De Minister van Justitie en Veiligheid,
Gelet op artikel 12a, derde lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie en
op artikel 2 van het Besluit vergoedingen adviescolleges en commissies;
Besluit:
ARTIKEL I
In artikel 9, eerste lid, van het Instellingsbesluit commissie werktijdenmodaliteiten
sector Politie wordt ‘1,8%’ vervangen door ‘3%’.
ARTIKEL II
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van
de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2021.
TOELICHTING
De Minister heeft in 2007 door middel van het Instellingsbesluit commissie werktijdenmodaliteiten
sector Politie (hierna: het Instellingbesluit) de commissie werktijdenmodaliteiten
sector politie (hierna: modaliteitencommissie) ingesteld. De modaliteitencommissie
heeft tot taak advies uit te brengen aan het bevoegd gezag in de gevallen bedoeld
in artikel 12a, derde lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie.
In 2015 heeft een evaluatie van de modaliteitencommissie plaatsgevonden. De vergoedingen
zijn naar aanleiding daarvan – met instemming van de politievakorganisaties – met
terugwerkende kracht per 1 januari 2015 aangepast.1 Hiervoor is aansluiting gezocht bij artikel 2 van het Besluit vergoedingen adviescolleges
en commissies. De omvang en zwaarte van de werkzaamheden van de modaliteitencommissie
zijn vergeleken met de door de politie ingestelde commissies, zoals de commissie toezicht
arrestantenzorg en de klachten bezwaaradviescommissies. Op basis van deze vergelijking
is de vergoeding per vergadering voor de modaliteitencommissie destijds bepaald op
een percentage van 1,8%. In artikel 9, eerste lid, van het Instellingsbesluit is hiertoe
bepaald dat de leden van de modaliteitencommissie, bedoeld in artikel 3, eerste lid,
van het Instellingsbesluit, alsmede haar secretarissen en de deskundigen die aan de
werkzaamheden van de modaliteitencommissie deelnemen, voor hun werkzaamheden een vergoeding
per vergadering ter hoogte van 1,8% van het maximum van salarisschaal 18 ontvangen
zoals overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst
voor rijksambtenaren.
Eind 2020 heeft opnieuw een evaluatie over het functioneren van de modaliteitencommissie
plaatsgevonden. Vanwege de aard en zwaarte van de werkzaamheden van de modaliteitencommissie
is gebleken dat een vergoeding van 1,8% niet meer voldoet. Gebruikelijk is dat in
de praktijk de vergoedingen voor dergelijke functies en bijbehorende werkzaamheden
hoger liggen. In het verlengde hiervan is met de politievakorganisaties afgesproken
om dit per 1 januari 2021 aan te passen naar een vergoeding ter hoogte van 3%, in
overeenstemming met het genoemde maximumpercentage in artikel 2 van het Besluit vergoedingen
adviescolleges en commissies.
Met de wijziging van het Instellingsbesluit commissie werktijdenmodaliteiten worden
de bedragen voor vergoeding als volgt gewijzigd:
-
• € 300,68 per vergadering voor leden (i.p.v. € 180,40)
-
• en € 390,88 per vergadering voor de voorzitter (i.p.v. € 234,52).
De voorzitter ontvangt namelijk een vergoeding van 130% van de vergoeding van de overige
leden. Door de hoogte van de vergoedingen op deze wijze te formuleren, volgen deze
automatisch de loonontwikkeling in deze salarisschaal.
De Minister van Justitie en Veiligheid,
F.B.J. Grapperhaus