Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, van 20 september 2021, nr. IENW/BSK-2021/242116, houdende vaststelling van nadere regels voor het verslag over de uitvoering van de regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid inzake verpakkingen in het Besluit beheer verpakkingen 2014 (Regeling verslaglegging verpakkingen)

Gelet op artikel 9.5.2, zevende lid, Wet milieubeheer;

BESLUIT:

Artikel 1 (Begripsomschrijvingen)

In deze regeling worden verstaan onder:

producentenorganisatie:

de rechtspersoon bedoeld in artikel 9, derde lid, van het Besluit beheer verpakkingen 2014 dan wel de producentenorganisatie bedoeld in artikel 6, tweede lid, van het Besluit regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid;

samengestelde verpakking:

verpakking die is gemaakt van twee of meer lagen van verschillende materialen die niet met de hand kunnen worden gescheiden en één geheel vormen dat als zodanig wordt gevuld, opgeslagen, vervoerd en geleegd;

verslag:

het verslag bedoeld in artikel 8 van het Besluit beheer verpakkingen 2014 dan wel artikel 5 van het Besluit regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid.

Artikel 2 (Algemene bepalingen)

  • 1. De producent of importeur maakt bij het indienen van het verslag over de uitvoering van de artikelen 5a en 6 van het Besluit beheer verpakkingen 2014 gebruik van de in bijlage 1 opgenomen tabellen en vult deze in met inachtneming van de artikelen 3 tot en met 5.

  • 2. Het verslag gaat vergezeld van:

    • a. een monitoringsprotocol waaruit blijkt hoe de in bijlage 1 ingevulde gegevens tot stand zijn gekomen met in achtneming van de artikelen 3 tot en met 5 en hoe de juistheid van deze gegevens is geverifieerd; en

    • b. een onafhankelijk accountantsrapport waaruit blijkt dat het monitoringsprotocol is gevolgd.

  • 3. Wanneer het verslag door een producentenorganisatie wordt ingediend wordt het verslag aangevuld met:

    • a. een lijst van bij de producentenorganisatie aangesloten producenten of importeurs;

    • b. een beschrijving van de door de producentenorganisatie gehanteerde tariefdifferentiatie, bedoeld in artikel 6, vierde lid, van het Besluit regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid; en

    • c. een beschrijving in het monitoringsprotocol van de wijze waarop de producentenorganisatie de juistheid van de aan hem door een producent of importeur aangeleverde gegevens over de uitvoering van de in het eerste lid genoemde verplichtingen heeft geverifieerd.

Artikel 3 (Hoeveelheid gebruikte verpakkingen)

  • 1. Bij het bepalen van het gewicht van de hoeveelheid gebruikte verpakkingen:

    • a. is de hoeveelheid gebruikte verpakkingen gelijk aan het totaal van de in het desbetreffende kalenderjaar, voor het insluiten, beschermen, verladen, afleveren of aanbieden van in de handel gebrachte producten, gebruikte verpakkingen; en

    • b. worden samengestelde verpakkingen berekend en gerapporteerd per materiaal dat deel uitmaakt van de samengestelde verpakking, tenzij een materiaal een onbeduidend deel van de verpakkingseenheid betreft en in geen geval meer dan 1 gewichtsprocent van de totale massa van de verpakkingseenheid uitmaakt.

  • 2. Indien bij het bepalen van de hoeveelheid gebruikte verpakkingen ramingen worden toegepast, worden deze in het monitoringsprotocol toegelicht en onderbouwd.

Artikel 4 (Hergebruikte verpakkingen)

  • 1. Bij het bepalen van het gewicht van de hoeveelheid hergebruikte verpakkingen:

    • a. is de hoeveelheid hergebruikte verpakkingen de hoeveelheid verpakkingen dat door middel van een systeem voor hergebruik van verpakkingen wordt teruggezonden en in het desbetreffende kalenderjaar voor hetzelfde doel als waarvoor zij zijn ontworpen opnieuw zijn gebruikt voor het insluiten, beschermen, verladen, afleveren of aanbieden van in de handel gebrachte producten in Nederland; en

    • b. worden hergebruikte verpakkingen die worden afgedankt als verpakkingsafval beschouwd.

  • 2. Het monitoringsprotocol bevat een opsomming en beschrijving van de systemen voor hergebruik van verpakkingen bedoeld in het eerste lid, onderdeel a.

Artikel 5 (Gerecycled verpakkingsafval)

  • 1. Bij het bepalen van het gewicht van de hoeveelheid gerecycled verpakkingsafval:

    • a. is de hoeveelheid verpakkingsafval gelijk aan het totaal van de in het desbetreffende kalenderjaar, voor het insluiten, beschermen, verladen, afleveren of aanbieden van in de handel gebrachte producten, gebruikte verpakkingen, verminderd met de hoeveelheid verpakkingen die zijn hergebruikt;

    • b. is de hoeveelheid gerecycled verpakkingsafval de hoeveelheid verpakkingsafval bij het desbetreffende in bijlage 2 opgenomen rekenpunt;

    • c. kan in afwijking van onderdeel b de hoeveelheid gerecycled verpakkingsafval op het desbetreffende in bijlage 2 opgenomen meetpunt worden bepaald, mits er wordt gecorrigeerd voor verliezen van de hoeveelheid verpakkingsafval die optreden tussen het meetpunt en het rekenpunt;

    • d. kunnen, indien gegevens over de verliezen, als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, redelijkerwijs niet verkrijgbaar zijn, geaggregeerde gegevens over verliezen van een vergelijkbaar type recyclingactiviteit worden gebruikt;

    • e. wordt ten aanzien van verpakkingsafval dat wordt onderworpen aan chemische recycling die resulteert in output met een aandeel aan gerecyclede materialen of brandstoffen, de hoeveelheid gerecycled verpakkingsafval bij het desbetreffende in bijlage 2 opgenomen rekenpunt bepaald door een massabalansmethode;

    • f. wordt verpakkingsafval dat buiten de Europese Unie wordt gerecycled, alleen als gerecycled verpakkingsafval meegeteld indien de recycling heeft plaatsgevonden onder omstandigheden die in grote lijnen gelijkwaardig zijn aan die welke in de toepasselijke milieuwetgeving van de Europese Unie zijn voorgeschreven;

    • g. wordt bij het meten van het gewicht van het gerecycled verpakkingsafval gebruik gemaakt van de natuurlijke vochtigheidsgraad van het verpakkingsafval die vergelijkbaar is met de natuurlijke vochtigheidsgraad van gelijkwaardige voor het insluiten, beschermen, verladen, afleveren of aanbieden van in de handel gebrachte producten, gebruikte verpakkingen;

    • h. wordt het gewicht van niet-verpakkingsmateriaal of verpakkingsmateriaal dat niet in Nederland is gebruikt niet meegeteld; en

    • i. kunnen houten verpakkingen die met het oog op hergebruik worden hersteld als gerecycled verpakkingsafval worden meegeteld.

  • 2. Onverminderd het eerste lid wordt bij het bepalen van de hoeveelheid gerecyclede ferrometalen en aluminium die gescheiden zijn van de AVI-bodemassen:

    • a. het in het afval aanwezige aandeel ferrometalen en aluminium afkomstig van verpakkingen vastgesteld aan de hand van steekproeven van het afval dat de verbrandingshandeling ingaat; en

    • b. ferrometaal en aluminium, dat deel uitmaakt van de minerale output van het verbrandingsproces van verpakkingsafval, niet meegerekend.

  • 3. Het monitoringsprotocol bevat een beschrijving van:

    • a. de wijze waarop per recyclingactiviteit de hoeveelheid gerecycled verpakkingsafval op het rekenpunt is bepaald;

    • b. de methodologische aanpak voor de berekening van gegevens van verliezen, als bedoeld in lid 1, onderdelen c en d, met inbegrip van de statistische nauwkeurigheid van de gebruikte onderzoeken;

    • c. de wijze waarop de hoeveelheid gerecycled verpakkingsafval is gecorrigeerd met niet-verpakkingsafval of verpakkingsmateriaal dat niet in Nederland is gebruikt;

    • d. de wijze waarop de hoeveelheid verpakkingsafval op het meetpunt dan wel het rekenpunt is gecorrigeerd met de natuurlijke vochtigheidsgraad van de gebruikte verpakkingen; en

    • e. de wijze waarop is vastgesteld dat de recycling van verpakkingsafval buiten de Europese Unie heeft plaatsgevonden conform de voorwaarde bedoeld in artikel 1, onderdeel f.

Artikel 6

  • 1. In artikel 2, eerste lid, wordt ‘van de artikelen 5a en 6’ vervangen door ‘van de artikelen 5a, 6 en 6a’.

  • 2. In artikel 2, eerste lid, wordt ‘van de artikelen 5a, 6 en 6a’ vervangen door ‘van de artikelen 5a, 6, 6a en 6b’.

Artikel 7

De Regeling formulier verslaglegging verpakkingen wordt ingetrokken.

Artikel 8

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2021 met uitzondering van artikel 6, eerste lid, dat in werking treedt met ingang van 1 januari 2022 en artikel 6, tweede lid, dat in werking treedt met ingang van 1 januari 2024.

Artikel 9

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling verslaglegging verpakkingen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, S.P.R.A. van Weyenberg

BIJLAGE 1, ALS BEDOELD IN ARTIKEL 2, EERSTE LID, VAN DE REGELING VERSLAGLEGGING VERPAKKINGEN

Tabel 1. Gegevens bedrijf of producentenorganisatie

Kalenderjaar waarover verslag wordt gedaan

 

Naam bedrijf

 

Postadres

 

Postcode / plaats

 

Kamer van Koophandelnummer

 

Zaaknummer (indien bekend)

 

Contactpersoon

 

Telefoonnummer contactpersoon

 

E-mail contactpersoon

 

Datum ondertekening

 

Naam ondertekenaar

 

Handtekening

 

Toelichting bij tabel 1:

Het verslag bedoeld in artikel 5 van het Besluit regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid wordt jaarlijks voor 1 augustus over het voorafgaande kalenderjaar uitgebracht.

Tabel 2 Gegevens over de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid

Tabel 2.1 Gegevens over de uitvoering van de artikelen 5a en 6 van het Besluit beheer verpakkingen 2014

Toelichting bij tabel 2.1

De grijze vlakken behoeven niet te worden ingevuld.

De met een *) aangeduide rij behoeft niet te worden ingevuld, tenzij op grond van artikel 7 van het Besluit beheer verpakkingen 2014 een recyclingnorm voor drankenkartons is vastgesteld.

Tabel 2.2. Gegevens over de uitvoering van artikel 6a van het Besluit beheer verpakkingen 2014

1

2

3

4

5

6

7

 

Hoeveelheid gebruikte flessen (ton)

Hoeveelheid flessen gescheiden ingezameld (ton)

Hoeveelheid flessen niet-gescheiden ingezameld dat voldoet aan de eis van artikel 6a, tweede lid, BBV2014 (ton)

Percentage flessen gescheiden ingezameld

Kolom 3/2

Percentage flessen niet-gescheiden ingezameld dat voldoet aan eis artikel 6a, tweede lid, BBV2014

Kolom 4/2

Percentage ingezameld conform artikel 6a, tweede lid, BBV2014

Kolom (3+4)/2

   

Kunststof flessen voor water en frisdrank ≤ 3 liter

           

Tabel 2.3. Gegevens over de uitvoering van artikel 6b Besluit beheer verpakkingen 2014

1

2

3

4

5

6

7

 

Hoeveelheid gebruikte metalen drankverpakkingen (ton)

Hoeveelheid metalen drankverpakkingen gescheiden ingezameld (ton)

Hoeveelheid metalen drankverpakkingen niet-gescheiden ingezameld dat voldoet aan de eis van artikel 6b, tweede lid, BBV2014

(ton)

Percentage metalen drankverpakkingen gescheiden ingezameld

Kolom 3/2

Percentage metalen drankverpakkingen niet-gescheiden ingezameld dat voldoet aan eis artikel 6b, tweede lid, BBV2014

Kolom 4/2

Percentage ingezameld conform artikel 6b, tweede lid, BBV2014

Kolom (3+4)/2

   

Metalen drankverpakkingen

≤ 3 liter

           

BIJLAGE 2 ALS BEDOELD IN ARTIKEL 5, EERSTE LID, ONDERDELEN B EN C, VAN DE REGELING VERSLAGLEGGING VERPAKKINGEN

Materiaal

Meetpunt

Rekenpunt

Glas

Voor recycling aangeboden ingezameld glas bij het glasrecyclingbedrijf, dat het ingezamelde glas opwerkt tot grondstof voor de glasfabriek.

Gesorteerd glas dat geen verdere verwerking ondergaat alvorens een glasoven in te gaan of voor de productie van filtreermedia, schuurmateriaal, glasvezelisolatiemateriaal en bouwmateriaal van glas wordt gebruikt.

Kunststof

Voor recycling aangeboden ingezamelde en gesorteerde kunststoffracties.

Kunststoffen die vóór het pelletiseren, extruderen of vormen van spuit- of vormgieten geen verdere verwerking ondergaan.

Papier en karton

Voor recycling aangeboden gereinigd en (al dan niet) gesorteerd oud papier en -karton.

Gesorteerd papier en karton dat geen verdere verwerking ondergaat voordat het een pulphandeling ingaat

Hout

Al dan niet gesorteerd hout dat wordt ingezet voor de productie van bijvoorbeeld spaanplaat.

Gesorteerd hout dat vóór gebruik bij de vervaardiging van spaanplaat of andere producten niet verder wordt verwerkt.

Aluminium

Aluminium afkomstig van verpakkingsafval aanwezig in metaalconcentraten die uit de bodemassen van afvalverbrandingsinstallaties zijn teruggewonnen.

Dan wel voor recycling aangeboden ingezamelde en gesorteerde aluminium verpakkingen.

Gesorteerd aluminium dat geen verdere verwerking ondergaat alvorens een smelterij of oven in te gaan.

Ferrometalen

Ferrometalen afkomstig van verpakkingsafval aanwezig in metaalconcentraten die uit de bodemassen van afvalverbrandingsinstallaties zijn teruggewonnen.

Dan wel voor recycling aangeboden ingezamelde en gesorteerde ferrometalen verpakkingen.

Gesorteerd ferro-metaal dat geen verdere verwerking ondergaat alvorens een smelterij of oven in te gaan.

Samengestelde verpakkingen

Voor recycling aangeboden ingezamelde en gesorteerde verpakkingen.

Kunststof, glas, metaal, hout, papier en karton en andere materialen die het resultaat zijn van de behandeling van composietverpakkingen of van verpakkingen bestaande uit meerdere materialen die geen verdere verwerking ondergaan voordat zij het berekeningspunt bereiken dat voor het desbetreffende materiaal is vastgesteld.

TOELICHTING

1. Inleiding

Producenten en importeurs die verpakkingen in de handel brengen zijn verplicht jaarlijks verslag uit te brengen over een aantal in het Besluit beheer verpakkingen 2014 (hierna: Besluit) opgenomen verplichtingen. Het verslag stelt de toezichthouder, de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), in staat te beoordelen of de in het Besluit opgenomen verplichtingen ten aanzien van verpakkingen en verpakkingsafval zijn nagekomen.

Met deze regeling worden nadere regels gesteld aan het door producenten en importeurs van verpakkingen uit te brengen verslag. Deze nadere regels hebben betrekking op de verslaglegging over het uitvoeren van de in het Besluit opgenomen verplichtingen ten aanzien van het hergebruik en recycling van verpakkingen, (vanaf 2022) de gescheiden inzameling van kunststof drankverpakkingen en (vanaf 2024) metalen drankverpakkingen en de recycling van verpakkingsafval.

Doel van deze nadere regels is – naast het verkrijgen van een gedegen onderbouwing van de in het kader van het verslag aangeleverde informatie ten behoeve van toezicht en handhaving – dat de gegevens in het verslag ten aanzien van hergebruik en recycling van verpakkingen door Nederland als lidstaat direct kunnen worden gebruikt voor de rapportages die aan de Europese Commissie over deze onderwerpen moeten worden uitgebracht op basis van het uitvoeringsbesluit (EU) 2019/665 van de Europese Commissie1. In dit uitvoeringsbesluit zijn in 2019 nieuwe regels opgenomen voor lidstaten met betrekking tot de verslaglegging over de verschillende doelen en verplichtingen die volgen uit de Verpakkingenrichtlijn2. In het bijzonder is in 2019 in het uitvoeringsbesluit een nieuwe meetmethode voor recycling geïntroduceerd. Voor de in deze regeling gestelde nadere regels inzake de verslaglegging is het uitvoeringsbesluit het uitgangspunt.

Deze regeling treedt in werking op 1 oktober 2021. Dat betekent dat in 2022 het verslag over het kalenderjaar 2021 conform deze nadere regels en de nieuwe meetmethode moet worden opgesteld. Het verslag dient te worden uitgebracht aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat en kan digitaal worden verstuurd naar: producentenverantwoordelijkheid@rws.nl.

2. Reikwijdte

In de artikelen 5a, 6, 6a (met ingang van 20223) en 6b (met ingang van 20244) van het Besluit zijn voor producenten en importeurs die verpakkingen in de handel brengen (hierna aan te duiden als: producenten) verplichtingen opgenomen met betrekking tot het inzamelen, recyclen en hergebruiken van de door hen in Nederland gebruikte verpakkingen. Op grond van artikel 8 van het Besluit dient jaarlijks voor 1 augustus aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat verslag te worden gedaan over de uitvoering van deze verplichtingen in het voorgaande kalenderjaar.

De verplichtingen in het Besluit zijn onderdeel van wat in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer wordt omschreven als een ‘regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid’; zijnde regels die ervoor zorgen dat degene die een product in de handel brengt, geheel of gedeeltelijk de financiële of organisatorische verantwoordelijkheid draagt voor het beheer van de van dat product overgebleven afvalstoffen. Met ingang van 2023 dienen producenten bij het uitvoeren van hun verplichtingen in het kader van een ‘regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid’ te voldoen aan het Besluit regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (hierna: Besluit UPV). De verslagleggingsverplichting uit artikel 8 van het Besluit komt dan te vervallen en wordt vervangen door de verslagleggingsverplichting uit artikel 5 van het Besluit UPV. Deze regeling heeft met ingang van 2023 dan ook betrekking op het verslag bedoeld in artikel 5 van het Besluit UPV.

Met ingang van 2022 wordt middels het Besluit maatregelen kunststof drankflessen artikel 6a aan het Besluit toegevoegd. Deze regeling heeft vanaf die datum ook betrekking op het verslag over de inzameldoelstelling voor kunststof flessen voor water en frisdrank zoals dan opgenomen in artikel 6a van het Besluit. Dit is geregeld in artikel 6, eerste lid, dat, gelet op de inwerkingtredingsbepaling in artikel 8, op 1 januari 2022 in werking treedt.

Met ingang van 2024 wordt middels het Besluit maatregelen metalen drankverpakkingen artikel 6b aan het Besluit toegevoegd. Deze regeling heeft vanaf die datum ook betrekking op het verslag over de inzameldoelstelling voor metalen drankverpakkingen zoals dan opgenomen in artikel 6b van het Besluit. Dit is geregeld in artikel 6, tweede lid, dat, gelet op de inwerkingtredingsbepaling in artikel 8, op 1 januari 2024 in werking treedt.

De juridische grondslag voor deze regeling is artikel 9.5.2, zevende lid, van de Wet milieubeheer. Op grond van dat artikel kunnen bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld omtrent onderwerpen die zijn opgenomen in een algemene maatregel van bestuur die zijn grondslag vindt in artikel 9.5.2, eerste lid, Wet milieubeheer. Zowel het Besluit als het Besluit UPV is gebaseerd op de grondslag van artikel 9.5.2, eerste lid, Wet milieubeheer.

Naast de verslagleggingverplichtingen die producenten hebben voor de artikelen 5a, 6, 6a en 6b, hebben producenten een verslagleggingsverplichting ten aanzien de verplichtingen die volgen uit artikel 3 (essentiële eisen) en artikel 12 (statiegeld) van het Besluit. Voorts volgt met ingang van 2023 uit artikel 5, tweede lid, van het Besluit UPV de verplichting voor producenten om in hun verslag aandacht te besteden aan de innamesystemen van verpakkingen en aan de informatieplicht die producenten hebben. Aan vorengenoemde verslaglegginsverplichtingen worden in deze regeling geen nadere regels gesteld.

Producenten die jaarlijks minder dan 50.000 kilogram verpakkingen gebruiken, zijn op grond van het Besluit vrijgesteld van de verslagleggingsverplichting.

Ten tijde van het van kracht worden van deze regeling wordt door producenten gezamenlijk uitvoering gegeven aan de verplichtingen op grond van de artikelen 5a en 6 in het Besluit, alsmede aan de verplichting tot verslaglegging daarover. De Stichting Afvalfonds Verpakkingen (Afvalfonds) brengt in dit kader jaarlijks namens producenten verslag uit over de uitvoering van de verplichtingen in het kader van de ‘regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid’.

De regeling is niettemin ook van toepassing op een situatie waarbij een producent zelfstanding uitvoering geeft aan de verplichtingen in de artikelen 5a, 6, 6a en 6b van het Besluit en daardoor zelfstandig verslag zal uitbrengen over die verplichtingen.

De openbaarmaking van het op basis van deze regeling opgestelde verslag, monitoringsprotocol en de accountantsverklaring geschiedt door de producent of, in geval van een gezamenlijke uitvoering, de verantwoordelijke producentenorganisatie, zijnde het Afvalfonds, op grond van artikel 5 en 6 van het Besluit UPV.

3. Verslag, monitoringsprotocol, en accountantsverklaring

De nadere regels omtrent het verslag over de uitvoering van de artikelen 5a, 6, 6a en 6b van het Besluit bestaan uit drie onderdelen.

Het eerste onderdeel verplicht tot het gebruiken van de in bijlage 1 bij deze regeling opgenomen tabellen. Daarin moeten de in het verslagjaar behaalde resultaten inzake de doelstellingen voor hergebruik en recycling, als bedoeld in de artikelen 5a, 6, en gescheiden inzameling van verpakkingen, als bedoeld in de artikelen 6a en 6b van het Besluit, in kilotonnen worden opgenomen. De gegevens moeten worden ingevuld met inachtneming van hetgeen daaromtrent is gesteld in de artikelen 3 tot en met 5 van de regeling. In de paragrafen 4 tot met 6 van deze toelichting wordt nader ingegaan op de wijze waarop de tabellen in bijlage 1 moeten worden ingevuld.

Het tweede onderdeel is de verplichting tot het opstellen en (jaarlijks) bij het verslag aanleveren van een monitoringsprotocol waaruit blijkt hoe de in de tabellen van bijlage 1 opgenomen gegevens tot stand zijn gekomen en hoe de juistheid van deze gegevens is geverifieerd. Het monitoringsprotocol moet worden opgesteld met in achtneming van hetgeen daaromtrent in de artikelen 3 tot en met 5 van de regeling is opgenomen.

In het geval het monitoringprotocol wordt aangeleverd in het kader van de verslaglegging door een producentenorganisatie wordt daarin tevens aangegeven op welke wijze de producentenorganisatie de juistheid van de aan hem door producenten aangeleverde gegevens over de uitvoering van de verplichtingen in het Besluit heeft geverifieerd.

Het monitoringsprotocol is bedoeld om de toezichthouder inzicht te verschaffen over hoe de gegevens in de tabellen van bijlage 1 tot stand zijn gekomen. Het monitoringsprotocol kan na eenmaal te zijn opgesteld jaarlijks worden gebruikt en – indien nodig – worden aangevuld.

Het derde onderdeel betreft een accountantsverklaring waarin een onafhankelijke accountant verklaart dat bij het verzamelen en invullen van de gegevens in het verslag, het monitoringsprotocol is gevolgd. Met een onafhankelijke accountant wordt in dit verband gedoeld op een accountant die niet in dienst is bij de producent of de producentenorganisatie die het verslag opstelt.

Indien de toezichthouder het nodig acht dat producenten in aanvulling op het in deze regeling gevraagde verslag, monitoringsprotocol en accountverklaring, nadere informatie aanleveren, bieden de op grond van de Algemene wet bestuursrecht aan de toezichthouder toebedeelde bevoegdheden hiervoor de mogelijkheid.

4. Hoeveelheid gebruikte verpakkingen

Verpakkingen worden door producenten van verpakte producten, gezamenlijk met het door hen verkochte product – zogenoemde product-verpakkingscombinaties – in de handel gebracht. De doelstellingen in de artikelen 5a, 6, (met ingang van 2022) 6a en (met ingang van 2024) 6b van het Besluit, hebben betrekking op alle door de producent in Nederland gebruikte verpakkingen voor het insluiten, beschermen, verladen, afleveren of aanbieden van in de handel gebrachte producten.

In de tabellen van bijlage 1 moet de hoeveelheid gebruikte verpakkingen worden ingevuld. Dat dient te worden gedaan per materiaalsoort waarvoor in de artikelen 5a en 6 in het Besluit doelstellingen zijn opgenomen. Samengestelde verpakkingen en andere verpakkingen die uit meer dan één materiaal bestaan moeten, gelet op artikel 3, eerste lid, onderdeel b van deze regeling, per materiaal dat deel uitmaakt van de verpakking worden berekend en gerapporteerd. Indien een materiaal minder dan 1 gewichtsprocent van de verpakking uitmaakt, behoeft dat materiaal niet te worden berekend en gerapporteerd. Deze uitzondering is opgenomen omdat het vaststellen en berekenen van kleine fracties aan materialen in met name verpakkingen van geïmporteerde producten niet altijd mogelijk is.

In artikel 3, eerste lid, onderdeel a, is bepaald dat de hoeveelheid gebruikte verpakkingen gelijk is aan het totaal van de in het betreffende kalenderjaar, voor het insluiten, beschermen, verladen, afleveren of aanbieden van in de handel gebrachte producten, gebruikte verpakkingen. Daarmee kiest Nederland er expliciet voor de hoeveelheid verpakkingen en de hoeveelheden verpakkingsafval alsmede de gewichtspercentages voor hergebruikte en gerecycled verpakkingsafval te bepalen op basis van de hoeveelheid in de handel gebrachte verpakkingen. Nederland volgt hiermee de geboden mogelijkheid uit artikel 6 bis, eerste lid, onderdeel a, van de Verpakkingenrichtlijn. Een alternatieve methode die in de richtlijn wordt genoemd is om de hoeveelheid verpakkingsafval te bepalen aan de achterkant van de keten op basis van afvalanalyses. Die methode is minder betrouwbaar omdat deze het risico in zich heeft dat verpakkingsafvalstromen die zich buiten de reguliere afvalverwerkingskanalen bevinden, bijv. zwerfafval of illegale export, uit het oog worden verloren.

Indien bij het bepalen van de hoeveelheid gebruikte verpakkingen ramingen worden toegepast, worden deze ramingen, gelet op artikel 3, tweede lid, in het monitoringsprotocol toegelicht en onderbouwd.

5. Hergebruikte verpakkingen

Het is mogelijk dat één verpakking meerdere malen gebruikt wordt voor het verpakken van een product, zonder dat deze afval wordt. Er is dan sprake van hergebruik. In een circulaire economie is dergelijk hergebruik van verpakkingen wenselijk omdat het voorkomt dat verpakkingen na eenmalig gebruik afval worden.

Voor de doelstellingen die zijn opgenomen in artikel 5a van het Besluit mogen verpakkingen die zijn hergebruikt worden meegeteld. Daarbij mogen alleen herbruikbare verpakkingen die daadwerkelijk zijn hergebruikt worden meegeteld. Deze bepaling strekt daarmee nadrukkelijk verder dan het tellen van het in de handel brengen van (in theorie) herbruikbare verpakkingen. Voor dit hergebruik moet er sprake zijn van een ‘systeem van hergebruik’, zoals dat in het Besluit is gedefinieerd. Het betreft hier organisatorische, technische of financiële regelingen die ervoor zorgen dat herbruikbare verpakkingen meerdere omlopen maken.

In artikel 4 van deze regeling is bepaald dat de hoeveelheid hergebruikte verpakkingen de hoeveelheid verpakkingen is dat middels een systeem voor hergebruik van verpakkingen wordt teruggezonden en in het betreffende kalenderjaar voor hetzelfde doel als waarvoor zij zijn ontworpen opnieuw zijn gebruikt voor het insluiten, beschermen, verladen, afleveren of aanbieden van in de handel gebrachte goederen in Nederland. Er is dus nadrukkelijk pas sprake van een hergebruikte verpakkingen wanneer deze verpakking door de producent opnieuw is gebruikt bij het in de handel brengen van producten. Daarmee kunnen vormen van hergebruik die plaatsvinden zonder een door de producenten georganiseerd systeem van hergebruik niet worden meegeteld voor het behalen van de doelstelling. Voorbeeld hiervan is het ‘hergebruik’ van een yoghurtbakje bij de eindgebruiker als bakje voor zaaigoed op de vensterbank.

Daarnaast moet er om als hergebruik te mogen tellen nadrukkelijk ook sprake zijn van hergebruik van verpakkingen voor hetzelfde doel; er moet spraken zijn van producthergebruik. Verpakkingen die oorspronkelijk bijvoorbeeld zijn gebruikt voor het verpakken van voedsel, kunnen pas als hergebruikt worden beschouwd wanneer zij opnieuw voor het verpakkingen van voedsel zijn gebruikt. Bijvoorbeeld een bierflesje dat telkens opnieuw wordt gebruikt voor het verpakken van in de handel gebracht bier, telt iedere keer weer als (gebruikte) verpakking mee. Verpakkingen die een andere bestemming krijgen dan het oorspronkelijke doel, bijvoorbeeld een tweede leven krijgen als bloempotje, kunnen niet als hergebruikt worden geteld. Ook verpakkingen die zijn teruggebracht tot materialen – bijvoorbeeld verworden tot glasscherven, papiervezel of kunststofschilfer gebruikt voor nieuwe producten – kunnen niet geteld worden als hergebruikt.

Artikel 4, tweede lid, bepaalt dat in het monitoringsprotocol een opsomming en beschrijving van de systemen voor hergebruik van verpakkingen moet worden opgenomen. Daarmee wordt inzichtelijk hoe de gegevens over de hoeveelheid hergebruikte verpakkingen en het opnieuw in omloop brengen daarvan zijn berekend. In het geval het verslag wordt ingediend door een producentenorganisatie is deze op grond van artikel 2, derde lid, onderdeel c, verplicht te beschrijven hoe het deze gegevens heeft geverifieerd.

6. Gerecycled verpakkingsafval

In artikel 5, eerste lid, worden regels gesteld over het bepalen van het gewicht van de hoeveelheid gerecycled verpakkingsafval.

Alle door producenten gebruikte verpakkingen die niet hergebruikt zijn, worden verondersteld verpakkingsafval te zijn geworden. Ook hergebruikte verpakkingen die na één of meerdere omlopen worden afgedankt – bijvoorbeeld doordat ze niet retour komen via het systeem van hergebruik, dan wel dat ze na retourname binnen het systeem worden afgedankt – zijn verpakkingsafval geworden.

Conform de nieuwe meetmethode zoals uitgewerkt in het Uitvoeringsbesluit is de hoeveelheid gerecycled verpakkingsafval, bedoeld in de in artikelen 5a en 6 van het Besluit, de hoeveelheid verpakkingsafval dat het rekenpunt bereikt. Dit is het punt waarop het verpakkingsafval in de recyclinghandeling wordt gebracht waarin afval opnieuw wordt bewerkt tot producten, materialen of stoffen die geen afval zijn. Het rekenpunt ligt op een later moment in de keten van de recyclingactiviteit dan het meetpunt waarop in het verleden de hoeveelheid gerecycled verpakkingsafval werd bepaald. Doel van het verleggen van het punt in de keten waarop de hoeveelheid gerecycled verpakkingsafval wordt bepaald, is om de recyclingcijfers een beter beeld te laten geven van de hoeveelheid materiaal dat daadwerkelijk opnieuw wordt toegepast in nieuwe verpakkingen en producten.

In bijlage 2 van de regeling zijn per materiaalstroom het meetpunt en het rekenpunt opgenomen. Genoemde meetpunten zijn gelijk aan de meetpunten zoals die waren opgenomen in de met deze regeling ingetrokken Regeling formulier verslaglegging verpakkingen en betreft de door een onafhankelijke instantie periodiek geijkte weegbrug van of in opdracht van de inrichting voor het recyclen van het verpakkingsafval. De rekenpunten zijn gelijk aan de rekenpunten zoals opgenomen in het uitvoeringsbesluit.

Het is toegestaan de hoeveelheid te recyclen verpakkingsafval te meten op de meetpunten, mits er voor verliezen die optreden tussen het meetpunt en het rekenpunt wordt gecorrigeerd. Van aggregeerde gegevens aangaande de verliezen van de hoeveelheid verpakkingsafval die optreden tussen het meetpunt en het rekenpunt mag alleen gebruik worden gemaakt, indien gegevens van individuele recyclers niet op een redelijke wijze verkregen kunnen worden.

In het monitoringsprotocol moet een beschrijving worden gegeven van de wijze waarop per recyclingactiviteit de hoeveelheid gerecycled verpakkingsafval op het rekenpunt is bepaald. Dit betekent dat in het monitoringsprotocol inzichtelijk moet worden gemaakt hoe per afzonderlijke recyclinginstallatie de gegevens over de hoeveelheid verpakkingsafval dat het rekenpunt heeft bereikt en als recycling wordt meegeteld, zijn verzameld en geverifieerd.

Omdat het Besluit uitsluitend betrekking heeft op verpakkingen die door producenten in Nederland zijn gebruikt, kunnen bij het bepalen van de hoeveelheid verpakkingsafval nadrukkelijk alleen door producenten in Nederland gebruikte verpakkingen worden geteld. Verpakkingsafval dat van buiten Nederland afkomstig is en afval dat niet afkomstig is van verpakkingen telt niet mee. Uit het verslag en het monitoringsprotocol moet blijken op welke wijze is nagegaan of buitenlands verpakkingsafval en afval niet afkomstig van verpakkingen in de te recyclen afvalstromen aanwezig waren en op welke wijze hier in het bepalen van de hoeveelheid Nederlands verpakkingsafval voor is gecorrigeerd. Ook moet de hoeveelheid verpakkingsafval worden gecorrigeerd voor eventueel nog aanwezig vocht en vuil, zodat bij het meten van het gewicht van het gerecycled verpakkingsafval alleen gebruik wordt gemaakt van de natuurlijke vochtigheidsgraad van het verpakkingsafval die vergelijkbaar is met de natuurlijke vochtigheidsgraad van de gebruikte verpakkingen. Het is aannemelijk dat genoemde correcties voor vocht en vuil, verpakkingsafval niet uit Nederland afkomstig en voor afval niet afkomstig van verpakkingen, plaatsvinden vóór of op het meetpunt.

In de tabel 2.1 in bijlage 1 wordt een onderscheid gemaakt tussen de hoeveelheden verpakkingsafval die binnen Nederland zijn gerecycled, die buiten Nederland maar binnen de EU zijn gerecycled en verpakkingsafval dat buiten de EU is gerecycled. Verpakkingsafval mag alleen ter recycling buiten Nederland worden gebracht indien de overbrenging voldoet aan de vereisten van Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen (hierna: EVOA). In lijn met artikel 4, eerste lid, van het uitvoeringsbesluit is in artikel 5, eerste lid, onderdeel f, bepaalt dat verpakkingsafval dat buiten de Europese Unie wordt overgebracht, voor de berekening van de doelstellingen in de artikelen 5a en 6 van het Besluit, alleen als gerecycled verpakkingsafval mag worden meegeteld indien kan worden aangetoond dat de recycling heeft plaatsgevonden onder omstandigheden die in grote lijnen gelijkwaardig zijn aan die welke in de toepasselijke milieuwetgeving van de Europese Unie voorgeschreven zijn. Op grond van artikel 5, derde lid, onderdeel e, moet in het monitoringsprotocol worden beschreven hoe is vastgesteld dat aan deze voorwaarde is voldaan. Producenten kunnen deze gelijkwaardigheid aantonen door gebruik te maken van audits, normen en certificering.

Afgedankte houten verpakkingen (pallets) die worden hersteld en vervolgens worden opgenomen in een systeem voor hergebruik om ze wederom als pallet te gebruiken, kunnen als gerecycled worden meegeteld. Dit is – in lijn met artikel 5, derde lid, van de verpakkingenrichtlijn – vastgelegd in artikel 5, eerste lid, onderdeel i.

Aluminium en ferro-metaal-recycling uit AVI-bodemassen

Voor de recycling van aluminium en ferrometalen uit verpakkingsafval is het toegestaan metalen teruggewonnen uit AVI-bodemassen mee te tellen als gerecycled verpakkingsafval. Uitgangspunt daarbij is wederom dat alleen in Nederland gebruikte verpakkingen mogen worden geteld en dat de hoeveelheid gerecycled verpakkingsafval moet worden bepaald op het rekenpunt. Aldus moet, voorafgaand aan het verbrandingsproces, worden bepaald wat het aandeel uit Nederland afkomstige aluminium en ferrometalen verpakkingen in de totale hoeveelheid te verbranden restafval is. Dit aandeel moet aan de hand van steekproeven worden bepaald. In het monitoringsprotocol moeten de gebruikte gegevens over de samenstelling van het afval worden toegelicht. De hoeveelheden gerecycled aluminium en ferrometalen uit verpakkingsafval moet worden bepaald op rekenpunt – zijnde metalen die geen verdere verwerking ondergaat alvorens een smelterij of oven in te gaan. Dat betekent dat indien er gebruik wordt gemaakt van het meetpunt bij de AVI, er rekening dient te worden gehouden met opwerkingsstappen die plaatsvinden tussen de AVI en de metaalsmelterijen. Tevens kunnen metalen die achterblijven in de minerale-output van de AVI, niet worden meegeteld. Voor deze correcties geldt dat van geaggregeerde gegevens gebruik mag worden gemaakt, als gegevens van individuele bedrijven niet op redelijkerwijs verkregen kunnen worden. In het monitoringsprotocol moet de methode die is gebruikt voor de berekening van de gegevens van verliezen alsmede de statische nauwkeurigheid van de gebruikte onderzoeken worden beschreven.

Chemische recycling

Ten tijde van het vaststellen van deze regeling worden kunststofverpakkingen vrijwel uitsluitend gerecycled middels vormen van mechanische recycling. Het is aannemelijk dat daarnaast dan wel aanvullend op termijn het chemische recyclen van kunststof verpakkingen gangbaar wordt. Bij chemische recycling worden chemische reacties gebruikt om de kunststofafvalstromen af te breken tot de oorspronkelijke bouwstenen waaruit de kunststoffen bestaan (polymeren, monomeren, atomen), dit gebeurt op basis van oplossen (solvolyse), depolymerisatie, pyrolyse of vergassing. Wanneer verpakkingsafval onderworpen wordt aan chemische recycling die resulteert in output met een aandeel aan gerecyclede materialen of brandstoffen, wordt de hoeveelheid aangeboden verpakkingsafval bepaald op het meetpunt benoemd in bijlage 2, waarbij is gecorrigeerd voor vocht en vuil, niet uit Nederland afkomstig verpakkingsafval en niet verpakkingsafval. De hoeveelheid gerecycled verpakkingsafval wordt bepaald door een massabalansmethode. Uit deze massabalansmethode moet blijken welk deel van de input van het chemisch recyclingproces is omgezet in massa gerecycled kunststof en welk deel van de input is omgezet in energie. Ook voor chemische recycling geldt het in bijlage 2 opgenomen rekenpunt voor kunststof, zijnde het punt waarop kunststoffen geen nadere verwerking ondergaan vóór het pelletiseren, extruderen of vormen van spuit- of vormgieten.

7. Huidige praktijk en gevolgen voor het bedrijfsleven

De producenten en importeurs van verpakkingen kunnen op grond van artikel 9 van het Besluit gezamenlijk uitvoering geven aan de verplichting tot verslaglegging. Dit artikel wordt met ingang van 2023 vervangen door artikel 6 van het Besluit UPV, waarmee de mogelijkheid voor producenten om gezamenlijk uitvoering te geven aan hun verplichten en om gezamenlijk daarover verslag te doen, wordt gecontinueerd. Op het moment van inwerkingtreding van de regeling wordt door producenten van deze mogelijkheid in het Besluit gebruik gemaakt en brengt het Afvalfonds – zijnde de rechtspersoon aan wie overeenkomstig de op grond van artikel 15.36, eerste lid, van de Wet milieubeheer algemeen verbindend verklaarde overeenkomst inzake verpakkingen, de afvalbeheerbijdrage wordt afgedragen – namens producenten verslag uit. Het Afvalfonds gebruikt hiervoor nu nog het ‘oude’ formulier dat is vastgelegd in de Regeling formulier verslaglegging verpakkingen, die met deze regeling wordt ingetrokken. Een deel van de gegevens die op basis van deze nieuwe regeling moeten worden aangeleverd verschillen niet in betekende mate van de gegevens die moesten worden ingevuld en aangeleverd op grond van de Regeling formulier verslaglegging verpakkingen. Ook van de gegevens die met deze nieuwe regeling ten opzichte van de bestaande situatie, aanvullend worden gevraagd kan redelijkerwijs worden verwacht dat het Afvalfonds hierover, als gevolg van het uitvoeren van de ‘regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid’, beschikt.

Ten aanzien van de hoeveelheden gebruikte verpakkingen geldt dat individuele producenten jaarlijks bij het Afvalfonds aangifte doen van de hoeveelheden door hen in Nederland gebruikte verpakkingen in het kader van de door de minister op grond van artikel 15.36 Wet milieubeheer algemeen verbindend verklaarde overeenkomst inzake de afvalbeheerbijdrage verpakkingen. Het Afvalfonds beschikt daarmee over gegevens aangaande de hoeveelheden gebruikte verpakkingen en gebruikt deze ook in haar jaarlijks verslag. Het in deze regeling gevraagde monitoringsprotocol moet daarbij inzicht geven hoe de gegevens door het Afvalfonds worden verzameld en hoe deze door hen zijn geverifieerd.

Nieuwe meetmethode

Ten aanzien van de hoeveelheid gerecycled verpakkingsafval geldt dat het Afvalfonds de voorbije jaren de hoeveelheid gerecycled afvalpakkingafval, conform voorheen geldende regelgeving, heeft gemeten op het meetpunt. De wijze waarop het Afvalfonds gegevens over de hoeveelheid verpakkingsafval verzamelt, is door hen, in samenspraak met ketenpartners, vastgelegd in het reeds bestaande Uitvoerings- en Monitoringsprotocol Verpakkingen.5 Met het introduceren van het rekenpunt dient het Afvalfonds aanvullende gegevens te verzamelen over het traject dat het verpakkingsafval in de keten doorloopt tussen het meetpunt en rekenpunt en daarin eventueel voorkomende verliezen. Daarbij geeft deze regeling producenten de mogelijkheid om de hoeveelheid te recyclen verpakkingsafval te blijven meten op het meetpunt, en kunnen indien gegevens op het rekenpunt niet op redelijke wijze verkrijgbaar zijn, geaggregeerde gegevens voor het rekenpunt van een vergelijkbaar type recyclingactiviteit worden gebruikt.

Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft in 2019 en 2020 aan Wageningen University & Research (hierna: WUR) opdracht gegeven de gevolgen van de nieuwe meetmethode voor de verschillende materiaalstromen in kaart te brengen.6 7 8 Daarmee zijn de verliezen die optreden tussen het meetpunt en rekenpunt in voorbereiding op deze regeling, op basis van thans beschikbare wetenschappelijke kennis, zo goed mogelijk inzichtelijk gemaakt. De gegevens uit de WUR-rapporten kunnen door het Afvalfonds worden gebruikt als startpunt voor het verslag en het monitoringsprotocol. Verwacht wordt dat het Afvalfonds de komende jaren meer kennis en ervaring opdoet met het geïntroduceerde rekenpunt en op basis van deze kennis en ervaring, de wijze van het verzamelen van gegevens nader uitwerkt.

Hergebruik

Ten aanzien van de hoeveelheid verpakkingen die worden hergebruikt geldt dat de meest gangbare reeds bestaande systemen van hergebruik statiegeldsystemen voor glazen bierflessen en glazen frisdrankflessen in de horeca zijn. Daarnaast bestaan er in de praktijk verschillende kleinere systemen voor hergebruik, met name voor het hergebruik van tertiaire verpakkingen (logistieke hulpmiddelen). Gegevens over de hoeveelheden verpakkingen die binnen deze systemen worden hergebruikt zijn beschikbaar bij de betreffende producenten en de organisaties die namens hen deze regelingen voor hergebruik uitvoeren. Het monitoringsprotocol moet inzicht geven in de wijze waarop de in het verslag gebruikte gegevens over hergebruik zijn verzameld.

Doelstellingen voor gescheiden inzameling

In (met ingang van 2022) artikel 6a en (met ingang van 2024) in artikel 6b van het Besluit, zijn doelstellingen voor de gescheiden inzameling van kunststof flessen voor water en frisdrank (artikel 6a) en voor metalen drankverpakkingen (artikel 6b) opgenomen. De kunststof flessen en metalen drankverpakkingen dienen op basis van het Besluit door producenten verplicht te worden ingezameld via statiegeldsystemen, daarmee zijn de normadressant voor de statiegeldverplichting, de 90% norm voor gescheiden inzameling en de verplichting tot het doen van verslag, dezelfde partij. Het is aannemelijk dat het voor het uitvoeren van het statiegeldsysteem noodzakelijk is dat gegevens over de inname van verpakkingen door producenten worden verzameld en dat deze gegevens voor het verslag kunnen worden gebruikt. In deze regeling bedoelde monitoringsprotocol moet inzicht gegeven worden in de wijze waarop dat is gebeurd. In de besluiten9 waarmee statiegeld op kunststofflessen en metalen drankverpakkingen is ingevoerd, is nader ingegaan op de administratieve last die producenten met de invoering hebben gekregen.

In de nota van toelichting bij het Besluit van 17 juni 2021 houdende wijziging van het Besluit beheer verpakkingen 2014 in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2018/852 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn 94/62/EG betreffende verpakking en verpakkingsafval en in verband met het per 1 januari 2023 van toepassing worden van algemene regels betreffende regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid is ingegaan op de administratieve last die producenten met het aanpassen van de meetmethode hebben gekregen. In totaal is de verwachting, gebaseerd op overleg met het Afvalfonds, dat de additionele administratieve lasten die het gevolg zijn van de verslagleggingsverplichting jaarlijks circa € 500.000 bedragen.

8. Voorbereiding van de regeling

Met de ILT en het Afvalfonds is op ambtelijk niveau overleg gevoegd over een concept van de regeling. Naar aanleiding daarvan is de regeling op enkele punten aangepast of verduidelijkt.

De regeling is voorts in de periode van 1 juli tot en met 27 augustus 2021 in de internetconsultatie gebracht. Naar aanleiding daarvan zijn reacties ontvangen van Koninklijke Vereniging voor Afval- en Reinigingsmanagement (NVRD), Recycling Netwerk Benelux (RN), Recycling Aluminium Verpakkingen Nederland (RAVN) en het Verbond van Handelaren in Chemische Producten (VHCP).

Naar aanleiding van de ingekomen reacties is in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de regeling toegevoegd dat uit het monitoringsprotocol moet blijken hoe de juistheid van de in bijlage 1 ingevulde gegevens is geverifieerd. Voorts zijn enkele redactionele verbeteringen in de regeling aangebracht en is in de toelichting aangegeven hoe de openbaarmaking van het verslag, monitoringsprotocol en accountsverklaring geschiedt. Voor een samenvatting van de ingekomen reacties en de reactie daarop van het ministerie wordt kortheidshalve verwezen naar www.internetconsultatie.nl/regeling_verslaglegging_verpakkingen.

De regeling is getoetst door het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR). In haar advies van 25 augustus 2021 adviseert het ATR te bewerkstelligen dat dubbele gegevensuitvragen bij individuele producenten ten aanzien van op de markt gebrachte verpakkingen wordt voorkomen. Deze optie zal door het ministerie met het Afvalfonds en het CBS worden besproken en waar nodig verder opgepakt. Het ATR adviseert voorts in overleg met het Afvalfonds en het bedrijfsleven te kiezen voor een lastenluwe en werkbare werkwijze voor bedrijven die minder dan 50.000 kg verpakkingen op de markt brengen, en om deze keuze te onderbouwen. Ten aanzien van dit advies wordt opgemerkt dat op basis van het Besluit bedrijven die minder dan 50.000 kg verpakkingen in de handel brengen geheel zijn uitsloten van een verslagleggingsverplichting en dat aan deze bepaling in deze ministeriële regeling geen nadere regels worden gesteld. Het Afvalfonds is door het ministerie geattendeerd op de in het MKB-zwartboek geconstateerde administratieve last die bedrijven ervaren en is daarover met het MKB in gesprek om te bekijken waar onnodige lasten kunnen worden weggenomen.

Het ATR adviseert voorts duidelijk te maken of het aangepaste gegevensformat over verslagjaar 2021 resulteert in extra (ervaren) lasten voor bedrijven en als dit het geval is te kiezen voor invoering van het nieuwe format per verslagjaar 2022. Na overleg met het Afvalfonds is geconstateerd dat producenten geen aanpaste gegevens hoeven aan te leveren over het kalenderjaar 2021 ten aanzien van de in de handel gebrachte verpakkingen als gevolg van deze nieuwe regeling.

Tot slot adviseert het ATR de regeldrukeffecten van het voorstel op handelingsniveau in beeld te brengen conform de Rijksbrede methodiek en daarmee inzichtelijk te maken in welke mate de extra regeldruklasten terecht komen bij het bedrijfsleven. In de toelichting is uiteengezet dat de regeldruklasten bij het Afvalfonds terecht komen en wat de verwachtte omvang daarvan is. In overleg met het Afvalfonds is besloten om dit niet nader op handelingsniveau in beeld te brengen.

9. Inwerkingtreding

De regeling treedt in werking op 1 oktober 2021. Dit is in lijn met de vaste verandermomenten voor regelgeving.

Op basis van deze regeling zal in augustus 2022 door het Afvalfonds verslag worden uitgebracht over verslagjaar 2021. Het betreft dan een verslag over de uitvoering van de verplichtingen in de artikelen 5a en 6 van het Besluit. Voor de verslagjaren 2022 en 2023 dient op basis van deze regeling verslag te worden uitgebracht over de uitvoering van de verplichting in de artikelen 5a, 6 en 6a van het Besluit. Met ingang van het verslagjaar 2024 dient op basis van deze regeling verslag te worden uitgebracht over de uitvoering van de artikelen 5a, 6, 6a en 6b van het Besluit.

Gegeven het feit dat het eerste verslag dat op basis van deze regeling moet worden uitgebracht, in augustus 2022 dient te worden ingediend en gegeven de omstandigheid dat met het Afvalfonds (vooralsnog de enige opsteller van een verslag over de uitvoering van de verplichtingen in de artikelen 5a, 6, 6a en 6b van het Besluit) in het kader van de voorbereiding van de regeling, overleg is gevoerd, wordt afwijking van de minimuminvoeringstermijn (2 maanden) niet nadelig voor de gebruiker van de regeling geacht.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, S.P.R.A. van Weyenberg


X Noot
1

Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/665 van de Commissie van 17 april 2019 tot wijziging van Beschikking 2005/270/EG tot vaststelling van de verslagleggingsmodellen voor het databanksysteem overeenkomstig Richtlijn 94/62/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende verpakkingen en verpakkingsafval (PbEU 2019, L 112).

X Noot
2

Richtlijn 94/62/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 1994 betreffende verpakking en verpakkingsafval (PbEU 1994, L 365).

X Noot
3

Artikel 6a wordt overeenkomstig de artikelen I, onderdeel B, en II van het Besluit maatregelen kunststof drankflessen (Stb. 2020, 122) per 1 januari 2022 toegevoegd aan het Besluit beheer verpakkingen 2014.

X Noot
4

Artikel 6b wordt overeenkomstig de artikelen I, onderdeel B, en II, onderdeel b, van het Besluit maatregelen metalen drankverpakkingen (Stb 2021, 228) per 1 januari 2024 toegevoegd aan het Besluit beheer verpakkingen 2014.

X Noot
5

Te raadplegen via: www.umpverpakkingen.nl

X Noot
6

Brouwer M.T, Smeeding I.W. en Thoden van Velzen E.U., Verkenning effect verschuiven meetpunt recycling verpakkingen, Wageningen University and Research, 2019.

X Noot
7

Brouwer M.T, Smeeding I.W. en Thoden van Velzen E.U., Verkenning effect verschuiven meetpunt recycling kunststofverpakkingen, Wageningen University and Research, 2019.

X Noot
8

Brouwer M.T, Smeeding I.W. en Thoden van Velzen E.U., Recyclingpercentage metaal verpakkingen in Nederland in 2017, Wageningen University and Research, 2020.

X Noot
9

Besluit maatregelen kunststof drankverpakkingen (Stb. 2020, 122), Besluit maatregelen metalen drankverpakkingen (Stb. 2021, 228).

Naar boven