ARTIKEL I
De Subsidieregeling veelbelovende zorg wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 1.1 worden in de alfabetische volgorde drie onderdelen ingevoegd, luidende:
- – medisch hulpmiddel:
-
een medisch hulpmiddel waarop Verordening (EU) 2017/745 of Verordening (EU) 2017/746
van toepassing is;
- – Verordening (EU) 2017/745:
-
Verordening (EU) 2017/745 van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2017 betreffende
medische hulpmiddelen, tot wijziging van Richtlijn 2001/83/EG, Verordening (EG) nr. 178/2002
en Verordening (EG) nr. 1223/2009, en tot intrekking van Richtlijnen 90/385/EEG en
93/42/EEG van de Raad;
- – Verordening (EU) 2017/746:
-
Verordening (EU) 2017/746 van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2017 betreffende
medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek en tot intrekking van Richtlijn 98/79/EG
en Besluit 2010/227/EU van de Commissie;
B
In artikel 1.6, onder b, wordt ‘op basis van studiegegevens’ vervangen door ‘met verifieerbare
studiegegevens’.
C
In artikel 2.1, vierde lid, wordt, ‘de minister’ vervangen door ‘het Zorginstituut’.
D
In artikel 2.4, tweede lid, wordt, ‘de minister’ vervangen door ‘het Zorginstituut’.
E
Artikel 2.5 wordt als volgt gewijzigd:
1. Voor de tekst wordt de aanduiding ‘1.’ geplaatst.
2. Onder vervanging van de punt aan het slot van het eerste lid (nieuw), onderdeel h,
door een puntkomma wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:
3. Er worden twee leden toegevoegd, luidende:
-
2. Indien een medisch hulpmiddel dat gebruikt wordt bij het onderzoek naar de interventie-indicatiecombinatie
nog niet beschikt over een bij de interventie-indicatiecombinatie passende CE-markering
legt de aanvrager een schriftelijke verklaring van de fabrikant over waarin deze toezegt
dat hij bij positieve onderzoeksresultaten een CE-markering aanvraagt binnen drie
maanden nadat het eindverslag, bedoeld in artikel 4.2, bij het Zorginstituut is ingediend.
-
3. Op verzoek van het Zorginstituut legt de aanvrager een volledig en recent overzicht
van zijn financiële situatie over.
F
In artikel 3.1, eerste lid, wordt ‘vijf maanden’ vervangen door ‘zes maanden’.
G
In artikel 4.1 wordt, onder verlettering van de onderdelen d tot en met g tot e tot
en met h, een onderdeel ingevoegd luidende:
H
Artikel 6.1 wordt als volgt gewijzigd:
1. Onder vervanging van de puntkomma door een punt aan het slot van het eerste lid,
onder b, vervalt onderdeel c.
2. In het tweede lid wordt ‘De controleverklaring en het rapport van feitelijke bevindingen
zijn’ vervangen door ‘De controleverklaring is’.
3. In het derde lid wordt ‘de minister’ vervangen door ‘het Zorginstituut’.
ARTIKEL II
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 februari 2022.
TOELICHTING
Algemeen
Jaarlijks wordt de Subsidiereling veelbelovende zorg (hierna: de subsidieregeling)
geëvalueerd en indien nodig gewijzigd. Met de nu voorgestelde wijzigingen worden enkele
procedurele aspecten aangaande de indiening en de beoordeling vastgelegd. Ook worden
enkele technische aanpassingen aangebracht.
Artikelsgewijs
Artikel I
Onderdeel A
In artikel 1.1 wordt de definitie voor medisch hulpmiddel toegevoegd. Het betreft
de medische hulpmiddelen waarop de Europese verordening voor medische hulpmiddelen
(Verordening (EU) 2017/745) of de Europese verordening voor in-vitro diagnostiek (Verordening
(EU) 2017/746) van toepassing is. In verband met de juiste verwijzingen naar deze
Verordeningen worden deze ook aan de definities toegevoegd.
Onderdeel B
Met de wijziging van artikel 1.6 wordt duidelijk gemaakt dat de werkzaamheid van de
interventie-indicatiecombinatie aannemelijk moet zijn gemaakt met verifieerbare studiegegevens
van klinisch onderzoek.
Onderdelen C en D
Met deze wijziging wordt deze bepaling in overeenstemming gebracht met de huidige
uitvoeringspraktijk. Voor het indienen van het projectidee en een aanvraag tot subsidieverlening
wordt namelijk een door het Zorginstituut vastgesteld formulier gebruikt.
Onderdeel E
Met deze wijzigingen worden enkele eisen aan de aanvraag aangescherpt. Ten eerste
wordt bij de aanvraag tot subsidieverlening een extra document gevraagd. Het gaat
om een bankafschrift van de aanvrager dat nodig is voor het verifiëren van het bankrekeningnummer,
zodat de betalingen voor de subsidieverlening naar de juiste bankrekening worden overgemaakt.
De tweede wijziging ziet op het vereiste van een bij de interventie-indicatiecombinatie
passende CE-markering. Als een interventie-indicatiecombinatie in het verzekerd pakket
wordt opgenomen, dient het te beschikken over een daarbij behorende CE-markering.
Tijdens het onderzoek dat in het kader van de subsidieverlening wordt verricht moet
de veiligheid zijn aangetoond, maar hoeft er nog geen passende CE-markering te zijn.
Om te voorkomen dat onderzoek wordt verricht naar een interventie-indicatiecombinatie
waarvoor na afloop van het onderzoek geen passende CE-markering bestaat, wordt de
subsidieregeling zo gewijzigd dat de aanvrager bij de aanvraag een schriftelijke verklaring
van de fabrikant over moet leggen waarin de fabrikant toezegt dat hij bij positieve
onderzoeksresultaten een CE-markering aan zal vragen binnen drie maanden nadat het
eindverslag, bedoeld in artikel 4.2, bij het Zorginstituut is ingediend.
Verder wordt met deze wijziging geregeld dat het Zorginstituut, in aansluiting op
artikel 3.7 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS, de aanvrager om een volledig
en recent overzicht van zijn financiële situatie kan vragen.
Onderdeel F
In de praktijk blijkt dat een beslistermijn van vijf maanden onrealistisch is, in
verband met de afstemming met de samenwerkende partijen. Met een verlenging van de
beslistermijn kunnen alle stappen uit de procedure zorgvuldig worden doorlopen.
Onderdeel G
Voor een succesvolle start van het project is het noodzakelijk dat er een startbijeenkomst
wordt gehouden waarin de deelnemende centra het onderzoek bespreken en de uitvoering
meer in detail afstemmen, bijvoorbeeld over het te hanteren protocol. Bij deze bijeenkomst
is de inbreng van patiëntenorganisaties en de beroepsgroep van wezenlijk belang. Daarnaast
zullen vertegenwoordigers van ZonMw en het Zorginstituut bij deze startbijeenkomst
aanwezig zijn.
Onderdeel H
De wijziging in dit onderdeel maakt expliciet dat een rapport van feitelijke bevindingen
niet meer noodzakelijk is. De voor de vaststelling van de subsidie noodzakelijke informatie
krijgt het Zorginstituut al door het activiteitenverslag, het financieel eindverslag
en de controleverklaring.
Deze wijziging sluit aan bij de wijziging van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW
en VWS (Stcrt. 2019, nr. 66843) waarmee het rapport van feitelijke bevindingen niet langer standaard een onderdeel
is van het financieel verslag. Die wijziging van de Kaderregeling is doorgevoerd naar
aanleiding van opmerkingen van de Koninklijke Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants
(NBA). De NBA merkte op dat het rapport van feitelijke bevindingen niet altijd iets
toevoegt aan de eindverantwoording en dat het rapport alleen gevraagd zou moeten worden,
als het daadwerkelijk toegevoegde waarde heeft.
In aansluiting op de wijziging bij de onderdelen C en D wordt ook het formulier voor
de subsidievaststelling opgesteld door het Zorginstituut.
Artikel II
In afwijking van de systematiek van vaste verandermomenten bij regelgeving (zoals
opgenomen in aanwijzing 4.17 van de Aanwijzingen voor de regelgeving), treedt deze
wijzigingsregeling in werking op 1 februari 2022. Ook in voorgaande jaren was 1 februari
de datum van inwerkingtreding van de wijzigingen. De invoering per 1 februari 2022
staat een tijdige en zorgvuldige indienings- en beoordelingsprocedure niet in de weg.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
H.M. de Jonge