Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de Minister van Justitie en Veiligheid en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, van 2 november 2021, kenmerk 3256468-1015358-WJZ, houdende wijziging van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 in verband met de toevoeging van enkele uitzonderingen op de inzet van coronatoegangsbewijzen bij en de sluitingstijd van eet- en drinkgelegenheden, testverplichtingen en de quarantaineplicht

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de Minister van Justitie en Veiligheid en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Infrastructuur en Waterstaat;

Handelende in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad;

Gelet op de artikelen 58e, eerste lid, 58nc, derde lid, 58p, tweede lid en derde lid, 58pa, eerste lid, en 58ra, eerste lid van de Wet publieke gezondheid;

Besluit:

ARTIKEL I

De Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan artikel 4.2 worden twee leden toegevoegd, luidende:

  • 5. Het eerste lid geldt niet in verzorgingsplaatsen die exclusief zijn ingericht voor zeevarenden voor de tijdelijke onderbreking van hun reis.

  • 6. Het tweede lid geldt niet voor een eet- en drinkgelegenheid die wordt gebruikt ten behoeve van de uitvoering van een verkiezing als bedoeld in de Kieswet dan wel de Tijdelijke wet verkiezingen covid-19.

B

Aan artikel 6.7b, derde lid, worden, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel l door een puntkomma, twee onderdelen toegevoegd, luidende:

  • m. personen die op grond van Verordening (EU) nr. 604/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend (PbEU 2013, L 180), door een andere lidstaat van de Europese Unie aan de Nederlandse Staat worden overgedragen, met inachtneming van de tussen de Nederlandse Staat en de andere lidstaat van de Europese Unie hierover gemaakte bilaterale afspraken, en de personen die deze personen begeleiden;

  • n. personen met rechtmatig verblijf in Nederland ten aanzien van wie de Nederlandse Staat gehouden is om hen na overbrenging vanuit een andere lidstaat van de Europese Unie toegang te verlenen, met inachtneming van de tussen de Nederlandse Staat en de andere lidstaat van de Europese Unie hierover gemaakte bilaterale afspraken, en de personen die deze personen begeleiden.

C

Aan artikel 6.7d, zesde lid, worden, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel o door een puntkomma, twee onderdelen toegevoegd, luidende:

  • p. personen die op grond van Verordening (EU) nr. 604/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend (PbEU 2013, L 180), door een andere lidstaat van de Europese Unie aan de Nederlandse Staat worden overgedragen, met inachtneming van de tussen de Nederlandse Staat en de andere lidstaat van de Europese Unie hierover gemaakte bilaterale afspraken, en de personen die deze personen begeleiden;

  • q. personen met rechtmatig verblijf in Nederland ten aanzien van wie de Nederlandse Staat gehouden is om hen na overbrenging vanuit een andere lidstaat van de Europese Unie toegang te verlenen, met inachtneming van de tussen de Nederlandse Staat en de andere lidstaat van de Europese Unie hierover gemaakte bilaterale afspraken, en de personen die deze personen begeleiden.

D

Aan artikel 6.19, zesde lid, wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel k door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • l. personen die in het bezit zijn van of beschikken over een op hen betrekking hebbend bewijs van herstel als bedoeld in artikel 6.7f, eerste lid.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren

TOELICHTING

1. Algemeen

Strekking

Deze regeling wijzigt de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 (Trm).

Deze wijziging strekt ertoe om enkele uitzonderingen toe te voegen op het gebied van coronatoegangsbewijzen, de verplichte sluitingstijd van eet- en drinkgelegenheden, de verplichting om een negatieve testuitslag te kunnen tonen bij inreis uit een aangewezen hoogrisicogebied, zeer hoogrisicogebied of uitzonderlijk hoogrisicogebied of Bonaire en de quarantaineplicht.

Deze regeling is gebaseerd op de ingevolge de Tijdelijke wet maatregelen covid-19 geldende bepalingen van de Wet publieke gezondheid (Wpg).

Pijlers van de bestrijding van de epidemie

Vanwege het virus golden over de periode van ruim een jaar reeds ingrijpende maatregelen, die zijn gebaseerd op drie pijlers:

  • een acceptabele belasting van de zorg – ziekenhuizen moeten kwalitatief goede zorg kunnen leveren aan zowel covid-19-patiënten als aan patiënten binnen de reguliere zorg;

  • het beschermen van kwetsbare mensen in de samenleving;

  • het zicht houden op en het inzicht hebben in de verspreiding van het virus.

Deze pijlers zijn ook voor de maatregelen van deze regeling uitgangspunt. Daarnaast geldt als uitgangspunt het sociaal- maatschappelijk perspectief gericht op het beperken van economische en maatschappelijke schade op korte termijn, aandacht voor structurele maatschappelijke en economische schade en het voorkomen dat de lasten onevenredig neerslaan bij bepaalde groepen, zoals ook beschreven bij de invoering van de maatregelen op 9 juli 20211 en de verlenging op 13 augustus 2021.2

2. Epidemiologische situatie

De epidemiologische situatie is reeds toegelicht in de wijziging van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 van 2 november 2021 in verband met de verbrede inzet van coronatoegangsbewijzen en een uitbreiding van de mondkapjesverplichting. In de afgelopen zeven kalenderdagen (20 tot 27 oktober 2021) is het aantal meldingen van SARS-CoV-2-positieve personen gestegen met 56% in vergelijking met de zeven dagen ervoor. In de afgelopen zeven kalenderdagen werden landelijk 239 personen per 100.000 inwoners gemeld na een positieve test voor SARS-CoV-2, vergeleken met 156 per 100.000 inwoners in de week daarvoor. Het aantal meldingen nam toe in alle regio’s, maar er is wel een grote regionale variatie in het aantal positieve testen. Dit beeld is consistent met de hogere virusvrachten die zijn vastgesteld in rioolwatermonsters. Het aantal meldingen nam in alle leeftijdsgroepen verder toe in de afgelopen week. Het aantal testen bij de gemeentelijke gezondheidsdienst- (GGD-)testlocaties laat een geleidelijke stijging zien in de afgelopen weken. Na exclusie van confirmatietesten was 9,3% van alle testen positief in de afgelopen zeven dagen, vergeleken met 7,4% de week ervoor. De geschatte opkomst voor ten minste één vaccinatie bedroeg tot en met 24 oktober 2021 87,3% voor de volwassen bevolking, en 83,8% had de volledige vaccinatieserie afgerond. Voor de bevolking vanaf 12 jaar is dit respectievelijk 85,2% en 81,8%. Voor de leeftijdsgroepen van jonger dan 40 jaar ligt de vaccinatiegraad op dit moment nog onder de 75%. De instroom en bezetting op verpleegafdelingen en IC in de ziekenhuizen nam toe. De eerder vastgestelde hoge vaccineffectiviteit tegen zowel ziekenhuisopname als IC-opname in Nederland persisteert in de meest recente data tot en met afgelopen week (95% en 97%). Deze is consistent iets lager in de oudste leeftijdsgroep.’De meest recente schatting van het reproductiegetal Rt, zoals berekend op basis van de meldingen van positief geteste personen, is voor 11 oktober 2021 op basis van de Osiris-data (meldingen via de GGD’en): gemiddeld 1,19 (95%-interval 1,16–1,23) besmettingen per geval. De schatting op basis van het aantal nieuwe ziekenhuisopnames per dag kent een aanzienlijk grotere onzekerheid, omdat deze berekend wordt op veel geringere aantallen, maar ook deze waarde is voor 9 oktober 2021 boven de 1, namelijk 1,19 (95%-interval 0,19–1,49). Bijna alle infecties in Nederland worden momenteel veroorzaakt door de deltavariant.

Op basis van de recente toename in meldingen is de verwachting dat de komende week het aantal ziekenhuis- en IC-opnames verder gaat stijgen, met schattingen tot circa 175–200 ziekenhuisopnames per dag, en tot circa 30–40 IC-opnames per dag. Er wordt ook een toename verwacht van het aantal ziekenhuisopnames per dag en het aantal IC-opnames per dag. Belangrijk is dat de onzekerheid groot is over het tijdstip waarop een piek in de opnames en bedbezetting bereikt wordt en dat de piekwaarde van de IC-bezetting aanzienlijk kan variëren binnen wat mogelijk geacht wordt door een seizoenseffect en effect van vaccinatie op transmissie en infectie. Kortheidshalve wordt overigens naar de toelichting in deze regeling verwezen.

3. Hoofdlijnen van deze regeling

Deze regeling voegt uitzonderingen toe op een viertal regels. De eerste uitzondering betreft een uitzondering op de verplichte inzet van coronatoegangsbewijzen in eet- en drinkgelegenheden. Eet- en drinkgelegenheden in verzorgingsplaatsen die exclusief zijn ingericht voor zeevarenden voor de tijdelijke onderbreking van hun reis, de zogenoemde zeemanshuizen, zijn uitgezonderd. Ten tweede wordt een uitzondering toegevoegd op de verplichte sluitingstijd voor eet- en drinkgelegenheden tussen 00.00 en 06.00 uur voor eet- en drinkgelegenheden die worden gebruikt ten behoeve van de uitvoering van een verkiezing als bedoeld in de Kieswet dan wel de Tijdelijke wet verkiezingen covid-19. Een derde wijziging betreft de toevoeging van uitzonderingen op diverse testverplichtingen bij inreis uit een aangewezen hoogrisicogebied, zeer hoogrisicogebied of uitzonderlijk hoogrisicogebied of Bonaire. Het gaat allereerst om een uitzondering voor personen die door een andere lidstaat van de Europese Unie aan de Nederlandse Staat worden overgedragen op grond van Verordening (EU) nr. 604/2013. Daarnaast is een uitzondering toegevoegd voor personen ten aanzien van wie de Nederlandse Staat na hun overbrenging vanuit een andere lidstaat gehouden is om aan hen toegang te verlenen. De uitzonderingen hebben ook betrekking op hun begeleiders. Tot slot wordt een uitzondering op de quarantaineplicht opgenomen, namelijk voor inreizigers met een geldig herstelbewijs.

4. Noodzakelijkheid en evenredigheid

De reden om de zeemanshuizen uit te zonderen van een verplicht coronatoegangsbewijs, is dat zeevarenden vaak niet in Nederland woonachtig zijn en daardoor niet, of minder eenvoudig kunnen beschikken over een coronatoegangsbewijs, zelfs als zij volledig gevaccineerd zijn. Hoewel zij een coronatoegangsbewijs kunnen verkrijgen op basis van een negatieve testuitslag, is een dergelijk bewijs slechts 24 uur geldig. Om toegang tot zeemanshuizen te krijgen vormt deze verplichting een onevenredige belasting voor deze beroepsgroep. Voor een kortdurende onderbreking van hun reis zijn zeevarenden namelijk afhankelijk van voorzieningen in zeemanshuizen. Het is bovendien noodzakelijk om het zeetransport niet onnodig te belemmeren. Mede gelet op de hoge vaccinatiegraad onder zeevarenden en het specifiek op zeevarenden gerichte karakter van zeemanshuizen leidt de uitzondering op een verplicht coronatoegangsbewijs voor zeemanshuizen slechts tot zeer beperkte risico’s voor de transmissie van het coronavirus.

De reden om een uitzondering toe te voegen op de testverplichting bij inreis uit aangewezen (zeer) hoogrisicogebieden voor personen die door een andere lidstaat van de Europese Unie aan de Nederlandse Staat worden overgedragen op grond van Verordening (EU) nr. 604/2013 en personen ten aanzien van wie de Nederlandse Staat na hun overbrenging vanuit een andere lidstaat gehouden is om aan hen toegang te verlenen, is gelegen in het feit dat de overdracht en overbrenging van deze personen wordt bemoeilijkt door het vereiste van een negatieve testuitslag, herstelbewijs of vaccinatiebewijs. Bijvoorbeeld omdat deze personen weigeren zich te laten testen en weigeren hun herstel- of vaccinatiebewijs te tonen. Met de bilaterale afspraak accepteren de Nederlandse Staat en de andere lidstaat op basis van wederkerigheid dat de reisrestricties onder voorwaarden niet op deze personen van toepassing zijn teneinde hun overdracht mogelijk te maken. In de bilaterale afspraken – die per lidstaat van inhoud kunnen verschillen – worden mitigerende maatregelen afgesproken om de kans op transmissie van het virus zoveel als mogelijk te beperken.

De reden om een uitzondering toe te voegen aan de quarantaineplicht voor inreizigers uit aangewezen zeer hoogrisicogebieden is gelegen in het feit dat het Protocol bron- en contactonderzoek COVID-19 van de Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding (LCI) van 15 oktober 2021 personen die minder dan zes maanden geleden een virusinfectie hebben doorgemaakt, beschouwt als immuun. Dit betekent dat herstelden niet in quarantaine hoeven indien zij in contact zijn geweest met een geïnfecteerd persoon. De uitzondering voor immune personen op de quarantaineplicht voor reizigers wordt hiermee in lijn gebracht door inreizigers met een geldig herstelbewijs uit te zonderen van de quarantaineplicht.

5. Regeldruk

De voorgestelde wijzigingen brengen geen extra regeldruk mee. De personen die worden uitgezonderd, hoeven door de uitzondering in de genoemde situaties geen coronatoegangsbewijs, respectievelijk een negatieve testuitslag te tonen en hoeven evenmin verplicht in quarantaine.

Artikelsgewijs

Artikel I

Onderdeel A

Dit onderdeel voegt een uitzondering toe aan de verplichte inzet van coronatoegangsbewijzen in eet- en drinkgelegenheden. Het betreft een uitzondering voor eet- en drinkgelegenheden in verzorgingsplaatsen exclusief ingericht voor zeevarenden voor de tijdelijke onderbreking van hun reis. Deze zeemanshuizen zijn gericht op het behouden en vergroten van het welzijn van de zeevarende door, onder andere, het aanbieden van een plek voor ontspanning aan wal, de mogelijkheid om basisartikelen aan te schaffen, in contact te komen met andere zeevarenden en via internet in contact te komen met familie. Er is in Nederland een zevental zeemanshuizen primair gericht op zeevarenden. Dit zijn vaak door vrijwilligers gerunde centra. Deze bevinden zich doorgaans in de haven of in de buurt van de haven. Als de zeemanshuizen niet in de haven liggen, worden zeevarenden met busjes heen en weer gebracht. Dit maakt dat zeemanshuizen niet het karakter hebben van een voor niet-zeevarenden toegankelijke zaak en de kans dat een niet-zeevarende in een zeemanshuis terechtkomt zeer klein is.

Verder wordt een uitzondering gemaakt op de verplichte sluitingstijd tussen 00.00 en 06.00 uur voor eet- en drinkgelegenheden die worden gebruikt om uitvoering te geven aan activiteiten die voortvloeien uit de Kieswet of de Tijdelijke wet verkiezingen covid-19. Van 22 tot en met 24 november 2021 is het in een aantal gemeenten3 mogelijk om te stemmen tijdens de herindelingsverkiezingen. De stemopneming is openbaar en moet dus voor iedereen toegankelijk zijn, ook na 00.00 uur. Deze uitzondering geldt alleen voor de (wettelijke) activiteiten in het kader van het verkiezingsproces. Wanneer de eet- of drinkgelegenheid wordt gebruikt als stemlokaal, waar na 00.00 uur nog wordt geteld, of als het gemeentelijk stembureau (voor vervroegd stemmen) daar zitting houdt ten behoeve van de stemopneming, geldt de verplichte sluitingstijd niet. De horecafunctie van de gelegenheid stopt wel om 00.00 uur. Er mag na dat tijdstip dus geen eten of drinken worden verstrekt. Volledigheidshalve wordt benadrukt dat iedereen, zonder coronatoegangsbewijs, aanwezig mag zijn op plaatsen waar activiteiten ten behoeve van een verkiezing als bedoeld in de Kieswet dan wel de Tijdelijke wet verkiezingen covid-19 worden uitgevoerd. Een expliciete uitzondering hiervoor is in een ministeriële regeling niet nodig, gelet op de beperking in artikel 58ra, eerste lid, Wpg tot daar genoemde activiteiten en voorzieningen (waar de wetgever kiezen en de activiteiten die daarmee samenhangen reeds niet onder heeft geschaard).

Onderdelen B en C

In deze onderdelen worden aan de artikelen 6.7b, derde lid, en 6.7d, zesde lid, op grond waarvan personen zijn uitgezonderd van diverse testverplichtingen, twee onderdelen toegevoegd.

De eerste uitzondering betreft personen die door een andere lidstaat van de Europese Unie aan de Nederlandse Staat worden overgedragen op grond van Verordening (EU) nr. 604/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend (PbEU 2013, L 180), indien door de Nederlandse Staat met de overdragende lidstaat bilaterale afspraken zijn gemaakt over een alternatief voor de reisrestricties negatieve testuitslag, herstelbewijs of vaccinatiebewijs. De genoemde personen zijn onderdanen van derde landen of staatlozen die verblijven in een andere lidstaat van de Europese Unie, maar ten aanzien van wie de Nederlandse Staat verantwoordelijk is voor de behandeling van hun verzoek om internationale bescherming. De overdracht van deze personen wordt bemoeilijkt door het vereiste van een negatieve testuitslag, herstelbewijs of vaccinatiebewijs, indien de betrokken vreemdeling weigert zich te laten testen en/of deze bewijzen te tonen. Ook de personen die deze personen begeleiden zijn uitgezonderd. Deze begeleiders voeren taken van nationaal belang uit van de andere lidstaat ten behoeve van deze overdrachten. De bilaterale afspraken zullen wederkerig zijn, wat wil zeggen dat ten aanzien van asielzoekers die door Nederland worden overgedragen aan het andere EU-land ook de testvoorwaarde wordt vervangen door een alternatieve veiligheidsmaatregel. Indien bilaterale afspraken zijn gemaakt, worden de betrokken vervoerders en toezichthouders hierover geïnformeerd.

De tweede uitzondering betreft personen met rechtmatig verblijf in Nederland ten aanzien van wie de Nederlandse Staat gehouden is om hen na overbrenging vanuit een andere lidstaat van de Europese Unie toegang te verlenen, indien door de Nederlandse Staat met de lidstaat van overkomst bilaterale afspraken zijn gemaakt over een alternatief voor de reisrestricties negatieve testuitslag, herstelbewijs of vaccinatiebewijs. Deze personen verblijven onrechtmatig in een andere lidstaat en beschikken over rechtmatig verblijf in Nederland. De Nederlandse Staat dient aan deze personen toegang te verlenen. De overbrenging van deze personen wordt bemoeilijkt door het vereiste van een negatieve testuitslag, herstelbewijs of vaccinatiebewijs. Ook de personen die deze personen begeleiden, zijn uitgezonderd. Deze begeleiders voeren taken van nationaal belang uit van de andere lidstaat ten behoeve van deze overbrengingen. De bilaterale afspraken zullen wederkerig zijn, wat wil zeggen dat ten aanzien van deze personen die vanuit Nederland naar het andere EU-land worden overgebracht ook de testvoorwaarde wordt vervangen door een alternatieve veiligheidsmaatregel. Indien bilaterale afspraken zijn gemaakt worden de betrokken vervoerders en toezichthouders hierover geïnformeerd.

Onderdeel D

Gevaccineerde reizigers zijn uitgezonderd van de quarantaineplicht, zoals opgenomen in artikel 6.19. In het zesde lid is een aantal uitzonderingen opgenomen op de quarantaineplicht. Tot op heden zijn ongevaccineerde inreizigers uit aangewezen zeerhoogrisicogebieden die in het bezit zijn van een herstelbewijs niet uitgezonderd van de quarantaineplicht. In het LCI-Protocol bron- en contactonderzoek COVID-19 van 15 oktober 2021 worden personen die minder dan zes maanden geleden een virusinfectie hebben doorgemaakt, beschouwd als immuun. Dit betekent dat herstelden niet in quarantaine hoeven indien zij in contact zijn geweest met een geïnfecteerd persoon. De uitzondering voor immune personen op de quarantaineplicht voor reizigers wordt hiermee in lijn gebracht door inreizigers met een geldig herstelbewijs uit te zonderen van de quarantaineplicht.

Artikel II Inwerkingtreding

Deze ministeriële regeling moet op grond van artikel 58c, tweede lid, Wpg binnen twee dagen nadat zij is vastgesteld aan beide Kamers der Staten-Generaal worden overgelegd. De regeling treedt ingevolge artikel 58c, tweede lid, Wpg niet eerder in werking dan een week na deze overlegging en vervalt als de Tweede Kamer binnen die termijn besluit niet in te stemmen met de regeling. Gelet op het belang van de volksgezondheid is het de bedoeling dat de regeling op 10 november 2021 in werking treedt. Hierbij wordt afgeweken van de zogeheten vaste verandermomenten en de minimuminvoeringstermijn van drie maanden.4

Op grond van artikel 8.1 Trm vervalt de Trm op het tijdstip waarop hoofdstuk Va Wpg vervalt. Het gaat hier om een uiterste vervaldatum. Als de noodzaak al eerder ontvalt aan deze regeling of onderdelen ervan, zal de regeling eerder worden ingetrokken of aangepast. In artikel 58c, zesde lid, Wpg is immers geëxpliciteerd dat maatregelen zo spoedig mogelijk worden gewijzigd of ingetrokken als deze niet langer noodzakelijk zijn.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mede namens de Minister van Justitie en Veiligheid en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, H.M. de Jonge


X Noot
3

Uden en Landerd (wordt: Maashorst), Boxmeer, Cuijk, Grave, Mill en Sint Hubert en Sint Anthonis (wordt: Land van Cuijk), Heerhugowaard en Langedijk (wordt: Dijk en Waard), en Purmerend en Beemster (wordt: Purmerend).

X Noot
4

Vgl. Kamerstukken II 2019/20, 35 526, nr. 3, artikelsgewijze toelichting op artikel X.

Naar boven