De Minister van Veiligheid en Justitie,
Gelet op artikel 12a, derde lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie;
Besluit:
TOELICHTING
De Minister heeft in 2007 door middel van het Instellingsbesluit commissie werktijdenmodaliteiten
sector Politie (hierna: het Instellingbesluit) de commissie werktijdenmodaliteiten
sector politie (hierna: modaliteitencommissie) ingesteld. De modaliteitencommissie
heeft tot taak advies uit te brengen aan het bevoegd gezag in de gevallen bedoeld
in artikel 12a, derde lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie.
De vergoeding voor de modaliteitencommissie is in 2007 in het Instellingsbesluit opgenomen.
De vergoeding per vergadering bedraagt voor de leden € 124,79 en voor de voorzitter
€ 187,19, oftewel 150% van de vergoeding van de leden. In 2015 heeft, naar aanleiding
van een afspraak hierover in het Arbeidsvoorwaardenakkoord 2012–2014, een evaluatie
van de modaliteitencommissie plaatsgevonden. In het verlengde hiervan is met de politievakorganisaties
afgesproken om de vergoedingen met terugwerkende kracht per 1 januari 2015 aan te
passen. Hiervoor is aangesloten bij het Besluit vergoedingen adviescolleges en commissies.
Reden hiervoor is dat het Vacatiegeldenbesluit 1988, waar in het Instellingsbesluit
naar werd verwezen, is vervallen per 13 februari 2009, bij inwerkingtreding van de
Wet vergoedingen adviescolleges en commissies.
Ingevolge artikel 2 van het Besluit vergoedingen adviescolleges en commissies krijgt
een voorzitter een vergoeding van (maximaal) 130% van de vergoeding van de overige
leden. Datzelfde artikel geeft aan dat de vergoeding per vergadering geldt, en maximaal
3% van het maximum van salarisschaal 18 van bijlage B van het BBRA 1984 bedraagt.
Door de hoogte van de vergoedingen op deze wijze te formuleren, volgen deze automatisch
de loonontwikkeling in deze salarisschaal.
De omvang en zwaarte van de werkzaamheden van de modaliteitencommissie zijn vergeleken
met door de politie ingestelde commissies, zoals de commissie toezicht arrestantenzorg
en de klachten- en bezwaaradviescommissie. Op basis van deze vergelijking is de vergoeding
voor de modaliteitencommissie bepaald op een percentage van 1,8.
De vergoeding per vergadering is aldus met terugwerkende kracht tot 1 januari 2015
voor de leden vastgesteld op 1,8% van het maximum van salarisschaal 18 van het bijlage
B van het BBRA 1984. De voorzitter ontvangt per vergadering een vergoeding ter hoogte
van 130% van de vergoeding per vergadering die de overige leden ontvangen.
In plaats van vervanging van de verwijzing in het eerste lid naar het Vacatiegeldenbesluit
1988 door een verwijzing naar de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies, is
een derde lid toegevoegd. Reden hiervoor is dat de Wet vergoedingen adviescolleges
en commissies minder personen uitsluit van het toekennen van een vergoeding dan het
Vacatiegeldenbesluit 1988, terwijl het Instellingsbesluit is geschreven met de intentie
om de personen genoemd in artikel 2, eerste lid, onder a van het Vacatiegeldenbesluit
1988 uit te zonderen.
De Minister van Veiligheid en Justitie,
G.A. van der Steur