Besluit van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 15 november 2021, kenmerk 3280411-1019465-WJZ, houdende wijziging van het Besluit aanwijzing personen en instanties die het donorregister kunnen inzien of raadplegen

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op artikel 6 van het Besluit orgaandonatie;

Besluit:

ARTIKEL I

In artikel 1, vierde lid, van het Besluit aanwijzing personen en instanties die het donorregister kunnen inzien of raadplegen wordt ‘de instellingen die zorg verlenen, als bedoeld in artikel 5 van de Wet toelating zorginstellingen’ vervangen door ‘de ziekenhuizen waarin zorg wordt verleend waarop aanspraak bestaat ingevolge een zorgverzekering als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Zorgverzekeringswet’.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2022.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge

TOELICHTING

Met dit besluit wordt artikel 1, vierde lid, van het Besluit aanwijzing personen en instanties die het donorregister kunnen inzien of raadplegen aangepast. Dit onderdeel bevatte een verwijzing naar artikel 5 van de Wet toelating zorginstellingen (WTZi). De wijziging is noodzakelijk in verband met de inwerkingtreding van de Aanpassingswet Wet toetreding zorgaanbieders (AWtza)1 per 1 januari 2022. Artikel 5 van de WTZi wordt in de AWtza dusdanig gewijzigd dat de verwijzing niet meer correct is.

Dit onderdeel beoogt om ziekenhuizen die zorg leveren waarop aanspraak bestaat ingevolge een zorgverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, aan te wijzen als instanties die rechtstreeks het donorregister kunnen raadplegen. Hoewel de oude tekst ruimer is geformuleerd, is ervoor gekozen om met deze wijziging aan te sluiten bij de groep die daadwerkelijk beoogd is.

Een belanghebbende kan tegen een besluit bezwaar maken op grond van artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht. Dit kan door een bezwaarschrift in te dienen bij het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, t.a.v. Directie Wetgeving en Juridische Zaken, Postbus 20350, 2500 EJ Den Haag.

De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift bedraagt zes weken. De termijn vangt aan met ingang van de dag volgend op de dag waarop het besluit is gepubliceerd.

Het bezwaarschrift wordt ondertekend door de indiener en bevat:

  • de naam en het adres van de indiener,

  • de dagtekening,

  • een omschrijving van het bestreden besluit, bijvoorbeeld door vermelding van het zaaknummer, briefkenmerk en datum of door bijvoeging van een kopie van het besluit,

  • de gronden van het bezwaar.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge


X Noot
1

Stb. 2020, 181.

Naar boven