De Minister van Buitenlandse Zaken;
Gelet op de artikelen 6a, eerste en tweede lid, 6b, 13, eerste en tweede lid, 17,
20, eerste en tweede lid, 25, tweede lid, en 26, van het Besluit strategische goederen;
Besluit:
ARTIKEL I
De Regeling Algemene Vergunning NL009 wordt als volgt gewijzigd:
A
Aan de opsomming in artikel 1 wordt, onder vervanging van de punt door een puntkomma,
aan het einde van de definitie van ‘overeenkomst’ een definitie toegevoegd, luidende:
- – uitzonderingen:
-
International Traffic in Arms Regulations (ITAR) uitzonderingen, zoals gebruikt door
de beschikkingsbevoegde, die voldoen aan alle in de ITAR vermelde bijbehorende voorwaarden.
B
Artikel 3 komt te luiden:
De Algemene Vergunning NL009 is uitsluitend van toepassing op doorvoer, uitvoer of
overdracht waarop een overeenkomst in het kader van het F-35 Lightning II programma
tussen een beschikkingsbevoegde en een ontvanger betrekking heeft, dan wel op doorvoer,
uitvoer of overdracht in het kader van het F-35 Lightning II programma waarvoor de
beschikkingsbevoegde gerechtigd is de uitzonderingen van de ITAR te gebruiken.
C
Artikel 7, onderdeel b, komt te luiden:
ARTIKEL II
Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag na de dagtekening van
de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
TOELICHTING
De oorspronkelijke Regeling Algemene Vergunning NL009 van 14 juli 2016 werd met toelichting
gepubliceerd in Staatscourant 2016, nr. 44509. De Regeling wordt nu aangepast om rekening te houden met een wijziging in de ITAR
van 19 april 2019, te weten: § 126.4 van de Federal Regulations. De wijziging behelst
overdrachten van militaire goederen door of ten behoeve van de Amerikaanse Federale
Overheid uit te zonderen van de vergunningplicht.
In het F-35 programma spelen Departementen en Agentschappen van de Amerikaanse Federale
Overheid een centrale rol en § 126.4 beschrijft dan ook een reeks van transacties
die zonder vergunning door die Departementen en Agentschappen zelf verricht mogen
worden. Voor het bij het F-35 programma betrokken bedrijfsleven is er echter ook een
belangrijke uitzondering opgenomen. In § 126.4 (a) (1) (ii) wordt bepaald dat personen
of entiteiten die een contractuele relatie met de Amerikaanse Federale Overheid hebben
zonder vergunning militaire goederen mogen uitvoeren of militaire diensten mogen verrichten
voor zover dat voortvloeit uit de betreffende contractuele bepalingen.
Omdat het om uitzonderingen van de vergunningplicht gaat èn om een contractuele relatie
met (onderdelen van de) Amerikaanse Federale Overheid blijkt dat er in het F-35 programma
niet altijd een Technical Assistance Agreement (TAA), een Manufacturing License Agreement
(MLA) en/of een Warehouse Distribution Agreement (WDA) rond deze transacties wordt
afgesloten en dat dus bij transacties die Nederlands grondgebied raken geen gebruik
kan worden gemaakt van de NL009. Dit wordt door betrokken partijen, waaronder de hoofdaannemer
van het F-35 programma, Lockheed Martin, als een gemis ervaren.
Daar voor gebruikmaking van de uitzondering in § 126.4 (a) (1) (ii) het vereist is
dat de overheidspartij in de contractuele relatie toestemming heeft gekregen van de
Deputy Assistant Secretary of State for Defense Trade Controls, is het toezicht van
het Directorate of Defense Trade Controls (DDTC) van het Departement of State van
de Verenigde Staten van Amerika evenzeer geborgd als bij een TAA, MLA of WDA.
De artikelen 1 (toevoegen definitie ‘uitzonderingen’ voor de ITAR exemptions), 3 (reikwijdtebepaling:
toevoeging uitzonderingen en TAA, MLA en WDA) en 7 (rapportageverplichting: toevoeging
gebruikte uitzondering) worden daarom met deze wijzigingsregeling aangepast.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
S.A.M. Kaag