Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat en de Minister van Defensie van 25 oktober 2022, nr. IENW/BSK-2022/216009, houdende wijzigingen in de Activiteitenregeling milieubeheer, de Regeling burgerluchthavens, de regeling geluidemissie buitenmaterieel en enkele andere regelingen vanwege de invoering van de Omgevingswet (verzamelwijziging IenW vanwege invoering Ow 2022)

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat en de Minister van Defensie;

Gelet op de artikelen 2, aanhef en onder d, 3, eerste en tweede lid, en 4 van de Kaderwet subsidies Verkeer en Waterstaat, artikel 7.23, tweede lid, van de Waterwet, de artikelen 8.32 en 10.14, eerste lid, van de Wet luchtvaart,artikel 10.50 van de Wet milieubeheer, artikel 3, tweede en derde lid, van de Wet taken meteorologie en seismologie, de artikelen 1.1, derde lid, en 5.47 van het Activiteitenbesluit milieubeheer, artikel 3, vierde lid, van het Besluit burgerluchthavens, artikel 2.8 van het Besluit genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013en de artikelen 1.1.1, eerste lid, en 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit;

BESLUITEN:

ARTIKEL I (ACTIVITEITENREGELING MILIEUBEHEER)

De Activiteitenregeling milieubeheer wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1.3b, tweede lid, wordt ‘1 januari 2025’ vervangen door ‘1 januari 2023’.

B

Artikel 5.37 komt te luiden:

Artikel 5.37

Aan artikel 5.46, eerste lid, onder b, van het besluit wordt in ieder geval voldaan als de emissies van de droogtrommel en de installatie voor de productie van asfalt worden afgezogen en door een filtrerende afscheider worden gevoerd die in goede staat van onderhoud verkeert, periodiek wordt gecontroleerd en zo vaak als voor de goede werking nodig is, wordt schoongemaakt en vervangen.

ARTIKEL II (REGELING BURGERLUCHTHAVENS)

In bijlage 2, paragraaf 6.1, onder 2, bij de Regeling burgerluchthavens wordt ‘bestemmingsplan’ vervangen door ‘omgevingsplan’.

ARTIKEL III (REGELING GELUIDEMISSIE BUITENMATERIEEL)

In de Regeling geluidemissie buitenmaterieel wordt na artikel 1 een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 1a

Deze regeling berust mede op artikel 21.6, vierde lid, van de Wet milieubeheer.

ARTIKEL IV (REGELING GELUIDWERENDE VOORZIENINGEN 1997)

Artikel 1, derde lid, van de Regeling geluidwerende voorzieningen 1997 vervalt.

ARTIKEL V (REGELING GELUIDWERENDE VOORZIENINGEN MILITAIRE LUCHTHAVENS 2015)

In artikel 1 van de Regeling geluidwerende voorzieningen militaire luchthavens 2015 vervallen het tweede lid alsmede de aanduiding ‘1’ voor het eerste lid.

ARTIKEL VI (REGELING GENETISCH GEMODIFICEERDE ORGANISMEN MILIEUBEHEER 2013)

De Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 wordt als volgt gewijzigd:

A

In bijlage 1, eerste alinea, onder ‘Overbrenging en vervoer van genetisch gemodificeerde organismen’ wordt ‘inrichting’ vervangen door ‘instelling’.

B

In bijlage 5 komt inschalingsartikel 5.8 te luiden:

5.8. Activiteiten met zeer veilige genetisch gemodificeerde organismen

  • a. Activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen die op grond van de criteria opgenomen in bijlage 6 mogelijk geschikt zijn voor activiteiten onder laboratoriumcondities op S-I.

Inschaling: S-III.

  • b. Activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen van bijlage 11.

Inschaling: S-I.

C

Bijlage 9 wordt als volgt gewijzigd:

1. In 9.2.2.1., onder d, wordt ‘instelling’ vervangen door ‘voorziening’.

2. In 9.4.1.1., onder c, en 9.4.1.2., onder q, wordt ‘inrichting’ vervangen door ‘instelling’.

ARTIKEL VII (REGELING MELDEN BEDRIJFSAFVALSTOFFEN EN GEVAARLIJKE AFVALSTOFFEN)

Artikel 6i van de Regeling melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen komt te luiden:

Artikel 6i

Deze regeling berust op de artikelen 10.50 van de Wet milieubeheer voor zover het artikel 5 betreft, en 9.2.2.1, derde lid, van de Wet milieubeheer voor zover het artikel 3, tweede en vijfde lid, betreft, en op de artikelen 2, derde lid, 3, zevende lid, 5, derde lid, 10, zesde lid, 10a, vijfde lid, 12c, eerste en derde lid, 12e, tweede lid, 12i en 12j van het Besluit melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen.

ARTIKEL VIII (REGELING OVERIGE PYROTECHNISCHE ARTIKELEN)

In artikel 1 van de Regeling overige pyrotechnische artikelen komt de begripsbepaling ‘markttoezichthouder’ te luiden:

markttoezichthouder:

ingevolge artikel 18.1a, eerste lid, van de Wet milieubeheer juncto artikel 18.6, eerste lid, van de Omgevingswet aangewezen personen, die handelen in het kader van het markttoezicht;.

ARTIKEL IX (REGELING SUBSIDIES HOOGWATERBESCHERMING 2014)

Artikel 6, vierde lid, van de Regeling subsidies hoogwaterbescherming 2014 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a wordt ‘welke voorkeursbeslissing’ vervangen door ‘welk voorkeursalternatief’.

2. In onderdeel b, onder het tweede gedachtestreepje, wordt ‘de voorkeursbeslissing’ vervangen door ‘het voorkeursalternatief’.

ARTIKEL X (REGELING TAKEN METEOROLOGIE EN SEISMOLOGIE)

Artikel 9, eerste lid, onder a, van de Regeling taken meteorologie en seismologie komt te luiden:

  • a. zodra te verwachten is dat een alarmeringspeil wordt overschreden of deze daadwerkelijk wordt overschreden als bedoeld in artikel 19.10, derde lid, van de Omgevingswet;.

ARTIKEL XI (REGELING VERMINDERING VERHUURDERHEFFING 2014)

Artikel 2, derde lid, van de Regeling vermindering verhuurderheffing 2014 komt te luiden:

  • 3. Het energielabel, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, is vastgesteld en afgegeven op de wijze, bedoeld in artikel 5.5, derde lid, van de Omgevingsregeling.

ARTIKEL XII (TIJDELIJKE REGELING IMPLEMENTATIE ARTIKEL 47, TWEEDE LID, RICHTLIJN 2013/29/EU INZAKE HET OP DE MARKT AANBIEDEN VAN PYROTECHNISCHE ARTIKELEN)

In de Tijdelijke regeling implementatie artikel 47, tweede lid, Richtlijn 2013/29/EU inzake het op de markt aanbieden van pyrotechnische artikelen wordt na artikel 1 een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 1a

Deze regeling berust mede op artikel 21.6, vierde lid, van de Wet milieubeheer.

ARTIKEL XIII (TIJDELIJKE REGELING IMPLEMENTATIE ARTIKELEN 8 EN 14 RICHTLIJN ENERGIE-EFFICIËNTIE)

In de Tijdelijke regeling implementatie artikelen 8 en 14 Richtlijn energie-efficiëntie wordt na artikel 1 een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 2

Deze regeling berust mede op artikel 21.6, vierde lid, van de Wet milieubeheer.

ARTIKEL XIV (INWERKINGTREDING)

  • 1. Deze regeling treedt in werking op een bij ministerieel besluit te bepalen tijdstip, met uitzondering van artikel I.

  • 2. Artikel I treedt in werking met ingang van 1 oktober 2022.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, M.G.J. Harbers

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, V.L.W.A. Heijnen

De Minister van Defensie, K.H. Ollongren

TOELICHTING

Algemeen

Deze verzamelwijziging bevat reparaties en technische wijzigingen in de Activiteitenregeling milieubeheer, de Regeling burgerluchthavens, de Regeling geluidemissie buitenmaterieel, de Regeling geluidwerende voorzieningen 1997, de Regeling geluidwerende voorzieningen militaire luchthavens 2015, de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013, de Regeling melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen, de Regeling overige pyrotechnische artikelen, de Regeling subsidies hoogwaterbescherming 2014, de Regeling taken meteorologie en seismologie, de Regeling vermindering verhuurderheffing 2014, de Tijdelijke regeling implementatie artikel 47, tweede lid, Richtlijn 2013/29/EU inzake het op de markt aanbieden van pyrotechnische artikelen en de Tijdelijke regeling implementatie artikelen 8 en 14 Richtlijn energie-efficiëntie.

De wijzigingen betreffen wijzigingen die samenhangen met de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Artikelsgewijs

Artikel I (Activiteitenregeling milieubeheer)

Onderdeel A

De overgangsperiode voor de stoffen, bedoeld in het tweede lid van artikel 1.3b, liep tot 1 januari 2025. Deze overgangsperiode is in het stelsel van de Omgevingswet teruggebracht tot 1 jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet. Dat betekent dat de overgangstermijn 1 januari 2023 zou moeten zijn, gezien de eerdere inwerkingtredingsdatum van de Omgevingswet per 1 januari 2022. Met deze wijzigingsregeling is in de Activiteitenregeling deze datum als overgangsdatum overgenomen, zoals aangekondigd in de brief aan de Tweede Kamer van 15 november 2021.1 Dit is in het belang van het terugdringen van de emissies van zeer zorgwekkende stoffen waarbij vanaf 1 januari 2023 aan strengere normen moet worden voldaan. Het voornemen van het inkorten van de overgangstermijn is in 2018 en 2019 gecommuniceerd met betrokken partijen.

Onderdeel B

In dit onderdeel van de verzamelwijziging vervalt de erkende maatregel uit het eerste lid van artikel 5.37 van de Activiteitenregeling milieubeheer. De reden hiervoor is dat met deze erkende maatregel (voldoen aan BRL 9320) niet wordt voldaan aan het bijbehorende doelvoorschrift uit artikel 5.46, eerste lid, onder a, van het Activiteitenbesluit milieubeheer met betrekking tot de emissie-eis van Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (hierna: PAK’s).

Achtergrond van de wijziging is de volgende. In 2021 ontvang het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een brief2 van Kiwa Nederland BV namens het Gezamenlijk College van Deskundigen Asfalt (GCvD Asfalt), dat de certificering van asfaltcentrales uitvoert. In die brief uitte het GCvD Asfalt sterke twijfels over de erkende maatregel voor emissies van PAK’s bij asfaltcentrales, welke maatregel was opgenomen in het eerste lid van artikel 5.37 van de Activiteitenregeling milieubeheer. In de praktijk bleek namelijk dat de erkende maatregel niet waarborgde dat aan de emissiegrenswaarde van PAK’s werd voldaan.

De overtuiging was dat indien asfaltcentrales de acceptatieprocedure voor oud asfalt (gebaseerd op de CROW-publicatie ‘Omgaan met vrijkomend asfalt’3) toepasten, waardoor aan de kwaliteitseisen voor asfalt en asfaltgranulaat volgens de beoordelingsrichtlijn BRL 9320 zou worden voldaan, de emissies van PAK’s ver onder de geldende emissiegrenswaarden zouden blijven. Gebleken is echter dat ondanks dat de asfaltcentrales voldeden aan de gestelde kwaliteitseisen uit de BRL 9320, een overschrijding van de aangescherpte emissiegrenswaarde voor PAK’s plaatsvond.

De erkende maatregel vormde daarmee een beperking op het handhaven door het bevoegd gezag. Zo konden vergunningverleners bijvoorbeeld geen monitoringsverplichting opleggen voor PAK’s en kon evenmin worden gehandhaafd op overschrijdingen van de emissienorm. Om die reden is met deze verzamelwijziging het eerste lid van artikel 5.37 van de Activiteitenregeling milieubeheer vervallen. De afgelopen jaren is hierover uitgebreid gecommuniceerd met de stakeholders: asfaltcentrales, Bouwend Nederland/VBW Asfalt en omgevingsdiensten en gemeenten. Tevens is de Kamer hierover geïnformeerd.4

Het vervallen van de erkende maatregel heeft als gevolg dat een meetverplichting opgelegd kan worden aan het bedrijf voor PAK’s, waar voorheen geen meetverplichting gold en deze niet via maatwerk kon worden opgelegd. Met het vervallen van de erkende maatregel gaan de monitoringseisen en maatwerkmogelijkheden uit artikel 2.8 van het Activiteitenbesluit milieubeheer voor PAK’s gelden.

Aan het vervallen van de erkende maatregel is geen overgangsrecht verbonden. Dit betekent dat de asfaltindustrie met de inwerkingtreding van dit artikel per direct moet voldoen aan de emissiegrenswaarde uit artikel 5.46, eerste lid, onder a, van het Activiteitenbesluit milieubeheer. De reden hiervoor is dat de wijziging lang in voorbereiding is geweest, waardoor ondernemers zich hierop reeds hebben kunnen voorbereiden. Bovendien is het noodzakelijk dat het lokale bevoegde gezag kan gaan handhaven op situaties waar de emissienorm wordt overtreden.

Artikel II (Regeling burgerluchthavens)

Dit betreft een technische aanpassing aan de terminologie van de Omgevingswet.

Artikel III en VI tot en met XIII

Deze artikelen bevatten herstel van verschrijvingen en technische wijzigingen in de Regeling geluidemissie buitenmaterieel, de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013, de Regeling melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen, de Regeling overige pyrotechnische artikelen, de Regeling taken meteorologie en seismologie, de Regeling vermindering verhuurderheffing 2014, de Tijdelijke regeling implementatie artikel 47, tweede lid, Richtlijn 2013/29/EU inzake het op de markt aanbieden van pyrotechnische artikelen en de Tijdelijke regeling implementatie artikelen 8 en 14 Richtlijn energie-efficiëntie.

Voor wat betreft de Regeling geluidemissie buitenmaterieel, de Tijdelijke regeling implementatie artikel 47, tweede lid, Richtlijn 2013/29/EU inzake het op de markt aanbieden van pyrotechnische artikelen en de Tijdelijke regeling implementatie artikelen 8 en 14 Richtlijn energie-efficiëntie geldt dat als gevolg van de Invoeringswet Omgevingswet de leden van artikel 21.6 van de Wet milieubeheer zijn vernummerd: het zesde lid is vernummerd tot het vierde lid. In verband met deze vernummering moet de grondslag van de betreffende regelingen worden aangevuld met artikel 21.6, vierde lid, van de Wet milieubeheer.5

Artikel IV (Regeling geluidwerende voorzieningen 1997) en artikel V (Regeling geluidwerende voorzieningen militaire luchthavens 2015)

In de Aanvullingsregeling geluid Omgevingswet6 is in de artikelen 2.1 en 2.2 van Hoofdstuk 2 voorzien in een aanvulling van de artikelen 1 van de Regeling geluidwerende voorzieningen 1997 en van de Regeling geluidwerende voorzieningen militaire luchthavens 2015. Die aanvulling betreft een bepaling over de stand van ventilatieopeningen en mechanische ventilatie bij het meten van de geluidsbelasting van gebouwen door vliegtuigen. Uit nader onderzoek door het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum is gebleken dat die aanvulling niet correct is.

De norm NEN 5077, waarnaar in de regelingen wordt verwezen voor de bepalingsmethode van geluidisolatie door middel van metingen, bevat meetvoorschriften voor verschillende vormen van geluidisolatie: geluidwering van uitwendige scheidingsconstructies, luchtgeluidisolatie, contactgeluidisolatie en geluidniveaus veroorzaakt door installaties. Voor het bepalen van ieder van deze vormen van geluidisolatie is het van belang dat andere geluiden de meetresultaten niet verstoren. Om deze reden bevat de NEN 5077 voorschriften voor de standen van ventilatieopeningen en -systemen. De hiervoor genoemde aanvulling schrijft voor dat ventilatieopeningen altijd geopend moeten zijn en de mechanische ventilatie altijd aan moet staan. Aangezien dat evenwel de kans op de omschreven verstoringen aan geluidisolatiemetingen vergroot, vervallen de bedoelde wijzigingen.

Artikel XIV (Inwerkingtreding)

De inwerkingtreding van de artikelen in deze verzamelwijziging, met uitzondering van artikel I, wordt geregeld bij ministerieel besluit. Dit ministerieel besluit regelt de volgorde van inwerkingtreding van meerdere regelingen die in relatie staan tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Omdat dit niet geldt voor de wijziging van artikel I treedt die in werking op een vast verandermoment, zijnde 1 oktober 2022.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, M.G.J. Harbers

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, V.L.W.A. Heijnen

De Minister van Defensie, K.H. Ollongren


X Noot
1

Kamerstukken II, 2021–2022, 28 089, nr. 209, p. 3.

X Noot
4

Brief van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat van 7 juli 2022 aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten Generaal (https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2022/07/07/stand-van-zaken-asfaltcentrales).

X Noot
5

Stb. 2020, 172.

Naar boven