Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en WetenschapStaatscourant 2021, 39244ander besluit van algemene strekking

Regeling van de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 19 augustus 2021, nr. PO/FenV/28624000, tot het verstrekken van bijzondere en aanvullende bekostiging voor het primair en voortgezet onderwijs voor de uitvoering van het Nationaal Programma Onderwijs voor het schooljaar 2021-2022 (Regeling bijzondere en aanvullende bekostiging uitvoering Nationaal Programma Onderwijs PO en VO)

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,

Gelet op de artikelen 116, eerste lid, en 123, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs, de artikelen 113, eerste lid, en 120, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra, de artikelen 85a, eerste lid, en 89, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, artikel 2.2.3, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, de artikelen 98, eerste lid, en 103, eerste lid, van de Wet primair onderwijs BES, de artikelen 155, eerste lid, en 157, eerste lid, van de Wet voortgezet onderwijs BES, artikel 2.2.3, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES en artikel 4, eerste en tweede lid, van de Wet overige OCW-subsidies;

Besluit:

HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

aanvullende bekostiging:

aanvullende bekostiging als bedoeld in artikelen 116, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 113, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra, de artikelen 85a, eerste lid, in samenhang met 85b, zesde lid, en 89, eerste lid, in samenhang met 89a, vijfde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, artikel 2.2.3, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, artikel 98, eerste lid van de Wet primair onderwijs BES, de artikelen 155, eerste lid en 157, eerste lid, van de Wet voortgezet onderwijs BES of artikel 2.2.3, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES en voor een school voor varende kinderen een subsidie als bedoeld in artikel 2, in samenhang met artikel 4, van de Wet overige OCW-subsidies;

achterstandsscore:
  • a. wat betreft een basisschool, niet zijnde een school voor varende kinderen: de achterstandsscore, bedoeld in artikel 27 van het Besluit bekostiging WPO;

  • b. wat betreft een school voor voortgezet onderwijs: de in de bijlage opgenomen achterstandsscore per school voor voortgezet onderwijs;

algemeen vormend onderwijs:

vwo, havo, mavo of vbo, met uitzondering van leerlingen in het derde en vierde leerjaar van de basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg van het vbo;

basisschool:

basisschool als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, een school voor varende kinderen of een school als bedoeld in artikel 1 van de Wet primair onderwijs BES;

beroepsgericht onderwijs:

praktijkonderwijs en het derde en vierde leerjaar van de basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg van het vbo;

bevoegd gezag:

bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs, artikel 1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, artikel 1 van de Wet primair onderwijs BES, artikel 1 van de Wet voortgezet onderwijs BES of artikel 1.1.1 van de Wet educatie beroepsonderwijs BES;

bijzondere bekostiging:

bijzondere bekostiging als bedoeld in artikel 123, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 120, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra en artikel 103, eerste lid, van de Wet primair onderwijs BES;

havo:

hoger algemeen voortgezet onderwijs;

hoofdvestiging:

hoofdvestiging als bedoeld in artikel 73a van de Wet op het voortgezet onderwijs;

kalenderjaar:

tijdvak van 1 januari tot en met 31 december daaropvolgend;

leerling:

leerling als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bekostiging WPO, artikel 1 van het Besluit bekostiging WEC, artikel 7 van het Bekostigingsbesluit WVO of artikel 2.1.2, onderdeel g, van het Uitvoeringsbesluit WEB;

leerling met een niet-Nederlandse culturele achtergrond:

leerling als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bekostiging WPO of artikel 1 van het Besluit bekostiging WEC;

mavo:

middelbaar algemeen voortgezet onderwijs;

Minister:

Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media;

Nationaal Programma Onderwijs:

het programma dat zich richt op het herstel van de als gevolg van en tijdens de COVID-19-pandemie opgelopen vertraging in de ontwikkeling van het onderwijs aan leerlingen;

nevenvestiging:

nevenvestiging als bedoeld in artikel 73b en artikel 73d van de Wet op het voortgezet onderwijs;

nieuwkomer:

leerling die:

  • a. vreemdeling is als bedoeld in artikel 1 van de Vreemdelingenwet 2000;

  • b. geen internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs of Europees secundair onderwijs volgt;

  • c. als werkelijk schoolgaand staat ingeschreven bij een school; en

  • d. op één van de betreffende peildata korter dan twee jaar in Nederland verblijft;

praktijkonderwijs;

praktijkonderwijs als bedoeld in artikel 10f van de Wet op het voortgezet onderwijs;

samenwerkingsverband vo:

samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs;

schooljaar:

tijdvak van 1 augustus tot en met 31 juli daaropvolgend;

school voor (voortgezet) speciaal onderwijs:

school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra;

school voor varende kinderen:

school voor varende kinderen als bedoeld in artikel C 1 van het Besluit trekkende bevolking WPO;

school voor voortgezet onderwijs:

school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs, daaronder mede begrepen het voorbereidend beroepsonderwijs aan een agrarisch opleidingscentrum als bedoeld in artikel 1.3.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs of een school als bedoeld in artikel 1 van de Wet voortgezet onderwijs BES;

speciale school voor basisonderwijs:

speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs;

vbo:

voorbereidend beroepsonderwijs;

vwo:

voorbereidend wetenschappelijk onderwijs.

Artikel 2. Doel van de bijzondere en aanvullende bekostiging

  • 1. De Minister verstrekt aan het bevoegd gezag van een basisschool, speciale school voor basisonderwijs, school voor (voortgezet) speciaal onderwijs, of school voor voortgezet onderwijs bijzondere en aanvullende bekostiging voor de uitvoering van het Nationaal Programma Onderwijs.

  • 2. De Minister verstrekt extra aanvullende bekostiging voor nieuwkomers voor de uitvoering van het Nationaal Programma Onderwijs.

  • 3. De Minister verstrekt aan een samenwerkingsverband vo aanvullende bekostiging in verband met de hogere kosten door de aanwezigheid van extra leerlingen in het praktijkonderwijs als gevolg van COVID-19.

Artikel 3. Reikwijdte Caribisch Nederland

De artikelen 4, 5, 7, 8, 10 en 11 zijn niet van toepassing op het bevoegd gezag van een school in het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

HOOFDSTUK 2. PRIMAIR ONDERWIJS

Artikel 4. Bijzondere en aanvullende bekostiging scholen voor primair onderwijs

  • 1. De Minister verstrekt bijzondere en aanvullende bekostiging aan het bevoegd gezag van een basisschool, speciale school voor basisonderwijs of school voor (voortgezet) speciaal onderwijs.

  • 2. De bijzondere en aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit een bedrag per leerling.

  • 3. De hoogte van de bijzondere en aanvullende bekostiging wordt berekend op grond van het aantal leerlingen dat staat ingeschreven op de school op 1 oktober 2020 als bedoeld in artikel 121 van de Wet op het primair onderwijs of artikel 118 van de Wet op de expertisecentra. Voor per 1 augustus 2021 gestarte scholen wordt de bijzondere en aanvullende bekostiging berekend op grond van het aantal leerlingen dat staat ingeschreven op de school op 1 oktober 2021.

  • 4. Het bedrag per leerling bedraagt € 701,16 voor basisscholen, € 1.051,74 voor speciale scholen voor basisonderwijs en € 1.402,31 voor scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs.

  • 5. De bijzondere en aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt in september 2021 vastgesteld en uitbetaald in maandelijkse termijnen van gelijke omvang. De eerste betaling vindt plaats in september 2021. In deze maand wordt ook de bekostiging voor de maand augustus van het jaar 2021 betaald.

  • 6. De bijzondere en aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt uiterlijk in juli 2022 definitief vastgesteld en aangepast op basis van de bijdrage voor loon- en prijsbijstelling.

Artikel 5. Bijzondere bekostiging scholen voor primair onderwijs met veel leerlingen met een risico op een onderwijsachterstand

  • 1. De Minister verstrekt bijzondere bekostiging aan:

    • a. het bevoegd gezag van een basisschool; en

    • b. het bevoegd gezag van een speciale school voor basisonderwijs of een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs waar op 1 oktober 2020 meer dan 4 leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond staan ingeschreven.

  • 2. De bijzondere bekostiging, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, bestaat uit een bedrag per eenheid achterstandsscore, op basis van de onderwijsscore van de leerlingen die op 1 oktober 2020 zijn ingeschreven op een basisschool en voor per 1 augustus 2021 gestarte basisscholen op basis van de onderwijsscore van de leerlingen die op 1 oktober 2021 zijn ingeschreven.

  • 3. Het bedrag per eenheid achterstandsscore bedraagt € 251,16.

  • 4. De bijzondere bekostiging, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, bestaat boven het aantal van vier uit een bedrag per leerling met een niet-Nederlandse culturele achtergrond.

  • 5. Het bedrag per leerling met een niet-Nederlandse culturele achtergrond bedraagt € 548,56.

  • 6. De bijzondere bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt, met uitzondering van de bekostiging voor per 1 augustus 2021 gestarte basisscholen, in september 2021 vastgesteld en uitbetaald in maandelijkse termijnen van gelijke omvang. De eerste betaling vindt plaats in september 2021. In deze maand wordt ook de bekostiging voor de maand augustus van het jaar 2021 betaald.

  • 7. De bijzondere bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt voor de per 1 augustus 2021 gestarte basisscholen in maart 2022 vastgesteld en uitbetaald in maandelijkse termijnen van gelijke omvang. De eerste betaling vindt plaats in maart 2022. In deze maand wordt ook de bekostiging voor de maanden augustus 2021 tot en met februari 2022 betaald.

  • 8. De bijzondere bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt uiterlijk in juli 2022 definitief vastgesteld en aangepast op basis van de bijdrage voor loon- en prijsbijstelling.

Artikel 6. Bijzondere en aanvullende bekostiging scholen voor primair onderwijs in Caribisch Nederland

  • 1. De Minister verstrekt bijzondere en aanvullende bekostiging aan het bevoegd gezag van een basisschool in het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

  • 2. De bijzondere en aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit een bedrag per leerling.

  • 3. De hoogte van de bijzondere en aanvullende bekostiging wordt berekend op grond van het aantal leerlingen dat staat ingeschreven op de school op 1 oktober 2020 als bedoeld in artikel 102 van de Wet primair onderwijs BES.

  • 4. Het bedrag per leerling bedraagt:

    • a. USD 1.435,51 per leerling ingeschreven op een basisschool gevestigd in het openbaar lichaam Bonaire; en

    • b. USD 1.665,19 per leerling ingeschreven op een basisschool gevestigd in het openbaar lichaam Sint Eustatius of Saba.

  • 5. De bijzondere en aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt in oktober 2021 vastgesteld en in één termijn in oktober 2021 uitbetaald.

HOOFDSTUK 3. VOORTGEZET ONDERWIJS

Artikel 7. Aanvullende bekostiging scholen voor voortgezet onderwijs

  • 1. De Minister verstrekt aanvullende bekostiging aan het bevoegd gezag van een school voor voortgezet onderwijs.

  • 2. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit een bedrag per leerling in het beroepsgericht onderwijs.

  • 3. De hoogte van de aanvullende bekostiging wordt berekend op grond van het aantal leerlingen in het beroepsgericht onderwijs dat staat ingeschreven op de school op 1 oktober 2020.

  • 4. De bekostiging bedraagt € 350,58 per leerling in het beroepsgericht onderwijs.

  • 5. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt uiterlijk in juni 2022 vastgesteld en berekend op basis van het door de accountant gevalideerde aantal leerlingen en in één termijn uiterlijk in juni 2022 uitbetaald. De aanvullende bekostiging wordt rekenkundig afgerond op twee decimalen.

  • 6. De bekostiging voor de uitvoering van het Nationaal Programma Onderwijs, zoals bedoeld in het eerste lid, wordt verstrekt voor de periode van schooljaar 2021-2022. Er wordt beschikt voor het kalenderjaar 2022.

  • 7. De aanvullende bekostiging wordt uiterlijk in juli 2022 definitief vastgesteld en aangepast op basis van de bijdrage voor loon- en prijsontwikkeling.

Artikel 8. Aanvullende bekostiging scholen voor voortgezet onderwijs met veel leerlingen met een risico op een onderwijsachterstand

  • 1. De Minister verstrekt aanvullende bekostiging aan het bevoegd gezag van een school voor voortgezet onderwijs.

  • 2. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit een bedrag per eenheid achterstandsscore.

  • 3. De achterstandsscore is voor elke school eenmalig berekend door het Centraal bureau voor de statistiek op basis van de onderwijsscore van de leerlingen die op 1 oktober 2020 zijn ingeschreven op een school voor voortgezet onderwijs. Het Centraal bureau voor de statistiek verstrekt de achterstandsscores van de scholen voor voortgezet onderwijs aan de Minister, in voorkomend geval uitgesplitst naar hoofdvestiging en nevenvestiging, en maakt deze zo spoedig mogelijk daarna openbaar. De achterstandsscores zijn opgenomen in de bijlage.

  • 4. Het bedrag per eenheid achterstandsscore bedraagt € 1.038,63.

  • 5. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt uiterlijk in juni 2022 vastgesteld en in één termijn uiterlijk in juni 2022 uitbetaald. De aanvullende bekostiging wordt rekenkundig afgerond op twee decimalen.

  • 6. De bekostiging voor de uitvoering van het Nationaal Programma Onderwijs, zoals bedoeld in het eerste lid, wordt verstrekt voor de periode van schooljaar 2021-2022. Er wordt beschikt voor het kalenderjaar 2022.

  • 7. De aanvullende bekostiging wordt uiterlijk in juli 2022 definitief vastgesteld en aangepast op basis van de bijdrage voor loon- en prijsontwikkeling.

Artikel 9. Aanvullende bekostiging scholen voor voortgezet onderwijs in Caribisch Nederland

  • 1. De Minister verstrekt aanvullende bekostiging aan het bevoegd gezag van een school voor voortgezet onderwijs in het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba; en

  • 2. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit een bedrag per leerling.

  • 3. De hoogte van de aanvullende bekostiging wordt berekend op grond van het aantal leerlingen dat staat ingeschreven op de school op 1 oktober 2020. Wat betreft de school voor voortgezet onderwijs in het openbaar lichaam Bonaire worden bij het bepalen van het aantal leerlingen tevens de studenten die staan ingeschreven aan de instelling als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs BES meegeteld.

  • 4. Het bedrag per leerling bedraagt:

    • a. USD 1.435,51 per leerling ingeschreven op een school voor voortgezet onderwijs gevestigd in het openbaar lichaam Bonaire; en

    • b. USD 1.665,19 per leerling ingeschreven op een school voor voortgezet onderwijs gevestigd in het openbaar lichaam Sint Eustatius of Saba.

  • 5. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt in oktober 2021 vastgesteld en in één termijn in oktober 2021 uitbetaald.

Artikel 10. Extra aanvullende bekostiging nieuwkomers op scholen voor voortgezet onderwijs

  • 1. De Minister verstrekt voor de schooljaren 2021-2022 en 2022-2023 aan het bevoegd gezag van een school voor voortgezet onderwijs die onderwijs aan nieuwkomers verzorgt extra aanvullende bekostiging voor de extra ondersteuning bij het onderwijs aan nieuwkomers in het kader van het Nationaal Programma Onderwijs.

  • 2. De extra aanvullende bekostiging wordt per school berekend op basis van het aantal nieuwkomers dat op een of meer van de peildata 1 april 2020, 1 juli 2020, 1 oktober 2020, 1 januari 2021 en 1 april 2021 aan de school staat ingeschreven.

  • 3. Bij de vaststelling van de extra aanvullende bekostiging wordt uitgegaan van de aantallen nieuwkomers die op de peildata, genoemd in het tweede lid, ingeschreven staan aan de school en waarvan de basisgegevens, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de Wet register onderwijsdeelnemers, uiterlijk op 16 april 2020, 16 juli 2020, 16 oktober 2020, 16 januari 2021 respectievelijk 16 april 2021 zijn opgenomen in het register onderwijsdeelnemers overeenkomstig artikel 14 van de Wet register onderwijsdeelnemers.

  • 4. De extra aanvullende bekostiging bedraagt € 2.619,47 per nieuwkomer, voor elk van de peildata waarop de nieuwkomer aan de school staat ingeschreven en wordt uiterlijk in juni 2022 voor alle peildata eenmalig vastgesteld en ineens uitbetaald.

  • 5. De bekostiging voor de uitvoering van het Nationaal Programma Onderwijs, zoals bedoeld in het eerste lid, wordt verstrekt voor de periode van schooljaren 2021-2022 en 2022-2023. Er wordt beschikt voor het kalenderjaar 2022.

HOOFDSTUK 4. AANVULLENDE BEKOSTIGING SAMENWERKINGSVERBANDEN

Artikel 11. Aanvullende bekostiging aan samenwerkingsverbanden vo ten behoeve van leerlingen in het praktijkonderwijs

  • 1. De Minister verstrekt aanvullende bekostiging aan een samenwerkingsverband vo in verband met de hogere kosten door de aanwezigheid van extra leerlingen in het praktijkonderwijs.

  • 2. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit een bedrag per leerling in het praktijkonderwijs.

  • 3. De hoogte van de aanvullende bekostiging wordt berekend op grond van het aantal leerlingen, bedoeld in artikel 7 van het Bekostigingsbesluit WVO, in het praktijkonderwijs dat is ingeschreven op vestigingen in het gebied van het samenwerkingsverband vo op 1 oktober 2020.

  • 4. Het bedrag per leerling bedraagt € 237,02.

  • 5. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt in september 2021 vastgesteld en uitbetaald in maandelijkse termijnen van gelijke omvang. De eerste betaling vindt plaats in september 2021. In deze maand wordt ook de bekostiging voor de maand augustus van het jaar 2021 betaald.

  • 6. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt uiterlijk in december 2021 vastgesteld en berekend op basis van het door de accountant gevalideerde aantal leerlingen. De aanvullende bekostiging wordt uiterlijk in juli 2022 definitief vastgesteld en aangepast op basis van de bijdrage voor loon- en prijsontwikkeling.

HOOFDSTUK 5. SLOTBEPALINGEN

Artikel 12. Besteding en verantwoording

  • 1. De verantwoording van de besteding van de bekostiging geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs. De verklaring van de accountant bij de jaarrekening bevat tevens een oordeel over de rechtmatige besteding van de aanvullende bekostiging.

  • 2. Het bevoegd gezag verstrekt via XBRL aanvullende informatie over de activiteiten die met de bekostiging, bedoeld in de artikelen 4, 5, 7 en 8, zijn verricht voor de uitvoering van het Nationaal Programma Onderwijs.

  • 3. In afwijking van het eerste en tweede lid geschiedt de verantwoording van de besteding van de bekostiging door het bevoegd gezag van een school in het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs BES. In een apart overzicht verstrekt het bevoegd gezag aanvullende informatie over de activiteiten die met de bekostiging, bedoeld in de artikelen 6 en 9, zijn verricht.

  • 4. De bijzondere en aanvulling bekostiging voor de doelen, genoemd in artikel 2, kan ook worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

Artikel 13. Monitoring

  • 1. De Minister monitort periodiek de implementatie en effecten van deze regeling op landelijk niveau.

  • 2. Ten behoeve van de in het eerste lid bedoelde monitor zorgt het bevoegd gezag desgevraagd voor een samenhangend overzicht van de gepleegde inspanningen en uitkomsten daarvan ten behoeve van de in artikel 2 bedoelde doelen.

Artikel 14. Wijziging Regeling aanvullende bekostiging strategisch personeelsbeleid, begeleiding en verzuim vo

De Regeling aanvullende bekostiging strategisch personeelsbeleid, begeleiding en verzuim vo wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 3, onderdeel a, komt te luiden:

  • a. het verbeteren van strategisch personeelsbeleid, de begeleiding van startende leraren en schoolleiders alsmede de uitvoering van het Nationaal Programma Onderwijs, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Regeling bijzondere en aanvullende bekostiging uitvoering Nationaal Programma Onderwijs PO en VO; en

B

In artikel 4, onderdeel a, wordt ‘€ 93,90’ vervangen door ‘€ 795,06’.

Artikel 15. Inwerkingtreding

  • 1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 augustus 2021.

  • 2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 augustus 2023.

Artikel 16. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bijzondere en aanvullende bekostiging uitvoering Nationaal Programma Onderwijs PO en VO.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob

BIJLAGE, BEHORENDE BIJ ARTIKEL 8 VAN DE REGELING BIJZONDERE EN AANVULLENDE BEKOSTIGING UITVOERING NATIONAAL PROGRAMMA ONDERWIJS PO EN VO

In de tabel staan de vestigingen met een achterstandsscore >0 na aftrek van de drempel.

Achterstandsscores per schoolvestiging voor vo. 1 oktober 2020

BRIN

Score

 

BRIN

Score

 

BRIN

Score

 

BRIN

Score

00AH07

193,58

 

03JY02

20,21

 

17DN01

39,71

 

20TZ04

114,56

00AH08

56,83

 

03JY03

17,62

 

17GM00

54,78

 

20TZ07

236,05

00AH09

14,25

 

03JY06

23,06

 

17GM02

70,8

 

20TZ12

10,93

00AH11

138,83

 

03KN00

70,59

 

17GT02

34,04

 

20WI00

14,62

00AH17

246,86

 

03KZ00

66,27

 

17HB00

455,15

 

20ZK00

385,24

00AH18

25,34

 

03RR04

61,9

 

17HB06

469,3

 

20ZK02

49,59

00BD00

116,75

 

03RU00

58,4

 

17HB07

110,78

 

21AS00

90,96

00DI00

33,57

 

03SX00

64,89

 

17HH00

76,05

 

21AS03

115,51

00DI04

37,21

 

03WO01

38,19

 

17HN02

43,97

 

21AS07

259,57

00DI06

15,31

 

03WO02

12,55

 

17HR00

405,37

 

21AS09

0,02

00EF00

102,04

 

03WO03

30,16

 

17HR02

389,27

 

21CS01

7,84

00HI03

112,43

 

03XF04

92,21

 

17HR05

359,05

 

21CS02

118,29

00JR00

1,52

 

03XF05

227,79

 

17HX00

12,22

 

21CS03

144,53

00JT02

17,65

 

03XS02

71,6

 

17IM02

170,93

 

21CY03

44,81

00LJ05

12,13

 

03XS03

14,53

 

17IR00

75,54

 

21CY05

45,15

00ML02

29,53

 

03XS08

53,36

 

17JB01

153,86

 

21ET02

163,05

00ML09

145,41

 

03ZY00

54,56

 

17JB02

107,3

 

21ET04

341,99

00MV01

56,54

 

04DF01

16,14

 

17JI00

125,34

 

21ET07

89,74

00MV02

146

 

04FR00

65,68

 

17KF00

37,45

 

21ET08

24,44

00MV07

64,15

 

04GU06

49

 

17KY00

73,36

 

21ET11

83,47

00NE00

30,23

 

04GU08

45,03

 

17MA00

158,34

 

21FF00

414,61

00NE02

121,47

 

04HR04

117,48

 

17SG00

121,4

 

21GD00

664,04

00OB03

110,52

 

04HR07

115,51

 

17UX00

200,96

 

21GD01

432,87

00PF00

48,71

 

04IK00

164,71

 

17VF00

228,49

 

21GU00

597,44

00PG02

23,54

 

04IX01

142,71

 

17VF02

312,46

 

21GU04

75,87

00PG08

0,28

 

04NF00

249,14

 

17VF03

234,01

 

21GU06

264,44

00PS04

128,68

 

04OY00

46,28

 

17VF06

107,04

 

21GU08

103,32

00PS05

56,03

 

04OY06

43,78

 

17VN01

87,98

 

21GU09

128,11

00PS06

0,24

 

04SU02

201,11

 

17VN05

20,18

 

21GU11

78,14

00PS10

2,98

 

04XU00

108,04

 

17VN08

142,25

 

21GW03

136,13

00RZ01

42,33

 

04YE00

126,58

 

17VN09

270,85

 

21GZ00

47,14

00RZ07

81,21

 

04YE01

27,22

 

17VP02

114,98

 

21GZ06

119,83

00TM00

3,06

 

04YE02

67,85

 

17VP05

29,92

 

21HC01

88,61

00TQ00

3,59

 

04YE08

146,25

 

17VS02

14,98

 

21HC04

11,3

00TU01

7,9

 

04YE09

109,11

 

17WQ00

137,42

 

21HC08

106,9

00UZ04

84,82

 

04YX00

81,38

 

17WQ08

453,29

 

21HC12

17,17

00VR00

51,83

 

04YX02

57,6

 

17XU00

54,65

 

21KM00

142,62

00VY04

179,99

 

05AC00

27,61

 

17XU01

109,86

 

21SK00

42,77

00WD00

248,89

 

05AV00

55,14

 

17YF00

540,98

 

21SK01

241,88

00WH02

13,93

 

05AV03

33,38

 

17YF02

293,74

 

23AP00

137,41

00WI04

50,28

 

05AV05

49,72

 

17YS00

735,51

 

23DB00

104,24

00XA01

145,31

 

05AX00

183,26

 

17YS02

135,96

 

23EJ00

111,63

00XK00

85,02

 

05EA14

121,19

 

17YS03

100,82

 

23FY00

323,07

00XK02

182,94

 

05EA16

197,7

 

17YS04

375,64

 

23HC00

198,82

00YH00

51,83

 

05FB01

2

 

17YS08

165,25

 

23HC01

39,35

00YH01

36,37

 

05FB08

9,44

 

17YS12

0,59

 

23HC02

76,64

00YH05

28,77

 

05FE00

140,56

 

17YS18

33,29

 

23HC04

142,53

00YH06

36,17

 

05FF00

232,2

 

18AN00

618,38

 

23HC05

85,32

00ZO00

215,46

 

05FJ00

155,31

 

18BR00

88,74

 

23HH00

113,93

00ZV02

22,4

 

05FJ01

54,25

 

18CH02

241,53

 

23JA01

80,35

00ZV05

6,7

 

05FJ11

27,23

 

18CH03

85,48

 

23VD00

110,18

00ZX02

10,62

 

05FJ12

90,67

 

18CH09

311,85

 

23VL00

17,53

00ZX03

30,1

 

05GV00

107,91

 

18CV00

41,63

 

23VL01

23,95

01AA60

45,41

 

05NE00

74,42

 

18DD00

36,47

 

23VL02

77,12

01AA62

57,34

 

05NV00

68,59

 

18DD02

201

 

23VL03

0,9

01BE00

24,99

 

05OH00

66,85

 

18DD06

131,2

 

23WU00

69,91

01EK00

180,33

 

05OP00

115,23

 

18DO00

16,15

 

23YU00

156,19

01EO01

146,75

 

05VN00

95,99

 

18DQ00

93,24

 

23YU01

212,59

01EO06

146,22

 

06DT00

42,28

 

18GC00

168,66

 

23YU02

453,97

01EO08

23,27

 

06HF02

172,75

 

18PR00

131,58

 

23YU08

71,84

01FP00

155,77

 

06WY00

70,36

 

18TR00

236,35

 

24PY00

32,86

01FP01

80,66

 

06XL00

109,34

 

18TR01

48,74

 

24PY02

218,55

01FP05

25,73

 

07BM00

104,35

 

18TR02

85,24

 

24PY05

267,18

01FP06

26,15

 

07FO00

132,67

 

18TR03

113,24

 

24PY08

111,22

01FU00

98,9

 

07HF00

219,16

 

18TR10

39,48

 

24RW00

79,05

01FU04

15,43

 

07KP00

34,45

 

18TR11

98,93

 

24RW03

311,75

01GH01

47,42

 

07MZ00

163,18

 

18TR12

30,97

 

24RW04

15,41

01GH04

68,07

 

07PK05

133,54

 

18UZ00

97,99

 

24TF02

16,16

01GN00

64,66

 

07PK07

53,56

 

18VA00

116,74

 

24TG04

98,7

01GV00

60,61

 

07YU00

129,24

 

18VA01

4,89

 

24TJ00

454,88

01GX02

19,85

 

07ZI00

39,3

 

18VX00

260,88

 

24TP02

161,16

01GX03

103,27

 

08PS00

63,88

 

18WS04

35,92

 

24TP03

91,77

01HQ00

93,34

 

08SG00

6,81

 

18XU01

18,93

 

24TP05

52,52

01IW03

15,23

 

08SG01

156,67

 

18XX00

85,96

 

24TR02

193,31

01KD00

73,72

 

08UV00

69,59

 

19DH00

78,67

 

24TR03

75,88

01KF00

263,27

 

09PY00

98,43

 

19EN00

64,25

 

24TR05

289,31

01KL06

30,54

 

09VG00

87,52

 

19EO00

3,76

 

24TR10

184,25

01KL07

6,25

 

09VS00

146,57

 

19EW01

50,6

 

24TR12

96,85

01KL08

82,88

 

10AN00

31,87

 

19EW05

35,28

 

25CL01

52,98

01KL09

19,77

 

10AN03

58,72

 

19FF04

4,92

 

25CL04

0,86

01KL10

8,39

 

10JY00

181,32

 

19GY00

162,26

 

25CM00

24,96

01KL14

29,31

 

10LU00

155,01

 

19GY05

52,05

 

25CM10

37,35

01LZ01

15,05

 

11AI00

143,79

 

19HG02

3,08

 

25CR07

4,98

01MU00

169,9

 

11ZH00

21,32

 

19HG06

45,56

 

25CV02

0,97

01NJ01

9,73

 

12IR00

114,62

 

19HG10

159,22

 

25CV05

22,41

01NJ02

12,44

 

12IR11

45,07

 

19HR00

330,48

 

25DA04

56,08

01NJ10

47,49

 

12NW00

120,98

 

19HY00

4,84

 

25DA08

165,34

01NJ11

7,84

 

12PR00

183,96

 

19IP00

27,3

 

25DA09

36,26

01NJ12

12,76

 

12RB00

89,42

 

19IW02

7,45

 

25EF01

15,6

01NJ15

9,54

 

12VI01

49,39

 

19IW04

165,28

 

25EF02

5,16

01NJ16

45,04

 

12VI02

25,74

 

19IW05

31,54

 

25EF03

93,56

01OE03

41,94

 

12VI08

20,51

 

19KM00

380,87

 

25EF04

50,98

01OE05

35,51

 

12VI13

24,34

 

19KZ00

31,39

 

25EF05

37,97

01OE06

69,05

 

13EB00

126,71

 

19NG00

130,39

 

25EF06

40,71

01OE07

75,9

 

13FB00

162,3

 

19PV00

104,98

 

25EF08

25,86

01OE12

141,28

 

13JF00

61,08

 

19QA04

108,62

 

25EF09

23,18

01OE13

16,98

 

13JO00

61,37

 

19QC00

7,25

 

25FU00

98,16

01OE16

24,7

 

13OR01

87,46

 

19RX00

58,96

 

25FX01

16,25

01OE18

190,25

 

13OR03

24,15

 

19RX01

29,5

 

25FY00

208,91

01OE21

52,06

 

13PE01

70,59

 

19RX02

27,11

 

25GA01

78,58

01OE22

165,53

 

13VV00

79,33

 

19RX05

86,17

 

25GA06

18,05

01OE23

220,28

 

13WH00

110,94

 

19SQ00

44,68

 

25GB02

10,32

01OE25

25,35

 

13ZU00

27,32

 

19TI03

129,31

 

25GC01

198,89

01OE27

30,54

 

13ZU02

117,63

 

19TI06

53,09

 

25GC03

2,69

01OE28

73,16

 

13ZU03

54,23

 

19TQ00

39,83

 

25GC09

80,06

01OE30

12,82

 

14AP00

22,81

 

19UO00

64,54

 

25GD00

121,77

01OE32

20,8

 

14DC02

6,66

 

19UP00

128,33

 

25GD01

33,61

01OE33

27,65

 

14FW02

39,76

 

19UR00

60

 

25GE02

284,69

01OE37

68,14

 

14LF00

61,83

 

19XH01

49,17

 

25GF01

37,28

01RL02

7,81

 

14NS00

14,42

 

19XH04

197,86

 

25GL04

409,56

01TC00

623,77

 

14OY00

193,61

 

19XH05

106,71

 

25GM00

84,62

01VJ00

129,67

 

14PS00

57,87

 

19XH08

137,23

 

25GM02

63,79

01VJ03

112,71

 

14PS03

39,75

 

19XV00

101,76

 

25GM04

57,96

01VJ05

169,45

 

14RC03

56,16

 

19XV01

7,43

 

25GV01

50,68

01VJ06

156,44

 

14RC06

197,98

 

19XV02

37,97

 

25GV05

50,87

01VJ12

57,36

 

14RC14

43,88

 

19YT00

110,19

 

25GV07

48,1

01VN03

126,29

 

14RF00

186,75

 

19ZP00

238,9

 

25GV08

73,01

01VN04

154,47

 

14RF03

184,85

 

19ZP03

71,83

 

25GV09

36,74

01WM00

18,44

 

14RF04

331,3

 

19ZP04

106,23

 

25GV10

45,09

01XF01

32,44

 

14RF05

152,94

 

19ZP05

64,67

 

25LV00

527,91

01XN02

50,76

 

14RF08

80,61

 

19ZP06

102,92

 

25LV19

88,34

01XN07

28,37

 

14RL00

181,71

 

19ZP07

58,85

 

25LX33

215,81

01XN08

35,16

 

14RL03

25,25

 

19ZQ02

2,8

 

25LX41

50,37

01XN09

41,13

 

14RL06

143,34

 

19ZX00

7,69

 

25LX48

202,42

01XN10

102,91

 

14RP02

59,11

 

19ZX01

41,96

 

25MB36

123,2

02CI01

163,28

 

14RP03

88,69

 

20AB00

46,96

 

25MG02

81,03

02CI02

109,97

 

14RR01

68,08

 

20AB04

98,09

 

25MG03

7,08

02DC00

104,19

 

14SF00

224,46

 

20AB05

134,7

 

26CC05

38,1

02DF00

27,45

 

14SM02

0,79

 

20AB08

71,95

 

26CC06

25,42

02DO01

112,33

 

14SM04

6,81

 

20AE00

63,53

 

26CC08

124,34

02DO02

20,51

 

14SM05

103,94

 

20AE01

35,42

 

26CC13

27,18

02DO03

91,86

 

14SM14

45,06

 

20AM00

297,93

 

26HD00

41,38

02DZ02

160,63

 

14TA00

94,59

 

20AM04

34,99

 

26HD01

81,95

02DZ04

53,75

 

14UM01

23,53

 

20AT01

27,18

 

26HF00

60,34

02DZ10

8,17

 

14UM02

129,06

 

20AT03

120,76

 

26HL00

162,93

02EA02

3,15

 

14VY00

103,51

 

20AT04

30,97

 

26HN00

77,37

02EA05

12,78

 

14WJ00

10,74

 

20AT05

198,21

 

26HP00

150,95

02EB04

18,55

 

14YD03

98,94

 

20BC00

65,43

 

26HR00

126,69

02EB07

9,44

 

14YD06

58,81

 

20BC01

404,07

 

26HU00

80,36

02EK00

3,61

 

15BH00

111,06

 

20BH00

261,62

 

26HV00

96,36

02EK01

110,07

 

15DN00

54,68

 

20BH02

144,37

 

26HX00

182,82

02EX00

134,71

 

15EO00

88,64

 

20BK00

71,95

 

26HY00

55,28

02EX04

12,92

 

15EO01

122,96

 

20BK01

385,66

 

26HY02

42,19

02EX05

34,73

 

15HX00

21,33

 

20BK03

24,39

 

26JE00

35,96

02EX07

107,6

 

15HX02

171

 

20CJ00

105,33

 

26JE02

36,55

02FO00

44,46

 

15HX03

2,66

 

20CJ04

263,28

 

26JR00

178,5

02FY01

152,18

 

15HX07

42,11

 

20CJ10

96,96

 

26JR01

34,19

02FY02

69,95

 

15IS00

146,99

 

20CJ11

117,32

 

26JT00

141,92

02GJ01

22,89

 

15KR00

109,33

 

20CM00

19,67

 

26JV00

31,18

02GP05

46,26

 

15KR05

32,08

 

20CM01

46,7

 

26JY00

98,71

02GP06

26,08

 

15KR09

48,05

 

20CM03

19,68

 

26JZ00

120,97

02HI00

104,12

 

15KR10

436,53

 

20CM07

24,07

 

26KA00

98

02HI06

36,99

 

15KR11

22,63

 

20CM09

50,56

 

26KH00

167,28

02HI08

125,91

 

15KR12

67,3

 

20CM10

2,02

 

26KP00

79,09

02IB00

141,8

 

15KR14

10,73

 

20CN02

89,56

 

26KR00

34,22

02IB05

57,92

 

15NE00

117,55

 

20CN05

10,49

 

26KV00

100,58

02IB07

72,62

 

15NY00

213,07

 

20CN06

48,87

 

26KY00

31,8

02IC00

66,97

 

15OM01

78,5

 

20CP00

113,67

 

26KZ00

200,92

02IC01

5,98

 

15QW00

26,62

 

20CP07

55,55

 

26LL00

45,73

02JG04

58,13

 

15XV01

55,9

 

20CQ00

788,73

 

26LL01

18,68

02JG05

12,06

 

16AW00

314,04

 

20CQ01

109,49

 

26LR00

79,03

02JG06

0,41

 

16AW01

63,06

 

20CQ04

397,74

 

26LT00

114,49

02KB00

34,72

 

16AW06

66,97

 

20CR01

35,05

 

26LU00

43,8

02KB06

86,6

 

16CX04

38,19

 

20CR06

90,83

 

26MD00

77,05

02KM00

383,6

 

16CX09

14,56

 

20CR07

40,34

 

26MJ00

72,51

02KR00

13,01

 

16EI00

285,17

 

20CS04

87,03

 

26MP00

57,42

02LB00

443,5

 

16FP05

72

 

20DB03

178,61

 

26MV00

16,99

02LB01

392,08

 

16GZ01

9,75

 

20DF01

190,23

 

26MZ00

69,57

02LB08

424,43

 

16GZ03

24,82

 

20DF09

138,87

 

26NH00

51,18

02LG00

105,47

 

16IH00

61,17

 

20DH06

98,14

 

27MD00

9,89

02LG08

103,6

 

16IH03

117,32

 

20DH11

72,71

 

27MD01

91,49

02ME00

121,98

 

16MQ00

121,97

 

20DL03

95,5

 

27MD02

250,52

02MF00

281,76

 

16OX02

52,81

 

20DL04

19,12

 

27PM00

64,27

02NZ01

191,32

 

16OX04

46,42

 

20DL12

7,77

 

27VD00

52,17

02NZ10

80,23

 

16OX09

70,15

 

20DL13

88,33

 

27VF00

168,45

02NZ12

1,07

 

16OX10

159,05

 

20DL16

67,48

 

27VG01

66,1

02NZ13

6,36

 

16PE01

60,84

 

20DL21

60,71

 

27VG04

99,54

02PA00

75,6

 

16PI00

72,84

 

20EI01

189,75

 

27VH00

130,79

02QX01

22,04

 

16PI02

48,89

 

20EI02

19,07

 

27ZH00

255,84

02QX03

117,46

 

16PI03

32,04

 

20EI04

103,6

 

27ZJ00

112,18

02RA01

146,03

 

16PJ00

44,96

 

20EK00

33,92

 

28BN00

111,38

02ST00

41,13

 

16PJ01

29,78

 

20EK04

11,42

 

28BU00

113,46

02ST04

6,33

 

16PK00

85,09

 

20EK07

24,21

 

28CA00

115,28

02TC03

247,92

 

16PK05

141,25

 

20EK08

101,36

 

28DF00

115,4

02TC04

64,75

 

16PK07

148,34

 

20EM01

108,54

 

28DH00

290,87

02TD03

26,38

 

16PK08

96,92

 

20EM04

117,83

 

29VW00

157,25

02UV10

12,7

 

16PK10

262,25

 

20EO00

30,36

 

29VX00

173,59

02UX00

14,03

 

16PK11

1,52

 

20ER08

17,09

 

29VY00

38,84

02UX01

0,87

 

16PS07

101,15

 

20ER09

4,26

 

29VZ00

195,59

02VA01

120,36

 

16PS08

448,67

 

20EY07

178,07

 

29YT00

428,86

02VB07

67,16

 

16PS16

79,88

 

20FF00

45,04

 

30AU00

38,26

02VB16

23,92

 

16PS17

1,4

 

20FR02

30,64

 

30BE00

65,97

02VC02

193,38

 

16QA01

70,09

 

20FR04

201,33

 

30FF00

88,62

02VC03

29,94

 

16QH00

0,59

 

20FR07

13,16

 

30JM00

74,01

02VD02

17,37

 

16RT01

17,8

 

20FR12

17,02

 

30MM00

53,16

02VD04

5,31

 

16SK01

6,19

 

20GD00

281,11

 

30PP00

143,83

02VD05

6,24

 

16SK05

130,09

 

20GD01

249,18

 

30PP01

5,47

02VG04

197,8

 

16SK07

21,46

 

20IB03

112,37

 

30PP02

43,45

02VG05

423,2

 

16SW00

79,15

 

20IS04

31,83

 

30UB01

41,98

02VG08

399,28

 

16VK01

50,48

 

20JX00

257,86

 

30UD00

97,28

02VG10

68,94

 

16VK02

14,44

 

20JX04

101,19

 

30WH00

733,96

02VG11

87,66

 

16VM00

228,42

 

20JX11

174,21

 

31CG01

22,63

02VG14

14,93

 

16VM07

41,52

 

20KD00

178

 

31CG03

3,15

02VG17

1,12

 

16VP00

111,57

 

20KQ04

140,45

 

31CH01

221,85

02VG22

192

 

16XD00

196,74

 

20KQ06

79,61

 

31EW01

70,02

02VG25

90,21

 

16YC00

153,14

 

20LA02

68,24

 

31EW02

4,72

02VJ01

74,37

 

16YV01

171,06

 

20LA03

1,11

 

31EX01

158,02

02VJ03

47,13

 

16YV02

25,6

 

20LA05

62,46

 

31FG00

8,42

02VJ07

69,09

 

16YV04

19,39

 

20LA06

25,22

 

31FH00

3,08

02VJ08

6,23

 

16YV10

51,03

 

20LO04

73,85

 

31GM00

188,25

02VN01

109,43

 

16ZK02

35,99

 

20LO08

87,63

 

31HN01

288,87

02VQ00

124,31

 

17AA00

57,75

 

20MA00

237,35

 

31HN02

174,87

02VQ01

249,88

 

17AA03

72,75

 

20MA01

232,05

 

31JC01

64,96

02VR02

101,24

 

17AN01

69,73

 

20MJ00

739,06

 

31JC02

0,92

02VT01

65,04

 

17AO00

194,08

 

20MJ04

271,47

 

31JC03

32,67

02VT02

93,89

 

17AY04

103

 

20MJ05

337,75

 

31JC04

115,82

02VT04

2,56

 

17BI02

2,01

 

20MJ12

292,68

 

31JC06

3,34

02VT06

22,43

 

17BI06

149,56

 

20MJ13

4,15

 

31JW00

11,57

02XJ02

118,59

 

17BZ00

3,79

 

20MM00

435,88

 

31JW01

184,82

02XQ00

0,95

 

17BZ03

9,52

 

20MM01

224,28

 

31MD00

25,13

02ZR03

5,34

 

17BZ04

0,66

 

20MM06

377,72

 

31MD02

321,68

03AQ00

459,12

 

17CR00

132,6

 

20RC00

5,03

 

31MD03

66,02

03FO01

131,05

 

17DD00

10,24

 

20RF00

45,91

     

03FO04

17,4

 

17DN00

291,91

 

20SY00

1,18

     

TOELICHTING

I. Algemeen

Inleiding

Op 17 februari 2021 is de Tweede Kamer geïnformeerd over het Nationaal Programma Onderwijs.1 De middelen uit het Nationaal Programma Onderwijs zijn bestemd voor het gehele onderwijsveld van basisscholen tot en met universiteiten en zijn gericht op herstel en ontwikkeling van het onderwijs. Het doel van het programma is om de vertragingen, die als gevolg van de COVID-19 crisis en het sluiten van scholen en instellingen zijn ontstaan, in te lopen. Deze regeling is specifiek gericht op het primair en voortgezet onderwijs (hierna: po en vo). De regeling zorgt er voor dat de scholen en samenwerkingsverbanden in het schooljaar 2021-2022 bijzondere of aanvullende bekostiging krijgen.

Doel van de regeling

Met deze regeling worden drie onderdelen uit het Nationaal Programma Onderwijs doorgevoerd:

  • 1. Bekostiging voor scholen in het po en vo ten behoeve van de uitvoering van het Nationaal Programma Onderwijs;

  • 2. Bekostiging voor nieuwkomers vo ten behoeve van de uitvoering van het Nationaal Programma Onderwijs;

  • 3. Bekostiging voor samenwerkingsverbanden vo in verband met de hogere kosten door de aanwezigheid van extra leerlingen in het praktijkonderwijs als gevolg van COVID-19.

Voor de uitvoering van het Nationaal Programma Onderwijs verstrekt de Minister bijzondere of aanvullende bekostiging aan het bevoegd gezag van een school (artikelen 4 tot en met 9 en 14). Het doel van het Nationaal Programma Onderwijs is drieledig: herstel van corona-gerelateerde vertragingen van leerlingen op de diverse terreinen, herstel van kansengelijkheid en het duurzaam borgen van de met het Nationaal Programma Onderwijs op korte termijn te behalen resultaten.

Met deze regeling wordt scholen extra financiële armslag geboden om hier op hun eigen manier en met gebruikmaking van aangetoond effectieve interventies werk van te maken. Daartoe wordt van scholen gevraagd een schoolprogramma op te stellen. Dat schoolprogramma is hun plan van aanpak voor de inzet van interventies en de financiering daarvan, inclusief duurzame borging van de resultaten van die inzet in de periode daarna. Het schoolprogramma bevat bovendien afspraken over de monitoring van de uitvoering en de resultaten op schoolniveau. De bijzondere of aanvullende bekostiging op grond van deze regeling is beschikbaar voor interventies gericht op het doel van het Nationaal Programma Onderwijs die worden gepleegd in aanvulling op het reguliere (onderwijs-)programma en die een extra investering vergen in termen van tijd en geld.

Aan een schoolprogramma ligt een schoolscan ten grondslag: een door de school uitgevoerde probleem- en behoefteanalyse op leerling- en schoolniveau die zich richt op de cognitieve, sociaal-emotionele en executieve voortgang van de leerling. Op basis van deze analyse dient een beredeneerde en onderbouwde keuze gemaakt te worden voor passende interventies uit een landelijke ‘menukaart’ met verschillende soorten geaccepteerde interventies. Deze menukaart met effectieve interventies is grotendeels ontleend aan de ‘teaching en learning toolkit’ van de Education Edowment Foundation (EEF), waarin de effectiviteit, kosten en bruikbaarheid van interventies op basis van gedegen wetenschappelijk onderzoek zijn onderbouwd en in kaart zijn gebracht. Hieraan zijn enkele interventies toegevoegd waarvan in de Nederlandse onderwijspraktijk is aangetoond dat ze effectief zijn. De menukaart is vóór vaststelling voor praktische uitvoerbaarheid en compleetheid voorgelegd aan partijen in het onderwijs, en vervolgens na validatie door onderwijskundig wetenschappers vastgesteld door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De bijzondere of aanvullende bekostiging wordt aangewend voor typen interventies die voorkomen op de menukaart. In de looptijd van het Nationaal Programma Onderwijs kunnen interventies die nog niet op de menukaart voorkomen bij daadwerkelijk gebleken effectiviteit en na validatie door onderwijskundig wetenschappers, worden toegevoegd aan de menukaart.

De medezeggenschapsraad moet binnen de kaders van de Wet medezeggenschap op scholen instemmen met het schoolprogramma. Het schoolprogramma kan ook als tijdelijke aanvulling worden toegevoegd aan het schoolplan van de school. Hiermee wordt de medezeggenschapsraad van de school ook formeel in positie gebracht. Dit waarborgt draagvlak voor de gekozen interventies in het schoolprogramma. Het waarborgt ook dat aanvullende middelen die scholen op grond van deze regeling ontvangen alleen worden ingezet voor interventies waarmee de medezeggenschapsraad instemt.2 De organisatie en uitvoering van interventies mag (deels) worden uitbesteed aan derden, zoals huiswerkbegeleidingsdiensten, lerarenopleidingen, sportverenigingen, bibliotheken of culturele instellingen, en hier mogen dan ook middelen voor worden ingezet. Het is daarbij mogelijk om de samenwerking aan te gaan met andere scholen binnen of buiten het eigen bestuur. Gezien de hoge werkdruk die de eigen docenten veelal ervaren kan dit hen ontlasten. Hier moet de medezeggenschapsraad wel mee instemmen. Ook als derden worden ingezet is het bevoegd gezag verantwoordelijk voor en aanspreekbaar op de organisatie en uitvoering van de interventie. Als eigen leraren worden ingezet, kan de bijzondere of aanvullende bekostiging ook worden gebruikt om hen een passende financiële vergoeding te geven voor het (extra) werk.

Componenten van de regeling

De regeling heeft zowel betrekking op het po als het vo. Voor beide sectoren geldt dat de regeling voorziet in een aantal bijzondere of aanvullende bekostigingsstromen:

  • a) Bijzondere of aanvullende bekostiging voor alle leerlingen in het po en vo.

  • b) Een extra bijdrage voor scholen met veel leerlingen met een risico op een onderwijsachterstand

Hieronder worden deze componenten verder uitgewerkt.

Bijzondere of aanvullende bekostiging voor alle leerlingen in het po en vo

In het schooljaar 2021-2022 ontvangen scholen in het po en het vo per leerling bijzondere of aanvullende bekostiging om het schoolprogramma uit te voeren. In het po wordt onderscheid gemaakt tussen leerlingen in het basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs. Leerlingen in het speciaal basisonderwijs ontvangen een hogere bijdrage dan leerlingen in het basisonderwijs. Leerlingen in het (voortgezet) speciaal onderwijs ontvangen een nog hogere bijdrage. Daarmee wordt rekening gehouden met de gemiddelde klassengrootte van de school en met de kwetsbaarheid van leerlingen.

In het vo wordt onderscheid gemaakt tussen leerlingen in het algemeen vormend onderwijs en leerlingen in het beroepsgericht onderwijs. Onder het algemeen vormend onderwijs wordt verstaan het gehele vwo, het gehele havo, het gehele mavo en de eerste twee leerjaren van het vbo (de basis- en kaderberoepsgerichte leerwegen in het vmbo). Onder het beroepsgericht onderwijs wordt verstaan het derde en vierde leerjaar van het vbo (de basis- en kaderberoepsgerichte leerwegen in het vmbo) en het gehele praktijkonderwijs. Met dit onderscheid wordt rekening gehouden met de gemiddelde klassengrootte. Klassen in het beroepsgericht onderwijs zijn vaak kleiner, waardoor er gemiddeld genomen meer personele inzet (en dus bekostiging) nodig is om invulling te geven aan het schoolprogramma.

Extra bijdrage voor scholen met veel leerlingen met een risico op een onderwijsachterstand

De bijzondere of aanvullende bekostiging voor alle leerlingen in het po en vo is een generieke maatregel, die voor alle scholen geldt. Er zijn echter scholen waar er grotere risico’s zijn op onderwijsachterstanden. Dat is bijvoorbeeld het geval bij scholen met een uitdagende leerlingenpopulatie of scholen waarop veel leerlingen met ouders met een lage sociaaleconomische status zitten. Deze scholen ontvangen een extra bijdrage. Hoe groter het risico op onderwijsachterstanden op de school is, hoe hoger de extra bijdrage is. Hiermee wordt rekening gehouden met verschillen tussen scholen als het gaat om de opgaven waar zij voor staan.

Voor basisscholen en scholen in het voortgezet onderwijs wordt gewerkt met CBS-indicatoren voor onderwijsachterstanden. Deze is in het po al staande praktijk; in het vo is deze systematiek nieuw. Op basis van de CBS-indicatoren krijgt iedere school een achterstandsscore. De extra bijdrage voor scholen met veel leerlingen met risico op een onderwijsachterstand bestaat uit een bedrag per eenheid achterstandsscore. Voor het speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs wordt aangesloten bij de CUMI-regeling. De scholen met meer dan vier leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond op 1 oktober 2020 krijgen aanvullende middelen.

Caribisch Nederland

De po- en vo-scholen in Caribisch Nederland ontvangen vanuit deze regeling ook bijzondere of aanvullende bekostiging.

Samenwerkingsverbanden voortgezet onderwijs

Binnen het vo is er nog een specifieke maatregel waarvoor aanvullende bekostiging wordt toegekend. Het budget van samenwerkingsverbanden vo wordt tijdelijk verhoogd. De reden hiervoor is dat het verblijf van leerlingen in het praktijkonderwijs en voortgezet speciaal onderwijs langer is dan gebruikelijk, bijvoorbeeld doordat er geen stage gevonden kon worden. Het extra budget voor samenwerkingsverbanden vo voor leerlingen in het praktijkonderwijs wordt geregeld in deze regeling middels een bedrag per pro-leerling, het extra budget voor samenwerkingsverbanden vo voor leerlingen in het voortgezet speciaal onderwijs is geregeld in de reguliere personele bekostigingsregeling po middels een extra bedrag per vo-leerling.3

Nieuwkomers voortgezet onderwijs

De eerste opvang nieuwkomers vo wordt aangepast als gevolg van de uitbraak van COVID-19. Door de uitbraak van COVID-19 moe(s)ten scholen in het voortgezet onderwijs sinds 16 maart 2020 onderwijs (grotendeels) op afstand verzorgen. Door de wisselende combinatie van afstandsonderwijs en fysiek onderwijs, is het voor nieuwkomers extra moeilijk geweest om de Nederlandse taal te leren. Omdat nieuwkomers door deze omstandigheden langer de tijd nodig hebben om de Nederlandse taal te leren, zijn zij een aparte groep van aandacht binnen het Nationaal Programma Onderwijs.

Vereenvoudiging bekostiging vo

Vanwege de vereenvoudiging bekostiging vo zal deze regeling gewijzigd worden. Per 1 januari 2022 wordt de vereenvoudiging bekostiging vo van kracht en zullen onder andere een aantal verwijzingen naar de Wet op het voortgezet onderwijs worden aangepast.

II. Artikelsgewijs

Artikel 2

Met deze regeling ontvangen po- en vo-scholen bijzondere of aanvullende bekostiging voor de uitvoering van het Nationaal Programma Onderwijs. Het doel van het Nationaal Programma Onderwijs is beschreven in de algemene toelichting. Daarnaast wordt er extra aanvullende bekostiging verstrekt voor nieuwkomers voor de uitvoering van het Nationaal Programma Onderwijs. Met deze regeling wordt er ook extra bekostiging verstrekt aan een samenwerkingsverband vo in verband met de hogere kosten door de aanwezigheid van extra leerlingen in het praktijkonderwijs als gevolg van COVID-19.

Artikel 3

Deze regeling geldt voor alle scholen in het po en vo, ook op Caribisch Nederland. Echter is voor scholen in het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba de bekostiging anders geregeld en daarom zijn er een aantal artikelen niet van toepassing, namelijk de artikelen 4, 5, 7, 8, 10 en 11.

Artikelen 4 en 7

In het schooljaar 2021-2022 ontvangen scholen in het po en het vo per leerling bijzondere of aanvullende bekostiging om het schoolprogramma uit te voeren.

In het po wordt onderscheid gemaakt tussen leerlingen in het basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs. De bijzondere en aanvullende bekostiging voor het schooljaar 2021-2022 wordt berekend op basis van de leerlingentelling van 1 oktober 2020. De bekostiging wordt uitbetaald in maandelijkse termijnen van gelijke omvang, met de eerste betaling in september 2021. Er is sprake van voorlopige bekostigingsbedragen die gedurende het jaar kunnen worden aangepast als gevolg van de kabinetsbijdrage voor loon- en prijsontwikkeling, als ’s Rijks kas dat toelaat.

In het vo wordt onderscheid gemaakt tussen leerlingen in het algemeen vormend onderwijs en leerlingen in het beroepsgericht onderwijs. Voor het vo geldt dat de aanvullende bekostiging wordt berekend op basis van de definitieve leerlingentelling van 1 oktober 2020. Ook is er dan nog sprake van voorlopige bekostigingsbedragen, omdat gedurende het jaar de bekostigingsbedragen kunnen worden aangepast als gevolg van de kabinetsbijdrage voor loon- en prijsontwikkeling, als ’s Rijks kas dat toelaat.

Scholen in het vo ontvangen via de Regeling strategisch personeelsbeleid, begeleiding en verzuim vo voor alle leerlingen per leerling een bedrag van € 701,16 voor het wegwerken van corona-gerelateerde achterstanden. Daarnaast ontvangen scholen voor leerlingen in het beroepsgericht onderwijs hier bovenop via deze regeling nog een bedrag van € 350,58 per leerling. De bekostiging voor vo-scholen van € 701,16 per leerling wordt in één keer uiterlijk in december 2021 uitgekeerd.4 De extra bijdrage voor leerlingen in het beroepsgerichte onderwijs van € 350,58 wordt op grond van artikel 7 uiterlijk in juni 2022 uitgekeerd.

Artikelen 5 en 8

Hoewel er door corona op alle scholen leerlingen met grote achterstanden zijn, heeft onderzoek laten zien dat die achterstanden bij leerlingen met ouders met een lagere sociaaleconomische status beduidend groter is. Daarom ontvangen scholen die veel leerlingen hebben met een risico op een onderwijsachterstand extra middelen. De extra middelen kunnen zij inzetten om deze leerlingen extra ondersteuning te bieden om de opgelopen leervertragingen in te lopen.

Voor de verdeling van deze middelen wordt gewerkt met de CBS-indicatoren voor onderwijsachterstanden. De CBS-indicator is in het po voor basisscholen al staande praktijk; in het vo is deze systematiek nieuw. Op basis van de CBS-indicatoren po en vo krijgt iedere school een achterstandsscore. De extra bijdrage voor scholen met veel leerlingen met risico op een onderwijsachterstand bestaat uit een bedrag per eenheid achterstandsscore. Hoe groter het risico op onderwijsachterstanden op de school is, hoe hoger de extra bijdrage dus is. Hiermee wordt rekening gehouden met verschillen tussen scholen als het gaat om de opgaven waar zij voor staan.

Voor het speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs wordt aangesloten bij de CUMI-regeling.5 Een speciale school voor basisonderwijs of school voor (voortgezet) speciaal onderwijs met meer dan vier leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond op 1 oktober 2020 krijgt bijzondere bekostiging. Ook cluster 1 en 2 lopen mee in deze bekostiging. De bekostiging wordt uitbetaald in maandelijkse termijnen van gelijke omvang, met de eerste betaling in september 2021.

De aanvullende bekostiging voor vo-scholen met veel leerlingen met een risico op een onderwijsachterstand wordt berekend en beschikt op basis van een nieuwe indicator voor het vo. Deze indicator is ontwikkeld door het CBS in afstemming met het veld en experts. De indicator is een op het vo herijkte versie van de indicator die ook in het po wordt gebruikt voor de verdeling van achterstandsmiddelen.6 De indicator geeft voor elke leerling aan hoe groot het risico is dat die leerling een onderwijsachterstand heeft. Dat gebeurt op basis van de volgende kenmerken: opleidingsniveau vader, opleidingsniveau moeder, herkomstgroepering, verblijfsduur moeder en schuldsanering ouders. De indicator levert voor elke leerling een onderwijsscore op7. Vervolgens worden de leerlingscores geaggregeerd naar het niveau van de schoolvestiging. Dat gebeurt volgens de volgende formule, die analoog is aan de formule die ook in het po wordt gebruikt.

De achterstandsscore van een school voor voortgezet onderwijs is de uitkomst van de formule A−B en wordt als volgt berekend:

A = som van de uitkomsten van de formule C – D voor alle leerlingen van de school voor voortgezet onderwijs die behoren tot de 15% van alle leerlingen van alle scholen voor voortgezet onderwijs met de laagste onderwijsscore, waarbij

C = landelijk gemiddelde onderwijsscore van alle leerlingen van alle

scholen voor voortgezet onderwijs;

D = onderwijsscore van de leerling;

B = E x F x (C – G) waarbij

E = aantal leerlingen van de school voor voortgezet onderwijs;

F = 12%;

C = landelijk gemiddelde onderwijsscore van alle leerlingen van alle

scholen voor voortgezet onderwijs;

G = landelijk gemiddelde onderwijsscore van alle leerlingen van alle scholen voor voortgezet onderwijs die behoren tot de 15% van alle leerlingen van alle scholen voor voortgezet onderwijs met de laagste onderwijsscore.

Omdat onderwijs aan nieuwkomersleerlingen complex is, zeker wanneer dat bij een leerling of op een school cumuleert met overige achterstanden, zijn alle nieuwkomersleerlingen (ook zij die op 1 oktober korter dan een jaar in Nederland zijn) in de berekening van de achterstandsscore per vestiging meegenomen. Deze leerlingen krijgen daarnaast extra aanvullende nieuwkomersbekostiging (artikel 10).

Voor elke school voor voortgezet onderwijs is op basis van bovenstaande aggregatiesystematiek een achterstandsscore berekend. De lijst met achterstandsscores is te vinden in de bijlage bij deze regeling. Alle vestigingen met een score boven 0 (een positieve achterstandsscore) ontvangen extra middelen. Het bedrag dat scholen ontvangen is bepaald door de (positieve) achterstandsscore te vermenigvuldigen met het bedrag in artikel 8. De bekostiging voor schooljaar 2021-2022 wordt in één keer uiterlijk in juni 2022 uitbetaald.

De lijst met scholen die in het kader van het Nationaal Programma Onderwijs extra middelen ontvangen voor de leerlingen met een groot risico op onderwijsachterstanden, is niet gelijk aan die van scholen die in aanmerking komen voor de middelen vanuit het Leerplusarrangement (LPA). Hiervoor is gekozen omdat er momenteel gewerkt wordt aan een vernieuwing van het LPA. Zeer recent is in dat kader een nieuwe indicator voor het LPA in het vo vastgesteld. Deze nieuwe indicator brengt veel beter in kaart waar de leerlingen met een groot risico op onderwijsachterstanden op school zitten dan de apcg-indicator zoals die nu nog in het LPA wordt gebruikt.8 Het traject van vernieuwing van het LPA bevindt zich nu in de fase van het vaststellen van een nieuwe verdeelsystematiek. Voor het Nationaal Programma Onderwijs wordt daarom voor het vo gebruik gemaakt van een systematiek die analoog is aan de po-systematiek voor de verdeling van het budget. Om voor het LPA te komen tot een zo goed mogelijk passende en stabiele systematiek die voor langere tijd goed bruikbaar voor de verdeling van de structurele middelen, zal parallel aan het Nationaal Programma Onderwijs worden gewerkt aan een optimale aggregatiesystematiek voor de onderwijsachterstandsgelden in het vo.

Artikel 6 en 9

Aan de basisscholen en scholen voor voortgezet onderwijs in Caribisch Nederland (Bonaire, Sint Eustatius en Saba) wordt in het kader van het Nationaal Programma Onderwijs bijzondere en aanvullende bekostiging verstrekt. Naast het feit dat de bedragen in dollars worden verstrekt, is het bedrag per leerling anders opgebouwd omdat een aantal onderwerpen zoals passend onderwijs, achterstandenbeleid en nieuwkomers in Caribisch Nederlands door de kleinschaligheid van het onderwijs anders is ingevuld. In Caribisch Nederland is sprake van inclusief onderwijs. Hierdoor is het bedrag dat als aanvullende bekostiging wordt verstrekt hoger dan in Europees Nederland. Voor Sint Eustatius en Saba is dit bedrag daarnaast nog eens verhoogd met 16% ten opzichte van Bonaire in verband met een hoger prijspeil.

Op Bonaire is een school voor zowel voortgezet onderwijs als beroepsonderwijs. Het bedrag per ingeschreven leerling en ingeschreven student is gelijk. Op Sint Eustatius en Saba verzorgen de scholen onderwijs conform de CXC-systematiek. Deze systematiek kent geen onderscheid tussen vo en mbo. Alle leerlingen op de scholen worden als vo-leerlingen beschouwd. De bekostiging wordt in één keer in oktober 2021 uitbetaald.

Artikel 10

Scholen krijgen via het Nationaal Programma Onderwijs extra aanvullende bekostiging om nieuwkomers, die op 1 april 2020, 1 juli 2020, 1 oktober 2020, 1 januari 2021 of 1 april 2021 korter dan twee jaar in Nederland waren, extra te ondersteunen zowel op de Internationale Schakelklas (ISK) als in het reguliere onderwijs. Door deze extra ondersteuning krijgen nieuwkomers de tijd om alsnog de Nederlandse taal machtig te worden.

Deze aanvullende bekostiging kan worden ingezet voor:

  • Nieuwkomers, die op de ISK op 1 april 2020, 1 juli 2020, 1 oktober 2020, 1 januari 2021 of 1 april 2021 zijn geteld en nog op een ISK onderwijs ontvangen,

  • Leerlingen, die op 1 april 2020, 1 juli 2020, 1 oktober 2020, 1 januari 2021 of 1 april 2021 onderwijs op de ISK ontvingen en inmiddels zijn doorgestroomd naar het reguliere (vervolg)onderwijs.

Met deze aanvullende middelen kunnen ISK’s hun NT2-expertise en ervaring met het begeleiden van nieuwkomers inzetten op de ISK en delen met het reguliere (vervolg)onderwijs.

Wanneer de school, waar de nieuwkomer op 1 april 2020, 1 juli 2020, 1 oktober 2020, 1 januari 2021 of 1 april 2021 is geteld, van mening is dat de school, waar de doorgestroomde nieuwkomer nu onderwijs ontvangt, de expertise heeft om zelf aanvullende ondersteuning te bieden aan de nieuwkomer, dan kunnen de middelen voor deze nieuwkomer overgemaakt worden aan de instelling die het onderwijs verzorgt.

De aanvullende bekostiging wordt in één keer uiterlijk in juni 2022 uitgekeerd. De bekostiging voor de schooljaren 2021-2022 en 2022-2023 wordt bepaald door het totaal aantal getelde nieuwkomers op de peildata 1 april 2020, 1 juli 2020, 1 oktober 2020, 1 januari 2021 en 1 april 2021 te vermenigvuldigden met een bedrag per keer dat een nieuwkomer is geteld. Hierbij gelden de definitie en de peildata, zoals deze gehanteerd worden in de Regeling aanvullende bekostiging eerste opvang nieuwkomers vo. Het bedrag staat los van het kwartaalbedrag, zoals dit is opgenomen in de Regeling aanvullende bekostiging eerste opvang nieuwkomers vo. Voor een nieuwkomer die op bijvoorbeeld drie van de bovengenoemde kwartalen is geteld, krijgt de school drie keer het bedrag in 2022. Voor de nieuwkomers die het zwaarst getroffen zijn door het afstandsonderwijs, komen op deze manier de meeste financiële middelen beschikbaar voor de scholen.

Voor deze middelen dienen scholen een verantwoording op te nemen in de jaarverslaggeving in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs. Hierbij is het van belang dat zij opnemen:

  • 1. Wat zij hebben gedaan om nieuwkomers op de ISK extra te ondersteunen.

  • 2. Wat zij hebben gedaan om de nieuwkomers, die zijn doorgestroomd naar het reguliere onderwijs, extra te ondersteunen.

Artikel 11

In het kader van het Nationaal Programma Onderwijs wordt het budget van samenwerkingsverbanden vo voor lichte en zware ondersteuning tijdelijk verhoogd. De reden hiervoor is dat het verblijf van leerlingen in het praktijkonderwijs (pro) en voortgezet speciaal onderwijs (vso) langer is dan gebruikelijk, bijvoorbeeld doordat er geen stage gevonden kon worden. Voor pro- en vso-leerlingen op een school aangesloten bij een samenwerkingsverband geldt een vast bedrag voor ondersteuning, dat direct vanuit het budget van samenwerkingsverbanden wordt bekostigd. Voor pro wordt dat uit het budget voor lichte ondersteuning bekostigd, bedoeld in artikelen 85b1 en 89a1 van de WVO, voor vso wordt dat uit het budget voor zware ondersteuning bekostigd, bedoeld in artikelen 85b en 89a van de WVO. Doordat leerlingen langer op het pro of vso verblijven, nemen de kosten voor ondersteuning vanuit het budget van samenwerkingsverbanden toe, terwijl het budget van samenwerkingsverbanden niet toeneemt. Hierdoor blijft er minder budget over voor bijvoorbeeld ondersteuning aan leerlingen op andere scholen in het vo. Met de tijdelijke ophoging van het budget van samenwerkingsverbanden wordt dit tegengegaan.

Het extra budget voor samenwerkingsverbanden vo voor leerlingen in het praktijkonderwijs wordt geregeld in deze regeling, het extra budget voor samenwerkingsverbanden vo voor leerlingen in het voortgezet speciaal onderwijs is geregeld in de reguliere personele bekostigingsregeling po.9

Artikel 12

Het is cruciaal dat het schoolteam het voortouw heeft voor de inzet van de middelen, uiteraard in samenspraak met het bestuur en de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad. Ook betrekken scholen de ouders en leerlingen bij de invulling van het Nationaal Programma Onderwijs. De medezeggenschapsraad heeft, conform de Wet medezeggenschap op scholen, instemmingsrecht op het schoolprogramma. Op de beschikking van DUO is zichtbaar welke middelen op schoolniveau beschikbaar zijn. Het bestuur kan, in samenspraak met de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad (GMR), een deel van de middelen bovenschools op bestuursniveau inzetten, maar alleen als de medezeggenschapsraad op schoolniveau vooraf aangeeft welke deel van de schoolmiddelen daarvoor in aanmerking komt en ermee instemt dat deze middelen bovenschools worden ingezet. Over de wijze van bovenschools inzetten van de middelen heeft de GMR instemmingsrecht. Indien er minder middelen nodig zijn voor het oplossen van de vertragingen dan een school heeft gekregen, kan er voor worden gekozen om de extra middelen voor een andere school in te zetten, waar de extra middelen wel nodig zijn. Per school stemt de medezeggenschapsraad dan in met de inzet van de middelen. Het is dus nodig dat een reallocatie van middelen met wederzijds goedvinden plaatsvindt en dat de medezeggenschapsraad en het bestuur hier samen afspraken over maken. Het bestuur blijft verantwoordelijk voor een rechtmatige en doelmatige besteding van de middelen uit het Nationaal Programma Onderwijs. De middelen kunnen ook worden teruggestort aan OCW.

De bekostiging op grond van deze regeling wordt verantwoord in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs of de Regeling jaarverslaggeving onderwijs BES.

Op grond van artikel 4 lid 6 van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs wordt het Nationaal Programma Onderwijs aangewezen als maatschappelijk thema voor het bestuursverslag. Schoolbesturen moeten zich hierover in het bestuursverslag verantwoorden.

Schoolbesturen dienen daarnaast aanvullende informatie te verstrekken over de verrichte activiteiten via XBRL. Het bevoegd gezag verantwoordt zich via XBRL op schoolniveau over de instemming van de medezeggenschapsraad op de besteding van middelen en gekozen interventies uit de menukaart. Ook wordt gevraagd of er een schoolscan heeft plaatsgevonden. Voor deze vragen wordt een format in XBRL beschikbaar gesteld. Voor schoolbesturen in Caribisch Nederland geldt dat het bevoegd gezag in een apart overzicht aanvullende informatie verstrekt over de activiteiten die met de bekostiging zijn verricht. Dit overzicht moet worden ingezonden naar de dienstpostbus caribisch.nederland@duo.nl.

Artikel 13

Scholen monitoren op schoolniveau. Zij brengen allereerst de door corona opgelopen vertragingen in kaart (schoolscan) en bepalen aan de hand daarvan met instemming van de medezeggenschapsraad welke interventies zij zullen inzetten om de vertraging in te halen. Dit leggen zij vast in een schoolprogramma. Scholen houden daarnaast gedurende de looptijd van dit programma zicht op de ontwikkeling van leerlingen. Ten behoeve van de landelijke monitoring van het Nationaal Programma Onderwijs zal aan scholen in het funderend onderwijs aan het begin van het programma (september 2021) gevraagd worden om op hoofdlijnen te rapporteren aan het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het proces, de uitkomsten van de schoolscan en de gekozen interventies. Deze informatie geeft Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een beeld van de implementatie van het programma en de keuzes die scholen maken. Tussentijds zal nogmaals een korte vragenlijst worden voorgelegd.

Artikel 14

Scholen ontvangen het bedrag van € 701,16, voor de uitvoering van het Nationaal Programma Onderwijs, voor alle vo-leerlingen uiterlijk in december 2021 middels de Regeling strategisch personeelsbeleid, begeleiding en verzuim vo. Om dit mogelijk te maken, zijn enkele wijzigingen nodig in die regeling. Allereerst is verduidelijkt dat het bedrag in artikel 4, onderdeel a, ook bedoeld is voor de uitvoering van het Nationaal Programma Onderwijs. Ten tweede is het bedrag van € 701,16 toegevoegd aan het reeds bestaande bedrag in artikel 4, onderdeel a.

Het bedrag van € 795,06 in artikel 4, onderdeel a, van de Regeling strategisch personeelsbeleid, begeleiding en verzuim vo bestaat dus uit € 701,16 voor het Nationaal Programma Onderwijs, en € 93,90 voor het verbeteren van strategisch personeelsbeleid en de begeleiding van startende leraren en schoolleiders. Naast de € 701,16 per leerling voor de uitvoering van het Nationaal Programma Onderwijs ontvangen voor leerlingen in het beroepsgericht onderwijs nog een bedrag van € 350,58 per leerling (zie artikel 7).

Voor de middelen van het Nationaal Programma Onderwijs die zijn toegevoegd aan de Regeling strategisch personeelsbeleid, begeleiding en verzuim vo dient het bevoegd gezag, in aanvulling op de verantwoording bedoeld in artikel 12, op grond van artikel 6 van de regeling aanvullende informatie te verstrekken via XBRL over de verrichte activiteiten voor de doelen van het Nationaal Programma Onderwijs. Deze verantwoording valt onder het maatschappelijke thema Nationaal Programma Onderwijs. De verantwoording over de oorspronkelijke doelen van de regeling Strategisch personeelsbeleid, begeleiding en verzuim vo is ongewijzigd.

Artikel 15

Vanwege de urgentie van de uitvoering van het Nationaal Programma Onderwijs wordt afgeweken van de vaste verandermomenten en de minimale invoeringstermijn van twee maanden tussen publicatie en inwerkingtreding van de regeling. Door de regeling direct na publicatie in werking te laten treden en terug te laten werken tot en met 1 augustus 2021, kan de aanvullende bekostiging deels nog in 2021 worden uitbetaald.

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob


X Noot
1

Kamerstukken II 2020/21, 35 570-VIII, nr. 185.

X Noot
2

Meer informatie over de rol van de medezeggenschapsraad is te vinden op www.sterkmedezeggenschap.nl

X Noot
4

De aanvullende bekostiging is opgenomen in de Regeling strategisch personeelsbeleid, begeleiding en verzuim vo, zie artikel 14.

X Noot
5

Bekostiging voor leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond op grond van artikel 41 van het Besluit bekostiging WEC

X Noot
6

Voor een gedetailleerde beschrijving van de indicator, zie CBS (2021) ‘Naar een alternatieve indicator voor onderwijsachterstanden in het voortgezet onderwijs’, Herziening onderwijsachterstandenindicator vo (cbs.nl)

X Noot
7

Voor een gedetailleerde beschrijving van de aggregatiesystematiek, zie CBS (2021) Herziening onderwijsachterstandenindicator vo (cbs.nl).

X Noot
8

Kamerstukken II, vergaderjaar 2019/20, 27 020, nr. 107.