Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Justitie en Veiligheid | Staatscourant 2022, 16930 | advies Raad van State |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Justitie en Veiligheid | Staatscourant 2022, 16930 | advies Raad van State |
21 juni 2022
Nr. 4061617
Directie Wetgeving en Juridische Zaken,
Ministerie van Justitie en Veiligheid
Aan de Koning
Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 25 februari 2022, no. 2022000473, machtigde Uwe Majesteit de Afdeling advisering van de Raad van State haar advies inzake het bovenvermelde voorstel van wet rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit advies, gedateerd 20 april 2022, nr. W16.22.0028/II, bied ik U hierbij aan.
De tekst van het advies treft u hieronder aan, met tussengevoegd de reactie daarop.
Ik bied U dit nader rapport aan in samenhang met het nader rapport inzake het voorstel van wet tot uitvoering van de Verordening (EU) nr. 2020/1783 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2020 betreffende de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten op het gebied van bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken (bewijsverkrijging) (PbEU 2020, L 405/1) (Uitvoeringswet Bewijsverkrijgingsverordening), naar aanleiding van het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State, gedateerd 20 april 2022, nr. W16.22.0027/II.
Bij Kabinetsmissive van 25 februari 2022, no.2022000473, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Rechtsbescherming, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot uitvoering van de Verordening (EU) van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2020 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken (de betekening en de kennisgeving van stukken) nr. 2020/1784 (PbEU 2020, L 405/40) (Uitvoeringswet Betekeningsverordening), met memorie van toelichting.
Het wetsvoorstel geeft uitvoering aan verordening (EU) 2020/1784 betreffende de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken (hierna: de betekeningsverordening).1 Daartoe bevat het voorstel onder andere de door de betekeningsverordening vereiste juridische grondslagen.
De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert met het oog op het overschrijfverbod het voorstel aan te passen en nader toe te lichten dat de betekeningsverordening ruimte biedt voor de verlening van verstek in situaties waarin niet wordt voldaan aan de in de betekeningsverordening gestelde voorwaarden. Voorts wijst de Afdeling erop dat het voorstel bij een deel van de bepalingen geen toelichting bevat en adviseert de toelichting aan te vullen zodat deze zelfstandig leesbaar is.
De betekeningsverordening biedt een regeling voor de situatie waarin een verweerder niet is verschenen. Daartoe wordt allereerst bepaald wanneer de rechter zijn beslissing dient aan te houden.2 Daarnaast biedt de verordening lidstaten de mogelijkheid dat de rechter verstek mag verlenen, zelfs indien geen certificaat van betekening is ontvangen. Het voorstel maakt gebruik van deze mogelijkheid. Daarvoor dient wel aan de in de verordening gestelde voorwaarden te zijn voldaan.3 De Afdeling merkt op dat deze voorwaarden (in deels gewijzigde bewoordingen) worden overgenomen in het wetsvoorstel. Gelet op het overschrijfverbod dient te worden volstaan met een verwijzing naar de in artikel 22, tweede lid, verordening gestelde voorwaarden.4
Het wetsvoorstel biedt de rechter verder de bevoegdheid om, al of niet na verloop van een door hem vast te stellen termijn, het verlenen van verstek te weigeren, indien geen certificaat van betekening is ontvangen én niet is voldaan aan de hiervoor bedoelde voorwaarden.5
Het voorstel biedt de rechter aldus een mogelijkheid om, ook indien niet wordt voldaan aan de in de verordening gestelde voorwaarden, verstek te verlenen. De vraag rijst of artikel 22, tweede lid, van de betekeningsverordening daartoe wel de ruimte biedt.
De Afdeling adviseert in de toelichting in te gaan op de mogelijkheid tot het verlenen van verstek indien niet is voldaan aan de voorwaarden in de betekeningsverordening, en zo nodig het voorstel aan te passen. Voorts adviseert de Afdeling het voorstel aan te passen met het oog op het overschrijfverbod.
De regeling voor verstek was opgenomen in artikel 19 van de EG-betekeningsverordening en is in de herschikte verordening ongewijzigd opgenomen in artikel 22. In navolging van het advies van de Afdeling is ervoor gekozen om het voorstel niet langer de uitvoeringswet opnieuw te laten vaststellen, maar te kiezen voor een wijzigingswet. Artikel 19 werd uitgevoerd met artikel 7 van de uitvoeringswet EG-betekeningsverordening. Omdat is gekozen voor een ‘één op één uitvoering’ van de herschikte verordening, wordt ook artikel 7 van de uitvoeringswet EG-betekeningsverordening niet inhoudelijk gewijzigd. In artikel 7, eerste en derde lid, van de van de uitvoeringswet EG-betekeningsverordening, wordt alleen de verwijzing naar artikel 19 van de EG-betekeningsverordening gewijzigd in een verwijzing naar artikel 22 van de herschikte betekeningsverordening. Nu aan de wijze van verlenen van de verstek en de voorwaarden daarvoor niets wordt gewijzigd, is aanvulling van de toelichting op dat punt ook niet nodig.
De toelichting bij het wetsvoorstel bevat voor negen van de vijftien voorgestelde bepalingen een artikelsgewijze toelichting. Uit de transponeringstabel blijkt dat voor een aantal van de voorgestelde artikelen de toelichting bij de huidige Uitvoeringswet EG-betekeningsverordening, en/of de wijziging van deze wet, dient te worden geraadpleegd.
Voor de parlementaire behandeling maar in het bijzonder ook voor de rechtspraktijk, is het van belang dat de toelichting zelfstandig leesbaar is.6 De toelichting dient inzicht te bieden in hetgeen met een bepaling wordt beoogd en welke overwegingen ten grondslag liggen aan een bepaalde keuze door de wetgever.
De Afdeling merkt in dit verband op dat de toelichting bij de Uitvoeringswet EG-betekeningsverordening een aantal passages bevat die (ook na inwerkingtreding van het voorstel) van toegevoegde waarde kunnen zijn. Bij wijze van voorbeeld wijst de Afdeling op de regeling van de verlening van verstek en de verzending van een dagvaarding door de gerechtsdeurwaarder.7 In het huidige voorstel ontbreekt deze toelichting. Het vinden van de relevante passages uit (de) eerdere toelichting(en) wordt voorts bemoeilijkt doordat in de transponeringstabel bij het onderhavige voorstel, niet wordt verwezen naar specifieke onderdelen van de artikelsgewijze toelichting.
In het licht van het voorgaande adviseert de Afdeling de toelichting aan te vullen zodat zij zelfstandig leesbaar is.
Ik ben de Afdeling erkentelijk voor de opmerking over de toelichting bij het wetsvoorstel. Het is juist dat in de versie van de toelichting die naar de Afdeling is gezonden voor advies, niet voor alle artikelen van het wetsvoorstel een artikelsgewijze toelichting was geschreven. Dat heeft ermee te maken dat het wetsvoorstel, ter uitvoering van de herschikte betekeningsverordening, om praktische redenen een nieuwe uitvoeringswet vaststelde in plaats van de bestaande Uitvoeringswet EG-betekeningsverordening te wijzigen. Daardoor werden ook artikelen die inhoudelijk niet wijzigden, opnieuw vastgesteld. Om onnodige herhaling te voorkomen werd ervoor gekozen deze ongewijzigde artikelen niet opnieuw van een (gelijkluidende) toelichting te voorzien. Met de Afdeling ben ik echter van mening dat in beginsel ieder voorgesteld artikel van een artikelsgewijze toelichting moet worden voorzien. Daarom is naar aanleiding van het advies van de Afdeling in het aangepaste wetsvoorstel gekozen voor de aanpassing van alleen die bepalingen van de Uitvoeringswet EG-betekeningsverordening waartoe de implementatie van de verordening noopt, in plaats van het vaststellen van een heel nieuwe uitvoeringswet. Iedere inhoudelijke wijziging zal worden voorzien van een artikelsgewijze toelichting.
Het wetsvoorstel en de toelichting zijn op dit punt aangepast. De Afdeling heeft dezelfde opmerking gemaakt in het advies bij het wetsvoorstel tot uitvoering van de herschikte bewijsverkrijgingsverordening, gedateerd 20 april 2022, nr. W16.22.0027/II. Ook dat wetsvoorstel en de bijbehorende toelichting zijn op dit punt aangepast.
Ik dank de Afdeling voor de redactionele suggesties. Deze zijn overgenomen in de toelichting.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een aantal opmerkingen bij het voorstel en adviseert daarmee rekening te houden voordat het voorstel bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal wordt ingediend.
De vice-president van de Raad van State,
Ik moge U hierbij verzoeken het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.
De Minister voor Rechtsbescherming, F.M. Weerwind.
No.W16.22.0028/II
’s-Gravenhage, 20 april 2022
Aan de Koning
Bij Kabinetsmissive van 25 februari 2022, no.2022000473, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Rechtsbescherming, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot uitvoering van de Verordening (EU) van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2020 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken (de betekening en de kennisgeving van stukken) nr. 2020/1784 (PbEU 2020, L 405/40) (Uitvoeringswet Betekeningsverordening), met memorie van toelichting.
Het wetsvoorstel geeft uitvoering aan verordening (EU) 2020/1784 betreffende de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken (hierna: de betekeningsverordening).1 Daartoe bevat het voorstel onder andere de door de betekeningsverordening vereiste juridische grondslagen.
De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert met het oog op het overschrijfverbod het voorstel aan te passen en nader toe te lichten dat de betekeningsverordening ruimte biedt voor de verlening van verstek in situaties waarin niet wordt voldaan aan de in de betekeningsverordening gestelde voorwaarden. Voorts wijst de Afdeling erop dat het voorstel bij een deel van de bepalingen geen toelichting bevat en adviseert de toelichting aan te vullen zodat deze zelfstandig leesbaar is.
De betekeningsverordening biedt een regeling voor de situatie waarin een verweerder niet is verschenen. Daartoe wordt allereerst bepaald wanneer de rechter zijn beslissing dient aan te houden.2 Daarnaast biedt de verordening lidstaten de mogelijkheid dat de rechter verstek mag verlenen, zelfs indien geen certificaat van betekening is ontvangen. Het voorstel maakt gebruik van deze mogelijkheid. Daarvoor dient wel aan de in de verordening gestelde voorwaarden te zijn voldaan.3 De Afdeling merkt op dat deze voorwaarden (in deels gewijzigde bewoordingen) worden overgenomen in het wetsvoorstel. Gelet op het overschrijfverbod dient te worden volstaan met een verwijzing naar de in artikel 22, tweede lid, verordening gestelde voorwaarden.4
Het wetsvoorstel biedt de rechter verder de bevoegdheid om, al of niet na verloop van een door hem vast te stellen termijn, het verlenen van verstek te weigeren, indien geen certificaat van betekening is ontvangen én niet is voldaan aan de hiervoor bedoelde voorwaarden.5
Het voorstel biedt de rechter aldus een mogelijkheid om, ook indien niet wordt voldaan aan de in de verordening gestelde voorwaarden, verstek te verlenen. De vraag rijst of artikel 22, tweede lid, van de betekeningsverordening daartoe wel de ruimte biedt.
De Afdeling adviseert in de toelichting in te gaan op de mogelijkheid tot het verlenen van verstek indien niet is voldaan aan de voorwaarden in de betekeningsverordening, en zo nodig het voorstel aan te passen. Voorts adviseert de Afdeling het voorstel aan te passen met het oog op het overschrijfverbod.
De toelichting bij het wetsvoorstel bevat voor negen van de vijftien voorgestelde bepalingen een artikelsgewijze toelichting. Uit de transponeringstabel blijkt dat voor een aantal van de voorgestelde artikelen de toelichting bij de huidige Uitvoeringswet EG-betekeningsverordening, en/of de wijziging van deze wet, dient te worden geraadpleegd.
Voor de parlementaire behandeling maar in het bijzonder ook voor de rechtspraktijk, is het van belang dat de toelichting zelfstandig leesbaar is.6 De toelichting dient inzicht te bieden in hetgeen met een bepaling wordt beoogd en welke overwegingen ten grondslag liggen aan een bepaalde keuze door de wetgever.
De Afdeling merkt in dit verband op dat de toelichting bij de Uitvoeringswet EG-betekeningsverordening een aantal passages bevat die (ook na inwerkingtreding van het voorstel) van toegevoegde waarde kunnen zijn. Bij wijze van voorbeeld wijst de Afdeling op de regeling van de verlening van verstek en de verzending van een dagvaarding door de gerechtsdeurwaarder.7 In het huidige voorstel ontbreekt deze toelichting. Het vinden van de relevante passages uit (de) eerdere toelichting(en) wordt voorts bemoeilijkt doordat in de transponeringstabel bij het onderhavige voorstel, niet wordt verwezen naar specifieke onderdelen van de artikelsgewijze toelichting.
In het licht van het voorgaande adviseert de Afdeling de toelichting aan te vullen zodat zij zelfstandig leesbaar is.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een aantal opmerkingen bij het voorstel en adviseert daarmee rekening te houden voordat het voorstel bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal wordt ingediend.
De vice-president van de Raad van State, Th.C. de Graaf.
– Artikel 11 Uitvoeringswet betekeningsverordening zo formuleren dat de leden 4 en 5 van artikel 56 Rv niet komen te vervallen;
– Artikel 56, tweede lid, onderdeel f, schrappen aangezien artikel 12, tweede lid, betekeningsverordening, voorschrijft dat het de ontvangende instantie is dat formulier L opstelt;
– De transponeringstabel geeft bij artikelen 5 en 8 van de betekeningsverordening niet voor elk lid aan op welke wijze daar uitvoering aan wordt gegeven, of zulks achterwege kan blijven.
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is een nieuwe uitvoeringswet vast te stellen en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering te wijzigen ter uitvoering van de verordening betreffende de betekening en kennisgeving van stukken.
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
In deze wet wordt verstaan onder:
verordening (EU) nr. 2020/1784 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2020 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken (de betekening en de kennisgeving van stukken) (PbEU 2020, L 405/40);
verzendende instanties als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de verordening;
ontvangende instanties als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de verordening.
1. Als verzendende instanties worden voor Nederland aangewezen de gerechtsdeurwaarders.
2. Als ontvangende instanties worden aangewezen de gerechtsdeurwaarders.
3. Ten aanzien van de kennisgeving en betekening van gerechtelijke stukken door een gerecht of de griffier van een gerecht worden mede als verzendende instantie aangewezen de gerechten.
4. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld voor een verzending als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de verordening.
1. Als centraal orgaan als bedoeld in artikel 4 van de verordening wordt voor Nederland aangewezen de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders.
2. Onze Minister voor Rechtsbescherming kan nadere regels stellen met betrekking tot de wijze waarop het centraal orgaan de taken, bedoeld in artikel 4 van de verordening, uitvoert.
1. Een aan een ontvangende instantie in Nederland verzonden formulier als bedoeld in artikel 3, vierde lid, van de verordening kan in de Engelse of de Duitse taal worden ingevuld.
2. Een aan een verzendende instantie in Nederland verzonden certificaat als bedoeld in artikel 14 van de verordening kan in de Engelse of de Duitse taal worden ingevuld.
1. De gerechtsdeurwaarder aan wie de gerechtelijke of buitengerechtelijke stukken ter betekening of kennisgeving worden verzonden, wordt aangewezen als de autoriteit waarbij verzendende instanties als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de verordening verzoeken kunnen indienen overeenkomstig artikel 7 van de verordening tot het achterhalen van het adres van de persoon aan wie betekening of kennisgeving in Nederland moet worden gedaan. De deurwaarder kan een voorschot in rekening brengen voor de kosten van de betekening, alvorens de bijstand te verlenen.
2. Indien het de rechtstreekse betekening of kennisgeving van gerechtelijke stukken betreft overeenkomstig artikel 18 van de verordening wordt de rechtbank Den Haag aangewezen als de in het eerste lid bedoelde autoriteit.
Een aanvraag aan een ontvangende instantie in Nederland voor betekening of kennisgeving wordt uitgevoerd door middel van een exploot, tenzij uit de aanvraag voortvloeit dat zij op andere wijze moet worden uitgevoerd en het Nederlandse recht die andere wijze toestaat.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen aanvullende voorwaarden worden gesteld waaronder elektronische betekening of kennisgeving per e-mail wordt aanvaard, een en ander als bedoeld in artikel 19, eerste lid, onder b, van de verordening.
1. De vergoeding voor bijstand door een gerechtsdeurwaarder inzake de betekening of kennisgeving van uit een andere lidstaat afkomstige gerechtelijke of buitengerechtelijke stukken als bedoeld in artikel 15 van de verordening bedraagt € 125.
2. Onze Minister voor Rechtsbescherming kan het in het eerste lid bedoelde bedrag eenmaal per vijf jaar, te rekenen vanaf 1 juli 2022, wijzigen, indien daartoe gronden zijn.
1. In afwijking van artikel 22, eerste lid, van de verordening kan de rechter een beslissing geven, ook als geen certificaat van betekening, kennisgeving of afgifte is ontvangen, indien aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan:
a. het stuk is op één van de in de verordening geregelde wijzen toegezonden;
b. sedert het tijdstip van toezending van het stuk is een termijn verlopen die door de rechter voor elk afzonderlijk geval wordt vastgesteld, doch die ten minste zes maanden zal bedragen;
c. in weerwil van alle redelijke inspanningen die daartoe bij de bevoegde autoriteiten of organen van de aangezochte staat zijn aangewend, kon geen bewijs worden verkregen.
2. Is in een geval waarin geen certificaat als bedoeld in het eerste lid is ontvangen, niet voldaan aan de in dat lid gestelde voorwaarden, dan kan de rechter, al of niet na verloop van een door hem vast te stellen termijn, zo hij daartoe gronden aanwezig acht, het verlenen van verstek tegen de verweerder weigeren.
3. Een verzoek om verlening van een nieuwe termijn als bedoeld in artikel 22, vierde lid, van de verordening is slechts ontvankelijk indien het is ingediend binnen één jaar, te rekenen van de dag waarop de beslissing is gegeven.
Een ieder mag de betekening of kennisgeving van stukken afkomstig uit een Staat waar de verordening van toepassing is, rechtstreeks door een gerechtsdeurwaarder doen verrichten aan in Nederland verblijvende personen.
Artikel 56 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering komt te luiden:
1. Voorzover nodig in afwijking van hetgeen elders in deze afdeling is bepaald, geschiedt de betekening ten aanzien van hen die geen bekende woonplaats of bekend werkelijk verblijf in Nederland hebben, maar wel een bekende woonplaats of bekend werkelijk verblijf hebben in een Staat waar de verordening (EU) 2020/1784 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2020 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken (de betekening en kennisgeving van stukken) van toepassing is, met inachtneming van het tweede tot en met vijfde lid.
2. Een deurwaarder die is aangewezen als verzendende instantie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de verordening, verzendt een afschrift van het te betekenen stuk aan een ontvangende instantie als bedoeld in artikel 3, tweede lid van de verordening ter betekening aan degene voor wie het stuk bestemd is via het IT-systeem zoals bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de verordening of via alternatieve middelen van verzending in het geval van artikel 5, vierde lid, van de verordening. Indien het stuk niet is opgesteld in een van de in artikel 12, eerste lid, van de verordening bedoelde talen, verzendt de deurwaarder ook een vertaling in een taal als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de verordening.
De gerechtsdeurwaarder maakt in het stuk melding van de verzending, alsmede van de volgende gegevens:
a. de datum van verzending;
b. de naam en het adres van de ontvangende instantie;
c. de wijze van verzending;
d. in het geval van artikel 5 lid 4 van de verordening, de reden van de verzending met alternatieve middelen;
e. of een vertaling is verzonden en, zo ja, in welke taal;
f. de taal waarin het formulier als bedoeld in artikel 12, tweede lid, van de verordening is ingevuld;
g. de gevraagde wijze van betekening.
3. Een deurwaarder die is aangewezen als verzendende instantie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de verordening, mag een afschrift van het te betekenen stuk en de vertaling van het stuk als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de verordening, ook rechtstreeks verzenden aan degene voor wie het stuk bestemd is, overeenkomstig artikel 18 van de verordening. De gerechtsdeurwaarder maakt in het stuk melding van de verzending, alsmede van het volgende:
a. de datum van verzending;
b. de wijze van verzending;
c. of een vertaling is verzonden en zo ja, in welke taal;
d. de mededeling in een van de in artikel 12, eerste lid, van de verordening bedoelde talen, dat degene voor wie het stuk bestemd is, dit mag weigeren als het niet gesteld is in of niet vergezeld gaat van een vertaling in een van de in artikel 12, eerste lid, van de verordening bedoelde talen en dat formulier L bij de verordening of een schriftelijke verklaring dat degene voor wie het stuk bestemd is de betekening of kennisgeving weigert te aanvaarden vanwege de taal waarin het is gesteld, naar de deurwaarder moet worden gezonden.
Artikel 277 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering komt te luiden:
1. De oproeping bij brief van verzoekers of belanghebbenden die geen bekende woonplaats of bekend werkelijk verblijf in Nederland hebben, maar wel een bekende woonplaats of een bekend werkelijk verblijf in een Staat waar de verordening EU) 2020/1784 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2020 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken (de betekening en kennisgeving van stukken) van toepassing is, geschiedt door rechtstreekse verzending overeenkomstig artikel 18 van de verordening. In plaats daarvan mag het gerecht ook een vertaling van de oproeping verzenden in een taal als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de verordening. Het gerecht maakt in de oproeping melding van de verzending, alsmede van het volgende:
a. de datum van verzending;
b. de wijze van verzending;
c. of een vertaling is verzonden en zo ja, in welke taal;
d. de mededeling in een van de in artikel 12, eerste lid, van de verordening bedoelde talen, dat degene voor wie het stuk bestemd is, dit mag weigeren als het niet gesteld is in of niet vergezeld gaat van een vertaling in een van de in artikel 12, eerste lid, van de verordening bedoelde talen en dat geweigerde stukken naar hem moeten worden gezonden.
2. Het gerecht mag de oproeping ook verrichten door verzending daarvan aan een ontvangende instantie als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de verordening, ter betekening aan degene voor wie de oproeping bestemd is, via het IT-systeem zoals bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de verordening of via alternatieve middelen van verzending in het geval van artikel 5, vierde lid, van de verordening. Indien de oproeping niet is opgesteld in een van de in artikel 12, eerste lid, van de verordening bedoelde talen, verzendt het gerecht ook een vertaling in een taal als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de verordening.
Het gerecht maakt in de oproeping melding van de verzending, alsmede van volgende gegevens:
a. de datum van verzending;
b. de naam en het adres van de ontvangende instantie;
c. de wijze van verzending;
d. in het geval van artikel 5 lid 4 van de verordening, de reden van de verzending met alternatieve middelen;
e. of een vertaling is meegezonden en, zo ja, in welke taal;
f. de taal waarin het formulier als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de verordening is ingevuld;
g. de gevraagde wijze van betekening.
De Uitvoeringswet EG-betekeningsverordening wordt ingetrokken.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
De Minister voor Rechtsbescherming,
In dit wetsvoorstel wordt de Betekeningsverordening van 25 november 20201 uitgevoerd door een nieuwe uitvoeringswet en enkele wijzigingen in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). De Betekeningsverordening bevat procedures voor de grensoverschrijdende betekening en kennisgeving van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken. De Betekeningsverordening wordt op 1 juli 2022 van toepassing.
De aanpassingen in de Betekeningsverordening zien met name op verdere digitalisering. Deze verordening is een herschikking van de EG-betekeningsverordening.2 Gelijktijdig is de verordening inzake bewijsverkrijging herschikt.3 In overeenstemming met de EU-agenda voor justitie voor 2020 spelen de Bewijsverkrijgings- en Betekeningsverordening in op de behoefte om de procedurele rechten in burgerlijke zaken te versterken.4 Het doel is het wederzijdse vertrouwen van de EU-lidstaten in elkaars rechtsstelsels te vergroten. Deze Uitvoeringswet en de wijziging van Rv regelen de benodigde juridische grondslagen. Omdat ook de titel van de uitvoeringswet wordt aangepast, is ervoor gekozen om een nieuwe uitvoeringswet te maken en de uitvoeringswet EG-betekeningsverordening in te trekken.5 Deze methodiek is ook toegepast bij het voorstel voor de uitvoeringswet bij de herschikte Bewijsverkrijgingsverordening.
Naast juridische grondslagen vereist de verordening feitelijke uitvoering. De belangrijkste feitelijke uitvoering is het technisch aansluiten van het IT-systeem voor de grensoverschrijdende communicatie. De Europese Commissie ontwikkelt referentie-implementatiesoftware die gebruikt kan worden door de lidstaten om hun nationale IT-voorzieningen aan te sluiten op e-CODEX. Dat levert voor de verzendende en ontvangende instanties een portaal op waarmee veilig en rechtstreeks met de instanties in de andere lidstaten kan worden gecommuniceerd, op basis van de formulieren die bij de verordeningen zijn gevoegd. In de verordeningen is daarvoor een termijn gesteld van drie jaar na de vaststelling van de uitvoeringshandelingen door de Europese Commissie op uiterlijk 23 maart 2022.6 Dat betekent dat uiterlijk in 2025 de bepalingen in de verordeningen die gaan over de digitale werkwijze van toepassing worden7. De rest van de bepalingen wordt op 1 juli 2022 van toepassing8.
De bijlage bij deze memorie van toelichting bevat een transponeringstabel waaruit blijkt of en hoe de bepalingen van de Betekeningsverordening worden geïmplementeerd.
De EG-betekeningsverordening is in 2017 geëvalueerd. Daaruit bleek dat het traditionele kanaal voor het verzenden van stukken via de verzendende en ontvangende instanties langzamer en minder efficiënt werkt dan werd verwacht. De alternatieve wijze van betekening of kennisgeving per post is snel en betrekkelijk goedkoop, maar minder betrouwbaar. Ook wordt niet volledig geprofiteerd van de mogelijkheden van recente technologische ontwikkelingen. De Betekeningsverordening heeft ten doel gerechtelijke procedures doeltreffender te maken en sneller te laten verlopen door de procedures voor de betekening en kennisgeving van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in de Europese Unie te vereenvoudigen en te stroomlijnen en tevens een bijdrage te leveren aan de beperking van vertragingen en kosten voor personen en ondernemingen.9,10 Meer rechtszekerheid en eenvoudigere, gestroomlijnde en gedigitaliseerde procedures komen de interne markt ten goede.
De belangrijkste inhoudelijke wijzigingen van de Betekeningsverordening zijn:
– de communicatie en uitwisseling van documenten tussen verzendende en ontvangende instanties vindt elektronisch plaats, via een gedecentraliseerd IT-systeem. Dit gedecentraliseerde systeem is gebaseerd op nationale IT systemen die verbonden zijn door e-CODEX, welk systeem een veilige en betrouwbare grensoverschrijdende informatiewisseling mogelijk maakt;
– lidstaten moeten assistentie verlenen in het lokaliseren van geadresseerden;
– kennisgeving en betekening van gerechtelijke stukken kunnen vanuit lidstaten waar dit is toegestaan (onder voorwaarden) ook rechtstreeks elektronisch plaatsvinden in een andere lidstaat (als equivalent van de betekening of kennisgeving per post).
De verzendende en ontvangende instanties in Nederland (de gerechtsdeurwaarders en de gerechten) zullen voor de elektronische communicatie moeten aansluiten op e-CODEX.11 Dat is een bestaande Europese digitale technische oplossing voor snelle, betrouwbare en veilige online grensoverschrijdende informatie-uitwisseling tussen bevoegde justitiële autoriteiten in een groeiend aantal grensoverschrijdende juridische procedures.12De deurwaarders zullen via een nationale aansluiting op e-CODEX worden aangesloten vanwege hun rol als verzendende en ontvangende instantie in de Betekeningsverordening.
De Uitvoeringswet Betekeningsverordening biedt een grondslag voor deze verdere digitalisering en ziet op een regeling voor de te verlenen assistentie bij het lokaliseren van geadresseerden onder de Betekeningsverordening.
Het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt aangepast aan de nieuwe regels uit de Betekeningsverordening. Het voorstel past steeds zowel de versie voor de Hoge Raad als de versie voor de andere gerechten aan, op gelijke wijze.13
Artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) beschermt het recht op een eerlijk proces. Dat omvat in burgerlijke zaken de toegang tot een onafhankelijke en onpartijdige rechter, het recht op een procedure op tegenspraak, toegang tot bewijs, eerlijke bewijsverkrijging en het recht op een openbare behandeling van de zaak. De Betekeningsverordening beoogt de grensoverschrijdende betekening en kennisgeving van stukken doeltreffender te maken en te versnellen. Hierdoor worden de doorlooptijden van procedures korter. Een snellere en doeltreffendere betekening van stukken kan ook het beginsel van hoor en wederhoor bevorderen, doordat relevante informatie gemakkelijker en eerder bij betrokkenen bekend kan worden gemaakt. Bij dit alles moet steeds de effectieve toegang tot het recht voorop staan, en het vertrouwen van de burger daarin gewaarborgd worden.14
Bij de Europese digitaliseringsmaatregelen is rekening gehouden met de vereisten inzake gegevensbescherming en privacy, waaronder de eIDAS-verordening.15 Het in te voeren systeem voor elektronische uitwisselingen tussen de aangewezen gerechten moet gebaseerd zijn op een volledig betrouwbare en beveiligde technische oplossing die de integriteit en de privacy van de verzonden gegevens waarborgt. De verordeningen gaan uit van een door de lidstaten vooraf medegedeelde lijst van gebruikers van het systeem (alleen gerechten en justitiële autoriteiten van de lidstaten). Dit betekent dat gebruikers alleen op basis van een expliciete toelating tot een applicatie gerechtigd gebruik kunnen maken van die applicatie. Zo hebben alleen gerechtigde gebruikers toegang tot de data die via elektronische uitwisseling tussen de autoriteiten worden uitgewisseld.
De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming (EDPS) is geraadpleegd en heeft op 13 september 2019 een advies uitgebracht.16 Er zijn een aantal aanbevelingen gedaan en de EDPS blijft beschikbaar om in een verdere fase van het proces van digitalisering advies te verstrekken. De Europese Commissie is ook verplicht om de EDPS te raadplegen bij het opstellen van uitvoeringshandelingen of gedelegeerde handelingen wanneer er gevolgen zijn voor de bescherming van de rechten en vrijheden van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens.
De grondslag voor de verwerking van de persoonsgegevens is de verordening zelf. De Uitvoeringswet Betekeningsverordening of de wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft geen rechtstreekse gevolgen op dat gebied. Ook is nog niet bekend op welke manier Nederland invulling zal geven aan de digitalisering (zoals in paragraaf 7 nader is toegelicht). Als er keuzes worden gemaakt in de feitelijke uitvoering die de verwerking van persoonsgegevens raken, zal de Autoriteit Persoonsgegevens om advies worden gevraagd.
Het Besluit elektronisch procederen (Bep) bevat regels voor vrijwillig en verplicht elektronisch procederen in het civiele recht en het bestuursrecht. Elektronisch procederen is een verzamelbegrip. Hiermee wordt in het civiele recht gedoeld op de in artikel 33 Rv opgenomen mogelijkheid van het elektronisch doen of verzenden van verzoeken en mededelingen, het elektronisch indienen ter griffie van processtukken en het elektronisch verzenden van processtukken door de griffier, alsmede het elektronisch indienen van een exploot van dagvaarding als bedoeld in artikel 125 Rv. Ook valt hieronder het langs digitale weg indienen van stukken bij de Hoge Raad via een portaal op basis van artikelen 30a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen).
Het Bep bepaalt onder meer aan welke eisen een digitaal systeem voor gegevensverwerking moet voldoen dat door een rechterlijke instantie wordt gebruikt voor elektronisch procederen. Voor zover de Betekeningsverordening de grensoverschrijdende communicatie van Europese gerechten of verzendende en ontvangende instanties regelt, ter betekening of kennisgeving, inkomend of uitgaand, is deze regeling aanvullend op het Bep.
De gerechten en de deurwaarders zullen via een nationale verbinding aangesloten worden op een digitaal Europees systeem voor het uitwisselen van stukken en verzoeken.
Voor de deurwaarders betekent dit concreet dat zij langs elektronische weg verzoeken tot betekening van stukken in Nederland kunnen ontvangen vanuit andere lidstaten. De daaropvolgende betekening in Nederland kan nog niet elektronisch. De deurwaarder zal de stukken daarom moeten uitprinten en vervolgens op de huidige wijze betekenen aan de geadresseerde. Ook stukken die in het buitenland betekend of kennisgegeven moeten worden, kunnen door de deurwaarders (en de andere verzendende instanties) elektronisch worden verstuurd. Het systeem is niet bestemd voor gebruik door personen of bedrijven die niet als verzendende of ontvangende instantie zijn aangewezen. Voor hen zijn er geen directe gevolgen. Het doel van de Betekeningsverordening is wel de justitiële samenwerking binnen Europa te verbeteren, door snellere en gemakkelijker communicatie mogelijk te maken. Daarvan profiteert uiteindelijk iedereen die te maken heeft met grensoverschrijdende juridische procedures op het gebied van het burgerlijk recht.
De Betekeningsverordening opent de mogelijkheid om tijdens een procedure (onder voorwaarden), gerechtelijke stukken rechtstreeks aan een geadresseerde in een andere lidstaat te verzenden via elektronische middelen of e-mail.17 Dit gaat dus om het verzenden door een gerecht van stukken aan een geadresseerde. Als in een procedure de mogelijkheid om elektronisch te procederen voor deze geadresseerde is opengesteld via een daarvoor bestemd systeem, ligt verzending per e-mail niet meer voor de hand. Het is immers onwenselijk als er in één zaak, via verschillende kanalen wordt gecommuniceerd door het gerecht. Door deze mogelijkheid kunnen de kosten van deze procedures in de toekomst lager worden en verbetert de toegang tot de rechter in Europees verband. Op die manier hebben burgers en bedrijven betere toegang tot een effectieve rechtsgang in Europa.
Voor de rechterlijke macht leidt de aansluiting op het gedecentraliseerd systeem voor de verzending van stukken ter betekening tot een vereenvoudiging van de procedure om gerechtelijke stukken in een andere lidstaat te laten betekenen.
De Europese Commissie, bijgestaan door een comité,18 is referentie-implementatiesoftware aan het ontwikkelen in overleg met de lidstaten. Met die software kunnen de nationale systemen aangesloten worden op e-CODEX (of een soortgelijk Europees systeem). De interoperabiliteit van de nationale systemen en e-CODEX staat daarbij voorop en de Europese Commissie streeft ernaar om de kosten van de nationale aansluitingen te minimaliseren.19
Het streven is om de aansluiting op het Europese netwerk voor alle lidstaten operationeel te hebben in 2025. Als lidstaten eerder gebruik kunnen maken van het gedecentraliseerde IT-systeem, stellen zij de Europese Commissie daarvan in kennis.20 Het ligt voor de hand dat dezelfde procedure wordt gevolgd in geval van vertraging.
Over de technische uitvoering wordt overleg gevoerd met de betrokken instanties. Zie daarover verder paragraaf 10 van deze toelichting.
Hoewel dit wetsvoorstel zelf geen maatregelen bevat die leiden tot financiële gevolgen voor de rijksbegroting, dienen op grond van de verordening wel uitvoeringshandelingen te worden verricht die mogelijk financiële gevolgen hebben voor de rechtspraak en de gerechtsdeurwaarders. De belangrijkste feitelijke uitvoering betreft het technisch aansluiten op e-CODEX van het IT-systeem voor grensoverschrijdende communicatie, zoals eerder in deze memorie van toelichting toegelicht. Voor de implementatie hiervan krijgen de lidstaten langer de tijd, namelijk tot drie jaar na de vaststelling van de uitvoeringshandelingen door de Europese Commissie op uiterlijk 23 maart 2022. Uiterlijk in 2025 worden de bepalingen in de verordeningen die gaan over de digitale werkwijze van toepassing. Op dit moment wordt in Europees verband nog gesproken over de wijze waarop deze technische aansluiting wordt vormgegeven. De maatregelen die dienen te worden getroffen om de elektronische communicatie daadwerkelijk mogelijk te maken, worden de komende periode nader uitgewerkt. Over de praktische uitvoering voor de rechtspraak en de deurwaarders wordt overleg gevoerd met de Raad voor de rechtspraak en de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders (KBvG). In dat kader worden ook de financiële consequenties die mogelijk uit de bovengenoemde uitvoeringshandelingen voortvloeien, in kaart gebracht en uitgewerkt.
In de Betekeningsverordening is voorzien in een evaluatie uiterlijk 2027.21 Ook is voorzien in een programma voor de monitoring van de output, resultaten en effecten.22
Over dit wetsvoorstel is in juni 2021 advies gevraagd aan de Adviescommissie voor burgerlijk procesrecht. Vervolgens is het voorgelegd aan de Raad voor de rechtspraak (Rvdr), de Nederlandse Orde van Advocaten, de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders (KBvG) en de Stichting Netwerk Gerechtsdeurwaarders (SNG) voor advies over de (financiële) gevolgen in de uitvoering. Er heeft geen internetconsultatie plaatsgevonden, aangezien het de uitvoering van EU-verordeningen betreft en de termijn tot het van toepassing worden kort is.23
Door de Rvdr, NOVA, KBvG en de SNG is positief gereageerd op het streven naar digitalisering van de contacten tussen gerechten in het kader van de bewijsverkrijging en het betekeningsproces in de Europese Unie.
De gerechtsdeurwaarders hebben hun werkwijze in de praktijk al in verregaande mate geautomatiseerd en zien grote toegevoegde waarde in de aanpassingen op het punt van digitalisering in de Betekeningsverordening. De SNG heeft geadviseerd dat het beschikbaar hebben van een ‘system to system’ koppeling in het kader van de Betekeningsverordening essentieel is. Een ‘system to system’ koppeling past in de definitie van een ‘gedecentraliseerd IT-systeem’ en bevordert de veiligheid en betrouwbaarheid van de uit te wisselen informatie met andere lidstaten. SNG heeft dit aan het comité van de Europese Commissie dat is belast met de uitvoering van de Bewijsverkrijgings- en Betekeningsverordeningen kenbaar gemaakt en dit is omarmd. De SNG stelt verder de vraag hoe de financiering van de implementatie van de Betekeningsverordening en de daarbij behorende wijziging van de uitvoeringswet wordt geregeld.
De NOVA vraagt nadrukkelijk aandacht voor de reservering van voldoende tijd, mankracht en financiële middelen om de aansluiting van de nationale IT-systemen op e-Codex te kunnen realiseren.
De Rvdr verwacht dat de bredere inzet van digitale middelen enerzijds zal leiden tot een (niet begrote) besparing, en anderzijds mogelijk tot meer zaken vanwege de verbeterde toegankelijkheid. Dit kan mogelijk extra werklastgevolgen meebrengen, die gefinancierd zullen moeten worden. De hoogte van de werklastgevolgen kan nog niet worden ingeschat. De kosten van de aansluiting van de systemen van de rechtspraak op e-Codex schat de Rvdr voorlopig in op € 2,7 miljoen.
Uit deze adviezen komt naar voren dat het voor alle betrokkenen van belang is dat de financiële gevolgen helder in kaart worden gebracht. Over de wijze waarop de digitalisering technisch wordt uitgevoerd, vindt overleg plaats met alle betrokken partijen. Een van de onderwerpen is de vraag of het in de Nederlandse situatie wenselijk is om gebruik te maken van de Europese implementatiesoftware. De gevolgen van deze keuze zullen inzichtelijk gemaakt worden bij de algemene maatregel van bestuur die ter uitwerking van de digitalisering zal worden vastgesteld. Daarbij is van belang dat het ontwerpen van de referentie-implementatiesoftware die door de Europese Commissie wordt ontwikkeld, wordt gefinancierd uit de algemene begroting van de Unie en dus niet voor rekening van de lidstaten komt.24 De kosten van de toegangspunten voor de Nederlandse IT-systemen, en van de eventuele aanpassingen met het oog op de interoperabiliteit van deze systemen, worden gedragen door de lidstaten. Zo nodig kan daarvoor subsidie worden aangevraagd bij de Europese Unie.25 Op dit moment is nog niet bekend wat de gevolgen van een keuze voor het ene of het andere systeem zijn voor de kosten van beheer en onderhoud van de Nederlandse aansluiting op het systeem.
Verder zijn concrete adviezen uitgebracht bij het wetsvoorstel door de bovengenoemde organisaties en de Adviescommissie voor burgerlijk procesrecht. Deze adviezen zijn verwerkt dan wel is een nadere toelichting gegeven op het betreffende onderwerp.
De verordeningen worden van toepassing op 1 juli 2022. De bepalingen over de aansluiting op het gedecentraliseerde IT-systeem (en het gebruik daarvan) worden van toepassing drie jaar na de vaststelling van uitvoeringshandelingen door de Europese Commissie, uiterlijk op 23 maart 2022. Dat betekent dat de bepalingen op grond waarvan gedigitaliseerd wordt, uiterlijk in 2025 in werking treden. Overgangsrecht is niet vereist. Met de digitale verzending wordt een nieuwe wijze van verzending geïntroduceerd, maar de bestaande wijze blijft geldig. Een betekening die onder de bestaande regeling is aangevangen, kan worden voortgezet. De praktische regelingen zoals de bijstand voor adressen kunnen onmiddellijk in werking treden.
Deze uitvoeringswet vervangt de Uitvoeringswet EG-betekeningsverordening van 13 december 2001, zoals gewijzigd op 10 juni 2009. Waar nodig door de herschikking in de Betekeningsverordening zijn inhoudelijke aanpassingen doorgevoerd. Ook zijn twee artikelen in Rv aangepast. De inhoudelijke wijzigingen worden hieronder toegelicht. Voor bepalingen die hetzelfde zijn gebleven, wordt verwezen naar de memories van toelichting bij de Uitvoeringswet EG-betekeningsverordening en de wijziging daarvan.26 Wijzigingen ten opzichte van de Uitvoeringswet EG-betekeningsverordening die uitsluitend bestaan uit het aanpassen van artikelnummers of verwijzingen worden niet nader toegelicht.
De gerechten waren ook in de huidige Uitvoeringswet EG-betekeningsverordening aangewezen als verzendende instanties ten aanzien van de kennisgeving van gerechtelijke stukken. Voor de duidelijkheid is in het voorstel ook het woord ‘betekening’ ingevoegd. Gerechtelijke stukken kunnen volgens de regels van artikel 277, tweede lid, Rv ook ter betekening worden verzonden aan een ontvangende instantie. Als dat via het digitale systeem plaatsvindt, moeten de gerechten herkend (en vertrouwd) worden als verzendende instantie. In deze hoedanigheid kunnen de gerechten ook vragen om de adresbijstand op grond van artikel 7 van de Betekeningsverordening.
In het nieuwe vierde lid van artikel 2 is geregeld dat bij AMvB nadere regels kunnen worden gesteld voor de verzending via het gedecentraliseerde IT-systeem zoals bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Betekeningsverordening. Het gedecentraliseerde IT-systeem bestaat uit nationale IT-systemen die onderling verbonden zijn en op technisch vlak met elkaar kunnen communiceren. De basis van de verbinding wordt gevormd door e-CODEX. Dat systeem zal gereguleerd worden in een verordening en beheerd door het agentschap EU-Lisa. De Europese Commissie ontwikkelt referentie-implementatiesoftware die gebruikt kan worden door de lidstaten om hun nationale IT-voorzieningen aan te sluiten op e-CODEX. Dat levert voor de verzendende en ontvangende instanties een portaal op waarmee veilig en rechtstreeks met de instanties in de andere lidstaten kan worden gecommuniceerd, op basis van de formulieren die bij de verordeningen zijn gevoegd. De Betekeningsverordening bevat regels en procedurevoorschriften over de veiligheid van gegevens en de betrouwbaarheid van het systeem.27 In deze wet wordt een grondslag opgenomen om nadere regels te kunnen stellen voor de verzending via het IT-systeem, indien de technische uitvoering van de nationale aansluiting op e-CODEX dat vereist. De verzending op basis van deze regels moet ook betrouwbaar en veilig zijn, en daarnaast werkbaar.
De terminologie en de verwijzingen zijn in overeenstemming gebracht met de herschikte Betekeningsverordening. De ‘centrale instantie’ wordt ‘centraal orgaan’.
Dit nieuwe artikel bevat een uitwerking van artikel 7 van de herziene Betekeningsverordening inzake het verlenen van assistentie door lidstaten bij het achterhalen van adressen. De oude verordening kende een dergelijke bepaling niet. Het ligt voor de hand dat de gerechtsdeurwaarders een rol hebben bij het achterhalen van adressen, indien daarna een betekening door hen volgt. Nu is het ook zo dat de deurwaarder bevoegd is om een adres te controleren in de BRP in verband met een (binnenlands of buitenlands) verzoek tot betekening. Dat werkt in de praktijk goed. De KBvG heeft aangegeven dat haar leden een verzoek om adresinformatie in beginsel binnen twee werkdagen zullen beantwoorden. Eveneens in beginsel zullen geen extra kosten in rekening worden gebracht, omdat het uitgangspunt is dat op de bevraging een opdracht tot betekening volgt. Indien het om een uitvoerige bevraging gaat met een grote hoeveelheid adressen kan de deurwaarder een voorschot vragen van de verzendende instantie. Deze wijze van bijstand zal aan de Europese Commissie bekend gemaakt worden op grond van artikel 7, tweede lid, van de Betekeningsverordening.
Indien gerechten uit andere lidstaten een adres willen achterhalen met het oog op de betekening of kennisgeving op grond van art. 18 van de Betekeningsverordening, dan kan de bijstand worden verleend door de rechtbank Den Haag.
In sommige lidstaten is, anders dan in Nederland, ook betekening via e-mail toegestaan. Artikel 5 van de Uitvoeringswet EG-betekeningsverordening bepaalde dat betekening van stukken ingevolge de Verordening via exploot gebeurt, tenzij om een andere wijze van betekening is verzocht. Dit blijft zo in artikel 6. Om te voorkomen dat betekend moet worden op een wijze die het Nederlandse recht niet toestaat, zoals via e-mail, is aan dit artikel toegevoegd dat het Nederlands recht de gevraagde wijze van betekening moet toestaan.
Dit artikel bevat een nieuwe regeling ter uitvoering van artikel 19 van de herschikte Betekeningsverordening. Dit maakt het mogelijk om in de loop van de procedure ‘gerechtelijke stukken’ rechtstreeks langs elektronische weg te betekenen of kennis te geven aan een geadresseerde die een bekend adres voor betekening of kennisgeving in een andere lidstaat heeft. In Nederland is op dit moment nog geen nationaal digitaal systeem voor betekening of kennisgeving van dergelijke stukken aanwezig, zodat de mogelijkheid van het eerste lid, onder a nog niet toepasbaar is.28 Wel is in Nederland sinds de corona-crisis ‘veilige e-mail’ beschikbaar in de rechtspraak. Volgens artikel 19, eerste lid, onder b, van de Betekeningsverordening kan gebruik worden gemaakt van e-mail indien de geadresseerde een bekend adres in een andere lidstaat heeft en vooraf uitdrukkelijk toestemming heeft gegeven voor het gebruik van e-mail voor de betekening of kennisgeving van stukken. Het gaat om stukken die in de loop van een procedure worden verzonden en in ontvangst genomen, dus niet om stukken die het proces inleiden, zoals een verzoekschrift, dagvaarding of de eerste oproeping voor een mondelinge behandeling. De geadresseerde moet aan de rechter of de partij die is belast met de betekening of kennisgeving van stukken in de procedure toestemming geven, en overeenkomstig artikel 19, lid, onderdeel b (slot) van de Betekeningsverordening de ontvangst van het stuk bevestigen met een ontvangstbevestiging. Deze ontvangstbevestiging kan blijkens overweging 33 bestaan uit een e-mail die wordt teruggestuurd vanaf het opgegeven adres.
Indien een procespartij wordt vertegenwoordigd door een advocaat of gemachtigde ligt het niet voor de hand om deze weg te gebruiken omdat de uitwisseling van stukken dan via de advocaat of gemachtigde zal verlopen en die zal in de regel een adres in Nederland hebben waar de stukken naar worden verzonden. Het betreft dus procedures waarin de geadresseerde (nog) geen procesvertegenwoordiger heeft, zoals het geval kan zijn bij kanton- of familiezaken.
De grosse kan in Nederland niet elektronisch worden verzonden, omdat het in een elektronische omgeving vooralsnog niet mogelijk is te garanderen dat er slechts één authentieke grosse bestaat: ieder afschrift van een elektronisch document is identiek.
De verordening laat toe dat lidstaten nadere waarborgen eisen voor het aanvaarden van deze betekening of kennisgeving van stukken per email indien die lidstaten zelf voor de binnenlandse verzending of betekening van stukken strengere eisen stellen of dat zij de verzending of betekening van gerechtelijke stukken via e-mail binnenlands niet toestaan. Daartoe wordt bij dit nieuwe artikel 6 geregeld dat bij AMvB aanvullende voorwaarden kunnen worden gesteld.
Dit artikel geeft uitvoering aan artikel 15, tweede lid, van de Betekeningsverordening, waarin is bepaald dat de lidstaten een vergoeding vaststellen voor het beroep op een deurwaarder.
In de Uitvoeringswet EG-betekeningsverordening was een tarief opgenomen van € 65. Doordat sinds 2009 geen indexering of wijziging van dit bedrag heeft plaatsgevonden, is het wettelijk tarief voor vergoeding voor bijstand door een gerechtsdeurwaarder in Nederland inzake de betekening of kennisgeving van uit een andere lidstaat afkomstige gerechtelijke of buitengerechtelijke stukken inmiddels aanmerkelijk lager dan de kostprijs. Bij de berekening van het tarief dat ingevolge artikel 15 van de Betekeningsverordening is vastgesteld, is rekening is gehouden met het Rapport Kostprijsonderzoek EG-betekening dat in opdracht van de KBvG is opgesteld en waaruit blijkt dat de kostprijs voor een betekening in 2019 € 110 bedraagt. Dit tarief is door de KBvG geïndexeerd naar 1 juli 2022, uitkomend op (afgerond) € 121. De periodieke wijzigingsmogelijkheid na vijf jaar wordt gekoppeld aan het moment dat de Betekeningsverordening (grotendeels) van toepassing wordt (1 juli 2022). Dit biedt ook de mogelijkheid om te bezien wat de praktische gevolgen zijn van het gebruik van het gedecentraliseerde IT-systeem. Omdat dit meebrengt dat geen indexering zal plaatsvinden vóór 1 juli 2027, wordt het bedrag van € 121 naar boven afgerond op € 125. Dit is exclusief eventueel in rekening te brengen BTW. Of BTW in rekening moet worden gebracht (en afgedragen), hangt af van de hoedanigheid van de opdrachtgever.
Artikel 11 stelt artikel 56 Rv opnieuw vast.
Het nieuwe tweede lid brengt tot uitdrukking dat de deurwaarder een te betekenen stuk in beginsel digitaal verzendt of op alternatieve wijze in het geval van artikel 5, vierde lid, van de Betekeningsverordening. Als dat geval zich voordoet, regelt het nieuwe onderdeel d van het tweede lid dat de reden van de verzending met alternatieve middelen in het stuk wordt vermeld. De keuze van een alternatief middel wordt geregeld in de Betekeningsverordening: artikel 5, vierde lid, bepaalt dat dit het snelste, meest geschikte alternatieve middel moet zijn, ermee rekening houdend dat betrouwbaarheid en veiligheid gewaarborgd moet zijn. Verder is van belang welke technische middelen de ontvangende instantie op grond van artikel 33, eerste lid, in samenhang met artikel 3, vierde lid, onder c van de Betekeningsverordening heeft opgegeven. Uit overweging 15 in samenhang met artikel 5, vierde lid, kan worden afgeleid dat bij gebrek aan beschikbare veilige elektronische middelen in ieder geval per post kan worden verzonden. In die situaties is een ontvangstbevestiging nodig om de verzending te kunnen aantonen.
Indien het stuk niet is opgesteld in een taal als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de Betekeningsverordening, verzendt de deurwaarder ook een vertaling. De verordening is op dit punt niet inhoudelijk gewijzigd. Wel is nieuw dat in overweging 25 bij de Betekeningsverordening is opgenomen dat een vertaling gecertificeerd moet zijn of anderszins geschikt geacht voor een procedure overeenkomstig het recht van de lidstaat van herkomst. Het ligt voor de hand dat onder ‘gecertificeerde vertaling’ een beëdigde vertaling wordt verstaan, aangezien dat in het Nederlandse recht de enige soort wettelijk gewaarborgde vertaling is.29 Een vertaling die anderszins geschikt kan worden geacht voor een procedure overeenkomstig het Nederlandse recht, is bijvoorbeeld een vertaling die is opgesteld door de (advocaat van) eiser of verzoeker indien diegene de taal zelf voldoende machtig is, en erop vertrouwd kan worden dat diegene een geschikte vertaling maakt. Ook een vertaling die zonder waarmerk is opgesteld door een beëdigde vertaler zal in de regel geschikt zijn.
In het derde lid wordt de nummering van de onderdelen a tot en met d aangepast. In onderdeel e is de bepaling dat de stukken moeten worden teruggezonden indien een correcte vertaling ontbreekt, aangepast in die zin dat een schriftelijke verklaring moet worden teruggezonden op grond van artikel 12, derde en zesde lid, van de Betekeningsverordening.
Dit artikel stelt artikel 277 Rv (inzake de grensoverschrijdende oproeping van belanghebbenden in verzoekschriftprocedures) opnieuw vast.
In het eerste lid, onderdeel d wordt geregeld dat een oproeping en een vertaling worden verzonden, indien de oproeping niet is opgesteld in een van de talen zoals bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de verordening. Zie voor de eisen aan de vertaling ook de toelichting bij artikel 56 Rv. Onderdeel e regelt dat een schriftelijke verklaring van weigering moet worden teruggezonden op grond van artikel 12, derde en zesde lid, van de Betekeningsverordening.
In het tweede lid is geregeld dat een oproeping ook digitaal kan worden verzonden aan een ontvangende instantie ter betekening. Indien nodig wordt ook een vertaling verzonden.
De Betekeningsverordening is van toepassing per 1 juli 2022. De bepalingen die zien op de verzending en ontvangst via het gedecentraliseerde systeem worden logischerwijs pas van toepassing als deze systemen zijn aangesloten. De inwerkingtreding van deze wet zal daarop afgestemd worden, zoals benoemd in paragraaf 1 van deze toelichting.
Dat betekent concreet dat de bepalingen ter uitvoering van de Betekeningsverordening in de artikelen 1 tot en met 10, 13 en15 in werking kunnen treden per 1 juli 2022. Artikelen 11 en 12 treden pas in werking als het gedecentraliseerde IT-systeem functioneert. Dat is in lijn met artikel 37, tweede lid, van de Betekeningsverordening.
Zoveel als mogelijk zal rekening gehouden worden met de vaste verandermomenten en de minimuminvoeringstermijn.
De Minister voor Rechtsbescherming,
Uitvoeringswet Betekeningsverordening
|
Verordening 2020/1784 |
Uitvoerings-wet (Uw) en Wetboek van Burgerlijke Rechtsvor-dering (Rv) |
Omschrijving beleidsruimte |
Toelichting op keuze bij invulling beleidsruimte |
|---|---|---|---|
|
Art. 1 |
Rechtstreekse werking volstaat. |
||
|
Art. 2 |
Rechtstreekse werking volstaat. |
||
|
Art. 3 |
Art. 2 Uw |
Aanwijzing verzendende en ontvangende instanties |
|
|
Art. 4 |
Art. 3 Uw |
Aanwijzing centraal orgaan |
|
|
Art. 5, lid 1 |
Art. 2, lid 4 Uw |
Nadere regelgeving mogelijk voor verzending via gedecentraliseerd IT-systeem |
Bij de feitelijke technische uitvoering kan gebruik gemaakt worden van referentie-implementatiesoftware die door de EC wordt ontwikkeld. Onderzocht wordt of dat in de Nederlandse situatie de best passende optie is, of dat er een Nederlands alternatief moet worden ontwikkeld. Indien nodig kunnen te zijner tijd nadere regels worden gesteld over de implementatie. |
|
Art. 5, lid 1 |
Art. 56 lid 1 en 277 lid 2 Rv |
Verzending tussen instanties via gedecentraliseerd IT-systeem verwerkt in Nederlandse procesrecht. |
Geen beleidsruimte |
|
Art. 5, lid 4 |
Artikel 56, lid 2 onder d en 277, lid 2 onder d Rv |
Alternatieve verzending |
Zie overweging 15 bij de verordening en de artikelsgewijze toelichting. |
|
Art. 6 |
Rechtstreekse werking volstaat. |
||
|
Art. 7 |
Art. 5 Uw |
Aanwijzing autoriteiten die adresbijstand verlenen. |
Deurwaarder en rechtbank Den Haag. Zie verder artikelsgewijze toelichting. |
|
Art. 8, lid 2 |
Art. 4, lid 1 Uw |
Verklaring welke taal wordt aanvaard voor aanvraagformulier. |
Engels of Duits. In lijn met bestaande Uitvoeringswet EG-betekeningsverordening. |
|
Art. 9 |
Rechtstreekse werking volstaat. |
||
|
Art. 10 |
Rechtstreekse werking volstaat. |
||
|
Art. 11 |
Art. 6 Uw |
Hoofdregel betekening door exploot. Andere wijze slechts indien Nederlandse recht die toestaat. |
Zie artikelsgewijze toelichting. |
|
Art. 12 |
Artikel 56, lid 2 en 3 en 277, lid 2 Rv |
De regels in de verordening over de vertaling en het Nederlandse procesrecht zijn op elkaar aangesloten. |
|
|
Art. 13 |
Rechtstreekse werking volstaat. |
||
|
Art. 14 |
Art. 4, lid 2 |
Verklaring welke taal wordt aanvaard voor certificaat van betekening of kennisgeving. |
Engels of Duits. In lijn met bestaande Uitvoeringswet EG-betekeningsverordening. Zie ook Kamerstukken II, 2007/08, 31 522, nr. 3 en Kamerstukken II, 2000/01, 27 748, nr. 3. |
|
Art. 15 |
Art. 8 Uw |
Lidstaten leggen een vergoeding vast. |
Zie artikelsgewijze toelichting. |
|
Art. 16 |
Rechtstreekse werking volstaat. |
||
|
Art. 17 |
Rechtstreekse werking volstaat. |
||
|
Art. 18 |
Artikel 56 en 277 Rv |
Verzending per post blijft een optie. |
|
|
Art. 19 |
Art. 7 Uw |
Lid 2 biedt lidstaten de ruimte om voorwaarden te stellen aan elektronische betekening of kennisgeving, indien zijn recht daaraan strengere voorwaarden verbindt of elektronische betekening of kennisgeving per e-mail niet toestaat. |
Zie artikelsgewijze toelichting. Het Nederlandse recht biedt nog maar zeer beperkt ruimte voor elektronische kennisgeving. Daarbij is aangesloten. Indien de mogelijkheden in de toekomst veranderen, kunnen bij AMvB nadere regels worden gesteld, indien nodig. |
|
Art. 20 |
Art. 10 Uw |
Rechtstreekse betekening of kennisgeving door de deurwaarder in Nederland wordt toegestaan. |
In lijn met de Uitvoeringswet EG-betekeningsverordening. Zie ook Kamerstukken II, 2007/08, 31 522, nr. 3 en Kamerstukken II, 2000/01, 27 748, nr. 3. |
|
Art. 21 |
Rechtstreekse werking volstaat. |
||
|
Art. 22 |
Art. 9 Uw |
Lid 2 van artikel 9 sluit aan op de Nederlandse regeling van verstek. In lid 3 wordt de termijn als bedoeld in artikel 9, lid 4, laatste alinea, vastgesteld op één jaar. |
In lijn met de Uitvoeringswet EG-betekeningsverordening. Zie ook Kamerstukken II, 2007/08, 31 522, nr. 3 en Kamerstukken II, 2000/01, 27 748, nr. 3. |
|
Art. 23 t/m 36 |
Rechtstreekse werking volstaat. |
||
|
Art. 37 |
Art. 15 Uw |
De inwerkingtreding wordt afgestemd op het van toepassing worden van de verordening. |
Artikel 37 van de verordening bevat een regeling over de tijdstippen van het van toepassing worden. Voor het feitelijke technische gedeelte is dat afhankelijk van de vaststelling van de uitvoeringshandelingen door de Europese Commissie, zoals genoemd in artikel 25 van de verordening. |
Verordening (EU) 2020/1784 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2020 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken (de betekening en de kennisgeving van stukken) (herschikking), Pb. EU 2020, L405/40.
Voorgesteld artikel 9, eerste lid, Uitvoeringswet betekeningsverordening, ter uitvoering van artikel 22, tweede lid, betekeningsverordening.
Zie o.a. W06.21.0259/III, Stcrt. 2021, 47186 (advies Afdeling advisering inzake Uitvoeringsbesluit verordening herstel en afwikkeling centrale tegenpartijen).
Verordening (EU) 2020/1784 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2020 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken (de betekening en de kennisgeving van stukken) (herschikking), Pb. EU 2020, L405/40.
Voorgesteld artikel 9, eerste lid, Uitvoeringswet betekeningsverordening, ter uitvoering van artikel 22, tweede lid, betekeningsverordening.
Zie o.a. W06.21.0259/III, Stcrt. 2021, 47186 (advies Afdeling advisering inzake Uitvoeringsbesluit verordening herstel en afwikkeling centrale tegenpartijen).
Verordening (EU) nr. 2020/1784 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2020 inzake de betekening en kennisgeving van stukken (PbEU 2007, L 405/40).
Verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europese Parlement en de Raad van 13 november 2007 inzake de betekening en kennisgeving van stukken (PbEu 2007, L 324/79).
Verordening (EU) nr. 2020/ 1783 betreffende de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten op het gebied van bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken (bewijsverkrijging).
Zie voor de toelichting bij de Uitvoeringswet EG-betekeningsverordening Kamerstukken II, 2007/08, 31 522, nr. 3 en Kamerstukken II, 2000/01, 27 748, nr. 3.
Artikel 35, derde lid in samenhang met artikel 25 van de Bewijsverkrijgingsverordening en artikel 37, derde lid, in samenhang met artikel 25 van de Betekeningsverordening.
Artikel 7 van de Bewijsverkrijgingsverordening en artikelen 5, 8 en 10 van de Betekeningsverordening.
Zie ook het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende een geautomatiseerd systeem voor communicatie in grensoverschrijdende civiel- en strafrechtelijke procedures (e-Codex) en tot wijziging van Verordening (EU) 2018/1726 van 2 december 2020.
Zie de mededeling van de Europese Commissie over de digitalisering van justitie in de EU van 2 december 2020 (COM 2020 710).
In 2017 respectievelijk 2021 is voor de Hoge Raad eerst voor vorderingsprocedures en daarna voor verzoekprocedures de Wet van 13 juli 2016 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Algemene wet bestuursrecht in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht (Stb. 2016, 288) in werking getreden. Die wet verplicht tot elektronisch procederen en gebruikt een iets andere terminologie (bijv. procesinleiding in plaats van dagvaarding en verzoekschrift). Voor alle andere gerechten is de versie van Rechtsvordering Wet van 13 juli 2016 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Algemene wet bestuursrecht in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht (Stb. 2016, 288) niet in werking is getreden.
Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG (PbEU L257).
In de zin van verordening EU 182/2011, zie artikelen 26 Bewijsverkrijgingsverordening en Betekeningsverordening.
Artikel 31, vierde lid, van de Bewijsverkrijgingsverordening en artikel 33, tweede lid van de Betekeningsverordening.
Zijnde vijf jaar na de uiterste datum voor de vaststelling van de uitvoeringshandelingen (art. 33 lid 1 in verbinding met art. 25 lid 2 van de Bewijsverkrijgingsverordening en art. 35 lid 1 in verbinding met art. 25 lid 2 van de Betekeningsverordening).
Een beëdigde vertaling is een gewaarmerkte vertaling die is opgesteld door een vertaler uit het Register beëdigde tolken en vertalers.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2022-16930.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.