Regeling van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 17 augustus 2022, nummer 4123685, houdende wijziging van het Voorschrift Vreemdelingen 2000 in verband met het aanpassen van de doelgroep ontheemden uit Oekraïne, waaraan tijdelijke bescherming wordt verleend (honderdnegenenzeventigste wijziging)

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

Gelet op artikel 3.1a, eerste lid, aanhef en onderdeel e, van het Vreemdelingenbesluit 2000;

Besluit:

ARTIKEL I

Het Voorschrift Vreemdelingen 2000 wordt als volgt gewijzigd:

A

De opschriften voor artikel 3.1 komen te luiden:

Hoofdstuk 3. Verblijf

Afdeling 1. Rechtmatig verblijf
Paragraaf 1. Bescheiden rechtmatig verblijf

B

Na artikel 3.9 wordt een paragraaf ingevoegd, luidende:

Paragraaf 2. Tijdelijke bescherming

Artikel 3.9a
  • 1. Als vreemdelingen, bedoeld in artikel 3.1a, eerste lid, aanhef en onder e, van het Besluit, zijn aangewezen vreemdelingen die:

    • a. de Oekraïense nationaliteit hebben en die na 26 november 2021 Oekraïne zijn ontvlucht of die in de periode van 27 november 2021 tot en met 23 februari 2022 naar het grondgebied van de Europese Unie zijn gereisd;

    • b. de Oekraïense nationaliteit hebben en die kunnen aantonen dat zij in de periode vóór 27 november 2021 feitelijk al in Nederland verbleven; of

    • c. beschikken over een op 23 februari 2022 geldige Oekraïense verblijfsvergunning en ten aanzien van wie aannemelijk is dat zij Oekraïne na 26 november 2021 hebben verlaten.

  • 2. Artikel 3.1a, eerste lid, aanhef en onder b tot en met d, van het Besluit, is van overeenkomstige toepassing op familieleden van vreemdelingen als bedoeld in het eerste lid.

C

Artikel 3.9a, eerste lid, onder c, komt te luiden:

  • c. beschikken over een op 23 februari 2022 geldige Oekraïense permanente verblijfsvergunning en ten aanzien van wie:

    • 1°. aannemelijk is dat zij Oekraïne na 26 november 2021 hebben verlaten; en

    • 2°. niet is gebleken dat zij na 23 februari 2022 naar het land van herkomst zijn teruggekeerd.

ARTIKEL II

Artikel 3.9a, eerste lid, aanhef en onder c, zoals dat luidde tot 19 juli 2022, blijft tot 4 maart 2023 van toepassing op vreemdelingen:

  • a. die niet beschikken over een op 23 februari 2022 geldige Oekraïense permanente verblijfsvergunning; en

  • b. die vóór 19 juli 2022 stonden ingeschreven in de BRP.

ARTIKEL III

  • 1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

  • 2. De onderdelen A en B van artikel I werken terug tot en met 4 maart 2022.

  • 3. Onderdeel C van artikel I werkt terug tot en met 19 juli 2022.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 17 augustus 2022

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, E. van der Burg

TOELICHTING

Algemeen

Deze regeling tot wijziging van het Voorschrift Vreemdelingen 2000 bevat de aanwijzing van de groepen vreemdelingen aan wie naast de categorieën ontheemden die onder het in artikel 5, derde lid, van de richtlijn tijdelijke bescherming1 bedoelde besluit van de Raad2 vallen, tijdelijke bescherming krachtens deze richtlijn wordt geboden ingeval dezen om dezelfde redenen ontheemd zijn en uit hetzelfde land of dezelfde regio van oorsprong komen (artikel 7, eerste lid, van de richtlijn tijdelijke bescherming).

Artikelsgewijs

Artikel I, onderdelen A en B

In de brief van 30 maart 20223 aan de Tweede Kamer staan de categorieën vreemdelingen die onder de bescherming van de richtlijn tijdelijke bescherming zijn gebracht vermeld. Om alle categorieën in algemeen verbindende voorschriften op te nemen, worden op grond van artikel 3.1a, eerste lid, aanhef en onder e, van het Vreemdelingenbesluit 2000 een aantal categorieën toegevoegd in het via onderdeel B in het Voorschrift Vreemdelingen 2000 ingevoegde artikel 3.9a. In het tweede lid van dat nieuwe artikel worden familieleden van vreemdelingen die vallen onder het eerste lid overeenkomstig artikel 3.1a, eerste lid, onderdelen b tot en met d, van het Vreemdelingenbesluit 2000 onder de richtlijn tijdelijke bescherming gebracht. Ingevolge artikel III, tweede lid, werkt het nieuwe artikel 3.9a terug tot en met 4 maart 2022, de datum waarop het Raadsbesluit in werking is getreden.

Artikel I, onderdeel C

Op 18 juli 2022 is de Tweede Kamer geïnformeerd4 over de aanpassing van de doelgroep die valt onder de richtlijn tijdelijke bescherming. In de in onderdeel C opgenomen wijziging van artikel 3.9a, die ingevolge artikel III, derde lid, geldt met ingang van 19 juli 2022, is deze aanpassing van de doelgroep verwerkt. Kern van deze wijziging is dat vreemdelingen met een tijdelijke verblijfsvergunning in Oekraïne die op 19 juli 2022 nog niet waren ingeschreven in de Basisregistratie personen niet meer in aanmerking komen voor tijdelijke bescherming.

Artikel II

In de hierboven genoemde brief van 18 juli 2022 aan de Tweede Kamer is tevens vermeld dat voor de ontheemden met een geldige Oekraïense tijdelijke verblijfsvergunning die reeds ingeschreven zijn in de BRP voor 19 juli 2022, geldt dat hun tijdelijke bescherming op 4 maart 2023 wordt beëindigd.

Ervan uitgaande dat de tijdelijke bescherming eindigt op het moment dat de grondslag hiervoor komt te vervallen, dient er derhalve een overgangsregeling te komen voor vreemdelingen met een geldige tijdelijke verblijfsvergunning in Oekraïne die voor 19 juli 2022 in de BRP waren ingeschreven. Voor hen blijft de tekst van artikel 3.9a, eerste lid, aanhef en onder c, zoals die luidde tussen 4 maart 2022 en 19 juli 2022 tot 4 maart 2023 van toepassing.

Artikel III

Aan artikel I, onderdelen A en B wordt terugwerkende kracht verleend tot en met het moment (4 maart 2022) waarop het Raadsbesluit in werking is getreden.

Aan artikel I, onderdeel C wordt terugwerkende kracht verleend tot en met 19 juli 2022, zijnde de datum waarop vreemdelingen met een tijdelijke Oekraïense verblijfsvergunning, onverlet de overgangsregeling in artikel II, niet meer in aanmerking komen voor tijdelijke bescherming.

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, E. van der Burg


X Noot
1

Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van een massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequentie van de opvang van deze personen (PbEG 2001, L 212)

X Noot
2

Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van de Raad van 4 maart 2022 tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van Richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan (PbEU 2022, L 71/1)

X Noot
3

Kamerstukken II 2021/22, 19 637 en 36 045, nr. 2839

X Noot
4

Kamerstukken II 2021/22, 19 637 en 36 045, nr. 2945

Naar boven