Regeling van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 8 november 2021, kenmerk 3266435-1017465-J, houdende wijziging van de Regeling specifieke uitkering aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling in verband met verlenging van de looptijd

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op artikel 3 van de Kaderwet VWS-subsidies en artikel 17 van de Financiële-verhoudingswet;

Besluit:

ARTIKEL I

De Regeling specifieke uitkering aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan artikel 8 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 4. De activiteiten worden voor 1 januari 2023 verricht.

B

Artikel 12 komt te luiden:

Artikel 12. Verantwoording

De ontvanger van een specifieke uitkering legt verantwoording af over de besteding van de specifieke uitkering op de wijze bepaald in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

C

In artikel 15 wordt ‘1 januari 2022’ vervangen door ‘1 januari 2023’.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, P. Blokhuis

TOELICHTING

Op 16 mei 2020 is de Regeling specifieke uitkering aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling (verder: de Regeling) in werking getreden (Stcrt. 2020, 26281). Artikel 15 van de Regeling voorzag in een vervaldatum per 1 januari 2022.

Vanwege (de impact van) het COVID-19 virus hebben meerdere gemeenten aangegeven vertraging te hebben opgelopen bij de uitvoering van haar werkzaamheden. Om alsnog een adequate uitvoering van werkzaamheden en oplevering van de beoogde eindresultaten mogelijk te maken, wordt de vervaldatum, en daarmee de termijn waarbinnen activiteiten verricht kunnen worden, in de Regeling aangepast van 1 januari 2022 naar 1 januari 2023.

Om de administratieve lasten van de gemeenten te beperken, is met deze wijziging van de Regeling ervoor gekozen om alle projecten budget neutraal te laten doorlopen tot uiterlijk 1 januari 2023. De inschatting is namelijk dat vanwege het COVID-19 virus bij bijna alle projecten de uitvoering van de werkzaamheden vertraging zal hebben opgelopen.

Om in aanmerking te komen voor verlenging van de maximale projectperiode tot 1 januari 2023 is geen aanvullende aanvraag van de gemeente nodig. De periode waarvoor de uitkering is verleend, opgenomen in het eerdere besluit tot verlening, zal ambtshalve met een nieuw besluit tot verlenging worden gewijzigd naar 1 januari 2023.

Alle in 2020 verstrekte beschikkingen worden herbevestigd na inwerkingtreding van deze wijziging van de Regeling onder vermelding van de nieuwe uiterste einddatum. Dit geldt ook voor de beschikkingen, waarvan de verantwoordelijke gemeenten in de afgelopen periode tijdig hebben voldaan aan de meldingsplicht dat zij hun eerder gecommuniceerde einddatum niet kunnen of zullen halen.

Daarnaast wordt de formulering van het artikel over de verantwoording van de specifieke uitkering gewijzigd (artikel 12), zodat het beter aansluit bij de Financiële-verhoudingswet. Deze tekstuele aanpassing heeft verder geen gevolgen voor het geldende verantwoordingsproces met betrekking tot de besteding van de specifieke uitkering.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, P. Blokhuis

Naar boven