Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 13 december 2021, nr. 2021-0000161487, houdende wijziging van bedragen en vaststelling van percentages, bedragen en aantallen voor enkele wetten en regelingen voor 2022

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op artikel 8, zesde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ), artikel 673, derde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, artikel 6, eerste lid, van het Besluit beslagvrije voet, artikel 10b, vierde lid, en artikel 31, vierde lid, van de Participatiewet, artikel 38f, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen, artikel 2.22, eerste lid, van het Besluit Wfsv, artikel 2, eerste en tweede lid, en artikel 3, eerste en tweede lid, van het Remigratiebesluit, artikel 3, eerste lid, en artikel 5 van de Kaderwet SZW-subsidies en artikel 3.1, vierde lid, van de Wet tegemoetkomingen loondomein;

Besluit:

ARTIKEL I HERZIENING PERCENTAGE WET INKOMENSVOORZIENING OUDERE EN GEDEELTELIJK ARBEIDSONGESCHIKTE GEWEZEN ZELFSTANDIGEN

Het percentage, genoemd in artikel 8, tweede lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, wordt herzien en vastgesteld op 2%.

ARTIKEL II WIJZIGING BEDRAG BOEK 7 BURGERLIJK WETBOEK

In artikel 673, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek wordt ‘€ € 84.000’ vervangen door ‘€ 86.000’.

ARTIKEL III WIJZIGING REGELING BESLAGVRIJE VOET

Bijlage 1, behorende bij artikel 1 van de Regeling beslagvrije voet, wordt vervangen door de eerste bijlage bij deze regeling.

ARTIKEL IV WIJZIGING REGELING PARTICIPATIEWET, IOAW EN IOAZ

De Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 9 wordt ‘in het kalenderjaar 2021’ vervangen door ‘in het kalenderjaar 2022’.

B

In artikel 11 komt de tabel te luiden:

bij een netto inkomen per maand

bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag

gelijk aan of meer dan

en minder dan

0,00

685,11

8,00%

x ink

 

685,11

739,90

5,40%

x ink

 

739,90

822,60

8,00%

x ink

– € 19,25

822,60

1.537,66

8,00%

x ink

– € 2,75

1537,66

   

5,21%

x ink

– € 1,79

C

In artikel 12 komt de tabel te luiden:

bij een netto inkomen per maand

bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag

gelijk aan of meer dan

en minder dan

0,00

601,16

8,00%

x ink

 

601,16

649,24

5,03%

x ink

 

649,24

1.275,81

8,00%

x ink

– € 19,25

1275,81

1.358,62

7,24%

x ink

– € 17,42

1358,62

   

8,00%

x ink

– € 27,80

D

In artikel 13 komt de tabel te luiden:

bij een netto inkomen per maand

bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag

gelijk aan of meer dan

en minder dan

0,00

   

8,00%

x ink

 

E

De onderdelen a tot en met c van artikel 14, eerste lid, komen te luiden:

a. alleenstaande

5,47%

x ink

 

b. gehuwden, waarvan beide echtgenoten de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet hebben bereikt

5,76%

x ink

 

c. gehuwden, waarvan een echtgenoot de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet heeft bereikt en de andere echtgenoot jonger is dan de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, indien:

     

– het inkomen € 1.250,78 of meer bedraagt

5,76%

x ink

– € 15,46

– het inkomen lager is dan € 1.250,78

5,76%

x ink

 

F

In artikel 15b wordt ‘het jaar 2021’ vervangen door ‘het jaar 2022’.

G

Bijlage II, behorende bij artikel 15b van de Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ, wordt vervangen door de tweede bijlage bij deze regeling.

ARTIKEL V WIJZIGING REGELING WFSV

De Regeling Wfsv wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 3.35 wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan onderdeel d wordt onder vervanging van de punt aan het slot door een puntkomma een regel toegevoegd, luidende:

2022: 1.116.687,84.

2. Aan onderdeel f wordt onder vervanging van de punt aan het slot door een puntkomma een regel toegevoegd, luidende:

2022: -285,41.

B

Aan artikel 3.37 worden twee leden toegevoegd, luidende:

  • 9. Het quotumpercentage, bedoeld in artikel 38f, eerste lid, van de Wfsv bedraagt voor de sector overheid voor het kalenderjaar 2022: 2,69 procent.

  • 10. De berekeningen overeenkomstig de formule in artikel 38f, tweede lid, van de Wfsv, die tot het quotumpercentage, bedoeld in het negende lid, hebben geleid, zijn als volgt:

ARTIKEL VI WIJZIGING REMIGRATIEREGELING

Bijlage 2, behorend bij artikel 5 van de Remigratieregeling, wordt vervangen door de derde bijlage bij deze regeling.

ARTIKEL VII WIJZIGING TIJDELIJKE SUBSIDIEREGELING FINANCIERING KINDEROPVANG CARIBISCH NEDERLAND

De Tijdelijke subsidieregeling financiering kinderopvang Caribisch Nederland wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel b, wordt ‘31 december 2022’ vervangen door ‘31 december 2021’ en onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel b door een puntkomma, wordt aan het eerste lid een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • c. 1 januari 2022 tot en met 31 december 2022: $ 7,63 op Bonaire en $ 4,38 op Sint Eustatius en Saba.

2. In het tweede lid, onderdeel b, wordt ‘31 december 2022’ vervangen door ‘31 december 2021’ en onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel b door een puntkomma, wordt aan het tweede lid een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • c. 1 januari 2022 tot en met 31 december 2022: $ 12,50.

3. In het derde lid, onderdeel b, wordt ‘31 december 2022’ vervangen door ‘31 december 2021’ en onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel b door een puntkomma, wordt aan het derde lid een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • c. 1 januari 2022 tot en met 31 december 2022: $ 4,88.

4. In het vierde lid, onderdeel b, wordt ‘31 december 2022’ vervangen door ‘31 december 2021’ en onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel b door een puntkomma, wordt aan het vierde lid een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • c. 1 januari 2022 tot en met 31 december 2022: $ 9,75.

ARTIKEL VIII WIJZIGING WET TEGEMOETKOMINGEN LOONDOMEIN

In artikel 3.1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet tegemoetkomingen loondomein wordt ‘€ 10,48’ vervangen door ‘€ 10,73’ en wordt ‘€ 13,12’ vervangen door ‘€ 13,43’.

ARTIKEL IX

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2022.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 13 december 2021

De Staatsecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, A.D. Wiersma

EERSTE BIJLAGE BIJ DE REGELING VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID VAN, 13 DECEMBER 2021, NR. 2021-0000161487, HOUDENDE WIJZIGING VAN BEDRAGEN EN VASTSTELLING VAN PERCENTAGES, BEDRAGEN EN AANTALLEN VOOR ENKELE WETTEN EN REGELINGEN VOOR 2022

Bijlage 1. behorende bij artikel 1 van de Regeling Beslagvrije voet

Land

Woonlandfactor 2022

Afghanistan

0,3

Albanië

0,5

Algerije

0,4

Andorra

0,9

Angola

0,5

Antigua en Barbuda

0,9

Argentinië

0,6

Armenië

0,4

Aruba

0,8

Australië

1,0

Azerbeidzjan

0,4

Bahama’s

1,0

Bahrein

0,6

Bangladesh

0,5

Barbados

1,0

Belarus

0,4

België

1,0

Belize

0,8

Benin

0,5

Bhutan

0,4

Bolivia

0,5

Bonaire

0,8

Bondsrepubliek Duitsland

1,0

Bosnië-Herzegovina

0,5

Botswana

0,6

Brazilië

0,7

Brunei

0,6

Bulgarije

0,5

Burkina Faso

0,5

Burundi

0,4

Cambodja

0,5

Canada

1,0

Centraal-Afrikaanse Republiek

0,6

Chili

0,7

China

0,8

Colombia

0,5

Comoren

0,6

Congo, Republiek

0,7

Costa Rica

0,7

Cuba

0,6

Curaçao

1,0

Cyprus

0,8

Denemarken

1,0

Djibouti

0,7

Dominica

0,8

Dominicaanse Republiek

0,6

Democratische Republiek Congo

0,6

Ecuador

0,7

Egypte

0,3

El Salvador

0,6

Equatoriaal-Guinea

0,5

Eritrea

0,5

Estland

0,7

Eswatini

0,6

Ethiopië

0,5

Fiji

0,6

Filipijnen

0,5

Finland

1,0

Frankrijk

1,0

Gabon

0,6

Gambia

0,4

Gaza en Westelijke Jordaanoever

0,6

Georgië

0,4

Ghana

0,5

Grenada

0,8

Griekenland

0,8

Groot-Brittannië

1,0

Guatemala

0,6

Guinee

0,5

Guinee-Bissau

0,4

Guyana

0,6

Haïti

0,5

Honduras

0,6

Hong Kong

1,0

Hongarije

0,6

Ierland

1,0

IJsland

1,0

India

0,4

Indonesië

0,4

Irak

0,7

Iran

0,6

Israël

1,0

Italië

0,9

Ivoorkust

0,5

Jamaica

0,7

Japan

1,0

Jemen

0,5

Jordanië

0,5

Kaapverdië

0,6

Kameroen

0,5

Kazachstan

0,5

Kenia

0,5

Kirgizië

0,3

Kiribati

0,9

Koeweit

0,8

Kosovo

0,5

Kroatië

0,6

Laos

0,4

Lesotho

0,5

Letland

0,7

Libanon

0,6

Liberia

0,5

Libië

0,6

Liechtenstein

1,0

Litouwen

0,6

Luxemburg

1,0

Macau

0,8

Madagaskar

0,4

Malawi

0,5

Maldiven

0,7

Maleisië

0,5

Mali

0,5

Malta

0,8

Marokko

0,5

Marshalleilanden

0,6

Mauritanië

0,4

Mauritius

0,6

Mexico

0,6

Micronesia

0,6

Moldavië

0,4

Monaco

1,0

Mongolië

0,4

Montenegro

0,5

Mozambique

0,5

Myanmar

0,4

Namibië

0,6

Nauru

1,0

Nederland

1,0

Nepal

0,4

Nicaragua

0,4

Nieuw-Zeeland

1,0

Niger

0,6

Nigeria

0,5

Noord-Korea

0,5

Noorwegen

1,0

Oekraïne

0,4

Oezbekistan

0,3

Oman

0,7

Oostenrijk

1,0

Pakistan

0,4

Palau

1,0

Panama

0,6

Papoea-Nieuw-Guinea

0,8

Paraguay

0,5

Peru

0,7

Polen

0,6

Portugal

0,8

Qatar

0,8

Republiek Noord-Macedonië

0,4

Roemenië

0,5

Russische Federatie

0,5

Rwanda

0,5

Saba

0,7

Saint Kitts en Nevis

0,9

Saint Lucia

0,9

Saint Vincent en de Grenadines

0,7

Salomonseilanden

1,0

Samoa

0,8

San Marino

1,0

São Tomé en Principe

0,6

Saoedi-Arabië

0,6

Senegal

0,5

Servië

0,5

Seychellen

0,7

Sierra Leone

0,4

Singapore

0,8

Sint Eustatius

0,8

Sint Maarten

0,8

Slovenië

0,8

Slowakije

0,7

Soedan

0,3

Somalië

0,5

Spanje

0,8

Sri Lanka

0,4

Suriname

0,5

Syrië

0,5

Tadzjikistan

0,3

Taiwan

0,8

Tanzania

0,5

Thailand

0,5

Timor Leste

0,5

Togo

0,5

Tonga

0,9

Trinidad en Tobago

0,8

Tsjaad

0,6

Tsjechië

0,7

Tunesië

0,4

Turkije

0,4

Turkmenistan

0,6

Tuvalu

1,0

Uganda

0,5

Uruguay

0,9

Vanuatu

1,0

Venezuela

0,6

Verenigde Arabische Emiraten

0,8

Verenigde Staten van Amerika

1,0

Vietnam

0,4

Zambia

0,5

Zimbabwe

0,6

Zuid-Afrika

0,6

Zuid-Korea

0,9

Zuid-Soedan

0,5

Zweden

1,0

Zwitserland

1,0

TWEEDE BIJLAGE BIJ DE REGELING VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID VAN 13 DECEMBER 2021, NR. 2021-0000161487, HOUDENDE WIJZIGING VAN BEDRAGEN EN VASTSTELLING VAN PERCENTAGES, BEDRAGEN EN AANTALLEN VOOR ENKELE WETTEN EN REGELINGEN VOOR 2022

Bijlage II. behorende bij artikel 15b van de Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ

Indeling 2022

 

CBS-code

Gemeente

ultimo 2022

1680

Aa en Hunze

8

358

Aalsmeer

7

197

Aalten

9

59

Achtkarspelen

11

482

Alblasserdam

9

613

Albrandswaard

16

361

Alkmaar

79

141

Almelo

83

34

Almere

103

484

Alphen aan den Rijn

58

1723

Alphen-Chaam

1

1959

Altena

27

60

Ameland

1

307

Amersfoort

65

362

Amstelveen

30

363

Amsterdam

505

200

Apeldoorn

99

202

Arnhem

201

106

Assen

55

743

Asten

7

744

Baarle-Nassau

2

308

Baarn

4

489

Barendrecht

11

203

Barneveld

15

888

Beek

5

1954

Beekdaelen

12

889

Beesel

6

1945

Berg en Dal

17

1724

Bergeijk

9

893

Bergen L

10

373

Bergen NH

8

748

Bergen op Zoom

42

1859

Berkelland

21

1721

Bernheze

20

753

Best

15

209

Beuningen

12

375

Beverwijk

24

1728

Bladel

15

376

Blaricum

1

377

Bloemendaal

5

1901

Bodegraven-Reeuwijk

9

755

Boekel

8

1681

Borger-Odoorn

17

147

Borne

8

654

Borsele

8

757

Boxtel

44

758

Breda

100

501

Brielle

4

1876

Bronckhorst

17

213

Brummen

10

899

Brunssum

19

312

Bunnik

2

313

Bunschoten

4

214

Buren

11

502

Capelle aan den IJssel

30

383

Castricum

11

109

Coevorden

18

1706

Cranendonck

9

216

Culemborg

17

148

Dalfsen

8

1891

Dantumadiel

7

310

De Bilt

9

1940

De Fryske Marren

11

736

De Ronde Venen

11

1690

De Wolden

6

503

Delft

72

400

Den Helder

58

762

Deurne

22

150

Deventer

110

384

Diemen

12

1980

Dijk en Waard

50

1774

Dinkelland

6

221

Doesburg

7

222

Doetinchem

42

766

Dongen

8

505

Dordrecht

105

498

Drechterland

6

1719

Drimmelen

7

303

Dronten

12

225

Druten

8

226

Duiven

12

1711

Echt-Susteren

16

385

Edam-Volendam

9

228

Ede

67

317

Eemnes

1

1979

Eemsdelta

40

770

Eersel

10

1903

Eijsden-Margraten

15

772

Eindhoven

171

230

Elburg

15

114

Emmen

71

388

Enkhuizen

12

153

Enschede

110

232

Epe

15

233

Ermelo

16

777

Etten-Leur

20

779

Geertruidenberg

14

1771

Geldrop-Mierlo

24

1652

Gemert-Bakel

20

907

Gennep

15

784

Gilze en Rijen

8

1924

Goeree-Overflakkee

18

664

Goes

23

785

Goirle

11

1942

Gooise Meren

10

512

Gorinchem

31

513

Gouda

74

14

Groningen

152

1729

Gulpen-Wittem

3

158

Haaksbergen

10

392

Haarlem

83

394

Haarlemmermeer

43

1655

Halderberge

17

160

Hardenberg

33

243

Harderwijk

25

523

Hardinxveld-Giessendam

8

72

Harlingen

8

244

Hattem

4

396

Heemskerk

20

397

Heemstede

8

246

Heerde

10

74

Heerenveen

15

917

Heerlen

85

1658

Heeze-Leende

4

399

Heiloo

13

163

Hellendoorn

13

530

Hellevoetsluis

15

794

Helmond

97

531

Hendrik-Ido-Ambacht

9

164

Hengelo O

53

1966

Het Hogeland

37

252

Heumen

7

797

Heusden

21

534

Hillegom

12

798

Hilvarenbeek

3

402

Hilversum

29

1963

Hoeksche Waard

24

1735

Hof van Twente

10

1911

Hollands Kroon

20

118

Hoogeveen

41

405

Hoorn

63

1507

Horst aan de Maas

12

321

Houten

14

406

Huizen

12

677

Hulst

16

353

IJsselstein

16

1884

Kaag en Braassem

6

166

Kampen

22

678

Kapelle

5

537

Katwijk

28

928

Kerkrade

38

1598

Koggenland

8

542

Krimpen aan den IJssel

11

1931

Krimpenerwaard

21

1659

Laarbeek

7

1982

Land van Cuijk

72

882

Landgraaf

19

415

Landsmeer

4

1621

Lansingerland

10

417

Laren

1

80

Leeuwarden

72

546

Leiden

94

547

Leiderdorp

14

1916

Leidschendam-Voorburg

33

995

Lelystad

45

1640

Leudal

9

327

Leusden

4

1705

Lingewaard

17

553

Lisse

9

262

Lochem

12

809

Loon op Zand

9

331

Lopik

4

168

Losser

8

263

Maasdriel

15

1641

Maasgouw

7

1991

Maashorst

48

556

Maassluis

17

935

Maastricht

112

420

Medemblik

21

938

Meerssen

9

1948

Meierijstad

68

119

Meppel

20

687

Middelburg

20

1731

Midden Drenthe

15

1842

Midden-Delfland

6

1952

Midden-Groningen

41

1709

Moerdijk

15

1978

Molenlanden

9

1955

Montferland

23

335

Montfoort U

3

944

Mook en Middelaar

3

1740

Neder-Betuwe

10

946

Nederweert

4

356

Nieuwegein

30

569

Nieuwkoop

9

267

Nijkerk

13

268

Nijmegen

164

1930

Nissewaard

36

1970

Noardeast-Fryslân

18

1695

Noord-Beveland

4

1699

Noordenveld

10

171

Noordoostpolder

15

575

Noordwijk

15

820

Nuenen c.a.

10

302

Nunspeet

15

579

Oegstgeest

6

823

Oirschot

6

824

Oisterwijk

14

1895

Oldambt

32

269

Oldebroek

11

173

Oldenzaal

19

1773

Olst-Wijhe

7

175

Ommen

9

1586

Oost Gelre

11

826

Oosterhout

40

85

Ooststellingwerf

10

431

Oostzaan

2

432

Opmeer

5

86

Opsterland

13

828

Oss

136

1509

Oude IJsselstreek

24

437

Ouder-Amstel

2

589

Oudewater

1

1734

Overbetuwe

26

590

Papendrecht

13

1894

Peel en Maas

15

765

Pekela

12

1926

Pijnacker-Nootdorp

14

439

Purmerend

61

273

Putten

8

177

Raalte

12

703

Reimerswaal

9

274

Renkum

21

339

Renswoude

2

1667

Reusel-De Mierden

7

275

Rheden

34

340

Rhenen

5

597

Ridderkerk

16

1742

Rijssen-Holten

12

603

Rijswijk

26

1669

Roerdalen

10

957

Roermond

58

1674

Roosendaal

58

599

Rotterdam

354

277

Rozendaal

1

840

Rucphen

21

441

Schagen

19

279

Scherpenzeel

3

606

Schiedam

42

88

Schiermonnikoog

1

1676

Schouwen-Duiveland

20

518

’s-Gravenhage

263

796

’s-Hertogenbosch

185

965

Simpelveld

4

845

Sint-Michielsgestel

17

1883

Sittard-Geleen

57

610

Sliedrecht

11

1714

Sluis

12

90

Smallingerland

41

342

Soest

10

847

Someren

6

848

Son en Breugel

5

37

Stadskanaal

42

180

Staphorst

6

532

Stede Broec

12

851

Steenbergen

10

1708

Steenwijkerland

21

971

Stein

9

1904

Stichtse Vecht

23

1900

Sudwest Fryslan

27

715

Terneuzen

54

93

Terschelling

1

448

Texel

9

1525

Teylingen

16

716

Tholen

11

281

Tiel

46

855

Tilburg

147

183

Tubbergen

4

1700

Twenterand

17

1730

Tynaarlo

14

737

Tytsjerksteradiel

11

450

Uitgeest

5

451

Uithoorn

10

184

Urk

4

344

Utrecht

136

1581

Utrechtse Heuvelrug

12

981

Vaals

3

994

Valkenburg aan de Geul

7

858

Valkenswaard

11

47

Veendam

31

345

Veenendaal

33

717

Veere

4

861

Veldhoven

19

453

Velsen

43

983

Venlo

55

984

Venray

31

1961

Vijfheerenlanden

21

622

Vlaardingen

39

96

Vlieland

1

718

Vlissingen

23

986

Voerendaal

3

626

Voorschoten

8

285

Voorst

11

865

Vught

25

1949

Waadhoeke

19

866

Waalre

3

867

Waalwijk

23

627

Waddinxveen

19

289

Wageningen

20

629

Wassenaar

6

852

Waterland

6

988

Weert

32

1960

West Betuwe

20

668

West Maas en Waal

5

1969

Westerkwartier

26

1701

Westerveld

8

293

Westervoort

13

1950

Westerwolde

17

1783

Westland

34

98

Weststellingwerf

11

614

Westvoorne

4

189

Wierden

5

296

Wijchen

22

1696

Wijdemeren

5

352

Wijk bij Duurstede

7

294

Winterswijk

12

873

Woensdrecht

10

632

Woerden

17

880

Wormerland

7

351

Woudenberg

2

479

Zaanstad

99

297

Zaltbommel

13

473

Zandvoort

5

50

Zeewolde

6

355

Zeist

38

299

Zevenaar

28

637

Zoetermeer

66

638

Zoeterwoude

2

1892

Zuidplas

13

879

Zundert

6

301

Zutphen

57

1896

Zwartewaterland

11

642

Zwijndrecht

22

193

Zwolle

82

DERDE BIJLAGE BIJ DE REGELING VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID VAN, 13 DECEMBER 2021, NR. 2021-0000161487, HOUDENDE WIJZIGING VAN BEDRAGEN EN VASTSTELLING VAN PERCENTAGES, BEDRAGEN EN AANTALLEN VOOR ENKELE WETTEN EN REGELINGEN VOOR 2022

Bijlage 2. behorend bij artikel 5 van de Remigratieregeling

Vaststelling bedragen remigratie-uitkering per categorie van bestemmingslanden op basis van de indeling in bijlage 1 van de regeling
   

Remigratie vóór 1-april-2000

Remigratie op of na 1-april-2000

Leefsituatie,

 

Geen Zvw

Zvw

Geen Zvw

Zvw

 

categorie

Geen AOW

AOW

Geen AOW

AOW

Geen AOW

AOW

Geen AOW

AOW

Samenwonend

                 
 

A

422,02

422,02

422,02

424,10

533,99

533,99

556,64

559,38

 

B

490,08

490,08

490,08

495,37

620,10

620,10

669,74

676,67

 

C

703,36

703,36

708,76

743,58

889,97

889,97

960,73

984,74

 

D

465,60

465,60

465,60

466,05

589,07

589,07

593,98

594,96

 

E

540,91

540,91

490,08

501,15

684,51

684,51

685,38

699,51

 

F

776,19

776,19

790,77

826,30

982,30

982,30

1.073,12

1.094,84

Frankrijk

G

422,02

422,02

422,02

443,52

533,99

533,99

579,62

609,15

Griekenland

H

422,02

422,02

422,02

427,35

533,99

533,99

591,60

599,08

Italië

I

490,08

490,08

490,08

504,60

620,10

620,10

681,32

699,98

Tsjechië

J

490,08

490,08

490,08

498,07

620,10

620,10

689,18

699,30

Slovenië

K

490,08

490,08

490,08

500,10

620,10

620,10

686,77

699,58

Portugal

L

540,91

540,91

490,08

497,54

684,51

684,51

690,29

699,76

                   

Eén-ouder

                 
 

A

381,18

381,18

381,18

383,06

482,31

482,31

493,64

496,07

 

B

444,70

444,70

444,70

449,50

562,68

562,68

587,35

593,70

 

C

630,75

630,75

630,75

666,82

798,09

798,09

831,72

861,44

 

D

420,59

420,59

420,59

420,99

532,31

532,31

534,55

535,07

 

E

490,45

490,45

444,70

454,75

620,68

620,68

589,65

602,97

 

F

696,00

696,00

700,99

741,00

880,67

880,67

927,92

956,34

Frankrijk

G

381,18

381,18

381,18

400,60

482,31

482,31

500,12

525,60

Griekenland

H

381,18

381,18

381,18

386,00

482,31

482,31

511,11

517,57

Italië

I

444,70

444,70

444,70

457,87

562,68

562,68

588,05

605,47

Tsjechië

J

444,70

444,70

444,70

451,95

562,68

562,68

591,68

601,32

Slovenië

K

444,70

444,70

444,70

453,79

562,68

562,68

590,91

602,99

Portugal

L

490,45

490,45

444,70

451,47

620,68

620,68

592,27

601,28

                   

Alleenstaand

                 
 

A

294,96

294,96

294,96

296,41

373,22

373,22

384,55

386,44

 

B

344,87

344,87

344,87

348,59

436,37

436,37

461,04

466,02

 

C

490,08

490,08

490,08

518,10

620,10

620,10

636,85

673,27

 

D

325,46

325,46

325,46

325,77

411,72

411,72

413,96

414,77

 

E

380,45

380,45

344,87

352,66

481,28

481,28

463,34

473,81

 

F

540,91

540,91

540,91

575,56

684,51

684,51

707,93

746,92

Frankrijk

G

294,96

294,96

294,96

309,99

373,22

373,22

391,03

410,95

Griekenland

H

294,96

294,96

294,96

298,69

373,22

373,22

402,02

407,10

Italië

I

344,87

344,87

344,87

355,08

436,37

436,37

461,74

475,42

Tsjechië

J

344,87

344,87

344,87

350,49

436,37

436,37

465,37

472,95

Slovenië

K

344,87

344,87

344,87

351,92

436,37

436,37

464,60

474,10

Portugal

L

380,45

380,45

344,87

350,12

481,28

481,28

465,96

473,05

TOELICHTING

Algemeen

Per 1 januari 2022 zijn allerlei bedragen, percentages en aantallen in de SZW-regelgeving herzien. In deze verzamelregeling zijn de nieuwe bedragen gepubliceerd, zoals voorgeschreven door de genoemde regelgeving. De wijzigingen van alle bedragen zijn zo veel mogelijk gebundeld. In tegenstelling tot voorgaande jaren is in deze regeling ook de vaststelling van de aantallen beschut werk voor het jaar 2022 opgenomen. Naast deze verzamelregeling zijn er ook twee verzamelmededelingen gepubliceerd.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel I Herziening percentage Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ)

Het percentage in artikel 8, tweede lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen wordt gewijzigd als de renteontwikkeling daartoe aanleiding geeft zoals bepaald in artikel 8, zesde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen. Voor het vaststellen van de renteontwikkeling wordt gekeken naar de gemiddelde wettelijke rente en de rente op deposito’s met een langere looptijd. De rente op deposito’s met een langere looptijd is gedaald waardoor het genoemde percentage wordt bijgesteld van 3% naar 2%.

Artikel II Wijziging bedrag Boek 7 Burgerlijk Wetboek

Op grond van artikel 7:673, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek wordt de hoogte van het bedrag genoemd in het tweede lid van dat artikel, betreffende de hoogte van de maximale transitievergoeding, jaarlijks met ingang van 1 januari bij ministeriële regeling gewijzigd overeenkomstig de ontwikkeling van de marktcontractlonen. In de Macro-Economische Verkenningen (MEV) is deze ontwikkeling van de marktcontractlonen voor het komende jaar geraamd. Daarbij wordt het bedrag afgerond op het naaste veelvoud van € 1.000,–.

De ontwikkeling van de contractlonen wordt blijkens de MEV geraamd op 2,2%.1 Momenteel is het bedrag € 84.000,–. Bij verhoging met 2,2% resulteert dit in een bedrag van € 85.848,–. Dit bedrag wordt afgerond op het naaste veelvoud van € 1.000,–. Met de onderhavige regeling wordt daarom met ingang van 1 januari 2022 het bedrag van € 84.000,– gewijzigd in € 86.000,–.

Artikel III Wijziging Regeling beslagvrije voet

Artikel 1 Woonlandfactor berust op artikel 475da, vierde lid, van de wet en artikel 6 van het Besluit beslagvrije voet. Hierin is de bepaling opgenomen dat de beslagvrije voet van personen op wiens inkomen beslag is gelegd en deze personen buiten Nederland woonachtig zijn wordt vermenigvuldigd met een vastgestelde factor, de zogenaamde woonlandfactor. De in deze regeling gebruikte woonlandfactoren zijn afgeleid van het woonlandbeginsel in de sociale zekerheid en zijn gebaseerd op de verhouding van het algemene kostenniveau van het betreffende woonland en dat van Nederland. In enkele gevallen ligt een bilateraal sociale zekerheidsverdrag ten grondslag aan de woonlandfactor. In de Regeling woonlandbeginsel in de sociale zekerheid 2012 is in een aantal gevallen het percentage op 100% (1,0) gesteld, vanwege bilaterale afspraken, wat niet speelt bij deze regeling. De woonlandfactor kent een maximum van 1,0.

De bijlage wordt jaarlijks op 1 januari geactualiseerd. De actualisatie is gebaseerd op de lijst binnen de Regeling woonlandbeginsel in de sociale zekerheid 2012.

Artikel IV Wijziging Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ

In paragraaf 6 van de Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ zijn formules opgenomen voor de aanspraak op vakantietoeslag over inkomen in 2022. Deze formules worden jaarlijks, overeenkomstig artikel 38, vierde lid, van de Participatiewet, geactualiseerd vanwege de wijzigingen in de fiscaliteit.

Onderdeel G

Sinds 1 januari 2017 moeten gemeenten de voorziening beschut werk aanbieden aan personen die daarop zijn aangewezen. De Participatiewet regelt met artikel 10b, vierde lid, dat bij ministeriële regeling het aantal te realiseren beschut werkplekken kan worden vastgesteld per gemeente. Deze aantallen zullen in 2048 bij elkaar opgeteld overeenkomen met de aantallen in de raming en daarmee de financiering vanuit het Rijk.

Het Rijk heeft via de integratie-uitkering Participatie aan gemeenten financiële middelen beschikbaar gesteld voor de begeleiding van de nieuwe doelgroep naar beschut werk. De Colleges van burgemeester en wethouders moeten in een jaar, voor zover de behoefte daartoe bestaat (de behoefte wordt bepaald door het aantal door UWV afgegeven positieve adviezen), ten minste het aantal beschut werkplekken realiseren als vastgelegd in deze ministeriële regeling. Bij de totstandkoming van de Participatiewet in 2015 zijn middelen aan gemeenten beschikbaar gesteld, voor oplopend tot structureel ruim 30.000 beschut werkplekken tegen een gemiddeld dienstverband van 31 uur per week in 2048. Dit betekent dat gemeenten evenredig meer moeten realiseren bij dienstverbanden van minder dan 31 uur per week en evenredig minder behoeven te realiseren bij dienstverbanden van meer dan 31 uur.

Bij inwerkingtreding per 1 januari 2017 is afgesproken om een ingroeipad te hanteren om de niet gerealiseerde aantallen beschut werk over 2015 en 2016 (in totaal circa drieduizend plekken) in te halen in de periode 2017 tot en met 2021, dus vijf jaar. Het budget is daarbij niet aangepast. Voor de komende vijf jaar gaat het om de volgende aantallen:

Aantallen

2021

2022

2023

2024

2025

Ultimo stand nieuw

8.600

9.500

10.300

11.100

11.900

De aantallen zijn (net als de financiële middelen voor beschut werk) verdeeld over de gemeenten op basis van de gemeentelijke instroom in de Wajong werkregeling en de Wsw-wachtlijst in de periode 2012–2014.

Artikel V Wijziging Regeling Wfsv

Met deze regeling wordt het quotumpercentage over 2022 voor de sector overheid vastgesteld op 2,69 procent. Het quotumpercentage is berekend met toepassing van de formule, bedoeld in artikel 38f, tweede lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv). De quotumheffing is geactiveerd voor de sector overheid voor quotumtekorten over het jaar 2018 en verder2 en is van toepassing op alle overheidswerkgevers met 25 of meer werknemers. Bij de berekening van het quotumpercentage gaat het om de verhouding tussen het aantal banen dat conform de banenafspraak moet worden ingevuld door mensen uit de doelgroep ten opzichte van het totale aantal banen in de sector overheid.

Het quotumpercentage wordt op grond van artikel 38f, eerste lid, van de Wfsv bij ministeriële regeling vastgesteld in het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarover het quotumtekort wordt bepaald. De waarden van zes van de acht variabelen zijn eerder vastgesteld in artikel 2.32 van het Besluit Wfsv en artikel 3.35 van de Regeling Wfsv. Het totaal aantal banen bij werkgevers die quotumheffing verschuldigd zijn in de sector overheid (variabele D) en het aantal gerealiseerde extra banen voor arbeidsbeperkten bij kleine werkgevers (variabele H) zijn echter variabel en moeten jaarlijks worden vastgesteld. Deze regeling voorziet daarom tevens in de vaststelling van variabelen D en H voor de sector overheid voor het kalenderjaar 2022. Door het aantal banen jaarlijks vast te stellen sluit de berekening zoveel mogelijk aan bij de actuele situatie op de arbeidsmarkt.

Om variabele D te bepalen moet het totaal aantal banen bij grote werkgevers in de sector overheid worden bepaald en het aantal banen van uitgeleend personeel in de sector overheid. Bij bedrijven die personeel mogen uitlenen, bijvoorbeeld uitzendbureaus en sw-bedrijven, speelt het volgende. Ze krijgen een nulquotum over het personeel dat ze uitlenen, waardoor het quotumpercentage voor deze bedrijven niet voor uitgeleend personeel geldt. Voor het personeel dat ze niet uitlenen, geldt het reguliere quotumpercentage. Met ingang van 1 juli 20173 is daarom op grond van artikel 38f, derde lid, van de Wfsv in het Besluit Wfsv geregeld dat het aantal banen van uitgeleend personeel in mindering gebracht moet worden op het totaal aantal banen bij grote werkgevers. Op basis van deze berekening heeft UWV variabele D voor de sector overheid voor 2022 bepaald op 1.116.687,844 banen.

Variabele H weerspiegelt het aantal gerealiseerde extra banen bij kleine werkgevers in de sector overheid. Variabele H wordt bepaald door het aantal banen bij kleine overheidswerkgevers eind 2019 te verminderen met het aantal banen bij overheidswerkgevers ten tijde van de nulmeting eind 2012. Gebleken is dat het aantal banen bij kleine overheidswerkgevers sinds 2012 met 285,41 is afgenomen. Variabele H bedraagt voor 2022 daarom -285,41. Een mogelijke verklaring voor deze afname is dat overheidswerkgevers die voorheen ‘klein’ waren, door groei of fusie nu in de categorie ‘groot’ vallen. In deze gevallen is er slechts sprake van een administratieve verschuiving van waar de banen meetellen.

De formule voor de berekening van het quotumpercentage op grond van artikel 38f, tweede lid, van de Wfsv luidt als volgt:

De variabelen van de formule voor het quotumpercentage voor 2022 zijn ingevolge artikel 2.32 van het Besluit Wfsv en artikel 3.35 van de Regeling Wfsv:

  • Variabele A = 13.504: Het aantal banen vervuld door mensen met een arbeidsbeperking bij grote werkgevers in de sector overheid op grond van de nulmeting.

  • Variabele B = 21.250: Het aantal extra banen voor mensen met een arbeidsbeperking dat grote overheidswerkgevers moeten realiseren in 2022. Bij de vaststelling van de 21.250 banen is rekening gehouden met het feit dat werkgevers gedurende 2022 de tijd hebben om het extra aantal banen te realiseren. Dit is gedaan door uit te gaan van een gewogen gemiddelde waarbij de extra banen uit 2022 voor 50% worden meegeteld.

  • Variabele C = 1.331: Het gemiddeld aantal verloonde uren van mensen met een arbeidsbeperking in de sector overheid en de sector niet-overheid tezamen. 1.331 verloonde uren per jaar komen overeen met gemiddeld 25,5 uur per week.

  • Variabele D = 1.116.687,84: Het totaal aantal banen bij grote werkgevers in de sector overheid.

  • Variabele E = 1.623: Het gemiddeld aantal verloonde uren van een werknemer bij grote werkgevers in de sector overheid. 1.623 verloonde uren per jaar komen overeen met gemiddeld 31,1 uur per week.

  • Variabele F = 1.644: Het aantal mensen met een arbeidsbeperking, bedoeld in artikel 38b, tweede lid, voor de sector overheid in 2022. Het betreft het aantal mensen met een medische beperking die is ontstaan voor hun 18e verjaardag of tijdens hun studie, die zonder een voorziening niet in staat zijn het wettelijk minimumloon te verdienen, maar met een voorziening wel.

  • Variabele G = 1.331: Het gemiddeld aantal verloonde uren van mensen met een arbeidsbeperking, bedoeld in artikel 38b, tweede lid, in de sector overheid. 1.331 verloonde uren per jaar komen overeen met gemiddeld 25,5 uur per week.

  • Variabele H = -285,41: Het aantal gerealiseerde extra banen voor arbeidsbeperkten bij werkgevers als bedoeld in artikel 34, vierde en zesde lid, in de sector overheid onderscheidenlijk de sector niet-overheid.

Dit leidt tot de volgende formule voor de berekening van het quotumpercentage:

Het quotumpercentage voor grote werkgevers in de sector overheid in 2022 bedraagt op grond hiervan 2,69 procent. Dit betekent dat van alle verloonde uren van grote werkgevers in de sector overheid 2,69 procent ingevuld moet worden door mensen met een arbeidsbeperking.

Onderdeel A

In artikel 3.35, onderdeel d, wordt de waarde van variabele D voor de sector overheid voor het kalenderjaar 2022 toegevoegd. In onderdeel f van dit artikel wordt de waarde van variabele H toegevoegd voor 2022. Voor de berekening van de hoogte van de variabelen D en H wordt verwezen naar het algemene deel van deze toelichting.

Onderdeel B

In artikel 3.37 van de Regeling Wfsv wordt het quotumpercentage voor de sector overheid voor het kalenderjaar 2022 toegevoegd. Het quotumpercentage voor 2022 wordt vastgesteld op 2,69%. Omdat de quotumheffing voor de sector overheid is geactiveerd vanaf 1 januari 2018, moet op grond van artikel 38f, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen voorafgaand aan ieder kalenderjaar het quotumpercentage worden vastgesteld. Het gaat daarbij om het percentage van de verloonde uren dat bij de betreffende werkgever door arbeidsbeperkten moet worden vervuld op grond van de banenafspraak.

Artikel VI Wijziging Remigratieregeling

De wijziging van de Remigratieregeling betreft de wijziging van de bij de regeling behorende bijlage 2. In deze bijlage zijn de brutobedragen van de remigratie-uitkeringen opgenomen.

In bijlage 2 van deze regeling zijn de gewijzigde bedragen voor een remigratie-uitkering opgenomen. Op grond van artikel 3, eerste lid, van het Remigratiebesluit worden de brutobedragen van de remigratie-uitkeringen jaarlijks aangepast aan de hand van de helft van het percentage waarmee in het voorafgaande kalenderjaar de bijstandsnormen zijn gewijzigd. De bedragen zijn in de berekening geïndexeerd aan de hand van de helft van de stijging van de bijstandsnorm voor gehuwden (inclusief vakantie-uitkering) die geldt op 31 december van het voorgaande jaar ten opzichte van dezelfde norm die geldt op 31 december in het jaar daarvoor.

Artikel VII Wijziging van de Tijdelijke subsidieregeling financiering kinderopvang Caribisch Nederland

Met artikel VII worden de subsidiebedragen in de Tijdelijke subsidieregeling financiering kinderopvang Caribisch Nederland (hierna: de tijdelijke regeling) met ingang van 1 januari 2022 verhoogd. De tijdelijke regeling is bedoeld om de subsidiëring van de kinderopvang in Caribisch Nederland tot aan de inwerkingtreding van wettelijke regels over kinderopvang op Caribisch Nederland mogelijk te maken.

De aangenomen motie-Wuite c.s. verzoekt de regering onder meer om het minimumloon op Bonaire, Sint-Eustatius en Saba per 1 januari 2022 met 10% te verhogen.5 Het kabinet voert deze motie uit.

Een verhoging van het wettelijk minimumloon per 1 januari 2022 maakt een verhoging van de subsidiebedragen in de tijdelijke regeling noodzakelijk. Kinderopvangorganisaties ontvangen immers per kind een bepaald subsidiebedrag per dagdeel, onder de voorwaarde dat de ouderbijdrage een bepaalde hoogte niet overschrijdt. Kinderopvangorganisaties kunnen een verhoging van de loonkosten als gevolg van een stijging van het minimumloon dan ook niet of nauwelijks in de ouderbijdrage doorberekenen.

Daar komt bij dat een verhoging van de ouderbijdrage op gespannen voet zou staan met het door het kabinet vastgestelde ijkpunt sociaal minimum in Caribisch Nederland.6 Onderdeel daarvan is om de kosten van levensonderhoud, waaronder kinderopvang, stapsgewijs te verlagen. Met als doel om de inkomens van inwoners in Caribisch Nederland in balans te brengen met de kosten van levensonderhoud.

Met de in schema 1 opgenomen bedragen worden de kinderopvangorganisaties gecompenseerd voor de extra kosten die samenhangen met de verhoging van het wettelijk minimumloon. Het schema bevat het subsidiebedrag per dagdeel en de ontwikkeling van het subsidiebedrag gedurende de looptijd van de tijdelijke regeling.

Schema 1: Subsidiebedragen per dagdeel onderscheiden naar eiland en soort kinderopvang.1

$ per dagdeel

1 juli 2020 t/m 31 december 2020

1 januari 2021 t/m 30 juni 2021

1 juli 2021 t/m 31 december 2021

1 januari 2022 t/m 31 december 2022

Bonaire

       

Dagopvang

$ 5

$ 5

$ 6,88

$ 7,63

Buitenschoolse opvang

$ 7,5

$ 7,5

$ 11,25

$ 12,50

Gastouderopvang (dag)

$ 2,5

$ 2,5

$ 4,38

$ 4,88

Gastouderopvang (bso)

$ 5

$ 5

$ 8,75

$ 9,75

         

St. Eustatius

       

Dagopvang

$ 2

$ 2

$ 3,88

$ 4,38

Buitenschoolse opvang

$ 10

$ 10

$ 11,25

$ 12,50

         

Saba

       

Dagopvang

$ 0

$ 3,88

$ 3,88

$ 4,38

Buitenschoolse opvang

$ 0

$ 11,25

$ 11,25

$ 12,50

X Noot
1

Voor de kinderopvang wordt conform artikel 12, vijfde lid, uitgegaan van maximaal 40 dagdelen per maand en voor de buitenschoolse opvang 20 dagdelen per maand. Voor de schoolvakanties geldt dat de buitenschoolse opvangorganisatie voor de kinderen extra dagdelen in rekening mag brengen. Voorwaarde is dat de buitenschoolse opvang daadwerkelijk open is en de ouderbijdrage is betaald.

Artikel VIII Wijziging Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl)

Uitgangspunt van hoofdstuk 3 van de Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl) is dat het lage-inkomensvoordeel (LIV) terecht komt bij de werkgevers die werknemers in dienst hebben of nemen die een loon van 100% tot en met 125% van het wettelijk minimumloon verdienen. Het doel is om het arbeidsmarktperspectief van laaggeschoolde werknemers te vergroten en daarmee de werkgelegenheid aan de onderkant van de arbeidsmarkt te stimuleren.

Op grond van artikel 3.1, vierde lid, van de Wtl worden de uurloongrenzen, genoemd in artikel 3.1, eerste lid, Wtl bij regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid jaarlijks aan het begin van het kalenderjaar geïndexeerd overeenkomstig de wijziging van het wettelijk minimumloon per 1 januari van het betreffende jaar. Dit betekent dat de aan het begin van het jaar vastgestelde uurloongrenzen voor het gehele betreffende jaar van toepassing zijn.

Per 1 januari 2022 bedraagt het wettelijk minimummaandloon € 1.725,0. Het wettelijk minimumloon per 1 januari 2021 was € 1.684,8. De indexeringsfactor is dan 1,02386. Deze rekenregel resulteert in de volgende uurloongrenzen7:

Koppeling aan het WML

Uurloongrens

100% WML

€ 10,73

125% WML

€ 13,43

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, A.D. Wiersma


X Noot
1

Centraal Planbureau (2020), Macro Economische Verkenning 2022, p. 8, Den Haag.

X Noot
2

Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 10 oktober 2017 tot wijziging van de Regeling Wfsv in verband met activering van de quotumheffing voor de sector overheid (Stcrt. 2017, 58942).

X Noot
3

Besluit van 28 maart 2017 tot wijziging van het Besluit Wfsv en het Besluit SUWI in verband met het Besluit aanwijzing categorieën arbeidsbeperkten en werknemers voor berekening quotumtekort (Stb. 2017, 164).

X Noot
4

In artikel 2.22 van het Besluit Wfsv is bepaald dat variabelen in de formule van het quotumpercentage naar beneden worden afgerond op twee cijfers achter de komma.

X Noot
5

Kamerstukken II 2021/22, 35 925-IV, nr. 26.

X Noot
6

Kamerstukken II 2018/19, 35 000-IV, nr. 61.

X Noot
7

De tussengrens van 110% WML is met de Wet temporisering verhoging AOW-leeftijd komen te vervallen.

Naar boven