Bouw & Infra

Bedrijfstakeigen Regelingen 2021/2025

Verbindendverklaring gewijzigde cao-bepalingen

MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Besluit van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 23 maart 2021 tot wijziging van het besluit tot algemeenverbindendverklaring van bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst Bedrijfstakeigen Regelingen Bouw & Infra

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Gelezen het verzoek van het Technisch Bureau Bouw en Infra namens partijen bij bovengenoemde collectieve arbeidsovereenkomst, strekkende tot algemeenverbindendverklaring van bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst;

Partijen ter ener zijde: Bouwend Nederland, de vereniging van bouw- en infrabedrijven, Bond van Aannemers van Tegelwerken in Nederland (Bovatin), Vereniging van Steiger-, Hoogwerk- en Betonbekistingbedrijven (VSB), Vereniging van Infrabedrijven MKB INFRA, Boorinfo Branche Vereniging, Ondernemersorganisatie MKB Bouw, Vereniging Wapeningsstaal Nederland (VWN), Vereniging voor aannemers in de sloop (VERAS), Noordelijke Vereniging Burgerlijke- en Utiliteitsbouw (NVBU), Ondernemersvereniging Bestratingsbedrijven Nederland (OBN), Vereniging Gebouwschil Nederland, secties Metselen en Voegen, NVB, vereniging voor ontwikkelaars & bouwondernemers en Vereniging van Waterbouwers;

Partijen ter andere zijde: FNV en CNV Vakmensen.nl.

Gelet op de artikelen 2, 4 en 5 van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten;

Besluit:

Dictum I

Het besluit tot algemeen verbindendverklaring van bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst Bedrijfstakeigen Regelingen Bouw & Infra1 wordt met inachtneming van dictum II als volgt gewijzigd:

A

De onder dictum I opgenomen bepalingen worden als volgt gewijzigd:

Artikel 1 lid 4 en lid 13 komen te luiden:

  • ‘4. Bouwplaatswerknemer: de werknemer die werkzaam is in een functie als vermeld in de cao Bouw & Infra (Avv-besluit van 16 november 2020 (Stcrt. 2020, nr. 61582)) dan wel in een gelijksoortige functie.

  • 13. Uta-werknemer: de werknemer die werkzaam is in een uitvoerende, technische of administratieve functie als vermeld in de cao Bouw & Infra (Avv-besluit van 16 november 2020 (Stcrt. 2020, nr. 61582)) dan wel in een gelijksoortige functie.’

Artikel 17 lid 2 komt te luiden:

  • ‘2. In het reglement dispensatie staan de regels voor dispensatie. Dit reglement maakt deel uit van de cao Bouw & Infra (Avv-besluit van 16 november 2020 (Stcrt. 2020, nr. 61582)).’

HOOFDSTUK 3 STICHTING AANVULLINGSFONDS BOUW & INFRA,

IV. Reglement zwaar werk

Artikel 2 lid 2 van IV. Reglement zwaar werk komt te luiden:

  • ‘2. Geen recht op een uitkering heeft degene:

    • a. die op de uittredingsdatum een dienstbetrekking of een eigen onderneming heeft. Vrijwilligerswerk is toegestaan. Een vrijwilliger is iemand die:

      • voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen niet in echte of fictieve dienstbetrekking is;

      • die niet 'bij wijze van beroep' werkt voor:

        • een organisatie die geen aangifte vennootschapsbelasting hoeft te doen,

        • een sportorganisatie of

        • een algemeen nut beogende instelling (ANBI); en

      • alleen een beloning krijgt die binnen de grenzen blijft van de vrijwilligersvergoeding zoals genoemd in artikel 2 lid 6 Wet op de loonbelasting 1964;

    • b. die recht heeft op een IVA-uitkering, WW-uitkering of ZW-uitkering;

    • c. wiens registratie bij de uitvoeringsorganisatie voorafgaand aan de uittredingsdatum is gewijzigd van uta-werknemer in bouwplaatswerknemer;

    • d. die met pensioen is gegaan en gestopt met werken en die vervolgens weer gaat werken.’

Na artikel 3 lid 5 van IV. Reglement zwaar werk wordt een nieuw lid 6 ingevoegd dat komt te luiden:

  • ‘6. Degene wiens parttime dienstverband voorafgaand aan de uittredingsdatum is gewijzigd in die zin dat de arbeidsduur is verhoogd, heeft recht op een uitkering naar rato van de arbeidsduur vóór deze verhoging.’

Artikel 4 van IV. Reglement zwaar werk komt te luiden:

‘Artikel 4 - Einde recht op uitkering

  • 1. Het recht op uitkering op grond van deze regeling eindigt met ingang van de dag waarop de uitkeringsgerechtigde de voor hem geldende AOW-gerechtigde leeftijd bereikt.

  • 2. Het recht op uitkering eindigt vóór de in het eerste lid bedoelde datum als de uitkeringsgerechtigde:

    • a. opnieuw een dienstbetrekking aanvaardt, en wel met ingang van de eerste dag waarop hij in die dienstbetrekking werkzaam is;

    • b. zich als ondernemer vestigt en wel met ingang van de vestigingsdatum.

  • 3. Ingeval van overlijden van de uitkeringsgerechtigde wordt de uitkering, onder dezelfde voorwaarden en beperkingen, maandelijks door de uitvoeringsorganisatie betaald aan diens partner, zoals gedefinieerd in het pensioenreglement van bpfBOUW.’

BIJLAGE 3: REGLEMENT NALEVING

Artikel 5 lid 1 van Bijlage 3 Reglement naleving komt te luiden:

  • ‘1. Het bureau en/of het controlebureau verzoekt de werkgever schriftelijk om afschriften aan te leveren van (een selectie van) de administratieve bescheiden zoals bedoeld in artikel 4 lid 6 die redelijkerwijs nodig zijn voor de controle op de naleving van de in de cao vastgelegde arbeidsvoorwaarden.’

Dictum II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en heeft geen terugwerkende kracht.

’s-Gravenhage, 23 maart 2021

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, namens deze, De directeur Uitvoeringstaken Arbeidsvoorwaardenwetgeving, M.H.M. van der Goes

Naar boven