Regeling van het bestuur van Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie van 6 september 2021, tot wijziging van de Regeling Compensatie Coronacrisis in verband met een vierde aanvullend steunpakket vanuit de Regeling aanvullende ondersteuning culturele en creatieve sector COVID-19

Het bestuur van stichting Fonds voor Cultuurparticipatie,

gelet op artikel 10, vierde lid van de Wet op het specifiek cultuurbeleid,

gelet op artikel 4:23, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht,

gelet op de Regeling aanvullende ondersteuning culturele en creatieve sector COVID-19,

gelet op het Algemeen Subsidiereglement van Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie;

met goedkeuring van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 14 oktober 2021,;

besluit:

ARTIKEL I

De Regeling Compensatie Coronacrisis wordt als volgt gewijzigd:

A.

Na paragraaf 3b wordt een paragraaf ingevoegd, luidende:

Paragraaf 3c. Compensatiemaatregelen IV

Artikel 3.16 Doel

Overeenkomstig artikel 22d1, eerste lid, van de Regeling aanvullende ondersteuning culturele en creatieve sector COVID-19, verstrekt het Fonds aanvullende ondersteunende subsidie aan instellingen die een meerjarige subsidie zijn verstrekt op grond van de Regeling meerjarige subsidies Fonds voor Cultuurparticipatie 2021–2024.

Artikel 3.17 Subsidieplafond
  • 1. Het subsidieplafond bedraagt € 997.800.

  • 2. Indien het subsidieplafond door toepassing van het bepaalde in artikel 3.18 zou worden overschreden, worden de te verlenen subsidiebedragen naar rato verlaagd tot het niveau waarbinnen het totaal beschikbare bedrag volledig kan worden benut.

Artikel 3.18 Hoogte subsidiebedrag
  • 1. De subsidie bedraagt 8,2 procent van de gemiddeld over de jaren 2018 en 2019 verworven eigen inkomsten van de instelling, blijkend uit de jaarrekeningen die betrekking hebben op die jaren.

  • 2. In afwijking van het eerste lid bedraagt de subsidie, voor zover het instellingen betreft:

    • a. waarvan de hoofdpublieksactiviteit ten hoogste een keer in de twee jaar plaatsvindt: 8,2 procent van de eigen inkomsten van de instelling, verworven over het jaar in de periode 2017–2019 waarin de recentste editie van die hoofdpublieksactiviteit heeft plaatsgevonden, blijkend uit de jaarrekening die betrekking heeft op dat jaar;

    • b. waarvan de hoofdpublieksactiviteit ten hoogste een keer in de drie jaar of een keer in de vier jaar plaatsvindt: 8,2 procent van de eigen inkomsten van de instelling, verworven over het jaar in de periode 2017–2019 waarin de recentste editie van die hoofdpublieksactiviteit heeft plaatsgevonden, blijkend uit de jaarrekening die betrekking heeft op dat jaar.

  • 3. De uitkomst van de berekeningen, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt:

    • a. gemaximeerd op een bedrag dat gelijk is aan 200 procent van het totaal aan structurele subsidies van bestuursorganen die aan de instelling zijn verstrekt ten behoeve van haar exploitatie in 2019;

    • b. naar boven afgerond op honderden euro’s.

Artikel 3.19 Subsidievoorwaarde
  • 1. Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht, wordt uitsluitend subsidie verstrekt, voor zover de eigen inkomsten van de instelling over het jaar 2019, blijkend uit de jaarrekening die betrekking heeft op dat jaar, ten minste 15 procent bedragen van de totale baten van die instelling.

  • 2. Indien de uitkomst van de berekening, bedoeld in het eerste lid, niet een geheel getal is, wordt dat getal naar beneden afgerond, indien het eerste cijfer achter de komma een 4 of lager is, en naar boven afgerond, indien dat cijfer een 5 of hoger is.

  • 3. Het Fonds kan bij het vaststellen van het percentage eigen inkomsten bepaalde eigen inkomsten buiten beschouwing laten, indien deze door de instelling in de jaarrekening zijn verantwoord op een wijze die tot oneigenlijk gebruik van deze regeling zou leiden.

Artikel 3.20 Overeenkomstige toepassing

De artikelen 3.2, 3.6 en 3.7 zijn van overeenkomstige toepassing.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Het bestuur van stichting Fonds voor Cultuurparticipatie, namens deze, H.G.G.M. Verhoeven directeur-bestuurder

TOELICHTING

Bij brief van 27 mei 2021 heeft het kabinet een vierde aanvullend coronasteunpakket voor de culturele en creatieve sector aangekondigd. De Kamerbrief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 7 juni 2021 bevat de uitwerking van dat pakket. Die uitwerking heeft zijn neerslag gekregen in de Regeling aanvullende ondersteuning culturele en creatieve sector COVID-19, zoals gewijzigd per 2 juli 2021 (Staatscourant 2021, 34437).

Het gevolg van bovenstaande maatregelen, althans voor wat betreft de instellingen die een subsidie ontvangen op grond van de Regeling meerjarige subsidies Fonds voor Cultuurparticipatie 2021–2024, is terug te vinden in paragraaf 3c. Paragraaf 3c biedt de grondslag om via een ambsthalve verstrekking aanvullende (aanvullend ten opzichte van paragraaf 3a) ondersteunende subsidie te verstrekken. Die subsidie is bestemd voor instellingen waaraan een meerjarige subsidie is verstrekt op grond van de Regeling meerjarige subsidies Fonds voor Cultuurparticipatie 2021–2024.

Op grond van artikel 3.7 (van deze Regeling Compensatie Coronacrisis) kan het Fonds, gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, een artikel buiten toepassing verklaren of daarvan afwijken voor zover strikte toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Het bestuur van stichting Fonds voor Cultuurparticipatie, namens deze, H.G.G.M. Verhoeven directeur-bestuurder

Naar boven