321

# Zeer duurzame motor voor een vaartuig

  • a. bestemd voor: de energievoorziening of voortstuwing van een vaartuig door een hoofdmotor die bestaat uit:

    • 1. een aardgasmotor, waarbij de methaanslip van een toegepaste gasmotor ten hoogste 4,0 gram per kilowattuur bedraagt, wat wordt aangetoond door een relevant meetrapport opgesteld door een erkend en onafhankelijk meetinstituut,

    • 2. een brandstofcel,

    • 3. een waterstofmotor,

    • 4. een motor op biomethanol, of

    • 5. een combinatie van deze technieken.

  • b. bestaande uit: al dan niet de volgende onderdelen: een in het vaartuig ingebouwde aardgasmotor, een gastank, een brandstofcel, een waterstofmotor en een oplaadstation.

Toelichting: Onder aardgas wordt ook biogas dat tot aardgaskwaliteit of beter is opgewerkt verstaan. Dit bedrijfsmiddel kan bijdragen aan het behalen van een Green Award-certificaat. Zie greenaward.org voor de vereisten. Zie bedrijfsmiddel A 3310 voor een loodvrij accupakket voor een vaartuig.

Let op: bij investeringen aan boord van een visserijschip moet aan de artikelen 25 en 38 van verordening (EU) nr. 508/2014 worden voldaan. Zie punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage en op de website rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.

A 3322

Elektrische scheepsaandrijving

  • a. bestemd voor: het aandrijven van een onder Nederlandse vlag varend schip, dat niet is voorzien van een verbrandingsmotor en niet bestemd is voor het vervoeren van passagiers, waarbij de stroomvoorziening voldoet aan de eisen bedoeld onder a. van bedrijfsmiddel A 3310 of A 3311,

  • b. bestaande uit: een elektrische aandrijflijn en al dan niet een stroomvoorziening.

E 3330

# Duurzame romp van een binnenvaartschip

  • a. bestemd voor: het vervoer van goederen of personen over binnenwateren of het bestrijden van calamiteiten op binnenwateren, met een stalen schip waarvan de romp voldoet aan onderstaande criteria:

    • de romp van het schip is voorzien van een milieuvriendelijk antifoulingsysteem als bedoeld in bedrijfsmiddel B 3332,

    • als het schip is voorzien van ankers en kluizen, zijn deze zodanig geplaatst dat schade bij een aanvaring wordt voorkomen,

    • de romp van het schip heeft een beschermingssysteem tegen corrosie dat geen offeranodes bevat, zoals opgedrukte stroom, en

    • als een buikdenning wordt toegepast, dit een kunststof of stalen buikdenning is,

    waarbij de eigenaar van het schip met meetrapporten of certificaten aantoont dat aan de vereiste specificaties wordt voldaan,

  • b. bestaande uit: een romp van een binnenvaartschip en al dan niet de volgende onderdelen: een beschermingssysteem tegen corrosie en een buikdenning.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 400.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

B 3332

Antifoulingsysteem voor een scheepshuid

  • a. bestemd voor: het beschermen van de scheepshuid tegen corrosie en aangroei met een verfsysteem of een folie dat biocidevrij, kopervrij, teervrij en niet zelfslijpend is, en waarbij de aangebrachte antifouling gegarandeerd gedurende ten minste 7 jaar niet hoeft te worden vervangen,

  • b. bestaande uit: een coating van de scheepshuid.

Toelichting: Op rvo.nl/miavamil onder ‘Positieve lijsten’ staat een lijst met merken en typen waarvan is gebleken dat deze voldoen aan de onder a. gestelde eisen voor dit bedrijfsmiddel.

F 3333

* Systeem voor het voorkomen of verwijderen van aangroei

  • a. bestemd voor: het voorkomen of verwijderen van aangroei in leidingen, warmtewisselaars of andere plaatsen die in contact staan met het oppervlaktewater, waarbij geen metalen anode wordt gebruikt en het verwijderen of voorkomen van de aangroei plaatsvindt door middel van uv-licht of ultrasoon geluid,

  • b. bestaande uit: een systeem voor het voorkomen of verwijderen van aangroei.

B 3340

Biologische waterzuiveringsinstallatie voor een vaartuig

  • a. bestemd voor: het zuiveren en al dan niet recyclen van aan boord van een vaartuig ontstaan huishoudelijk (of hiermee vergelijkbaar) afvalwater met een vast opgestelde afvalwaterzuiveringsinstallatie die het water op een biologische wijze zuivert,

  • b. bestaande uit: een waterzuiveringsinstallatie, een opslagtank en al dan niet een recyclingsysteem.

Toelichting: Zie de bedrijfsmiddelen B 3342 en B 3343 voor waterzuiveringsinstallaties voor pleziervaartuigen en vuilwatertanks voor vaartuigen.

Let op: investeringen in wettelijk verplichte bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, zoals opgenomen onder punt 4 van paragraaf 1 van deze bijlage.

B 3341

Oxidatiereactor voor waterreiniging aan boord van een vaartuig (aanpassen bestaande situatie)

  • a. bestemd voor: het bij een bestaand schip vervangen van legionellapreventie door middel van heet water, chloor of chemicaliën door:

    • 1. ontsmetting van het drinkwatersysteem met ozon, waterstofperoxide, uv-bestraling of een combinatie van deze technieken, of

    • 2. het aan boord bereiden van drinkwater uit oppervlaktewater,

  • b. bestaande uit: ozongenerator of doseer- of injectieapparatuur voor waterstofperoxide, uv-bestralingseenheid en al dan niet de volgende onderdelen: een restozonvernietiger, een biologisch actief koolfilter, een omgekeerde osmose-installatie, een ionenwisselaar en een pomp voor het oppompen van oppervlaktewater.

B 3342

Waterzuiveringsinstallatie voor een pleziervaartuig (aanpassen bestaande situatie)

  • a. bestemd voor: het zuiveren van aan boord van een bestaand pleziervaartuig ontstaan toiletwater met een vast opgestelde zuiveringsvoorziening die voldoet aan de wettelijke voorschriften voor zuiveringsvoorzieningen aan boord van een pleziervaartuig,

  • b. bestaande uit: een zuiveringsvoorziening en al dan niet een recyclingsysteem en een opslagtank.

Toelichting: Chemische toiletten met uitneembare cassettes zijn geen zuiveringsvoorzieningen en komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen. Voorzieningen voor het zuiveren van toiletwater van pleziervaart moeten voldoen aan de eisen van artikel 2.28 van de Regeling lozen buiten inrichtingen.

Zie de bedrijfsmiddelen B 3340 en B 3343 voor biologische waterzuiveringsinstallaties voor vaartuigen en vuilwatertanks voor vaartuigen.

Let op: investeringen in wettelijk verplichte bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, zoals opgenomen onder punt 4 van paragraaf 1 van deze bijlage.

B 3343

* Vuilwatertank voor een vaartuig (aanpassen bestaande situatie)

  • a. bestemd voor: het opslaan van aan boord van een bestaand vaartuig ontstaan huishoudelijk (of hiermee vergelijkbaar) afvalwater met een vuilwatertank die een zodanige opslagcapaciteit heeft dat lozing op oppervlaktewater wordt voorkomen,

  • b. bestaande uit: verzameltank, pomp en leidingen.

Toelichting: Zie de bedrijfsmiddelen B 3340 en B 3342 voor biologische waterzuiveringsinstallaties voor vaartuigen en waterzuiveringsinstallaties voor pleziervaartuigen.

Let op: investeringen in wettelijk verplichte bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, zoals opgenomen onder punt 4 van paragraaf 1 van deze bijlage.

F 3360

NOx-reductiesysteem voor een schip

  • a. bestemd voor: het verwijderen van NOx uit de afgassen van:

    • 1. een binnenvaartschip, door het uitrusten van de dieselmotoren met een NOx-reductiesysteem, waardoor de NOx-uitstoot niet meer bedraagt dan 1,5 gram per kilowattuur voor nieuwe motoren met een vermogen vanaf 300 kW, of 3 gram per kilowattuur voor bestaande motoren, wat wordt aangetoond met een NOx-meetrapport en de NOx-metingen uitgevoerd zijn volgens ISO 8178, of

    • 2. een zeeschip dat vaart op het Nederlandse deel van de Noordzee, waarbij de NOx-emissie van de scheepsmotor met nageschakelde NOx-reducerende techniek, voldoet aan IMO TIER III volgens MARPOL Annex VI van het op 11 februari 1973 te Londen tot stand gekomen Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, 1973, met Protocollen en bijlagen (Tbr, 1975, 147),

  • b. bestaande uit: een NOx-reductiesysteem.

Toelichting: Dieselmotoren op een binnenvaartschip die onder bedrijfsmiddel F 3360 in aanmerking kunnen komen zijn voortstuwingsmotoren, boegschroeven, aggregaten en (beladings)pompen.

Roetfilters kunnen geplaatst worden in combinatie met SCR-katalysatoren (retrofitinstallaties) als genoemd in bedrijfsmiddel F 3360. Roetfilters voor een binnenvaartschip kunnen worden gemeld onder bedrijfsmiddel A 3361.

Dit bedrijfsmiddel kan bijdragen aan het behalen van een Green Award-certificaat. Zie greenaward.org voor de vereisten.

A 3361

# Gesloten roetfilter voor een binnenvaartschip (aanpassen bestaande situatie)

  • a. bestemd voor: het met een gesloten roetfilter reduceren van de fijnstofemissie van de bestaande motor van een binnenvaartschip, niet zijnde een Stage V of Euro VI motor, waarbij:

    • het roetfilter niet is voorzien van een bypass-voorziening, en

    • de fijnstofemissie aantoonbaar de volgende grenswaarden niet overschrijdt:

      • 1. Vermogen kleiner dan 75 kW: 0,3 g/kWh (Pm),

      • 2. Vermogen 75 tot 130 kW: 0,14 g/kWh (Pm),

      • 3. Vermogen 130 tot 300 kW: 0,1 g/kWh (Pm), of

      • 4. Vermogen vanaf 300 kW: 0,015 g/kWh (Pm) en 1 x 10¹² deeltjes per kWh (Pn),

  • b. bestaande uit: een gesloten roetfilter.

Toelichting: Het gaat hier om een nageschakelde techniek. De aanschaf van een motor komt niet in aanmerking.

F 3365

Ontgassingsinstallatie voor transportcontainers

  • a. bestemd voor: het ontgassen van transportcontainers door afzuiging van lucht gevolgd door behandeling van de afgezogen lucht, ter voorkoming van emissie van ontsmettingsgassen of andere luchtverontreinigende stoffen naar de buitenlucht,

  • b. bestaande uit: een afzuiginstallatie, een filterinstallatie en al dan niet gasnabehandelingsapparatuur, met uitzondering van gasdetectieapparatuur.

F 3366

Ontgassingsinstallatie voor scheepstanks

  • a. bestemd voor: het ontgassen van scheepstanks voor het vervoer van vluchtige koolwaterstoffen of brandstoffen, waarbij de afgevangen gassen worden gereinigd en de afgescheiden koolwaterstoffen nuttig worden toegepast of worden vernietigd,

  • b. bestaande uit: een ontgassingsinstallatie en een luchtreinigingsinstallatie.

Toelichting: Onder dit bedrijfsmiddel valt ook een ontgassingsinstallatie aan boord van een schip of op een ponton.

Let op: investeringen in wettelijk verplichte bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, zoals opgenomen onder punt 4 van paragraaf 1 van deze bijlage.

G 3390

# Walstroomaansluiting aan boord van een binnenschip

  • a. bestemd voor: het gebruik maken van aangeboden walstroom aan boord van een binnenschip, niet zijnde een pleziervaartuig, dat is voorzien van een eigen aandrijving en bestemd is voor het vervoer van personen of goederen,

  • b. bestaande uit: aansluitpunt(en), aanpassing van het elektrische systeem aan boord en een verlengkabel om een verbinding tussen het schip en de walstroomkast te kunnen maken en met uitzondering van zonnepanelen.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 7.500 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel kan bijdragen aan het behalen van een Green Award-certificaat. Zie greenaward.org voor de vereisten.

Zie bedrijfsmiddel G 3391 voor een walstroomaansluiting aan boord van een zeeschip.

G 3391

* Walstroomaansluiting aan boord van een zeeschip

  • a. bestemd voor: het gebruik maken van aangeboden walstroom aan boord van een zeeschip, niet zijnde een pleziervaartuig, dat is voorzien van een eigen aandrijving en bestemd is voor het vervoer van personen of goederen,

  • b. bestaande uit: aansluitpunt(en), aanpassing van het elektrische systeem aan boord en een verlengkabel om een verbinding tussen het schip en de walstroomkast te kunnen maken en met uitzondering van zonnepanelen.

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel kan bijdragen aan het behalen van een Green Award-certificaat. Zie greenaward.org voor de vereisten.

Zie bedrijfsmiddel G 3390 voor een walstroomaansluiting aan boord van een binnenschip

G 3395

# Walstroominstallatie op de kade

  • a. bestemd voor: het leveren van walstroom aan eigen schepen, niet zijnde pleziervaartuigen, zodat de eigen generatoren niet gebruikt worden als de schepen aan de kade liggen,

  • b. bestaande uit: een walstroomkast met één of meerdere aansluitpunten en al dan niet de volgende onderdelen: een registratiesysteem en een omvormer.

3.4 Mobiele werktuigen

G 3413

# Elektrisch aangedreven mobiel werktuig

  • a. bestemd voor: het verrichten van werkzaamheden:

    • 1. op een vaartuig, of

    • 2. op land in de open lucht en al dan niet in een stal,

    met een mobiel werktuig, niet zijnde een vaartuig, hoogwerker, verreiker, pallet-, reach- of heftruck, hijswerktuig, wiedbed of autonoom mobiel werktuig, dat:

    • af-fabriek is voorzien van een vaste, niet afneembare bestuurders(zit)plaats, en

    • uitsluitend elektrisch wordt aangedreven, waarbij de elektrische energie voor de aandrijving wordt geleverd door een accupakket dat geen lood bevat en al dan niet een netspanningskabel of brandstofcel,

  • b. bestaande uit: een elektrische aangedreven mobiel werktuig en al dan niet de volgende onderdelen: een vast aan het werktuig verbonden zonnepaneel, een netspanningskabel, een oplaadstation en een wisselaccupakket.

Toelichting: Een elektrisch aangedreven mobiel werktuig met een vaste, niet afneembare bestuurders(zit)plaats is bijvoorbeeld een elektrisch aangedreven dozer, graafmachine, laadschop, landbouwmachine, landbouwtrekker of bosbouwtrekker. Onder een autonoom mobiel werktuig wordt een mobiel werktuig verstaan dat werkzaamheden kan verrichten zonder bestuurder. Onder een heftruck wordt geen meeneemheftruck verstaan. Werktuigen die alleen kunnen worden verplaats met een ander werktuig of vervoermiddel zijn geen mobiele werktuigen. Het mobiele werktuig moet de werkzaamheden in de open lucht uitvoeren. Een elektrisch aangedreven mobiel werktuig dat bijvoorbeeld in een magazijn of binnen voor reparatie- of bouwwerkzaamheden wordt ingezet, komt niet in aanmerking.

Zie bedrijfsmiddel G 3417 voor elektrisch aangedreven verreikers. Zie bedrijfsmiddel A 2359 voor elektrisch aangedreven wiedbedden. Zie bedrijfsmiddel 270106 van de energie-investeringsaftrek voor mobiele elektrisch aangedreven wektuigen zonder bestuurdersplaats met een vermogen van ten minste 5 kVA en een capaciteit van ten minste 15 kWh.

D 3414

# Elektrisch aangedreven mobiel werktuig op netspanning

  • a. bestemd voor: het verrichten van werkzaamheden op land in de open lucht met een elektrisch aangedreven mobiel werktuig, niet zijnde een autonoom mobiel werktuig, dat:

    • af-fabriek is voorzien van een vaste, niet afneembare bestuurders(zit)plaats, en

    • uitsluitend elektrisch wordt aangedreven, waarbij de elektrische energie voor de aandrijving wordt geleverd door een netspanningskabel,

  • b. bestaande uit: een elektrisch aangedreven mobiel werktuig en al dan niet een vast aan het werktuig verbonden zonnepaneel.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 250.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Toelichting: Een elektrisch aangedreven mobiel werktuig met een vaste, niet afneembare bestuurders(zit)plaats is bijvoorbeeld een elektrisch aangedreven dozer, graafmachine, laadschop, landbouwmachine, landbouwtrekker of bosbouwtrekker. Onder een elektrisch aangedreven autonoom mobiel werktuig wordt een mobiel werktuig verstaan dat werkzaamheden kan verrichten zonder bestuurder. Werktuigen die alleen kunnen worden verplaatst met een ander werktuig of vervoermiddel zijn geen mobiele werktuigen. Het elektrisch aangedreven mobiele werktuig moet de werkzaamheden in de open lucht uitvoeren. Een elektrisch aangedreven mobiel werktuig dat bijvoorbeeld in een magazijn of binnen voor reparatie- of bouwwerkzaamheden wordt ingezet, komt niet in aanmerking.

Zie bedrijfsmiddel 270106 van de energie-investeringsaftrek voor elektrisch aangedreven mobiele elektrische werktuigen zonder bestuurdersplaats met een vermogen van ten minste 5 kVA en een capaciteit van ten minste 15 kWh.

E 3415

# Plug-in hybride aangedreven mobiel werktuig

  • a. bestemd voor: het verrichten van werkzaamheden op land in de open lucht met een mobiel werktuig, niet zijnde een autonoom mobiel werktuig, dat:

    • af-fabriek is voorzien van een vaste, niet afneembare bestuurders(zit)plaats, en

    • voor de aandrijving is voorzien van een combinatie van één of meerdere elektromotoren en verbrandingsmotoren, waarbij de elektrische energie voor de aandrijving wordt geleverd door een accupakket dat geen lood bevat en kan worden opgeladen via een netspanningskabel,

  • b. bestaande uit: een plug-in hybride aangedreven mobiel werktuig en al dan niet de volgende onderdelen: een oplaadstation en een wisselaccupakket en met uitzondering van bedrijfsauto's.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 50.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Toelichting: Een mobiel werktuig met een vaste bestuurders(zit)plaats is bijvoorbeeld een dozer, graafmachine, laadschop, landbouwmachine, landbouwtrekker of bosbouwtrekker. Onder een autonoom mobiel werktuig wordt een mobiel werktuig verstaan dat werkzaamheden kan verrichten zonder bestuurder. Werktuigen die alleen kunnen worden verplaatst met een ander werktuig of vervoermiddel zijn geen mobiele werktuigen. Het mobiele werktuig moet de werkzaamheden in de open lucht uitvoeren. Een plug-in hybride aangedreven mobiel werktuig dat bijvoorbeeld in een magazijn of binnen voor reparatie- of bouwwerkzaamheden wordt ingezet, komt niet in aanmerking.

Zie bedrijfsmiddel 270106 van de energie-investeringsaftrek voor mobiele elektrische werktuigen zonder bestuurdersplaats met een vermogen van ten minste 5 kVA en een capaciteit van ten minste 15 kWh.

G 3416

# Elektrisch aangedreven vorkheftruck voor gebruik in de open lucht

  • a. bestemd voor: het verrichten van werkzaamheden op land in de open lucht met een vorkheftruck die af-fabriek is voorzien van een vaste, niet afneembare bestuurderszitplaats en gesloten cabine, waarbij deze vorkheftruck:

    • een hefcapaciteit heeft van ten minste 5 ton, en

    • voor de aandrijving is voorzien van uitsluitend één of meerdere elektromotoren, waarbij de elektrische energie voor de aandrijving wordt geleverd door een accupakket dat geen lood bevat en al dan niet een brandstofcel,

  • b. bestaande uit: een elektrisch aangedreven vorkheftruck en al dan niet een oplaadstation en een wisselaccupakket.

Toelichting: De vorkheftruck moet de werkzaamheden in de open lucht uitvoeren. Een elektrisch aangedreven vorkheftruck die bijvoorbeeld in een magazijn of binnen voor reparatie- of bouwwerkzaamheden wordt ingezet, komt niet in aanmerking.

G 3417

# Elektrisch aangedreven verreiker

  • a. bestemd voor: het verrichten van werkzaamheden op land in de open lucht met een verreiker, niet zijnde een mobiele hijskraan of vorkheftruck, die:

    • af-fabriek is voorzien van een vaste, niet afneembare bestuurders(zit)plaats en een telescooparm die horizontaal en verticaal kan voortbewegen, en

    • uitsluitend elektrisch wordt aangedreven, waarbij de elektrische energie voor de aandrijving wordt geleverd door een accupakket dat geen lood bevat en al dan niet een netspanningskabel of brandstofcel,

  • b. bestaande uit: een elektrisch aangedreven verreiker en al dan niet de volgende onderdelen: een netspanningskabel, een oplaadstation en een wisselaccupakket.

Toelichting: De verreiker moet de werkzaamheden in de open lucht uitvoeren. Een elektrisch aangedreven verreiker die bijvoorbeeld in een magazijn of binnen voor reparatie- of bouwwerkzaamheden wordt ingezet, komt niet in aanmerking.

Zie de bedrijfsmiddelen G 3416 en E 3420 voor elektrische vorkheftrucks en mobiele elektrische hijswerktuigen.

A 3418

Hybride aangedreven land- of bosbouwtrekker met range-extender

  • a. bestemd voor: het verrichten van werkzaamheden met een uitsluitend elektrisch aangedreven land- of bosbouwtrekker, waarbij:

    • de elektrische energie voor de aandrijving wordt geleverd door een accupakket dat geen lood bevat en een capaciteit heeft van ten minste 35 kWh, in combinatie met een range-extender voor het opwekken van elektrische energie, en

    • de land- of bosbouwtrekker volledig elektrisch kan werken zonder gebruik van de range-extender,

  • b. bestaande uit: een elektrisch aangedreven land- of bosbouwtrekker en al dan niet een oplaadstation.

A 3419

# Elektrisch aangedreven werktuig op een truckchassis

  • a. bestemd voor: het verrichten van hijswerkzaamheden of het laden en lossen van ladingen met een vast op een truckchassis gemonteerd werktuig dat uitsluitend elektrisch wordt aangedreven en waarbij:

    • de elektrische energie voor de aandrijving wordt geleverd door een accupakket dat geen lood bevat en al dan niet een brandstofcel, en

    • het accupakket niet door de hoofdmotor van het voertuig worden opgeladen,

  • b. bestaande uit: een vast op het voertuig gemonteerd elektrisch werktuig en met uitzondering van het voertuig.

E 3420

Elektrisch aangedreven mobiel hijswerktuig

  • a. bestemd voor: het hoofdzakelijk in de open lucht verrichten van hijswerkzaamheden met een mobiel werktuig dat uitsluitend elektrisch wordt aangedreven en waarbij de elektrische energie voor de aandrijving wordt geleverd door een accupakket dat geen lood bevat en al dan niet een brandstofcel,

  • b. bestaande uit: een elektrisch aangedreven hijswerktuig en een accupakket

B 3421

Hybride aangedreven mobiele toren- of telescoopkraan

  • a. bestemd voor: het verrichten van hefwerkzaamheden met een mobiele toren- of telescoopkraan, waarbij deze machine:

    • voor de aandrijving is voorzien van één of meerdere elektromotoren in combinatie met een verbrandingsmotor, en

    • de hefwerkzaamheden volledig elektrisch kunnen worden uitgevoerd door een bouwstroomaansluiting en een accupakket dat geen lood bevat, zonder dat een brandstofmotor wordt toegepast voor de opwekking van elektrische energie,

  • b. bestaande uit: een hybride aangedreven mobiele toren- of telescoopkraan.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 550.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

B 3422

* Dual-fuel waterstof aangedreven landbouwtractor

  • a. bestemd voor: het verrichten van werkzaamheden op land in de open lucht met een landbouwtractor, die is voorzien van:

    • een verbrandingsmotor en een toevoersysteem dat zowel diesel als waterstof in de motor injecteert, en

    • één of meerdere waterstoftanks die een gezamenlijke inhoud hebben van ten minste 200 liter en waarbij de waterstoftanks zijn ontworpen voor een druk van ten minste 300 bar,

  • b. bestaande uit: een dual-fuel waterstof aangedreven landbouwtractor.

Toelichting: Zie bedrijfsmiddel G 3413 voor elektrisch aangedreven landbouwtractors.

D 3423

Elektrisch aangedreven hoogwerker

  • a. bestemd voor: het in de open lucht verrichten van werkzaamheden met een hoogwerker die uitsluitend elektrisch wordt aangedreven, waarbij de elektrische energie voor de aandrijving wordt geleverd door een accupakket dat geen lood bevat en al dan niet een brandstofcel,

  • b. bestaande uit: een elektrisch aangedreven hoogwerker.

Toelichting: De hoogwerker moet de werkzaamheden in de open lucht uitvoeren. Een elektrisch aangedreven hoogwerker die bijvoorbeeld in een magazijn of binnen voor reparatie- of bouwwerkzaamheden wordt ingezet, komt niet in aanmerking.

G 3424

* Waterstof aangedreven mobiel werktuig

  • a. bestemd voor: het verrichten van werkzaamheden:

    • 1. op een vaartuig, of

    • 2. op land in de open lucht en al dan niet in een stal,

    met een mobiel werktuig, dat:

    • af-fabriek is voorzien van een vaste, niet afneembare bestuurdersplaats, en

    • uitsluitend wordt aangedreven door een waterstofverbrandingsmotor,

  • b. bestaande uit: een waterstof aangedreven mobiel werktuig.

G 3425

* Elektrisch aangedreven werktuigendrager

  • a. bestemd voor: het verrichten van werkzaamheden op land in de open lucht met een werktuigendrager:

    • die niet is voorzien van een vaste, niet afneembare bestuurdersplaats,

    • die voorzien kan worden van verschillende werktuigen,

    • die is voorzien van een uitsluitend elektrische aandrijving, waarbij de voor de aandrijving benodigde energie wordt geleverd door een accupakket met een capaciteit van ten minste 2,5 kWh, en

    • waarbij de aanschaf per werktuigendrager ten minste € 10.000 bedraagt,

  • b. bestaande uit: een elektrisch aangedreven werktuigendrager met uitzondering van de aan de werktuigendrager te koppelen werktuigen.

Toelichting: Alleen de kosten voor de werktuigendrager zelf komen in aanmerking. De kosten voor de hulpstukken, werktuigen en gereedschappen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

3.5 Spoorvervoer

F 3510

Hybride, elektrisch of waterstof aangedreven locomotief (aanpassen bestaande situatie)

  • a. bestemd voor: het verminderen van de luchtzijdige emissies van een bestaande diesellocomotief door de bestaande aandrijving aan te passen en de locomotief te voorzien van een accupakket voor de opslag van aandrijvingsenergie en al dan niet een brandstofcel, waarbij:

    • de locomotief in staat is om volledig elektrisch te rijden op trajecten zonder bovenleiding,

    • remenergie wordt teruggewonnen en opgeslagen in het accupakket, en

    • het accupakket kan worden bijgeladen op trajecten met bovenleiding,

  • b. bestaande uit: een accupakket, aanpassingen aan de bestaande aandrijving, een systeem voor het terugwinnen van remenergie en al dan niet een brandstofcel of oplaadsysteem.

3.6 Luchtvervoer

B 3610

Elektrisch aangedreven vliegtuig of helikopter

  • a. bestemd voor: het vervoeren van personen of goederen met een bemand vliegtuig of een bemande helikopter voorzien van een uitsluitend elektrische aandrijving, waarbij de voor de aandrijving benodigde energie wordt geleverd door een accupakket dat geen lood bevat,

  • b. bestaande uit: een elektrisch aangedreven vliegtuig of elektrische helikopter.

Het bedrijfsmiddel komt voor 50% van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

3.7 Distributie van alternatieve brandstoffen

F 3710

# Waterstofafleverstation voor voer- of vaartuigen

  • a. bestemd voor: het afleveren van waterstof als motorbrandstof voor uitsluitend:

    • 1. eigen voer- of vaartuigen, of

    • 2. voor eigen gebruik ingezette voer- of vaartuigen,

  • b. bestaande uit: een afleverpunt en al dan niet de volgende onderdelen: compressoren, een bufferopslag en een lokale waterstofzuiveringseenheid.

G 3720

# Slim oplaadpunt voor elektrisch aangedreven voertuigen

  • a. bestemd voor: het elektrisch laden en al dan niet ontladen van accu’s van uitsluitend:

    • 1. eigen personenauto’s, bestelauto’s of motorfietsen, of

    • 2. voor eigen gebruik ingezette personenauto’s, bestelauto’s of motorfietsen

    met een oplaadsysteem dat permanent met het internet is verbonden waarbij de communicatie volgens het Open Charge Point Protocol (OCPP) versie 1.6 met CS-certificaat of hoger verloopt en het oplaadpunt is opgesteld op het eigen bedrijfsterrein,

  • b. bestaande uit: een oplaadsysteem en al dan niet de volgende onderdelen: een ontlaadsysteem, een meet- en regelsysteem en een stekkerherkenningssysteem en met uitzondering van zonnepanelen.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 2.500 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

F 3721

# Oplaadpunt voor elektrisch aangedreven zware voertuigen en mobiele werktuigen

  • a. bestemd voor: het elektrisch laden van accu’s van uitsluitend eigen of voor eigen gebruik ingezette:

    • 1. voertuigen behorende tot de Europese voertuigcategorie M2, M3, N2 of N3, of

    • 2. mobiele werktuigen op een bouwplaats,

    die zijn voorzien van een geheel of gedeeltelijk elektrische hoofdaandrijving, met een oplaadsysteem dat permanent met het internet is verbonden waarbij de communicatie volgens het Open Charge Point Protocol (OCPP) versie 1.6 met CS-certificaat of hoger verloopt,

  • b. bestaande uit: een oplaadsysteem en al dan niet de volgende onderdelen: een ontlaadsysteem, een meet- en regelsysteem, een lockerkast met een stroomafnamepunt per locker en een stekkerherkenningssysteem en met uitzondering van zonnepanelen.

F 3722

Oplaadpunt voor vliegtuigen

  • a. bestemd voor: het elektrisch laden van accu’s van uitsluitend eigen vliegtuigen of helikopters die zijn voorzien van een geheel of gedeeltelijk elektrische hoofdaandrijving,

  • b. bestaande uit: een oplaadsysteem en al dan niet de volgende onderdelen: een ontlaadsysteem, een meet- en regelsysteem, een lockerkast met een stroomafnamepunt per locker en een stekkerherkenningssysteem, en met uitzondering van zonnepanelen.

G 3723

Oplaadpunt voor elektrisch aangedreven vaartuigen

  • a. bestemd voor: het elektrisch laden en al dan niet ontladen van accu’s van uitsluitend eigen vaartuigen waarbij het oplaadpunt is opgesteld op het eigen bedrijfsterrein,

  • b. bestaande uit: een oplaadsysteem en al dan niet de volgende onderdelen: een ontlaadsysteem, een meet- en regelsysteem en een stekkerherkenningssysteem en met uitzondering van zonnepanelen.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 2.500 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

B 3730

Afleverstation voor hoge blend biobrandstof

  • a. bestemd voor: het afleveren van hoge blend biobrandstof als motorbrandstof voor eigen voertuigen, waarbij:

    • uitsluitend één of meerdere van de volgende brandstoffen worden afgeleverd: B30, B100, E85, ED95, biomethanol, hernieuwbare DME, PPO of brandstof die ten minste 30% Hydrotreated Vegetable Oil (HVO) bevat, en

    • het afleverstation is opgesteld op het eigen bedrijfsterrein,

  • b. bestaande uit: een afleverzuil en een bufferopslag voor biobrandstof.

G 3741

Aardgasvulpunt voor vaartuigen

  • a. bestemd voor: het afleveren van aardgas als motorbrandstof voor eigen vaartuigen met een installatie die, voor zover van toepassing, voldoet aan de eisen gesteld in de PGS 33-2: 2014 en waarbij onder aardgas ook wordt verstaan biogas dat tot aardgaskwaliteit of beter is opgewerkt,

  • b. bestaande uit: een al dan niet drijvend aardgasvulpunt.

Toelichting: PGS staat voor Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen. Informatie over PGS is beschikbaar op publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl. CNG en LNG worden ook gezien als aardgas.

4. Klimaat en lucht

CO2-uitstoot, overige broeikasgassen, zure depositie, fijnstof, smog, vluchtige organische stoffen (VOS), overige luchtverontreiniging, geur

A 4000

# Nieuwe en innovatieve emissiereducerende technologie

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 4002

* Apparatuur voor procesgeïntegreerde emissiereductie (aanpassen bestaande situatie)

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

4.1 CO2-uitstoot

F 4100

# Productieapparatuur voor het voorkomen van CO2-vorming

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 4101

# Apparatuur voor het afscheiden van CO2 voor nuttige toepassing

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 4102

# Apparatuur voor het transport van CO2 voor nuttige toepassing

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 4103

Apparatuur voor het binden van CO2

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 4109

Reformer voor waterstofproductie uit een hernieuwbare bron

  • a. bestemd voor: het in de chemische industrie door reforming kleinschalig produceren van waterstof voor eigen gebruik, waarbij de waterstof gemaakt wordt uit biobrandstof of biogas dat niet afkomstig is van mestvergisting,

  • b. bestaande uit: een reformer-reactor, een waterstofzuiveringseenheid en al dan niet katalysatoren en voorbehandelingsapparatuur voor de inkomende gasstromen, met uitzondering van voorzieningen voor het afscheiden, terugwinnen en transporteren van CO2 voor permanente opslag.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 5.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Voorbeelden van reforming zijn stoomreforming, autothermal reforming (ATR) of partial oxidation (POX) reforming.

Zie bedrijfsmiddel 270301 van de energie-investeringsaftrek voor het afscheiden, terugwinnen en transporteren van CO2 uit de afgassen voor permanente opslag.

F 4111

# Apparatuur voor elektrificatie van processen in de chemische industrie

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

A 4140

CO2-emissiearme waterzuiveringsinstallatie voor stikstofverwijdering (aanpassen bestaande situatie)

  • a. bestemd voor: het verminderen van de emissie van CO2 van een bestaande waterzuiveringsinstallatie door het vervangen van een conventionele nitrificatie-/denitrificatie-installatie door een bioreactor met korrelslib, waarbij ammonium in een enkele processtap wordt omgezet in stikstofgas en er geen nitraat wordt gevormd,

  • b. bestaande uit: een bioreactor, een (lamellen)afscheider, een chemicaliëndosering, een compressor, een beluchtingsinstallatie, een menger, een koolstofbrondosering en al dan niet een warmtewisselaar, met uitzondering van de volgende onderdelen: voorzuiveringstechnieken en voorzieningen voor het beschermen van apparatuur tegen weersinvloeden.

4.2 Overige broeikasgassen

F 4200

# Apparatuur voor emissiereductie van lachgas en methaan

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 4201

# Apparatuur voor vervanging van gefluoreerde broeikasgassen

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

D 4208

Vacuüm middenspanningsschakelsysteem

  • a. bestemd voor: het doorschakelen of transporteren van middenspanning met een schakelsysteem dat geen SF6 bevat, maar geïsoleerd is door lucht of vaste stof en schakelt met vacuüm schakelaars,

  • b. bestaande uit: een middenschakelsysteem dat geïsoleerd is door lucht of vaste stof en schakelt met vacuüm schakelaars.

Toelichting: Middenspanning is lager dan 50 kV. Een voorbeeld van een middenspanningsschakelsysteem is een ringschakelstation of een hoofdverdeelstation. Zie bedrijfsmiddel F 4209 voor het voortijdig vervangen van een SF6-houdend schakelsysteem.

F 4209

Vacuüm hoog- of middenspanningsschakelsysteem (aanpassen bestaande situatie)

  • a. bestemd voor: het voortijdig vervangen van een SF6-houdend schakelsysteem voor het doorschakelen van hoog- of middenspanning met een schakelsysteem dat geen SF6 bevat, maar geïsoleerd is door lucht of vaste stof en schakelt met vacuüm schakelaars, waarbij:

    • het vervangen van het SF6-houdend schakelsysteem wordt uitgevoerd door een wettelijk gecertificeerd monteur, en

    • wordt aangetoond dat het SF6 is opgevangen en milieuverantwoord wordt verwerkt,

  • b. bestaande uit: een vervangend schakelsysteem dat geïsoleerd is door lucht of vaste stof en schakelt met vacuüm schakelaars.

Toelichting: Van voortijdige vervanging is sprake als het bestaande schakelsysteem wordt vervangen voordat het einde van de technische levensduur van dat systeem is bereikt.

A 4210

Hoogspanningsschakelsysteem of gasgeïsoleerde leiding met een laag GWP-isolatiegas

  • a. bestemd voor: het doorschakelen of transporteren van hoogspanning met een schakelsysteem of gasgeïsoleerde leiding dat geen SF6 bevat, maar geïsoleerd is met een isolatiegas met een Global Warming Potential (GWP) van minder dan 500 CO2-equivalenten, waarbij:

    • dit in geval van het vervangen van een SF6-houdend schakelsysteem, wordt uitgevoerd door een wettelijk gecertificeerd monteur, en

    • wordt aangetoond dat het SF6 is opgevangen en milieuverantwoord wordt verwerkt,

  • b. bestaande uit: een (vervangend) schakelsysteem of gasgeïsoleerde leiding met isolatiegas.

Toelichting: Hoogspanning is ten minste 50 kV.

A 4240

# Koelsysteem met water als koudemiddel

  • a. bestemd voor: het koelen van industriële processen, serverruimtes, schakelkasten of bedrijfsgebouwen met water (R718) als koudemiddel, met een:

    • 1. chiller waarbij de verdamping en condensatie plaatsvindt in een vacuüm gesloten circuit, of

    • 2. klimaatsysteem op basis van dauwpuntkoeling waarbij lucht wordt gedroogd middels adsorptie en vervolgens indirect adiabatisch gekoeld in een scheidingswarmtewisselaar door een tweede luchtstroom die gekoeld is door middel van bevochtiging,

  • b. bestaande uit: een chiller of een koelsysteem met een droogunit.

Toelichting: Een chiller gebruikt de techniek van een warmtepomp en bestaat uit een verdamper, een compressor, een condensor en een expansiedeel. Waterkoelers waarbij warmteoverdracht plaatsvindt met water als koelmedium, komen niet in aanmerking onder bedrijfsmiddel A 4240.

4.3 Zure depositie

B 4301

Automatisch brandstofinvoersysteem of buffervat voor bestaande ketels of kachels

  • a. bestemd voor:

    • 1. het automatisch van houtpellets voorzien van een bestaande ketel of kachel, of

    • 2. het in een buffervat opslaan van warm water voor een bestaande ketel met een thermisch vermogen van minder dan 1 megawatt,

  • b. bestaande uit: een automatisch brandstofinvoersysteem of een buffervat.

F 4305

# NOx-emissie reducerende techniek

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 4306

Apparatuur voor natte NOx-verwijdering

  • a. bestemd voor: het uit rookgassen verwijderen van NOx en al dan niet andere componenten door de rookgassen te leiden door een waterbad of door een gaswasser met water als scrubbervloeistof,

  • b. bestaande uit: natte wasser of waterbad en al dan niet de volgende onderdelen: een loogdosering, oxidatiesysteem op basis van uv, ozon of chemische omzetting of een combinatie hiervan, warmteterugwinningssysteem, apparatuur voor waterzuivering al dan niet met hergebruik van het water.

B 4311

Verwarmingsketel met low-NOx-voorzetbrander ≤ 40 mg NOx/Nm3

  • a. bestemd voor: het met een combinatie van een ketel en een voorzetbrander verwarmen van water of het produceren van lagedrukstoom met een druk van ten hoogste 5 bar, waarbij de rookgassen niet meer dan 40 milligram NOx per normaal kubieke meter bij 3% O2 bevatten, wat wordt aangetoond met een emissierapportage volgens het Activiteitenbesluit milieubeheer, waarbij geen correctie van de meetwaarden voor de meetonzekerheid wordt toegepast,

  • b. bestaande uit: een voorzetbrander en een ketel.

Het bedrijfsmiddel komt voor 50% van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Een emissiemeting volgens het Activiteitenbesluit milieubeheer wordt uitgevoerd door een bedrijf dat hiertoe geaccrediteerd (metingen volgens EU normen NEN-EN 14792 voor NOx, NEN-EN 13284-1 voor stof en NEN-EN 14789 voor O2) of gecertificeerd (metingen volgens Scope 6 van de SCIOS) is.

Wanneer de omgevingswet van kracht is zal het Activiteitenbesluit milieubeheer vervangen worden door het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal).

B 4312

# Verwarmingsketel met low-NOx-brander voor stoom of thermische olie ≤ 50 mg NOx/Nm3

  • a. bestemd voor: het met een combinatie van een ketel en een brander produceren van hogedrukstoom met een druk van ten minste 5 bar of het verwarmen van thermische olie, waarbij de rookgassen niet meer dan 50 milligram NOx per normaal kubieke meter bij 3% O2 bevatten, aangetoond met emissierapportage volgens het Activiteitenbesluit milieubeheer, waarbij geen correctie van de meetwaarden voor de meetonzekerheid wordt toegepast,

  • b. bestaande uit: een brander en een ketel.

Het bedrijfsmiddel komt voor 50% van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Een emissiemeting volgens het Activiteitenbesluit milieubeheer wordt uitgevoerd door een bedrijf dat hiertoe geaccrediteerd (metingen volgens EU normen NEN-EN 14792 voor NOx, NEN-EN 13284-1 voor stof en NEN-EN 14789 voor O2) of gecertificeerd (metingen volgens Scope 6 van de SCIOS) is.

Wanneer de omgevingswet van kracht is zal het Activiteitenbesluit milieubeheer vervangen worden door het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal).

A 4315

Selectieve (katalytische) reductie-installatie (SCR of SNCR) (aanpassen bestaande situatie)

  • a. bestemd voor: het omzetten van NOx uit afgassen van een bestaande stookinstallatie door injectie van ureum of ammoniak, al dan niet in combinatie met een katalysator, waardoor de NOx-emissie van de stookinstallatie, gemeten volgens de Activiteitenregeling milieubeheer, ten minste 30% lager is dan de wettelijk eis in het Activiteitenbesluit milieubeheer of voorgeschreven door het bevoegd gezag, en waarbij de stookinstallatie:

    • een ketel, zuigermotor, gasturbine- of motor met een thermisch vermogen van meer dan 400 kilowatt en minder dan 50 megawatt betreft, en

    • niet is bestemd voor schepen die na 1 januari 2021 zijn gebouwd, de glastuinbouw en afvalverbrandingscentrales,

  • b. bestaande uit: een reductie-installatie met een ammoniak- of ureuminjectiesysteem en al dan niet een katalysator, een stoffilter en een warmteterugwinningsinstallatie.

Toelichting: Een emissiemeting volgens het Activiteitenbesluit milieubeheer wordt uitgevoerd door een bedrijf dat hiertoe geaccrediteerd (metingen volgens EU-normen NEN-EN 14792 voor NOx, NEN-EN 13284-1 voor stof en NEN-EN 14789 voor O2) of gecertificeerd (metingen volgens Scope 6 van de SCIOS) is. Voor de berekening van de uitstoot van rookgas door een stookinstallatie wordt de massaconcentratie van stikstofoxiden (NOx) in het rookgas herleid op rookgas met een volumegehalte aan zuurstof van:

  • a. 15%, als het een dieselmotor, gasmotor of gasturbine betreft;

  • b. 6%, als het een stookinstallatie met vaste brandstof (biomassa) betreft; of

  • c. 3%, in alle andere gevallen (zoals bij aardgas en brandstof in vloeibare vorm).

Wanneer de omgevingswet van kracht is zal het Activiteitenbesluit milieubeheer vervangen worden door het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal).

Zie bedrijfsmiddel F 3360 voor een NOx-reductiesysteem op een schip.

A 4316

* Accu of biogasaggregaat voor stroomvoorziening van lokale activiteiten

  • a. bestemd voor: het van stroom voorzien van lokale activiteiten met een verplaatsbaar:

    • 1. accupakket dat geen lood bevat en een vermogen heeft van ten minste 2 kVA en ten hoogste 30 kVA, waarbij geen bestaand accupakket wordt vervangen en het gangbaar is gebruik te maken van een diesel- of benzineaggregaat, of

    • 2. biogasaggregaat met driewegkatalysator of selectieve katalystische reductie (SCR), waarbij de rookgassen niet meer dan 115 milligram NOx per normaal kubieke meter bij 15% O2 bevatten, wat wordt aangetoond met een emissierapportage van NOx-metingen aan eenzelfde installatie, uitgevoerd door een geaccrediteerd laboratorium of een SCIOS scope 6 gecertificeerd bedrijf volgens het Activiteitenbesluit milieubeheer, waarbij geen correctie van de meetwaarden voor de meetonzekerheid wordt toegepast,

  • b. bestaande uit: een accupakket, (snel)laadsysteem en al dan niet zonnepanelen die uitsluitend voor het accupakket worden gebruikt of een biogasaggregaat (al dan niet met EGR) en al dan niet een accupakket voor opslag van de gegenereerde energie.

Toelichting: Accu’s voor werktuigen met een vaste bestuurdersplaats komen niet in aanmerking onder deze code. EGR staat voor ‘Exhaust Gas Recirculation’ en kan onderdeel zijn van het biogasaggregaat.

Zie bedrijfsmiddel 260102 en 270106 van de energie-investeringsaftrek voor accu’s vanaf 30 kVA en mobiele elektrische werktuigen zonder bestuurdersplaats.

F 4325

(Biologische) ontzwavelingsinstallatie

  • a. bestemd voor: het al dan niet biologisch reinigen van met zwavel verontreinigde gassen door een ontzwavelingsinstallatie met een zwavelverwijderingsrendement van ten minste 95%, waarbij:

    • elementair zwavel of zwavelverbindingen worden afgescheiden en nuttig worden toegepast, en

    • in geval van chemisch reinigen sprake is van recirculatie van hulpstoffen in het reinigingsproces,

  • b. bestaande uit: een ontzwavelingsinstallatie en al dan niet een wasvloeistofbehandelingssysteem, met uitzondering van apparatuur voor de productie of nuttige toepassing van zwavel of zwavelverbindingen.

4.4 Fijn stof

E 4417

Rookgenerator voor voedselbewerking

  • a. bestemd voor: het bewerken of garen van voedingswaren met rookcondensaat, waarbij het rookcondensaat verneveld wordt in de rookkamer,

  • b. bestaande uit: een rookgenerator.

F 4420

Apparatuur voor vermindering van stofemissie tijdens niet-reguliere bedrijfsvoering

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 4421

Apparatuur voor optische stofdetectie en -registratie

  • a. bestemd voor: het monitoren van de stofemissie door het continu optisch online detecteren, registreren en terugrekenen tot signaleringsniveaus voor het nemen van maatregelen rondom op- en overslagen, met als doel de stofemissie te minimaliseren,

  • b. bestaande uit: stofdetectieapparatuur op basis van een optische techniek en registratieapparatuur.

Toelichting: Let op: investeringen in wettelijk verplichte bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, zoals opgenomen onder punt 4 van paragraaf 1 van deze bijlage.

D 4422

Gesloten beladingssysteem

  • a. bestemd voor: het met een sluitkegel, een opblaasbare band of een stofrok verminderen van stofemissies bij het laden of lossen van vrachtwagens of schepen, waarbij de verbinding op onderdruk wordt gehouden en de uittredende lucht wordt gefilterd,

  • b. bestaande uit: een beladingsbalg met een sluitkegel, een opblaasbare band of een stofrok, een filteraansluiting of een geïntegreerd stoffilter en al dan niet een ventilator.

A 4485

# Stofafscheider

  • a. bestemd voor: het verwijderen van stofdeeltjes uit een afgas of luchtstroom met een vast opgestelde stofafscheider, waarbij:

    • de restemissie geforceerd naar de buitenlucht wordt afgevoerd en ten hoogste 2 milligram stof per normaal kubieke meter bedraagt waarbij geen correctie van de meetwaarden voor de meetonzekerheid wordt toegepast,

    • de gefilterde lucht niet wordt gerecirculeerd in de bedrijfsruimte waar personeel werkt, en

    • de afgas of luchtstroom niet afkomstig is van een crematorium, kantoorgebouw, kas of stal,

  • b. bestaande uit: een stofafscheider en al dan niet een ventilator en apparatuur die benodigd is om de condities van de te reinigen gassen aan te passen voor stofafscheiding.

Toelichting: Let op: investeringen in wettelijk verplichte bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, zoals opgenomen onder punt 4 van paragraaf 1 van deze bijlage.

Bedrijfsmiddelen waarvoor arboverplichtingen gelden komen niet in aanmerking. Arboverplichtingen kunnen bijvoorbeeld gelden als gefilterde lucht gedeeltelijk of geheel wordt gerecirculeerd in de bedrijfsruimte waar personeel werkt.

A 4486

Filterinstallatie voor hout- en pelletstook

  • a. bestemd voor: het met een vast opgesteld filter verwijderen van stofdeeltjes uit een rookgas afkomstig van een hout- of houtpelletgestookte ketel, kachel of oven met een thermisch vermogen van minder dan 1 megawatt,

  • b. bestaande uit: een filterinstallatie en al dan niet een ventilator.

Toelichting: Let op: investeringen in wettelijk verplichte bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, zoals opgenomen onder punt 4 van paragraaf 1 van deze bijlage.

B 4487

Filtrerende stofafscheider voor stofbron met een wettelijke emissiegrenswaarde ≥ 10 mg/Nm3

  • a. bestemd voor: het verwijderen van stofdeeltjes uit een afgas met een vast opgestelde filtrerende stofafscheider met een poreus filtermedium, waarbij:

    • de wettelijk geldende emissiegrenswaarde voor de betreffende stof volgens het Activiteitenbesluit milieubeheer ten minste 10 milligram stof per normaal kubieke meter bedraagt of volgens het Activiteitenbesluit milieubeheer geen emissiegrenswaarde geldt,

    • de gefilterde lucht niet wordt gerecirculeerd in de bedrijfsruimte waar personeel werkt,

    • de restemissie die geforceerd naar de buitenlucht wordt afgevoerd ten hoogste 5 milligram stof per normaal kubieke meter bedraagt, en

    • de emissiegrenswaarde en restemissie worden uitgedrukt volgens de Activiteitenregeling milieubeheer,

  • b. bestaande uit: een stofafscheider en al dan niet een ventilator en apparatuur die benodigd is om de condities van de te reinigen gassen aan te passen voor stofafscheiding.

Toelichting: Wanneer de omgevingswet van kracht is zal het Activiteitenbesluit milieubeheer vervangen worden door het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal).

4.5 Vluchtige organische stoffen (VOS)

F 4520

Hermetisch gesloten magnetische koppeling

  • a. bestemd voor: het verminderen of voorkomen van lek- en verdampingsverliezen van vluchtige organische stoffen of andere milieuschadelijk gassen langs roterende assen van machines door een hermetisch gesloten magnetische koppeling,

  • b. bestaande uit: een magnetische koppeling.

Toelichting: Let op: investeringen in wettelijk verplichte bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, zoals opgenomen onder punt 4 van paragraaf 1 van deze bijlage.

A 4551

Drukvormwasinstallatie voor zeefdrukvormen

  • a. bestemd voor: het in twee opeenvolgende processtappen verwijderen van inkt en het strippen van zeefdruksjablonen in een gesloten systeem zonder gebruik te maken van vluchtige organische reinigingsmiddelen,

  • b. bestaande uit: een inktverwijderingseenheid, een stripeenheid en een rondpompsysteem, met uitzondering van apparatuur voor het reinigen van persrollen.

E 4572

Gesloten textielreinigingsmachine van de 6e generatie met halogeenvrije oplosmiddelen

  • a. bestemd voor: het reinigen van niet-natwasbaar textiel in een gesloten textielreinigingsmachine,

    • die in één cyclus textiel reinigt en droogt,

    • die reinigt met niet-toxische, halogeenvrije oplosmiddelen van klasse A III met een vlampunt boven 55°C en die lichter zijn dan water,

    • die voorzien is van een droogsysteem op basis van een warmtepomp,

    • waarbij het droog- en destillatiesysteem zijn voorzien van waterbesparende ventielen,

    • waarin het oplosmiddel wordt teruggewonnen in een emissievrij destillatiesysteem, en

    • waarbij de bestaande reinigingsmachine wordt vervangen en verwijderd,

  • b. bestaande uit: een computergestuurde textielreinigingsmachine, een droogsysteem op basis van een warmtepomp, elektronische droogcontrole, een waterafscheider, een overvulbeveiliging van het destillatie- en residuvat, een emissievrij vul- en uitruimsysteem.

F 4580

Thermische oxidator voor laag calorische afgassen

  • a. bestemd voor: het thermisch oxideren van (al dan niet verdunde) laagcalorische afgassen zoals stortgassen, hoogovengas of afgassen bevattende vluchtige organische stoffen of methaan, waarbij de NOx-emissie na verbranding niet meer bedraagt dan 10 milligram per nominaal kubieke meter, door:

    • het verdichten van de afgassen of vluchtige organische stoffen waardoor een autotherme verbranding mogelijk wordt met een Regeneratieve Thermische Oxidator, of

    • vlamloze thermische oxidatie waarbij sprake is van netto energiewinst,

  • b. bestaande uit: een regeneratieve of vlamloze thermische oxidator en al dan niet een techniek voor verdichting van afgassen, een compressor, een warmtewisselaar en met uitzondering van een turbine en een generator.

Toelichting: Een emissiemeting wordt uitgevoerd door een bedrijf dat hiertoe geaccrediteerd is (periodieke metingen) volgens EU normen NEN-EN 14792 en NEN-EN 15259.

E 4581

Vlamloze Thermische oxidator voor afgassen

  • a. bestemd voor: het vlamloos thermisch oxideren van afgassen of vluchtige organische stoffen, waarbij:

    • de NOx-emissie tijdens autotherme verbranding niet meer bedraagt dan 5 milligram per nominaal kubieke meter, en

    • al dan niet sprake is van warmteterugwinning,

  • b. bestaande uit: een vlamloze thermische oxidator en al dan niet een warmtewisselaar.

Toelichting: Een emissiemeting wordt uitgevoerd door een bedrijf dat hiertoe geaccrediteerd is (periodieke metingen) volgens EU normen NEN-EN 14792 en NEN-EN 15259.

F 4585

* Biotricklingsysteem voor het verwijderen van VOS

  • a. bestemd voor: de microbiologische afbraak van vluchtige organische stoffen (VOS) uit industriële afgassen met een biotricklingfilter,

  • b. bestaande uit: een biotricklingfilter, recirculatie watertank, doseringsapparatuur voor nutriënten en pH-correctie en al dan niet een meetsysteem voor emissies en een warmtewisselaar voor energieterugwinning.

4.6 Overige luchtverontreiniging

B 4680

Koude oxidatie-installatie voor luchtreiniging

  • a. bestemd voor: het (al dan niet katalytisch) niet-thermisch oxideren van geurstoffen, VOS of pathogenen in naar buiten te blazen luchtstromen in de industrie of horeca door koud plasma of ionisatie, waarbij de verontreinigingen worden omgezet in onschadelijke stoffen of uiteenvallen in hun elementaire componenten,

  • b. bestaande uit: een reactorkamer met plasmaplaten (plasmaomzetter) of ionisator (op basis van hoogspanning) en al dan niet de volgende onderdelen: een katalysator, een voorfilterinstallatie voor het koude oxidatieproces en een nageschakelde restradicalenabsorber of -vernietiger.

E 4681

Ozon- en uv-oxidatie-installatie voor luchtreiniging

  • a. bestemd voor: het oxideren van pathogenen, geur- of koolwaterstoffen in naar buiten te blazen luchtstromen afkomstig van horeca of voedingsmiddelenindustrie, waarbij gebruik gemaakt wordt van een gaswasser met opgelost ozon in combinatie met uv-bestraling en geen gebruik wordt gemaakt van chemicaliën,

  • b. bestaande uit: een ozongenerator en uv-lampen, een wastoren, een waterrecyclesysteem en al dan niet de volgende onderdelen: een katalysator en een restozonabsorber of -vernietiger.

Toelichting: Zie bedrijfsmiddel A 2690 voor ozonoxidatie-installatie voor ontsmetting van (opslag)ruimten, lucht of producten in de land- en tuinbouw.

A 4682

# Apparatuur voor het verwijderen van zwavelhoudende geuremissies

  • a. bestemd voor: het in een gesloten systeem in een waterige oplossing condenseren van zwavelhoudende dampen en de daarmee samenhangende geurstoffen afkomstig van een industrieel proces, waarbij de geurstoffen worden gebonden en geuremissie naar de omgeving wordt voorkomen,

  • b. bestaande uit: apparatuur die technisch noodzakelijk is om de geurstoffen te verwijderen en al dan niet een waterbehandelingssysteem.

E 4685

Biologische afgaswasser

  • a. bestemd voor: het verwijderen van gasvormige verontreinigingen uit afgassen, niet afkomstig uit afval- of slibverbrandingsinstallaties of stallen, door een biologische gaswasinstallatie, waarbij er geen sprake is van het opwaarderen van gas, zoals biogas of stortgas, tot een hoogwaardiger brandstof,

  • b. bestaande uit: biomassa, een tank en al dan niet de volgende onderdelen; een ventilator, een druppelvanger, een chemicaliëndoseerinstallatie en een wasvloeistofbehandelingssysteem.

Toelichting: Bedrijfsmiddel E 4685 is enkel bestemd voor de behandeling van afgassen en niet voor de productie van gassen. Onder opwaarderen tot een brandstof wordt verstaan zowel het verhogen van de energie-inhoud als het reinigen van de (af)gassen.

5. Ruimtegebruik

Ecologische systemen, biodiversiteit, oppervlaktewater, grondwater, bodem, gevaarlijke stoffen, externe veiligheid

5.1 Ecosystemen en biodiversiteit

F 5100

Voorzieningen voor het versterken van biodiversiteit

  • a. bestemd voor: het versterken van gebiedseigen biodiversiteitsfactoren in het landelijk gebied door landschapselementen, bouwkundige of civieltechnische werken of apparatuur, al dan niet in combinatie met waterretentie of preventie van de eikenprocessierups, waarbij geldt dat:

    • toegepaste nestelvoorzieningen voor dieren en insecten bestaan uit sloophout, snoeihout of hout dat is gecertificeerd door middel van een certificatiesysteem dat door het Timber Procurement Assessment Committee is goedgekeurd,

    • nieuw hout in overige toepassingen voldoet aan de eisen zoals opgenomen onder punt 10 van paragraaf 1 van deze bijlage,

    • het niet de aanleg van een teeltvrije zone betreft als bedoeld in het Activiteitenbesluit Milieubeheer,

    • het niet een investering betreft die als randvoorwaarde wordt gesteld vanuit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, en

      • 1. de gebiedseigen biodiversiteitsfactoren zijn bepaald op basis van een ecologisch rapport door een relevante onderzoeks- of adviesorganisatie, of

      • 2. de biodiversiteitversterkende voorzieningen volgen uit een quickscan of pre-screening van de maatlatten BREEAM-NL Gebied, NL Gebiedslabel of NL Terreinlabel,

  • b. bestaande uit: landschapselementen, bouwkundige of civieltechnische werken of apparatuur die technisch noodzakelijk zijn voor versterking van gebiedseigen biodiversiteit en al dan niet de volgende onderdelen: kweekkasten voor sluipwespen, beregeningsinstallaties die gebruik maken van oppervlakte- of regenwater, een natuurzwemvijver, natuurlijke speelelementen en met uitzondering van geprefabriceerde speelelementen, niet-inheemse beplanting en andere in de Milieulijst milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen 2023 genoemde bedrijfsmiddelen.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 1.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Landschapselementen kunnen bijvoorbeeld veedrinkpoelen, houtwallen, hagen en bomen of natuurzuilen zijn. Informatie over gebiedseigen elementen is onder andere beschikbaar op landschapsbeheer.nl en nederlandscultuurlandschap.nl. Informatie over BREEAM-NL Gebied, NL Gebiedslabel of NL Terreinlabel is te vinden op breeam.nl/keurmerken/gebied, nlgebiedslabel.nl en nlterreinlabel.nl.

F 5101

Voorzieningen voor het verbeteren van de leefomstandigheden van insecten

  • a. bestemd voor: het uitbreiden van voedselaanbod en nestgelegenheid voor bijen en andere insecten door landschapselementen, bouwkundige of civieltechnische werken of permanente voorzieningen, al dan niet in combinatie met waterretentie of broed- of overwintergelegenheid voor vogels of vleermuizen, waarbij geldt dat:

    • toegepaste nestelvoorzieningen voor dieren en insecten bestaan uit sloophout, snoeihout of hout dat is gecertificeerd door middel van een certificatiesysteem dat door het Timber Procurement Assessment Committee is goedgekeurd,

    • nieuw hout in overige toepassingen voldoet aan de eisen zoals opgenomen onder punt 10 van paragraaf 1 van deze bijlage,

    • de genomen maatregelen ten behoeve van insecten gebaseerd zijn op adviezen van relevante onderzoeks- of adviesorganisaties,

    • het niet de aanleg van een teeltvrije zone betreft als bedoeld in het Activiteitenbesluit Milieubeheer, en

    • het niet een investering betreft die als randvoorwaarde wordt gesteld vanuit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid,

  • b. bestaande uit: landschapselementen, bouwkundige of civieltechnische werken of voorzieningen die technisch noodzakelijk zijn voor het verbeteren van leefomstandigheden van insecten en al dan niet beregeningsinstallaties die gebruik maken van oppervlakte- of regenwater en met uitzondering van andere in de Milieulijst milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen 2023 genoemde bedrijfsmiddelen.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 1.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Landschapselementen of voorzieningen voor insecten zijn bijvoorbeeld bijenhotels, houtwallen, windhagen, natuurzuilen, bloeiende bomen en op insecten afgestemde erf- of terreinbeplanting. Informatie over insectvriendelijke landschapselementen en voorzieningen is beschikbaar op vlinderstichting.nl, nederlandzoemt.nl, 2B-connect.eu en food4bees.nl.

Een lijst van goedgekeurde houtcertificatiesystemen is beschikbaar op tpac.smk.nl of inkoopduurzaamhout.nl. Investeringen in het kader van de Nationale Bijenstrategie kunnen op grond van dit bedrijfsmiddel gemeld worden.

F 5105

Natuurvriendelijke voorzieningen in de bebouwde kom

  • a. bestemd voor: het in bebouwde kom, met apparatuur, landschapselementen, bouwkundige of civieltechnische werken versterken van gebiedseigen biodiversiteitsfactoren, al dan niet in combinatie met het verminderen van hittestress en het hitte-eiland effect of het tegengaan van plagen, waarbij:

    • toegepaste nestelvoorzieningen voor dieren en insecten bestaan uit sloophout, snoeihout of hout dat is gecertificeerd door middel van een certificatiesysteem dat door het Timber Procurement Assessment Committee is goedgekeurd,

    • nieuw hout in overige toepassingen voldoet aan de eisen zoals opgenomen onder punt 10 van paragraaf 1 van deze bijlage, en

      • 1. de gebiedseigen biodiversiteitsfactoren zijn bepaald op basis van een ecologisch rapport door een relevante onderzoeks- of adviesorganisatie, of

      • 2. de biodiversiteitversterkende voorzieningen volgen uit een quickscan of pre-screening van de maatlatten BREEAM-NL Gebied, NL Gebiedslabel of NL Terreinlabel,

  • b. bestaande uit: apparatuur, landschapselementen, bouwkundige of civieltechnische werken die technisch noodzakelijk zijn voor versterking van de gebiedseigen biodiversiteit en al dan niet de volgende onderdelen: natuurlijke speelelementen en beregeningsinstallaties die gebruik maken van oppervlakte- of regenwater en met uitzondering van de volgende onderdelen: geprefabriceerde speelelementen, niet-inheemse beplanting, investeringen in gebouwen en andere in de Milieulijst milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen 2023 genoemde bedrijfsmiddelen.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 1.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Voor maatregelen in de bebouwde kom kan men gebruik maken van de informatie van de vogelbescherming (vogelbescherming.nl/vogels_beschermen/stad_en_dorp/stadsvogels) en van het biodiversiteitsportaal (biodiversiteit.nl). Informatie over BREEAM-NL Gebied, NL Gebiedslabel of NL Terreinlabel is te vinden op breeam.nl/keurmerken/gebied, nlgebiedslabel.nl en nlterreinlabel.nl.

F 5121

Zwerfafvalvangsysteem op het water

  • a. bestemd voor: het verwijderen van het in het oppervlaktewater aanwezige plastic afval met een verzamelvoorziening of -installatie op binnenwateren of het Nederlands Continentaal Plat (NCP), waarbij de hoeveelheid verwijderd plastic zwerfafval toeneemt ten opzichte van de bestaande situatie en het verzamelde materiaal wordt verwerkt,

  • b. bestaande uit: een zwerfafvalvangsysteem en al dan niet een monitoringssysteem en een sorteerinstallatie.

Toelichting: Dit is een onderdeel van het Kunststof Ketenakkoord.

F 5122

Systeem voor het verbeteren van kwaliteit van maaisel

  • a. bestemd voor: het verbeteren van de kwaliteit van maaisel door het aanpassen van een maaimachine, waardoor voor of tijdens het maaien van openbaar groen ten minste:

    • 1. de kwaliteit van maaisel wordt beoordeeld door middel van een camerasysteem en data-analyse, of

    • 2. zwerfafval gelijktijdig wordt verwijderd en gescheiden wordt verzameld, en

    waarbij onder punt 1 en 2 geldt dat het maaisel ten opzichte van de gangbare situatie hoogwaardiger wordt toegepast en het verzamelde zwerfafval al dan niet aangeboden wordt voor recycling,

  • b. bestaande uit: aanpassing van een maaisysteem die technisch noodzakelijk is voor het verbeteren van de kwaliteit van maaisel, met uitzondering van het maaisysteem.

Toelichting: Onder openbaar groen worden onder meer bermen, parken, natuurgebieden en oevers verstaan. Onder een hoogwaardigere toepassing wordt bijvoorbeeld het als grondstof gebruiken van (een groter deel van) het maaisel of zwerfafval verstaan. Met dit bedrijfsmiddel is het mogelijk om maaisel te oogsten, zwerfafval te scheiden en deze nuttige toepassing te geven.

F 5140

Biodiversiteitversterkende voorzieningen voor het aquatisch milieu

  • a. bestemd voor: het in of op een waterlichaam (inclusief de Nederlandse kustwateren) versterken van gebiedseigen biodiversiteitsfactoren, al dan niet in combinatie met verbetering van oppervlaktewaterkwaliteit of kust- of oeverbescherming, door landschapselementen, zoals natuurvriendelijke oevers, nestvlotjes en wilgenbossen of bouwkundige of civieltechnische werken, zoals kunstriffen, hangende structuren of hard substraat, waarbij:

    • het bepalen van de gebiedseigen biodiversiteitsfactoren in lijn is met adviezen van relevante beheerplannen of gebaseerd is op een ecologisch rapport door een relevante onderzoeks- of adviesorganisatie, en

    • schade door eigen activiteiten wordt verminderd of voorkomen,

  • b. bestaande uit: landschapselementen, bouwkundige of civieltechnische werken, die aantoonbaar bijdragen aan de gebiedseigen aquatische biodiversiteit en met uitzondering van drijvende zonnepanelen en apparatuur of installaties bestemd voor onderhoud, kweek of productie en andere in de Milieulijst milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen 2023 genoemde bedrijfsmiddelen.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 1.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Voor een waterlichaam wordt de definitie uit de Kaderrichtlijn water gehanteerd: een ‘onderscheiden oppervlaktewater van aanzienlijke omvang, zoals een meer, een waterbekken, een stroom, een rivier, een kanaal, een overgangswater of een strook kustwater’. Relevante beheerplannen zijn beschikbaar op rwsnatura2000.nl. Informatie over het versterken van aquatische biodiversiteit, eventueel in combinatie met kust- of oeverbescherming, is onder andere beschikbaar op buildingwithnatureindestad.nl, natuurvriendelijkeoevers.stowa.nl of in het rapport ‘Bouwen met Noordzee-natuur. Uitwerking Gebiedsagenda Noordzee 2050’ van Wageningen Marine Research (edepot.wur.nl/411288).

5.2 Kwaliteit van bodem en water

E 5211

# Transformator met giethars of biobased olie

  • a. bestemd voor: het omzetten van hoogspanning naar laagspanning of van laagspanning naar hoogspanning door een transformator die is geïsoleerd met:

    • 1. giethars,

    • 2. biologisch afbreekbare transformatorolie die voor ten minste 98% bestaat uit duurzame biomassa volgens NEN-EN-IEC 62770, of

    • 3. biologisch afbreekbare transformatorolie die voor ten minste 98% bestaat uit duurzame biomassa volgens ASTM D6866 en OECD 301 (readily biodegradable) en geclassificeerd is als een minder ontvlambare vloeistof of K-klasse vloeistof volgens IEC 61039,

  • b. bestaande uit: een transformator.

Het bedrijfsmiddel komt voor 50% van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Toelichting: Met hoogspanning wordt wisselspanning van 1 kV en hoger bedoeld. Met laagspanning wisselspanning lager dan 1 kV. Onder duurzame biomassa worden onder andere biomassarest- en afvalstromen verstaan, maar bijvoorbeeld geen voedselconcurrerende biomassa. Van duurzame biomassa is in ieder geval sprake als de biomassa binnen de voorwaarden van NTA 8080 (Better Biomass certificaat) is geproduceerd.

A 5241

Vuilwaterinnamestation voor pleziervaartuigen

  • a. bestemd voor: het innemen van bilge- of zwartwater van pleziervaartuigen:

    • 1. langs een vaarroute of bij een aanmeer-, afmeer- of een ligplaats, waarbij een innamestation bij een jachthaven alleen in aanmerking komt als de jachthaven niet meer dan 50 ligplaatsen heeft voor niet-open pleziervaartuigen, of

    • 2. bij een jachthaven met meer dan 50 ligplaatsen voor niet-open pleziervaartuigen, wanneer de jachthaven meer dan één innamestation exploiteert,

  • b. bestaande uit: een inzamelstation, tanks, pompen, leidingen en al dan niet een olie-afscheider.

Toelichting: Let op: investeringen in wettelijk verplichte bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, zoals opgenomen onder punt 4 van paragraaf 1 van deze bijlage.

5.3 Leefomgeving

F 5300

Groendak

  • a. bestemd voor: het van beplanting voorzien van het dak van een bedrijfsgebouw of woning,

  • b. bestaande uit: een vegetatielaag, substraatlaag, drainagelaag en al dan niet de volgende onderdelen: een kunstmatige bevloeiing en verankering, en constructieve aanpassingen bij bestaande daken en nestelvoorzieningen.

Een investering in een vegetatiedak als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel F 5300 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

F 5301

Groene gevel of muur

  • a. bestemd voor: het van beplanting voorzien van een gevel van een bedrijfsgebouw of woning of beide zijden van een muurconstructie,

  • b. bestaande uit: een van beplanting en substraat of potgrond voorzien frame of bouwblokken, en al dan niet de volgende onderdelen: een gevelbeschermende laag, constructieve aanpassingen bij bestaande muren, irrigatieleidingwerk, een geïntegreerde waterbuffer en nestel- of foerageervoorzieningen voor dieren of insecten.

Een investering in een gevel- of muurbegroeiingssysteem als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel F 5301 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

D 5340

Klimaatadaptief bedrijfsterrein (aanpassen bestaande situatie)

  • a. bestemd voor: het herinrichten van een bestaand bedrijfsterrein gelegen op een bestaand bedrijventerrein of in een economische zone type C1 (retail, meubelboulevards) zoals deze in het IBIS wordt gehanteerd of op een bestaande kantorenlocatie, zodanig dat wateroverlast, verdroging en hittestress tegen wordt gegaan door:

    • het verwijderen van bestaande aansluitingen van de regenwaterafvoer op de riolering van het gebouw, en

    • het vervangen van ten minste 50% van de bestaande dichte verharding bestemd voor parkeren, zij- en achterpaden, met uitzondering van trottoir en wegen, door groen, een waterpartij die niet in directe verbinding staat met het oppervlaktewatersysteem, waterdoorlatende (half)verharding of waterpasserende (half)verharding, waarbij ten minste één van de volgende voorzieningen aanwezig is of toegepast wordt:

      • 1. een groendak als bedoeld in bedrijfsmiddel F 5300,

      • 2. een groene gevel of muur als bedoeld in bedrijfsmiddel F 5301,

      • 3. een draaibare multifunctionele oppervlaktebedekking als bedoeld in bedrijfsmiddel F 6405,

      • 4. een infiltratiesysteem of wadi als bedoeld in bedrijfsmiddel G 5342,

      • 5. een retentiedak met dynamische afvoer als bedoeld in bedrijfsmiddel F 5344, of

      • 6. een natuurvriendelijke voorziening als bedoeld in bedrijfsmiddel F 5105,

  • b. bestaande uit: apparatuur, landschapselementen, bouwkundige of civieltechnische werken die technisch noodzakelijk zijn voor de klimaatadaptieve maatregelen.

Een investering in klimaatadaptief aanpassen van een bedrijfsterrein als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel D 5340 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Toelichting: Voor bedrijventerrein en economische zone wordt de definitie aangehouden zoals deze in het IBIS (Integraal Bedrijventerreinen Informatie Systeem) wordt gehanteerd (zie ibis-bedrijventerreinen.nl/).

E 5341

Vergroening van een bedrijfsterrein, parkeerterrein of tuin (aanpassen bestaande situatie)

  • a. bestemd voor: het vervangen van de bestaande dichte verharding van een bestaand bedrijfsterrein of parkeerterrein of tuin van een of meerdere woningen, door:

    • 1. vegetatie,

    • 2. een waterpartij die niet in directe verbinding staat met een oppervlaktewatersysteem,

    • 3. waterdoorlatende of waterpasserende (half)verharding, al dan niet in combinatie met infiltratiekolken of slimme kolken, of

    • 4. een combinatie van de bovenstaande maatregelen, en

    waarbij onder punt 1 tot en met 4 geldt dat:

    • het terrein geen deel uitmaakt van een landbouwbedrijf en gesitueerd is in de bebouwde kom,

    • ten minste 50% van de dichte verharding bestemd voor parkeren, zij- en achterpaden (met uitzondering van trottoir en wegen) wordt vervangen, of

    • ten minste 50% van de totale dichte verharding wordt vervangen voor zover daarvoor geen beperkingen gelden vanuit het bevoegd gezag en de functie van de verharding dit toelaat,

  • b. bestaande uit: vegetatie, een waterpartij, waterdoorlatende of waterpasserende bestrating en al dan niet een van de volgende onderdelen: infiltratiekolken, slimme kolken, een helofytensloot, een vegetatiestuw of verwijderen van bestaande aansluitingen op het riool.

G 5342

Infiltratiesysteem of wadi (aanpassen bestaande situatie)

  • a. bestemd voor: het in de bebouwde kom bufferen en infiltreren van regenwater in een infiltratiesysteem of wadi, waarbij het infiltratiesysteem of de wadi:

    • wordt aangelegd bij een bestaand bedrijfsgebouw, bestaand bedrijfsterrein of bestaande woningen,

    • de infiltratiecapaciteit op de locatie toeneemt ten opzichte van de bestaande situatie,

    • het vergroten van de infiltratiecapaciteit geen verplichting vanuit het bevoegd gezag is, en

    • geen infiltratie voor land- of tuinbouw betreft,

  • b. bestaande uit: een infiltratiesysteem of wadi, met uitzondering van gebouwriolering op, in of aan het gebouw.

Toelichting: Onder gebouwriolering worden onder andere dakgoten en regenpijpen verstaan (zie Bouwbesluit, NEN 3215). Onder aanpassen van de bestaande situatie wordt eveneens verstaan: sloop en nieuwbouw op dezelfde locatie of het wijzigen van de bestemming van een gebouw.

Zie bedrijfsmiddel F 5344 voor het bufferen van regenwater zonder infiltratie.

F 5343

Paardrijbak of sportveld met regenwateropvang en -infiltratie

  • a. bestemd voor: het opvangen van regenwater van tenminste de eigen bedrijfsgebouwen in een waterdichte paardrijbak of waterdicht sportveld met overloop naar een infiltratiegebied niet zijnde een afwatersloot, al dan niet in combinatie met nuttige toepassing van het opgevangen regenwater,

  • b. bestaande uit: een waterdichte paardrijbak of waterdicht sportveld, leidingwerk en met uitzondering van dak en goten.

F 5344

Retentiedak met dynamische afvoer in de bebouwde kom

  • a. bestemd voor: het in de bebouwde kom tijdens hevige regenval bufferen van regenwater met een retentiedak of blauw-groendak, waarbij de regenwaterbuffer:

    • ten minste 50 liter regenwater per vierkante meter dakoppervlak kan bufferen,

    • beschikt over een weer- en sensorgestuurde dynamische afvoer om regenwater vertraagd af te voeren, waardoor het riool of het regionale watersysteem niet overbelast raken,

    • geen regenwateropslag voor land- of tuinbouw betreft,

  • b. bestaande uit: een retentiedak of blauw-groen dak, een weer- en sensorgestuurde dynamische afvoer en al dan niet de kosten voor constructieve aanpassingen aan het dak, met uitzondering van kosten voor parkeervoorzieningen.

Een investering in een retentiedak als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel F 5344 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Onder een weer- en sensorgestuurde dynamische afvoer wordt verstaan een afvoer die zo is ingesteld dat regenwater automatisch wordt vastgehouden bij regenval en afgevoerd in drogere periodes. Wanneer voor de investering naast voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen ook andere staatssteun is aangevraagd, dient de totale staatssteun inclusief voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen binnen de daartoe vastgestelde steunkaders van de Europese Unie te blijven.

Zie bedrijfsmiddel G 5342 voor een infiltratiesysteem en bedrijfsmiddel D 5346 voor het benutten van regenwater in industriële processen.

F 5345

Regenwaterbuffer met dynamische afvoer in de bebouwde kom

  • a. bestemd voor: het in de bebouwde kom bufferen van regenwater tijdens hevige regenval in een retentievijver of ondergrondse opslagvoorziening, waarbij de regenwaterbuffer:

    • ten minste 50 liter regenwater per vierkante meter opvangoppervlak kan bufferen,

    • beschikt over een weer- en sensorgestuurde dynamische afvoer om regenwater vertraagd af te voeren, waardoor het riool of het regionale watersysteem niet overbelast raken, en

    • geen regenwateropslag voor land- of tuinbouw betreft,

  • b. bestaande uit: een retentievijver of regenwaterbuffer, een weer- en sensorgestuurde dynamische afvoer en al dan niet een helofytensloot, vegetatiestuw, waterdoorlatende bestrating en afscheider voor olie, water en slib en met uitzondering van gebouwriolering op, in of aan het gebouw.

Toelichting: Onder gebouwriolering worden onder andere dakgoten en regenpijpen verstaan (zie Bouwbesluit, NEN 3215). Onder een retentievijver wordt een vijver verstaan waarin tijdens en na hevige regenval regenwater wordt opgevangen en vertraagd wordt afgevoerd.

Onder een weer- en sensorgestuurde dynamische afvoer wordt een afvoer verstaan die zo is ingesteld dat automatisch regenwater wordt vastgehouden bij regenval en wordt afgevoerd in drogere periodes.

D 5346

# Regenwaterinstallatie

  • a. bestemd voor: het ter vermindering van het gebruik van grond-, oppervlakte- of leidingwater opslaan en benutten van regenwater, waarbij:

    • het gebruiken van regenwater voor de betreffende toepassing niet gangbaar is, en

    • het geen gebruik van regenwater in de land- of tuinbouw betreft,

  • b. bestaande uit: een regenwateropslag en al dan niet de volgende onderdelen: een pomp, filterinstallatie, real-time monitoringssysteem voor weersafhankelijke regeling of een duurzame energieopwekkingsinstallaties voor de energievoorziening van de regenwaterinstallatie en met uitzondering van de gebouwriolering en voorzieningen voor de toepassing van het regenwater.

Toelichting: Onder gebouwriolering worden onder andere dakgoten en regenpijpen verstaan (zie Bouwbesluit, NEN 3215). Zie de bedrijfsmiddelen F 5344 en F 5345 voor voorzieningen voor het bufferen van regenwater.

5.4 Externe veiligheid

A 5405

Apparatuur voor lokale productie van gevaarlijke stoffen (aanpassen bestaande situatie)

  • a. bestemd voor: het verminderen van het risico op ongevallen in Nederland bij transport of opslag van gevaarlijke stoffen, door het op eigen locatie gaan produceren van gevaarlijke stoffen, waarbij:

    • in de bestaande situatie de gevaarlijke stof over een afstand van meer dan 10 kilometer wordt getransporteerd over weg of spoor,

    • dit transport volledig wordt beëindigd,

    • de gevaarlijke stof als grondstof dient voor één of meer kernprocessen,

    • niet meer wordt geproduceerd dan voor het kernproces noodzakelijk is, en

    • de gevaarlijke stof opgenomen is bijlage 1, deel 1 en 2 van de Richtlijn 2012/18/EU van het Europees parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, houdende wijziging en vervolgens intrekking van Richtlijn 96/82/EG van de Raad (PbEU 2012, L 197), waarnaar verwezen wordt vanuit het Besluit Risico’s Zware Ongevallen (BRZO) en waarbij de hoeveelheid van de gevaarlijke stof op eigen locatie de drempelwaarde genoemd in kolom 2 van deel 1 of 2 overschrijdt,

  • b. bestaande uit: lokale productie-installatie van gevaarlijke stoffen en al dan niet: transportleidingen naar het kernproces of kernprocessen tot ten hoogste 10 kilometer.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 10.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

A 5406

Apparatuur voor continue productie van gevaarlijke stoffen (aanpassen bestaande situatie)

  • a. bestemd voor: het verminderen van het risico op ongevallen in Nederland bij grootschalige opslag van gevaarlijke stoffen door het continu, in plaats van batchgewijs, produceren van deze stoffen, waarbij:

    • de opgeslagen hoeveelheid gevaarlijke stoffen met ten minste 80% wordt gereduceerd,

    • de gevaarlijke stof als grondstof dient voor één of meer kernprocessen, en

    • de gevaarlijke stof opgenomen is bijlage 1, deel 1 en 2 van de Richtlijn 2012/18/EU van het Europees parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, houdende wijziging en vervolgens intrekking van Richtlijn 96/82/EG van de Raad (PbEU 2012, L 197), waarnaar verwezen wordt vanuit het Besluit Risico’s Zware Ongevallen (BRZO) en waarbij de hoeveelheid van de gevaarlijke stof op eigen locatie de drempelwaarde genoemd in kolom 2 van deel 1 of 2 overschrijdt,

  • b. bestaande uit: apparatuur voor continue productie van gevaarlijke stoffen en al dan niet transportleidingen naar het kernproces tot ten hoogste 10 kilometer.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 10.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

F 5410

# Gasdetectieapparatuur voor gefluoreerde broeikasgassen (F-gassen) of toxische gassen

  • a. bestemd voor: het met ten minste twee sensoren vroegtijdig detecteren van lekken van:

    • 1. F-gassen op basis van infrarood (IR) bij apparatuur dat gefluoreerde broeikasgassen bevat in hoeveelheden van minder dan 500 ton CO2-equivalent, met een automatische alarmmelding bij 500 ppm aan F-gassen of lager, of

    • 2. toxische gassen bij opslagen groter dan 5 normaal kubieke meter, met activering van een systeem dat het ontsnappen van de gassen tegengaat of met automatische doormelding naar een alarmcentrale,

  • b. bestaande uit: gasdetectieapparatuur voor vroegtijdige detectie en al dan niet de volgende onderdelen: apparatuur voor alarmmelding of doormelding naar een alarmcentrale en een noodopslagtank die geen deel uitmaakt van de normale bedrijfsvoering.

Toelichting: Voor bedrijfsmiddelen geldt een minimum meldingsbedrag van € 2.500. Bij bijvoorbeeld een prijs van € 1.250 per bedrijfsmiddel worden ten minste 2 bedrijfsmiddelen tegelijk aangeschaft en gemeld.

Let op: investeringen in wettelijk verplichte bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, zoals opgenomen onder punt 4 van paragraaf 1 van deze bijlage. Voorbeelden van toxische gassen zijn ammoniak en chloor.

F 5411

Branddetectiesysteem in chemicaliënopslagen tot 10 ton

  • a. bestemd voor: het vroegtijdig detecteren van brand in chemicaliënopslagruimten met een opslagcapaciteit van minder dan 10 ton, met activering van een blussysteem of met automatische doormelding naar een alarmcentrale, voor zover het systeem niet vanuit een brandconcept noodzakelijk is,

  • b. bestaande uit: detectieapparatuur en al dan niet de volgende onderdelen: een automatisch brandblussysteem en apparatuur voor doormelding naar een alarmcentrale.

Toelichting: Branddetectiesystemen bij vuurwerkopslagen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en de willekeurige afschrijving milieu-investeringen. Vuurwerkopslagen worden niet aangemerkt als chemicaliënopslagen.

Let op: investeringen in wettelijk verplichte bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, zoals opgenomen onder punt 4 van paragraaf 1 van deze bijlage.

F 5412

Lichtschuimblusinstallatie voor chemicaliënopslagen

  • a. bestemd voor: het bij brand vol schuimen van de opslagruimte bij installaties,

  • b. bestaande uit: lichtschuimgeneratoren.

Toelichting: Let op: investeringen in wettelijk verplichte bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, zoals opgenomen onder punt 4 van paragraaf 1 van deze bijlage. Van wettelijke verplichtingen is bijvoorbeeld sprake wanneer voldoen aan beschermingsniveau 1 op grond van PGS 15:2005 verplicht is. PGS staat voor Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen. Informatie over PGS is beschikbaar op publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl.

A 5415

Laad- en losapparatuur voor modaliteitsverschuiving vervoer gevaarlijke stoffen

  • a. bestemd voor: het verminderen van het risico van een zwaar ongeval door het omschakelen van bestaand transport van gevaarlijke stoffen over weg of spoor naar transport per binnenvaartschip,

  • b. bestaande uit: laad- en losvoorzieningen en al dan niet kadefaciliteiten die technisch noodzakelijk zijn om vervoer via een binnenvaartschip mogelijk te maken.

A 5416

Tweede omhulling voor een proces- of verladingsinstallatie

  • a. bestemd voor: het voorkomen van het in de buitenlucht komen van incidentele emissies van toxische gassen uit een chemische procesinstallatie of een verladingsinstallatie met een uitsluitend daartoe bestemde constructie die in overeenstemming is met de eisen betreffende arbeidsveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding, wat blijkt uit een verklaring opgesteld door een onafhankelijke deskundige dan wel het bevoegde gezag,

  • b. bestaande uit: een constructie die als een tweede omhulling de proces- of verladingsinstallatie omsluit zodanig dat er geen toxisch gas naar buiten kan treden, met uitzondering van de gasopvang- en neutralisatie-installatie.

Toelichting: Let op: investeringen in wettelijk verplichte bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, zoals opgenomen onder punt 4 van paragraaf 1 van deze bijlage.

F 5417

Apparatuur voor veilig waterstoftransport

  • a. bestemd voor: het onder atmosferische omstandigheden transporteren van waterstof gebonden aan een vloeibaar dragermateriaal, waarbij het dragermateriaal na het vrijmaken van de waterstof opnieuw wordt gebruikt als vloeibaar dragermateriaal,

  • b. bestaande uit: apparatuur voor het binden van waterstof aan een vloeibaar dragermateriaal of het (katalytisch) vrijmaken van waterstof van een vloeibaar dragermateriaal, met uitzondering van faciliteiten voor opslag van de waterstof.

6. Gebouwde omgeving

Duurzame gebouwen, bouwmaterialen, interieur inrichting, installaties, civiele voorzieningen

6.1 Duurzame gebouwen

G 6100

# Circulair utiliteitsgebouw

  • a. bestemd voor: het creëren van circulaire materiaalketens door het realiseren van een circulair utiliteitsgebouw(deel), niet zijnde een woning, stal, kas of datacenter, waarbij:

    • 1. de tijdens het bouwproject toegepaste materialen op volumebasis ten minste bestaan uit:

      • a. 50% hernieuwbare grondstoffen,

      • b. 25% hergebruikte bouwproducten, of

      • c. 25% demontabele en herbruikbare bouwproducten, waarbij de losmaakbaarheidsindex is berekend volgens het rapport ‘Circular Buildings – methodiek losmaakbaarheid 2.0’,

        bij de berekening van bovenstaande volumepercentages wordt uitgegaan van het totale volume aan toegepaste materialen exclusief de fundatie en installaties, in het geval van renovatie of transformatie worden de reeds in het bestaande gebouw(deel) aanwezige en daarin achterblijvende materialen buiten beschouwing gelaten,

    • 2. al het aangeschafte nieuwe hout dat verwerkt wordt voldoet aan de eisen genoemd onder punt 10 van paragraaf 1 van deze bijlage,

    • 3. een berekening van de milieuprestatie wordt overgelegd, bepaald volgens:

      • in geval van een nieuw gebouw(deel), de Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken versie 1.1 (maart 2022), en

      • in geval van een gerenoveerd gebouw(deel), het Addendum Milieuprestatie Verbouw en Transformatie behorend bij de Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken versie 1.1 (maart 2022),

    • 4. uit de berekening van de milieuprestatie blijkt dat:

      • de milieuprestatie van een gebouw(deel) zonder industriefunctie ten hoogste € 0,50 per m2 bvo per jaar is, of

      • de milieuprestatie van een gebouw(deel) met industriefunctie ten hoogste € 0,30 per m2 bvo per jaar is,

    • 5. gedurende de gehele levensduur van het gebouw(deel) een actuele rapportage of dataset beschikbaar is die:

      • ten minste alle elementen en componenten van het gebouw(deel) bevat, inclusief informatie over de demontabiliteit en mogelijkheden voor hergebruik en recycling van de individuele elementen en componenten, en

      • tijdens sloop of renovatie van het gebouw(deel) bijdraagt aan het zo hoogwaardig mogelijk hergebruiken en recyclen van de vrijkomende elementen en componenten,

    • 6. bovenstaande onder punt 1 tot en met 5 wordt aangetoond door een ontwerpassessment dat binnen drie maanden na meldingsdatum is gevalideerd door een onafhankelijke assessor van een door de regeling erkende maatlatmethodiek,

    • 7. opleverresultaten van het project worden aangeleverd conform de checklist voor publicatie, genoemd in de ‘Handreiking Circulaire Gebouwen op de Milieulijst’, die door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland beschikbaar wordt gesteld, waarbij deze opleverresultaten binnen een jaar na oplevering van het gebouw(deel) en binnen vier jaar na validatie van het ontwerpassessment gevalideerd zijn door een onafhankelijke assessor,

    • 8. de melder ermee akkoord gaat dat de ontwerp en opleverassessments voor kennisdeling en analysedoeleinden openbaar worden gemaakt door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, en

    • 9. wordt voldaan aan voorwaarde 9 genoemd onder paragraaf 2b van deze bijlage,

  • b. bestaande uit: een circulair utiliteitsgebouw(deel) en onderzoekskosten voor het opnemen van in het gebouw toegepaste materialen in de Nationale Milieudatabase op categorie 1 niveau, en met uitzondering van de volgende onderdelen: duurzame energie-opwekkingsinstallaties, interieur, inrichting (waaronder magazijnstellingen), terrein(inrichting), aankoop van grond en aankoop en sloop van een bestaand gebouw(deel).

Investeringen in een circulair utiliteitsgebouw(deel) zoals hierboven genoemd, kunnen uitsluitend in zijn geheel voor bedrijfsmiddel G 6100 gemeld worden. Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.

Toelichting: De kosten voor het geheel slopen van een bestaand gebouw(deel) komen niet in aanmerking, de bijkomende kosten voor het tijdens de sloop winnen van de in het circulaire gebouw(deel) toe te passen elementen en componenten (circulair slopen) komen wel in aanmerking. Door publicatie van de projectgegevens op het Podium Duurzame Gebouwen van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (rvo.nl/podium) wordt de kennis gedeeld met de Nederlandse samenleving en kan de circulaire bepalingsmethodiek worden verbeterd. De eerste publicatie van het circulaire gebouw(deel) vindt plaats op basis van het ontwerpassessmentrapport, waarna deze publicatie aangevuld wordt met de gegevens van het opleverrapport.

Investeringen in duurzame energieopwekkingsinstallaties en energieopslag kunnen gemeld worden voor bijvoorbeeld Stimulering Duurzame Energieproductie of Energie-investeringsaftrek.

De door de regeling erkende duurzame bouw maatlatmethodieken zijn in 2023 BREEAM-NL en GPR Gebouw.

Informatie over de Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken kunt u vinden op milieudatabase.nl. Op rvo.nl/miavamil is de ‘Handreiking circulaire gebouwen op de Milieulijst’ te downloaden. Meer informatie over circulair bouwen kunt u vinden op rvo.nl/onderwerpencirculair-bouwen.

G 6102

# Circulaire woning

  • a. bestemd voor: het creëren van circulaire materiaalketens door het realiseren van een circulair gebouw(deel) met woon- of logiesfunctie, waarbij:

    • 1. de tijdens het bouwproject toegepaste materialen op volumebasis ten minste bestaan uit:

      • a. 50% hernieuwbare grondstoffen,

      • b. 25% hergebruikte bouwproducten, of

      • c. 25% demontabele en herbruikbare bouwproducten, waarbij de losmaakbaarheidsindex is berekend volgens het rapport ‘Circular Buildings – methodiek losmaakbaarheid 2.0’,

        bij de berekening van bovenstaande volumepercentages wordt uitgegaan van het totale volume aan toegepaste materialen exclusief de fundatie en installaties, in geval van renovatie of transformatie worden de in het bestaande gebouw(deel) aanwezige materialen buiten beschouwing gelaten,

    • 2. al het aangeschafte nieuwe hout dat verwerkt wordt voldoet aan de eisen genoemd onder punt 10 van paragraaf 1 van deze bijlage,

    • 3. een berekening van de milieuprestatie wordt overgelegd, bepaald volgens:

      • in geval van een nieuw gebouw(deel), de Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken versie 1.1 (maart 2022), en

      • in geval van een gerenoveerd gebouw(deel), het Addendum Milieuprestatie Verbouw en Transformatie behorend bij de Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken versie 1.1 (maart 2022),

    • 4. uit de berekening van de milieuprestatie blijkt dat de milieuprestatie van het gebouw(deel) ten hoogste € 0,50 per m2 bvo per jaar is,

    • 5. gedurende de gehele levensduur van het gebouw(deel) een actuele rapportage of dataset beschikbaar is die:

      • ten minste alle elementen en componenten van het gebouw(deel) bevat, inclusief informatie over de demontabiliteit en mogelijkheden voor hergebruik en recycling van de individuele elementen en componenten, en

      • tijdens sloop of renovatie van het gebouw(deel) bijdraagt aan het zo hoogwaardig mogelijk hergebruiken en recyclen van de vrijkomende elementen en componenten,

    • 6. bovenstaande onder punt 1 tot en met 5 wordt aangetoond door een ontwerpassessment dat binnen drie maanden na meldingsdatum is gevalideerd door een onafhankelijke assessor van een door de regeling erkende maatlatmethodiek,

    • 7. opleverresultaten van het project worden aangeleverd conform de checklist voor publicatie, genoemd in de ‘Handreiking Circulaire Gebouwen op de Milieulijst’, die door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland beschikbaar wordt gesteld, waarbij deze opleverresultaten binnen een jaar na oplevering van het gebouw(deel) en binnen vier jaar na validatie van het ontwerpassessment gevalideerd zijn door een onafhankelijke assessor,

    • 8. de melder ermee akkoord gaat dat de ontwerp en opleverassessments voor kennisdeling en analysedoeleinden openbaar worden gemaakt door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, en

    • 9. wordt voldaan aan voorwaarde 9 genoemd onder paragraaf 2b van deze bijlage,

  • b. bestaande uit: een circulair gebouw(deel) en onderzoekskosten voor het opnemen van in het gebouw toegepaste materialen in de Nationale Milieudatabase op categorie 1 niveau, en met uitzondering van de volgende onderdelen: duurzame energie-opwekkingsinstallaties, interieur, inrichting, terrein(inrichting), aankoop van grond en aankoop en sloop van een bestaand gebouw(deel).

Investeringen in een circulair gebouw(deel), zoals hierboven genoemd, kunnen uitsluitend in zijn geheel voor bedrijfsmiddel G 6102 gemeld worden. Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.

Toelichting: De kosten voor het geheel slopen van een bestaand gebouw(deel) komen niet in aanmerking, de bijkomende kosten voor het tijdens de sloop winnen van de in het circulaire gebouw(deel) toe te passen elementen en componenten (circulair slopen) komen wel in aanmerking. Door publicatie van de projectgegevens op het Podium Duurzame Gebouwen van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (rvo.nl/podium) wordt de kennis gedeeld met de Nederlandse samenleving en kan de circulaire bepalingsmethodiek worden verbeterd. De eerste publicatie van het circulaire gebouw(deel) vindt plaats op basis van het ontwerpassessmentrapport, waarna deze publicatie aangevuld wordt met de gegevens van het opleverrapport.Investeringen in duurzame energieopwekkingsinstallaties en energieopslag kunnen gemeld worden voor bijvoorbeeld Stimulering Duurzame Energieproductie of Energie-investeringsaftrek.

De door de regeling erkende duurzame bouw maatlatmethodieken zijn in 2023 BREEAM-NL en GPR Gebouw.

Informatie over de Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken kunt u vinden op milieudatabase.nl. Op rvo.nl/miavamil is de ‘Handreiking circulaire gebouwen op de Milieulijst’ te downloaden. Meer informatie over circulair bouwen kunt u vinden op rvo.nl/onderwerpen/circulair-bouwen.

G 6105

# Circulaire woon- of utiliteitsgebouwgevel

  • a. bestemd voor: het creëren van circulaire materiaalketens door het realiseren van een circulaire gevel van een woon- of utiliteitsgebouw(deel), niet zijnde de gevel van een stal, kas of datacenter, waarbij:

    • 1. al het aangeschafte nieuwe hout dat verwerkt wordt in de gevel voldoet aan de eisen genoemd onder punt 10 van paragraaf 1 van deze bijlage,

    • 2. een berekening van de milieuprestatie van de gevel wordt overgelegd, bepaald volgens:

      • in geval van een nieuwe gevel, de Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken versie 1.1 (maart 2022), en

      • in geval van een gerenoveerd gevel, het Addendum Milieuprestatie Verbouw en Transformatie behorend bij de Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken versie 1.1 (maart 2022),

    • 3. gedurende de gehele levensduur van het gebouwdeel een actuele rapportage of dataset beschikbaar is die:

      • ten minste alle elementen en componenten van het gebouwdeel bevat, inclusief informatie over de demontabiliteit en mogelijkheden voor hergebruik en recycling van de individuele elementen en componenten, en

      • tijdens sloop of renovatie van het gebouwdeel bijdraagt aan het zo hoogwaardig mogelijk hergebruiken en recyclen van de vrijkomende elementen en componenten,

    • 4. de producent van de gevel contractueel is verplicht tot het onderhouden van de gevel, waarbij vrijkomende elementen en componenten van de gevel gegarandeerd worden teruggenomen en vervangen door de producent,

    • 5. bovenstaande onder punt 1 tot en met 4 wordt aangetoond door een ontwerpassessment dat binnen drie maanden na meldingsdatum is gevalideerd door een onafhankelijke assessor van een door de regeling erkende maatlatmethodiek of door een geaccrediteerde certificeringsorganisatie,

    • 6. opleverresultaten van het project worden aangeleverd conform de checklist voor publicatie, genoemd in de ‘Handreiking Circulaire Gebouwen op de Milieulijst’, die door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland beschikbaar wordt gesteld, waarbij deze opleverresultaten binnen een jaar na oplevering van het gebouw(deel) en binnen vier jaar na validatie van het ontwerpassessment gevalideerd zijn door een onafhankelijke assessor,

    • 7. de melder ermee akkoord gaat dat de projectgegevens, ontwerp en opleverassessments voor kennisdeling en analysedoeleinden openbaar kunnen worden gemaakt door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland,

    • 8. de circulaire gebouwgevel binnen drie jaar na de eerste investeringsdatum in gebruik is genomen, en

    • 9. wordt voldaan aan voorwaarde 9 genoemd onder paragraaf 2b van deze bijlage,

  • b. bestaande uit: een circulaire woon- of utiliteitsgebouwgevel en onderzoekskosten voor het opnemen van in het gebouw toegepaste materialen in de Nationale Milieudatabase op categorie 1 niveau, en met uitzondering van de volgende onderdelen: aankoop van grond en aankoop en sloop van een bestaand gebouw(deel).

Investeringen in een woon- of utiliteitsgebouw(deel) die meer omvatten dan de gevel kunnen uitsluitend voor een van de bedrijfsmiddelen G 6100, G 6102 of G 6115 tot en met D 6130 gemeld worden.

Toelichting: De belangrijkste voorwaarde is dat met het te realiseren gebouw(deel) een bijdrage wordt geleverd aan het creëren van circulaire materiaalketens, met als doel het verlagen van de milieudruk. Bijdragen aan het creëren van circulaire materiaalketens kan bijvoorbeeld door het toepassen van onderdelen van gesloopte of gerenoveerde gebouwen, demontabele en herbruikbare onderdelen of hernieuwbare of hoogwaardig recyclebare bouwmaterialen, voor zover het geen gangbare toepassingen betreft. Gangbare toepassingen zijn bijvoorbeeld het gebruik van menggranulaat, beton of staal dat gedeeltelijk uit gerecycled materiaal bestaat. De kosten voor het slopen van een bestaand gebouw(deel) komen niet in aanmerking, de bijkomende kosten voor het tijdens de sloop winnen van de in het circulaire gebouw(deel) toe te passen elementen en componenten (circulair slopen) komen wel in aanmerking.

Door publicatie van de projectgegevens op het Podium Duurzame Gebouwen van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (rvo.nl/podium) wordt de kennis gedeeld met de Nederlandse samenleving en kan de circulaire bepalingsmethodiek worden verbeterd. De eerste publicatie vindt plaats op basis van het ontwerpassessmentrapport, waarna deze publicatie verrijkt wordt met de gegevens van het opleverrapport of publicatie vindt plaats op basis van een gevelcertificaat zoals het SlimBouwen Keurmerk. Informatie hierover kunt u vinden op slimbouwen.nl. De door de regeling erkende duurzame bouw maatlatmethodieken zijn in 2023 BREEAM-NL en GPR Gebouw.

Informatie over de Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken kunt u vinden op milieudatabase.nl. Op rvo.nl/miavamil is de ‘Handreiking circulaire gebouwen op de Milieulijst’ te downloaden. Meer informatie over circulair bouwen kunt u vinden op rvo.nl/onderwerpen/circulair-bouwen.

G 6115

# Zeer duurzaam gerenoveerd of verdergaand zeer duurzaam nieuw utiliteitsgebouw volgens BREEAM-NL

  • a. bestemd voor: het duurzaam vervullen van (utiliteits-)gebruiksfuncties, genoemd in tabel 5.1 van het Bouwbesluit 2012, niet zijnde gebruiksfunctie 1 (woonfunctie), 11 (overige gebruiksfunctie) of 12 (bouwwerk geen gebouw zijnde), met een gebouw(deel), niet zijnde een stal of kas, waarbij:

    • 1. al het aangeschafte nieuwe hout dat verwerkt wordt voldoet aan de eisen genoemd onder punt 10 van paragraaf 1 van deze bijlage,

    • 2. voor een gebouw(deel) een berekening van de milieuprestatie wordt overlegd, bepaald volgens de Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken versie 1.1 (maart 2022),

    • 3a. voor een gerenoveerd gebouw(deel) een minimale score van 70% op het aspect ‘Asset’ van het keurmerk voor duurzame vastgoedobjecten (BREEAM-NL-In-Use, versie 6) van de Dutch Green Building Council wordt behaald, waarbij voor de volgende categorieën ten minste de genoemde scores worden behaald: 60% op ‘Energie’, 45% op ‘Landgebruik en Ecologie’ en 45% op ‘Materiaalstromen’, wat blijkt uit een uiterlijk binnen drie maanden na meldingsdatum afgegeven BREEAM-NL-In-Use, versie 6 assessmentrapport, welke is goedgekeurd door een Assessor, en uit een binnen drie jaar na meldingsdatum afgegeven BREEAM-NL-In-Use certificaat, versie 6,

    • 3b. voor een grootschalig gerenoveerd gebouw(deel) een minimale score van 85% van het keurmerk voor duurzame vastgoedobjecten (BREEAM-NL Nieuwbouw en Renovatie 2014) van de Dutch Green Building Council wordt behaald, waarbij voor de volgende categorieën ten minste de genoemde score wordt behaald: 60% op ‘Energie’, 45% op ‘Landgebruik en Ecologie’ en 45% op ‘Materialen’, wat blijkt uit een uiterlijk binnen drie maanden (voor Bespoke trajecten binnen negen maanden) na meldingsdatum afgegeven BREEAM-NL assessmentrapport, welke is goedgekeurd door een Assessor, en uit een binnen vier jaar na afgifte van het assessmentrapport afgegeven oplevercertificaat, of

    • 3c. voor een nieuw gebouw(deel) een minimale score van 85% van het keurmerk voor duurzame vastgoedobjecten (BREEAM-NL Nieuwbouw 2020) van de Dutch Green Building Council wordt behaald, waarbij voor de volgende categorieën ten minste de genoemde score wordt behaald: 60% op ‘Energie’, 45% op ‘Landgebruik en Ecologie’ en 45% op ‘Materialen’, wat blijkt uit een uiterlijk binnen drie maanden (voor Bespoke trajecten binnen negen maanden) na meldingsdatum afgegeven BREEAM-NL 2020 assessmentrapport, welke is goedgekeurd door een Assessor, en uit een binnen vier jaar na afgifte van het assessmentrapport afgegeven oplevercertificaat,

    • 4. een gebouw(deel) met industriefunctie is voorzien van een dak dat is voorbereid (constructief plus dakdoorvoeren) op het realiseren van duurzame energieopwekkingsinstallaties voor ten minste 50% van het dakoppervlak en daarnaast voor het overige dakoppervlak is voorzien van:

      • a. een dakbedekking met een Solar Reflectance Index waarde van ten minste 80, of

      • b. een vegetatiedak, of

      • c. een parkeerdak, of

      • d. een retentiedak, of

      • e. duurzame energieopwekkingsinstallaties, of

      • f. een combinatie hiervan, of

      • g. in plaats van de genoemde opties a tot en met f er een gevelbegroeiingssysteem wordt toegepast op ten minste 25% van het totale geveloppervlak, en

    • 5. een gebouw(deel) zonder industriefunctie al dan niet wordt voorzien van een vegetatiedak op ten minste 75% van het dakoppervlak,

  • b. bestaande uit: een nieuw utiliteitsgebouw(deel) of de voor renovatie technisch noodzakelijke apparatuur, bouwkundige werken en gebouwgebonden installaties om te voldoen aan bovengenoemde eisen en met uitzondering van de volgende onderdelen: gebouwdelen die niet voldoen aan de in onderdeel a. genoemde eisen, duurzame energieopwekkingsinstallaties, (terrein)inrichting, magazijnstellingen, aankoop van grond en aankoop en sloop van een bestaand gebouw.

De investering in het utiliteitsgebouw komt voor ten hoogste het volgende bedrag per gevalideerde vierkante meter bruto vloeroppervlakte (bvo) in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek:

Utiliteitsgebouw(deel) zonder industriefunctie

≤ 1.000 m2 bvo

€ 1.400/m2 bvo

> 1.000 m2 bvo

€ 800/m2 bvo

Utiliteitsgebouw(deel) met industriefunctie

≤ 5.000 m2 bvo

€ 800/m2 bvo

> 5.000 m2 bvo

€ 600/m2 bvo

Indien er een vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingsysteem wordt toegepast, wordt het maximaal voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komende bedrag verhoogd met € 300 per m2 vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingssysteem. Indien een gebouw bestaat uit meerdere gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, wordt het maximale bedrag dat voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komt gebaseerd op het totale bvo van de gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, zijnde de totalen voor de gebouwdelen met industriefunctie en de gebouwdelen zonder industriefunctie.

Investeringen in een utiliteitsgebouw binnen het kalenderjaar van de eerste melding voor milieu-investeringsaftrek kunnen uitsluitend in zijn geheel

voor één van de bedrijfsmiddelen G 6115 tot en met D 6128 worden gemeld. Vervolginvesteringen in dit gebouw(deel) in nakomende jaren kunnen uitsluitend gemeld worden voor bedrijfsmiddel D 6130 van de betreffende Milieulijst, indien voldaan wordt aan de eisen van dat bedrijfsmiddel. Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.

Toelichting: Een gebouw waarin meerdere functies gecombineerd worden, kan één MilieuPrestatieberekening voor Gebouwen voor de combinatie van de Gebouwfuncties hebben. Investeringen in duurzame energieopwekkingsinstallaties en energieopslag kunnen gemeld worden voor bijvoorbeeld Stimulering Duurzame Energieproductie of energie-investeringsaftrek. De Nationale Milieudatabase informatie kunt u vinden op milieudatabase.nl. Informatie over BREEAM-NL is beschikbaar op BREEAM.nl. Een lijst van goedgekeurde houtcertificatie-systemen is beschikbaar op tpac.smk.nl of inkoopduurzaamhout.nl. Het Bouwbesluit 2012 is te raadplegen via wetten.nl.

D 6116

# Duurzaam gerenoveerd of zeer duurzaam nieuw utiliteitsgebouw volgens BREEAM-NL

  • a. bestemd voor: het duurzaam vervullen van (utiliteits-)gebruiksfuncties, genoemd in tabel 5.1 van het Bouwbesluit 2012, niet zijnde gebruiksfunctie 1 (woonfunctie), 11 (overige gebruiksfunctie) of 12 (bouwwerk geen gebouw zijnde), met een gebouw(deel), niet zijnde een stal of kas, waarbij:

    • 1. al het aangeschafte nieuwe hout dat verwerkt wordt voldoet aan de eisen genoemd onder punt 10 van paragraaf 1 van deze bijlage,

    • 2. voor een gebouw(deel) een berekening van de milieuprestatie wordt overlegd, bepaald volgens de Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken versie 1.1 (maart 2022),

    • 3a. voor een gerenoveerd gebouw(deel) een minimale score van 55% op het aspect ‘Asset’ van het keurmerk voor duurzame vastgoedobjecten (BREEAM-NL-In-Use, versie 6) van de Dutch Green Building Council wordt behaald, waarbij voor de volgende categorieën ten minste de genoemde scores worden behaald: 60% op ‘Energie’, 45% op ‘Landgebruik en Ecologie’ en 45% op ‘Materiaalstromen’, wat blijkt uit een uiterlijk binnen drie maanden na meldingsdatum afgegeven BREEAM-NL-In-Use, versie 6 -assessmentrapport, welke is goedgekeurd door een Assessor, en uit een binnen drie jaar na meldingsdatum afgegeven BREEAM-NL-In-Use, versie 6 certificaat,

    • 3b. voor een grootschalig gerenoveerd gebouw(deel) een minimale score van 70% van het keurmerk voor duurzame vastgoedobjecten (BREEAM-NL Nieuwbouw en Renovatie 2014) van de Dutch Green Building Council wordt behaald, waarbij voor de volgende categorieën ten minste de genoemde score wordt behaald: 60% op ‘Energie’, 45% op ‘Landgebruik en Ecologie’ en 45% op ‘Materialen’, wat blijkt uit een uiterlijk binnen drie maanden (voor Bespoke trajecten binnen negen maanden) na meldingsdatum afgegeven BREEAM-NL assessmentrapport, welke is goedgekeurd door een Assessor, en uit een binnen vier jaar na afgifte van het assessmentrapport afgegeven oplevercertificaat, of

    • 3c. voor een nieuw gebouw(deel) een minimale score van 70% van het keurmerk voor duurzame vastgoedobjecten (BREEAM-NL Nieuwbouw 2020) van de Dutch Green Building Council wordt behaald, waarbij voor de volgende categorieën ten minste de genoemde score wordt behaald: 60% op ‘Energie’, 45% op ‘Landgebruik en Ecologie’ en 45% op ‘Materialen’, wat blijkt uit een uiterlijk binnen drie maanden (voor Bespoke trajecten binnen negen maanden) na meldingsdatum afgegeven BREEAM-NL 2020 assessmentrapport, welke is goedgekeurd door een Assessor, en uit een binnen vier jaar na afgifte van het assessmentrapport afgegeven oplevercertificaat,

    • 4. een gebouw(deel) met industriefunctie is voorzien van een dak dat is voorbereid (constructief plus dakdoorvoeren) op het realiseren van duurzame energieopwekkingsinstallaties voor ten minste 50% van het dakoppervlak en daarnaast voor het overige dakoppervlak is voorzien van:

      • a. een dakbedekking met een Solar Reflectance Index waarde van ten minste 80, of

      • b. een vegetatiedak, of

      • c. een parkeerdak, of

      • d. een retentiedak, of

      • e. duurzame energieopwekkingsinstallaties, of

      • f. een combinatie hiervan, of

      • g. in plaats van de genoemde opties a tot en met f er een gevelbegroeiingssysteem wordt toegepast op ten minste 25% van het totale geveloppervlak, en

    • 5. een gebouw(deel) zonder industriefunctie al dan niet wordt voorzien van een vegetatiedak op ten minste 75% van het dakoppervlak,

  • b. bestaande uit: een nieuw utiliteitsgebouw(deel) of de voor renovatie technisch noodzakelijke apparatuur, bouwkundige werken en gebouwgebonden installaties om te voldoen aan bovengenoemde eisen en met uitzondering van de volgende onderdelen: gebouwdelen die niet voldoen aan de in onderdeel a. genoemde eisen, duurzame energieopwekkingsinstallaties, (terrein)inrichting, magazijnstellingen, aankoop van grond en aankoop en sloop van een bestaand gebouw.

De investering in het utiliteitsgebouw komt voor ten hoogste het volgende bedrag per gevalideerde vierkante meter bruto vloeroppervlakte (bvo) in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek:

Utiliteitsgebouw(deel) zonder industriefunctie

≤ 1.000 m2 bvo

€ 1.400/m2 bvo

> 1.000 m2 bvo

€ 800/m2 bvo

Utiliteitsgebouw(deel) met industriefunctie

≤ 5.000 m2 bvo

€ 800/m2 bvo

> 5.000 m2 bvo

€ 600/m2 bvo

Indien er een vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingsysteem wordt toegepast, wordt het maximaal voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komende bedrag verhoogd met € 300 per m2 vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingssysteem. Indien een gebouw bestaat uit meerdere gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, wordt het maximale bedrag dat voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komt gebaseerd op het totale bvo van de gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, zijnde de totalen voor de gebouwdelen met industriefunctie en de gebouwdelen zonder industriefunctie.

Investeringen in een utiliteitsgebouw binnen het kalenderjaar van de eerste melding voor milieu-investeringsaftrek kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen G 6115 tot en met D 6128 worden gemeld. Vervolginvesteringen in dit gebouw(deel) in nakomende jaren komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.

Toelichting: Een gebouw waarin meerdere functies gecombineerd worden, kan één MilieuPrestatieberekening voor Gebouwen voor de combinatie van de Gebouwfuncties hebben. Investeringen in duurzame energieopwekkingsinstallaties en energieopslag kunnen gemeld worden voor bijvoorbeeld Stimulering Duurzame Energieproductie of energie-investeringsaftrek. De Nationale Milieudatabase informatie kunt u vinden op milieudatabase.nl. Informatie over BREEAM-NL is beschikbaar op BREEAM.nl. Een lijst van goedgekeurde houtcertificatiesystemen is beschikbaar op tpac.smk.nl of

inkoopduurzaamhout.nl. Het Bouwbesluit 2012 is te raadplegen via wetten.nl.

G 6120

# Zeer duurzaam gerenoveerd of verdergaand zeer duurzaam nieuw utiliteitsgebouw volgens GPR Gebouw

  • a. bestemd voor: het duurzaam vervullen van (utiliteits-)gebruiksfuncties, genoemd in tabel 5.1 van het Bouwbesluit 2012, niet zijnde gebruiksfunctie 1 (woonfunctie), 11 (overige gebruiksfunctie) of 12 (bouwwerk geen gebouw zijnde), met een gebouw(deel), niet zijnde een stal, kas of datacenter, waarbij:

    • 1. al het aangeschafte nieuwe hout dat verwerkt wordt voldoet aan de eisen genoemd onder punt 10 van paragraaf 1 van deze bijlage,

    • 2. voor een gebouw(deel) een berekening van de milieuprestatie wordt overlegd, bepaald volgens de Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken versie 1.1 (maart 2022),

    • 3a. een gerenoveerd gebouw(deel) voldoet aan de eisen van de maatlat van GPR Gebouw 4.3 Bestaande Bouw of GPR Gebouw 4.4 Bestaande Bouw met een score van ten minste 7,5 voor de thema’s Energie, Milieu, Gezondheid, Gebruikskwaliteit en Toekomstwaarde, wat blijkt uit een uiterlijk binnen drie maanden na meldingsdatum afgegeven rapportage van de GPR Gebouw berekening, welke is geaccordeerd door een GPR Gebouw Expert en gevalideerd door een onafhankelijke GPR Gebouw Assessor volgens de Procedure Kwaliteitsborging GPR Gebouw berekening, en waarbij na de oplevering van het gebouw binnen drie jaar na afgifte van voornoemde rapportage een opleverrapportage overlegd wordt die geaccordeerd is door een GPR Gebouw Expert en gevalideerd door een onafhankelijke GPR Gebouw Assessor volgens de Procedure Kwaliteitsborging GPR Gebouw berekening, of

    • 3b. een nieuw of ingrijpend gerenoveerd gebouw(deel) voldoet aan de eisen van de maatlat van GPR Gebouw 4.4 met een score van ten minste 8,5 voor de thema’s Energie, Milieu, Gezondheid, Gebruikskwaliteit en Toekomstwaarde, wat blijkt uit een uiterlijk binnen drie maanden na meldingsdatum afgegeven rapportage van de GPR Gebouw berekening, welke is geaccordeerd door een GPR Gebouw Expert en gevalideerd door een onafhankelijke GPR Gebouw Assessor volgens de Procedure Kwaliteitsborging GPR Gebouw berekening, en waarbij na de oplevering van het gebouw binnen vier jaar na afgifte van voornoemde rapportage een opleverrapportage overlegd wordt die geaccordeerd is door een GPR Gebouw Expert en gevalideerd door een onafhankelijke GPR Gebouw Assessor volgens de Procedure Kwaliteitsborging GPR Gebouw berekening, of

    • 4. een gebouw(deel) met industriefunctie is voorzien van een dak dat is voorbereid (constructief plus dakdoorvoeren) op het realiseren van duurzame energieopwekkingsinstallaties voor ten minste 50% van het dakoppervlak en daarnaast voor het overige dakoppervlak is voorzien van:

      • a. een dakbedekking met een Solar Reflectance Index waarde van ten minste 80, of

      • b. een vegetatiedak, of

      • c. een parkeerdak, of

      • d. een retentiedak, of

      • e. duurzame energieopwekkingsinstallaties, of

      • f. een combinatie hiervan, of

      • g. in plaats van de genoemde opties a tot en met f er een gevelbegroeiingssysteem wordt toegepast op ten minste 25% van het totale geveloppervlak, en

    • 5. een gebouw(deel) zonder industriefunctie al dan niet wordt voorzien van een vegetatiedak op ten minste 75% van het dakoppervlak,

  • b. bestaande uit: een nieuw utiliteitsgebouw(deel) of de voor renovatie technisch noodzakelijke apparatuur, bouwkundige werken en gebouwgebonden installaties om te voldoen aan bovengenoemde eisen en met uitzondering van de volgende onderdelen: gebouwdelen die niet voldoen aan de in onderdeel a. genoemde eisen, duurzame energieopwekkingsinstallaties, (terrein)inrichting, magazijninstellingen, aankoop van grond en aankoop en sloop van een bestaand gebouw.

De investering in het utiliteitsgebouw komt voor ten hoogste het volgende bedrag per gevalideerde vierkante meter bruto vloeroppervlakte (bvo) in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek:

Utiliteitsgebouw(deel) zonder industriefunctie

≤ 1.000 m2 bvo

€ 1.400/m2 bvo

> 1.000 m2 bvo

€ 800/m2 bvo

Utiliteitsgebouw(deel) met industriefunctie

≤ 5.000 m2 bvo

€ 800/m2 bvo

> 5.000 m2 bvo

€ 600/m2 bvo

Indien er een vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingsysteem wordt toegepast, wordt het maximaal voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komende bedrag verhoogd met € 300 per m2 vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingssysteem. Indien een gebouw bestaat uit meerdere gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, wordt het maximale bedrag dat voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komt gebaseerd op het totale bvo van de gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, zijnde de totalen voor de gebouwdelen met industriefunctie en de gebouwdelen zonder industriefunctie. Investeringen in een utiliteitsgebouw binnen het kalenderjaar van de eerste melding voor milieu-investeringsaftrek kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen G 6115 tot en met D 6128 worden gemeld.

Vervolginvesteringen in dit gebouw(deel) in nakomende jaren kunnen uitsluitend gemeld worden voor bedrijfsmiddel D 6130 van de betreffende Milieulijst, indien voldaan wordt aan de eisen van dat bedrijfsmiddel.

Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.

Toelichting: Een gebouw waarin meerdere functies gecombineerd worden, kan één MilieuPrestatieberekening voor Gebouwen voor de combinatie van de gebouwfuncties hebben. Investeringen in duurzame energieopwekkingsinstallaties en energieopslag kunnen gemeld worden voor bijvoorbeeld Stimulering Duurzame Energieproductie of energie-investeringsaftrek. De Nationale Milieudatabase informatie kunt u vinden op milieudatabase.nl. Informatie over GPR Gebouw is beschikbaar op gprgebouw.nl. Een lijst van goedgekeurde houtcertificatiesystemen is beschikbaar op tpac.smk.nl of inkoopduurzaamhout.nl. Het Bouwbesluit 2012 is te raadplegen via wetten.nl.

D 6121

# Duurzaam gerenoveerd of zeer duurzaam nieuw utiliteitsgebouw volgens GPR Gebouw

  • a. bestemd voor: het duurzaam vervullen van (utiliteits-)gebruiksfuncties, genoemd in tabel 5.1 van het Bouwbesluit 2012, niet zijnde gebruiksfunctie 1 (woonfunctie), 11 (overige gebruiksfunctie) of 12 (bouwwerk geen gebouw zijnde), met een gebouw(deel), niet zijnde een stal, kas of datacenter, waarbij:

    • 1. al het aangeschafte nieuwe hout dat verwerkt wordt voldoet aan de eisen genoemd onder punt 10 van paragraaf 1 van deze bijlage,

    • 2. voor een gebouw(deel) een berekening van de milieuprestatie wordt overlegd, bepaald volgens de Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken versie 1.1 (maart 2022),

    • 3a. een gerenoveerd gebouw(deel) voldoet aan de eisen van de maatlat van GPR Gebouw 4.3 Bestaande Bouw of GPR Gebouw 4.4 Bestaande Bouw met een score van ten minste 7,0 voor de thema’s Energie, Milieu, Gezondheid, Gebruikskwaliteit en Toekomstwaarde, wat blijkt uit een uiterlijk binnen drie maanden na meldingsdatum afgegeven rapportage van de GPR Gebouw berekening, welke is geaccordeerd door een GPR Gebouw Expert en gevalideerd door een onafhankelijke GPR Gebouw Assessor volgens de Procedure Kwaliteitsborging GPR Gebouw berekening, en waarbij na de oplevering van het gebouw binnen drie jaar na afgifte van voornoemde rapportage een opleverrapportage overlegd wordt die geaccordeerd is door een GPR Gebouw Expert en gevalideerd door een onafhankelijke GPR Gebouw Assessor volgens de Procedure Kwaliteitsborging GPR Gebouw berekening, of

    • 3b. een nieuw of ingrijpend gerenoveerd gebouw(deel) voldoet aan de eisen van de maatlat van GPR Gebouw 4.4 met een score van ten minste 8,0 voor de thema’s Energie, Milieu, Gezondheid, Gebruikskwaliteit en Toekomstwaarde, wat blijkt uit een uiterlijk binnen drie maanden na meldingsdatum afgegeven rapportage van de GPR Gebouw berekening, welke is geaccordeerd door een GPR Gebouw Expert en gevalideerd door een onafhankelijke GPR Gebouw Assessor volgens de Procedure Kwaliteitsborging GPR Gebouw berekening, en waarbij na de oplevering van het gebouw binnen vier jaar na afgifte van voornoemde rapportage een opleverrapportage overlegd wordt die geaccordeerd is door een GPR Gebouw Expert en gevalideerd door een onafhankelijke GPR Gebouw Assessor volgens de Procedure Kwaliteitsborging GPR Gebouw berekening, of

    • 4. een gebouw(deel) met industriefunctie is voorzien van een dak dat is voorbereid (constructief plus dakdoorvoeren) op het realiseren van duurzame energieopwekkingsinstallaties voor ten minste 50% van het dakoppervlak en daarnaast voor het bruikbare dakoppervlak is voorzien van:

      • a. een dakbedekking met een Solar Reflectance Index waarde van ten minste 80, of

      • b. een vegetatiedak, of

      • c. een parkeerdak, of

      • d. een retentiedak, of

      • e. duurzame energieopwekkingsinstallaties, of

      • f. een combinatie hiervan, of

      • g. in plaats van de genoemde opties a tot en met f er een gevelbegroeiingssysteem wordt toegepast op ten minste 25% van het totale geveloppervlak, en

    • 5. een gebouw(deel) zonder industriefunctie al dan niet wordt voorzien van een vegetatiedak op ten minste 75% van het dakoppervlak,

  • b. bestaande uit: een nieuw utiliteitsgebouw(deel) of de voor renovatie technisch noodzakelijke apparatuur, bouwkundige werken en gebouwgebonden installaties om te voldoen aan bovengenoemde eisen en met uitzondering van de volgende onderdelen: gebouwdelen die niet voldoen aan de in onderdeel a. genoemde eisen, duurzame energieopwekkingsinstallaties, (terrein)inrichting, magazijnstellingen, aankoop van grond en aankoop en sloop van een bestaand gebouw.

De investering in het utiliteitsgebouw komt voor ten hoogste het volgende bedrag per gevalideerde vierkante meter bruto vloeroppervlakte (bvo) in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek:

Utiliteitsgebouw(deel) zonder industriefunctie

≤ 1.000 m2 bvo

€ 1.400/m2 bvo

> 1.000 m2 bvo

€ 800/m2 bvo

Utiliteitsgebouw(deel) met industriefunctie

≤ 5.000 m2 bvo

€ 800/m2 bvo

> 5.000 m2 bvo

€ 600/m2 bvo

Indien er een vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingsysteem wordt toegepast, wordt het maximaal voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komende bedrag verhoogd met € 300 per m2 vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingssysteem. Indien een gebouw bestaat uit meerdere gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, wordt het maximale bedrag dat voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komt gebaseerd op het totale bvo van de gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, zijnde de totalen voor de gebouwdelen met industriefunctie en de gebouwdelen zonder industriefunctie.

Investeringen in een utiliteitsgebouw binnen het kalenderjaar van de eerste melding voor milieu-investeringsaftrek kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen G 6115 tot en met D 6128 worden gemeld. Vervolginvesteringen in dit gebouw(deel) in nakomende jaren komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.

Toelichting: Een gebouw waarin meerdere functies gecombineerd worden, kan één MilieuPrestatieberekening voor Gebouwen voor de combinatie van de gebouwfuncties hebben. Investeringen in duurzame energieopwekkingsinstallaties en energieopslag kunnen gemeld worden voor bijvoorbeeld Stimulering Duurzame Energieproductie of energie-investeringsaftrek. De Nationale Milieudatabase informatie kunt u vinden op milieudatabase.nl. Informatie over GPR Gebouw is beschikbaar op gprgebouw.nl. Een lijst van goedgekeurde houtcertificatiesystemen is beschikbaar op tpac.smk.nl of inkoopduurzaamhout.nl. Het Bouwbesluit 2012 is te raadplegen via wetten.nl.

G 6125

# Zeer duurzaam gerenoveerd of nieuw utiliteitsgebouw volgens LEED

  • a. bestemd voor: het duurzaam vervullen van (utiliteits-)gebruiksfuncties, genoemd in tabel 5.1 van het Bouwbesluit 2012, niet zijnde gebruiksfunctie 1 (woonfunctie), 11 (overige gebruiksfunctie) of 12 (bouwwerk geen gebouw zijnde), met een gebouw(deel), niet zijnde een stal, kas of datacenter, waarbij:

    • 1. al het aangeschafte nieuwe hout dat verwerkt wordt voldoet aan de eisen genoemd onder punt 10 van paragraaf 1 van deze bijlage,

    • 2. voor een gebouw(deel) een berekening van de milieuprestatie wordt overlegd, bepaald volgens de Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken versie 1.1 (maart 2022),

    • 3. voor het gebouw(deel) het niveau ‘Platinum’ van het keurmerk voor duurzame vastgoedobjecten (LEED BD+C, versie 4.1) van de U.S. Green Building Council wordt behaald, hetgeen blijkt uit een uiterlijk binnen drie maanden na meldingsdatum, door een LEED Accredited Professional, opgesteld statusrapport met formulieren uit LEED-Online waaruit blijkt hoe de volgende creditscores in het ontwerp zijn opgenomen: SS credit 1 (SA) en 2 (SD-PoRH) samen ten minste 2 punten, EA credit 2 (OEP) ten minste 10 punten, MR credit 2 (EPD) tot en met 4 (MI) samen ten minste 3 punten,

    • 4. binnen vier jaar na afgifte van het statusrapport een oplevercertificaat wordt overgelegd op het niveau ‘Platinum’ van het keurmerk voor duurzame vastgoedobjecten (LEED) van de U.S. Green Building Council waaruit bovengenoemde scores blijken,

    • 5. een gebouw(deel) met industriefunctie is voorzien van een dak dat is voorbereid (constructief plus dakdoorvoeren) op het realiseren van duurzame energieopwekkingsinstallaties voor ten minste 50% van het dakoppervlak en daarnaast voor het overige dakoppervlak is voorzien van:

      • a. een dakbedekking met een Solar Reflectance Index waarde van ten minste 80, of

      • b. een vegetatiedak, of

      • c. een parkeerdak, of

      • d. een retentiedak, of

      • e. duurzame energieopwekkingsinstallaties, of

      • f. een combinatie hiervan, of

      • g. in plaats van de genoemde opties a tot en met f er een gevelbegroeiingssysteem wordt toegepast op ten minste 25% van het totale geveloppervlak, en

    • 6. een gebouw(deel) zonder industriefunctie al dan niet wordt voorzien van een vegetatiedak op ten minste 75% van het dakoppervlak,

  • b. bestaande uit: een nieuw utiliteitsgebouw(deel) of de voor renovatie technisch noodzakelijke apparatuur, bouwkundige werken en gebouwgebonden installaties om te voldoen aan bovengenoemde eisen en met uitzondering van de volgende onderdelen: gebouwdelen die niet voldoen aan de in onderdeel a. genoemde eisen, duurzame energieopwekkingsinstallaties, (terrein)inrichting, magazijnstellingen, aankoop van grond en aankoop en sloop van een bestaand gebouw.

De investering in het utiliteitsgebouw komt voor ten hoogste het volgende bedrag per gevalideerde vierkante meter bruto vloeroppervlakte (bvo) in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek:

Utiliteitsgebouw(deel) zonder industriefunctie

≤ 1.000 m2 bvo

€ 1.400/m2 bvo

> 1.000 m2 bvo

€ 800/m2 bvo

Utiliteitsgebouw(deel) met industriefunctie

≤ 5.000 m2 bvo

€ 800/m2 bvo

> 5.000 m2 bvo

€ 600/m2 bvo

Indien er een vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingsysteem wordt toegepast, wordt het maximaal voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komende bedrag verhoogd met € 300 per m2 vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingssysteem. Indien een gebouw bestaat uit meerdere gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, wordt het maximale bedrag dat voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komt gebaseerd op het totale bvo van de gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, zijnde de totalen voor de gebouwdelen met industriefunctie en de gebouwdelen zonder industriefunctie. Investeringen in een utiliteitsgebouw binnen het kalenderjaar van de eerste melding voor milieu-investeringsaftrek kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen G 6115 tot en met D 6128 worden gemeld.

Vervolginvesteringen in dit gebouw(deel) in nakomende jaren kunnen uitsluitend gemeld worden voor bedrijfsmiddel D 6130 van de betreffende Milieulijst, indien voldaan wordt aan de eisen van dat bedrijfsmiddel.

Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.

Toelichting: Een gebouw waarin meerdere functies gecombineerd worden, kan één MilieuPrestatieberekening voor Gebouwen voor de combinatie van de gebouwfuncties hebben. Investeringen in duurzame energieopwekkingsinstallaties en energieopslag kunnen gemeld worden voor bijvoorbeeld Stimulering Duurzame Energieproductie of energie-investeringsaftrek. De Nationale Milieudatabase informatie kunt u vinden op milieudatabase.nl. Informatie over LEED is beschikbaar op usgbc.org en bouwcertificering.org. Een lijst van goedgekeurde houtcertificatiesystemen is beschikbaar op

tpac.smk.nl of inkoopduurzaamhout.nl. Het Bouwbesluit 2012 is te raadplegen via wetten.nl.

D 6126

# Duurzaam gerenoveerd of nieuw utiliteitsgebouw volgens LEED

  • a. bestemd voor: het duurzaam vervullen van (utiliteits-)gebruiksfuncties, genoemd in tabel 5.1 van het Bouwbesluit 2012, niet zijnde gebruiksfunctie 1 (woonfunctie), 11 (overige gebruiksfunctie) of 12 (bouwwerk geen gebouw zijnde), met een gebouw(deel), niet zijnde een stal, kas of datacenter, waarbij:

    • 1. al het aangeschafte nieuwe hout dat verwerkt wordt voldoet aan de eisen genoemd onder punt 10 van paragraaf 1 van deze bijlage,

    • 2. voor een gebouw(deel) een berekening van de milieuprestatie wordt overlegd, bepaald volgens de Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken versie 1.1 (maart 2022),

    • 3. voor het gebouw(deel) het niveau ‘Gold’ van het keurmerk voor duurzame vastgoedobjecten (LEED BD+C, versie 4.1) van de U.S. Green Building Council wordt behaald, hetgeen blijkt uit een uiterlijk binnen drie maanden na meldingsdatum, door een LEED Accredited Professional, opgesteld statusrapport met formulieren uit LEED-Online waaruit blijkt hoe de volgende creditscores in het ontwerp zijn opgenomen: SS credit 1 (SA) maximale score, EA credit 2 (OEP) ten minste 7 punten, MR credit 2 (EPD) tot en met 4 (MI) samen ten minste 2 punten,

    • 4. binnen vier jaar na afgifte van het statusrapport een oplevercertificaat wordt overgelegd op het niveau ‘Gold’ van het keurmerk voor duurzame vastgoedobjecten (LEED) van de U.S. Green Building Council waaruit bovengenoemde scores blijken,

    • 5. een gebouw(deel) met industriefunctie is voorzien van een dak dat is voorbereid (constructief plus dakdoorvoeren) op het realiseren van duurzame energieopwekkingsinstallaties voor ten minste 50% van het dakoppervlak en daarnaast voor het overige dakoppervlak is voorzien van:

      • a. een dakbedekking met een Solar Reflectance Index waarde van ten minste 80, of

      • b. een vegetatiedak, of

      • c. een parkeerdak, of

      • d. een retentiedak, of

      • e. duurzame energieopwekkingsinstallaties, of

      • f. een combinatie hiervan, of

      • g. in plaats van de genoemde opties a tot en met f er een gevelbegroeiingssysteem wordt toegepast op ten minste 25% van het totale geveloppervlak, en

    • 6. een gebouw(deel) zonder industriefunctie al dan niet wordt voorzien van een vegetatiedak op ten minste 75% van het dakoppervlak,

  • b. bestaande uit: een nieuw utiliteitsgebouw(deel) of de voor renovatie technisch noodzakelijke apparatuur, bouwkundige werken en gebouwgebonden installaties om te voldoen aan bovengenoemde eisen en met uitzondering van de volgende onderdelen: gebouwdelen die niet voldoen aan de in onderdeel a. genoemde eisen, duurzame energieopwekkingsinstallaties, (terrein)installaties, magazijnstellingen, aankoop van grond en aankoop en sloop van een bestaand gebouw.

De investering in het utiliteitsgebouw komt voor ten hoogste het volgende bedrag per gevalideerde vierkante meter bruto vloeroppervlakte (bvo) in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek:

Utiliteitsgebouw(deel) zonder industriefunctie

≤ 1.000 m2 bvo

€ 1.400/m2 bvo

> 1.000 m2 bvo

€ 800/m2 bvo

Utiliteitsgebouw(deel) met industriefunctie

≤ 5.000 m2 bvo

€ 800/m2 bvo

> 5.000 m2 bvo

€ 600/m2 bvo

Indien er een vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingsysteem wordt toegepast, wordt het maximaal voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komende bedrag verhoogd met € 300 per m2 vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingssysteem.

Indien een gebouw bestaat uit meerdere gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, wordt het maximale bedrag dat voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komt gebaseerd op het totale bvo van de gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, zijnde de totalen voor de gebouwdelen met industriefunctie en de gebouwdelen zonder industriefunctie.

Investeringen in een utiliteitsgebouw binnen het kalenderjaar van de eerste melding voor milieu-investeringsaftrek kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen G 6115 tot en met D 6128 worden gemeld. Vervolginvesteringen in dit gebouw(deel) in nakomende jaren komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.

Toelichting: Een gebouw waarin meerdere functies gecombineerd worden, kan één MilieuPrestatieberekening voor Gebouwen voor de combinatie van de gebouwfuncties hebben. Investeringen in duurzame energieopwekkingsinstallaties en energieopslag kunnen gemeld worden voor bijvoorbeeld Stimulering Duurzame Energieproductie of energie-investeringsaftrek. De Nationale Milieudatabase informatie kunt u vinden op milieudatabase.nl. Informatie over LEED is beschikbaar op usgbc.org en bouwcertificering.org. Een lijst van goedgekeurde houtcertificatiesystemen is beschikbaar op

tpac.smk.nl of inkoopduurzaamhout.nl. Het Bouwbesluit 2012 is te raadplegen via wetten.nl.

G 6127

* Verdergaand zeer duurzaam nieuw utiliteitsgebouw volgens DGNB International

  • a. bestemd voor: het duurzaam vervullen van (utiliteits-)gebruiksfuncties, genoemd in tabel 5.1 van het Bouwbesluit 2012, niet zijnde gebruiksfunctie 1 (woonfunctie), 11 (overige gebruiksfunctie) of 12 (bouwwerk geen gebouw zijnde), met een gebouw(deel), niet zijnde een stal, kas of datacenter, waarbij:

    • 1. al het aangeschafte nieuwe hout dat verwerkt wordt voldoet aan de eisen, genoemd onder punt 10 van paragraaf 1 van deze bijlage,

    • 2. voor een gebouw(deel) een berekening van de milieuprestatie wordt overgelegd, bepaald volgens de Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken versie 1.1. (maart 2022),

    • 3. voor het gebouw(deel) het niveau ‘Platinum’ van het keurmerk voor duurzame vastgoedobjecten (DGNB Version New Construction, Version 2020 International) van de German Sustainable Building Council wordt behaald, hetgeen blijkt uit een uiterlijk binnen drie maanden na meldingsdatum, door een DGNB Auditor, opgesteld auditorrapport, waaruit blijkt hoe de volgende criteriascores in het ontwerp zijn opgenomen: ENV 1.1. t/m 1.3 en ECO 2.1 samen tenminste 210 punten, TEC 1.3 en TEC 1.4 samen tenminste 85 punten, ENV 2.4 tenminste 80 punten, en

    • 4. binnen vier jaar na afgifte van het auditorrapport een oplevercertificaat wordt overgelegd op het niveau ‘Platinum’ van het keurmerk voor duurzame vastgoedobjecten (DGNB) van de German Sustainable Building Council waaruit bovengenoemde scores blijken,

    • 5. een gebouw(deel) met industriefunctie is voorzien van een dak dat is voorbereid (constructief plus dakdoorvoeren) op het realiseren van duurzame energieopwekkingsinstallaties op ten minste 50% van het dakoppervlak en daarnaast voor het overige dakoppervlak is voorzien van:

      • a. een dakbedekking met een Solar Reflectance Index waarde van ten minste 80, of

      • b. een vegetatiedak, of

      • c. een parkeerdak, of

      • d. een retentiedak, of

      • e. duurzame energieopwekkingsinstallaties, of

      • f. een combinatie hiervan, of

      • g. in plaats van de genoemde opties a tot en met f er een gevelbegroeiingssysteem wordt toegepast op ten minste 25% van het totale geveloppervlak, en

    • 6. een gebouw(deel) zonder industriefunctie al dan niet wordt voorzien van een vegetatiedak op ten minste 75% van het dakoppervlak,

  • b. bestaande uit: een nieuw utiliteitsgebouw(deel) of de voor renovatie technisch noodzakelijke apparatuur, bouwkundige werken en gebouwgebonden installaties om te voldoen aan bovengenoemde eisen en met uitzondering van de volgende onderdelen: gebouwdelen die niet voldoen aan de in onderdeel a. genoemde eisen, duurzame energieopwekkingsinstallaties, (terrein)inrichting, magazijnstellingen, aankoop van grond en aankoop en sloop van een bestaand gebouw.

De investering in het utiliteitsgebouw komt voor ten hoogste het volgende bedrag per gevalideerde vierkante meter bruto vloeroppervlakte (bvo) in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek:

Utiliteitsgebouw(deel) zonder industriefunctie

≤ 1.000 m2 bvo

€ 1.400/m2 bvo

> 1.000 m2 bvo

€ 800/m2 bvo

Utiliteitsgebouw(deel) met industriefunctie

≤ 5.000 m2 bvo

€ 800/m2 bvo

> 5.000 m2 bvo

€ 600/m2 bvo

Indien er een vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingsysteem wordt toegepast, wordt het maximaal voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komende bedrag verhoogd met € 300 per m2 vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingssysteem.

Indien een gebouw bestaat uit meerdere gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, wordt het maximale bedrag dat voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komt gebaseerd op het totale bvo van de gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, zijnde de totalen voor de gebouwdelen met industriefunctie en de gebouwdelen zonder industriefunctie.

Investeringen in een utiliteitsgebouw binnen het kalenderjaar van de eerste melding voor milieu-investeringsaftrek kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen G 6115 tot en met D 6128 worden gemeld. Vervolginvesteringen in dit gebouw(deel) in nakomende jaren kunnen uitsluitend gemeld worden voor bedrijfsmiddel D 6130 van de betreffende Milieulijst, indien voldaan wordt aan de eisen van dat bedrijfsmiddel. Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.

Toelichting: Een gebouw waarin meerdere functies gecombineerd worden, kan één MilieuPrestatieberekening voor Gebouwen voor de combinatie van de gebouwfuncties hebben. Investeringen in duurzame energieopwekkingsinstallaties en energieopslag kunnen gemeld worden voor bijvoorbeeld Stimulering Duurzame Energieproductie of energie-investeringsaftrek. De Nationale Milieudatabase informatie kunt u vinden op milieudatabase.nl. Informatie over DGNB is beschikbaar op dgnb-system.de. Een lijst van goedgekeurde houtcertificatiesystemen is beschikbaar op tpac.smk.nl of inkoopduurzaamhout.nl. Het Bouwbesluit 2012 is te raadplegen via wetten.nl.

D 6128

* Zeer duurzaam nieuw utiliteitsgebouw volgens DGNB International

  • a. bestemd voor: bestemd voor: het duurzaam vervullen van (utiliteits-)gebruiksfuncties, genoemd in tabel 5.1 van het Bouwbesluit 2012, niet zijnde gebruiksfunctie 1 (woonfunctie), 11 (overige gebruiksfunctie) of 12 (bouwwerk geen gebouw zijnde), met een gebouw(deel), niet zijnde een stal, kas of datacenter, waarbij:

    • 1. al het aangeschafte nieuwe hout dat verwerkt wordt voldoet aan de eisen genoemd onder punt 10 van paragraaf 1 van deze bijlage,

    • 2. voor een gebouw(deel) een berekening van de milieuprestatie wordt overgelegd, bepaald volgens de Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken versie 1.1 (maart 2022),

    • 3. voor het gebouw(deel) het niveau ‘Gold’ van het keurmerk voor duurzame vastgoedobjecten (DGNB System New Construction, Version 2020 International) van de German Sustainable Building Council wordt behaald, hetgeen blijkt uit een uiterlijk binnen drie maanden na meldingsdatum, door een DGNB Auditor, opgesteld auditorrapport, waaruit blijkt hoe de volgende criteriascores in het ontwerp zijn opgenomen: ENV 1.1. t/m 1.3 en ECO 2.1 samen tenminste 210 punten, TEC 1.3 en TEC 1.4 samen tenminste 85 punten, ENV 2.4 tenminste 80 punten, en

    • 4. binnen vier jaar na afgifte van het auditorrapport een oplevercertificaat wordt overgelegd op het niveau ‘Gold’ van het keurmerk voor duurzame vastgoedobjecten (DGNB) van de German Sustainable Building Council waaruit bovengenoemde scores blijken,

    • 5. een gebouw(deel) met industriefunctie is voorzien van een dak dat is voorbereid (constructief plus dakdoorvoeren) op het realiseren van duurzame energieopwekkingsinstallaties op ten minste 50% van het dakoppervlak en daarnaast voor het overige dakoppervlak is voorzien van:

      • a. een dakbedekking met een Solar Reflectance Index waarde van ten minste 80, of

      • b. een vegetatiedak, of

      • c. een parkeerdak, of

      • d. een retentiedak, of

      • e. duurzame energieopwekkingsinstallaties, of

      • f. een combinatie hiervan, of

      • g. in plaats van de genoemde opties a tot en met f er een gevelbegroeiingssysteem wordt toegepast op ten minste 25% van het totale geveloppervlak, en

    • 6. een gebouw(deel) zonder industriefunctie al dan niet wordt voorzien van een vegetatiedak op ten minste 75% van het dakoppervlak,

  • b. bestaande uit: een nieuw utiliteitsgebouw(deel) of de voor renovatie technisch noodzakelijke apparatuur, bouwkundige werken en gebouwgebonden installaties om te voldoen aan bovengenoemde eisen en met uitzondering van de volgende onderdelen: gebouwdelen die niet voldoen aan de in onderdeel a. genoemde eisen, duurzame energieopwekkingsinstallaties, (terrein)installaties, magazijnstellingen, aankoop van grond en aankoop en sloop van een bestaand gebouw.

De investering in het utiliteitsgebouw komt voor ten hoogste het volgende bedrag per gevalideerde vierkante meter bruto vloeroppervlakte (bvo) in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek:

Utiliteitsgebouw(deel) zonder industriefunctie

≤ 1.000 m2 bvo

€ 1.400/m2 bvo

> 1.000 m2 bvo

€ 800/m2 bvo

Utiliteitsgebouw(deel) met industriefunctie

≤ 5.000 m2 bvo

€ 800/m2 bvo

> 5.000 m2 bvo

€ 600/m2 bvo

Indien er een vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingsysteem wordt toegepast, wordt het maximaal voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komende bedrag verhoogd met € 300 per m2 vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingssysteem.

Indien een gebouw bestaat uit meerdere gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, wordt het maximale bedrag dat voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komt gebaseerd op het totale bvo van de gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, zijnde de totalen voor de gebouwdelen met industriefunctie en de gebouwdelen zonder industriefunctie.

Investeringen in een utiliteitsgebouw binnen het kalenderjaar van de eerste melding voor milieu-investeringsaftrek kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen G 6115 tot en met D 6128 worden gemeld. Vervolginvesteringen in dit gebouw(deel) in nakomende jaren komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek. Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.

Toelichting: Een gebouw waarin meerdere functies gecombineerd worden, kan één MilieuPrestatieberekening voor Gebouwen voor de combinatie van de gebouwfuncties hebben. Investeringen in duurzame energieopwekkingsinstallaties en energieopslag kunnen gemeld worden voor bijvoorbeeld Stimulering Duurzame Energieproductie of energie-investeringsaftrek. De Nationale Milieudatabase informatie kunt u vinden op milieudatabase.nl. Informatie over DGNB is beschikbaar op dgnb-system.de. Een lijst van goedgekeurde houtcertificatiesystemen is beschikbaar op tpac.smk.nl of inkoopduurzaamhout.nl. Het Bouwbesluit 2012 is te raadplegen via wetten.nl.

D 6130

# (Zeer) duurzaam utiliteitsgebouw conform Milieulijst 2020, 2021 of 2022

  • a. bestemd voor: het duurzaam vervullen van (utiliteits-)gebruiksfuncties, genoemd in tabel 5.1 van het Bouwbesluit 2012, niet zijnde gebruiksfunctie 1 (woonfunctie), 11 (overige gebruiksfunctie) of 12 (bouwwerk geen gebouw zijnde), met een gebouw(deel), niet zijnde een stal of kas, waarbij:

    • de gemelde investering een vervolginvestering betreft voor de eerst gemelde investering in hetzelfde gebouw(deel) in het jaar 2020, 2021 of 2022, en

    • het gebouw(deel) voldoet aan alle eisen van in het jaar van de eerste melding voor dit project vigerende Milieulijst, conform een van de bedrijfsmiddelen 6115, 6120 of 6125,

  • b. bestaande uit: een nieuw utiliteitsgebouw, de voor renovatie technisch noodzakelijke apparatuur, bouwkundige werken of gebouwgebonden installaties om te voldoen aan bovengenoemde eisen en met uitzondering van gebouwdelen die niet voldoen aan de in onderdeel a. genoemde eisen, aankoop van grond en aankoop en sloop van een bestaand gebouw.

De investering in het utiliteitsgebouw komt voor ten hoogste het bedrag per gevalideerde vierkante meter bruto vloeroppervlakte (bvo) zoals vermeld in bedrijfsmiddel 6115, 6120 of 6125, zoals deze luidde in het jaar waarin de eerste melding voor de investering in het gebouw(deel) is gedaan, in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek. Vervolginvesteringen in een duurzaam gebouw(deel), niet zijnde vervolginvesteringen in het jaar van de eerst gemelde investering, kunnen uitsluitend in zijn geheel voor dit bedrijfsmiddel worden gemeld. Uitsluitend vervolginvesteringen voor investeringen gemeld onder bedrijfsmiddel 6115, 6120 of 6125 van de Milieulijst 2020, 2021 of 2022 komen in aanmerking onder bedrijfsmiddel D 6130.

Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.

6.2 Materiaalgebruik

E 6211

Duurzaam beton(product) van ten minste 30% gerecycled materiaal

  • a. bestemd voor: het gebruik van duurzaam beton in (onderdelen van) een bouwwerk of prefab bouwproduct, waarbij:

    • het beton voor ten minste 30% op volumebasis bestaat uit gerecycled betongranulaat, (ballast)grind, zand of cement,

    • de milieuprestaties van het beton met gerecycled materiaal ten minste gelijk zijn aan die van beton met dezelfde technische eigenschappen zonder gerecycled materiaal, en

    • de producent van het beton(product) is gecertificeerd volgens het certificeringsprogramma ‘Duurzaam beton’ van de Concrete Sustainability Council (CSC),

  • b. bestaande uit: beton, inclusief de kosten voor transport en verwerking van het beton, of een betonproduct.

De investering in het duurzame beton(product) komt voor ten hoogste de volgende bedragen in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek:

€ 50 per kubieke meter beton bij uitsluitend vervanging van de zand- en grindfractie,

€ 75 per kubieke meter beton als ook 20% van het cement is vervangen door gerecycled cement.

Een investering in beton(producten) met gerecycled materiaal als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel E 6211 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

A 6212

Duurzame recyclebare POCB- of EPDM-dakbedekking

  • a. bestemd voor: het bedekken van platte of licht hellende daken met:

    • 1. een beloopbare eenlaags POCB-dakbedekking, die:

      • mechanisch wordt bevestigd zonder gebruik te maken van gasbranders, waarbij alleen de overlappen worden gelast,

      • niet geballast of verlijmd is, en

      • geen zand, grind of leislag bevat, of

    • 2. een homogeen niet-betalkt EPDM-membraan, dat:

      • mechanisch wordt bevestigd,

      • wordt bevestigd met een inductielasapparaat, waarbij alleen de overlappen van de dakbanen aan elkaar zijn verbonden als het membraan uit meerdere dakbanen bestaat, en

      • niet is verlijmd,

    waarbij onder punt 1 en 2 geldt dat de dakbedekking aan het einde van de gebruiksduur gegarandeerd kosteloos wordt teruggenomen door de fabrikant om te worden hergebruikt of gerecycled tot grondstoffen voor nieuwe dakbedekking, wat blijkt uit de garantievoorwaarden,

  • b. bestaande uit: een eenlaags POCB- of EPDM-dakbedekking, inclusief de kosten voor transport en verwerking van de dakbedekking, en al dan niet een inductielasapparaat voor het bevestigen van de EPDM-dakbedekking.

Een investering in duurzame recyclebare dakbedekking als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel A 6212 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

A 6214

Betontegel van ten minste 75% gerecycled materiaal

  • a. bestemd voor: het gebruik van betontegels voor bestrating, waarbij de betontegels:

    • voor ten minste 75% op gewichtsbasis bestaan uit gerecycled materiaal, wat wordt aangetoond door middel van een EPD (Environmental Product Declaration) volgens ISO 14025 en EN 15804, en

    • niet zijn gemaakt van geopolymeren,

  • b. bestaande uit: betontegels, inclusief de kosten voor transport en verwerking van de betontegels.

D 6215

Lignine-asfalt

  • a. bestemd voor: het gebruik van lignine-asfalt voor wegverharding, waarbij het bindmiddel voor ten minste 45% op gewichtsbasis bestaat uit lignine,

  • b. bestaande uit: lignine-asfalt, inclusief de kosten voor transport en verwerking van het lignine-asfalt.

Toelichting: Zie bedrijfsmiddel F 1115 voor productieapparatuur voor lignine-asfalt.

F 6216

Geopolymeer betontegel met ten minste 70% gerecycled materiaal

  • a. bestemd voor: het gebruik van geopolymeer betontegels voor bestrating of in (onderdelen van) een bouwwerk of prefab bouwproduct, waarbij deze tegels:

    • voor ten minste 70% op gewichtsbasis bestaan uit gerecycled baksteen- en betongranulaat,

    • voor ten hoogste 6% op gewichtsbasis bestaan uit kaliumsilicaat en kaliumhydroxide, en

    • geen poederkoolvliegas of hoogovenslakken bevatten,

  • b. bestaande uit: geopolymeer betontegels, inclusief de kosten voor transport en verwerking van de betontegels.

Een investering in geopolymeer betontegels op basis van gerecycled materiaal als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel F 6216 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

E 6217

Circulaire staalconstructie met terugnamegarantie

  • a. bestemd voor: het toepassen van een circulaire staalconstructie voor de hoofddraagconstructie van een gebouw, waarbij de staalprofielen:

    • volledig bestaan uit gerecycled staal,

    • worden bevestigd met behulp van verbindingsstukken, zonder dat deze worden gelast of in beton gegoten, waardoor deze volledig demontabel en herbruikbaar zijn,

    • aan het einde van de gebruiksduur gegarandeerd kosteloos worden teruggenomen door de fabrikant om te worden hergebruikt, wat blijkt uit de garantievoorwaarden, en

    • zijn opgenomen in de NMD met een categorie 1 productkaart,

  • b. bestaande uit: een circulaire staalconstructie, inclusief de kosten voor transport en montage van de staalconstructie.

Een investering in een circulaire staalconstructie met terugkoopgarantie als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel E 6217 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

B 6218

Isolatiemateriaal van 100% gerecycled polystyreen

  • a. bestemd voor: het isoleren van gebouwen met isolatiemateriaal op basis van 100% gerecycled polystyreen afkomstig uit afval van broomhoudend polystyreen isolatiemateriaal,

  • b. bestaande uit: isolatieplaat of -korrels.

Het bedrijfsmiddel komt voor 50% van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Een investering in isolatiemateriaal van gerecycled polystyreen als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel B 6218 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

A 6219

Kalkhennep op basis van hydraatkalk

  • a. bestemd voor: het isoleren van woningen en gebouwen met kalkhennep, waarbij het isolatiemateriaal uitsluitend bestaat uit hydraatkalk, hennephout, water en natuurlijke mineralen,

  • b. bestaande uit: isolatieblokken, prefab elementen of ter plaatse aangebrachte isolatie van kalkhennep.

Een investering in kalkhennep op basis van hydraatkalk als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel A 6219 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

D 6220

CO2 gebonden bouwmaterialen met ten minste 40% gerecycled materiaal

  • a. bestemd voor: het gebruik van bouwblokken, straatstenen of gevelstenen die geproduceerd zijn met gerecycled materiaal en CO2 als grondstof, waarbij dit bouwmateriaal:

    • voor ten minste 6% op gewichtsbasis bestaat uit gebonden CO2,

    • voor ten minste 40% op gewichtsbasis bestaat uit gerecycled materiaal, waarbij in geval van AEC-bodemas als grondstof voor de bouwmaterialen is toegepast, dit AEC-bodemas betreft die is opgewerkt tot niet-vormgegeven bouwstof als bedoeld in artikel 3.1 van de Regeling bodemkwaliteit, niet zijnde een IBC-bouwstof, waarbij de uitloging van de niet-vormgegeven bouwstof de maximale emissiewaarden genoemd in bijlage A behorende bij paragraaf 3.3 van de Regeling bodemkwaliteit niet overschrijdt,

    • voor ten hoogste 5% op gewichtsbasis bestaat uit cement in geval van straatstenen en geen cement bevat als grondstof in geval van bouwblokken en gevelstenen, en

    • is opgenomen in de Nationale Milieudatabase (NMD),

  • b. bestaande uit: uitsluitend de aanschaf van bouwblokken, straatstenen of gevelstenen.

Een investering in CO2 gebonden bouwmaterialen als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel D 6220 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

A 6221

Gerefurbishte plafondplaten

  • a. bestemd voor: het gebruik van gerefurbishte plafondplaten in het systeemplafond van een gebouw(deel),

  • b. bestaande uit: gerefurbishte plafondplaten, met uitzondering van plafondprofielen en ophangsystemen en de kosten voor het aanbrengen van de plafondplaten.

Een investering in gerefurbishte plafondplaten als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel A 6221 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

F 6222

* Circulaire wand- of vloerpanelen met terugnamegarantie

  • a. bestemd voor: het gebruik van wand- of vloerpanelen als bouwmateriaal waarbij:

    • het basismateriaal van de panelen voor 100% bestaat uit reststromen van organische oorsprong en geproduceerd wordt met uitsluitend warmte, water en druk,

    • indien er sprake is van gelamineerde of gecoate panelen, deze oplosmiddelenvrij en 100% hoogwaardig te recyclen zijn tot nieuwe panelen, en

    • het plaatmateriaal aan het einde van de gebruiksduur gegarandeerd kosteloos wordt teruggenomen door de fabrikant om te worden gerecycled tot nieuw plaatmateriaal door middel van het uitsluitend toepassen van warmte, water en druk, wat blijkt uit de garantievoorwaarden,

  • b. bestaande uit: circulaire wand- of vloerpanelen met terugnamegarantie.

Een investering in circulaire wand- of vloerpanelen met terugnamegarantie als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel F 6222 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

B 6223

* Geëxpandeerd cellulose ester spouwmuurisolatie

  • a. bestemd voor: het na-isoleren van spouwmuren met geblazen isolatiemateriaal van geëxpandeerd cellulose ester, waarbij dit isolatiemateriaal:

    • voor ten minste 50% op gewichtsbasis bestaat uit cellulose afkomstig van duurzame bosbouw, en

    • voor ten minste 45% op gewichtsbasis bestaat uit chemisch gerecycled polyester,

  • b. bestaande uit: geëxpandeerd cellulose ester spouwmuurisolatie, inclusief de kosten voor inclusief de kosten voor transport en verwerking van het isolatiemateriaal,

Een investering in isolatiemateriaal van geëxpandeerd cellulose-ester als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel E 6223 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

E 6224

* Houtvezelisolatieplaten op basis van reststromen

  • a. bestemd voor: het isoleren van gebouwen met isolatiemateriaal op basis van houtvezels, waarbij het isolatiemateriaal:

    • voor tenminste 80% op gewichtsbasis bestaat uit restmateriaal afkomstig uit de houtverwerkende industrie, en

    • is opgenomen in de Nationale Milieudatabase (NMD),

  • b. bestaande uit: houtvezelisolatieplaten.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 30 per vierkante meter in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Een investering in houtvezelisolatieplaten op basis van reststromen als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel E 6224 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

F 6226

* Circulaire binnendeur met terugnamegarantie

  • a. bestemd voor: Het afsluiten van sparingen in een gebouw met een binnendeur waarbij:

    • de deur voor tenminste 85% op gewichtsbasis uit biomassa grondstoffen bestaat,

    • de componenten van de deur zoals het houten kader, vulling, dekplaten, de afwerking en het slot na de gebruiksfase gedemonteerd kunnen worden voor hergebruik,

    • de deur met uitzondering van de afwerking geen oplosmiddelen bevat,

    • de deur een materialenpaspoort heeft,

    • de deur aan het einde van de gebruiksduur wordt teruggenomen door de fabrikant voor refurbishing of hoogwaardig hergebruik, en

    • de terugnamegarantie en kosten van de terugname bij de verkoop van het product meegenomen worden in de voorwaarden,

  • b. bestaande uit: een circulaire binnendeur met terugnamegarantie, al dan niet met slot inclusief de kosten voor montage van de deuren.

Een investering in een circulaire binnendeur met terugnamegarantie als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel F 6226 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Voor bedrijfsmiddelen geldt een minimum meldingsbedrag van € 2.500. Bij bijvoorbeeld een prijs van € 450 per bedrijfsmiddel worden ten minste 6 bedrijfsmiddelen tegelijk aangeschaft en gemeld.

6.3 Interieur en inrichting

A 6310

Akoestische panelen van schapenwol

  • a. bestemd voor: het toepassen van akoestische panelen die geproduceerd zijn uit wol die voor 100% afkomstig is van Nederlandse schapen die grazen op gronden zonder landbouwkundige waarde, wat wordt verklaard en aangetoond door de leverancier van de panelen,

  • b. bestaande uit: akoestische panelen en een ophangsysteem.

E 6318

# Circulaire keuken met terugnamegarantie

  • a. bestemd voor: het gebruik van een circulaire keuken waarbij:

    • de keuken volledig demontabel is en zonder lijm en schroeven in elkaar gezet en weer uit elkaar gehaald kan worden,

    • al het plaatmaterialen in de keuken een kern heeft die volledig bestaat uit:

      • 1. nieuw biobased formaldehydearm plaatmateriaal dat in de formaldehyde emissieklasse E0, NAF (No Added Formaldehyde, ZF (Zero Formaldehyde) of E0,5 valt, of

      • 2. gerecycled biobased materiaal,

    • alle overige onderdelen, exclusief installaties en apparatuur, hergebruikt kunnen worden,

    • de keuken in de Nationale Milieudatabase (NMD) is opgenomen met een categorie 1 productkaart, en

    • de keuken, met uitzondering van installaties en apparatuur, aan het einde van de gebruiksduur kosteloos wordt teruggenomen door de fabrikant om te worden hergebruikt of gerecycled, wat blijkt uit de garantievoorwaarden,

  • b. bestaande uit: een keuken, plug-and-play remontabele installaties en met uitzondering van keukenapparatuur.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 2.500 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

A 6319

Modulair herbruikbaar wandsysteem

  • a. bestemd voor: het in kleinere ruimtes onderverdelen van de binnenruimte in een gebouw met kantoor- of bijeenkomstfunctie met een wandsysteem, waarbij het wandsysteem:

    • bestaat uit modulaire en herbruikbare (hoofd)onderdelen,

    • niet is verbonden aan plafond, vloer of muur,

    • is opgenomen in de Nationale Milieudatabase (NMD) met een categorie 1 productkaart, en

    • aan het einde van de gebruiksduur gegarandeerd kosteloos wordt teruggenomen door de fabrikant om te worden hergebruikt of gerecycled tot grondstoffen voor nieuwe wandsystemen, wat blijkt uit de garantievoorwaarden,

  • b. bestaande uit: een modulair wandsysteem.

Toelichting: Het wandsysteem mag niet verbonden zijn aan het plafond, vloer of muur. Hieronder wordt verstaan dat het wandsysteem of onderdelen daarvan niet zijn geschroefd, gekit, gelijmd of anderszins verbonden aan het plafond, vloer of muur. Een wandsysteem dat tussen het plafond, vloer of muur geklemd wordt kan wel onder A 6319 gemeld worden.

E 6320

* Demontabel herbruikbaar wandsysteem met vlaskern

  • a. bestemd voor: het in kleinere ruimtes onderverdelen van de binnenruimte in een gebouw met een wandsysteem, waarbij het wandsysteem:

    • bestaat uit wandpanelen met een kern van vlas

    • bestaat uit modulaire en herbruikbare (hoofd)onderdelen,

    • mechanisch is verbonden aan plafond, vloer of muur,

    • is opgenomen in de Nationale Milieudatabase (NMD) met een categorie 1 productkaart, en

    • aan het einde van de gebruiksduur gegarandeerd kosteloos wordt teruggenomen door de fabrikant om te worden hergebruikt of gerecycled tot grondstoffen voor nieuwe wandsystemen, wat blijkt uit de garantievoorwaarden,

  • b. bestaande uit: een demontabel wandsysteem.

Toelichting: Het wandsysteem of onderdelen daarvan mogen met schroeven verbonden zijn aan plafond, vloer of muur, maar mogen niet gekit, gelijmd of op een andere manier verbonden zijn aan plafond, vloer of muur.

A 6321

* Cleanroom met herbruikbare wandpanelen en terugnamegarantie

  • a. bestemd voor: het gebruik van een cleanroom, waarbij:

    • de wandpanelen van de cleanroom zijn gemaakt van High Pressure Laminate (HPL) dat is gecertificeerd door middel van een certificatiesysteem dat door het Timber Procurement Assessment Committee is goedgekeurd,

    • de wandpanelen van de cleanroom mechanisch bevestigd en volledig demontabel zijn, en

    • de cleanroom aan het einde van de gebruiksduur gegarandeerd kosteloos wordt teruggenomen door de fabrikant, waarna ten minste 60% van de wandpanelen wordt hergebruikt en de overige wandpanelen (gedeeltelijk) worden gerecycled tot onderdelen van nieuwe wandpanelen, wat blijkt uit de garantievoorwaarden,

  • b. bestaande uit: een cleanroom met herbruikbare wandpanelen en terugnamegarantie, met uitzondering van de inrichting van de cleanroom.

Het bedrijfsmiddel komt voor 30% van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Een investering in een cleanroom met herbruikbare wandpanelen en terugnamegarantie als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel A 6321 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

F 6325

# Circulair matras met terugnamegarantie

  • a. bestemd voor: het gebruik van een matras waarbij:

    • de afzonderlijke componenten zoals de tijk, comfortlaag, pocketveren, zijstroken en onderlaag die na de gebruiksfase kunnen worden onthecht en gescheiden om volledig te worden hergebruikt of gerecycled tot grondstoffen voor nieuwe matrassen,

    • als recycling van de tijk tot grondstoffen voor nieuwe matrassen vanwege hygiënevoorschriften niet mogelijk is, de tijk wordt verwerkt tot grondstoffen voor een ander product,

    • het matras aan het einde van de gebruiksduur gegarandeerd kosteloos wordt ingenomen om volledig te worden gerecycled tot grondstoffen, wat blijkt uit de garantievoorwaarden, en

    • het product geen (potentiële) zeer zorgwekkende stoffen bevat, volgens de criteria en voorwaarden genoemd in artikel 1.3c van de Activiteitenregeling milieubeheer en artikel 2.3b van het Activiteitenbesluit milieubeheer,

  • b. bestaande uit: een circulair matras.

Toelichting: Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) zijn stoffen die gevaarlijk zijn voor mens en milieu. Deze stoffen zijn bijvoorbeeld kankerverwekkend, mutageen, giftig voor de voortplanting, persistent of bioaccumulerend. Potentiële zeer zorgwekkende stoffen zijn stoffen die mogelijk voldoen aan de ZZS criteria, maar nog niet als ZZS zijn geïdentificeerd. Dit kan zijn omdat bepaalde gegevens ontbreken of omdat de evaluatie van de beschikbare gegevens nog moet plaatsvinden.

Het RIVM houdt lijsten bij van stoffen waarvan is vastgesteld dat dit zeer zorgwekkende stoffen en potentiële zeer zorgwekkende stoffen zijn. Deze lijsten zijn te vinden op rvs.rivm.nl/stoffenlijsten/Zeer-Zorgwekkende-Stoffen en rvs.rivm.nl/stoffenlijsten/Zeer-Zorgwekkende-Stoffen/Potentiele-ZZS.

F 6330

Inpandig muurbegroeiingsysteem

  • a. bestemd voor: het met een muurbegroeiingssysteem zuiveren en koelen van binnenruimten, ter ondersteuning van klimaatinstallaties, waarbij het begroeid oppervlak van het muurbegroeiingssysteem ten minste 5 vierkante meter per systeem bedraagt,

  • b. bestaande uit: een inpandig begroeiingsysteem met vegetatie en al dan niet constructieve aanpassingen bij bestaande muren en irrigatieleidingwerk.

F 6340

Composteerbaar vloerkleed met terugnamegarantie

  • a. bestemd voor: het bedekken van vloeren met een losliggend vloerkleed, waarbij:

    • de toplaag volledig bestaat uit linnen,

    • de rug volledig bestaat uit jute, en

    • het vloerkleed aan het einde van de gebruiksduur gegarandeerd kosteloos wordt teruggenomen om volledig te worden gecomposteerd, wat blijkt uit de garantievoorwaarden,

  • b. bestaande uit: composteerbaar karpet met terugnamegarantie.

F 6341

Lichtgewicht naaldvilt tapijttegels op basis van gerecycled textiel en biomassa

  • a. bestemd voor: het bedekken van vloeren met los gelegde naaldvilt tapijttegels die behoren tot de gebruiksklasse 33 voor zwaar gebruik, waarbij:

    • de toplaag bestaat uit een garen dat voor ten minste 60% op gewichtsbasis bestaat uit duurzame biomassa,

    • de rug volledig bestaat uit gerecycled textiel, en

    • de tapijttegels een maximale massa hebben van 1.600 gram per vierkante meter,

  • b. bestaande uit: lichtgewicht naaldvilt tapijttegels.

Toelichting: Onder los gelegde tapijttegels worden tapijttegels verstaan die niet zijn verlijmd aan de ondergrond.

B 6342

Circulair tapijt met terugnamegarantie

  • a. bestemd voor: het bedekken van vloeren met kamerbreed tapijt of tapijttegels die:

    • volledig bestaan uit polyamide 6 en gerecycled polyester of volledig bestaan uit gerecycled polyester,

    • los zijn gelegd, en

    • aan het einde van de gebruiksduur gegarandeerd kosteloos worden teruggenomen om volledig te worden gerecycled tot grondstoffen met een kwaliteit die ten minste gelijk is aan die van de oorspronkelijke grondstoffen, wat blijkt uit de garantievoorwaarden,

  • b. bestaande uit: circulair tapijt of tapijttegels met terugnamegarantie, met uitzondering van de kosten voor het aanbrengen van het tapijt.

Toelichting: Onder los gelegde tapijttegels worden tapijttegels verstaan die niet zijn verlijmd aan de ondergrond.

De kosten voor het verwijderen van bestaande vloerbedekking, het voorbereiden van de ondergrond en het leggen van het tapijt of de tapijttegels komen niet in aanmerking.

B 6343

# Tapijttegels van ten minste 80% gerecycled materiaal

  • a. bestemd voor: het bedekken van vloeren met los gelegde tapijttegels die:

    • voor ten minste 80% op gewichtsbasis bestaan uit gerecycled materiaal,

    • vrij zijn van bitumen,

    • zijn voorzien van een backing op basis van biomassagrondstoffen,

    • waarbij bovenstaande wordt aangetoond door middel van een EPD (Environmental Product Declaration) volgens ISO 14025 en EN 15804, gebaseerd op de Product Category Rules voor Floor Covering, en

    • aan het einde van de gebruiksduur gegarandeerd kosteloos worden teruggenomen om (gedeeltelijk) te worden hergebruik of gerecycled tot grondstoffen voor nieuwe tapijttegels, wat blijkt uit de garantievoorwaarden,

  • b. bestaande uit: tapijttegels, met uitzondering van de kosten voor het aanbrengen van de tapijttegels.

Het bedrijfsmiddel komt voor 50% van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Onder los gelegde tapijttegels worden tapijttegels verstaan die niet zijn verlijmd aan de ondergrond.

De kosten voor het verwijderen van bestaande vloerbedekking, het voorbereiden van de ondergrond en het leggen van de tapijttegels komen niet in aanmerking.

A 6344

Tapijttegels of vloerkleed op basis van productie-uitval, restpartijen of gebruikte tapijttegels

  • a. bestemd voor: het bedekken van vloeren met los gelegde tapijttegels of een vloerkleed, waarbij de tapijttegel of het vloerkleed is geproduceerd uit productie-uitval van de tapijtproductie, restpartijen van projectstoffeerders of gebruikte tapijttegels,

  • b. bestaande uit: tapijttegels of een vloerkleed, met uitzondering van de kosten voor het verwijderen van bestaande vloerbedekking.

Toelichting: Onder los gelegde tapijttegels worden tapijttegels verstaan die niet zijn verlijmd aan de ondergrond. Onder productie-uitval wordt een eindproduct verstaan dat niet aan de kwaliteitseisen van de producent voldoet en daarom als niet verkoopbaar wordt gezien.

6.4 Installaties en civiele voorzieningen

F 6405

Draaibare multifunctionele oppervlaktebedekking

  • a. bestemd voor: het gebruik van multifunctionele, (vol)automatisch draaibare drie- of vierkantige kokers, waarbij voor ten minste twee zijden van driekantige kokers en ten minste drie zijden van vierkantige kokers geldt dat deze bijdragen aan luchtzuivering, waterberging, duurzame energieopwekking, productie van hernieuwbare grondstoffen, vermindering van het warmte-eiland effect of vergelijkbaar milieuvoordeel bieden,

  • b. bestaande uit: (vol)automatisch draaibare drie- of vierkantige kokers, een bevestigingsframe en al dan niet de volgende onderdelen: bodem- of gevelbevestiging en constructieve aanpassingen ten behoeve van plaatsing en met uitzondering van kosten voor reclameschermen.

C 6410

# Cadmium- en fluorvrije zonnepanelen met terugnamegarantie en losmaakbare zonnecellen

  • a. bestemd voor: het opwekken van elektriciteit met zonnepanelen, waarbij de zonnepanelen:

    • zodanig uit elkaar te halen zijn dat de zonnecellen en platen waartussen deze zijn verwerkt apart kunnen worden gerecycled,

    • geen cadmium of fluor bevatten,

    • zijn opgenomen in de Nationale Milieudatabase (NMD) met een categorie 1 productkaart,

    • aan het einde van de gebruiksduur gegarandeerd kosteloos worden teruggenomen door de fabrikant om te worden hergebruikt of gerecycled, wat blijkt uit de garantievoorwaarden,

    • een gezamenlijk piekvermogen hebben van ten minste 15 kW, en

    • niet worden geplaatst op landbouwgrond of in natuurgebieden,

  • b. bestaande uit: zonnepanelen, met uitzondering van overige onderdelen van de duurzame energieopwekkingsinstallatie.

Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.

Toelichting: Uitsluitend de aanschaf van de zonnepanelen kan worden gemeld voor willekeurige afschrijving milieu-investeringen, overige onderdelen van de duurzame energieopwekkingsinstallatie zoals de omvormer, optimizers, montagerails en andere bevestigingsmaterialen komen niet in aanmerking.

Zonnepanelen op landbouwgrond of in natuurgebieden komen niet in aanmerking. Onder landbouwgrond wordt verstaan: landbouwareaal dat valt onder artikel 4, lid 1, onder e, van Verordening 1307/2013.

Onder natuurgebied wordt in deze regeling verstaan: gebied dat is aangewezen op grond van de Richtlijn 79/409/EEG van de Raad van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand (PbEU 1979, L 103), Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PbEU, L 206), artikel 1.1. van de natuurbeschermingswet; gebieden vallend onder de Regeling aanwijzing nationale parken en gebieden aangewezen in het Natuurnetwerk Nederland.

Zie bedrijfsmiddel 251102 van de energie-investeringsaftrek voor PV-installaties met een piekvermogen van ten minste 15 kW en een doorlaatwaarde van ten hoogste 3x80 A.

F 6446

Decentrale sanitatie-installatie

  • a. bestemd voor: het decentraal zuiveren van afvalwaterstromen van huishoudelijke aard of hiermee vergelijkbaar, al dan niet in combinatie met andere reststromen, waarbij:

    • 1. scheiding van afvalwaterstromen aan de bron plaatsvindt en na bewerking of zuivering van het afvalwater grondstoffen en schoon water worden teruggewonnen die vervolgens worden gerecycled of anderszins nuttig toegepast, of

    • 2. geneesmiddelresten, hormoonverstorende stoffen of multiresistente bacteriën in het afvalwater onschadelijk worden gemaakt,

  • b. bestaande uit: een zuiveringsinstallatie en al dan niet de volgende onderdelen: een vermaler, een vergister, een membraaninstallatie, een oxidatiereactor, een actief kool filter en een afvalcompressor.

Een investering in een decentrale sanitatie-installatie als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel F 6446 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Paragraaf 2b Bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift

Voor een bedrijfsmiddel met doelvoorschrift geldt:

  • 1. Een investering die naar aard, gebruik en toepassing overeenkomt met een in paragraaf 2a omschreven bedrijfsmiddel met middelvoorschrift komt niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

  • 2. Een investering die bosbouw of de productie, verwerking of afzet van visserij- en aquacultuurproducten betreft komt niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

  • 3. Een investering die primair gericht is op energiebesparing, brandstofproductie, duurzame energie, andere energievoorzieningen of energietoepassingen of automatisering komt niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

  • 4. Een investering die de primaire landbouwproductie, verwerking van landbouwproducten of afzet van landbouwproducten betreft, met uitzondering van investeringen in de bedrijfsmiddelen F 1100, F 1400, A 1401, F 1406, F 2605, F 2715 en F 4101, komt niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

  • 5. Een investering die een gebouw of een voorziening voor het beschermen van apparatuur tegen weersinvloeden betreft, komt niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

  • 6. Een investering komt in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen indien de investering voldoet aan de voorschriften uit artikel 36 of artikel 47 van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening, dan wel artikel 14 of artikel 17 van de Landbouw Groepsvrijstellingsverordening.

  • 7. Een investering moet een aanmerkelijk milieuvoordeel behalen in relatie tot de bijkomende investeringskosten ten opzichte van het gangbare alternatief.

  • 8. Een investering in een bedrijfsmiddel waarvoor binnen de geplande gebruiksduur naar verwachting een alternatief beschikbaar komt dat leidt tot een aanmerkelijk hoger niveau van milieubescherming, komt uitsluitend in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen indien het bedrijfsmiddel niet concurreert met dit alternatief.

  • 9. De steun die middels de milieu-investeringsaftrek, willekeurige afschrijving milieu-investeringen en eventuele andere vormen van staatssteun voor een investering kan worden verkregen bedraagt ten hoogste 35% van de in aanmerking komende kosten voor investeringen ten behoeve van recycling en hergebruik van afval. Voor overige investeringen bedraagt deze steun ten hoogste 40% van de in aanmerking komende kosten.

    De in aanmerking komende kosten zijn de bijkomende investeringskosten die nodig zijn om het niveau van milieubescherming verder te verhogen dan wat gangbaar is.

    De steunintensiteit kan met 10 procentpunten worden verhoogd voor steun aan middelgrote ondernemingen en met 20 procentpunten voor steun aan kleine ondernemingen in de zin van bijlage I van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening. Deze verhoging is niet van toepassing op bedrijfsmiddelen B 1205, A 1340, F 1700, A 4000, F 4002, F 4100, F 4111, F 4200, F 4201, F 4305 en F 4420.

  • 10. In afwijking van punt 9 bedraagt de steun die middels de milieu-investeringsaftrek, willekeurige afschrijving milieu-investeringen en eventuele andere vormen van staatssteun voor een investering kan worden verkregen ten hoogste 40% van de investeringskosten voor een investering die de primaire landbouwproductie, verwerking van landbouwproducten en afzet van landbouwproducten betreft, waarbij een bedrijfsmiddel in de primaire landbouw voor ten hoogste € 3.500.000 van het investeringsbedrag in aanmerking komt.

  • 11. Brandstof en mest worden niet beschouwd als grondstof, CO2 wordt wel beschouwd als grondstof.

Zie rvo.nl/miavamil onder ‘Voorwaarden’ en vervolgens ‘aanvullende voorwaarden’ (onder het kopje Algemene voorwaarden) voor meer informatie over bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 1100

Productieapparatuur voor grondstoffen of producten op basis van biomassa

  • a. bestemd voor: het verwerken van duurzame biomassa tot:

    • 1. biomassagrondstoffen, of

    • 2. (onderdelen van) een product waarin biomassagrondstoffen zijn toegepast,

    waarbij onder punt 1 en 2 geldt dat:

    • de biomassa(grondstof) geen mest of biobased plastic is,

    • het aandeel duurzame biomassa op gewichtsbasis toeneemt met ten minste 5 procentpunt ten opzichte van het gangbare aandeel,

    • de grondstof of het product geen energie- of voedingsmiddeltoepassing krijgt,

    • het restproduct al dan niet een energie- of voedingsmiddeltoepassing krijgt, en

    • wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd onder paragraaf 2b van deze bijlage,

  • b. bestaande uit: productieapparatuur voor het verwerken van duurzame biomassa.

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel betreft bijvoorbeeld raffinage van biomassastromen (zoals gras), biochemie of toepassing van natuurlijke vezels, mits het geen gangbare toepassing is. De teelt van biomassa komt onder F 1100 niet in aanmerking. Onder voedingsmiddelen worden zowel humane als dierlijke voeding verstaan. Van duurzame biomassa is in ieder geval sprake als de biomassa binnen de voorwaarden van NTA 8080 (Better Biomass certificaat) is geproduceerd. Onder duurzame biomassa worden ook biomassarest- en afvalstromen verstaan.

Zie de bedrijfsmiddelen F 2600, F 2601, F 2612, F 2613, F 2700, F 2721 en F 2722 voor verwerking van biomassa in de landbouw, visserij of aquacultuur.

F 1101

Productieapparatuur voor (producten van) biobased plastics

  • a. bestemd voor: het voorkomen of verminderen van het gebruik van plastics van fossiele grondstoffen door:

    • 1. het verwerken van duurzame biomassa tot biobased plastics, of

    • 2. het produceren van (onderdelen van) producten met als grondstof biobased plastics gemaakt van duurzame biomassa,

    waarbij onder punt 1 en 2 geldt dat:

    • het gaat om plastics die de recycling van reguliere plastics niet verstoren,

    • biologisch afbreekbare plastics die bewust een tijdelijke functie hebben van enkele jaren in bodem of water, plastics zijn die voldoen aan de eisen gesteld in EN 14995 en onder de toegepaste condities biologsich afbreekbaar zijn, en

    • wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd onder paragraaf 2b van deze bijlage,

  • b. bestaande uit: productieapparatuur voor het verwerken van (grondstoffen voor) biobased plastic en al dan niet apparatuur voor het opwaarderen (stabiliseren) van pyrolyse-olie tot grondstof.

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel betreft bijvoorbeeld raffinage van biomassastromen. Ook het opwaarderen (stabiliseren) van pyrolyse-olie op basis van biomassa, om deze geschikt te maken voor het bijmengen in een petrochemische kraakinstallatie als vervanger van fossiele nafta, komt in aanmerking onder dit bedrijfsmiddel. De teelt van biomassa komt onder bedrijfsmiddel F 1101 niet in aanmerking. Van duurzame biomassa is in ieder geval sprake als de biomassa binnen de voorwaarden van NTA 8080 (Better Biomass certificaat) is geproduceerd. Onder duurzame biomassa worden ook biomassarest- en afvalstromen verstaan. Van het verstoren van de recycling van reguliere plastics kan bijvoorbeeld sprake zijn als biobased plastics in samenstelling niet gelijk zijn aan plastics van fossiele grondstoffen en daardoor de kwaliteit van recyclaat negatief beïnvloeden.

Zie de bedrijfsmiddelen F 2600, F 2601, F 2612, F 2613, F 2700, F 2721 en F 2722 voor verwerking van biomassa in de landbouw, visserij of aquacultuur.

F 1106

Productiesysteem met micro-organismen

  • a. bestemd voor: het met micro-organismen produceren van hoogwaardige grondstoffen voor de chemische of voedingsmiddelenindustrie, waardoor de milieudruk wordt verlaagd en waarbij in een gangbare situatie:

    • 1. de hoogwaardige grondstoffen worden geproduceerd uit fossiele grondstoffen, of

    • 2. de (hoogwaardige) grondstoffen worden gewonnen door (grootschalige) land-, bosbouw, viskweek of visserij,

    waarbij onder punt 1 en 2 geldt dat:

    • het restproduct al dan niet een toepassing voor energie of bemesting krijgt,

    • de inzet van micro-organismen nog niet gangbaar is, en

    • wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd onder paragraaf 2b van deze bijlage,

  • b. bestaande uit: een productiesysteem, een bioreactor en al dan niet apparatuur voor het concentreren, zuiveren of stabiliseren van het product tot grondstof.

Toelichting: Voorbeelden van hoogwaardige grondstoffen zijn grondstoffen voor de productie van: basischemie, oliën, bestrijdingsmiddelen, bindmiddelen, kleur-, geur- of smaakstoffen en antioxidanten.

F 1200

# Nieuwe en innovatieve grondstofbesparende productieapparatuur

  • a. bestemd voor: het verminderen van het gebruik van grondstoffen tijdens productieprocessen door het toepassen van een nieuwe en innovatieve technologie, waarbij:

    • onder een nieuwe en innovatieve technologie wordt verstaan een nieuwe technologie ten opzichte van de technologie die gangbaar is voor de betreffende toepassing, die een risico van technologisch of industrieel falen met zich meebrengt en geen optimalisatie of opschaling van een bestaande technologie betreft,

    • de vermindering niet wordt gerealiseerd door recycling of hergebruik,

    • de vermindering niet primair het gebruik van water betreft,

    • de terugverdientijd van het bedrijfsmiddel vijf jaar of meer bedraagt, uitgaande van de bijkomende investeringskosten en het saldo van de operationele baten en lasten, niet zijnde financieringslasten en afschrijving, ten opzichte van de investering in een vergelijkbaar, gangbaar bedrijfsmiddel, en

    • wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd onder paragraaf 2b van deze bijlage,

  • b. bestaande uit: productieapparatuur voor het verminderen van het gebruik van grondstoffen, met uitzondering van 3D-printers.

Toelichting: Om als nieuwe en innovatieve technologie te kwalificeren zal aangetoond moeten kunnen worden dat onderzoek en testen zijn gedaan (R&D); alleen engineering volstaat niet. Voorbeelden van apparatuur voor vermindering van het verbruik van grondstoffen zijn investeringen in kringloopsluiting, afvalpreventie, het verwaarden van reststromen en procesintensificatie (zoals micro- en spinning disc reactoren).

Zie bedrijfsmiddel A 1340 voor investeringen in waterbesparende voorzieningen of installaties. Zie bedrijfsmiddel F 1400 en verder voor investeringen in recycling van grondstoffen en water.

A 1201

Grondstofbesparende productieapparatuur

  • a. bestemd voor: het verminderen van het gebruik van grondstoffen tijdens productieprocessen, waarbij:

    • de vermindering niet wordt gerealiseerd door recycling of hergebruik,

    • de vermindering niet primair het gebruik van water betreft,

    • de terugverdientijd van het bedrijfsmiddel vijf jaar of meer bedraagt, uitgaande van de bijkomende investeringskosten en het saldo van de operationele baten en lasten, niet zijnde financieringslasten en afschrijving, ten opzichte van de investering in een vergelijkbaar, gangbaar bedrijfsmiddel, en

    • wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd onder paragraaf 2b van deze bijlage,

  • b. bestaande uit: productieapparatuur voor het verminderen van het gebruik van grondstoffen, met uitzondering van 3D-printers.

Toelichting: Zie bedrijfsmiddel A 1340 voor investeringen in waterbesparende voorzieningen of installaties. Zie bedrijfsmiddel F 1400 en verder voor investeringen in recycling van grondstoffen en water.

B 1202

Grondstofbesparende industriële apparatuur

  • a. bestemd voor: het verminderen van het gebruik van grondstoffen door het gebruik van industriële apparatuur, niet zijnde productieapparatuur, die tijdens het gebruik minder grondstoffen gebruikt, waarbij:

    • de aanschaf van de apparatuur ten minste € 100.000 bedraagt,

    • de vermindering niet wordt gerealiseerd door recycling,

    • de vermindering niet primair het gebruik van water betreft,

    • de terugverdientijd van het bedrijfsmiddel vijf jaar of meer bedraagt, uitgaande van de bijkomende investeringskosten en het saldo van de operationele baten en lasten, niet zijnde financieringslasten en afschrijving, ten opzichte van de investering in een vergelijkbaar, minder milieuvriendelijk bedrijfsmiddel volgens stand van de techniek in Nederland, en

    • wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd onder paragraaf 2b van deze bijlage,

  • b. bestaande uit: grondstofbesparende apparatuur.

F 1203

Productieapparatuur voor duurzamere producten met terugnamegarantie

  • a. bestemd voor: het verminderen van het gebruik van grondstoffen door het produceren van producten die vergeleken met gangbare producten met dezelfde functie beter gerepareerd, hergebruikt of gerecycled kunnen worden, waarbij:

    • de producten aan het einde van de gebruiksduur gegarandeerd kosteloos worden teruggenomen door de fabrikant om (gedeeltelijk) te worden hergebruikt of gerecycled tot grondstoffen voor nieuwe producten, wat blijkt uit de garantievoorwaarden, en

    • wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd onder paragraaf 2b van deze bijlage,

  • b. bestaande uit: apparatuur voor het produceren van duurzamere producten met terugnamegarantie.

Toelichting: Zie de bedrijfsmiddelen F 1260 en A 1261 voor investeringen in productieapparatuur voor goed of redelijk recyclebare kunststof verpakkingen.

A 1204

Productieapparatuur voor duurzamere producten

  • a. bestemd voor: het verminderen van het gebruik van grondstoffen door het produceren van producten die vergeleken met gangbare producten met dezelfde functie beter gerepareerd, hergebruikt of gerecycled kunnen worden, waarbij wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd onder paragraaf 2b van deze bijlage,

  • b. bestaande uit: apparatuur voor het produceren van duurzamere producten.

Toelichting: Zie de bedrijfsmiddelen F 1260 en A 1261 voor investeringen in productieapparatuur voor goed of redelijk recyclebare kunststof verpakkingen.

B 1205

* Productieapparatuur voor productie met milieuvriendelijkere grondstoffen (aanpassen bestaande situatie)

  • a. bestemd voor: het aanpassen van een bestaand productieproces ten behoeve van het produceren van producten met milieuvriendelijkere grondstoffen, waarbij:

    • één of meerdere grondstoffen voor het product worden vervangen door een grondstof die tijdens de winning en productie van de grondstof minder milieuschade veroorzaakt,

    • de vervangende grondstof aantoonbaar milieuvriendelijker is,

    • de producten over de gehele levenscyclus een lagere milieubelasting hebben dan producten op basis van de vervangen grondstoffen

    • de vervangende grondstof geen biomassagrondstof of gerecyclede grondstof betreft,

    • de vervangen grondstof geen (potentiële) zeer zorgwekkende stof (ZZS) volgens de criteria en voorwaarden genoemd in artikel 1.3c van de Activiteitenregeling milieubeheer en artikel 2.3b van het Activiteitenbesluit milieubeheer, nanodeeltjes of microplastics betreft, en

    • wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd onder paragraaf 2b van deze bijlage,

  • b. bestaande uit: apparatuur die noodzakelijk is voor het produceren met milieuvriendelijkere grondstoffen.

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel betreft bijvoorbeeld het in een productieproces vervangen van een grondstof met een hoge milieu-impact, zoals een toxische grondstof, door een grondstof met een lagere milieu-impact. De aanpassingen aan productieapparatuur en overige voorzieningen die noodzakelijk zijn voor de vervanging van de grondstof komt onder dit bedrijfsmiddel in aanmerking. Het aantonen dat een grondstof milieuvriendelijker is kan bijvoorbeeld met de MKI of LCA van de vervangen en vervangende grondstof.

Zie de bedrijfsmiddelen F 1100 en F 1101 voor het toepassen van biomassagrondstoffen. Zie bedrijfsmiddel A 1500 voor het toepassen van gerecyclede grondstoffen. Zie bedrijfsmiddel F 1700 voor het vervangen van ZZS, nanodeeltjes of microplastics. Zie de bedrijfsmiddelen F 4100, F 4200 en F 4201 voor het voorkomen van emissies tijdens productieprocessen.

F 1211

3D-printer voor duurzamer produceren

  • a. bestemd voor: het verminderen van het gebruik van grondstoffen door het 3D-printen van onderdelen of producten, niet zijnde tandheelkundige preparaties, waarbij dit hoofdzakelijk leidt tot:

    • 1. het produceren van onderdelen die het repareren of refurbishen van apparaten of producten mogelijk maken,

    • 2. het vervangen of voorkomen van verspanende bewerkingen,

    • 3. het produceren van reserveonderdelen, ter vermindering van de overproductie van deze reserveonderdelen, of

    • 4. het produceren van beter recyclebare producten, door het produceren van producten die uit minder verschillende grondstoffen bestaan,

    waarbij onder punt 1 tot en met 4 geldt dat:

    • de terugverdientijd van het bedrijfsmiddel vijf jaar of meer bedraagt, uitgaande van de bijkomende investeringskosten en het saldo van de operationele baten en lasten, niet zijnde financieringslasten en afschrijving, ten opzichte van de investering in een vergelijkbaar, gangbaar bedrijfsmiddel, en

    • wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd onder paragraaf 2b van deze bijlage,

  • b. bestaande uit: een 3D-printer en al dan niet met afzuiging van microdeeltjes ten behoeve van de gezondheid van het personeel, met uitzondering van 3D-printers in tandarts- en tandtechniekpraktijken.

Toelichting: Voor een bedrijfsmiddel met doelvoorschrift geldt dat om vast te stellen of een investering in aanmerking komt voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, wordt verzocht een referentie-investering op te geven. De referentie-investering betreft de investering in een bedrijfsmiddel dat in een gangbare praktijk wordt gebruikt voor de betreffende toepassing, in dit geval de productie van vergelijkbare producten of onderdelen. Wanneer het bijvoorbeeld gangbaar is om vergelijkbare producten te produceren met een frees- of spuitgietmachine, dan is dit de referentie-investering de aanschaf van een dergelijke machine. De steun die kan worden verleend is gebaseerd op de bijkomende investeringskosten ten opzichte van het minder milieuvriendelijke alternatief. Wanneer het produceren van dezelfde producten met een andere techniek dan een 3D-printer geen reëel alternatief is, komt de investering in een 3D-printer niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

F 1301

Apparatuur of voorziening voor demontage ten behoeve van hergebruik of recycling

  • a. bestemd voor: het in onderdelen uiteen nemen van producten, waarbij:

    • onderdelen van deze producten kunnen worden hergebruikt of gerecycled tot grondstoffen,

    • de terugverdientijd van het bedrijfsmiddel vijf jaar of meer bedraagt, uitgaande van de bijkomende investeringskosten en het saldo van de operationele baten en lasten, niet zijnde financieringslasten en afschrijving, ten opzichte van een vergelijkbaar, gangbaar bedrijfsmiddel, en

    • wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd onder paragraaf 2b van deze bijlage,

  • b. bestaande uit: al dan niet geautomatiseerde of gerobotiseerde apparatuur of voorzieningen voor hergebruik of recycling, met uitzondering van standaard handgereedschap.

Toelichting: Onder bedrijfsmiddel F 1301 kan bijvoorbeeld apparatuur worden gemeld die gebruikt wordt om geautomatiseerd onderdelen van elektronische apparatuur (mobiele telefoons), vangrails of zonnepanelen te demonteren en voor te bereiden voor recycling of hergebruik in nieuwe producten.

A 1340

Waterbesparende voorziening of installatie

  • a. bestemd voor: het verminderen van de inname van grond-, oppervlakte- of leidingwater voor gebruik als koel-, spoel- of proceswater door efficiënter watergebruik of kringloopsluiting, waarbij:

    • de investering geen koelinstallatie betreft welke gebruik maakt van koudemiddelen,

    • de terugverdientijd van het bedrijfsmiddel drie jaar of meer bedraagt, uitgaande van de bijkomende investeringskosten en het saldo van de operationele baten en lasten, niet zijnde financieringslasten en afschrijving, ten opzichte van de investering in een vergelijkbaar, gangbaar bedrijfsmiddel, en

    • wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd onder paragraaf 2b van deze bijlage,

  • b. bestaande uit: een waterbesparende voorziening of installatie.

F 1400

# Nieuwe en innovatieve recyclingapparatuur

  • a. bestemd voor: het terugbrengen van afval tot een grondstof, niet zijnde het chemisch verwerken van afval, door het toepassen van een nieuwe en innovatieve technologie, waarbij:

    • 1. het verwerken van de betreffende afvalstroom tot grondstof niet gangbaar is, of

    • 2. het verwerken van de betreffende afvalstroom tot grondstof wel gangbaar is, maar hoogwaardiger gerecycled wordt dan gangbaar, en

    waarbij onder punt 1 en 2 geldt dat:

    • onder een nieuwe en innovatieve technologie wordt verstaan: een nieuwe technologie ten opzichte van de technologie die gangbaar is voor de betreffende toepassing, die een risico van technologisch of industrieel falen met zich meebrengt en geen optimalisatie of opschaling van een bestaande technologie betreft,

    • geen sprake is van het verwerken van afvalwater of biomassa-afvalstromen,

    • de bewerking, in geval van de verwerking van gemengde stromen, niet leidt tot te storten stromen,

    • de terugverdientijd van het bedrijfsmiddel vijf jaar of meer bedraagt, uitgaande van de bijkomende investeringskosten en het saldo van de operationele baten en lasten, niet zijnde financieringslasten en afschrijving, ten opzichte van de investering in een vergelijkbaar, gangbaar bedrijfsmiddel, en

    • wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd onder paragraaf 2b van deze bijlage,

  • b. bestaande uit: apparatuur voor het verwerken van afval tot grondstof, met uitzondering van investeringen in mobiele werktuigen en apparatuur voor productie op basis van de teruggewonnen grondstoffen.

Toelichting: Om als nieuwe en innovatieve techniek te kwalificeren zal aangetoond moet kunnen worden dat onderzoek en testen zijn gedaan (R&D); alleen engineering volstaat niet.

Belangrijkste criterium voor hoogwaardiger recycling is een hogere kwaliteit van het recyclaat, bijvoorbeeld door het dichter benaderen van virgin-kwaliteit. Een hogere marktprijs kan een indicatie zijn voor hogere kwaliteit. Andere criteria zijn een groter aantal cycli waarin de grondstof in de keten kan blijven en minder milieuschade bij het recyclen (inclusief energieverbruik), dit ten opzichte wat gangbaar is.

Dit bedrijfsmiddel betreft bijvoorbeeld onderdelen van recyclinginstallaties voor kunststoffen, bouwstoffen en dergelijke, scheidingsinstallaties (zoals inductiescheiding, toepassen visiontechnologie, magnetische dichtheidsscheiding, dubbele vacuümfiltratie voor extrusie van kunststofgranulaat en XRF-technologie) of recyclinginstallaties voor lithiumaccu’s.

Zie bedrijfsmiddel A 1340 voor investeringen in waterbesparende installaties. Zie bedrijfsmiddel F 1200 en verder voor investeringen in preventie van gebruik van grondstoffen en water. Zie bedrijfsmiddel F 1409 voor investeringen in chemische verwerking van afvalstoffen, waaronder solvolyse-installaties.

A 1401

Recyclingapparatuur

  • a. bestemd voor: het terugbrengen van afval tot een grondstof, niet zijnde het chemisch verwerken van afval, waarbij:

    • 1. het verwerken van de betreffende afvalstroom tot grondstof niet gangbaar is, of

    • 2. het verwerken van de betreffende afvalstroom tot grondstof wel gangbaar is, maar hoogwaardiger gerecycled wordt dan gangbaar, en

    waarbij onder punt 1 en 2 geldt dat:

    • geen sprake is van het verwerken van afvalwater of biomassa-afvalstromen,

    • de bewerking in geval van de verwerking van gemengde stromen niet leidt tot te storten stromen,

    • de terugverdientijd van het bedrijfsmiddel vijf jaar of meer bedraagt, uitgaande van de bijkomende investeringskosten en het saldo van de operationele baten en lasten, niet zijnde financieringslasten en afschrijving, ten opzichte van de investering in een vergelijkbaar, gangbaar bedrijfsmiddel, en

    • wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd onder paragraaf 2b van deze bijlage,

  • b. bestaande uit: apparatuur voor het verwerken van afval tot grondstof, met uitzondering van investeringen in mobiele werktuigen en apparatuur voor productie op basis van de teruggewonnen grondstoffen.

Toelichting: Belangrijkste criterium voor hoogwaardiger recycling is een hogere kwaliteit van het recyclaat, bijvoorbeeld door het dichter benaderen van virgin-kwaliteit. Een hogere marktprijs kan een indicatie zijn voor hogere kwaliteit. Andere criteria zijn een groter aantal cycli waarin de grondstof in de keten kan blijven en minder milieuschade bij het recyclen (inclusief energieverbruik), dit ten opzichte van wat gangbaar is.

Dit bedrijfsmiddel betreft bijvoorbeeld onderdelen van recyclinginstallaties voor kunststoffen, bouwstoffen en dergelijke. Ook recyclinginstallaties die recyclen volgens de criteria voor voorkeursrecycling, zoals gedefinieerd in het Landelijk afvalbeheerplan (LAP) komen in aanmerking.

Zie bedrijfsmiddel A 1340 voor investeringen in waterbesparende installaties. Zie bedrijfsmiddel F 1200 en verder voor investeringen in preventie van gebruik van grondstoffen en water. Zie bedrijfsmiddel F 1409 voor investeringen in chemische verwerking van afvalstoffen, waaronder solvolyse-installaties.

B 1405

Terugwinningsinstallatie voor grondstoffen uit afvalwater of waterzuiveringsslib (aanpassen bestaande situatie)

  • a. bestemd voor: het ten opzichte van de bestaande situatie terugwinnen van één of meer stoffen uit afvalwater of waterzuiveringsslib, zoals gedefinieerd in het Landelijk afvalbeheerplan (LAP3) als bedoeld in artikel 10.3 van de Wet milieubeheer, waarbij:

    • het terugwinrendement ten minste 25% (op gewichtsbasis) per stof bedraagt,

    • de teruggewonnen stof(fen) worden gerecycled,

    • het terugwinrendement wordt berekend ten opzichte van de bestaande situatie,

    • geen sprake is van de winning van struviet uit afvalwater, en

    • wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd onder paragraaf 2b van deze bijlage,

  • b. bestaande uit: apparatuur die technisch noodzakelijk is voor het afscheiden van de terug te winnen stoffen uit de afvalwaterstroom of het waterzuiveringsslib, met uitzondering van investeringen in uitbreiding van de productiecapaciteit.

Toelichting: Bedrijfsmiddel B 1405 betreft de terugwinning van grondstoffen ten opzichte van de bestaande situatie. Voor de in aanmerking komende kosten kan een andere referentie gelden. Zie rvo.nl/miavamil onder ‘Voorwaarden’ en vervolgens ‘Voorwaarden Bedrijfsmiddelen doelvoorschrift’ voor meer informatie hierover.

F 1406

Terugwinningsinstallatie voor fosfaten of witte fosfor

  • a. bestemd voor: het terug- of herwinnen van fosfaten of witte fosfor uit afval(water)- of reststromen, al dan niet in combinatie met andere mineralen, waarbij:

    • geen fosfaten of witte fosfor wordt teruggewonnen uit mest, en

    • wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd onder paragraaf 2b van deze bijlage,

  • b. bestaande uit: apparatuur voor het terugwinnen van fosfaat of witte fosfor en al dan niet andere mineralen, met uitzondering van investeringen in apparatuur voor het opwerken en toepassen van teruggewonnen (herwonnen) fosfaat, witte fosfor of andere mineralen.

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel betreft bijvoorbeeld de terugwinning van fosfaat of witte fosfor (P₄) uit afvalwater, urine, plantaardige reststromen, afvalwaterslib en assen van afvalwaterslibverbranding afkomstig van communale of industriële biologische waterzuiveringsinstallaties.

Zie bedrijfsmiddel A 2650 voor het terugwinnen van fosfaten of witte fosfor uit mest.

F 1409

# Apparatuur voor de chemische verwerking van afvalstoffen

  • a. bestemd voor: het chemisch en al dan niet thermisch verwerken van afval tot (gasvormige) grondstoffen, waarbij:

    • als sprake is van een (deel)stroom waarvoor mechanische recycling redelijkerwijs mogelijk is, met een LCA volgens bijlage 9 van het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP3) wordt aangetoond dat de chemische verwerking milieuvriendelijker is dan mechanische recycling,

    • de geproduceerde grondstoffen niet worden toegepast als (grondstof voor) brandstoffen,

    • eventuele reststromen al dan niet een energietoepassing krijgen, en

    • wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd onder paragraaf 2b van deze bijlage,

  • b. bestaande uit: apparatuur voor het chemisch verwerken van afvalstoffen en terugwinnen van grond- of brandstoffen, al dan niet de volgende onderdelen: apparatuur voor het opwaarderen (stabiliseren) van pyrolyse-olie tot grondstof, een af- of rookgasreinigingssysteem, een CO2-afvanginstallatie, apparatuur voor het ter vernietiging afscheiden van (potentiële) zeer zorgwekkende stoffen, volgens de criteria en voorwaarden genoemd in artikel 1.3c van de Activiteitenregeling milieubeheer en artikel 2.3b van het Activiteitenbesluit milieubeheer, een afvalvoorbewerkingsinstallatie en met uitzondering van voorzieningen voor het opwekken van energie.

Toelichting: Voorbeelden van chemische verwerking zijn onder andere pyrolyse, vergassen, solvolyse, Solvent-based Purification (SBP), en superkritische (water)vergassing. Ook het opwaarderen (stabiliseren) van pyrolyse-olie tot grondstof afkomstig uit de chemische verwerking, om deze geschikt te maken voor het bijmengen in een petrochemische kraakinstallatie als vervanger van fossiele nafta, komt onder dit bedrijfsmiddel in aanmerking.

Onder mechanische recycling wordt een proces verstaan waarbij afvalstoffen tot grondstof worden verwerkt door bijvoorbeeld sorteren, verkleinen (malen of versnipperen), wassen, agglomereren en extruderen, waarbij het afval dat redelijkerwijs geschikt gemaakt kan worden voor recycling daadwerkelijk wordt afgescheiden en gerecycled en een zo klein mogelijk residu wordt verbrand.

Onder afvalstoffen waarvoor mechanische recycling niet mogelijk is en welke redelijkerwijs ook niet geschikt te maken zijn voor mechanische recycling worden afvalstoffen verstaan waarvoor recycling, gezien de aard of samenstelling, technisch niet mogelijk is of waarvoor de recycling zo duur is dat de kosten voor afgifte van deze partijen aan de poort van de verwerker door de ontdoener meer zouden bedragen dan € 205 per ton. Hiermee is mechanische recycling, uit zakelijk oogpunt, geen geloofwaardig alternatief.

Zie bedrijfsmiddel F 1461 voor een depolymerisatie-installatie voor polyesterafval.

B 1445

Eutectische vrieskristallisatie-installatie voor proces- of afvalwater

  • a. bestemd voor: het scheiden van proces- of afvalwater in schoon water en grondstoffen door koeling en kristallisatie, waarbij:

    • onder proceswater geen zee- of grondwater wordt verstaan,

    • geen chemicaliën worden gebruikt,

    • het water en de grondstoffen nuttig worden toegepast,

    • de terugverdientijd van het bedrijfsmiddel vijf jaar of meer bedraagt, uitgaande van de bijkomende investeringskosten en het saldo van de operationele baten en lasten, niet zijnde financieringslasten en afschrijving, ten opzichte van de investering in een vergelijkbaar, gangbaar bedrijfsmiddel, en

    • wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd onder paragraaf 2b van deze bijlage,

  • b. bestaande uit: een koeleenheid, kristallisator en een bandfilter of pusher centrifuges.

F 1490

Recyclinginstallatie voor luiers

  • a. bestemd voor: het verwerken van luiers en incontinentiemateriaal, waarbij:

    • ten minste 90% (op gewichtsbasis) van de oorspronkelijk in luiers en incontinentiemateriaal aanwezige kunststof en al dan niet superabsorberende polymeren (SAP’s) weer als grondstof beschikbaar komt,

    • ten minste 90% (op gewichtsbasis) van de oorspronkelijk in luiers en incontinentiemateriaal aanwezige cellulose als grondstof beschikbaar komt of wordt vergist tot biogas in combinatie met een als compost of bodemverbeteraar afzetbaar residu,

    • het recyclaat zonder risico’s voor milieu en volksgezondheid gerecycled kan worden, wat wordt aangetoond door onderzoek volgens de eisen die het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP3) stelt,

    • de techniek niet primair gericht is op het produceren van energie of brandstof, en

    • wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd onder paragraaf 2b van deze bijlage,

  • b. bestaande uit: een recyclinginstallatie voor luiers.

A 1500

Verwerkingsapparatuur voor gerecyclede grondstoffen

  • a. bestemd voor: het verwerken van gerecyclede grondstoffen, niet zijnde biomassagrondstoffen, in (onderdelen van) een product, waarbij het percentage gerecycled materiaal in het product op gewichtsbasis toeneemt met ten minste 5 procentpunt ten opzichte van:

    • 1. het gangbare aandeel, als gerecycled materiaal in het product gangbaar is, of

    • 2. het aandeel dat in de bestaande situatie wordt toegepast, als gerecycled materiaal in het product niet gangbaar is,

    waarbij onder punt 1 en 2 geldt dat:

    • de hoeveelheid primaire grondstoffen in het product afneemt,

    • het product in de afvalfase ten minste even recyclebaar is als gangbaar is voor vergelijkbare producten,

    • de terugverdientijd van het bedrijfsmiddel drie jaar of meer bedraagt, uitgaande van de bijkomende investeringskosten en het saldo van de operationele baten en lasten, niet zijnde financieringslasten en afschrijving, ten opzichte van de investering in een vergelijkbaar, gangbaar bedrijfsmiddel, en

    • wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd onder paragraaf 2b van deze bijlage,

  • b. bestaande uit: apparatuur voor het verwerken van gerecycled materiaal tot een product, met uitzondering van mobiele werktuigen.

F 1561

Verwerkingsapparatuur voor plastic zwerfafval

  • a. bestemd voor: het verwerken van plastic zwerfafval tot (onderdelen van) een product, waarbij:

    • de bewerking in geval van de verwerking van gemengde stromen niet leidt tot een toename van te storten of verbranden afvalstromen,

    • de terugverdientijd van het bedrijfsmiddel vijf jaar of meer bedraagt, uitgaande van de bijkomende investeringskosten en het saldo van de operationele baten en lasten, niet zijnde financieringslasten en afschrijving, ten opzichte van de investering in een productieapparaat voor een vergelijkbaar product waarin geen zwerfafval is verwerkt, en

    • wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd onder paragraaf 2b van deze bijlage,

  • b. bestaande uit: apparatuur voor het verwerken van plastic zwerfafval tot een product, met uitzondering van apparatuur om het afval in te zamelen of in de recyclinginstallatie te brengen.

A 1600

# Scheidingsapparatuur voor afval

  • a. bestemd voor: het scheiden van gemengde afvalstromen in deelstromen, waarbij:

    • de bewerking niet leidt tot een toename van de hoeveelheid te storten afval,

    • de terugverdientijd van het bedrijfsmiddel drie jaar of meer bedraagt, uitgaande van de bijkomende investeringskosten en het saldo van de operationele baten en lasten, niet zijnde financieringslasten en afschrijving, ten opzichte van de investering in een vergelijkbaar, gangbaar bedrijfsmiddel,

    • wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd onder paragraaf 2b van deze bijlage, en

    • de bewerking er ten minste toe leidt dat ten opzichte van gangbare verwerking van deze gemengde afvalstromen:

      • 1. meer grondstoffen worden teruggewonnen,

      • 2. hoogwaardigere grondstoffen worden teruggewonnen, of

      • 3. meer afval dat afbranden kan veroorzaken wordt afgescheiden,

  • b. bestaande uit: detectie- of scheidingsapparatuur voor afval, met uitzondering van mobiele werktuigen.

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel betreft bijvoorbeeld inductiescheiding, visiontechnologie, magnetische dichtheidsscheiding, XRF-technologie of apparatuur voor het detecteren van batterijen in afvalstromen.

Zie bedrijfsmiddelen F 1400 en A 1401 voor scheidingsapparatuur die onderdeel uitmaakt van een recyclinginstallatie.

F 1700

Productieapparatuur voor het vervangen van (potentiële) ZZS, nanodeeltjes of microplastics (aanpassen bestaande situatie)

  • a. bestemd voor: het in producten of processen vervangen van de volgende stoffen door stoffen zonder milieuschadelijke effecten of ongewenste accumulatie in organismen:

    • 1. (potentiële) zeer zorgwekkende stoffen, volgens de criteria en voorwaarden genoemd in artikel 1.3c van de Activiteitenregeling milieubeheer en artikel 2.3b van het Activiteitenbesluit milieubeheer, of

    • 2. nanodeeltjes kleiner dan 50 nanometer of microplastics in cosmetica of andere producten voor persoonlijke verzorging,

    waarbij onder punt 1 en 2 geldt dat wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd onder paragraaf 2b van deze bijlage,

  • b. bestaande uit: aanpassing van productieapparatuur die technisch noodzakelijk is voor het vervangen van de (potentiële) zeer zorgwekkende stoffen of nanodeeltjes of microplastics.

Toelichting: Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) zijn stoffen die gevaarlijk zijn voor mens en milieu. Deze stoffen zijn bijvoorbeeld kankerverwekkend, mutageen, giftig voor de voortplanting, persistent of bioaccumulerend.

Potentiële zeer zorgwekkende stoffen zijn stoffen die mogelijk voldoen aan de ZZS criteria, maar nog niet als ZZS zijn geïdentificeerd. Dit kan zijn omdat bepaalde gegevens ontbreken of omdat de evaluatie van de beschikbare gegevens nog moet plaatsvinden.

Het RIVM houdt lijsten bij van stoffen waarvan is vastgesteld dat dit zeer zorgwekkende stoffen en potentiële zeer zorgwekkende stoffen zijn. Deze lijsten zijn te vinden op rvs.rivm.nl/stoffenlijsten/Zeer-Zorgwekkende-Stoffen en rvs.rivm.nl/stoffenlijsten/Zeer-Zorgwekkende-Stoffen/Potentiele-ZZS.

Zodra het toepassen van microplastics in cosmetica of andere producten voor persoonlijke verzorging bij wet verboden is, komen investeringen in aanpassing van productieapparatuur voor het vervangen van microplastics niet meer in aanmerking.

Bovenstaande criteria gelden ten opzichte van de bestaande situatie. Voor de in aanmerking komende kosten kan een andere referentie gelden. Zie rvo.nl/miavamil onder ‘Voorwaarden’ en vervolgens ‘Voorwaarden Bedrijfsmiddelen doelvoorschrift’ voor meer informatie hierover.

F 2605

Apparatuur voor het opwaarderen van plantaardige (rest)stromen tot voedingsmiddelen

  • a. bestemd voor: het opwaarderen van plantaardige (rest)stromen tot humane voedingsmiddelen of diervoeders, waarbij:

    • deze opwaardering van de betreffende stroom niet gangbaar is,

    • de betreffende stroom door het bevoegd gezag niet als afval wordt gezien en toepassing in humane voedingsproducten is toegestaan door dit bevoegd gezag,

    • de voedingsmiddelen of diervoeders voldoen aan geldende wetgeving op gebied van traceerbaarheid en voedselveiligheid,

    • aantoonbaar sprake is van aanmerkelijke milieuwinst in de gehele keten, ten opzichte van gangbare verwerking van de betreffende (rest)stroom,

    • de terugverdientijd van het bedrijfsmiddel drie jaar of meer bedraagt, uitgaande van de bijkomende investeringskosten en het saldo van de operationele baten en lasten, niet zijnde financieringslasten en afschrijving, ten opzichte van niet investeren in deze apparatuur, en

    • wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd onder paragraaf 2b van deze bijlage,

  • b. bestaande uit: apparatuur voor de opwaardering, voorzieningen voor opslag voorafgaande aan deze opwaardering en vereiste (aanpassingen van) oogsttechnieken voor de (rest)stromen.

F 2715

# Apparatuur voor de winning van eiwit

  • a. bestemd voor: de winning van eiwit uit in Europa geteelde gewassen of plantaardige (rest)stromen voor toepassing in humane voedingsproducten, waarbij:

    • deze winning uit de betreffende stroom niet gangbaar is,

    • de betreffende stroom door het bevoegd gezag niet als afval wordt gezien en toepassing in humane voedingsproducten is toegestaan door dit bevoegd gezag,

    • het gewonnen eiwit wordt opgewaardeerd tot humane voeding die voldoet aan geldende wetgeving op gebied van traceerbaarheid en voedselveiligheid,

    • wordt aangetoond dat het netto milieuvoordeel over de gehele keten van de verwerking milieuvriendelijker is dan wat gangbaar is voor de betreffende stroom,

    • de terugverdientijd van het bedrijfsmiddel drie jaar of meer bedraagt, uitgaande van de bijkomende investeringskosten en het saldo van de operationele baten en lasten, niet zijnde financieringslasten en afschrijving, ten opzichte van niet investeren in deze apparatuur, en

    • wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd onder paragraaf 2b van deze bijlage,

  • b. bestaande uit: apparatuur voor de winning van eiwit.

A 4000

# Nieuwe en innovatieve emissiereducerende technologie

  • a. bestemd voor: het verminderen of voorkomen van milieuschadelijke luchtzijdige emissies afkomstig van de industrie door aanpassingen van het proces of door toepassing van een nieuwe en innovatieve technologie waarbij:

    • het gaat om een voor Nederland nieuw werkingsprincipe voor de betreffende toepassing,

    • wordt aangetoond dat deze specifieke techniek voor het eerst in Nederland wordt toegepast (bijvoorbeeld door contractuele vastlegging of een verklaring van de leverancier),

    • de emissiereductie niet wordt bereikt door een verminderd verbruik van fossiele brandstoffen,

    • de terugverdientijd van het bedrijfsmiddel vijf jaar of meer bedraagt, uitgaande van de bijkomende investeringskosten en het saldo van de operationele baten en lasten (niet zijnde financieringslasten en afschrijving) ten opzichte van niet investeren in deze apparatuur, en

    • wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd onder paragraaf 2b van deze bijlage,

  • b. bestaande uit: apparatuur voor het verminderen of voorkomen van luchtzijdige emissies.

Toelichting: Om als nieuwe en innovatieve techniek te kwalificeren zal aangetoond moet kunnen worden dat onderzoek en testen zijn gedaan (R&D). Alleen engineering volstaat niet.

F 4002

* Apparatuur voor procesgeïntegreerde emissiereductie (aanpassen bestaande situatie)

  • a. bestemd voor: het aanpassen of vervangen van een bestaand productieproces in de industrie, met als hoofddoel het voorkomen van het ontstaan van milieugevaarlijke stoffen die worden geëmitteerd naar de buitenlucht, niet zijnde broeikasgassen, waarbij:

    • geen sprake is van het reduceren van de emissie van reeds gevormde milieugevaarlijke stoffen met een nageschakelde emissiereducerende techniek,

    • de emissie naar de buitenlucht aantoonbaar vermindert ten opzichte van de bestaande situatie,

    • de terugverdientijd van het bedrijfsmiddel drie jaar of meer bedraagt, uitgaande van de bijkomende investeringskosten en het saldo van de operationele baten en lasten, niet zijnde financieringslasten en afschrijving, ten opzichte van niet investeren in deze apparatuur, en

    • wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd onder paragraaf 2b van deze bijlage,

  • b. bestaande uit: apparatuur die technisch noodzakelijk is om het ontstaan van emissies te voorkomen, met uitzondering van de volgende onderdelen: nageschakelde emissiereducerende technieken en investeringen in uitbreiding van de productiecapaciteit.

Toelichting: Onder een nageschakelde emissiereducerende techniek wordt een techniek verstaan waarbij sprake is van het filteren, scheiden, afvangen, binden of opnemen van reeds gevormde milieugevaarlijke stoffen. Bestaande nageschakelde technieken zouden ten gevolge van het aanpassen of vervangen van het productieproces, deels of volledig kunnen komen te vervallen.

Bovenstaande criteria gelden ten opzichte van de bestaande situatie. Voor de bepaling van de in aanmerking komende kosten kan een andere referentie gelden. Voorbeelden van technieken zijn het gebruik van andere grondstoffen of een gewijzigde routing, productie- of bewerkingsmethode

waardoor schadelijke emissies worden voorkomen. Naast het beperken van luchtemissies kan de beperking van emissie naar bodem of water worden gestimuleerd als deze onderdeel zijn van deze investering.

Zie bedrijfsmiddelen F 4100, F 4200, F 4201 voor het reduceren van broeikasgassen.

Met milieugevaarlijke stoffen worden stoffen zoals bedoeld in milieuwet en -regelgeving. Hiermee wordt ook fijnstof bedoeld. Zie bijvoorbeeld stoffen genoemd in de bijlagen 12-14 van het Activiteiten Regeling of zie lijsten op echa.Europa.eu/nl/information-on-chemicals.

Let op: Investeringen in wettelijk verplichte bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, zoals opgenomen onder punt 4 van paragraaf 1 van deze bijlage. Voor maatregelen die primair zijn getroffen voor een beter binnenmilieu (in de bedrijfsruimte waar personeel werkt) kunnen arboverplichtingen gelden.

F 4100

# Productieapparatuur voor het voorkomen van CO2-vorming

  • a. bestemd voor: het voorkomen of verminderen van de vorming van CO2 tijdens een productieproces, door:

    • 1. substitutie of vermindering van het gebruik van grond- of hulpstoffen, niet zijnde (fossiele) brandstoffen, die leiden tot het vormen van CO2, of

    • 2. aanpassing van het reactiemechanisme van een chemisch proces waarbij CO2 wordt gevormd, en

    waarbij onder punt 1 en 2 geldt dat:

    • sprake is van een aanmerkelijke CO2 reductie in de gehele keten,

    • de terugverdientijd van het bedrijfsmiddel vijf jaar of meer bedraagt, uitgaande van de bijkomende investeringskosten en het saldo van de operationele baten en lasten, niet zijnde financieringslasten en afschrijving, ten opzichte van niet investeren in deze apparatuur, en

    • wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd onder paragraaf 2b van deze bijlage,

  • b. bestaande uit: productieapparatuur waarmee de vorming van CO2 wordt voorkomen of verminderd.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 1 per gereduceerde kilogram CO2-emissiereductie per jaar in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

F 4101

# Apparatuur voor het afscheiden van CO2 voor nuttige toepassing

  • a. bestemd voor: het afscheiden en terugwinnen van CO2 uit de buitenlucht of uit afgassen, niet afkomstig van een gasgestookte WKK, gasgestookte ketel voor de tuinbouw, biovergister of afvalverbrandingsinstalllatie, waarbij:

    • de CO2 wordt ingezet voor bemesting in de tuinbouw of als grondstof voor een product waarvoor CO2 als grondstof niet gangbaar is, en

    • wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd onder paragraaf 2b van deze bijlage,

  • b. bestaande uit: apparatuur om CO2 uit afgassen af te scheiden en al dan niet de volgende onderdelen: zuiveringsapparatuur, wassers, drogers en compressie-, koel- en opslagvoorzieningen voor tijdelijke opslag.

Toelichting: Onder producten worden ook grondstoffen of brandstoffen verstaan. Gangbare toepassingen, met uitzondering van toepassingen in de tuinbouw, zoals het carboniseren van dranken vallen niet onder dit bedrijfsmiddel.

F 4102

# Apparatuur voor het transport van CO2 voor nuttige toepassing

  • a. bestemd voor: het transporteren van afgescheiden CO2 uit de buitenlucht of uit afgassen, niet afkomstig van een WKK, ketel voor de tuinbouw of biovergister, waarbij:

    • de CO2 wordt ingezet als grondstof voor een product waarvoor CO2 als grondstof niet gangbaar is, en

    • wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd onder paragraaf 2b van deze bijlage,

  • b. bestaande uit: apparatuur om CO2 te transporteren en al dan niet de volgende onderdelen: zuiveringsapparatuur, wassers, drogers en compressie-, koel- en opslagvoorzieningen voor tijdelijke opslag.

Toelichting: Onder producten worden ook grondstoffen of brandstoffen verstaan. Gangbare toepassingen in de tuinbouw en bij het carboniseren van dranken vallen niet onder dit bedrijfsmiddel.

Zie bedrijfsmiddel 221005 van de energie-investeringsaftrek voor een transportleiding voor het leveren van gasvormig CO2 aan glastuinbouwbedrijven.

F 4103

Apparatuur voor het binden van CO2

  • a. bestemd voor: het chemisch binden van CO2 uit de buitenlucht of afgassen tot een stabiel product, waarbij:

    • de CO2 onder industriële omstandigheden gebonden wordt, al dan niet na tussentijdse opslag, zuivering of chemische omzetting,

    • de CO2 als grondstof voor het product niet gangbaar is, en

    • wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd onder paragraaf 2b van deze bijlage,

  • b. bestaande uit: apparatuur om CO2 te binden en al dan niet de volgende onderdelen: zuiveringsapparatuur, wassers, drogers en compressie-, koel- en opslagvoorzieningen voor tijdelijke opslag.

Toelichting: Onder producten worden ook grondstoffen of brandstoffen verstaan. Een voorbeeld van dit bedrijfsmiddel is apparatuur voor de toepassing van CO2 als grondstof in basischemie of in bouwmaterialen (zoals in beton). Het over land uitstrooien van CO2 bindende mineralen en gangbare toepassingen zoals carboniseren van dranken vallen niet onder dit bedrijfsmiddel.

F 4111

# Apparatuur voor elektrificatie van processen in de chemische industrie

  • a. bestemd voor: het in de chemische industrie produceren van een grondstof of product via elektrochemische conversie, ter voorkoming van het gebruik van fossiele grondstoffen en ter vermindering van (lokale) luchtemissies, waarbij:

    • het produceren met fossiele grondstoffen voor het betreffende proces gangbaar is,

    • de geproduceerde grondstoffen hoofdzakelijk worden toegepast in materialen en al dan niet een kleiner aandeel als brandstof wordt ingezet, en

    • wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd onder paragraaf 2b van deze bijlage,

  • b. bestaande uit: apparatuur die technisch noodzakelijk is voor de productie via elektrochemische conversie.

Toelichting: Een voorbeeld van dit bedrijfsmiddel is elektrolyse van water voor de productie van waterstof en zuurstof. Ook de binding van waterstof met koolstofcomponenten (zoals CO2) tot een basischemicalie kan gemeld worden onder dit bedrijfsmiddel. CO2 wordt niet beschouwd als een fossiele grondstof.

Zie bedrijfsmiddelcode 270403 van de energie-investeringsaftrek voor productie van waterstof als brandstof.

F 4200

# Apparatuur voor emissiereductie van lachgas en methaan

  • a. bestemd voor: het reduceren van de emissie van methaan (CH4) of lachgas (N2O), waarbij:

    • de terugverdientijd van het bedrijfsmiddel drie jaar of meer bedraagt, uitgaande van de bijkomende investeringskosten en het saldo van de operationele baten en lasten, niet zijnde financieringslasten en afschrijving, ten opzichte van de investering in een vergelijkbaar, gangbaar bedrijfsmiddel, en

    • wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd onder paragraaf 2b van deze bijlage,

  • b. bestaande uit: aanpassing van apparatuur die technisch noodzakelijk is om de emissiereductie te realiseren.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 1 per gereduceerde kilogram CO2-equivalent broeikasemissiereductie per jaar in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

F 4201

# Apparatuur voor vervanging van gefluoreerde broeikasgassen

  • a. bestemd voor: het voorkomen van het gebruik van gefluoreerde broeikasgassen waarbij:

    • gefluoreerde broeikasgassen worden vervangen door natuurlijke of duurzamere middelen met een Global Warming Potential (GWP) van ten hoogste 5, voor zover dit niet gangbaar is voor de betreffende toepassing,

    • geen sprake is van gefluoreerde broeikasgassen die gebruikt worden als koudemiddel in het betreffende bedrijfsmiddel,

    • indien van toepassing wordt aangetoond dat gebruikt broeikasgas wordt opgevangen en milieuverantwoord wordt verwerkt,

    • de terugverdientijd van het bedrijfsmiddel drie jaar of meer bedraagt, uitgaande van de bijkomende investeringskosten en het saldo van de operationele baten en lasten, niet zijnde financieringslasten en afschrijving, ten opzichte van de investering in een vergelijkbaar, gangbaar bedrijfsmiddel, en

    • wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd onder paragraaf 2b van deze bijlage,

  • b. bestaande uit: aanpassingen van apparatuur die technisch noodzakelijk zijn om het natuurlijke of duurzame middel te kunnen inzetten en al dan niet het vervangende natuurlijke of duurzame middel indien dit geen verbruiksgoed is.

Toelichting: Voorbeelden van apparatuur voor vervanging van gefluoreerde broeikasgassen zijn gesloten plasmareinigingssysteem op basis van fluorgas in plaats van bijvoorbeeld NF₃, voor extractietechnieken of als isolatiegas in productieprocessen. Voorbeelden van broeikasgassen zijn HFK’s en PFK’s, SF6 en NF₃.

Zie de bedrijfsmiddelen D 4208, F 4209 en A 4210 voor het vervangen van SF6 in schakelsystemen en bedrijfsmiddel F 5410 voor detectieapparatuur voor gefluoreerde broeikasgassen.

Zie voor halogeenvrije koudemiddelen in stationaire koelinstallaties of warmtepompen de energie-investeringsaftrek (EIA).

F 4305

# NOx-emissie reducerende techniek

  • a. bestemd voor: het verminderen of voorkomen van de emissie van NOx door aanpassing van, of additionele voorzieningen bij, een productieproces in de industrie, waarbij:

    • de emissie van NOx ten minste 70% lager ligt dan wettelijk verplicht, en

    • wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd onder paragraaf 2b van deze bijlage,

  • b. bestaande uit: apparatuur voor het verminderen of voorkomen van de emissie van NOx, met uitzondering van mobiele werktuigen of wegtransport.

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 2.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Zie bedrijfsmiddel A 4315 voor selectieve (katalytische) reductie-installaties (SCR of SNCR).

F 4420

Apparatuur voor vermindering van stofemissie tijdens niet-reguliere bedrijfsvoering

  • a. bestemd voor: het met een ontstoffingsinstallatie afscheiden van stof uit een afgas of luchtstroom tijdens niet-reguliere bedrijfsvoering, waarbij:

    • de stofemissie naar de buitenlucht tot een minimum wordt beperkt,

    • de ontstoffingsinstallatie uitsluitend is bestemd voor het verminderen van stofemissies tijdens niet-reguliere bedrijfsvoering, en

    • wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd onder paragraaf 2b van deze bijlage,

  • b. bestaande uit: apparatuur voor het verminderen van de stofemissie tijdens niet-reguliere bedrijfsvoering.

Toelichting: Met niet-reguliere bedrijfsvoering wordt bedoeld: storingen, onderhoud aan de (reinigings-)technieken en opstarten en stoppen van installaties of processen. Bedrijfsmiddelen die de stofemissie tijdens niet-reguliere bedrijfsvoering kunnen beperken zijn bijvoorbeeld twee parallel geschakelde stoffilters waarbij in geval van uitval van één van de twee filters toch sprake is van ontstoffing.

TOELICHTING

1. Algemeen

1.1 Inleiding

Deze regeling strekt tot vervanging van de bijlage behorende bij de artikelen 1a en 2 van de Aanwijzingsregeling willekeurige afschrijving en investeringsaftrek milieu-investeringen 2009 (hierna: Aanwijzingsregeling). De bijlage wordt ook wel aangeduid als ‘Milieulijst’. Deze regeling vervangt de vigerende Milieulijst door de Milieulijst voor het kalenderjaar 2023.

In de Milieulijst zijn ter uitvoering van de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001) categorieën bedrijfsmiddelen aangewezen die in aanmerking komen voor milieu-investeringsaftrek (MIA) als bedoeld in artikel 3.42a van de Wet IB 2001 en willekeurige afschrijving milieu-investeringen (Vamil) als bedoeld in artikel 3.31 van de Wet IB 2001.

Met de MIA en Vamil worden investeringen in bedrijfsmiddelen die in het belang zijn van de bescherming van het Nederlandse milieu fiscaal gestimuleerd. Het gaat hierbij om niet-gangbare bedrijfsmiddelen, waarvan de marktintroductie- en verbreding door deze instrumenten wordt ondersteund.

Jaarlijks vindt er een actualisatie van de Milieulijst plaats, omdat voor bepaalde bedrijfsmiddelen verdere stimulering niet meer noodzakelijk wordt geacht, de eisen aan bepaalde bedrijfsmiddelen worden aangescherpt of versoepeld, of omdat er nieuwe, milieuvriendelijkere en innovatieve bedrijfsmiddelen op de Milieulijst worden opgenomen. In de volgende paragrafen wordt hier nader op ingegaan.

Het kabinet verhoogt met ingang van 2023 het budget voor MIA structureel met € 48 miljoen per jaar. Deze budgetintensivering is aanvullend op:

  • het verhoogde budget voor de MIA/Vamil met jaarlijks € 30 miljoen, zoals in de miljoenennota van 2021 opgenomen voor de periode 2022-2024 naar aanleiding van de Urgenda-besluitvorming in september 2021, en

  • de structurele verhoging van het budget voor de MIA/Vamil met € 30 miljoen per 2025, zoals in het coalitieakkoord1 opgenomen.

Met dit aanvullende budget van € 48 miljoen kan de steun via MIA en Vamil meebewegen met de gestegen investeringskosten als gevolg van onder andere inflatie en worden mogelijkheden voor specifieke bedrijfsmiddelen verruimd. Dit kan nog onrendabele investeringen in groene bedrijfsmiddelen die bijdragen aan klimaatdoelstellingen, circulaire economie, en elektrificatie nét wel rendabel maken.

Het voor de MIA beschikbare budget voor 2023 bedraagt € 192 miljoen. Het budget voor Vamil bedraagt € 25 miljoen voor 2023, hetgeen onveranderd is ten opzichte van 2022.

1.2 Europeesrechtelijke aspecten

Het voordeel dat op basis van MIA/Vamil door een ondernemer kan worden verkregen, is in veel gevallen aan te merken als staatssteun in de zin van artikel 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Bij de wijziging van de Aanwijzingsregeling per 1 januari 2016 zijn de Aanwijzingsregeling en Milieulijst vastgesteld in overeenstemming met een aantal verordeningen van de Commissie waardoor de steun geoorloofde staatssteun betreft2. Het gaat om de volgende verordeningen:

  • Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187) (hierna: Algemene Groepsvrijstellingsverordening),

  • Verordening (EU) nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 193) (hierna: Landbouw Groepsvrijstellingsverordening), en

  • Verordening (EU) nr. 1388/2014 van de Commissie van 16 december 2014 waarbij bepaalde categorieën steun voor ondernemingen die actief zijn in de productie, de verwerking en de afzet van visserij- en aquacultuurproducten, op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 396) (hierna: Visserij Groepsvrijstellingsverordening).

In de toelichting bij de wijziging per 1 januari 2016 is uiteengezet van welke steuncategorieën uit de genoemde groepsvrijstellingen bij het verlenen van MIA/Vamil gebruik wordt gemaakt3. Deze steuncategorieën blijven ongewijzigd, zodat ook de steun uit de onderhavige wijziging geoorloofde staatssteun betreft. Tevens wordt verwezen naar de op grond van de eerdergenoemde vrijstellingsverordeningen gedane kennisgevingen aan de Europese Commissie4.

De Groepsvrijstellingsverordeningen worden momenteel herzien. Ten tijde van de samenstelling van de Milieulijst 2023 is de definitieve inhoud van de herziene verordeningen nog niet bekend. Het concept van in het bijzonder de Algemene Groepsvrijstellingsverordening doet vermoeden dat een aantal wijzigingen van deze verordening invloed gaan hebben op de bedrijfsmiddelen die gestimuleerd kunnen worden met MIA/Vamil. De kans bestaat dat de Milieulijst 2023 na het in werking treden van de nieuwe Algemene Groepsvrijstellingsverordening gedurende het investeringsjaar zal moeten worden gewijzigd.

1.3 Administratieve lasten, nalevingskosten en internetconsultatie

De administratieve lasten en de inhoudelijke nalevingskosten die samenhangen met de toepassing van de instrumenten MIA/Vamil vloeien niet voort uit de Aanwijzingsregeling, maar uit de Uitvoeringsregeling willekeurige afschrijving 2001 en de Meldingsregeling milieu-investeringsaftrek 20015. De wijziging van de Aanwijzingsregeling heeft dan ook geen gevolgen voor de administratieve lasten of nalevingskosten. Internetconsultatie kon op grond van het kabinetsstandpunt inzake internetconsultatie achterwege blijven6.

1.4 Notificatie

In deze regeling is sprake van technische specificaties, die vergezeld gaan van fiscale maatregelen die van invloed zijn op het gebruik van producten doordat zij naleving van technische specificaties aanmoedigen. De Aanwijzingsregeling valt dan ook onder de omschrijving van artikel 1, eerste lid, onderdeel f, tweede alinea, punt iii, van Richtlijn 2015/1535/EU van het Europees parlement en de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (codificatie) (PbEU 2015, L 241). Om te voldoen aan artikel 5, eerste lid, van de genoemde richtlijn, is de ontwerpregeling op 22 november 2022 (notificatienummer 2022/0816/NL) gemeld aan de Europese Commissie. Uit artikel 7, vierde lid, van de genoemde richtlijn vloeit voort dat deze regeling na notificatie zonder uitstel in werking kan treden.

1.5 Inwerkingtreding

Bij het bepalen van het tijdstip van inwerkingtreding met ingang van 1 januari 2023 is aangesloten bij het systeem van de fiscale wetgeving, waarbij in beginsel wordt uitgegaan van kalenderjaren. Verder is voorzien in de mogelijkheid dat de regeling in werking treedt op de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, indien de Staatscourant wordt uitgegeven na 31 december 2022. Er wordt afgeweken van de minimuminvoeringstermijn, omdat de doelgroepen gebaat zijn bij een spoedige inwerkingtreding. Het systeem van de vaste verandermomenten en minimuminvoeringstermijnen staat deze uitzonderingen toe7.

2. Toelichting op de Milieulijst

2.1. Milieulijst 2023

De Milieulijst 2023 bevat de bedrijfsmiddelen die in 2023 voor MIA/Vamil in aanmerking komen. De Milieulijst 2023 is ingedeeld in hoofdstukken. Het eerste cijfer van de code waaronder een bedrijfsmiddel op de lijst is vermeld, verwijst naar het betreffende hoofdstuk:

  • 1 Grondstoffen- en watergebruik

  • 2 Voedselvoorziening en landbouwproductie

  • 3 Mobiliteit

  • 4 Klimaat en lucht

  • 5 Ruimtegebruik

  • 6 Gebouwde omgeving

Ten opzichte van 2022 zijn de volgende 18 bedrijfsmiddelen vervallen:

Nummer Milieulijst 2022

Bedrijfsmiddel

B 1220

Oxidatiereactor voor waterreiniging (aanpassen bestaande situatie)

F 1265

Herbruikbare vastzetters voor lading op rolcontainers

F 1612

Afvalscheidingsinstallatie op basis van magnetische dichtheidsscheiding (MDS)

F 3190

CO2- of N2-vulstation voor transportkoeling

A 3192

Transportcontainer met niet-cryogene CO2-koelinstallatie

F 3300

Voorspeller van scheepsbewegingen

A 3325

Automatisch smeerolie-deelverversingseenheid voor een scheepsmotor

A 4110

Reformer voor waterstofproductie

F 4120

Oxyfuel-verbrandingsinstallatie met CO2-terugwinning

D 4309

Verwarmingsketel met geïntegreerde low-NOx-brander ≤ 20 mg NOx/Nm3

E 4310

Verwarmingsketel met geïntegreerde low-NOx-brander ≤ 30 mg NOx/Nm3

F 4410

Apparatuur voor het voorkomen van ontstaan van stof (aanpassen bestaande situatie)

A 4550

Druktorens voor waterloze offset

F 4570

Textielreinigingssysteem met CO2

G 4571

Natreinigingssysteem

B 4584

Biologisch luchtfilter voor vluchtige organische stoffen

F 5210

Verwijderingsinstallatie voor cadmium uit kunstmest

B 6213

Sloophout in (onderdelen van) een bouwwerk of product

Deze bedrijfsmiddelen zijn vervallen om de volgende redenen:

  • B 1220 is van de Milieulijst gehaald omdat er weinig wordt gemeld.

  • F 1265 is van de Milieulijst gehaald vanwege de korte terugverdientijd.

  • F 1612 is van de Milieulijst gehaald omdat er weinig wordt gemeld, deze techniek kan onder de bedrijfsmiddelen F 1400 en A 1401 gemeld worden.

  • F 3190, A 3192, F 3300 en A 3325 zijn van de Milieulijst gehaald omdat er weinig wordt gemeld.

  • A 4110 is van de Milieulijst gehaald omdat deze techniek gangbaar wordt voor grootschalige toepassingen en omdat er betere alternatieven zijn voor de kleinschalige toepassingen, het afvangen van CO2 kan gemeld worden onder bedrijfsmiddel F 4101.

  • F 4120 is van de Milieulijst gehaald omdat er weinig wordt gemeld, deze techniek kan ook onder de bedrijfsmiddelen E 4305 (reductie NOx-emissie) en F 4101 (afvang CO2) gemeld worden.

  • D 4309 en E 4310 zijn van de Milieulijst gehaald omdat ingezet wordt op aardgasvrij verwarmen en milieuvriendelijkere alternatieven beschikbaar zijn.

  • F 4410 is van de Milieulijst gehaald omdat deze techniek gemeld kan worden onder het nieuwe bedrijfsmiddel F 4002.

  • A 4550 is van de Milieulijst gehaald omdat er weinig wordt gemeld, deze techniek kan onder bedrijfsmiddel F 4102 worden gemeld.

  • F 4570 is van de Milieulijst gehaald omdat er weinig wordt gemeld.

  • G 4571 is van de Milieulijst gehaald omdat voldoende marktintroductie is bereikt.

  • B 4584 is van de Milieulijst gehaald omdat er weinig wordt gemeld en bedrijfsmiddel F 4585 een beter alternatief is.

  • F 5210 is van de Milieulijst gehaald omdat dit bedrijfsmiddel onvoldoende aansluit bij de transitie naar kringlooplandbouw, hiernaast wordt er weinig gemeld.

  • B 6213 is van de Milieulijst gehaald vanwege de beperkte meerkosten, hiernaast wordt er weinig gemeld.

Ten opzichte van 2022 zijn de volgende 22 nieuwe bedrijfsmiddelen opgenomen:

Nummer Milieulijst 2023

Bedrijfsmiddel

B 1205

Productieapparatuur voor productie met milieuvriendelijkere grondstoffen (aanpassen bestaande situatie)

E 1581

Distributiekabels met een mantel op basis van gerecycled materiaal

A 2313

Productieapparatuur voor strokenteelt

A 2651

Plasma-installatie voor behandelen van dierlijke mest

G 3117

Elektrisch of waterstof aangedreven truckmixer

F 3333

Systeem voor het voorkomen of verwijderen van aangroei

B 3343

Vuilwatertank voor een vaartuig (aanpassen bestaande situatie)

G 3391

Walstroomaansluiting aan boord van een zeeschip

B 3422

Dual-fuel waterstof aangedreven landbouwtractor

G 3424

Waterstof aangedreven mobiel werktuig

G 3425

Elektrisch aangedreven werktuigendrager

F 4002

Apparatuur voor procesgeïntegreerde emissiereductie (aanpassen bestaande situatie)

A 4316

Accu of biogasaggregaat voor stroomvoorziening van lokale activiteiten

F 4585

Biotricklingsysteem voor het verwijderen van VOS

F 6127

Verdergaand zeer duurzaam nieuw utiliteitsgebouw volgens DGNB International

D 6128

Zeer duurzaam nieuw utiliteitsgebouw volgens DGNB International

F 6222

Circulaire wand- of vloerpanelen met terugnamegarantie

B 6223

Geëxpandeerd cellulose ester spouwmuurisolatie

E 6224

Houtvezelisolatieplaten op basis van reststromen

F 6226

Circulaire binnendeur met terugnamegarantie

E 6320

Demontabel herbruikbaar wandsysteem met vlaskern

A 6321

Cleanroom met herbruikbare wandpanelen en terugnamegarantie

2.2 Bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift

De meeste bedrijfsmiddelen op de Milieulijst 2023 zijn specifiek omschreven: het middel waarmee een bepaald milieudoel moet worden behaald, wordt daarmee aangewezen (middelvoorschrift). Deze bedrijfsmiddelen staan in paragraaf 2a van de Milieulijst. De Milieulijst 2023 bevat hiernaast ook bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift, waarbij alleen een bepaalde milieuprestatie met enkele technische randvoorwaarden wordt geëist. Het bedrijfsleven wordt zo geprikkeld om zelf met innovatieve oplossingen te komen. De mogelijkheden van deze omschrijvingen zijn veelomvattend. De bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift8 zijn opgesomd in paragraaf 2b van de Milieulijst 2023.

Een investering in een bedrijfsmiddel met doelvoorschrift moet gericht zijn op milieubescherming in Nederland. Onder milieubescherming verstaat artikel 2, honderdeneerste lid, van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening: elke maatregel die is gericht op preventie of herstel van aantastingen van de natuurlijke omgeving of de natuurlijke hulpbronnen door de eigen activiteiten van een begunstigde, op beperking van het risico op dergelijke aantastingen, dan wel op aanmoediging van een rationeler gebruik van die hulpbronnen, daaronder begrepen energiebesparende maatregelen en het gebruik van hernieuwbare energiebronnen.

In paragraaf 2b, onder 7, is als voorwaarde opgenomen dat de investering in een bedrijfsmiddel met doelvoorschrift een aanmerkelijk milieuvoordeel moet behalen in relatie tot de bijkomende investeringskosten ten opzichte van het gangbare alternatief voor de investering. Dit omdat de Aanwijzingsregeling niet beoogt investeringen te stimuleren waarbij in relatie tot de kosten weinig milieuwinst behaald wordt. Bij de controle van een melding voor een investering in een bedrijfsmiddel met doelvoorschrift wordt nagegaan of het milieuvoordeel in relatie tot het bijkomende investeringsbedrag ‘aanmerkelijk’ kan worden genoemd door de investering te vergelijken met:

  • wat gangbaar is voor de betreffende toepassing;

  • de bestaande situatie, als sprake is van de aanpassing of vervanging van een bestaande bedrijfsmiddel dat gangbaar is voor de toepassing;

  • andere milieuvriendelijke en innovatieve technieken voor de toepassing;

  • eerder gecontroleerde, vergelijkbare meldingen.

Op deze wijze wordt ook de consistentie in de controles bewaakt.

Tevens geldt voor steun in het kader van milieubescherming het beginsel ‘de vervuiler betaalt’: het beginsel dat de kosten van het bestrijden van de vervuiling moeten worden gedragen door degene die de vervuiling heeft veroorzaakt (artikel 2, honderdentweeëntwintigste lid, van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening).

De steun die voor een investering in een bedrijfsmiddel met doelvoorschrift middels de milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen kan worden verkregen is gebaseerd op de in aanmerking komende kosten. De in aanmerking komende kosten zijn de bijkomende investeringskosten die nodig zijn om het niveau van milieubescherming verder te verhogen dan wat gangbaar is in Nederland. Dit geldt bovenop de eis van artikel 36, vijfde lid, van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening dat de investering verder gaat dan toepasselijke EU-normen of, bij het ontbreken van EU-normen, dat de investering het niveau van milieubescherming verhoogt.

De kosten die niet rechtstreeks verband houden met het behalen van een hoger niveau van milieubescherming komen niet in aanmerking voor steun. De middels MIA/Vamil verkregen steun bedraagt ten hoogste 40% van de in aanmerking komende kosten, of 35% in geval van investeringen ten behoeve van recycling en hergebruik van afval.

Kleine en middelgrote ondernemingen kunnen voor een deel van de bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift respectievelijk 20 en 10 procentpunt meer steun krijgen via MIA/Vamil. Dit vanwege het verdergaand stimuleren van investeringen die bijdragen aan de circulaire economie.

2.3 Grondstoffen- en watergebruik

Het Uitvoeringsprogramma Circulaire Economie 2019-20239 beoogt richting te geven aan het doel om in Nederland in 2050 volledig circulair te zijn. In januari 2023 wordt het Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030 naar de Tweede Kamer gestuurd. Een serie van vier adviesroutes over kunststoffen, de maakindustrie, consumptiegoederen en de bouw over circulaire economie10 vormt de basis voor het programma. Een circulaire economie draagt bij aan vier maatschappelijke opgaven: klimaatverandering, biodiversiteitsverlies, milieuvervuiling en leveringszekerheidsrisico’s. Mede vanwege deze opgaven moet het CE-programma goed samengaan met het klimaatbeleid, de woningbouwopgave, de stikstofproblematiek en de biodiversiteit.

In hoofdstuk 1 van de Milieulijst ligt de nadruk op de ketens ‘Kunststoffen’, ‘Maakindustrie’ en ‘Consumptiegoederen’. Hoofdstuk 6 van de Milieulijst bedient vooral de Bouweconomie. Stikstof en biodiversiteit raken het meest aan hoofdstuk 2 en 5 van de Milieulijst, en met name hoofdstuk 4 ondersteunt de opgaves op het gebied van het klimaatbeleid en luchtkwaliteit. Verderop in deze paragraaf worden deze hoofdstukken toegelicht.

De Milieulijst bevat al een aantal jaren generieke mogelijkheden voor het verduurzamen van productieprocessen en het produceren van duurzamere producten, bijvoorbeeld door middel van het besparen op grondstoffen tijdens het productieproces of het terugbrengen van afval tot grondstoffen. Wat tot nu toe ontbrak was het verduurzamen van productieprocessen door het vervangen van grondstoffen met een relatief hoge, door grondstoffen met een relatief lage milieu-impact (substitutie). Deze mogelijkheid is voor de Milieulijst 2023 wel opgenomen (B 1205).

Investeren in producten gemaakt van gecertificeerde plastics op basis van biomassa werd reeds gestimuleerd met code F 1180. In aanvulling hierop en volgend op de Green Deal ‘Betrouwbaar bewijs voor toepassen kunststofrecyclaat’11 is de Milieulijst uitgebreid met een code voor investeren in distributiekabels met een mantel op basis van gerecycled materiaal (E 1581).

De eisen voor het chemisch verwerken van afvalstoffen (F 1409) zijn gewijzigd waardoor alleen het verwerken tot grondstoffen voor nieuwe producten nog in aanmerking komt voor MIA en Vamil. Steun voor het verwerken tot brandstoffen is niet meer mogelijk omdat dit onvoldoende past bij de transitie naar een circulaire economie.

In onderstaande tabel staan bedrijfsmiddelen uit de andere hoofdstukken dan het hoofdstuk ‘grondstoffen- en watergebruik’ van de Milieulijst 2023, die eveneens aantoonbaar bijdragen aan de doelstellingen van een circulaire economie.

Nummer Milieulijst 2023

Bedrijfsmiddel

B 2111

Kas voor biologische teelt

F 2130

Mechanische of (micro)biologische bestrijdingsapparatuur voor plagen of ziekten in een tuinbouwkas

D 2131

Luisdicht insectengaas met aan- of afvoer van vocht (aanpassen bestaande situatie)

A 2135

Installatie voor het verhogen van de plantweerbaarheid in de glastuinbouw

F 2143

Systeem voor individuele meting van nutriënten

A 2145

Installatie voor het ontzouten van drain(age)water in de glastuinbouw (aanpassing bestaande situatie)

F 2146

Voorzieningen voor nullozing in de glastuinbouw (aanpassen bestaande situatie)

F 2150

Apparatuur voor het opwerken van plantenresten tot grondstof

A 2205

Omgekeerde osmose-installatie voor het verwerken van spuiwater van een biologische luchtwasser

A 2300

Apparatuur of voorzieningen voor het combineren van akkerbouw of veeteelt met bomen en struiken

A 2310

Teeltsysteem voor vollegrondgewassen in de open lucht

A 2313

Productieapparatuur voor strokenteelt

F 2317

Meerjarige kweektrays (aanpassen bestaande situatie)

D 2320

Gps-nauwkeurig meetsysteem voor lokale klimaatgegevens

B 2321

Spuitmachine voor plaatsspecifieke toediening met doponafhankelijke aansturing

B 2322

Plaatsspecifieke bemestingsapparatuur

B 2324

Spuitmachine met detectiesensoren of camera’s voor plaatsspecifieke toediening

B 2326

Meetsensor voor gewasparameters

A 2330

Stoomunit voor planten, uitgangsmateriaal of bloembollen

A 2336

Uv-gewasbeschermingsinstallatie

B 2338

Insectengaas voor de fruitteelt

E 2339

Hagelnetten voor de fruitteelt

F 2342

Volautomatische fusten- of kistenreiniger met gesloten wassysteem

G 2344

Voorziening voor het benutten van effluent in de glastuinbouw of open teelt

A 2346

Chloorbleekloogvrije ontsmettingsinstallatie voor bloembollen (aanpassen bestaande situatie)

B 2347

Kuubkisten voor bloembollen die geen vocht en chemische middelen opnemen

A 2349

Systeem voor het mengen van gewasbeschermingsmiddelen in de spuitleiding

A 2350

Mechanische onkruidbestrijdingsmachine

A 2351

Intrarijwieder

B 2352

Mechanische onkruidtrekker, -knipper of -snijder

A 2353

Precisiezaaimachine met voorzieningen voor sojateelt

A 2354

Flexibel maaibord voor het oogsten van sojabonen

A 2355

Onkruidbestrijdingsmachine op basis van stroom (hoogspanning)

A 2360

Doseereenheid voor vloeibare meststoffen met gps-gestuurde afschakeling per rij

F 2361

Druppelbevloeiingssysteem voor open teelten

A 2375

Mulch-apparatuur

B 2391

Versnipperaar voor kunststofafval van een landbouwbedrijf

F 2430

Productiesysteem voor algen, kroos of (zee)wieren

F 2600

Apparatuur voor lokale verwerking van landbouwgewassen (voorwaartse integratie)

F 2601

Verwerkingsapparatuur voor het beperken van voedselverspilling in de voedingsmiddelenindustrie

F 2605

Apparatuur voor het opwaarderen van plantaardige (rest)stromen tot voedingsmiddelen

F 2613

Verwerkingsapparatuur voor algen, kroos of (zee)wieren

B 2615

Volautomatische optische sorteerinstallatie voor aardappelen, uien of wortelen

B 2620

Hoge druk pasteurisatie-installatie voor conservering van verse levensmiddelen

A 2630

Bevochtigingsapparatuur voor verse voedingsmiddelen in de horeca

A 2631

Automatische voedselafvalmonitor

A 2635

Laserapparaat voor natural branding van groente, fruit en aardappelen

A 2650

Terugwinningsinstallatie voor fosfaat of stikstof uit dierlijke mest

A 2651

Plasma-installatie voor behandelen van dierlijke mest

A 2690

Ozonoxidatie-installatie voor ontsmetting van (opslag)ruimten, lucht of producten in de land- en tuinbouw

F 2700

Productieapparatuur voor vlees-, vis- en zuivelvervangers

F 2714

Apparatuur voor de winning van blad-eiwit

F 2715

Apparatuur voor de winning van eiwit

A 2720

Insectenkweeksysteem

F 2721

Verwerkingsapparatuur voor insecten

F 2722

Verwerkingsapparatuur van laagwaardige plantaardige reststromen tot voedsel voor insectenkweek

F 4100

Productieapparatuur voor het voorkomen van CO2-vorming

F 4101

Apparatuur voor het afscheiden van CO2 voor nuttige toepassing

F 4102

Apparatuur voor het transport van CO2 voor nuttige toepassing

F 4103

Apparatuur voor het binden van CO2

F 4109

Reformer voor waterstofproductie uit een hernieuwbare bron

F 4325

(Biologische) ontzwavelingsinstallatie

F 5121

Zwerfafvalvangsysteem op het water

F 5122

Systeem voor het verbeteren van kwaliteit van maaisel

G 6100

Circulair utiliteitsgebouw

G 6102

Circulaire woning

G 6105

Circulaire woon- of utiliteitsgebouwgevel

A 6212

Duurzame recyclebare POCB- of EPDM-dakbedekking

A 6214

Betontegel van ten minste 75% gerecycled materiaal

D 6215

Lignine-asfalt

F 6216

Geopolymeer betontegel met ten minste 70% gerecycled materiaal

E 6217

Circulaire staalconstructie met terugnamegarantie

B 6218

Isolatiemateriaal van 100% gerecycled polystyreen

A 6219

Kalkhennep op basis van hydraatkalk

D 6220

CO2 gebonden bouwmaterialen met ten minste 40% gerecycled materiaal

A 6221

Gerefurbishte plafondplaten

F 6222

Circulaire wand- of vloerpanelen met terugnamegarantie

B 6223

Geëxpandeerd cellulose ester spouwmuurisolatie

E 6224

Houtvezelisolatieplaten op basis van reststromen

F 6226

Circulaire binnendeur met terugnamegarantie

A 6310

Akoestische panelen van schapenwol

E 6318

Circulaire keuken met terugnamegarantie

A 6319

Modulair herbruikbaar wandsysteem

F 6320

Demontabel herbruikbaar wandsysteem met vlaskern

A 6321

Cleanroom met herbruikbare wandpanelen en terugnamegarantie

F 6325

Circulair matras met terugnamegarantie

F 6340

Composteerbaar vloerkleed met terugnamegarantie

F 6341

Lichtgewicht naaldvilt tapijttegels op basis van gerecycled textiel en biomassa

B 6342

Circulair tapijt met terugnamegarantie

B 6343

Tapijttegels op basis van 80% gerecycled materiaal

A 6344

Tapijttegels of vloerkleed op basis van productie-uitval, restpartijen of gebruikte tapijttegels

C 6410

Cadmium- en fluorvrije zonnepanelen met terugnamegarantie en losmaakbare zonnecellen

F 6446

Decentrale sanitatie-installatie

2.4 Voedselvoorziening en landbouwproductie

Glastuinbouw

Ondernemers die investeren in kassen die voldoen aan de eisen van het Certificatieschema Groen Label Kas 15 en kassen met een SKAL biocertificaat kunnen in 2023 opnieuw gebruik maken van MIA/Vamil. Voor de Groen Label kassen wordt voor wat betreft de maximale bedragen die in aanmerking komen voor MIA/Vamil onderscheid gemaakt tussen nieuwe en bestaande kassen.

In het kader van het Uitvoeringsprogramma Toekomstvisie gewasbescherming 2030 wordt luisdicht insectengaas voor bestaande kassen uitgebreid met insectengaas dat direct over de gewassen is aangebracht (D 2131). Daarnaast wordt de Milieulijst uitgebreid met meer mogelijkheden tot mechanische bestrijding van ziekten en plagen in de kas (F 2130).

Veehouderij

Als gevolg van de voorgenomen stikstofmaatregelen zijn er in de Milieulijst 2023 een aantal wijzigingen doorgevoerd voor MIA/Vamil-steun aan investeringen in duurzame stallen. Het kabinet zet in op grondgebonden melkveehouderij. Als gevolg daarvan komen investeringen in duurzame melkveestallen (A 2210 en F 2212) alleen nog in aanmerking voor MIA/Vamil wanneer de betreffende veehouder kan aantonen dat de investering een grondgebonden veehouderij betreft. Investeringen in duurzame varkensstallen (A 2220 en A 2221) en duurzame pluimveestallen (A 2230 en A 2231) komen alleen in aanmerking wanneer het aantal gehouden dieren niet toeneemt. Daarnaast geldt voor alle stallen dat een omgevingsvergunning op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en vergunning op grond van de Wet natuurbescherming aanwezig moeten zijn, mocht vanuit de wetgeving een dergelijke vergunning vereist zijn.

Investeringen in zogenaamde megastallen komen niet meer in aanmerking voor MIA en Vamil omdat deze niet passen binnen de beoogde transitie naar een duurzame landbouwsector. Nieuwe varkens- en pluimveestallen op een nieuwe locatie komen eveneens niet meer in aanmerking voor MIA/Vamil, tenzij het om verplaatsing van een bestaand bedrijf gaat.

Er komt een nieuwe techniek voor het bewerken van mest met plasmatechnologie in aanmerking voor MIA/Vamil (A 2651).

De Maatlat Schoon Erf wordt niet gecontinueerd, waardoor steun aan investeringen in een integraal schoon erf volgens deze maatlat vervalt. Hiervoor in de plaats worden verschillende op zichzelf staande investeringen die erfafspoeling tegengaan gestimuleerd (B 2341).

Productie en verwerking van algen, kroos of (zee)wieren

De code ‘Productiesysteem voor algen, kroos of (zee)wieren’ is niet langer beperkt tot humane voedingsproducten, diervoeders en biostimulanten. Materiaaltoepassingen zijn nu ook mogelijk. Toepassing als grondstof in brandstoffen, geneesmiddelen, voedingssupplementen en cosmeticaproducten blijft wel uitgesloten. Aangezien het doel daarmee breder is geworden dan eiwittransitie is de code verplaatst van paragraaf 2.7 naar paragraaf 2.4 (F 2430).

De code ‘Verwerkingsapparatuur voor algen, kroos of (zee)wieren’ is daarom ook verplaatst naar paragraaf 2.6, bedoeld voor verwerkingsapparatuur voor agrarische producten (F 2613). Productieapparatuur voor grondstoffen of producten op basis van biomassa kwam reeds in aanmerking onder code F 1100 van de Milieulijst en dat blijft het geval.

Eiwittransitie en kringlooplandbouw

Om de eiwittransitie een impuls te geven, stimuleert MIA/Vamil met code F 2700 niet meer alleen productieapparatuur voor het produceren van vleesvervangers maar ook productieapparatuur voor vis- en zuivelvervangers.

2.5 Mobiliteit

De Milieulijst 2023 ondersteunt met elektriciteit en waterstof aangedreven voertuigen en mobiele werktuigen. Om de mogelijkheden voor steun uit te breiden zijn de dual-fuel waterstoflandbouwtractor (B 3422), het waterstof aangedreven mobiel werktuig (G 3424), de elektrische werktuigendrager (G 3425) en de elektrische en waterstof truckmixer (G 3117) opgenomen. Ook de mogelijkheden voor een zeer duurzame motor voor een vaartuig (F 3321) zijn uitgebreid, waardoor verbrandingsmotoren die werken op waterstof of methanol nu ook in aanmerking komen.

Naast extra mogelijkheden voor met elektriciteit en waterstof aangedreven voertuigen en werktuigen is het systeem voor het voorkomen of verwijderen van aangroei (F 3333) op de Milieulijst gezet. Bij schepen wordt hiervoor meestal nog koper gebruikt dat in het oppervlaktewater terechtkomt. Bij dit systeem is geen koper meer nodig.

Bij mobiele werktuigen is de eis omtrent de bestuurdersplaats aangescherpt. De bestuurdersplaats mag niet meer afneembaar zijn.

De mogelijkheden voor oplaadpunten (G 3710, G 3720 en F 3721) zijn uitgebreid. Deze mogen naast voor eigen voertuigen ook worden gebruikt voor voertuigen die voor eigen gebruik worden ingezet. Dit kunnen ook gehuurde voertuigen zijn.

2.6 Klimaat en lucht

Sinds de ondertekening van het Schone Lucht Akkoord in 2020 heeft zich volgens de voortgangsmeting van het RIVM in maart 2022 een positieve ontwikkeling ingezet. Volgens het RIVM levert die ontwikkeling in 2030 47% gezondheidswinst op ten opzichte van 2016. Met de steunmogelijkheden in hoofdstuk 4 richt de Milieulijst zich vooral op industrie. Hoofdstuk 3 ondersteunt onder andere het verlagen van luchtemissies door scheepvaart en wegverkeer en hoofdstuk 2 omvat steunmogelijkheden voor het verbeteren van luchtkwaliteit door maatregelen in de landbouwsector.

Voor de industrie biedt de MIA/Vamil in 2023 meer steunmogelijkheden voor het reduceren van stikstofemissies. Bij het reduceren van de uitstoot van stikstof en andere schadelijke stoffen in de industrie heeft procesgeïntegreerde aanpak de voorkeur. Aanpassing van bestaande productieprocessen is nodig om emissies aan de bron te voorkomen of verminderen (F 4002). Specifiek voor stikstofreductie staat ook de NOx-emissie reducerende techniek (F 4305) op de Milieulijst, die naast procesaanpassing ook additionele (nageschakelde) voorzieningen toestaat. Het maximaal te melden investeringsbedrag voor dit bedrijfsmiddel is verhoogd van € 500.000 naar € 2 miljoen.

Druktorens voor waterloze offset kunnen gemeld worden onder de nieuwe code F 4002, waardoor code A 4550 komt te vervallen. Verder verdwijnen ook textielreinigingssystemen met CO2 (F 4570) en natreinigingssystemen (G 4571) van de Milieulijst.

Een biotricklingsysteem (F 4585) vermindert de emissie van stikstof en fijnstof, heeft een lager gasverbruik en vormt daarmee een uitstekend alternatief voor een thermische naverbrander. Verplaatsbare accu’s en biogasaggregaten voor lokale stroomvoorziening met een vermogen van 2 tot 30 kVA (A 4316) bieden een goed alternatief voor benzine- of dieselaggregaten. Accu’s met een hoger vermogen komen in aanmerking voor EIA.

Gasgestookte verwarmingsketels met een lage stikstofemissie (D 4309 en E 4310) verdwijnen van de Milieulijst, omdat meer wordt ingezet op aardgasvrij verwarmen. Verder worden deze ketels hoofdzakelijk gebruikt voor ruimteverwarming en daarvoor zijn inmiddels milieuvriendelijkere alternatieven beschikbaar. De grotere (industriële) verwarmingsketels met voorzetbrander (B 4311 en B 4312) blijven nog wel op de Milieulijst staan. Verder is CO2 afvang voor afvalverbrandingsinstallaties verwijderd van de Milieulijst (F 4101), omdat het verbranden van materialen onderaan in de R-ladder met strategieën van circulariteit staat. Ook de productie van waterstof uit fossiele bronnen past niet meer in het stimuleringsbeleid en is vervallen per 2023. Waterstofproductie uit hernieuwbare bronnen blijft wel op de Milieulijst staan.

Koelsystemen met water als koudemiddel (F 4240) zijn belangrijk voor het voorkomen van het gebruik van koudemiddelen die bijdragen aan de klimaatproblematiek. De omschrijving van F 4240 is verbreed zodat ook klimaatsystemen op basis van dauwpuntkoeling in aanmerking komen.

2.7 Ruimtegebruik

Het lokaal vasthouden en benutten van regenwater levert een bijdrage aan het tegengaan van verdroging en verzilting en biedt tegelijkertijd verlichting voor de druk op drinkwaterbedrijven. Naast steun voor regenwaterbenutting in de industrie biedt de Milieulijst 2023 daarom ook mogelijkheden voor regenwaterbenutting in gebouwen. Regenwaterbenutting (D 5346) is daarmee verhuisd van hoofdstuk 1 naar hoofdstuk 5 van de Milieulijst.

2.8 Gebouwde omgeving

De Milieulijst ondersteunt de transitie naar een duurzame en toekomstbestendige gebouwde omgeving.

Circulaire utiliteitsgebouwen en woningen

De bedrijfsmiddelen voor circulaire utiliteitsgebouwen en woningen zijn aangepast. De eisen met betrekking tot de Nationale Milieudatabase zijn vervangen door eisen aan de hoeveelheid hernieuwbare, hergebruikte en demontabele en herbruikbare materialen die toegepast worden in het gebouw. Hiermee wordt een meetbare minimale bijdrage aan het creëren van circulaire materiaalketens vereist.

Duurzame en zeer duurzame utiliteitsgebouwen

De bedrijfsmiddelen voor duurzame gebouwen volgens GPR, BREEAM en LEED zijn geactualiseerd. Daarnaast zijn de opties voor de eisen met betrekking tot het dak van een gebouw met een industriefunctie uitgebreid.

Ook zijn er aan de Milieulijst van 2023 twee nieuwe bedrijfsmiddelen voor duurzame gebouwen volgens de Duitse certificatiemethode DGNB (Deutsche Gesellschaft für Nachhaltiges Bauen) van de German Sustainable Building Council toegevoegd. Deze nieuwe bedrijfsmiddelen zijn opgenomen vanwege de toenemende belangstelling voor deze certificatiemethode vanuit de markt en biedt ondernemers meer keuzevrijheid qua methodiek.

Duurzame bouwmaterialen en inrichting

Ten opzichte 2022 is er een aantal nieuwe bedrijfsmiddelen voor duurzame bouwmaterialen en inrichting opgenomen op de Milieulijst. Het gaat om circulaire wand- of vloerpanelen (D 6222), spouwmuurisolatie van geëxpandeerd cellulose ester (E 6233), houtvezelisolatieplaten van reststromen (E 6224), circulaire binnendeuren (A 6266), demontabel wandsysteem met vlaskern (E 6320) en herbruikbare cleanrooms (B 6321). De code voor circulaire keukens is gewijzigd (E 6318) waardoor meer verschillende configuraties in aanmerking komen voor steun. De code voor sloophout (B 6213) is komen te vervallen omdat niet kan worden geborgd dat steun voor dit bedrijfsmiddel verenigbaar is met de Europese steunregels.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, V.L.W.A. Heijnen


X Noot
1

Coalitieakkoord 2021 – 2025, Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst, 15 december 2021, p. 47.

X Noot
4

SA.43918(2015/XA); SA.44328; SA.44329.

X Noot
6

Kamerstukken II 2009/10, 29 279, nr. 114 en Kamerstukken II 2012/13, 29 362, nr. 224.

X Noot
7

Aanwijzing nr. 4.17 van de Aanwijzingen voor de regelgeving.

X Noot
8

rvo.nl/miavamil onder ‘Voorwaarden’ en vervolgens ‘Voorwaarden bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift’.

X Noot
11

greendeals.nl/green-deals/green-deal-betrouwbaar-bewijs-voor-toepassen-van-kunststof-recyclaat

Naar boven