TOELICHTING
Inleiding
Vanwege de massale toestroom van ontheemden na de Russische invasie in Oekraïne, beschikken
nog niet alle vreemdelingen over documenten, waaruit hun verblijfstatus in Nederland,
op grond van richtlijn tijdelijke bescherming1, blijkt. Zonder deze documenten is het voor werkgevers niet mogelijk om vast te stellen
of de vreemdeling rechtmatig in Nederland verblijft op grond van de richtlijn tijdelijke
bescherming en derhalve onder de vrijstelling uit artikel 6.5 van het Besluit uitvoering
Wet arbeid vreemdelingen 2022 (BuWav 2022) valt. Gelet hierop is voor de toepassing
van dat artikel een overgangsperiode geïntroduceerd waarin tewerkstelling van alle
Oekraïense onderdanen een bepaalde periode zal worden toegestaan, zolang de overheidsdocumentatie
nog niet op orde is.
Daarnaast is ook bepaald dat bij ministeriële regeling andere categorieën van vreemdelingen
kunnen worden aangewezen voor wie dit geldt. Dat gebeurt bij deze regeling.
De overgangsmaatregel zoals opgenomen in artikel II van het Besluit van 29 maart 2022
tot wijziging van het BuWav 2022 in verband met een tijdelijke vrijstelling van de
tewerkstellingsvergunningsplicht, gelet op het Uitvoeringsbesluit van de Raad tot
vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne
in de zin van artikel 5 van Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001, en
tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan (Stb. 2022, 130, hierna: het besluit) wordt ook van toepassing op de volgende groepen:
-
a. staatlozen en onderdanen van andere derde landen dan Oekraïne die kunnen aantonen
dat zij op 23 februari 2022 in Oekraïne internationale bescherming genoten;
-
b. staatlozen en onderdanen van andere derde landen dan Oekraïne die kunnen aantonen
dat op 23 februari 2022 in het bezit waren van een geldige verblijfsvergunning die
overeenkomstig Oekraïens recht is afgegeven.
Met de formulering ‘op 23 februari 2022’ wordt invulling gegeven wat in artikel 2
van het uitvoeringsbesluit2 wordt aangeduid als ‘vóór 24 februari 2022’.
Overgangsperiode
Met deze regeling wordt nadere invulling gegeven aan artikel II van het besluit. In
dit artikel is bepaald dat Oekraïense onderdanen gedurende de overgangsperiode tot
en met (ten minste) 31 mei 2022 worden beschouwd als vreemdeling in de zin van de
artikelen 3.2, 6.5, en 7.8, van het BuWav 2022.
In het tweede lid van artikel II is opgenomen dat bij ministeriële regeling andere
categorieën van vreemdelingen kunnen worden aangewezen die voor de werking van de
artikelen 2.3, 6.5, en 7.8, BuWav 2022 eveneens worden beschouwd als vreemdeling in
de zin van die artikelen. Het overgangsrecht uit artikel II voorziet in de mogelijkheid
dat, ook wanneer de vreemdeling die op grond van het uitvoeringsbesluit nog niet over
de juiste documenten beschikt om zijn bescherming onder de richtlijn tijdelijk bescherming
aan te tonen, hij mag werken. De vrijstellingen uit de artikelen 3.2., 6.5., en 7.8.
van het BuWav 2022 gelden ook voor deze groepen. Zij hoeven dan niet in het bezit
te zijn van een Nederlands verblijfsdocument waaruit hun rechtmatig verblijf op grond
van de richtlijn tijdelijke bescherming blijkt. Tijdens deze overgangsperiode geldt,
ten aanzien van de vreemdeling die in het kader van artikel 6.5 BuWav 2022 wordt tewerkgesteld,
eveneens de meldplicht voor diens werkgever.
Categorieën personen onder het uitvoeringsbesluit
In het uitvoeringsbesluit zijn naast Oekraïners enkele andere categorieën van personen
aangewezen, die sinds 24 februari 2022 eveneens ontheemd zijn geraakt als gevolg van
de militaire invasie door de Russische strijdkrachten die op die datum begon.
Het gaat daarbij allereerst (artikel 2, eerste lid, onderdeel b van het uitvoeringsbesluit)
om staatlozen en onderdanen van andere derde landen dan Oekraïne die vóór 24 februari
2022 in Oekraïne internationale bescherming of gelijkwaardige nationale bescherming
genoten. Daarnaast (artikel 2, eerste lid, onderdeel c) betreft het gezinsleden van
de personen, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdelen a en b, van het Uitvoeringsbesluit.
Tot slot schrijft het tweede lid van artikel 2 van het Uitvoeringsbesluit voor dat
de lidstaten het besluit, of passende bescherming uit hoofde van hun eigen nationale
recht, toepassen op staatlozen en onderdanen van andere derde landen dan Oekraïne
die kunnen aantonen dat zij vóór 24 februari 2022 legaal in Oekraïne verbleven op
basis van een geldige permanente verblijfsvergunning die overeenkomstig Oekraïens
recht is afgegeven, en die niet in staat zijn in veilige en duurzame omstandigheden
naar hun land of regio van oorsprong terug te keren. Het derde lid van het uitvoeringsbesluit
stelt tot slot vast dat de lidstaten het besluit ook kunnen toepassen op andere personen
die legaal in Oekraïne verbleven en die niet in veilige en duurzame omstandigheden
naar hun land of regio van oorsprong kunnen terugkeren.
Aanvullend op de toegang tot de arbeidsmarkt die volgt uit artikel 6.5. van het BuWav
2022 voor personen die op grond van dat artikel rechtmatig verblijf hebben in het
kader van tijdelijke bescherming, wordt in deze regeling voorzien in toegang tot de
arbeidsmarkt voor staatlozen of andere personen die geen onderdaan zijn van Oekraïne,
en aantonen dat zij op 24 februari 2022 in Oekraïne internationale bescherming genoten,
dan wel dat zij op 24 februari 2022 legaal in Oekraïne verbleven op basis van een
geldige verblijfsvergunning die overeenkomstig Oekraïens recht is afgegeven.
Gezinsleden
Er is geen specifieke bepaling voor gezinsleden opgenomen. Voor zover gezinsleden
van de personen op wie tijdelijke bescherming van toepassing is, over documenten beschikken
waarmee zij kunnen aantonen dat zij vóór 24 februari 2022 legaal in Oekraïne verbleven,
vallen zij onder de reikwijdte van deze regeling. Voor zover zij hun verblijf niet
met documenten kunnen aantonen, zullen zij op een andere manier moeten aantonen dat
zij onder de reikwijdte van het uitvoeringsbesluit vallen.3 Wanneer hieraan is voldaan, kan er op grond van de artikelen 3.2, 6.5 of 7.8 van
het BuWav 2022 en met inachtneming van de voorwaarden van deze artikelen alsnog arbeid
worden verricht.
Aantonen dat er sprake is van bescherming onder de richtlijn tijdelijke bescherming
In de nieuwe paragraaf 3.5a van de Regeling uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022
(RuWav 2022) is opgenomen dat de daar genoemde vreemdelingen dienen te kunnen aantonen
dat zij onder de reikwijdte van het uitvoeringsbesluit vallen. Deze eis volgt uit
overweging 12 van de considerans van het uitvoeringsbesluit, waarin is opgenomen dat
personen die bescherming wensen te genieten, moeten kunnen aantonen dat zij voldoen
aan die criteria om in aanmerking te komen, door de relevante documenten te overleggen
aan de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat. Ook uit artikel 2, tweede
lid, van het uitvoeringsbesluit, volgt de voorwaarde van aantoonbaarheid van het verblijfsrecht
in Oekraïne. Het aantonen kan in ieder geval aan de hand van een tijdelijke verblijfsvergunning
of permanente verblijfsvergunning die geldig was op 23 februari 2022.
Tijdelijkheid overgangsregeling
In artikel II, derde lid, van het besluit is bepaald dat de overgangsperiode tijdelijk
is. In beginsel duurt de overgangsperiode tot en met 31 mei 2022. Deze periode kan
telkens verlengd worden voor een periode van maximaal drie maanden, wanneer dit noodzakelijk
is in het belang van de uitvoering. Dit is eveneens van toepassing op de in paragraaf 3.5a
van de RuWav 2022 genoemde vreemdelingen.
Regeldruk
De administratieve lasten (het voldoen aan informatieverplichtingen voortvloeiend
uit wet- en regelgeving van de overheid) en de inhoudelijke nalevingskosten (de kosten
voor het kunnen voldoen aan de inhoudelijke verplichtingen zoals vastgelegd in wet-
en regelgeving) vormen gezamenlijk de kosten die samenhangen met regeldruk. Het kabinet
streeft er naar de regeldruk voor burgers, bedrijven en professionals terug te dringen.
Bij de voorbereiding van dit voorstel is nagegaan of sprake is van regeldrukeffecten.
Bij vreemdelingen die vallen onder de richtlijn tijdelijke bescherming vervalt de
plicht om een tewerkstellingsvergunning te hebben. Het gaat om een verlichting van
de regeldruk omdat van een tewerkstellingsvergunningsplicht wordt overgegaan op een
vrijstelling met een meldplicht.
Dit voorstel leidt tot een verlichting van de totale regeldruk.
Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) heeft het dossier niet geselecteerd voor
een formeel advies, omdat de (positieve) gevolgen voor de regeldruk van bedrijven
toereikend in beeld zijn gebracht.
Handhaving
De conceptregeling is aan de Nederlandse arbeidsinspectie voorgelegd met het verzoek
de conceptregeling te toetsen op handhaafbaarheid. De Nederlandse arbeidsinspectie heeft aangegeven
dat de voorgestelde wijzigingen handhaafbaar zijn. Het Adviescollege toetsing regeldruk
(ATR) heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies, omdat de (positieve)
gevolgen voor de regeldruk van bedrijven toereikend in beeld zijn gebracht.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
C.E.G. van Gennip