Regeling van de Minister van Justitie en Veiligheid van 11 juli 2022, nr. 4098572, houdende een specifieke uitkering voor gemeenten in verband met de versterking van de lokale integrale aanpak van radicalisering, extremisme en terrorisme in 2023 – 2026

De Minister van Justitie en Veiligheid,

Gelet op artikel 17, vijfde lid, van de Financiële-verhoudingswet;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Eenjarig project:

een project met een duur van maximaal één jaar gericht op de lokale integrale aanpak van radicalisering, extremisme en terrorisme, niet zijnde een preventieproject;

Basis op orde taken:

een pakket taken dat de basis is voor de lokale integrale aanpak van radicalisering, extremisme en terrorisme als bedoeld in artikel 2;

hoofdaanvrager:

de gemeente die mede namens andere gemeenten in zijn regio een aanvraag indient;

preventieproject:

een preventieproject van een gemeente als bedoeld in artikel 3, derde lid:

minister:

de Minister van Justitie en Veiligheid;

radicalisering:

radicalisering naar extremisme en terrorisme;

extremisme:

fenomeen waarbij personen of groepen vanuit ideologisch motief bereid zijn in ernstige mate de wet te overtreden of activiteiten te verrichten die de democratische rechtsorde ondermijnen;

terrorisme:

het uit ideologische motieven (voorbereiden van het) plegen van op mensenlevens gericht geweld, of het veroorzaken van maatschappij-ontwrichtende schade, met als doel (een deel van) de bevolking ernstige vrees aan te jagen, maatschappelijke veranderingen te bewerkstelligen, en/of politieke besluitvorming te beïnvloeden.

Artikel 2. Specifieke uitkering

De minister kan in 2023 tot en met 2026 op aanvraag aan een gemeente een specifieke uitkering verstrekken met het oog op het ondersteunen van de lokale integrale aanpak van radicalisering, extremisme en terrorisme door onder andere het bestrijden en verzwakken van extremistische bewegingen in Nederland, het voorkomen van nieuwe aanwas en het tegengaan van radicalisering.

Artikel 3. Categorieën

  • 1. De minister verstrekt een specifieke uitkering aan een gemeente voor het opzetten en onderhouden van de Basis op orde taken, voor preventieprojecten en voor eenjarige projecten.

  • 2. De Basis op orde taken van een gemeente kunnen uit de volgende onderdelen bestaan:

    • a. het binnen het wettelijk kader uitvoeren of laten uitvoeren van een analyse van uiteenlopende radicale en extremistische bewegingen en trends in het lokale of regionale domein, met als doel de informatiepositie van de gemeente te verbeteren en het kennisniveau van betrokken professionals bij de lokale integrale aanpak van radicalisering, extremisme en terrorisme te vergroten;

    • b. deskundigheidsbevordering en voorlichting aan personen en organisaties die direct betrokken zijn bij de lokale integrale aanpak van radicalisering, extremisme en terrorisme;

    • c. het binnen de wettelijke kaders opbouwen, behouden en faciliteren door een gemeente, van een meldpunt of een netwerk van personen en organisaties die betrokken zijn bij het signaleren van mogelijke radicalisering;

    • d. het binnen het wettelijk kader voeren van casus- en procesregie, afstemmen met ketenpartners, het monitoren en het omzetten van de persoonsgerichte aanpak in een beleidsmatige aanpak van radicalisering, extremisme en terrorisme;

    • e. het inzetten van expertise ten behoeve van het vormgeven van de persoonsgerichte aanpak op het terrein van radicalisering, extremisme en terrorisme;

    • f. het coördineren van de regionale samenwerking op de lokale integrale aanpak van radicalisering, extremisme en terrorisme door de hoofdaanvrager.

  • 3. Een preventieproject bestaat uit:

    • a. een generiek preventieproject: zijnde een project dat de weerbaarheid van specifieke doelgroepen acterend in het domein van radicalisering, extremisme en terrorisme versterkt, of

    • b. een gericht preventieproject: zijnde een project dat is gericht op radicaliserende personen en hun directe omgeving.

Artikel 4. Aanvraag

  • 1. Zowel de gemeente als de hoofdaanvrager kunnen een aanvraag tot verlening van de specifieke uitkering, bedoeld in artikel 2, indienen bij de minister.

  • 2. De aanvraag in 2022 en in 2024 tot verlening van een uitkering voor de Basis op orde taken en preventieprojecten die meerjarig zijn, heeft telkens betrekking op de twee erop volgende jaren.

  • 3. De aanvraag om verlening van een preventieproject met een looptijd van één jaar kan uitsluitend worden gedaan in 2022 en 2024 voor het verkrijgen van een uitkering voor het opvolgende jaar.

  • 4. Elk jaar kan een aanvraag tot verlening van een specifieke uitkering voor een eenjarig project worden gedaan.

  • 5. Een aanvraag bevat in ieder geval:

    • a. de naam van de gemeente of van de gemeenten waarvoor tevens een aanvraag wordt gedaan;

    • b. de datum van de aanvraag;

    • c. een emailadres van de contactpersoon;

    • d. het IBAN nummer waarop de uitkering moet worden gestort, onder vermelding van de tenaamstelling.

  • 6. De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een door de minister ter beschikking gesteld digitaal formulier.

Artikel 5. Termijnen

  • 1. De aanvraag tot verlening van een specifieke uitkering voor de Basis op orde taken en voor de preventieprojecten wordt gedaan voor 30 september 2022 respectievelijk 30 september 2024.

  • 2. De aanvraag tot verlening van een specifieke uitkering voor de uitvoering van een eenjarig project wordt ingediend voor 30 september in het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de uitkering wordt toegekend en gebruikt.

  • 3. In hetzelfde jaar als waarin de aanvraag wordt gedaan, wordt hierop beslist voor 30 november.

Artikel 6. Hoogte specifieke uitkering

  • 1. Het totale bedrag van de te verlenen uitkeringen op grond van artikel 2 bedraagt jaarlijks maximaal € 5.925.000.

  • 2. Bij de beoordeling van de aanvraag om een specifieke uitkering:

    • a. houdt de minister waar mogelijk rekening met de dreiging, de weerbaarheid, de behoefte van de gemeente en de coördinerende rol die de gemeente vervult, en

    • b. kan mede betrokken worden de wijze waarop de Basis op orde taken alsmede de effecten van de projecten worden geborgd en verduurzaamd.

  • 3. Met inachtneming van het tweede lid verdeelt de minister het bedrag, genoemd in het eerste lid, naar evenredigheid indien de aanvragen de hoogte van de specifieke uitkering genoemd in het eerste lid, overschrijdt.

  • 4. Behoudens bijzondere omstandigheden kan voor het evalueren van de projecten waarvoor een uitkering is aangevraagd een uitkering worden toegekend tot ten hoogste tien procent van de uitkering die voor het desbetreffende project is aangevraagd.

Artikel 7. Voorschot

De minister verleent de gemeente of hoofdaanvrager een voorschot van 100% van de specifieke uitkering.

Artikel 8. Wijziging

  • 1. Indien de besteding van de uitkering binnen de Basis op orde taken of binnen en tussen één of meer preventieprojecten wordt gewijzigd, wordt de minister daarvan op de hoogte gesteld door het zenden van een email aan versterkingsgelden@nctv.minjenv.nl.

  • 2. Een wijziging van de besteding van de specifieke uitkering tussen eenjarige projecten wordt voor het einde van het jaar waarvoor de specifieke uitkering is verstrekt aangevraagd door het zenden van een email aan versterkingsgelden@nctv.minjenv.nl.

  • 3. Een wijziging van de besteding van de specifieke uitkering tussen de Basis op orde taken, de preventieprojecten en de eenjarige projecten, alsmede een verlenging van de termijn wordt voor het einde van het jaar waarvoor de specifieke uitkering is verstrekt aangevraagd door het zenden van een email aan versterkingsgelden@nctv.minjenv.nl.

  • 4. De aanvraag tot wijziging bevat in ieder geval:

    • a. de hoogte van het bedrag dat anders wordt besteed;

    • b. de doelgroep;

    • c. de doelstelling die met de gewijzigde inzet wordt beoogd.

Artikel 9. Effectiviteit

  • 1. De gemeente die op grond van deze regeling een specifieke uitkering ontvangt, werkt mee aan een door de minister ingestelde evaluatie van de effectiviteit van de besteding van de gelden in de gemeente of de regio waartoe de gemeente behoort, waaronder het deelnemen aan een bijeenkomst waarin kennis en kunde over deze bestedingen en de effecten daarvan worden gedeeld.

  • 2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de gemeente die door middel van een hoofdaanvrager een specifieke uitkering ontvangt.

Artikel 10. Coördinatie

De hoofdaanvrager coördineert:

  • a. de aanvraag met de andere betrokken gemeenten uit de regio, waaronder de verdeling en besteding van de middelen;

  • b. de verantwoording van de besteding van de specifieke uitkering met het oog op de vaststelling;

  • c. de regionale samenwerking met als doel het bewerkstelligen van een effectieve (regionale) samenwerking en kennisdeling tussen gemeenten;

  • d. de evaluatie van de effectiviteit van de besteding van de gelden, bedoeld in artikel 9.

Artikel 11. Verantwoording

  • 1. De gemeenten en de hoofdaanvrager leggen verantwoording af over de besteding van de specifieke uitkering op de wijze, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

  • 2. Indien uit de verantwoordingsinformatie blijkt dat de specifieke uitkering niet volledig is besteed aan de taken en projecten waarvoor deze is verstrekt, of onrechtmatig is besteed, kan de uitkering ter hoogte van het niet of onrechtmatig bestede deel door de minister worden teruggevorderd. De minister doet binnen een jaar na ontvangst van de verantwoordingsinformatie mededeling van de terugvordering aan de ontvanger van de specifieke uitkering.

Artikel 12. Inwerkingtreding

  • 1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 juli 2022.

  • 2. Deze regeling vervalt met ingang van 31 december 2026 met dien verstande dat zij van toepassing blijft op uitkeringen die voor deze datum zijn verstrekt.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering gemeente in verband met de versterking van de lokale integrale aanpak van radicalisering, extremisme en terrorisme 2023–2026.

De Minister van Justitie en Veiligheid, D. Yeşilgöz-Zegerius

TOELICHTING

Algemeen

In de brief ‘Versterking veiligheidsketen’ van de Minister-President, Minister van Algemene Zaken en de Vice-Minister-President, Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal van 27 februari 2015 (Kamerstukken II, 2014/15, 29 754, nr. 302) wordt geschetst wat het kabinet doet om de veiligheidsketen op een aantal punten substantieel te versterken. Lokale overheden vervullen hierin een spilfunctie. Met de versterkingsgelden worden die gemeenten waar de problematiek nijpend is (hoge dreiging, lage weerbaarheid) in staat gesteld te investeren in het tegengaan van radicalisering om zodoende een sluitende en lokale integrale aanpak van radicalisering, extremisme en terrorisme mogelijk te maken.

Bij brief van 20 mei 2022 (Kamerstukken II, 2021/22, 29 754, nr. 641) is aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal de Nationale Contraterrorisme Strategie 2022 – 2026 aangeboden. Vanuit een aanhoudende dreiging die de democratische rechtsorde kan verstoren blijft het van belang in te zetten op het voorkomen van groei, het verstoren van dreigingen en het verijdelen van aanslagen. Daarbij is de aandacht voor deze problematiek door gemeenten van belang. De gemeenten hebben immers snel zicht op lokale ontwikkelingen. Voor ogen staat dat door snel in te grijpen bij ontwikkelingen die de democratische rechtsorde zouden kunnen gaan verstoren erger wordt voorkomen. Door op lokaal niveau de juiste maatregelen te nemen, wordt het meeste effect van preventieve maatregelen verwacht.

Het doel van de versterkingsgelden voor de lokale integrale aanpak heeft betrekking op de pijler Voorkomen van de Nationale Contraterrorisme Strategie 2022 – 2026 en volgt de volgende lijnen:

  • 1. het bestrijden en verzwakken van extremistische bewegingen in Nederland,

  • 2. het voorkomen van nieuwe aanwas, verstoren van dreigingen en het tegengaan van radicalisering.

Het kabinet streeft naar een lokale integrale aanpak van radicalisering, extremisme en terrorisme. Een gemeente kan een plan indienen namens meerdere gemeenten in de regio waarbij de gemeente die het plan indient als hoofdaanvrager optreedt. In dat geval coördineert de hoofdaanvrager de aanvraag, de uitvoering van het plan met de andere betrokken gemeenten, inclusief de verdeling en verantwoording van middelen.

Om voorwaarden te kunnen stellen aan het gebruik van de gelden is voor de verstrekking van de versterkingsgelden in de periode van 2023 – 2026 gekozen voor een specifieke uitkering op grond van artikel 15a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet. De opzet van de regeling heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de effectiviteit van de door de gemeenten genomen maatregelen tegen radicalisering, extremisme en terrorisme. Het biedt gemeenten handvatten om voor een volgende periode de in het verleden genomen maatregelen zodanig vorm te geven dat meer effectiviteit kan worden bereikt. Ook kan dit inzicht ertoe leiden dat andere dan de gekozen maatregelen effectiever zijn. Door een jaarlijks terugkerende bijeenkomst waarbij kennis en ervaring van gemeenten onderling worden gedeeld, kunnen leerpunten in de ene gemeente worden meegenomen bij het inrichten van de maatregelen bij een andere gemeente in het opvolgende jaar. Meer in het algemeen kan op deze wijze een goed beeld worden verkregen van de ontwikkelingen op het terrein van radicalisering, extremisme en terrorisme en de daarvoor noodzakelijke maatregelen die dit tegengaan.

De afgelopen jaren is steeds beter inzicht verkregen in de wijze van opzetten en uitbouwen van programma’s die radicalisering, extremisme en terrorisme tegengaan. Gemeenten zouden daarom hun programma’s moeten kunnen afstemmen op een langduriger toekenning van gelden. Om die reden is ervoor gekozen de specifieke uitkering voor een vierjarige periode te regelen. Gelet op het belang van borging van de aanpak van radicalisering, extremisme en terrorisme op lokaal terrein is het voornemen erop gericht om deze specifieke regeling bij wet in formele zin te regelen.

Indien een daartoe strekkende wet in werking treedt, kan de onderhavige regeling vervallen. Vooralsnog is ervoor gekozen de werking van deze regeling te laten gelden tot en met 2026.

Artikelsgewijs

Artikel 1

Gemeenten kunnen individueel een aanvraag voor een specifieke uitkering indienen, maar het is ook mogelijk dat een gemeente mede voor andere gemeenten een aanvraag indient met als doel een regionale aanpak vorm te geven ter bestrijding van radicalisering, extremisme en terrorisme. De gemeente die mede namens de andere gemeenten een aanvraag doet, wordt gedefinieerd als hoofdaanvrager. De verantwoording vindt plaatst door SiSa tussen medeoverheden. Zie verder de toelichting bij artikel 4.

Voor de definitie van extremisme en terrorisme is aangesloten bij hetgeen daaronder wordt verstaan in de Nationale Contraterrorisme Strategie 2022 – 2026. Extremisme is het fenomeen waarbij personen of groepen vanuit ideologisch motief bereid zijn in ernstige mate de wet te overtreden of activiteiten te verrichten die de democratische rechtsorde ondermijnen. Hieronder valt elke vorm van extremisme, dus ook gewelddadig extremisme.

Artikel 2

De specifieke uitkering wordt besteed aan zogenaamde Basis op orde taken en projecten van gemeenten die zijn gericht op de lokale integrale aanpak van radicalisering, extremisme of terrorisme. Daarbij is van belang dat de taken en projecten gericht zijn op de aanpak van geradicaliseerde personen, de omgeving van deze personen of het verhogen van de weerbaarheid van specifiek vatbare groepen en individuen. Daarnaast blijft er ook aandacht en ruimte voor inzet op innovatie, nieuwe dreigingen en pilots.

Projecten gericht op personen die het meest vatbaar zijn voor toetreding tot extremistische bewegingen, of gericht op personen die reeds onderdeel zijn van een extremistische beweging, dan wel projecten gericht op de mensen of organisaties die zich professioneel verhouden tot of in informele zin iets kunnen betekenen voor deze groep komen ook in aanmerking voor financiering uit de versterkingsgelden.

Artikel 3

Bij de lokale integrale aanpak van radicalisering, extremisme en terrorisme kan de specifieke uitkering worden gebruikt voor de uitvoering van de zogenaamde Basis op orde taken, preventieprojecten en eenjarige projecten. Daarbij geldt als belangrijke basis het opbouwen en uitbouwen van de zogenaamde Basis op orde taken. Het gaat hier om een takenpakket waarin de verschillende elementen een belangrijke bijdrage vormen voor de basis van de lokale aanpak in het tegengaan van radicalisering, extremisme en terrorisme.

Naast de Basis op orde taken kunnen versterkingsgelden worden verkregen voor eenjarige en meerjarige preventieprojecten. Eenjarige preventieprojecten spreken voor zich. Dit zijn projecten met het oog op het tegengaan van radicalisering, extremisme en terrorisme die in het jaar waarvoor de uitkering is gevraagd worden afgerond. Deze eenjarige preventieprojecten kunnen alleen in 2022 en 2024 worden aangevraagd. Meerjarige preventieprojecten zijn projecten die naar hun aard langer dan een jaar lopen.

Bij de preventieprojecten kan onderscheid worden gemaakt tussen gerichte preventieprojecten en generieke preventieprojecten.

Gerichte preventieprojecten zijn projecten in de vorm van (maatwerk) trajecten. Deze trajecten zijn bedoeld voor personen die aan het begin staan van een radicaliseringsproces en voor de directe omgeving van deze personen (familie en vrienden). Deze activiteiten worden beschouwd als gerichte preventie omdat de activiteiten specifiek gericht zijn op personen en/of hun directe omgeving in een radicaliseringsproces, waarbij er nog géén strafbare feiten zijn gepleegd. Dit beleid is veelal een individuele maatwerkaanpak, waarin de sociale context een belangrijk onderdeel vormt, bijvoorbeeld door het bieden van begeleiding voor een (alternatief) sociaal netwerk, toekomstperspectief en familieondersteuning. In veel gevallen worden deze interventies aangeboden vanuit informele wijknetwerken, wijkteams en welzijnswerk.

Generieke preventieprojecten zijn bedoeld voor specifieke groepen of individuen die mogelijk vatbaar zijn voor radicalisering. Voor deze specifieke groepen en individuen is het van belang hun weerbaarheid verder te versterken ter preventie van radicalisering. Bij de inzet van weerbaarheidsactiviteiten wordt ook gekeken of er in de omgeving sprake is van radicalisering. Hieronder valt ook het onderhoud, de versterking en diversificatie rondom netwerken van niet-professionals, bijvoorbeeld via de organisatie van themabijeenkomsten over actuele vraagstukken, deskundigheidsbevordering (organisatie van trainingen) of ondersteuning van activiteiten van deze netwerken.

Naast een specifieke uitkering voor de Basis op orde taken en preventieprojecten kan ook een uitkering voor éénjarige projecten worden aangevraagd. Dit zijn projecten die in het jaar waarvoor de uitkering is gevraagd worden afgerond. Deze projecten zijn bedoeld voor innovatieprojecten of pilots gericht op de integrale aanpak van radicalisering, extremisme, terrorisme. Ook kunnen deze projecten worden ingezet op nieuwe dreigingen, nieuwe gemeenten of aanvullende evaluatiegelden.

De Basis op orde taken kunnen uit de volgende onderdelen bestaan:

Ad a. Analyse van lokale problematiek

Opdat gemeenten maatregelen kunnen nemen om radicalisering, extremisme en terrorisme tegen te gaan is van belang eerst inzicht te krijgen in de lokale en regionale problematiek met betrekking tot deze thema’s. Dit inzicht wordt verkregen doordat de gemeente analyses uitvoert of laat uitvoeren over uiteenlopende radicale en extremistische bewegingen en trends op lokaal of regionaal niveau. Pas dan kan adequaat worden ingegrepen. Door met regelmaat deze analyses uit te voeren, behoudt de gemeente inzicht in de ontwikkelingen op voornoemde terreinen. Daarbij moet bedacht worden dat radicalisering, extremisme en terrorisme verzameltermen zijn van een breed pallet aan maatschappij ontwrichtende activiteiten. Door voeling te houden met deze ontwikkelingen kan niet alleen lokaal, maar ook regionaal worden ingespeeld op de op dat moment zich voordoende problematiek. De analyses worden uitgevoerd binnen de wettelijke kaders en vinden niet plaats op persoonsniveau. Dit betekent dus dat gemeenten niet op persoonsniveau monitoren. Het betekent dat in den brede wordt bekeken welk type problematiek zich waar voordoet opdat dat sturing kan geven aan het inzetten van bepaalde maatregelen op lokaal niveau. Een analyse kan zich ook richten op bijvoorbeeld risicofactoren en beschermende factoren om bijvoorbeeld de inzet in het kader van preventie te kunnen bepalen.

De analyse dient aandacht te besteden aan actuele en recente kwesties in de desbetreffende gemeente of -bij een aanvraag door een hoofdaanvrager- desbetreffende regio met betrekking tot radicalisering, extremisme en terrorisme. Deze algemene ontwikkelingen zullen o.a. kenbaar worden door journalistieke bijdragen en wetenschappelijke artikelen die trends benoemen en duiden. Deze informatie kan vervolgens worden gebruikt voor het uitwerken van maatregelen die voortbouwen op hetgeen tot dat moment was ingezet. Daarbij gaat het niet om het volgen van personen of organisaties, maar om het volgen van maatschappelijke ontwikkelingen op lokaal gebied. De gemeenten moeten immers ook binnen de wettelijke kaders acteren. Gemeenten kunnen beter dan het Rijk lokale ontwikkelingen opmerken en erop acteren. Door het verstrekken van een specifieke uitkering zijn gemeenten in staat capaciteit vrij te maken voor het verhogen van kennis en kunde omtrent radicalisering, extremisme en terrorisme en de wijze waarop dit kan worden herkend.

Ad b. Deskundigheidsbevordering en voorlichting

Een ander onderdeel van de Basis op orde taken is deskundigheidsbevordering, waaronder voorlichting. Kennis draagt bij aan het adequaat kunnen handelen jegens radicalisering, extremisme en terrorisme. Deze ontwrichtende activiteiten kunnen zich in verschillende gedaanten voordoen. Om gemeenten in staat te stellen vroegtijdig het ontstaan en uitgroeien van radicalisering, extremisme en terrorisme te signaleren is van belang dat er een goede kennis is van de kenmerken van dergelijke verschijningsvormen. Een belangrijke bron van kennis van voornoemde onderwerpen biedt het Rijksopleidingsinstituut tegengaan Radicalisering (verder te noemen: ROR). In dit instituut, dat een onderdeel is van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, is de kennis en kunde met betrekking tot radicalisering, extremisme en terrorisme bijeengebracht. Vanuit dit instituut wordt kennisdeling aangeboden en ter beschikking gesteld middels trainingen aan gemeenten. Door het breed verspreiden van zienswijzen omtrent radicalisering, extremisme en terrorisme wordt vanuit een gedeeld beeld geacteerd hetgeen uiteindelijk de nationale veiligheid ten goede komt. Gemeenten kunnen deze trainingen rechtstreeks bij het ROR aanvragen. Het ROR heeft een breed aanbod aan gespecialiseerde trainingen die zijn terug te vinden op hun website.

Deskundigheidsbevordering van personen of organisaties binnen het onderwijsdomein kan via Stichting School en Veiligheid worden aangevraagd. Om die reden vallen trainingen voor onderwijsaanbieders buiten het bereik van deze specifieke uitkering.

Hoewel deskundigheidsbevordering van het ROR bijdraagt aan een gedeeld kennisbeeld in Nederland kan deskundigheidsbevordering ook op andere wijze worden verkregen. Het is mogelijk dat een gemeente behoefte heeft aan specifieke kennis waarin het ROR niet kan voorzien. In dat geval kan de minister worden gevraagd om trainingen bij een andere aanbieder af te nemen. Aanvragen hiertoe dienen onderbouwd te worden. Eventuele vergoeding geschiedt tot ten hoogste de vergelijkbare kosten van die van het ROR.

Ad c. Signaleringsstructuur

Een gemeente kan een of meer meldpunten inrichten. Hierbij kan gedacht worden aan een telefoonnummer of emailadres waar burgers hun zorgen kunnen uiten over ontwikkelingen in de wijk. Zo kunnen meldingen van radicaliserende jongeren in een wijk ertoe leiden dat de gemeente een jongerenwerker in gesprek brengt met deze jongeren opdat – indien nodig – maatregelen kunnen worden genomen om verdere radicalisering tegen te gaan. Dat kan er bijvoorbeeld toe leiden dat aan bepaalde jongeren hulp wordt aangeboden. Deze persoonsgerichte aanpak draagt er naar verwachting aan bij dat verdere radicalisering wordt tegengegaan.

Bij de vorming of opbouw van maatschappelijke netwerken en netwerken van professionele aandachtsfunctionarissen is het doel om te komen tot (behoud van) een goede vertrouwensrelatie en informatie-uitwisseling in het kader van signalering van mogelijke radicalisering met betrokken professionals en maatschappelijke organisaties. Hieronder wordt o.a. verstaan het trainen van externe professionals of het organiseren van intervisiebijeenkomsten voor deze doelgroep alsmede de ondersteuning van activiteiten die door de netwerken worden geïnitieerd. Op de website van de Expertise-unit Sociale Stabiliteit (ESS) is informatie te raadplegen over de opzet en het onderhoud van dergelijke netwerken. Op die website is een handreiking beschikbaar gesteld. De handreiking geeft gemeenten meer handvatten bij het opzetten en onderhouden van een lokaal netwerk van professionals en ondersteunt gemeenten bij het tegengaan van polarisatie en radicalisering (www.socialestabiliteit.nl).

Ad d. Casus- en procesregie, persoonsgerichte aanpak

Binnen bepaalde samenwerkingsverbanden, zoals het Veiligheidshuis, werkt de gemeente samen met andere professionals om aan de orde gestelde casuïstiek aan te pakken. De gemeente heeft hierin de regierol. Informatie die in een dergelijk samenwerkingsverband binnenkomt, wordt ingebracht vanuit ieders rol.

De regierol van de gemeente kan bestaan uit de inzet van een casusregisseur of een netwerkregisseur. De regierolhouder kan de casuïstiek naar beleid en doorontwikkeling van de persoonsgerichte aanpak vertalen en zorg dragen voor kennisoverdracht en de invoering van methodisch werken.

Ad e. Duiding & expertise

Bij het inzetten van expertise ten behoeve van het vormgeven van de persoonsgerichte aanpak kan onder meer worden gedacht aan het bepalen of een individu wel of niet moet instromen in de aanpak en het inzetten van de juiste interventie.

Ad f. Coördinatie regionale samenwerking

Een hoofdaanvrager vraagt versterkingsgelden aan voor een aantal omliggende gemeenten. Doel daarvan is het bundelen en delen van kennis en kunde en het afstemmen van de lokale op de regionale aanpak van radicalisering, extremisme en terrorisme ten behoeve van een effectieve (regionale) samenwerking. De hoofdaanvrager coördineert deze samenwerking opdat de inzichten en aanpak van deze problematiek aanvullend en evenwichtig zijn. Ook kan de hoofdaanvrager sturen op gezamenlijke kennisopbouw. Meer in het algemeen draagt de hoofdaanvrager eraan bij dat de Basis op orde taken door de regiogemeenten gelijkwaardig vorm worden gegeven en toegankelijk zijn voor kleinere gemeenten die mogelijk geen directe toegang hebben tot de benodigde expertise. Waar mogelijk zullen de preventieprojecten op elkaar worden afgestemd. Daarmee levert deze coördinatietaak een belangrijke bijdrage aan het tegengaan van radicalisering, extremisme en terrorisme. Voorts coördineert de hoofdaanvrager de verantwoording van de versterkingsgelden.

Artikel 4

In 2022 kan een uitkering worden aangevraagd voor de Basis op orde taken en voor preventieprojecten met een looptijd van twee jaar, namelijk voor de jaren 2023 en 2024 (tweede lid). Daarmee wordt aan een wens van gemeenten voldaan om bij de aanvraag een uitkering te vragen voor een langer lopende taak of meerjarig project. Deze wens is ingegeven met het oog op het kunnen borgen en uitbouwen van meer ingewikkelde of langdurige activiteiten die radicalisering, extremisme en terrorisme tegengaan. Dit wil niet zeggen dat niet jaarlijks behoeft te worden verantwoord. Jaarlijks moet conform de SiSa methodiek een financiële verantwoording worden afgelegd. Echter biedt de toekenning voor twee jaar de gemeente meer grip op de continuïteit van de lokale integrale aanpak van radicalisering, extremisme en terrorisme.

Bovenstaande laat onverlet dat er ook uitkeringen kunnen worden aangevraagd voor projecten die in een jaar zijn afgerond (vierde lid). Daarnaast kunnen preventieprojecten met een looptijd van één jaar worden aangevraagd in 2022 en 2024 (tweede lid).

Met het oog op de te verwachten effectiviteit van de taken en projecten die worden verricht, wordt bij de beoordeling van de aanvraag gekeken naar de reikwijdte van de te ondernemen activiteiten. Gemeenten die verder zijn in de aanpak van radicalisering, extremisme en terrorisme worden gestimuleerd om omliggende gemeenten in de regio, daar waar nodig, te ondersteunen. Een gemeente kan een plan indienen namens meerdere gemeenten in de regio waarbij de gemeente die het plan indient als hoofdaanvrager optreedt. In dat geval coördineert de hoofdaanvrager de uitvoering van het plan met de andere betrokken gemeenten, inclusief de verdeling van middelen en de verantwoording aan het Rijk over de besteding van de middelen.

Waar mogelijk wordt een uitkering aangevraagd voor taken en projecten die zo veel mogelijk aansluiten bij reeds ontwikkeld aanbod van projecten en activiteiten. De specifieke uitkering is additioneel geld ter versterking van de lokale integrale aanpak. Het gaat hier niet om de bekostiging van bestaande lokale casusoverleggen of personeel dat reeds in dienst of ingehuurd is, dan wel om de financiering van trajecten op het terrein van radicalisering, extremisme en terrorisme die het Rijk anderszins al bekostigt.

Opdat de aanvraag voldoende gegevens bevat is een digitaal aanvraagformulier beschikbaar gesteld (zesde lid). Het is van belang dit goed in te vullen opdat goed kan worden beoordeeld of de taken en projecten bij kunnen dragen aan de doelstelling genoemd in artikel 2.

Artikel 5

Artikel 5 bevat procedurele bepalingen. In 2022 kan een aanvraag worden ingediend voor een specifieke uitkering voor de Basis op orde taken, voor preventieprojecten en voor eenjarige projecten. Op de aanvraag wordt voor 30 november van datzelfde jaar beslist. De mogelijkheid tot het meerjarig aanvragen van de Basis op orde taken en van preventieprojecten geeft financiële zekerheid voor de gemeenten met als gevolg dat ze beter kunnen investeren om de Basis op orde te krijgen of houden en om langdurige preventieprojecten beter te kunnen uitwerken, evalueren en borgen. In 2024 kan wederom een aanvraag om verlening van een uitkering voor twee jaar worden gedaan voor de Basis op orde taken en de preventieprojecten. De aanvraag voor een uitkering van een eenjarig preventieproject kan uitsluitend worden gedaan in 2022 en 2024.

Ook kunnen gemeenten aanvragen doen voor een uitkering voor een eenjarig project. Daarbij staat ook voor ogen dat dit de gemeenten meer flexibele mogelijkheden biedt om in te spelen op bijvoorbeeld nieuwe dreigingen en pilots aan te gaan op gebied van tegengaan radicalisering, extremisme en terrorisme.

Artikel 6

De hoogte van alle specifieke uitkeringen samen bedraagt voor alle gemeenten maximaal € 5.925.000 (eerste lid). Daarnaast wordt een bedrag van € 1.075.000 gereserveerd voor kennisdeling vanuit het Ministerie van Justitie en Veiligheid. In totaal kunnen gemeenten dus € 7.000.000 besteden aan de lokale integrale aanpak van radicalisering, extremisme en terrorisme. Het gereserveerde bedrag voor deskundigheidsbevordering betreft kennisdeling door middel van trainingen aangeboden door het ROR, geplaatst onder de Dienst Justitiële Inrichtingen, een onderdeel binnen het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Deze trainingen kunnen rechtstreeks bij het ROR worden aangevraagd en worden gratis aan de gemeenten ter beschikking gesteld.

Het totale bedrag van de specifieke uitkering wordt verdeeld tussen de gemeenten die aanvragen hebben gedaan voor een uitkering en waarop positief wordt geoordeeld. Voor het bepalen van de hoogte van de uitkering wordt enerzijds gekeken naar de noodzaak van de aanpak in de desbetreffende gemeente of regio op basis van dreiging en weerbaarheid en de behoefte om de basis op orde te krijgen of te houden, anderzijds naar het totaalbedrag wat beschikbaar is (tweede lid). Aangezien er een bedrag van maximaal € 5.925.000 beschikbaar is kan dit betekenen dat de uitkeringen naar evenredigheid worden aangepast om het maximumbedrag niet te overschrijden (derde lid).

Dit kan betekenen dat een lagere uitkering wordt toegekend dan aangevraagd.

Gemeenten en het Rijk zetten zich al langere tijd gezamenlijk in om radicalisering, extremisme en terrorisme van individuen en binnen groepen tegen te gaan. Er is behoefte om preventieve interventies door te ontwikkelen om te komen tot een effectievere preventieve aanpak. Hierbij is het nodig om meer inzicht te krijgen in wat werkt. Door op een goede wijze te evalueren kunnen gemeenten dat inzicht verkrijgen.

Gemeenten kunnen om deze reden voor de taken en projecten versterkingsgelden aanvragen voor het uitvoeren van zogenaamde plan-, proces- en effectevaluaties. Hiervoor kunnen ook versterkingsgelden worden aangevraagd ter hoogte van maximaal 10% van het bedrag dat wordt aangevraagd voor de desbetreffende taak of het project (vierde lid). Wordt een lager bedrag aan de taak of het project toegekend dan wordt het bedrag voor de evaluatie naar evenredigheid verminderd.

Met het oog op deze evaluaties is een Toolkit Evidenced Based Werken bij de Preventie van Radicalisering ontwikkeld. Het betreft hier een instrument waarbij gemeenten gedurende de start en de uitrol van de activiteiten waarvoor een uitkering is verkregen voortdurend kunnen monitoren op het nut en de werking van deze projecten. Op www.toolkitevidencebasedwerken.nl staan kennis, geleerde lessen, praktische handvatten, checklists en formats om preventiebeleid te evalueren, bij te sturen en door te ontwikkelen. Deze methodiek draagt bij aan een efficiënte inzet en aanpak van activiteiten met als gevolg dat eenvoudiger, goedkoper en sneller inzicht wordt verkregen in het belang en het resultaat van de activiteiten. Met deze Toolkit kunnen gemeenten een aanpak op drie momenten evalueren:

  • voorafgaand aan het uitvoeren van een bepaalde aanpak (planevaluatie);

  • tijdens de uitvoering om bij te kunnen sturen (procesevaluatie); en

  • na afloop om naar de behaalde uitkomsten en effecten te kijken (effectevaluatie).

Voor het uitvoeren van een goede effectevaluatie is het van belang dat ook een plan- en procesevaluatie zijn uitgevoerd.

Bij mogelijke evaluatievragen kan gebruik worden gemaakt van het ondersteuningsaanbod van de rijksoverheid, via het feedbackformulier binnen de eerdergenoemde Toolkit. Het ondersteuningsaanbod bestaat bijvoorbeeld uit een advieslijn en advies-op-maat gesprekken met experts. Maar ook (ROR) trainingen en Introductiebijeenkomsten in de regio zijn een onderdeel van het ondersteuningsaanbod.

Artikel 7

In 2022 wordt de aanvraag om verlening van een uitkering voor de Basis op orde taken en preventieprojecten voor 2023 en 2024 eenmaal gedaan. Tevens worden de eenjarige projecten in 2022 aangevraagd. Na beoordeling wordt vervolgens het toegekende bedrag in één keer overgemaakt aan de desbetreffende aanvrager. De toegekende bedragen worden dus jaarlijks overgemaakt. Bij de aanvragen om verlening van een uitkering in 2025 en 2026 wordt dezelfde systematiek gekozen.

Artikel 8

Een uitkering voor de Basis op orde taken kan voor ongeacht welke taak binnen dit pakket worden ingezet. Het is niet nodig om bij verandering van bestemming van de uitkering voor een taak die binnen het Basis op orde pakket valt een aanvraag tot wijziging te doen. De uitkering is immers verstrekt voor het totale takenpakket en kan naar bevind van zaken worden ingezet. Dit geldt tevens voor verandering van bestemming van de uitkering binnen of tussen preventieprojecten. Met het oog op de verantwoording wordt wel in het eerste lid voorgeschreven dat de gemeente de minister van een gewijzigde inzet van het geld per email (versterkingsgelden@nctv.minjenv.nl) op de hoogte stelt.

Is de gemeente voornemens een deel van de uitkering die is toegekend voor de Basis op orde taken te besteden aan een preventieproject of een eenjarig project, dan wordt daartoe een aanvraag tot wijziging van de besteding ingediend. Het omgekeerde geldt ook. Indien de gemeente voornemens is een deel van de uitkering die is toegekend voor preventieprojecten te besteden aan de Basis op orde taken of een eenjarig project dient daartoe ook een aanvraag tot wijziging te worden ingediend (derde lid). Eveneens kunnen gelden die zijn toegekend aan bepaalde eenjarige projecten worden ingezet voor de Basis op orde taken of preventieprojecten mits dit is aangevraagd en goedgekeurd (derde lid). De aanvragen tot wijziging moeten voor het einde van het jaar waarvoor de uitkering is toegekend worden ingediend bij de minister. De aanvraag bevat onder andere de vermelding van het bedrag, de doelgroep, de doelstelling en hoe deze behaald denkt te gaan worden.

Indien een project waarvoor de specifieke uitkering is verleend door bijzondere omstandigheden in het bestedingsjaar niet kan worden afgerond, kan de gemeente of de hoofdaanvrager voor het einde van dat jaar per mail een aanvraag doen om verlenging van de periode met maximaal een jaar.

Tevens is het mogelijk om een aanvulling op de toegekende uitkering aan te vragen indien het plafond van de specifieke uitkering genoemd in artikel 6, eerste lid, nog niet is verbruikt en de gemeente kan aantonen dat het met het oog op het aanpakken van radicalisering, extremisme of terrorisme noodzakelijk is dat extra gelden nodig zijn.

Artikel 9

In artikel 9 wordt bepaald dat de gemeenten die een specifieke uitkering krijgen, meewerken aan de evaluatie van de effectiviteit van de ondernomen activiteiten. Het doel van de uitkering is dat gemeenten in staat worden gesteld activiteiten te ontplooien met het oog op het tegengaan van radicalisering, extremisme en terrorisme. Opdat kan worden beoordeeld of de activiteiten het beoogde effect hebben is evalueren ervan noodzakelijk. Bovendien kan worden beoordeeld hoe in de toekomst moet worden omgegaan met de desbetreffende activiteit.

Met het indienen voor een aanvraag van de versterkingsgelden committeren gemeenten zich aan deelname aan een jaarlijkse bijeenkomst waarin kennis en kunde over de bestedingen en de effecten van de interventies en projecten worden gedeeld.

Artikel 10

Zoals in de toelichting bij artikel 3 en 4 is uiteengezet kan een gemeente mede namens andere gemeenten een specifieke uitkering aanvragen. Dit heeft de voorkeur indien de regionale aanpak daarmee is gediend. De hoofdaanvrager coördineert vervolgens de aanvraag en de afwikkeling van de procedure met betrekking tot de specifieke uitkering. Dit betekent dat ook de vaststellings- en verantwoordingsprocedure wordt gecoördineerd door de hoofdaanvrager van de specifieke uitkering. De verantwoording vindt plaats door SiSa tussen medeoverheden.

Artikel 11

In artikel 11 is bepaald dat de verantwoording van de besteding van de uitkering verloopt volgens de SiSa methodiek.

De Minister van Justitie en Veiligheid, D. Yeşilgöz-Zegerius

Naar boven