Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van Sociale Zaken en WerkgelegenheidStaatscourant 2021, 9962Algemeenverbindendverklaring van CAO-bepalingen

Schilders-, Afwerkings- en Glaszetbedrijf in Nederland 2021

Verbindendverklaring gewijzigde cao-bepalingen

MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Besluit van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 22 maart 2021 tot wijziging van het besluit tot algemeenverbindendverklaring van bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst voor het Schilders-, Afwerkings- en Glaszetbedrijf in Nederland

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Gelezen het verzoek van Landelijke Belangen Vereniging mede namens de overige partijen bij bovengenoemde collectieve arbeidsovereenkomst, strekkende tot algemeenverbindendverklaring van gewijzigde bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst;

Partij ter ener zijde: de Koninklijke Vereniging Onderhoud.NL (Onderhoud.NL);

Partij ter andere zijde: Landelijke Belangen Vereniging (LBV).

Gelet op de artikelen 2, 4 en 5 van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten;

Besluit:

Dictum I

Het besluit tot algemeenverbindendverklaring van bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst voor het Schilders-, Afwerkings- en Glaszetbedrijf in Nederland1 wordt met inachtneming van dictum II als volgt gewijzigd:

A

De onder dictum I opgenomen bepalingen worden als volgt gewijzigd:

Artikel 28 komt te luiden:

Artikel 28 Wijzigingen, indexering en verhogingen

  • 1. Wijzigingen, indexering en verhogingen van de uurlonen in deze CAO zullen ingaan aan het begin van de 4-wekelijkse periode van de volle week waarin de wijzigingsdatum valt.

  • 2. De uurlonen in de loonschalen en, indien van toepassing, de FUWA-toeslag, worden als volgt verhoogd:

    Week 25 van 2021 met 2,35 procent van het bruto jaarloon vanaf week 25 van 2021 in de vorm van een éénmalige uitkering.

  • 3. Bij het vaststellen van de verhogingen van de uurlonen blijven procentueel vastgestelde toeslagen gehandhaafd, en worden de in een bedrag vastgestelde toeslagen niet gewijzigd.

Artikel 36 komt te luiden:

Artikel 36 Onwerkbaar weer

  • 1. De werkgever is bij weersomstandigheden, waaronder of ten gevolge waarvan niet kan worden gewerkt, gehouden aan de werknemer het vast overeengekomen loon of salaris door te betalen. Deze weersomstandigheden kunnen geen reden zijn voor het geven van ontslag.

  • 2. Indien er sprake is van onwerkbaar weer volgens lid 4 van dit artikel en de in lid 3 van dit artikel opgenomen wachtdagen in acht zijn genomen, vervalt de loondoorbetalingsverplichting van de werkgever. Artikel 7:628, lid 1 tot en met 4 van het Burgerlijk Wetboek wordt uitdrukkelijk uitgesloten.

  • 3. Gelden in het geval van arbeidsverhindering vanwege onwerkbaar weer de volgende (wettelijke) wachtdagen:

    • a. bij vorst, ijzel of sneeuwval: 2 wachtdagen in de periode van 1 november tot en met 31 maart van het daarop volgend jaar, waarop als gevolg van vorst, ijzel of sneeuwval niet gewerkt kan worden;

    • b. bij overvloedige regenval, indien het in het postcodegebied waarin de werknemer werkzaam is op een werkdag tussen 07.00 en 19.00 uur ten minste 300 minuten regent: 19 wachtdagen per kalenderjaar, waarop als gevolg van overvloedige regenval niet gewerkt kan worden;

    • c. bij hitte: 2 werkdagen per kalenderjaar, waarop als gevolg van hitte niet gewerkt kan worden.

    Op deze dagen betaalt de werkgever het loon door van de werknemer.

  • 4. Onder onwerkbaar weer wordt verstaan:

    • a. Er is sprake van vorst of sneeuwval in de periode van 1 november tot en met 31 maart en één of meer van de volgende vorstnormen is gehaald:

      • 1. de gemeten temperatuur is tussen 00.00 uur en 07.00 uur lager geweest dan -3° Celsius;

      • 2. de gemeten temperatuur is om 07.00 uur en om 09.00 uur -0,5° Celsius of lager;

      • 3. de gemeten temperatuur is om 09.00 uur -1,5° Celsius of lager;

      • 4. de gevoelstemperatuur is om 09.30 uur volgens de meting van 09.00 uur -6,0° Celsius of lager. Hierbij hoeft geen sprake te zijn van vorst of sneeuwval;

    • b. Er is sprake van ijzel volgens de meting van het KNMI-weerstation in het postcodegebied van de bouwplaats.

    • c. Er is sprake van overvloedige regenval indien het in het postcodegebied waarin de werknemer werkzaam is op een werkdag tussen 07.00 en 19.00 uur ten minste 300 minuten regent;

    • d. Er is sprake van hitte als een temperatuur van 40 graden Celsius of hoger is gehaald.

  • 5. Of sprake is van een situatie, zoals omschreven in lid 4 sub a, b, c of d van dit artikel, wordt vastgesteld door de meting van het KNMI-weerstation in het postcodegebied van de bouwplaats. Een overzicht met deze weerstations per postcodegebied is te vinden opwww.knmi.nl.

  • 6. Indien de werknemer recht heeft op een werkloosheidsuitkering, dan geschiedt de betaling van de werkloosheidsuitkering door tussenkomst van de werkgever. De werkgever is verplicht de werkloosheidsuitkering aan te vullen tot 100 procent van het vast overeengekomen brutoloon.

  • 7. De werkgever dient de dag dat de buitengewone natuurlijke omstandigheid zich voordoet waarbij er arbeidshinder ontstaat, melding te doen bij het UWV conform de uitvoeringsvoorschriften middels het daartoe door het UWV beschikbaar gestelde formulier. Deze melding is voor de gehele dag. Bij omstandigheden zoals genoemd in lid 3, onder sub a en c van dit artikel dient deze melding vóór 10.00 uur ’s ochtends gedaan te worden.

  • 8. Ter zake van een dag die bij het UWV wordt gemeld, geldt dat een werknemer op die gehele dag geen (vervangende) werkzaamheden mag verrichten. Bovendien dient de werknemer indien de melding betrekking heeft op vorst, sneeuwval of hitte vóór 10.00 uur in de ochtend door zijn werkgever te zijn bericht die dag niet op het werk te hoeven verschijnen dan wel door zijn werkgever daadwerkelijk naar huis te zijn gestuurd.

Na artikel 36 wordt een nieuw artikel 36a ingevoegd dat komt te luiden:

Artikel 36a

  • 1. Artikel 36 van deze cao is niet van toepassing op het plaatsen van glas of een noodvoorziening indien de werkzaamheden noodzakelijk en van korte duur zijn. Dit ter beoordeling van de werkgever.

  • 2. Indien sprake is, of zal zijn, van weersomstandigheden, zoals beschreven in artikel 36 van deze cao dan kan de werkgever de werknemer ander werk opdragen waarvoor de werknemer geschikt is. De werknemer is verplicht deze arbeid te verrichten.

  • 3. Indien de situatie zich voordoet, zoals beschreven in lid 1 of lid 2 van dit artikel kan de werkgever geen melding doen bij het UWV conform artikel 36 lid 7 van deze cao. De werkgever dient aan de werknemer het vast overeengekomen loon of salaris door te betalen.

Hoofdstuk 6, artikel 58, lid 6 komt te luiden:

Week 1 van 2021 (4 januari 2021) inclusief verhoging WML BBL

Voor 15 t/m 19 jaar

NIVEAU 1 (BBL-1)

NIVEAU 2 (BBL-2)

NIVEAU 3 (BBL-3)

   

11,09

 

8,11

8,55

5,81

6,47

6,83

Week 1 van 2021 (4 januari 2021) inclusief verhoging WML BBL

Voor 20 jaar

NIVEAU 1 (BBL-1)

NIVEAU 2 (BBL-2)

NIVEAU 3 (BBL-3)

   

11,09

 

8,11

8,55

6,38

6,47

6,83

Week 1 van 2021 (4 januari 2021) inclusief verhoging WML BBL

Voor 21 jaar en ouder

NIVEAU 1 (BBL-1)

NIVEAU 2 (BBL-2)

NIVEAU 3 (BBL-3)

   

11,09

 

10,37

10,37

10,37

10,37

10,37

Bijlage 5 komt te luiden:

BIJLAGE 5 LOONSCHALEN

Loon met ingang van week 1 van 2021 (4 januari 2021)
 

LG 1

LG 2

LG 3

LG 4

LG 5

LG 6

LG 7

LG 8

LG 9

UURLOON +

2,25%

               
     

19,18

20,27

21,35

22,53

24,09

25,78

27,57

 

17,21

18,17

18,71

19,79

20,84

21,96

23,48

25,13

26,88

 

16,63

17,56

18,23

19,34

20,29

21,39

22,88

24,49

26,19

 

16,06

16,95

17,73

18,87

19,75

20,85

22,29

23,85

25,5

MIDDEN

15,47

16,35

17,26

18,43

19,22

20,28

21,69

23,21

24,82

 

14,92

15,74

16,77

17,84

18,68

19,7

21,07

22,54

24,13

 

14,33

15,13

16,31

17,28

18,16

19,15

20,47

21,89

23,44

 

13,77

14,53

15,8

16,74

17,61

18,59

19,88

21,26

22,76

     

15,33

16,21

17,1

18,03

19,27

20,63

22,07

AANLOOPSCHALEN (15 t/m 20 jaar)

2e JAAR (80%)

11,02

11,62

12,26

12,97

13,68

       

1e JAAR (65%)

8,95

9,44

9,96

10,54

11,12

       

AANLOOPSCHALEN (21 jaar e.o.)

2e JAAR (80%)

11,02

11,62

12,26

12,97

13,68

       

1e JAAR (65%)

10,37

10,37

10,37

10,54

11,12

       

Dictum II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en heeft geen terugwerkende kracht.

’s-Gravenhage, 22 maart 2021

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, namens deze, De directeur Uitvoeringstaken Arbeidsvoorwaardenwetgeving, M.H.M. van der Goes


X Noot
1

Stcrt. 20 november 2019, nr. 48994; laatstelijk gewijzigd bij besluit van 25 mei 2020 (Stcrt. 28 mei 2020, nr. 24267).